Besluit van 4 december 2003 tot vaststelling van een inconveniëntenregeling voor bepaalde functies bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal, de Griffie voor interparlementaire betrekkingen en de Stenografische Dienst (Inconveniëntenregeling Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- BWB-id
- BWBR0016011
- Type
- KB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2018-04-01 t/m 2019-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0016011
- ELI
- /eli/nl/kb/2004/inconveni-ntenregeling-tweede-kamer-der-staten-generaal
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/kb/2004/inconveni-ntenregeling-tweede-kamer-der-staten-generaal/2018-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0016011&g=2018-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0016011&z=2026-06-06&g=2018-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0016011/2018-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/kb/2004/inconveni-ntenregeling-tweede-kamer-der-staten-generaal
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. bevoegd gezag: de Griffier van de Tweede Kamer, de Gemengde Commissie voor de Stenografische Dienst of de Gemengde Commissie van Toezicht op de Griffie voor de interparlementaire betrekkingen; b. Ambtenarenreglement Staten-Generaal ambtenaar: degene die op grond van hetis aangesteld om bij de Tweede Kamer, de Stenografische Dienst of de Griffie voor de interparlementaire betrekkingen der Staten-Generaal werkzaam te zijn; c. vergadergebonden functie: een door of namens het bevoegd gezag aangewezen functie anders dan bij de Dienst Verslag en Redactie; d. vergadergebonden functie DVR: een door of namens het bevoegd gezag aangewezen functie bij de Dienst Verslag en Redactie; e. betrokkene: de ambtenaar die is benoemd in een vergadergebonden functie of in een vergadergebonden functie DVR; f. Ambtenarenreglement Staten-Generaal ambtenarenreglement:; g. Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 bezoldigingsbesluit:; h. artikel 2, eerste lid inconveniëntentoeslag: de toeslag bedoeld in. 2009 568 23-12-2009 10-12-2009 2009 568 23-12-2009 10-12-2009 01-01-2010
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a 1 De betrokkene die is belast met een vergadergebonden functie of vergadergebonden functie DVR, is ten minste eenmaal per week beschikbaar om arbeid te verrichten voor, tijdens en na een vergadering van de Staten-Generaal die na 18:00 uur plaatsvindt. 2 De betrokkene kan ten hoogste een maal per maand worden belast met werkzaamheden te verrichten tijdens het weekeinde. 3 Het bevoegd gezag kan voor de vergadergebonden functie DVR regels stellen met betrekking tot de werktijden. 2009 568 23-12-2009 10-12-2009 2009 568 23-12-2009 10-12-2009 01-01-2010
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 22a van het bezoldigingsbesluit Een betrokkene wordt op grond vaneen periodieke toeslag toegekend die bestaat uit een vast deel en een variabel deel. 2 Het vaste deel van de toeslag bedraagt € 163,62 per maand. 3 Het variabele deel van de toeslag bedraagt € 23,80 voor ieder uur dat de betrokkene in een kalendermaand meer heeft gewerkt dan het aantal uren dat hij op grond van de uit de voor hem geldende gemiddelde arbeidsduur voortvloeiende werktijdregeling in die maand arbeid dient te verrichten, vermeerderd met 4. 4 De toelage wordt ten hoogste eenmaal per maand verleend voor werkzaamheden, verricht in het weekeinde. 5 hoofdstukken IV V van het ambtenarenreglement Voor de urenberekening bedoeld in het derde lid worden uren waarin op grond van deenof anderszins verlof is genoten aangemerkt als uren waarop geen arbeid dient te worden verricht. 6 Bij algemene salarisherzieningen, wijzigt de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de bedragen genoemd in het tweede en derde lid. 2018 15139 20-03-2018 13-03-2018 2018-00000148296 2018 15139 20-03-2018 13-03-2018 2018-00000148296 01-04-2018 01-01-2015
