Besluit van 10 maart 2008, houdende vaststelling van het Besluit Patentreglement Rijn
- BWB-id
- BWBR0023698
- Type
- KB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2008-04-01 t/m 2009-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0023698
- ELI
- /eli/nl/kb/2008/patentreglement-rijn
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/kb/2008/patentreglement-rijn/2008-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0023698&g=2008-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0023698&z=2026-06-06&g=2008-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0023698/2008-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/kb/2008/patentreglement-rijn
Artikel 1.01 — Artikel 1.01 Begripsbepalingen#
Artikel 1.01 Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: 1. schip : een binnenschip, een zeeschip of een drijvend werktuig; 2. binnenschip : een schip dat uitsluitend of overwegend bestemd is voor de vaart op de binnenwateren; 3. zeeschip : een schip dat is toegelaten voor de zee- of kustvaart en overwegend daartoe bestemd is; 4. drijvend werktuig : een drijvend bouwsel waarop zich werkinstallaties bevinden (zoals kranen, baggermolens, hei-installaties, drijvende bokken, elevatoren, enz.); 5. veerpont: een schip dat een veerdienst onderhoudt, waarbij de vaarweg wordt overgestoken, en dat door de bevoegde autoriteit als veerpont wordt aangemerkt; 6. passagiersschip : een schip dat is gebouwd en ingericht voor het vervoer van meer dan 12 passagiers; 7. pleziervaartuig : een schip dat is bestemd voor sportieve of recreatieve doeleinden en dat geen passagiersschip is; 8. sleepboot : een schip dat speciaal is gebouwd om te slepen; 9. duwboot : een schip dat speciaal is gebouwd voor het voortbewegen van een duwstel; 10. gekoppeld samenstel : een hecht samenstel van langszijde van elkaar vastgemaakte schepen, waarvan er geen is geplaatst vóór het motorschip dat dient voor het voortbewegen van het samenstel; 11. overheidsvaartuig : een schip waarvan de lengte niet meer dan 25 m bedraagt en dat ter uitvoering van overheidstaken wordt ingezet; 12. brandweerboot : een schip waarvan de lengte 15 m of meer bedraagt en dat ter uitvoering van brandweerdiensten wordt ingezet; 13. lengte : de grootste lengte van de scheepsromp in m, het roer en de boegspriet niet inbegrepen. 14. breedte : de grootste breedte van de scheepsromp in m, gemeten op de buitenkant van de huidbeplating (schoepraderen, schuurlijsten en dergelijke niet inbegrepen); 15. dekbemanning : de minimum bemanning met uitzondering van machinisten; 16. matroos, matroos-motordrijver, volmatroos, stuurman : een persoon, die de bekwaamheid bedoeld in de bemanningsvoorschriften van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn bezit; 17. vaartijd : de tijd aan boord van een schip, dat een reis maakt; 18. radarvaart: de vaart bij slecht zicht, waarbij de radar voor het voeren het schip wordt gebruikt; 19. marifoonbedieningscertificaat : een op basis van bijlage 5 van de Regionale regeling betreffende de marifoondienst in de binnenvaart afgegeven certificaat; 20. Rijnpatent: een bevoegdheidsbewijs voor het voeren van schepen op de Rijn; 21. Schipperspatent: een Rijnpatent of een ander bevoegdheidsbewijs voor het voeren van schepen in de binnenvaart; 22. Radarpatent: een bevoegdheidsbewijs voor de radarvaart; 23. bewijs voor riviergedeelten: een aan de houder, van een door de CCR als gelijkwaardig erkend vaarbevoegdheidsbewijs, afgegeven bewijs, waarmee wordt bevestigd, dat de schipper de voor de Rijn vereiste kennis van bepaalde riviergedeelten bezit. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 1.02 — Artikel 1.02 Toepasselijkheid van het reglement#
Artikel 1.02 Toepasselijkheid van het reglement Dit reglement regelt de verplichting tot het hebben van een patent voor de scheepvaart op de Rijn voor het betreffende scheepstype en -afmetingen en voor de te bevaren riviergedeelten alsmede de voorwaarden betreffende het verkrijgen van een patent. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 1.03 — Artikel 1.03 Verplichting tot het hebben van een schipperspatent#
Artikel 1.03 Verplichting tot het hebben van een schipperspatent 1 bijlage C1 Degene die op de Rijn een schip wil voeren, moet ingevolge dit reglement zijn voorzien van een Rijnpatent of een door de CCR als gelijkwaardig erkend vaarbevoegdheidsbewijs voor betreffende scheepstype en -afmetingen alsmede voor het te bevaren riviergedeelte; de lijst van de als gelijkwaardig erkende vaarbevoegdheidsbewijzen alsmede de eventuele aanvullende voorwaarden voor deze erkenning zijn in deopgenomen. 2 artikel 2.05 bijlage A3 Het Rijnpatent wordt verleend voor de gehele Rijn of voor afzonderlijke gedeelten daarvan; wordt het voor afzonderlijke riviergedeelten afgegeven, dan geldt het ook voor de vaart benedenstrooms van het Spijksche Veer (km 857,40) en op het gedeelte tussen Bazel (Mittlere Rheinbrücke km 166,64) en de sluizen te Iffezheim (km 335,92). De als gelijkwaardig erkende vaarbevoegdheidsbewijzen gelden op de inbeschreven riviergedeelten slechts, als de bezitter een bewijs voor riviergedeelten conform het model van debezit. 3 Voor de vaart benedenstrooms van het Spijksche Veer (km 857,40) en op het riviergedeelte tussen Bazel (Mittlere Rheinbrücke - km 166,64) en de sluis Iffezheim (km 335,92), kan worden volstaan met: a. artikel 2.01 Richtlijn 91/672/EEG Richtlijn 96/50/EG in plaats van het patent bedoeld ineen vaarbewijs als bedoeld in de bijlage I van de, of een vaarbewijs afgegeven ingevolge de; b. artikelen 2.02 tot en met 2.04 in plaats van het patent, bedoeld in de, een ander door de bevoegde autoriteit als gelijkwaardig erkend bewijs van vaarbekwaamheid. 4 Voor schepen met een lengte van minder dan 15 m, met uitzondering van passagiersschepen, duw- en sleepboten, kan worden volstaan met een bewijs van vaarbekwaamheid voor de binnenwateren, dat in overeenstemming is met de nationale voorschriften van de Rijnoeverstaten en België. 5 De patentverplichting voor veerponten en voorschepen, die slechts door spierkracht worden voortbewogen alsmede voor schepen met een lengte van minder dan 15 m die slechts wordt de verplichting tot het hebben van een patent uitsluitend geregeld door de nationale voorschriften van de Rijnoeverstaten. a. door middel van zeilen worden voortbewogen, dan wel b. zijn uitgerust met mechanische middelen tot voortbeweging van niet meer dan 3,68 kW, 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 1.04 — Artikel 1.04 Verplichting tot het hebben van een radarpatent#
