Selectielijst neerslag handelingen Minister van Defensie op het beleidsterrein militair personeel over de periode 1945-1993
- BWB-id
- BWBR0011668
- Type
- ministeriele-regeling-archiefselectielijst
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2000-12-15 t/m 2006-03-07
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0011668
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling-archiefselectielijst/2000/selectielijst-neerslag-handelingen-minister-van-defensie-op-
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling-archiefselectielijst/2000/selectielijst-neerslag-handelingen-minister-van-defensie-op-/2000-12-15
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0011668&g=2000-12-15
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0011668&z=2026-06-06&g=2000-12-15
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0011668/2000-12-15
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling-archiefselectielijst/2000/selectielijst-neerslag-handelingen-minister-van-defensie-op-
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 De bij dit besluit gevoegde `selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Minister van Defensie en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein militair personeel over de periode 1945-1993' en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld. 2000 242 13-12-2000 27-09-2000 R&B/OSTA/2000/1681 2000 242 13-12-2000 27-09-2000 R&B/OSTA/2000/1681 15-12-2000
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Van de `Lijst van voor vernietiging in aanmerking komende archiefbescheiden van het Ministerie van Defensie' (vastgesteld bij beschikking van de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk en de Minister van Defensie, nrs. OKN/O/MA 154.391 en EAO 250.880/2B d.d. 30 december 1969, laatstelijk gewijzigd bij beschikking van de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en de Minister van Defensie, nr. A94.223.WK/NF d.d. 25 februari 1994 (gepubliceerd in de Staatscourant nr. 60 d.d. 25 maart 1994)) worden de volgende categorieën ingetrokken: Hoofdstuk 1000, nrs. 1, 4, 7, 10, 24, 25; Hoofdstuk 1100, nrs. 12, 13, 54, 55, 62, 76, 77; Hoofdstuk 2000, nrs. 2, 3; Hoofdstuk 3213, nrs. 10, 13, 17, 18, 19; Hoofdstuk 3215, nrs. 1, 2, 8, 16, 27, 28, 34; Hoofdstuk 6100/7100/8100, nrs. 6, 7, 12, 13, 14, 30, 33, 38, 75, 120; Hoofdstuk 6100/7100/8100, appendix (overzicht van te bewaren archiefbescheiden), nrs. 13, 16, 17, 26; Hoofdstuk 6200/7200/8200, nrs. 8, 9, 13, 16, 17, 18, 24, 25, 27, 38, 39, 50, 55, 57, 58, 66, 67, 76, 84, 86, 90, 92, 94, 98, 104, 105; Hoofdstuk 6300/7300/8300, nrs. 1, 2, 4, 5, 6, 14, 15, 16, 17, 18, 21, 22, 23, 24, 25, 30, 37, 38, 46, 48, 49, 51, 55, 57, 67, 71; Hoofdstuk 6400/7400/8400, nrs. 2, 3, 37. Van de `Lijst van te vernietigen archiefbescheiden Krijgsmachtdelen Koninklijke Marine, Koninklijke Landmacht en Koninklijke Luchtmacht' (vastgesteld bij beschikking van de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en de Minister van Defensie, nrs. CD/RAI/1988/317/MZ en PA/D87/028/32098 d.d. 21 november 1988, laatstelijk gewijzigd bij beschikking van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de Minister van Defensie, nr. 98.27.RWS/JW d.d. 8 januari 1998 (gepubliceerd in de Staatscourant nr. 142 d.d. 30 juli 1998)) worden de volgende categorieën ingetrokken: Koninklijke Marine Hoofdstuk 1, paragraaf 3A, nrs. 26, 27, 28, 29, 30, 31, 37, 40, 41, 46, 47, 48, 49, 50, 56, 57; Hoofdstuk 1, paragraaf 3B, nrs. 19, 20, 21, 22, 29; Hoofdstuk 2, paragraaf 2, nrs. 4.1, 4.2, 4.3; Hoofdstuk 3, paragraaf 2, in zijn geheel. Koninklijke Landmacht Hoofdstuk 1, paragraaf 3I, nrs. 26, 27, 28, 29, 30, 31, 37, 40, 41, 46, 47, 48, 49, 50, 56, 57; Hoofdstuk 1, paragraaf 3II, nrs. 19, 20, 21, 22, 29; Hoofdstuk 2, paragraaf 2, nrs. (1), (2) en (3); Hoofdstuk 3, paragraaf 2, in zijn geheel. Koninklijke Luchtmacht Hoofdstuk 1, paragraaf 3, nrs. 26, 27, 28, 29, 30, 31, 37, 40, 41, 46, 47, 48, 49, 50, 56, 57. Hoofdstuk 2, paragraaf 2, nrs. (1), (2), (3); Hoofdstuk 3, paragraaf 2, in zijn geheel. 2000 242 13-12-2000 27-09-2000 R&B/OSTA/2000/1681 2000 242 13-12-2000 27-09-2000 R&B/OSTA/2000/1681 15-12-2000
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst. 2000 242 13-12-2000 27-09-2000 R&B/OSTA/2000/1681 2000 242 13-12-2000 27-09-2000 R&B/OSTA/2000/1681 15-12-2000
Artikel _1 — Inleiding#
Inleiding Het PIVOT-rapport `Geef acht. Een institutioneel onderzoek naar bedrijfsprocessen en handelingen op het beleidsterrein militair personeel: beroeps- en reservepersoneel in dienst van het ministerie van Defensie en voorgangers, 1945-1993' is in 1994 gereed gekomen. Het rapport is het resultaat van institutioneel onderzoek bij het ministerie van Defensie en behandelt de periode 1945-1993. Op basis van het rapport ontwikkelen de algemene rijksarchivaris, voor deze de projectleider PIVOT, en vertegenwoordigers van de minister van Defensie een selectie-instrumentarium. Dit basis selectie document (BSD) is daarvan het produkt. Het BSD geldt als de selectielijst zoals bedoeld in artikel 5 van het Archiefbesluit (KB 15 december 1995, Stb. 671), ter uitvoering van de Archiefwet 1995 (28 april 1995, Stb. 276). Het BSD maakt het mogelijk het handelen van de rijksoverheid op het beleidsterrein militair personeel te beoordelen en omvat de resultaten, met afwegingen, van het selectieproces.
Artikel _2 — Selectiedoelstelling#
Selectiedoelstelling De selectie richt zich op de (admini-stratieve) neerslag van het handelen door overheidsorganen, die vallen onder de werking van de artikelen 1, 23, 27 en 41 van de Archiefwet 1995 (28 april 1995, Stb. 276). De hoofddoelstelling van de selectie is een onderscheid te maken tussen te bewaren en te vernietigen gegevens, die de neerslag zijn van het handelen van bedoelde organen. De te bewaren gegevens moeten `een reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen ten opzichte van haar omgeving' mogelijk maken. Door het Convent van Rijksarchivarissen is deze doelstelling vertaald als het selecteren van handelingen van de overheid om bronnen voor de kennis van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig te stellen voor blijvende bewaring. De handelingen worden geselecteerd en gewaardeerd op hun bijdrage aan de realisering van die selectiedoelstelling. Aan de orde is derhalve de vraag: `welke gegevens, behorende bij welke handeling, berustend bij welke actor, dienen te worden bewaard ten einde het handelen van de overheid ten opzichte van haar omgeving, op hoofdlijnen ten opzichte van haar omgeving, in het beleidsterrein militair personeel te kunnen reconstrueren?' Een antwoord op deze vraag kan worden gegeven, indien is geformuleerd wat wordt verstaan onder het begrip `hoofdlijnen van het handelen'. Op deze vraag wordt hieronder ingegaan.