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikelen 17 17a 23 van het bezoldigingsbesluit Een betrokkene aan wie een inconveniëntentoeslag is toegekend heeft geen aanspraak op de toelagen en vergoedingen bedoeld in de,en. 2 artikel 18a van het bezoldigingsbesluit artikel 1, onder c en d Een betrokkene aan wie een inconveniëntentoeslag is toegekend heeft geen aanspraak op de toelage bedoeld invoor de uren dat hij beschikbaar dient te zijn als bedoeld in. 2009 568 23-12-2009 10-12-2009 2009 568 23-12-2009 10-12-2009 01-01-2010
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 5, tweede lid artikel 2 De aanspraak op een toeslag als bedoeld in, dan wel, vervalt indien de betrokkene niet langer werkzaam is in een vergadergebonden functie of een vergadergebonden functie DVR. 2 Bij de uitvoering van het bepaalde in het eerste lid wordt een afbouwregeling in acht genomen, tenzij de betrokkene op eigen verzoek een andere functie, niet zijnde een vergaderfunctie, gaat vervullen. 3 artikel 5, tweede lid artikel 2 artikel 2, eerste lid In het kader van de afbouwregeling, bedoeld in het tweede lid, ontvangt de betrokkene vanaf het moment dat de aanspraak, bedoeld in het eerste lid, vervalt, gedurende vijf gelijke deelperioden achtereenvolgens een toeslag van 100%, 80%, 60%, 40% en 20% van de van toepassing zijnde berekeningsgrondslag. Voor de betrokkene met een toeslag als bedoeld in, geldt als berekeningsgrondslag de toeslag zoals die onmiddellijk voor het vervallen van de toeslag werd toegekend. Voor de betrokkene met een toeslag als bedoeld ingeldt als berekeningsgrondslag het gemiddelde bedrag van het vaste en variabele deel van de toeslag, als bedoeld in, gezamenlijk, gerekend over een periode van twaalf maanden direct voorafgaan aan het vervallen van de toeslag. 2009 568 23-12-2009 10-12-2009 2009 568 23-12-2009 10-12-2009 01-01-2010
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 6 De ambtenaar die in de maand juni 2003 aanspraak had op een toelage op grond van het ingenoemde koninklijk besluit kan eenmalig zijn keuze voor het hem verlenen van de inconveniëntentoeslag kenbaar maken; hij kan op die keuze niet meer terugkomen. 2 artikel 22a van het bezoldigingsbesluit Zolang de ambtenaar zijn keuze bedoeld in het eerste lid nog niet heeft kenbaar gemaakt ontvangt hij een periodieke toeslag op grond vantot het bedrag van de toelage bedoeld in het eerste lid, welke voor hem gold in juni 2003. Het in de vorige volzin bedoelde bedrag wordt bij algemene salarisherziening naar evenredigheid aangepast. 3 artikelen 3 4 Deenzijn van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar bedoeld in het tweede lid van dit artikel. 4 Indien een betrokkene een toeslag als bedoeld in het tweede lid ontvangt: a. dient de betrokkene per week gedurende één of meer avonden dan wel weekenden of roostervrije dagen, ten minste vier uren beschikbaar te zijn, b. heeft de betrokkene die in dezelfde week als bedoeld onder a, meer dan vier uren beschikbaar is en werkt in de avond dan wel weekend of roostervrije dagen voor elk gewerkt uur recht op een uur verlof. 5 De betrokkene die gedurende verlofuren werkt, maakt aanspraak op het verlof als bedoeld in het vierde lid, onder b. 2009 568 23-12-2009 10-12-2009 2009 568 23-12-2009 10-12-2009 01-01-2010
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 koninklijk besluit van 5 mei 1988, houdende toelageregeling bepaalde functies bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal, de Griffie voor interparlementaire betrekkingen en de Stenografische Dienst Het(Stb. 271) wordt ingetrokken. 2004 6 08-01-2004 04-12-2003 2004 6 08-01-2004 04-12-2003 09-01-2004 01-07-2003
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2003. 2004 6 08-01-2004 04-12-2003 2004 6 08-01-2004 04-12-2003 09-01-2004 01-07-2003
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Dit besluit wordt aangehaald als: Inconveniëntenregeling Tweede Kamer der Staten-Generaal. 2004 6 08-01-2004 04-12-2003 2004 6 08-01-2004 04-12-2003 09-01-2004 01-07-2003