Artikel 1.04 Verplichting tot het hebben van een radarpatent 1 bijlage C2 Degene die op radar wil varen moet, naast het voor het te bevaren riviergedeelte benodigde schipperspatent, in het bezit zijn van een radarpatent dat in overeenstemming is met dit reglement of een ander door de CCR als gelijkwaardig erkend radardiploma. De lijst van de als gelijkwaardig erkende radardiploma’s alsmede de eventuele aanvullende voorwaarden voor deze erkenning zijn in deopgenomen. 2 artikel 3.04 De bevoegde autoriteit kan, in afwijking vanvoor het voeren van een veerpont binnen het gebied van zijn bevoegdheid een radarpatent onder voorwaarden afgeven, die rekening houden met de bijzonderheden van het traject waarop de veerpont vaart en waarvoor het radarpatent moet gelden. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 1.05 — Artikel 1.05 Soorten patent#
Artikel 1.05 Soorten patent Ingevolge dit reglement zijn te onderscheiden artikel 1.03, vierde lid De hiervoor aangehaalde patenten mogen eveneens worden gebruikt voor het voeren van een schip als bedoeld in. 1 vier soorten Rijnpatenten: a. het grote patent voor het voeren van alle schepen, b. het kleine patent voor het voeren van een schip met een lengte van minder dan 35 m, mits het geen sleep- of duwboot is dan wel het niet voor het voortbewegen van een gekoppeld samenstel dient, of voor het voeren van een schip, dat bestemd is voor het vervoer van niet meer dan 12 passagiers, c. het sportpatent voor het voeren van een pleziervaartuig met een lengte van minder dan 25 m, d. het overheidspatent voor het voeren van overheidsschepen en van brandweerboten. 2 Een radarpatent voor de radarvaart. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 1.06 — Artikel 1.06 Richtlijnen#
Artikel 1.06 Richtlijnen De Centrale Commissie voor de Rijnvaart kan voor de toepassing van dit reglement richtlijnen vaststellen. De bevoegde autoriteiten dienen zich aan deze richtlijnen te houden. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 1.07 — Artikel 1.07 Wijzigingen door voorschriften van tijdelijke aard#
Artikel 1.07 Wijzigingen door voorschriften van tijdelijke aard De Centrale Commissie voor de Rijnvaart kan voorschriften van tijdelijke aard vaststellen, wanneer het voor een aanpassing aan de technische ontwikkeling van de binnenscheepvaart noodzakelijk wordt geacht om in dringende gevallen afwijkingen van dit reglement toe te laten dan wel proefnemingen mogelijk te maken, waardoor de veiligheid en de vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer niet worden benadeeld. Deze voorschriften van tijdelijke aard worden door de bevoegde autoriteit gepubliceerd en hebben een geldigheidsduur van ten hoogste drie jaren. Zij worden in alle Oeverstaten en België op hetzelfde tijdstip in werking gesteld en worden onder dezelfde voorwaarden buiten werking gesteld. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 2.01 — Artikel 2.01 Groot patent#
Artikel 2.01 Groot patent 1 Degene die het grote patent wil verkrijgen moet ten minste 21 jaar oud zijn. 2 De gegadigde moet in het bezit zijn van een marifoonbedieningscertificaat. 3 De gegadigde moet de nodige kwalificatie bezitten; gekwalificeerd is degene die: a. lichamelijk en geestelijk geschikt is om een schip te voeren. bijlagen B1 B2 De geschiktheid wordt aangetoond door het overleggen van een medische verklaring, als bedoeld in deen, afgegeven door een arts, die door de bevoegde autoriteit is aangewezen; b. geen strafbare feiten in de scheepvaart heeft begaan, terwijl uit voorgaand gedrag verwacht mag worden dat een schip veilig gevoerd en het bevel over een bemanning uitgeoefend kan worden; c. bekwaam is, dat wil zeggen beschikt over de noodzakelijke beroepsmatige vaardigheden en kennis, ook in nautisch opzicht, alsmede over voldoende kennis van de reglementen en van de vaarweg. Aan de voorwaarden wordt geacht te zijn voldaan wanneer de gegadigde het daartoe ingestelde examen met goed gevolg heeft afgelegd. 4 artikel 2.08 De gegadigde moet een vaartijd aantonen van ten minste vier jaar als lid van een dekbemanning, waarvan ten minste twee jaren in de binnenvaart als matroos of matroos-motordrijver dan wel ten minste één jaar als volmatroos. De vaartijd moet op motorschepen zijn volbracht, waarvoor het grote patent of het kleine patent noodzakelijk is. De berekening van de vaartijd wordt gedaan volgens. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 2.02 — Artikel 2.02 Klein patent#
Artikel 2.02 Klein patent 1 Degene die het kleine patent wil verkrijgen moet ten minste 21 jaar oud zijn. 2 De gegadigde moet in het bezit zijn van een marifoonbedieningscertificaat. 3 De gegadigde moet de nodige kwalificatie bezitten; gekwalificeerd is degene die: a. bijlagen B1 B2 lichamelijk en geestelijk geschikt is om een schip te voeren. De geschiktheid wordt aangetoond door het overleggen van een medische verklaring, als bedoeld in deen, afgegeven door een arts, die door de bevoegde autoriteit is aangewezen; b. geen strafbare feiten in de scheepvaart heeft begaan, terwijl uit voorgaand gedrag verwacht mag worden dat een schip veilig gevoerd en het bevel over een bemanning uitgeoefend kan worden; c. bekwaam is, dat wil zeggen beschikt over de noodzakelijke beroepsmatige vaardigheden en kennis, ook in nautisch opzicht, alsmede over voldoende kennis van de reglementen en van de vaarweg. Aan de voorwaarden wordt geacht te zijn voldaan wanneer de gegadigde het daartoe ingestelde examen met goed gevolg heeft afgelegd. 4 artikel 2.08 De gegadigde moet een vaartijd aantonen van ten minste drie jaar in de binnenvaart als lid van dekpersoneel waarvan tenminste één jaar in de binnenvaart als matroos of matroos-motordrijver. De vaartijd moet op motorschepen zijn volbracht, waarvoor het grote patent of het kleine patent noodzakelijk is. De berekening van de vaartijd wordt gedaan volgens. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 2.03 — Artikel 2.03 Sportpatent#
Artikel 2.03 Sportpatent 1 Degene die het sportpatent wil verkrijgen moet ten minste 18 jaar oud zijn. 2 De gegadigde moet de nodige kwalificatie bezitten; gekwalificeerd is degene die: a. bijlagen B1 B2 lichamelijk en geestelijk geschikt is om een schip te voeren. De geschiktheid wordt aangetoond door het overleggen van een medische verklaring, als bedoeld in deen, afgegeven door een arts, die door de bevoegde autoriteit is aangewezen; b. geen strafbare feiten in de scheepvaart heeft begaan, terwijl uit voorgaand gedrag verwacht mag worden dat een schip veilig kan worden gevoerd; c. bekwaam is, dat wil zeggen beschikt over de noodzakelijke beroepsmatige vaardigheden en kennis, ook in nautisch opzicht, alsmede over voldoende kennis van de reglementen en van de vaarweg. Aan de voorwaarden wordt geacht te zijn voldaan wanneer de gegadigde het daartoe ingestelde examen met goed gevolg heeft afgelegd. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 2.04 — Artikel 2.04 Overheidspatent#