Artikel _3 — Doelstellingen en taken van de rijksoverheid met betrekking tot het taakgebied Defensie en het beleidsterrein militair personeel#
Doelstellingen en taken van de rijksoverheid met betrekking tot het taakgebied Defensie en het beleidsterrein militair personeel De grondslag voor de overheidstaken op het gebied van de Defensie is gelegen in de Grondwet, waarin is bepaald dat er een krijgsmacht is, die onder het `oppergezag' staat van de regering. De grondwet bepaalt verder dat alle Nederlanders, daartoe in staat, verplicht zijn mee te werken tot handhaving van de onafhankelijkheid van het rijk en tot verdediging van zijn grondgebied. Namens de regering is de minister van Defensie belast met het gezag over de krijgsmacht. In de Oorlogswet van 16 juli 1964 (Stb. 337) wordt in artikel 1 gesproken van `de militaire taak ter handhaving van de in- en uitwendige veiligheid'. 1 De doelstellingen zijn ontleend aan 'Doelstellingen structuur Nederlandse Defensie (Staatsuitgeverij 's-Gravenhage 1980). Het institutioneel onderzoek door PIVOT heeft uitgewezen dat deze doelstellingen sinds 1945 onveranderd zijn gebleven. Hoofddoelstelling van de Nederlandse krijgsmacht is het zorgen voor de militaire bijdrage ter bescherming van de belangen van het Koninkrijk. Deze hoofddoelstelling kan worden onderverdeeld in vier subdoelstellingen: Er bestaan voor elk krijgsmachtdeel afzonderlijke doelstellingen en taken, die op elkaar zijn afgestemd door het geformuleerde integrale Defensiebeleid. 2 In 1994 is deze bepaling in de Grondwet gewijzigd. Als middel om de taken uit te voeren en de doelstellingen te realiseren beschikt de minister van Defensie over een krijgsmacht, die is opgebouwd uit drie (krijgsmacht)delen, namelijk de Koninklijke marine, de Koninklijke landmacht en de Koninklijke luchtmacht. Hoe deze krijgsmacht eruit ziet, is in de Grond-wet ten dele bepaald. De Grondwet zegt dat de krijgsmacht bestaat uit vrijwillig dienenden en uit dienstplichtigen.Dat de krijgsmacht ook materiële middelen ter beschikking heeft om zijn taken uit te kunnen voeren, wordt niet in de Grondwet vermeld. Voor de uitoefening van zijn taken moet de minister kunnen beschikken over een goed middel, dat wil zeggen een goed geoutilleerde krijgsmacht. Enerzijds verricht de minister handelingen die direct gericht zijn op de uitvoering van de hierboven genoemde (operationele) taken en het behalen van de doelstellingen en anderzijds verricht de minister handelingen gericht op de instandhouding van de krijgsmacht, als middel om de uitvoering van die operationele taken mogelijk te maken. De taken en handelingen die worden verricht om een krijgsmacht op te bouwen en in stand te houden, kunnen worden ondergebracht in twee beleidsterreinen, namelijk de beleids-terreinen militair materieel en militair personeel. In dit BSD wordt uitgegaan van het beleidsterrein militair personeel. De doelstelling voor wat betreft dit beleidsterrein is er voor te zorgen dat de krijgsmacht onder alle omstandigheden kan beschikken over de personele middelen die nodig zijn voor de uitoefening van haar (operationele) taken. Deze doelstelling wordt gerealiseerd door drie deelprocessen, te weten: Kortom: hoeveel, op welke manier en waarom. De in het rapport onderscheiden paragrafen 'het bepalen van het personeelsbeleid' en 'het ontwerpen van wet- en regelgeving op het gebied van de rechtspostitie' omvat alle drie genoemde deelprocessen. Het beleid bij Defensie wordt bepaald door de operationele taken en doelstellingen. De doelstellingen en taken op de beleidsterreinen militair materieel en personeel zijn een afgeleide van de operationele doelstellingen. Materieel en personeel zijn middelen waarmee de krijgsmacht haar taken uitvoert. De operationele doelstellingen en taken van de krijgsmacht worden door de staven geformuleerd, waarbij deze ook de middelen aangeven waarmee de doelstellingen en taken kunnen worden gerealiseerd. Doelstellingen, taken en middelen van alle krijgsmachtdelen worden bepaald in het planningsproces, dat voor 1978 heeft geleid tot krijgsmachtdeelplannen (vlootplan, legerplan en luchtmachtplan) en na 1978 heeft geleid tot integrale Defensieplannen. Sluitstuk van de operationele behoefteplanning is de politieke besluitvorming. Eerst stelt de minister van Defensie de definitieve plannen vast in de Defensieraad, daarna sanctioneert de Staten-Generaal deze plannen. Nadat de operationele behoefte aan militair personeel is vastgesteld, moeten de plannen worden uitgevoerd. De staven van de krijgsmachtdelen formuleren de specifieke operationele eisen waaraan het te realiseren militair personeel moet voldoen, zowel in kwantitatief als in kwalitatief opzicht. Hoewel in het rapport `Geef acht' ook de operationele behoeftestelling is beschreven en het vaststellen van de procedures en (operationele) invulling van oorlogs- en vredessamenstellingen en oorlogsorganisatietabellen en het vaststellen van vakbekwaamheids- of functie-eisen als handelingen zijn opgenomen, kan gesteld worden dat deze elementen nog operationele aangelegenheden zijn. Zoals boven al is beschreven, begint het beleidsterrein militair personeel met het deelproces `voorzien in', dat wil zeggen het verwerven van personeel. De directies Personeel bereiden de besluitvorming over de keuze van het personeel voor in het verwervingsproces. De directies hebben hierbij een grote mate van beleidsvrijheid, mits wordt voldaan aan de gestelde randvoorwaarden zoals het beschikbare budget, de operationele stafeisen en de algemene uitgangspunten van het Defensie personeelsbeleid, dat zij zelf (mede)vormgeven en dat door de minister wordt vastgesteld. Uit het rapport `Geef acht' blijkt dat de minister van Defensie niet de enige actor is die werkzaamheden verricht op het beleidsterrein militair personeel. Onder meer worden tevens militaire autoriteiten, raden en commissies, alsook het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds, de minister van Justitie en de Kroon behandeld. De handelingen van de commissies die in het BSD met een B worden gewaardeerd, zijn handelingen die bepalend zijn voor de coördinatie van het handelen van verscheidene overheidsorganen en commissies waarin belangenafwegingen plaatsvinden. Op grond van het bovenstaande kan worden gesteld dat de hoofdlijnen worden bepaald door de operationele doelstellingen en taken, de vormgeving van het beleid ten aanzien van de middelen waarmee die doelstellingen en taken kunnen worden gerealiseerd (het materieelbeleid en personeelsbeleid) en de politieke besluitvorming over het te verwerven personeel. 1. zorgen voor het in Koninkrijksverband beschermen en verdedigen van het Nederlandse territoir en dat van de overzeese rijksdelen; 2. zorgen voor de in bondgenootschappelijk verband geformuleerde bijdrage ter voorkoming van oorlog en om agressie te keren; 3. zorgen voor de militaire bijdrage in internationaal verband, buiten het bondgenootschappelijk verdragsgebied, in het kader van het handhaven van de internationale vrede en veiligheid; 4. verlenen van maatschappelijke bijstand en steun in Koninkrijksverband. a. `het voorzien in' (personeelsplanning, personeelsvoorziening); b. `het instandhouden' (rechtspositie, functietoewijzing en bevordering, schorsing, militair straf- en tucht-recht, opleiding, personeelszorg, onderscheidingen, eretekenen en medailles); c. `het afstoten' (ontslag, pensioenen, wachtgelden en uitkeringen).
