Besluit van 23 Juli 1951, houdende instelling "Kruis voor Recht en Vrijheid"
- BWB-id
- BWBR0002078
- Type
- KB
- Ministerie
- Algemene Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2002-10-09
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002078
- ELI
- /eli/nl/kb/1951/instellingsbesluit-kruis-voor-recht-en-vrijheid
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/kb/1951/instellingsbesluit-kruis-voor-recht-en-vrijheid/2002-10-09
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002078&g=2002-10-09
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002078&z=2026-06-06&g=2002-10-09
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002078/2002-10-09
Absolute ELI: /eli/nl/kb/1951/instellingsbesluit-kruis-voor-recht-en-vrijheid
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Er wordt ingesteld het "Kruis voor Recht en Vrijheid" waaraan gespen kunnen worden verbonden. 1951 319 23-07-1951 1951 319 23-07-1951 30-08-1951
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Het Kruis voor Recht en Vrijheid wordt door of namens Onze Minister van Defensie toegekend aan militairen van de krijgsmacht die deelgenomen hebben aan krijgsbedrijven ten behoeve van de verdediging en ter bescherming van de belangen van het Koninkrijk of ten behoeve van de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde, voorzover deze krijgsbedrijven bij koninklijk besluit zijn aangewezen. 2002 496 08-10-2002 13-07-2002 2002 496 08-10-2002 13-07-2002 09-10-2002
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Het versiersel van het Kruis voor Recht en Vrijheid, waarvan het standaardmodel nader zal worden vastgesteld, bestaat uit een vierarmigkruis van verzilverd metaal, hoog en breed 40 mm. In het hart van het kruis bevindt zich een ovaal schild van 14 mm hoog en 8 mm breed. Tussen de armen van het kruis zijn aangebracht twee zwaarden eveneens van verzilverd metaal, schuin gekruist achter het ovale schild. Op het schild is in relief aangebracht de letter "J". Het schild wordt gedekt door een Koninklijke Kroon. Op de achterzijde van het schild de Leeuw, zoals hij in het wapen van het Rijk voorkomt. Het geheel gedragen door een ring. Het kruis is bevestigd op een lint van 27 mm. breedte met in het midden een oranje baan van 7 mm. en ter weerszijden daarvan, van het midden uit gerekend, banen ultramarijn-wit-ultramarijn, onderscheidenlijk ter breedte van 8, 1 en 1 mm. Op het lint wordt een verzilverd metalen gesp gedragen waarop de naam en het jaartal van het krijgsbedrijf, waarvoor het kruis wordt toegekend, vermeld staan. Hij, die aan meer dan één krijgsbedrijf, waarop het kruis wordt toegekend, heeft deelgenomen, draagt de verschillende gespen, de namen en jaartallen der krijgsbedrijven bevattende, boven elkander op het lint, de eerstverkregen gesp direct boven het kruis. Het kruis wordt hem slechts eenmaal uitgereikt. Het is aan hen, die gerechtigd zijn tot het dragen van het Kruis voor Recht en Vrijheid vergund een kruis van verkleind model onder aan het lint, dan wel het lint alleen te dragen. Indien alleen het lint wordt gedragen, zal iedere gesp worden aangegeven door een achtpuntige ster van verzilverd metaal, met dien verstande, dat niet meer dan vier sterren op het lint gedragen zullen worden. In dit geval is het lint 39 mm. breed, de middelste-oranje-baan is 9 mm. breed en ter weerszijden daarvan, van het midden uit gerekend, zijn de banen ultramarijn-wit-ultramarijn onderscheidenlijk breed 12, 1½ en 1½ mm. 1951 319 23-07-1951 1951 319 23-07-1951 30-08-1951
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 2 Aan burgerpersonen, Nederlander of Nederlands onderdaan zijnde, die zich bij de krijgsbedrijven bedoeld inin militaire zin verdienstelijk hebben gemaakt, kan het Kruis voor Recht en Vrijheid worden toegekend. 1951 319 23-07-1951 1951 319 23-07-1951 30-08-1951
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Het Kruis voor Recht en Vrijheid kan posthuum worden toegekend. 1951 319 23-07-1951 1951 319 23-07-1951 30-08-1951
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Door Onze betrokken Minister kan het Kruis voor Recht en Vrijheid tijdelijk of blijvend worden ontnomen aan hen, die zich dit ereteken niet langer waardig tonen. 1951 319 23-07-1951 1951 319 23-07-1951 30-08-1951
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 In bijzondere gevallen kan door Ons, aan andere dan de in dit besluit bedoelde personen, het Kruis voor Recht en Vrijheid, eventueel met gesp(en), worden toegekend. Het door Ons toegekende Kruis voor Recht en Vrijheid kan, in bijzondere gevallen, te Onzer beoordeling, tijdelijk of blijvend worden ontnomen aan hen, die zich dit ereteken niet langer waardig tonen. Voorstellen tot het ontnemen van een door Ons verleend Kruis voor Recht en Vrijheid kunnen aan Ons worden gedaan door Onze Minister, van wie de voordracht tot het toekennen der onderscheiding is uitgegaan. 1951 319 23-07-1951 1951 319 23-07-1951 30-08-1951
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikelen 2 3 Korea Als krijgsbedrijven in deenbedoeld, worden voorshands aangewezen de krijgsbedrijven welke in het jaar 1950 zijn aangevangen op het schiereiland. 1951 319 23-07-1951 1951 319 23-07-1951 30-08-1951
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a artikel 3 artikel 8 Degenen, die reeds gerechtigd zijn tot het dragen van het inbedoelde Kruis met de daarbij behorende gesp en na een herhaalde uitzending opnieuw aan de ingenoemde krijgsbedrijven hebben deelgenomen, wordt, ter vervanging van de reeds ontvangen gesp, een gesp toegekend met een daarop aangebracht cijfer, vermeldende het aantal malen dat aan bedoelde krijgsbedrijven is deelgenomen. De op het lint te dragen ster zal eveneens dit cijfer bevatten. 1953 126 06-03-1953 1953 126 06-03-1953 13-04-1953
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Aan de Kanselier der Nederlandse Orden wordt opgedragen een register aan te houden, bevattende de namen van diegenen, aan wie het Kruis voor Recht en Vrijheid is toegekend. Staatsblad Dit Besluit treedt in werking op de dag, volgende op die zijner afkondiging in het. 1951 319 23-07-1951 1951 319 23-07-1951 30-08-1951