Artikel 2.04 Overheidspatent 1 Degene die het overheidspatent wil verkrijgen moet: a. ten minste 21 jaar oud zijn; b. deel uit maken van een politie- of douanedienst, een andere autoriteit dan wel van een erkende brandweerdienst; c. bijlagen B1 B2 lichamelijk en geestelijk geschikt zijn om een schip te voeren.De geschiktheid wordt aangetoond door het overleggen van een medische verklaring, als bedoeld in deen, afgegeven door een arts, die door de bevoegde autoriteit is aangewezen; d. bekwaam zijn, dat wil zeggen beschikt over de noodzakelijke beroepsmatige vaardigheden en kennis, ook in nautisch opzicht, alsmede over voldoende kennis van de reglementen en van de vaarweg. Aan de eisen wordt geacht te zijn voldaan wanneer de gegadigde het daartoe ingestelde examen met goed gevolg heeft afgelegd; e. ten minste drie jaren de binnenvaart in de praktijk hebben uitgeoefend, waarvan ten minste drie maanden gedurende het laatste jaar. 2 artikelen 2.05 2.06 De dienst waarvan de aanvrager deel uitmaakt moet een verklaring hebben afgegeven, waarin de informatie bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en e en deenwordt bevestigd. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 2.05 — Artikel 2.05 Bedoeld riviergedeelte#
Artikel 2.05 Bedoeld riviergedeelte Ongeacht het soort patent is specifieke kennis van riviergedeelten daarenboven verplicht tussen de sluizen te Iffezheim (km 335,92) en het Spijksche Veer (km 857,40). 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 2.06 — Artikel 2.06 Verkrijging van de kennis van riviergedeelten#
Artikel 2.06 Verkrijging van de kennis van riviergedeelten 1 Degene die een Rijnpatent of een bewijs voor riviergedeelten verkrijgen wil, moet het aangevraagde gedeelte, dat zich tussen de sluizen te Iffezheim en het Spijksche Veer bevindt, in de laatste tien jaren ten minste zestien maal hebben bevaren, waarvan binnen de laatste drie jaren ten minste drie maal in elke richting. a. Degene die een grote patent, een kleine patent of een bewijs voor riviergedeelten verkrijgen wil, moet zijn reizen als matroos, matroos-motordrijver, volmatroos of stuurman aan boord van een motorschip hebben gemaakt, voor het voeren waarvan het aangevraagde patent of een door de CCR als gelijkwaardig erkend vaarbevoegdheidsbewijs is voorgeschreven. b. Degene die een sportpatent wil verkrijgen, moet zijn reizen aan boord van een schip met een lengte van 15 m of meer hebben gemaakt; de reizen komen slechts in aanmerking, als de persoon ten minste 15 jaar oud is. Het aantal van de voorgeschreven reizen kan verminderd worden tot vier reizen in elke richting binnen het laatste jaar voorafgaand aan de aanvraag, als de reizen het kader van een vakkundige opleiding zijn gemaakt. c. Degene die een overheidspatent wil verkrijgen, moet zijn reizen aan boord van een schip met een lengte van 15 m of meer hebben gemaakt; de reizen komen slechts in aanmerking, als de persoon ten minste 15 jaar oud is. 2 bijlage D1 Daarenboven wordt een met goed gevolg afgelegd examen voorgeschreven. In dit examen wordt de beschrijving van de vaarweg in de op- en de afvaart evenals de beschrijving van de afmetingen van de scheepvaartweg gevraagd. Daartoe moet de kandidaat ook de politievoorschriften voor die riviergedeelte kunnen toepassen (). 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 2.07 — Artikel 2.07 Bewijs voor riviergedeelten#
Artikel 2.07 Bewijs voor riviergedeelten 1 artikel 2.05 artikel 2.05 De gegadigde voor een patent voor een gedeelte, dat de ingedefinieerde riviergedeelte geheel of gedeeltelijk omvat, en de houder van een als gelijkwaardig erkend vaarbevoegdheidsbewijs, die de ingedefinieerde riviergedeelte geheel of gedeeltelijk willen bevaren, moeten de noodzakelijke kennis van riviergedeelten kunnen aantonen. 2 bijlage A3 Als bewijs van de kennis van riviergedeelten wordt op de patentkaart het riviergedeelte aangegeven, waarvoor deze patentkaart van toepassing is. Voor de met het grote patent als gelijkwaardig erkende vaarbevoegdheidsbewijs wordt de kennis van het riviergedeelte door middel van een bewijs voor riviergedeelten bedoeld inaangetoond. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 2.08 — Artikel 2.08 Berekening van de vaartijd#
Artikel 2.08 Berekening van de vaartijd 1 Als één jaar vaartijd gelden 180 effectieve vaardagen in de binnenvaart. Binnen een periode van 365 opeenvolgende dagen kunnen maximaal 180 dagen als vaartijd worden meegerekend. 2 Tot de vaartijd wordt meegerekend: a. de tijd van de opleiding, met een maximum van drie jaren, indien de gegadigde in het bezit is van een door de bevoegde autoriteit erkende verklaring inzake een met goed gevolg afgesloten beroepsopleiding met praktijkgedeelten op het gebied van de binnenvaart, b. de aangetoonde vaartijd, met een maximum van twee jaren, die op zee als lid van een dekbemanning is doorgebracht, waarbij 250 zeedagen als één jaar vaartijd gelden. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 2.09 — Artikel 2.09 Bewijs van vaartijd en reizen op bepaalde riviergedeelten#
Artikel 2.09 Bewijs van vaartijd en reizen op bepaalde riviergedeelten 1 bijlage F van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn De vereiste vaartijd en de reizen op bepaalde riviergedeelten van de Rijn moeten worden aangetoond aan de hand van een behoorlijk ingevuld en gewaarmerkt dienstboekje, als bedoeld in deof aan de hand van een door de CCR voor de Rijn als gelijkwaardig erkend dienstboekje. Het dienstboekje moet door de bevoegde autoriteit in ten minste één van de CCR voertalen zijn afgegeven. 2 Voor zover een dienstboekje ingevolge nationale voorschriften van de Rijnoeverstaten en België voor de vaarwegen buiten de Rijn niet is voorgeschreven, kan de vaartijd ook worden aangetoond door een geldig ambtelijk document, dat tenminste de volgende gegevens bevat: Voor het overheidspatent worden de voorgeschreven reizen en vaartijden aan de hand van een certificaat aangetoond, dat door de dienst waarvan de aanvrager deel uitmaakt wordt opgesteld. a. soort, grootte, aantal passagiers, naam en vermogen van de schepen, waarop de aanvrager heeft gevaren; b. de naam van de schipper; c. het tijdstip van het begin en het einde van de reizen; d. de uitgeoefende functie; e. de bevaren riviergedeelten (precieze aanduiding met plaatsen van vertrek en aankomst). 3 artikel 2.15, derde lid De vaartijd kan eveneens worden aangetoond met een bewijs van vaarbekwaamheid als bedoeld in, tot de omvang die voor het verkrijgen van dit bewijs reeds is aangetoond. 4 De vaartijd op zee moet worden aangetoond door middel van een monsterboekje. 5 De tijd doorgebracht op een vakschool voor schippers moet worden aangetoond door een getuigschrift van die school. 6 Voor zover noodzakelijk, moeten de documenten, als bedoeld in het tweede tot en met het vijfde lid, vergezeld van een officiële vertaling in de Duitse, Franse of Nederlandse taal worden overgelegd. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 2.10 — Artikel 2.10 Examencommissie#