Artikel _4 — Algemene selectiecriteria#
Algemene selectiecriteria Tegen de achtergrond van de beschreven hoofdlijnen kan met behulp van algemene selectiecriteria een waardering worden toegekend aan de handelingen. Algemene selectiecriteria zijn van toepassing op alle handelingen van de actoren, ongeacht op welk beleidsterrein van de overheid deze handelingen worden verricht. De algemene criteria worden hieronder vermeld. In een bijlage worden per actor de handelingen opgesomd, onderverdeeld naar subbeleidsterrein. Na het selectievoorstel is aangegeven op welk criterium dit voorstel is gebaseerd. Tevens is vermeld in welke periode de betreffende handeling is verricht en welk volgnummer de handeling in het rapport `Geef acht' heeft. Naast algemene criteria kunnen in de basis selectiedocumenten specifieke criteria worden geformuleerd voor handelingen die op grond van de algemene criteria niet kunnen worden gewaardeerd. In dit basis selectiedocument is hiervan geen gebruik gemaakt.
Artikel _5 — Algemene selectiecriteria Handelingen die worden gewaardeerd met B(ewaren)#
Algemene selectiecriteria Handelingen die worden gewaardeerd met B(ewaren) Selectiecriterium 1. Handelingen die betrekking hebben op beleidsvoorbereiding, -bepaling en -evaluatie Toelichting 1.Beleidsbepaling komt tot stand via parlementaire behandeling. 2. Hieronder tevens begrepen handelingen gericht op politieke besluitvorming of waarbij een belangenafweging plaatsvindt. 3. Hieronder worden handelingen gericht op het sluiten van internationale verdragen en uitvoeringsregelingen. Neerslag Beleidsnota's aan de Tweede Kamer, archieven van besluitvormende organisatie-onderdelen bij Defensie, zoals de Defensieraad en de krijgsmachtdeelraden, neerslag van processen m.b.t. het sluiten van internationale verdragen en overeenkomsten Selectiecriterium 2. Handelingen gericht op externe verantwoording of verslaglegging Toelichting Verslaglegging naar andere actoren over het gevoerde beleid Neerslag Jaarverslagen, voorbereiding van antwoorden op kamervragen, neerslag van voorbereiding van rapportages aan Tweede Kamer, etc. Selectiecriterium 3. Adviezen gericht op de hoofdlijnen van het beleid. Toelichting Adviezen die gebruikt kunnen worden bij beleidsvoorbereiding, -bepaling of -evaluatie. Neerslag Adviezen en rapportages van commissies en overlegorganen. Selectiecriterium 4. Handelingen gericht op het stellen van regels direct gerelateerd aan de hoofdlijnen van het beleid. Toelichting Hieronder ook begrepen pseudo-wetgeving. Neerslag Ministeriële regelingen en interne voorschriften. Selectiecriterium 5. Handelingen gericht op de (her)inrichting van de beleidsorganisatie, belast met primaire bedrijfsprocessen Neerslag Reorganisatieprocessen, instelling en opheffing van beleidsorganen en directies Selectiecriterium 6. Uitvoerende handelingen die onmisbaar zijn voor de reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen Toelichting 1. Hieronder worden begrepen handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop de uitvoering plaatsvindt en die direct gerelateerd zijn aan de hoofdlijnen van het overheidshandelen. 2. Hieronder worden ook begrepen precedenten of produkten t.o.v. de omgeving die tot stand zijn gekomen in afwijking van gereglementeerde en voorgeschreven criteria of in bepaalde mate voorbeeldgevend zijn voor de uitvoering van de handeling. Selectiecriterium 7. Uitvoerende handelingen die het algemeen democratisch functioneren mogelijk maken. Toelichting Hieronder begrepen de handelingen van Hoge Colleges van Staat, het beantwoorden van kamervragen. Neerslag Kroonbeschikkingen en adviezen van de Raad van State, Algemene Rekenkamer e.d. Selectiecriterium 8. Uitvoerende handelingen die onttrokken zijn aan democratische controle en direct zijn gerelateerd aan hoofdlijnen van beleid Toelichting Hieronder worden onder meer begrepen handelingen waarop de WOB niet van toepassing is. Selectiecriterium 9. Uitvoerende handelingen die direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor Nederland bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten. Toelichting Hierbij moet worden gedacht aan handelingen verricht in het kader van de Tweede Wereldoorlog, de politionele acties, de watersnoodramp van 1953, de gijzelingsacties e.d. Neerslag Neerslag betreffende doelmatige samenwerking tussen op het gebied van sociale zorg voor militaire oorlogsslachtoffers samenwerkende instellingen. De handelingen in het BSD zijn naar actor gerangschikt, volgens het in het RIO toegekende nummer, en volgens de in het RIO gegeven tekst, met toevoeging van: - de waardering van die handeling (`B' of `V' van het archiefbestanddeel); - het selectiecriterium op basis waarvan neerslag moet worden overgebracht (`B' of de vernietigingstermijn van de archiefbescheiden die vallen onder de zorg van de Minister van Defensie.)
Artikel _6 — Vaststelling BSD#
Vaststelling BSD Op 6 december 1994 is het concept-BSD door de minister van Defensie ter vaststelling ingediend bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Daarop is het BSD ter advisering ingediend bij de Rijkscommissie voor de Archieven (RCA) van de Raad voor het Cultuurbeheer. Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waardering van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RCA is gezonden. Vanaf 7 december 1994 lag de selectielijst gedurende vier weken ter publieke inzage op ondermeer de bibliotheek van het Algemeen Rijksarchief. Tijdens de tervisielegging is van de zijde van het Nederlands Historisch Genootschap commentaar binnengekomen van een materiedeskundige. Naar aanleiding van opmerkingen tijdens de behandeling van het BSD in de RCA op 22 februari 1995 is op 14 juni 1995 een schriftelijke toelichting gegeven. Tevens werd daarin aangegeven dat het BSD op de volgende punten werd aangepast: handelingen nrs. 105 en 106 zijn gewijzigd van V in B (op basis van algemeen selectiecriterium 2). Op 21 december 1995 publiceerde de RCA haar advies (nr. 451) over het BSD. Naar aanleiding van de opmerkingen van de RCA is het BSD op de volgende punten aangepast: - handelingen nrs. 48 (oud 32), 96 (oud 47), 97 (oud 48), 99 (oud 50) en 149 (oud 74) zijn gewijzigd van V in B (op basis van algemeen selectiecriterium 4). - de bewaartermijnen zijn alsnog ingevuld bij de V-handelingen. - de handelingen van actoren die niet onder de zorgdrager de minister van Defensie vallen, zijn geschrapt.
