Besluit van 11 maart 1987, tot algemeen verbindendverklaring van de regeling omtrent de uitgifte, de verhandeling en de uitbetaling tegen inlevering van spaarbewijzen als bedoeld in artikel 2 van de Wet inzake spaarbewijzen
- BWB-id
- BWBR0004124
- Type
- KB
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1987-04-08
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004124
- ELI
- /eli/nl/kb/1987/besluit-ex-artikel-2-wet-inzake-spaarbewijzen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/kb/1987/besluit-ex-artikel-2-wet-inzake-spaarbewijzen/1987-04-08
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004124&g=1987-04-08
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004124&z=2026-06-06&g=1987-04-08
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004124/1987-04-08
Absolute ELI: /eli/nl/kb/1987/besluit-ex-artikel-2-wet-inzake-spaarbewijzen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Ten aanzien van ondernemingen en instellingen die spaarbewijzen uitgeven, worden algemeen verbindend verklaard: a. d, artikel 1, ondervan de Wet inzake spaarbewijzen de overeenkomst van 11 mei 1981 tussen De Nederlandsche Bank N.V. en de representatieve organisaties als bedoeld ininzake een uniforme gedragslijn ten aanzien van niet op naam gestelde spaarbewijzen, voor zover het spaarbewijzen betreft die zijn uitgegeven na 10 mei 1981 doch voor 2 februari 1987, en b. d, artikel 1, ondervan de Wet inzake spaarbewijzen de overeenkomst van 2 februari 1987 tussen De Nederlandsche Bank N.V., de representatieve organisaties als bedoeld inen de Postbank N.V., inzake vaststelling van een nader gepreciseerde, uniforme gedragslijn ten aanzien van niet op naam gestelde spaarbewijzen, voor zover het spaarbewijzen betreft die zijn of worden uitgegeven na 1 februari 1987. 2 De tekst van de overeenkomsten als bedoeld in het eerste lid zijn als bijlagen bij dit besluit gevoegd. 1987 129 11-03-1987 1987 129 11-03-1987 08-04-1987
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Staatsblad Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na uitgifte van hetwaarin het wordt geplaatst. 1987 129 11-03-1987 1987 129 11-03-1987 08-04-1987
Artikel Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Spaarbewijzen in de zin van deze overeenkomst zijn waardepapieren aan toonder, uitgegeven door de aangesloten instellingen na 1 februari 1987, welke een nominale vordering op de uitgevende instelling inhouden en waarbij de rente niet gedurende de looptijd opeisbaar wordt. Het bepaalde in deze overeenkomst is evenwel niet van toepassing op transacties in commercial paper en certificates of deposit, voorzover deze transacties worden verricht tussen professionele geldgevers en geldnemers.
Artikel Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Van elke transactie in spaarbewijzen zal een registratienota worden opgemaakt door de aangesloten instelling die de transactie aangaat. In de registratienota zal door de instelling ten minste worden vastgelegd: Onder transactie wordt verstaan elke handeling waarbij een spaarbewijs fysiek wordt overgedragen. - de naam, het adres en de woonplaats van degene met wie de transactie is verricht ("de wederpartij"); - de aard van de transactie; - een duidelijke omschrijving van het aantal en de soort en de onderscheiden nummers van de bij de transactie betrokken spaarbewijzen.
Artikel Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2 De vaststelling van de naam, het adres en de woonplaats van de wederpartij, als bedoeld in, geschiedt met de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betaamt. Indien de aangesloten instelling van oordeel is dat zij, om welke reden dan ook, niet in staat is de identiteit van de wederpartij met de vereiste zorgvuldigheid vast te stellen, zal de instelling afzien van het aangaan van de transactie.
Artikel Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 2 Van de inbedoelde verplichting wordt op niet ter beurze genoteerde spaarbewijzen melding gemaakt.
Artikel Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 In publikaties met betrekking tot spaarbewijzen wordt afgezien van vermelding van de term "aan toonder". De aanduiding van het toonderkarakter op het papier zelf geschiedt slechts in de vorm zoals die bij effecten in het algemeen gebruikelijk is.
Artikel Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De overeenkomst geldt voor onbepaalde tijd, met dien verstande, dat zij geacht zal worden te zijn beëindigd uiterlijk zes maanden nadat in het overleg tussen de Bank en de Vereniging, dan wel een der andere bij deze regeling betrokken partijen, onvoldoende overeenstemming over de wenselijkheid van het voortbestaan van deze overeenkomst zal blijken te bestaan. Indien bovenbedoelde situatie zich voordoet, zal de Bank de bij de regeling betrokken partijen daarvan in kennis stellen.