Artikel 2.10 Examencommissie 1 De bevoegde autoriteit benoemt één of meer examencommissies voor het afnemen van de examens. Iedere examencommissie bestaat uit een voorzitter, die vertegenwoordiger is van de overheid van één der Rijnoeverstaten of België, en ten minste twee bijzitters, die voldoende ter zake kundig zijn. 2 De examencommissie voor het Rijnpatent moet zo zijn samengesteld, dat ten minste één examinator houder is van het patent van het type dat wordt aangevraagd dan wel van het grote patent en deze, of een andere examinator, houder is van het patent voor het aangevraagde riviergedeelte. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 2.11 — Artikel 2.11 Aanvraag voor het verkrijgen of uitbreiden van een Rijnpatent#
Artikel 2.11 Aanvraag voor het verkrijgen of uitbreiden van een Rijnpatent 1 Degene die een Rijnpatent wil verkrijgen of uitbreiden moet een aanvraag voor toelating tot het examen en afgifte van het patent aan de bevoegde autoriteit richten, onder opgave van het volgende: a. voor- en achternamen, geboortedatum, geboorteplaats en adres; b. soort patent dat men wil verkrijgen; c. gedeelte van de Rijn waarvoor het patent wordt aangevraagd. 2 Bij de aanvraag van een Rijnpatent moeten worden overgelegd: a. een recente pasfoto; b. een kopie van de identiteitskaart of het paspoort; c. bijlage B2 een medische verklaring als bedoeld in, die niet ouder dan drie maanden mag zijn. Ingeval van twijfel aan de lichamelijke en geestelijke geschiktheid kan de bevoegde autoriteit verlangen dat verklaringen van een arts of een specialist worden overgelegd. d. een bewijs van de vaartijd en van de reizen op bepaalde riviergedeelten; e. bij aanvraag van een groot of een klein patent een kopie van het marifoonbedieningscertificaat; f. een uittreksel uit het strafregister. 3 bijlage B2 Een bewijs van lichamelijke en geestelijke geschiktheid kan in plaats van een medische verklaring als bedoeld in, eveneens worden aangetoond met een door de CCR erkend a. bijlage B1 B2 artikel 2.17 geldig vaarbevoegdheidsbewijs, waarvoor dezelfde eisen gelden als bedoeld inenen dat conformis vernieuwd, of b. bijlage B1 B2 medische verklaring, die niet ouder dan drie maanden is en voor de afgifte waarvan tenminste dezelfde eisen gelden als bedoeld inen. 4 In plaats van het uittreksel uit het strafregister kan het aantonen ook met een ander, naar het geldende recht van de woonplaats, gelijkwaardig document, worden gedaan. Dit geldige document mag in elk geval niet ouder zijn dan 6 maanden. 5 Indien het patent tot een ander riviergedeelte moet worden uitgebreid moet bij de aanvraag worden bijgevoegd: a. een recente pasfoto; b. een kopie van de identiteitskaart of het paspoort; c. een kopie van het geldige Rijnpatent; d. het bewijs van de reizen op de riviergedeelten. 6 Voor de aanvraag voor een ander type Rijnpatent door een houder van een Rijnpatent moet worden bijgevoegd: a. een recente pasfoto; b. een kopie van de identiteitskaart of het paspoort; c. een kopie van het geldige Rijnpatent. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 2.12 — Artikel 2.12 Aanvraag voor het verkrijgen of uitbreiden van een bewijs voor riviergedeelten#
Artikel 2.12 Aanvraag voor het verkrijgen of uitbreiden van een bewijs voor riviergedeelten 1 Degene die een bewijs voor riviergedeelten verkrijgen of uitbreiden wil, moet een aanvraag voor toelating tot het examen en afgifte van een bewijs voor riviergedeelten met de volgende bijlagen tot de bevoegde autoriteit richten: a. voor- en achternamen, geboortedatum, geboorteplaats en adres; b. gedeelte van de Rijn waarvoor het bewijs voor riviergedeelten moet worden verkregen. 2 Bij de aanvraag voor het verkrijgen of uitbreiden van een bewijs voor riviergdeelten moeten worden gevoegd: a. een recente pasfoto; b. een kopie van de identiteitskaart of het paspoort; c. artikel 1.03, eerste lid een kopie van het door de CCR, ingevolge, als gelijkwaardig erkend geldig vaarbevoegdheidsbewijs d. het bewijs van de reizen op de riviergedeelten. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 2.13 — Artikel 2.13 Toelating tot het examen#
Artikel 2.13 Toelating tot het examen 1 artikel 2.11, eerste tot en met vierde lid artikel 2.01 2.02 met uitzondering van het derde lid, onder c artikel 2.03 Na het overleggen van alle bijlagen bij de aanvraag conform, wordt tot het examen voor het verkrijgen van een Rijnpatent toegelaten, degene die aan de eisen voldoet, conform,ofmet uitzondering van het tweede lid, onder c. Indien uit de medische verklaring slechts een beperkte geschiktheid blijkt, wordt de gegadigde toch tot het examen toegelaten. De bevoegde autoriteit kan in dit geval aan het patent voorwaarden verbinden, die bij afgifte in het patent worden aangetekend. Een afwijzing van de aanvraag moet met redenen worden omkleed. De bevoegde autoriteit kan voor een gegadigde, wiens uitreksel uit het strafregister of ander gelijkwaardig document niet voldoende is, bepalen dat deze vóór afloop van een bepaalde termijn niet tot een examen kan worden toegelaten (uitsluitingstermijn). 2 artikel 2.11, eerste en vijfde lid Degene die een Rijnpatent met een ander riviergedeelte wil uitbreiden, wordt na het overleggen van alle bijlagen bij de aanvraag conform, toegelaten. 3 artikel 2.11 eerste en zesde lid Degene die een Rijnpatent op een ander type Rijnpatent wil verkrijgen, wordt na het overleggen van alle bijlagen bij de aanvraag conformtoegelaten. 4 artikel 2.12 Degene die een bewijs voor riviergedeelten wil verkrijgen of uitbreiden, wordt na het overleggen van alle bijlagen bij de aanvraag conformvoor het examen toegelaten. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 2.14 — Artikel 2.14 Examen#