Artikel _1 — (1)#
(1) handeling: voorbereiden en bepalen van het Defensie personeelsbeleid periode: 1945-1993 waardering: B (1)
Artikel _2 — (2)#
(2) handeling: informeren van de Staten-Generaal inzake het Defensie personeelsbeleid periode: 1945-1993 waardering: B (2, 7)
Artikel _3 — (3)#
(3) handeling: formuleren van randvoorwaarden en het vaststellen van aanwijzingen en richtlijnen voor de uitvoering van het personeelsbeleid in de krijgsmachtdelen periode: 1976-1992 waardering: B (4)
Artikel _4 — (4)#
(4) handeling: bepalen van het Defensie-standpunt ter voorbereiding van interdepartementaal, nationaal of internationaal overleg met betrekking tot het Defensie personeelsbeleid periode: 1945-1993 waardering: B (1)
Artikel _5 — (5)#
(5) handeling: instellen, wijzigen en opheffen van organisatie-eenheden op het beleidsterrein militair personeel periode: 1945-1993 waardering: B (5)
Artikel _6 — (6)#
(6) handeling: aanwijzen van een krijgsmachtdeeel als single service manager periode: 1951-1993 waardering: V, 5 jaar na beëindiging van de aanwijzing
Artikel _7 — (7)#
(7) handeling: toetsen van de uitvoering van het personeelsbeleid door de krijgsmachtdelen aan het Defensie personeelsbeleid periode: 1976-1992 waardering: B (1)
Artikel _8 — (8)#
(8) handeling: opstellen van jaarverslagen e.d. betreffende het beleidsterrein militair personeel periode: 1945-1993 waardering: B (2)
Artikel _9 — (9)#
(9) handeling: benoemen van vertegenwoordigers van de minister van Defensie in commissies, werkgroepen, stuurgroepen etc., waarbij een (politieke) belangenafweging plaatsvindt of gebaseerd op wet- en regelgeving periode: 1945-1993 waardering: B (1)
Artikel _10 — (10)#
(10) handeling: benoemen van vertegenwoordigers van de minister van Defensie in commissies, werkgroepen, stuurgroepen etc., waarbij geen (politieke) belangenafweging plaatsvindt en niet gebaseerd op wet- en regelgeving periode: 1945-1993 waardering: V, 2 jaar
Artikel _11 — (11)#
(11) handeling: voorbereiden en vaststellen van plannen waarin de personeelsbehoefte van de krijgsmacht is vastgelegd, sinds 1978 in het kader van het Nederlands Defensie Plannings Proces, zowel per krijgsmachtdeel als voor de gehele krijgsmacht periode: 1945-1993 waardering: B (1)
Artikel _12 — (12)#
(12) handeling: instellen van officierskorpsen, wapens en (sub)dienstvakken bij de krijgsmachtdelen periode: 1945-1993 waardering: B (1)
Artikel _13 — (13)#
(13) handeling: voorbereiden en vaststellen van voorschriften waarin de procedure ter opstelling, vaststelling en wijziging van oorlogs- en vredessamenstellingen en oorlogsorganisatietabellen (sinds 1966 OTAS-sen) per krijgsmachtdeel is vastgelegd periode: 1945-1993 waardering: B (4)
Artikel _14 — (14)#
(14) handeling: voorbereiden, vaststellen en wijzigen van oorlogs- en vredessamenstellingen en oorlogsorganisatietabellen (sinds 1966 OTAS-sen) voor de personeelsbezetting in oorlogs- en vredestijd per krijgsmachtdeel periode: 1945-1993 waardering: B (1)
Artikel _15 — (15)#
(15) handeling: voorbereiden en vaststellen van vakbekwaamheids- of functie-eisen, waaraan het militair personeel moet voldoen om in aanmerking te komen voor een bepaalde functie periode: 1945-1993 waardering: B (1)
Artikel _16 — (16)#
(16) handeling: voorbereiden en vaststellen van aanwijzingen en richtlijnen voor het personeelsvoorzieningsbeleid in de krijgsmachtdelen periode: 1976-1993 waardering: B (4)
Artikel _17 — (17)#
(17) handeling: voorbereiden en vaststellen van aanwijzingen, richtlijnen en voorschriften voor de uitvoering van het personeelsvoorzieningsbeleid bij de krijgsmachtdelen periode: 1976-1993 waardering: B (4)
Artikel _18 — (18)#
(18) handeling: voorbereiden en vaststellen van de (half)jaarlijkse wervings-/ aanstellingsbehoefte aan militair personeel van de krijgsmachtdelen periode: 1945-1993 waardering: B (1)
Artikel _19 — (19)#
(19) handeling: werven van militair personeel periode: 1945-1993 waardering: V, 5 jaar
Artikel _20 — (20)#
(20) handeling: voorbereiden en verrichten van geneeskundig - en veiligheidsonderzoek en psychologische en medische keuringen van (aanstaand) militair personeel periode: 1945-1993 waardering: Deze handeling wordt hier niet gewaardeerd omdat deze handeling in de eerstvolgende actualisatie in een andere vorm zal worden ingediend.
Artikel _21 — (21)#
(21) handeling: aanstellen van niet-officieren en aspirant-officieren periode: 1945-1993 waardering: V, 60 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel _22 — (22)#
(22) handeling: voordragen aan de Kroon voor benoeming van aspirant-officieren tot officier periode: 1945-1993 waardering: V, 1 jaar na benoeming betrokkenen
Artikel _23 — (24)#
(24) handeling: voorbereiden en vaststellen van wet- en regelgeving op het gebied van de rechtspositie van militair personeel periode: 1945-1993 waardering: B (1)
Artikel _24 — (28)#
(28) handeling: voorbereiden en vaststellen van aanwijzingen, richtlijnen en instructies voor het personeelsbeheer in de krijgsmachtdelen periode: 1976-1993 waardering: B (4)
Artikel _25 — (29)#
(29) handeling: voorbereiden en vaststellen van aanwijzingen, richtlijnen en instructies voor de uitvoering van het bevorderings- en functietoewijzingsbeleid bij de krijgsmachtdelen periode: 1976-1993 waardering: B (4)
Artikel _26 — (30)#
(30) handeling: opstellen van ranglijsten en kandidatenlijsten van officieren en onderofficieren periode: 1945-1993 waardering: V, 1 jaar na opstelling lijst en na uitgave in gedrukte vorm van de lijst
Artikel _27 — (31)#
(31) handeling: opstellen van beoordelingen van militair personeel periode: 1945-1993 waardering: V, 5 jaar
Artikel _28 — (34)#
(34) handeling: beschikken op bezwaarschriften van beroepsmilitairen van land- en luchtmacht inzake beoordelingen door militaire meerderen periode: 1945-1982 waardering: V, 5 jaar
Artikel _29 — (36)#
(36) handeling: beschikken op bezwaarschriften van militair personeel inzake beoordelingen door militaire meerderen, functietoewijzingen en andere besluiten, handelingen of weigeringen door lagere autoriteiten dan de minister periode: 1982-1993 waardering: V, 5 jaar
Artikel _30 — (40)#
(40) handeling: voordragen aan de Kroon voor bevordering van officieren periode: 1945-1993 waardering: V, 1 jaar na bevordering betrokkenen
Artikel _31 — (45)#
(45) handeling: bevorderen van schepelingen en militair personeel der land- en luchtmacht beneden de rang van tweede luitenant periode: 1945-1993 waardering: V, 60 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel _32 — (48)#
(48) handeling: voorbereiden en vaststellen van algemene loopbaanpatronen voor beroepsmilitairen aangesteld voor onbepaalde tijd periode: 1990-1993 waardering: B (4)
Artikel _33 — (49)#
(49) handeling: toewijzen van functies aan en ontheffen uit functie van militair personeel periode: 1990-1993 waardering: V, 60 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel _34 — (50)#
(50) handeling: voorbereiden en vaststellen van aanwijzingen, richtlijnen en instructies voor het ontslagbeleid bij de krijgsmachtdelen periode: 1976-1993 waardering: B (4)
Artikel _35 — (51)#
(51) handeling: schorsen van militair personeel periode: 1945-1993 waardering: V, 60 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel _36 — (52)#
(52) handeling: voordragen aan de Kroon voor ontslag van officieren periode: 1945-1993 waardering: V, 1 jaar na ontslag betrokkenen
Artikel _37 — (53)#
