Besluit van 23 augustus 1983, houdende instelling van de commissie wetgeving algemene regels van bestuursrecht
- BWB-id
- BWBR0003615
- Type
- KB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2002-07-10 t/m 2019-02-08
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003615
- ELI
- /eli/nl/kb/1983/instellingsbesluit-van-de-commissie-wetgeving-algemene-regel
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/kb/1983/instellingsbesluit-van-de-commissie-wetgeving-algemene-regel/2002-07-10
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003615&g=2002-07-10
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003615&z=2026-06-06&g=2002-07-10
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003615/2002-07-10
Absolute ELI: /eli/nl/kb/1983/instellingsbesluit-van-de-commissie-wetgeving-algemene-regel
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Er is een Commissie wetgeving algemene regels van bestuursrecht, verder te noemen de commissie. 1983 417 23-08-1983 1983 417 23-08-1983 07-09-1983
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De commissie heeft tot taak voorstellen aan Onze Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uit te brengen met betrekking tot de wettelijke regeling van algemene regels van bestuursrecht. Deze voorstellen worden zoveel mogelijk gegoten in de vorm van ontwerp-voorstellen van wet, voorzien van ontwerpmemories van toelichting. 2 Stcrt. De commissie neemt bij haar werkzaamheden tot uitgangspunt de voorstellen en gedachten neergelegd in het rapport d.d. 28 oktober 1982 van de startwerkgroep, ingesteld op 19 mei 1982 (1982, nr. 107). 3 Onze Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gezamenlijk kunnen de commissie verzoeken bepaalde onderwerpen bij voorrang te behandelen. 2000 14 20-01-2000 13-01-2000 2000 14 20-01-2000 13-01-2000 22-01-2000
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 In de commissie hebben zitting: a. als voorzitter, tevens lid: prof. mr. M. Scheltema, regeringscommissaris voor de algemene regels van bestuursrecht; b. als leden: mr. D. Allewijn, coördinerend vice-president bij de rechtbank te ’s-Gravenhage; mr. dr. J.T.K. Bos, Directie Wetgeving, Ministerie van Justitie; prof. mr. P.J.J. van Buuren, hoogleraar aan de Universiteit Utrecht en lid van de Raad van State in buitengewone dienst; prof. mr. L.J.A. Damen, hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen; mw. mr. M. Geertsema, Sector Bestuurlijke en Juridische Zaken, Vereniging van Nederlandse Gemeenten; prof. mr. Ch.P.A. Geppaart, emeritus hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Brabant; mr. R.G. Mazel, Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; mr. C. Riezebos, Directie Bestuurlijke en Financiële Organisatie, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; mr. N. Verheij, Directie Wetgeving, Ministerie van Justitie; c. als secretarissen, tevens leden: mr. T.C. Borman, Directie Wetgeving, Ministerie van Justitie; mw. mr. E.C. Drexhage, Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2002 127 08-07-2002 25-07-2002 02.002958 2002 127 08-07-2002 25-07-2002 02.002958 10-07-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 b artikel 3, onder De leden van de commissie wijzen uit de ingenoemde personen een plaatsvervangend voorzitter aan. 1983 417 23-08-1983 1983 417 23-08-1983 07-09-1983
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Nadere voorzieningen ten behoeve van het secretariaat worden door Onze Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gezamenlijk getroffen na overleg met de voorzitter van de commissie. 2000 14 20-01-2000 13-01-2000 2000 14 20-01-2000 13-01-2000 22-01-2000
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De commissie kan ter voorbereiding van door haar uit te brengen voorstellen subcommissies instellen, waarin ook personen van buiten de commissie zitting hebben. In een subcommissie hebben in elk geval zitting vertegenwoordigers van ministers die bij het onderwerp waarvoor de subcommissie is ingesteld in bijzondere mate betrokken zijn. 2 In elk der subcommissies bedoeld in het vorige lid heeft ten minste één lid van de commissie zitting. 1983 417 23-08-1983 1983 417 23-08-1983 07-09-1983
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 6 De voorzitter van de commissie en de voorzitters van de subcommissies bedoeld inzijn bevoegd deskundigen uit te nodigen om aan de beraadslagingen in de commissie c.q. de subcommissies deel te nemen. 1983 417 23-08-1983 1983 417 23-08-1983 07-09-1983
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 6 De commissie en de subcommissies bedoeld inkunnen zich wenden tot overheidsdiensten, openbare en particuliere instellingen en groeperingen voor het verkrijgen van de inlichtingen die zij behoeven. 1983 417 23-08-1983 1983 417 23-08-1983 07-09-1983
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De commissie is bevoegd ter voorbereiding van haar voorstellen studies door derden te doen verrichten. Voordat studie-opdrachten kunnen worden verleend, dienen deze te zijn goedgekeurd door Onze Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2000 14 20-01-2000 13-01-2000 2000 14 20-01-2000 13-01-2000 22-01-2000
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De commissie pleegt regelmatig overleg met de Interdepartementale commissie voor constitutionele aangelegenheden en wetgevingsbeleid over opzet en inhoud van de voorstellen die zij voorbereidt. 2000 14 20-01-2000 13-01-2000 2000 14 20-01-2000 13-01-2000 22-01-2000
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De commissie brengt periodiek, doch minstens eens per twee jaar, verslag uit aan Onze Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de voortgang van haar werkzaamheden. 2000 14 20-01-2000 13-01-2000 2000 14 20-01-2000 13-01-2000 22-01-2000
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 6 De commissie is bevoegd nadere regels te stellen omtrent haar werkwijze en de werkwijze van de inbedoelde subcommissies. 1983 417 23-08-1983 1983 417 23-08-1983 07-09-1983
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De kosten verbonden aan de werkzaamheden van de commissie komen in gelijke delen ten laste van de begrotingen van de Ministeries van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2000 14 20-01-2000 13-01-2000 2000 14 20-01-2000 13-01-2000 22-01-2000
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Het beheer van het archief van de commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Justitie. Het archief wordt bij de opheffing van de commissie overgedragen aan het hoofd van de algemene secretarie van dat ministerie. Tevens wordt bij de opheffing een afschrift van de archiefstukken overgedragen aan het hoofd van de algemene secretarie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2000 14 20-01-2000 13-01-2000 2000 14 20-01-2000 13-01-2000 22-01-2000 Abusievelijk is door Stcrt. 2000/14 artikel 13 i.p.v.
artikel 14 gewijzigd.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Staatsblad Staatsblad Dit besluit zal met de daarbij behorende nota van toelichting in hetworden geplaatst en treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van hetwaarin het wordt geplaatst. 1983 417 23-08-1983 1983 417 23-08-1983 07-09-1983