Artikel 2.14 Examen 1 De gegadigde moet tijdens het examen voor de examencommissie aantonen dat hij a. bijlage D1 beschikt over voldoende kennis van de voorschriften ter zake van het voeren van schepen en de voor het veilig voeren daarvan vereiste nautische en scheepstechnische kennis, beroepsvaardigheden en kennis van de grondbeginselen van het voorkomen van ongevallen; deze kennis wordt tijdens het examen overeenkomstig het examenprogramma bedoeld in denagegaan; b. artikel 2.05 beschikt over de vereiste kennis, indien conformvan het betreffende riviergedeelte een dergelijk examen is vereist. 2 Voor het verkrijgen van het grote patent en het kleine patent is een theoretisch examen, en voor het verkrijgen van het sportpatent en het overheidspatent een theoretisch en een praktisch examen vereist. 3 Indien het examen niet wordt gehaald worden de redenen van afwijzing medegedeeld aan de gegadigde. De examencommissie kan aan het opnieuw deelnemen aan een examen verplichtingen of voorwaarden verbinden dan wel daarvoor vrijstellingen verlenen. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 2.15 — Artikel 2.15 Vrijstellingen en verlaging van de eisen bij het examen#
Artikel 2.15 Vrijstellingen en verlaging van de eisen bij het examen 1 Degene die het eindexamen van een beroepsopleiding met goed gevolg heeft afgelegd kan worden vrijgesteld van die gedeelten van het examen, die betrekking hebben op kennis en vaardigheden, die reeds onderwerp van een door de CCR als gelijkwaardig erkend examen waren. 2 artikel 1.03, vierde lid De houder van een bewijs van vaarbekwaamheid als bedoeld in, kan bij het verwerven van het sportpatent van dat gedeelte van het examen worden vrijgesteld dat betrekking heeft op nautische kennis. 3 artikel 2.13 artikel 2.05 De houder van een vaarbewijs van één der Rijnoeverstaten of België dan wel een ander geldig en door de Centrale Commissie voor de Rijnvaart als gelijkwaardig erkend bewijs van vaarbekwaamheid voor het voeren van een schip op andere vaarwegen moet voor het verkrijgen van een Rijnpatent voldoen aan de toelatingseisen als bedoeld in, doch tijdens het examen slechts de kennis van de op de Rijn van toepassing zijnde reglementen en bepalingen en de kennis van het betreffende riviergedeelte conformaantonen. 4 De houder van een overheidspatent verkrijgt op aanvraag een sportpatent voor hetzelfde riviergedeelte zonder daarvoor examen te doen. 5 artikel 1.04 Voor het verkrijgen van een ander patent als bedoeld inof van een uitbreiding tot een ander riviergedeelte kan de houder van een Rijnpatent van dat deel van het examen worden vrijgesteld, dat betrekking heeft op de kennis of de vaardigheden, welke reeds voor het verkrijgen van zijn huidige patent moesten worden aangetoond. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 2.16 — Artikel 2.16 Afgifte en uitbreiding van patenten#
Artikel 2.16 Afgifte en uitbreiding van patenten 1 bijlage A1 De bevoegde autoriteit geeft aan degene die het examen met goed gevolg heeft afgelegd het betreffende Rijnpatent af volgens het model van de. De patentkaart heeft één der navolgende opdrukken: «Groot Patent», «Klein Patent», «Sportpatent» of «Overheidspatent». 2 artikel 2.13, eerste lid, derde volzin De voorwaarden bedoeld in, worden in het patent aangetekend. 3 bijlage A1 bijlage A2 Voor de tijd gelegen tussen het slagen voor het examen en de afgifte van het patent volgens het model van de, verstrekt de autoriteit die het patent afgeeft een voorlopig Rijnpatent volgens het model van de; ook kan de bevoegde autoriteit een voorlopig Rijnpatent verstrekken voor de tijd tussen de vervaldatum voor de vernieuwing van het patent en de afgifte van het nieuwe patent. 4 bijlage A1 Ingeval van een uitbreiding kan een bevoegde autoriteit het document als bedoeld in het derde lid ook afgeven ter overbrugging van de tijd gelegen tussen het slagen voor het examen en de afgifte van het nieuwe Rijnpatent. In verband met de afgifte van een nieuw Rijnpatent volgens het model van dewordt de autoriteit die het patent heeft afgegeven hiervan in kennis gesteld. 5 De autoriteit die het patent heeft afgegeven geeft op verzoek een vervangend patent af indien het Rijnpatent onbruikbaar is geworden, verloren is gegaan of anderszins in het ongerede is geraakt. Dit patent wordt als zodanig gewaarmerkt. Het verlies moet bij de bevoegde autoriteit aannemelijk worden gemaakt. Een onbruikbaar geworden of een teruggevonden patent moet bij de autoriteit die het heeft afgegeven worden ingeleverd of worden overgelegd om ongeldig te worden verklaard. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 2.17 — Artikel 2.17 Afgifte van een bewijs voor riviergedeelten#
Artikel 2.17 Afgifte van een bewijs voor riviergedeelten artikel 2.06, tweede lid bijlage A3 De bevoegde autoriteit geeft aan degene die het examen voor de riviergedeelten ingevolge, met goed gevolg heeft afgelegd een bewijs voor riviergedeelten af volgens het model van de. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 2.18 — Artikel 2.18 Kosten#
Artikel 2.18 Kosten Het examen, de afgifte, de uitbreiding en het verstrekken van het Rijnpatent of een bewijs voor riviergedeelten, evenals het vervangen en het omruilen worden gedaan tegen een redelijke vergoeding van de kosten door de aanvrager. De hoogte van de kosten wordt door de bevoegde autoriteit vastgesteld. Deze kan de kosten geheel of ten dele vanaf het tijdstip van aanvraag vorderen. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 2.19 — Artikel 2.19 Regelmatige controle van de lichamelijke en geestelijke geschiktheid#
Artikel 2.19 Regelmatige controle van de lichamelijke en geestelijke geschiktheid 1 bijlage B2 De houder van het grote patent, het kleine patent, het sportpatent of een door de CCR als gelijkwaardig erkend vaarbevoegdheidsbewijs moet zijn lichamelijke en geestelijke geschiktheid opnieuw aantonen door het overleggen van een medische verklaring, als bedoeld in deof een als gelijkwaardig erkende medische verklaring, die niet ouder dan drie maanden mag zijn: a. iedere vijf jaren vanaf het bereiken van de leeftijd van 50 jaar tot de leeftijd van 65 jaar; b. ieder jaar vanaf het bereiken van de leeftijd van 65 jaar. 2 Het aangehaalde bewijs van de lichamelijke en geestelijke geschiktheid moet worden overgelegd aan de autoriteit, die het patent heeft afgegeven. Het kan ook bij een andere bevoegde autoriteit worden overgelegd. Deze autoriteit geleidt de bescheiden verder naar de autoriteit die het patent afgeeft en geeft zo nodig een tijdelijke verklaring als vervangend document af. 3 bijlage B3 Voor de bezitters van een als gelijkwaardig erkende verklaring moet de medische verklaring worden overgelegd aan de autoriteit, die voor de afgifte van een Rijnpatent gerechtigd is / of die autoriteit te overleggen, die het als gelijkwaardig erkende verklaring heeft afgegeven. De met deze aanvraag belaste autoriteit geeft een document voor de lichamelijke en geestelijke geschiktheid overeenkomstig het model volgensaf. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 2.20 — Artikel 2.20 Bewijs van lichamelijke en geestelijke geschiktheid door houders van een Rijnpatent vanaf de leeftijd van 50 jaar#