(53) handeling: ontslaan van schepelingen en militair personeel van land- en luchtmacht beneden de rang van tweede luitenant periode: 1945-1993 waardering: V, 60 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel _38 — (66)#
(66) handeling: tezamen met de minister van Justitie ontwerpen van wetsvoorstellen, voorstellen tot wijziging van wetten en AMVB's betreffende het militair strafrecht, het militair strafprocesrecht en het militair tuchtrecht periode: 1945-1993 waardering: B (1)
Artikel _39 — (68)#
(68) handeling: voorbereiden en vaststellen van besluiten en regelingen betreffende de uitvoering van de wetten en AMVB's op het gebied van het militair strafrecht, het militair strafprocesrecht en het militair tuchtrecht periode: 1945-1993 waardering: B (4)
Artikel _40 — (71)#
(71) handeling: tezamen met de minister van Justitie voorbereiden en vaststellen van besluiten en regelingen met betrekking tot het Depot voor Discipline, sinds 1974 het militair penitentiair centrum Nieuwersluis periode: 1945-1993 waardering: B (4)
Artikel _41 — (75)#
(75) handeling: adviseren van de minister van Justitie betreffende gratieverlening door de Kroon inzake straffen opgelegd door de (zee)krijgsraden en het Hoog Militair Gerechtshof, sinds 1991 de militaire kamers van de verschillende rechtbanken periode: 1945-1993 waardering: V, 5 jaar
Artikel _42 — (78)#
(78) handeling: tezamen met de minister van Justitie ter benoeming voordragen aan de Kroon van president, burgerrechter en militaire leden van het Hoog Militair Gerechtshof periode: 1945-1990 waardering: V, 1 jaar na benoeming betrokkenen
Artikel _43 — (79)#
(79) handeling: tezamen met de minister van Justitie ter benoeming voordragen aan de Kroon van de presidenten van de mobiele krijgsraden en sinds 1965 van de arrondissementskrijgsraden voor de berechting van militairen van land- en luchtmacht periode: 1949-1990 waardering: V, 1 jaar na benoeming betrokkenen
Artikel _44 — (80)#
(80) handeling: tezamen met de minister van Justitie ter benoeming voordragen aan de Kroon van de presidenten van de zeekrijgsraden periode: 1945-1990 waardering: V, 1 jaar na benoeming betrokkenen
Artikel _45 — (94)#
(94) handeling: rapporteren betreffende in de krijgsmachtdelen opgelegde tuchtstraffen aan de Tweede Kamer periode: 1974-1993 waardering: B (2, 7)
Artikel _46 — (95)#
(95) handeling: voorbereiden en vaststellen van aanwijzingen en richtlijnen voor het militair opleidingsbeleid in de krijgsmachtdelen periode: 1976-1993 waardering: B (4)
Artikel _47 — (96)#
(96) handeling: voorbereiden en vaststellen van voorschriften waarin toelatingseisen, onderwijsprogramma, leerstof en andere aspecten van opleidingen bij de krijgsmachtdelen worden vastgelegd periode: 1945-1981 waardering: B (4)
Artikel _48 — (97)#
(97) handeling: voorbereiden en vaststellen van richtlijnen voor het vervaardigen van leerplannen voor opleidingen van militair personeel periode: 1981-1993 waardering: B (4)
Artikel _49 — (98)#
(98) handeling: voorbereiden en vaststellen van voorschriften waarin algemene randvoorwaarden voor opleidingen bij de krijgsmachtdelen worden vastgelegd periode: 1981-1993 waardering: B (4)
Artikel _50 — (99)#
(99) handeling: voorbereiden en vaststellen van leerplannen periode: 1981-1993 waardering: B (4)
Artikel _51 — (100)#
(100) handeling: plaatsen van niet-officieren op en verwijderen van initiële en voortgezette opleidingen periode: 1945-1993 waardering: V, 5 jaar
Artikel _52 — (101)#
(101) handeling: plaatsen van officieren op en verwijderen van initiële en voortgezette opleidingen periode: 1945-1993 waardering: V, 5 jaar
Artikel _53 — (102)#
(102) handeling: toekennen van diploma's, getuigschriften en brevetten aan militair personeel dat met goed gevolg een initiële of vervolgopleiding heeft voltooid periode: 1945-1993 waardering: V, 60 jaar na geboortejaar van betrokkenen
Artikel _54 — (114)#
(114) handeling: voorbereiden en vaststellen van regelingen ter uitvoering van de Wet immunisatie militairen periode: 1953-1993 waardering: B (4)
Artikel _55 — (115)#
(115) handeling: voorbereiden en vaststellen van regelingen ter uitvoering van de Kernenergiewet periode: 1969-1993 waardering: B (4)
Artikel _56 — (121)#
(121) handeling: beschikken op verzoeken om vrijstelling immunisatie militairen op grond van de art. 5 en 6 van de Wet immunisatie militairen periode: 1953-1993 waardering: V, 80 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel _57 — (124)#
(124) handeling: afgeven van vergunningen,autorisaties voor het gebruik van radio-actieve stoffen en ioniserende stralen uitzendende toestellen op grond van de Kernenergiewet en het Vrijstellingsbesluit Landsverdediging kernenergiewet 1969 periode: 1969-1993 waardering: V, 10 jaar, of na afstoten van het object waarop de vergunning of autorisatie betrekking heeft
Artikel _58 — (125)#
(125) handeling: registreren van gebruik, vervoer en beheer van radio-actieve stoffen en ioniserende stralen uitzendende toestellen in krijgsmachtdelen op grond van de Kernenergiewet en het Vrijstellingsbesluit Landsverdediging kernenergiewet 1969 periode: 1969-1993 waardering: V, 10 jaar, of na afstoten van locatie waar waar gebruik plaats vond
Artikel _59 — (126)#
(126) handeling: toezien op het gebruik van kernenergie en van ioniserende stralen op grond van de Kernenergiewet en het Vrijstellingsbesluit landsverdediging kernenergiewet 1969 periode: 1969-1993 waardering: V, 10 jaar
Artikel _60 — (129)#
(129) handeling: voorbereiden en vaststellen van organisatie, instructies en regelingen voor de medische keuring, geneeskundige verzorging, hygiëne en ziektepreventie van militair personeel periode: 1945-1993 waardering: B (4)
Artikel _61 — (130)#
(130) handeling: voorbereiden en vaststellen van voorschriften en richtlijnen betreffende de bedrijfsgezondheidszorg bij de krijgsmachtdelen op basis van het Arbeidsomstandigheden-besluit Defensie 1985 periode: 1985-1993 waardering: B (4)
Artikel _62 — (134)#
(134) handeling: voorbereiden en vaststellen van aanwijzingen en voorschriften betreffende de uitvoering van de geestelijke verzorging in de krijgsmachtdelen periode: 1945-1993 waardering: B (4)
Artikel _63 — (135)#
(135) handeling: voordragen aan de Kroon ter benoeming van (hoofd)krijgsmachtrabbijnen periode: 1964-1993 waardering: V, 1 jaar na benoeming betrokkenen
Artikel _64 — (136)#
(136) handeling: voordragen aan de Kroon ter benoeming van hoofdraadsman en raadslieden voor de humanistische geestelijke verzorging periode: 1964-1993 waardering: V, 1 jaar na benoeming betrokkken
Artikel _65 — (137)#
(137) handeling: voordragen aan de Kroon ter benoeming van (hoofd)vloot-, leger- en luchtmachtaalmoezeniers en (hoofd)vloot-, leger- en luchtmachtpredikanten periode: 1945-1993 waardering: V, 1 jaar na benoeming betrokkenen
Artikel _66 — (139)#
(139) handeling: uitgeven van folders, brochures en periodieken in het kader van de geestelijke verzorging in de krijgsmachtdelen periode: 1945-1993 waardering: V, 3 jaar
Artikel _67 — (140)#
(140) handeling: voorbereiden en vaststellen van instructies voor de sociale diensten van de KM en van de KL en KLu periode: 1945-1972 waardering: B (4)
Artikel _68 — (141)#
(141) handeling: voorbereiden en vaststellen van instructies en regelingen voor de Militair Sociale Dienst, sinds 1980 de Maatschappelijke Dienst Defensie periode: 1973-1993 waardering: B (4)
Artikel _69 — (142)#
(142) handeling: voorbereiden en vaststellen van aanwijzingen en richtlijnen voor de personeelszorg in de krijgsmachtdelen periode: 1976-1993 waardering: B (4)
