Besluit van 21 november 2019, houdende vaststelling van het tijdstip tot wanneer de verzekerde met verblijf zonder behandeling geen recht heeft op mobiliteitshulpmiddelen op grond van de Wlz
- BWB-id
- BWBR0042876
- Type
- KB
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2020-02-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0042876
- ELI
- /eli/nl/kb/2020/besluit-vaststelling-tijdstip-recht-verzekerde-met-verblijf-
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/kb/2020/besluit-vaststelling-tijdstip-recht-verzekerde-met-verblijf-/2020-02-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0042876&g=2020-02-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0042876&z=2026-06-06&g=2020-02-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0042876/2020-02-01
Absolute ELI: /eli/nl/kb/2020/besluit-vaststelling-tijdstip-recht-verzekerde-met-verblijf-
Artikel Enig — Enig artikel#
Enig artikel 1 Wet langdurige zorg artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet langdurige zorg De verzekerde die op grond van dezonder behandeling in een instelling verblijft heeft tot 1 januari 2020 geen recht op individueel gebruik van mobiliteitshulpmiddelen als bedoeld in. 2 Artikel 2.3.5, zesde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 geldt tot 1 januari 2020 niet voor de daar bedoelde cliënten die zonder behandeling in een instelling verblijven en een maatwerkvoorziening inhoudende een hulpmiddel ter verbetering van hun mobiliteit hebben aangevraagd. 2019 438 02-12-2019 21-11-2019 2019 438 02-12-2019 21-11-2019 01-02-2020