Artikel 2.20 Bewijs van lichamelijke en geestelijke geschiktheid door houders van een Rijnpatent vanaf de leeftijd van 50 jaar 1 De autoriteit die het patent afgeeft geeft de houder van een patent op vertoon van een medische verklaring, op basis van deze verklaring de navolgende bescheiden af: bijlage B3 Op het bewijs van lichamelijke en geestelijke geschiktheid als bedoeld inmoet ook een vervaldatum worden aangebracht, die de vervaldatum van de patentkaart vervangt. a. een nieuwe patentkaart bij het bereiken van de leeftijd van 50 en 65 jaar; b. bijlage B3 een nieuwe patentkaart of een bewijs van lichamelijke en geestelijke geschiktheid als bedoeld in, bij het bereiken van de leeftijd van 55 en 60 jaar; c. bijlage B3 een beschikking over de lichamelijke en geestelijke geschiktheid als bedoeld in, voor de controles die na het bereiken van de leeftijd van 65 jaar zullen plaatsvinden. 2 bijlage B2 Het bewijs als bedoeld in het eerste lid onder b en c kan door de bevoegde autoriteit ook op de medische verklaring bedoeld inworden aangebracht. Deze moet in dit geval ook de datum aangeven, tot wanneer de patentkaart geldig is. 3 bijlage B2 Blijkt uit de medische verklaring slechts een beperkte lichamelijke en geestelijke geschiktheid, geeft de autoriteit die het afgeeft op de vernieuwde patentkaart, op het bewijs van lichamelijke en geestelijke geschiktheid of de medische verklaring bedoeld inde aanvullende voorwaarden dan wel de geldigheid van het patent weer. 4 bijlage B3 bijlage B2 Wordt geen nieuwe patentkaart afgegeven, dan is het Rijnpatent slechts geldig, als de houder van het patent in het bezit is van een bewijs van lichamelijke en geestelijke geschiktheid bedoeld inof van een door de bevoegde autoriteit gewaarmerkte medische verklaring bedoeld in. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 2.21 — Artikel 2.21 Bewijs van lichamelijke en geestelijke geschiktheid door houders van een als gelijkwaardig erkend vaarbevoegdheidsbewijs vanaf de leeftijd van 50 jaar#
Artikel 2.21 Bewijs van lichamelijke en geestelijke geschiktheid door houders van een als gelijkwaardig erkend vaarbevoegdheidsbewijs vanaf de leeftijd van 50 jaar 1 artikel 2.19, derde lid bijlage B3 De bevoegde autoriteit, zoals deze inwordt gedefinieerd, geeft op vertoon van de medische verklaring, en op basis daarvan, de houder van een door de CCR als gelijkwaardig erkend vaarbevoegdheidsbewijs vanaf de leeftijd van 50 jaar een bewijs van lichamelijke en geestelijke geschiktheid conform het model van de. 2 Blijkt uit de medische verklaring slechts een beperkte lichamelijke en geestelijke geschiktheid, dan vult de bevoegde autoriteit op het bewijs van lichamelijke en geestelijke geschiktheid de aanvullende voorwaarden dan wel de geldigheid van het als gelijkwaardig erkende vaarbevoegdheidsbewijs op de Rijn in. 3 bijlage B3 Het als gelijkwaardig erkende vaarbevoegdheidsbewijs, waarvan de houder meer dan 50 jaar is, is op de Rijn alleen geldig, als deze in het bezit is van een bewijs van lichamelijke en geestelijke geschiktheid conform het model van de. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 2.22 — Artikel 2.22 Opschorten van de geldigheid van het patent#
Artikel 2.22 Opschorten van de geldigheid van het patent 1 De geldigheid van een patent wordt opgeschort a. door een beslissing van de bevoegde autoriteit die daarbij de duur van het opschorten vaststelt. De bevoegde autoriteit kan een dergelijke beslissing tot opschorten nemen wanneer de voorwaarden voor intrekken nog niet zijn vervuld maar er twijfel bestaat over de bekwaamheid van de patenthouder. Indien deze twijfel vóór het einde van de termijn van opschorten wordt weggenomen, dient de beslissing te worden ingetrokken; b. artikel 2.19, eerste lid automatisch zonder dat een dergelijke beslissing is genomen, tot aan de verlenging van het bewijs van lichamelijke en geestelijke geschiktheid, indien de lichamelijke en geestelijke geschiktheid niet binnen 3 maanden na de verlengingstermijn, bedoeld in, opnieuw is aangetoond. 2 Heeft de bevoegde autoriteit twijfel aan de lichamelijke en geestelijke geschiktheid van de Rijnpatenthouder, a. bijlage B2 informeert ze de autoriteit die het patent heeft afgegeven. Deze kan verlangen dat een medische verklaring als bedoeld inof een door de CCR als gelijkwaardig erkend medische verklaring betreffende de huidige staat van de lichamelijke en geestelijke geschiktheid wordt overgelegd. De kosten hiervoor worden alleen dan gedragen door de houder van het patent indien het vermoeden gegrond blijkt te zijn; b. kan ze de geldigheid voor een bepaalde tijd opschorten. Deze mag de door de autoriteit die het patent heeft afgegeven vastgestelde datum van de nieuwe medische verklaring niet overschrijden. De CCR en de autoriteit die het patent heeft afgeven wordt daarbij in kennis gesteld van haar beslissing. 3 In het geval bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, moet het Rijnpatent bij de bevoegde autoriteit in bewaring worden gegeven. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 2.23 — Artikel 2.23 Opschorten van de geldigheid van een als gelijkwaardig erkend vaarbevoegdheidsbewijs#
Artikel 2.23 Opschorten van de geldigheid van een als gelijkwaardig erkend vaarbevoegdheidsbewijs bijlage B3 artikel 2.19, eerste lid Het door de CCR als gelijkwaardig erkend vaarbevoegdheidsbewijs verliest, ook zonder beschikking, of zonder dat daarvoor een bijzondere beslissing nodig is, de geldigheid op de Rijn, wanneer het bewijs van lichamelijke en geestelijke geschiktheid conformniet wordt getoond, of binnen drie maanden na de in, bedoelde verlengingstermijn niet wordt voorgelegd of vernieuwd. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 2.24 — Artikel 2.24 Intrekken van het Rijnpatent#
Artikel 2.24 Intrekken van het Rijnpatent 1 artikelen 2.01 2.02 2.03 De autoriteit die het patent heeft afgegeven moet het patent intrekken indien blijkt dat de houder van een Rijnpatent niet bekwaam is tot het voeren van een schip in de zin van de,en. 2 artikel 2.16, tweede lid De autoriteit die het patent heeft afgegeven kan het patent intrekken indien de houder van een Rijnpatent herhaaldelijk een voorwaarde of een beperking als bedoeld in, niet nakomt. 3 Bij intrekking verliest het Rijnpatent haar geldigheid. Het ongeldige patent dient onverwijld bij de autoriteit die het patent heeft afgegeven te worden ingeleverd dan wel te worden overgelegd om ongeldig verklaard te worden. 4 De autoriteit die het patent heeft afgegeven kan bij het intrekken bepalen dat a. vóór het einde van een bepaalde termijn geen nieuw patent mag worden afgegeven, of b. de kandidaat voor een nieuw patent, teneinde tot een nieuw examen te worden toegelaten, aan bepaalde voorwaarden moet hebben voldaan. 5 Na ontvangst van de aanvraag tot het verstrekken van een nieuw patent kan de bevoegde autoriteit de gegadigde geheel of gedeeltelijk van het examen vrijstelling verlenen. 6 De autoriteit die het patent intrekt deelt dit aan de Centrale Commissie voor de Rijnvaart mede. Indien een bevoegde autoriteit feiten vaststelt, die tot het intrekken van een patent kunnen leiden, stelt hij de autoriteit die het patent heeft afgegeven hiervan in kennis. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 2.25 — Artikel 2.25 Vaarverbod voor de houder van een als gelijkwaardig erkend vaarbevoegdheidsbewijs#