Artikel _70 — (143)#
(143) handeling: voorbereiden en vaststellen van organisatie, instructies en regelingen voor de vrijetijdsbesteding van militair personeel periode: 1945-1993 waardering: B (4)
Artikel _71 — (144)#
(144) handeling: verlenen van een tegemoetkoming in de kosten van vrijetijdsstudies en -cursussen van militair personeel, in dienst voor bepaalde tijd en sinds 1982 ook van militairen personeel in dienst voor onbepaalde tijd en van dienstplichtigen in werkelijke dienst periode: 1961-1993 waardering: V, 5 jaar
Artikel _72 — (145)#
(145) handeling: verlenen van een studietoelage aan militair personeel, aangesteld voor bepaalde tijd, voor het volgen van een studie of vakonderricht met het oog op het uitoefenen van een beroep in de burgermaatschappij periode: 1982-1993 waardering: V, 5 jaar
Artikel _73 — (148)#
(148) handeling: bepalen van het recreatieve filmaanschaffings- en distributiebeleid voor militair personeel van de krijgsmachtdelen periode: 1970-1993 waardering: V, 5 jaar
Artikel _74 — (149)#
(149) handeling: voorbereiden en vaststellen van aanwijzingen en richtlijnen betreffende de personeelsvoorlichting voor (militair) personeel der krijgsmachtdelen gezamenlijk en voor de krijgsmachtdelen afzonderlijk periode: 1945-1993 waardering: B (4)
Artikel _75 — (150)#
(150) handeling: uitgeven van personeelsperiodieken voor (militair) personeel der krijgsmachtdelen gezamenlijk en van de krijgsmachtdelen afzonderlijk periode: 1945-1993 waardering: V, 3 jaar
Artikel _76 — (151)#
(151) handeling: uitgeven van voorlichtingsfolders, -brochures en informatiekrantjes voor (militair) personeel der krijgsmachtdelen gezamenlijk en van de krijgsmachtdelen afzonderlijk periode: 1945-1993 waardering: V, 3 jaar
Artikel _77 — (152)#
(152) handeling: voorbereiden en vaststellen van besluiten waarbij militaire onderscheidingen, eretekenen en medailles worden ingesteld periode: 1945-1993 waardering: B (1)
Artikel _78 — (153)#
(153) handeling: voorbereiden en vaststellen van besluiten en regelingen betreffende het aanvragen van militaire onderscheidingen, eretekenen en medailles periode: 1945-1993 waardering: V, 2 jaar na het vervallen van betreffende besluiten en regelingen
Artikel _79 — (158)#
(158) handeling: voordragen aan de Kroon voor het verlenen van een Koninklijke onderscheiding en voor de benoeming van militairen in een ridderorde periode: 1945-1993 waardering: V, 60 jaar na geboortejaar betrokkenen N.B. Voordrachten met getuigenverklaringen van krijgskundige of bijzondere handelingen worden bewaard. (B 9)
Artikel _80 — (159)#
(159) handeling: toekennen van niet-Koninklijke onderscheidingen, eretekenen en medailles voor langdurige dienst en 'campaign medals' aan militairen periode: 1945-1993 waardering: Deze handeling wordt hier niet gewaardeerd, omdat deze handeling in gewijzigde vorm is opgenomen en gewaardeerd in het BSD Adelsbeleid, adelsrecht en decoratiestelsel
Artikel _81 — (161)#
(161) handeling: voorbereiden en vaststellen van wet- en regelgeving op het gebied van pensionering, wachtgeld en uitkeringen aan postactief militair personeel periode: 1945-1993 waardering: B (1)
Artikel _82 — (163)#
(163) handeling: voordragen aan de Kroon van officieren voor pensionering periode: 1945-1983 waardering: V, 1 jaar na pensionering betrokkenen
Artikel _83 — (164)#
(164) handeling: toekennen van militaire pensioenen en wachtgelden aan militair personeel beneden de rang van officier periode: 1945-1983 waardering: V, 80 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel _84 — (165)#
(165) handeling: toekennen van militaire pensioenen en wachtgelden aan alle militair personeel periode: 1983-1993 waardering: V, 80 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel _85 — (166)#
(166) handeling: toekennen van pensioenen en wachtgelden aan nabestaanden van overleden militairen en verwanten van vermiste militairen periode: 1945-1966 waardering: V, 80 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel _86 — (168)#
(168) handeling: toekennen van uitkeringen krachtens de Regeling uitkering vliegongeval 1961, de Uitkeringswet gewezen militairen 1966, de Uitkeringswet financiële compensatie langdurige militaire dienst 1992 en alle overige bijzondere uitkeringen aan niet meer in actieve dienst zijnde militair personeel periode: 1961-1993 waardering: V, 80 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel _87 — (172)#
(172) handeling: beschikken op bezwaarschriften van belanghebbenden inzake militaire pensioenen voor niet-officieren periode: 1945-1966 waardering: V, 80 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel 97 — (70)#
(70) handeling: voorbereiden en vaststellen van voorschriften, reglementen en aanwijzingen aan de commandanten betreffende de uitvoering van het militair straf- en tuchtrecht periode: 1991-1993 waardering: B (4)
Artikel _1 — (25)#
(25) handeling: voorbereiden en vaststellen van regelingen ter uitvoering van de wet- en regelgeving op militair personeelsgebied voor de onder hun bevel staande eenheden periode: 1945-1993 waardering: B (4)
Artikel _2 — (32)#
(32) handeling: beschikken op bezwaarschriften van beroepsmilitairen der zeemacht inzake beoordelingen en andere besluiten, handelingen of weigeringen door militaire autoriteiten periode: 1945-1982 waardering: V, 5 jaar
Artikel _1 — (69)#
(69) handeling: voorbereiden en vaststellen van voorschriften, reglementen en aanwijzingen aan de commandanten betreffende de uitvoering van het militair straf- en tuchtrecht periode: 1945-1990 waardering: B (4)
Artikel _2 — (83)#
(83) handeling: benoemen van presidenten en leden van de krijgsraden te velde voor de berechting van militair personeel van land- en luchtmacht periode: 1945-1990 waardering: V, 60 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel _3 — (84)#
(84) handeling: benoemen van de militaire leden, de officier-commissaris en de secretaris der zeekrijgsraden periode: 1945-1990 waardering: V, 60 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel _4 — (85)#
(85) handeling: benoemen van de militaire leden, de officier-commissaris en de secretaris van de arrondissementskrijgsraden en de mobiele krijgsraden voor de berechting van militair personeel van land- en luchtmacht periode: 1949-1990 waardering: V, 60 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel _5 — (86)#
(86) handeling: verwijzen van zaken waarbij militair personeel was betrokken naar de (zee)krijgsraden periode: 1945-1990 waardering: V, 5 jaar
Artikel _1 — (87)#
(87) handeling: rapporteren aan de vlootvoogden (regionale bevelhebbers) en aan de fiscaal van de zeekrijgsraden betreffende tuchtrechtelijke afdoening van strafbare feiten, begaan door militair personeel der zeemacht periode: 1945-1990 waardering: V, 5 jaar
Artikel _2 — (88)#
(88) handeling: rapporteren aan de commanderend generaals (bevelhebbers der land- en luchtstrijdkrachten) en aan de auditeurs-militair van de krijgsraden betreffende tuchtrechtelijke afdoening van strafbare feiten, begaan door militair personeel van land- en luchtmacht periode: 1945-1990 waardering: V, 5 jaar
Artikel _1 — (89)#
(89) handeling: opleggen van tuchtrechtelijke straffen periode: 1945-1993 waardering: V, 5 jaar
Artikel _2 — (90)#
(90) handeling: schorsen van tuchtrechtelijke straffen periode: 1945-1993 waardering: V, 5 jaar
Artikel _1 — (91)#
(91) handeling: wijzigen dan wel teniet doen van tuchtrechtelijke straffen periode: 1945-1990 waardering: V, 5 jaar
Artikel _2 — (93)#
(93) handeling: beschikken op bezwaarschriften van militair personeel krachtens de regeling Kennelijke onbillijke behandeling en sinds 1991 krachtens het Besluit klachtrecht militairen periode: 1945-1993 waardering: V, 5 jaar
Artikel 111 — (92)#
(92) handeling: wijzigen dan wel teniet doen van tuchtrechtelijke straffen periode: 1991-1993 waardering: V, 5 jaar
Artikel _1 — (105)#
(105) handeling: rapporteren aan de minister betreffende kwaliteit en resultaten van opleidingen en examens bij het korps mariniers periode: 1945-1993 waardering: B (2)
Artikel _2 — (106)#
(106) handeling: rapporteren aan de bevelhebber der zeestrijdkrachten betreffende kwaliteit en resultaten van opleidingen en examens bij het korps mariniers periode: 1976-1993 waardering: B (2)
Artikel _1 — (42)#
(42) handeling: adviseren van de minister inzake de voordracht tot bevordering en het carrièreverloop van officieren der zeemacht die in aanmerking komen voor bevordering tot een vlagofficiersrang periode: 1945-1989 waardering: V, 60 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel _2 — (44)#
(44) handeling: adviseren van de plaatsingsautoriteit (directeur Personeel KM) betreffende het carrièreverloop van officieren der zeemacht vanaf de rang van kapitein ter zee en van officieren vanaf de rang van luitenant ter zee 1e klasse met een in gunstige zin afwijkend loopbaanpatroon periode: 1990-1993 waardering: V, 60 jaar na geboortejaar betrokken
Artikel 116 — (43)#
(43) handeling: adviseren van de minister inzake de voordracht tot bevordering en het carrièreverloop van officieren der land- en luchtmacht die in aanmerking komen voor bevordering tot een hoofdofficiersrang periode: 1945-1989 waardering: V, 60 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel 117 — (47)#
(47) handeling: adviseren van de minister inzake de toewijzing aan officieren van functies waaraan de rang van brigade-generaal of hoger is verbonden periode: 1970-1993 waardering: V, 60 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel 118 — (54)#
(54) handeling: adviseren van de Kroon inzake het oneervol ontslag van officieren der zeemacht periode: 1945-1955 waardering: V, 60 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel 119 — (55)#
(55) handeling: adviseren van de Kroon inzake het oneervol ontslag van officieren van land- en luchtmacht periode: 1945-1955 waardering: V, 60 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel 120 — (56)#
(56) handeling: in voorkomend geval verzoeken aan de Kroon om herziening van het advies van een raad van onderzoek oneervol ontslag officieren zeemacht periode: 1945-1955 waardering: V, 60 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel 121 — (57)#
(57) handeling: in voorkomend geval verzoeken aan de Kroon om herziening van het advies van een raad van onderzoek oneervol ontslag officieren land- en luchtmacht periode: 1945-1955 waardering: V, 60 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel 122 — (59)#
(59) handeling: adviseren van de Kroon inzake het oneervol ontslag van officieren periode: 1955-1989 waardering: V, 60 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel 123 — (46)#
(46) handeling: adviseren van de minister inzake de bevordering en het carrièreverloop van officieren vanaf de rang van luitenant-kolonel bij de KL periode: 1970-1990 waardering: V, 60 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel 124 — (112)#
(112) handeling: adviseren van de minister inzake het geneeskundig beleid en de geneeskundige verzorging van militair personeel periode: 1967-1976 waardering: B (3)
Artikel 125 — (107)#
(107) handeling: adviseren van de minister inzake de zorg voor uit het voormalig Nederlands-Indië gedemobiliseerde militairen en hun gezinnen periode: 1948-1952 waardering: B (3)
Artikel 126 — (108)#
(108) handeling: adviseren van de minister betreffende de welzijnsverzorging, vorming en opleiding van militair personeel en betreffende de menselijke verhoudingen binnen de krijgsmacht periode: 1952-1980 waardering: B (3)
Artikel 127 — (109)#
(109) handeling: adviseren van de minister inzake de maatschappelijke aspecten van het beleid waar deze het welzijn van het (militair) personeel en de menselijke verhoudingen in de krijgsmacht wezenlijk raken periode: 1980-1993 waardering: B (3)
Artikel _1 — (169)#
(169) handeling: adviseren van de Kroon betreffende ingediende bezwaren van belanghebbenden inzake militaire pensioenen voor officieren periode: 1945-1966 waardering: V, 60 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel _2 — (171)#
(171) handeling: adviseren van de minister van Defensie betreffende ingediende bezwaren van belanghebbenden inzake militaire pensioenen voor niet-officieren periode: 1945-1966 waardering: V, 60 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel _1 — (103)#
(103) handeling: rapporteren aan de minister betreffende kwaliteit en resultaten van opleidingen en examens bij de zeemacht, met uitzondering van die bij het korps mariniers periode: 1945-1976 waardering: B (2)
Artikel _2 — (104)#
(104) handeling: rapporteren aan de bevelhebber der zeestrijdkrachten betreffende kwaliteit en resultaten van opleidingen en examens bij de zeemacht, met uitzondering van die bij het korps mariniers periode: 1976-1993 waardering: B (2)
Artikel _1 — (110)#
(110) handeling: adviseren van de minister inzake het geneeskundig beleid en de geneeskundige verzorging van militair personeel der marine periode: 1945-1967 waardering: B (3)
Artikel _2 — (127)#
(127) handeling: rapporteren aan de bevelhebber der zeestrijdkrachten betreffende de kwaliteit van de geneeskundige verzorging en hygiëne bij de KM-eenheden, betreffende de inhoudelijke aspecten van de militair-geneeskundige opleidingen en betreffende de kwaliteit van het militair-geneeskundig personeel van de marine periode: 1945-1993 waardering: B (2)
Artikel _3 — (131)#
(131) handeling: adviseren van de minister inzake ongeschiktheid op medische gronden voor de militaire dienst van militair personeel der zeemacht in verband met ontslag uit dienst en (invaliditeits)pensioen periode: 1952-1993 waardering: V, 80 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel _1 — (111)#
(111) handeling: adviseren van de minister inzake het geneeskundig beleid en de geneeskundige verzorging van militair personeel der land- en luchtmacht periode: 1945-1967 waardering: B (3)
Artikel _2 — (128)#
(128) handeling: rapporteren aan de bevelhebbers der land- en luchtstrijdkrachten betreffende de kwaliteit van de geneeskundige verzorging en hygiëne bij KL- en KLu-eenheden, betreffende de inhoudelijke aspecten van de militair-geneeskundige opleidingen en betreffende de kwaliteit van het militair-geneeskundig personeel van de land- en luchtmacht periode: 1945-1993 waardering: B (2)
Artikel _3 — (132)#
(132) handeling: adviseren van de minister inzake ongeschiktheid op medische gronden voor de militaire dienst van militair personeel der land- en luchtmacht in verband met ontslag uit dienst en (invaliditeits)pensioen periode: 1952-1993 waardering: V, 80 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel _4 — (133)#
(133) handeling: voorbereiden en uitgeven van folders, brochures en periodieken betreffende (de geschiedenis van) militaire geneeskunde periode: 1945-1993 waardering: V, 3 jaar
Artikel 139 — (113)#