Artikel 2.25 Vaarverbod voor de houder van een als gelijkwaardig erkend vaarbevoegdheidsbewijs 1 bijlage B2 Indien er twijfel is over de lichamelijke en geestelijke geschiktheid van de schipper, die houder is van een als gelijkwaardig erkend vaarbevoegdheidsbewijs, kan de bevoegde autoriteit of de bevoegde rechtbank een tijdelijk vaarverbod op de Rijn opleggen, tot een nieuwe medische verklaring als bedoeld inof een door de CCR als gelijkwaardig erkend bewijs wordt overgelegd; de bevoegde autoriteit informeert de CCR en de autoriteit die het vaarbevoegdheidsbewijs heeft afgegeven over dit besluit. Wordt de twijfel op vertoon van de medische verklaring weggenomen, dan moet het opgelegde vaarverbod worden opgeheven. De kosten voor de afgifte van de nieuwe medische verklaring worden alleen dan gedragen door de houder van het patent indien het vermoeden gegrond blijkt te zijn. 2 De bevoegde autoriteit of de bevoegde rechtbank kan aan een schipper, die houder van een als gelijkwaardig erkend vaarbevoegdheidsbewijs is, een tijdelijk of definitief vaarverbod op de Rijn opleggen: a. bij bewezen lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid, of b. bij veelvuldig overtreden van belangrijke veiligheids- of gedragsvoorschriften, in het bijzonder bij het herhaald voeren van een schip met een alcoholconcentratie in het bloed, die het in het Rijnvaartpolitiereglement vastgelegde promillage overschrijdt. 3 In geval er geen urgentie is, wordt de beschikking na verhoor van de houder van het bedoelde vaarbevoegdheidsbewijs vastgesteld; de autoriteit die het vaarbevoegdheidsbewijs heeft afgegeven en de CCR worden van het verhoor en van de door de bevoegde autoriteit genomen beslissing in kennis gesteld. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 2.26 — Artikel 2.26 Invordering van een Rijnpatent#
Artikel 2.26 Invordering van een Rijnpatent 1 artikel 2.24 artikel 2.22, eerste lid, onderdeel a Indien er dringende redenen aanwezig zijn om het patent in te trekken () of om de geldigheid daarvan op te schorten () kan de bevoegde autoriteit besluiten dat het patent tijdelijk wordt ingevorderd. 2 Een Rijnpatent dat tijdelijk is ingevorderd wordt onverwijld en onder opgave van redenen bij de autoriteit die het heeft afgegeven of bij de ingevolge de nationale voorschriften bevoegde rechtbank, overgelegd. 3 artikel 2.22, eerste lid, onderdeel a De autoriteit die het patent heeft afgegeven moet onverwijld, nadat zij van het besluit van de tijdelijke invordering kennis heeft genomen, een beslissing nemen over het opschorten van de geldigheid van het patent of het intrekken daarvan. Indien een rechtbank bevoegd is, wordt besloten overeenkomstig de nationale voorschriften van de Rijnoeverstaten of België. Totdat een besluit als bedoeld in eerste en tweede zin is genomen, geldt het besluit van de tijdelijke invordering tevens als een besluit als bedoeld in. 4 Het tijdelijk invorderen van het patent moet worden opgeheven en het patent moet aan de houder worden teruggegeven, wanneer de oorzaak daarvan is komen te vervallen, of wanneer een opschorting niet wordt voorgeschreven dan wel het patent niet wordt ingetrokken. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 2.27 — Artikel 2.27 Invordering van een als gelijkwaardig erkend vaarbevoegdheidsbewijs#
Artikel 2.27 Invordering van een als gelijkwaardig erkend vaarbevoegdheidsbewijs 1 Bestaat een ernstig vermoeden, dat een vaarbevoegdheidsbewijs door de autoriteit die het heeft afgegeven wordt ingetrokken of opgeschort, of bestaat er een ernstige verdenking van een frauduleus verkregen document, dan kan de bevoegde autoriteit gelasten tot het tijdelijk in beslag nemen van het patent. 2 Een tijdelijk in beslag genomen bevoegdheidsbewijs moet onverwijld aan de autoriteit die dit heeft afgegeven worden overgelegd. 3 De autoriteit die het vaarbevoegdheidsbewijs heeft afgegeven voert de noodzakelijke controles uit en stelt de bevoegde autoriteit die het bevoegdheidsbewijs in beslag genomen heeft en de CCR onverwijld van de geldigheid van het document in kennis. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 3.01 — Artikel 3.01 Algemene bepalingen#
Artikel 3.01 Algemene bepalingen Degene die een radarpatent wil verkrijgen moet: a. ten minste 18 jaar oud, b. houder van een schipperspatent, en c. houder van een marifoonbedieningscertificaat zijn. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 3.02 — Artikel 3.02 Aanvraag en toelating tot het examen#
Artikel 3.02 Aanvraag en toelating tot het examen 1 De gegadigde voor een radarpatent moet een aanvraag voor toelating tot het examen en tot afgifte van een patent richten aan de bevoegde autoriteit, onder opgave van de volgende gegevens: a. voor- en achternaam; b. geboortedatum en geboorteplaats; c. adres. 2 Bij de aanvraag moeten worden overgelegd: a. een recente pasfoto; b. een kopie van de identiteitskaart of het paspoort; c. een kopie van het schipperspatent; d. een kopie van het marifoonbedieningscertificaat. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 3.03 — Artikel 3.03 Examencommissie#
Artikel 3.03 Examencommissie 1 De bevoegde autoriteit benoemt één of meer examencommissies voor het afnemen van de examens. Iedere examencommissie bestaat uit een voorzitter, die vertegenwoordiger is van de bevoegde autoriteit, en ten minste twee examinatoren die voldoende ter zake kundig zijn. 2 De examinator die toeziet op het verloop van het praktische deel van het examen moet houder van het radarpatent zijn. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 3.04 — Artikel 3.04 Examen#