(113) handeling: adviseren van de minister inzake het geneeskundig beleid en de geneeskundige verzorging van militair personeel periode: 1976-1993 waardering: B (3)
Artikel _1 — (116)#
(116) handeling: rapporteren aan de minister betreffende de kwaliteit van de geneeskundige verzorging door de militair-geneeskundige diensten der krijgsmachtdelen en de kwaliteit van het militair-geneeskundig personeel periode: 1989-1993 waardering: B (2)
Artikel _2 — (117)#
(117) handeling: rapporteren aan de klagers (militairen) en de aangeklaagden (artsen en andere medewerkers van de militair-geneeskundige diensten) naar aanleiding van het onderzoek inzake klachten van militair personeel betreffende het functioneren van (een medewerker of instelling van) de militaire gezondheidszorg periode: 1989-1993 waardering: V, 80 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel 142 — (26)#
(26) handeling: adviseren van de minister ten aanzien van alle zaken die de rechtspositie van het militair personeel der krijgsmachtdelen aangaan, inclusief reorganisaties periode: 1945-1974 waardering: B (3)
Artikel 143 — (27)#
(27) handeling: adviseren van de minister ten aanzien van alle zaken die de rechtspositie van het militair personeel der krijgsmachtdelen aangaan, inclusief reorganisaties periode: 1974-1993 waardering: B (3)
Artikel 144 — (33)#
(33) handeling: adviseren van de regionale bevelhebbers, i.c. de commandant der zeemacht in Nederland betreffende bezwaarschriften van beroepsmilitairen der zeemacht inzake beoordelingen door militaire meerderen periode: 1945-1982 waardering: V, 5 jaar
Artikel 145 — (35)#
(35) handeling: adviseren van de minister betreffende bezwaarschriften van beroepsmilitairen van land- en luchtmacht inzake beoordelingen door militaire meerderen periode: 1945-1982 waardering: V, 5 jaar
Artikel 146 — (37)#
(37) handeling: adviseren van de minister inzake bezwaarschriften van militair personeel der marine tegen beoordelingen door militaire meerderen en alle andere besluiten, handelingen of weigeringen door lagere autoriteiten dan de minister periode: 1982-1993 waardering: V, 5 jaar
Artikel 147 — (38)#
(38) handeling: adviseren van de minister inzake bezwaarschriften van militair personeel der landmacht tegen beoordelingen door militaire meerderen en alle andere besluiten, handelingen of weigeringen door lagere autoriteiten dan de minister periode: 1982-1993 waardering: V, 5 jaar
Artikel 148 — (39)#
(39) handeling: adviseren van de minister inzake bezwaarschriften van militair personeel der luchtmacht tegen beoordelingen door militaire meerderen en alle andere besluiten, handelingen of weigeringen door lagere autoriteiten dan de minister periode: 1982-1993 waardering: V, 5 jaar
Artikel 149 — (60)#
(60) handeling: adviseren van de Kroon inzake het eervol ontslag van officieren der drie krijgsmachtdelen wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid periode: 1955-1989 waardering: V, 60 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel 150 — (61)#
(61) handeling: adviseren van de Kroon inzake het eervol ontslag van officieren, sinds 1982 alle militair personeel, wegens hun politieke gezindheid periode: 1955-1993 waardering: V, 60 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel 151 — (63)#
(63) handeling: adviseren van de minister inzake het ontslag van niet-officieren der krijgsmachtdelen, sinds 1990 alle militair personeel wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid, verregaande nalatigheid, wangedrag, een rechterlijk vonnis of misleiding bij indiensttreding periode: 1982-1993 waardering: V, 60 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel 152 — (64)#
(64) handeling: adviseren van de ministers van Defensie en Justitie over de herziening van het militair strafrecht, het militair strafprocesrecht en het militair tuchtrecht periode: 1952-1971 waardering: B (3)
Artikel 153 — (65)#
(65) handeling: adviseren van de ministers van Defensie en Justitie over de herziening van het militair strafrecht, het militair strafprocesrecht en het militair tuchtrecht periode: 1971-1976 waardering: B (3)
Artikel 154 — (118)#
(118) handeling: adviseren van de minister inzake elk besluit tot verplichte vaccinatie van militair personeel tegen besmettelijke ziekten op grond van art. 4 van de Wet immunisatie militairen periode: 1953-1993 waardering: V, 80 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel 155 — (119)#
(119) handeling: adviseren van de minister inzake verzoekschriften van militair personeel om te worden vrijgesteld van immunisatie om medische redenen op grond van art. 6 van de Wet immunisatie militairen periode: 1953-1993 waardering: V, 80 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel 156 — (120)#
(120) handeling: adviseren van de minister inzake verzoekschriften van militair personeel om te worden vrijgesteld van immunisatie om principiële redenen op grond van art. 5 van de Wet immunisatie militairen periode: 1953-1993 waardering: V, 80 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel 157 — (122)#
(122) handeling: adviseren van de minister inzake het beheer, gebruik en vervoer van radioactieve stoffen en ioniserende stralen uitzendende toestellen door de krijgsmacht, gelet op de bescherming van hen die ermee werken en op de volksgezondheid in het algemeen periode: 1969-1993 waardering: V, 5 jaar
Artikel 158 — (123)#
(123) handeling: adviseren van de directeur Militair-Geneeskundig Beleid inzake het beheer, gebruik en vervoer van radioactieve stoffen en ioniserende stralen uitzendende toestellen door de krijgsmacht, gelet op de bescherming van hen die ermee werken en op de volksgezondheid in het algemeen periode: 1993 waardering: V, 10 jaar
Artikel 159 — (146)#
(146) handeling: adviseren van de minister betreffende de deelname van Nederlandse militairen aan internationale militaire sportwedstrijden, de organisatie van deze sportwedstrijden in Nederland, de organisatie van nationale militaire kampioenschappen, de participatie van nationale militaire sportequipes in militaire en civiele sportevenementen periode: 1946-1993 waardering: V, 3 jaar
Artikel 160 — (147)#
(147) handeling: bepalen van het recreatieve filmaanschaffings- en distributiebeleid voor militair personeel van de drie krijgsmachtdelen periode: 1960-1969 waardering: V, 3 jaar
Artikel 161 — (156)#
(156) handeling: adviseren van de minister inzake de toekenning van Koninklijke onderscheidingen aan militair personeel periode: 1945-1952 waardering: V, 80 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel 162 — (157)#
(157) handeling: adviseren van de minister inzake de toekenning van Koninklijke onderscheidingen aan militair personeel periode: 1952-1993 waardering: V, 80 jaar na geboortejaar betrokkenen
Artikel 163 — (162)#
(162) handeling: bevorderen van een doelmatige samenwerking tussen de op het terrein van de sociale zorg voor militaire oorlogsslachtoffers werkzame instellingen periode: 1950-1957 waardering: B (9)
Artikel 164 — (173)#
(173) handeling: evalueren van de uitvoering van de wet- en regelgeving op het gebied van pensionering, wachtgelden en andere uitkeringen aan postactief militair personeel periode: 1969-1993 waardering: B (1)
Artikel 165 — (174)#
(174) handeling: adviseren van de minister inzake de toekenning van (verhoogde) militaire pensioenen op grond van de Wet verbetering rechtspositie verzetsmilitairen periode: 1978-1993 waardering: V, 80 jaar na geboortejaar betrokkenen