Artikel 3.04 Examen 1 artikel 3.03 bijlage D2 De gegadigde moet tijdens het examen ten overstaan van een examencommissie als bedoeld inaantonen dat hij overeenkomstig het examenprogramma, bedoeld in(theoretisch en praktisch deel), beschikt over voldoende kennis ter zake van het voeren van een schip met behulp van radar. 2 Het praktische examen kan ook op een door de bevoegde autoriteit hiervoor toegelaten radarsimulator worden afgenomen. 3 Aan het in het eerste lid gestelde vereiste wordt voldaan wanneer de gegadigde een ander bewijs bezit dan voorgeschreven volgens dit reglement, voor zover dit bewijs door de bevoegde autoriteit van één der Rijnoeverstaten of België als gelijkwaardig is erkend. 4 De gegadigde die voor het theoretische of praktische onderdeel van het examen is gezakt, kan voor dit onderdeel binnen een door de bevoegde autoriteit vastgestelde termijn, die niet korter dan twee maanden mag zijn, bij dezelfde examencommissie een herexamen doen. Indien de gegadigde niet binnen een jaar voor het herexamen is geslaagd, moet hij opnieuw worden geëxamineerd voor het volledige examenprogramma. 5 De examencommissie deelt aan iedere gegadigde persoonlijk de uitslag van het examen mee. Op verzoek van de gegadigde moet de examencommissie mondeling inlichtingen geven over de door hem gemaakte fouten en kan zij hem tevens het inzien van de examendocumenten toestaan. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 3.05 — Artikel 3.05 Afgifte van het radarpatent#
Artikel 3.05 Afgifte van het radarpatent 1 bijlage A4 Indien de gegadigde voor het examen is geslaagd, geeft de bevoegde autoriteit aan hem het radarpatent af volgens het model van. 2 Het bezit van het radarpatent kan op de schipperspatentkaart met het woord «Radar» worden aangegeven. 3 artikel 1.04, tweede lid Op de radarpatenten, bedoeld in, wordt aangetekend: «Alleen geldig voor het voeren van een veerpont tussen ........ en ..........». 4 Is een radarpatent onbruikbaar geworden, verloren gegaan of anderszins in het ongerede geraakt, dan geeft de autoriteit die het heeft afgegeven op aanvraag een vervangend patent af, dat als zodanig is gewaarmerkt. De houder moet ten overstaan van de bevoegde autoriteit het verlies aannemelijk maken. Een onbruikbaar geworden of een teruggevonden patent moet bij de autoriteit die het heeft afgegeven worden ingeleverd of worden overgelegd om ongeldig te te worden verklaard. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 3.06 — Artikel 3.06 Intrekken van het radarpatent#
Artikel 3.06 Intrekken van het radarpatent Het radarpatent kan door de bevoegde autoriteit worden ingetrokken, wanneer de houder bij het voeren van een schip met behulp van radar een voor de scheepvaart gevaar veroorzakende onbekwaamheid aan de dag heeft gelegd. Het radarpatent kan tijdelijk dan wel permanent worden ingetrokken. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 3.07 — Artikel 3.07 Verbod voor de houder van een als gelijkwaardig erkend radargetuigschrift voor het voeren van een schip met radar#
Artikel 3.07 Verbod voor de houder van een als gelijkwaardig erkend radargetuigschrift voor het voeren van een schip met radar 1 De bevoegde autoriteit of de bevoegde rechter kan de schipper, die houder van een als gelijkwaardig erkend radargetuigschrift is, een tijdelijk of definitief verbod voor het voeren van een schip met radar op de Rijn opleggen, wanneer de houder bij het voeren van een schip een voor de scheepvaart gevaarzettende onbekwaamheid heeft begaan. 2 In geval er geen urgentie is, wordt de beschikking na verhoor van de houder van het bedoelde radargetuigschrift vastgesteld; de autoriteit die dat getuigschrift heeft afgegeven en de CCR worden van het verhoor en van de door de bevoegde autoriteit genomen beslissing in kennis gesteld. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 3.08 — Artikel 3.08 Kosten#
Artikel 3.08 Kosten Het examen, de afgifte, het vervangen en het omruilen van het radarpatent worden gedaan tegen een redelijke vergoeding van de kosten door de aanvrager. De hoogte van de kosten wordt door de bevoegde autoriteit vastgesteld. Deze kan de kosten geheel of ten dele vanaf het tijdstip van aanvraag vorderen. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 4.01 — Artikel 4.01 Geldigheid van bestaande patenten#
Artikel 4.01 Geldigheid van bestaande patenten 1 Patenten, afgegeven overeenkomstig de voorschriften die van toepassing zijn tot aan de inwerkingtreding van dit reglement dan wel waarvan de geldigheid volgens die voorschriften is verlengd, blijven geldig met inachtneming van die voorschriften tot de eerste vernieuwing van het bewijs van lichamelijke en geestelijke geschiktheid. 2 Artikel 2.19 artikel 2.19, eerste lid, onderdeel a bijlage A1 betreffende de controle van de lichamelijke en geestelijke geschiktheid is van toepassing op het in het eerste lid bedoelde Rijnschipperspatent, kleine patent en sportpatent, waarbij het anomaalquotiënt bij het kleuronderscheidingsvermogen 0,7 tot 3,0 mag bedragen. De houders van een patent die bij de inwerkingtreding van dit reglement reeds de leeftijd, bedoeld in, hebben bereikt moeten hun lichamelijke en geestelijke geschiktheid bij de eerstvolgende voorgeschreven onderzoeksdatum laten controleren. Bij de eerste verlenging van de gebleken lichamelijke en geestelijke geschiktheid wordt aan hun een patent volgens het model van deafgegeven. 3 artikelen 2.22 2.24 Deenzijn van toepassing op de patenten als bedoeld in het eerste lid. 4 Diploma's voor het voeren van een schip met radar en radarpatenten afgegeven volgens de voorschriften die van toepassing zijn tot aan de inwerkingtreding van dit reglement, blijven geldig met inachtneming van die voorschriften. Zij kunnen door radarpatenten conform dit reglement worden omgewisseld. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 4.02 — Artikel 4.02 Indeling van de verschillende patenten#
Artikel 4.02 Indeling van de verschillende patenten 1 artikel 4.01, eerste lid artikel 1.05, eerste lid Geldige patenten als bedoeld in, komen als volgt overeen met de patenten als bedoeld in: artikel 4.01, eerste lid De volgende geldige patenten als bedoeld in komen overeen met artikel 1.05, eerste lid de patenten als bedoeld in Rijnschipperspatent → Groot patent Klein patent → Klein patent Politiebotenpatent → Overheidspatent Douanebotenpatent → Overheidspatent Brandweerbotenpatent → Overheidspatent Sportpatent → Sportpatent 2 Een geldig patent kan volgens de tabel in het eerste lid worden omgewisseld voor het gelijkwaardige patent voor hetzelfde riviergedeelte. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008
Artikel 4.03 — Artikel 4.03 Berekenen van de vaartijd#
Artikel 4.03 Berekenen van de vaartijd De vaartijd en de reizen op bepaalde riviergedeelten, die vóór de inwerkingtreding van dit reglement zijn gemaakt, worden volgens de normen van de voorafgaande voorschriften berekend. 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 2008 86 27-03-2008 10-03-2008 01-04-2008