Vaststelling selectielijsten van de handelingen van de Minister van Economische Zaken (beleidsterrein staatsdeelnemingen en financiering bedrijfsleven)
- BWB-id
- BWBR0011652
- Type
- ministeriele-regeling-archiefselectielijst
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2000-10-28
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0011652
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling-archiefselectielijst/2000/vaststelling-selectielijsten-van-de-handelingen-van-de-minis-bwbr0011652
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling-archiefselectielijst/2000/vaststelling-selectielijsten-van-de-handelingen-van-de-minis-bwbr0011652/2000-10-28
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0011652&g=2000-10-28
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0011652&z=2026-06-06&g=2000-10-28
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0011652/2000-10-28
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling-archiefselectielijst/2000/vaststelling-selectielijsten-van-de-handelingen-van-de-minis-bwbr0011652
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 De bij dit besluit gevoegde 'selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Minister van Economische Zaken en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein staatsdeelnemingen en financiering van het bedrijfsleven over de periode 1945-1995' en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld. 2000 208 26-10-2000 20-09-2000 R&B/OSTA/2000/1678 2000 208 26-10-2000 20-09-2000 R&B/OSTA/2000/1678 28-10-2000
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst. 2000 208 26-10-2000 20-09-2000 R&B/OSTA/2000/1678 2000 208 26-10-2000 20-09-2000 R&B/OSTA/2000/1678 28-10-2000
Artikel 1.1 — 1.1 Taken van de rijksoverheid betreffende het beleidsinstrument#
1.1 Taken van de rijksoverheid betreffende het beleidsinstrument Een nadere uitwerking van de taken is opgenomen in de inleiding van Staatsdeelneming en financiering van het bedrijfsleven. Een institutioneel onderzoek naar de handelingen en taken van de Rijksoverheid op het beleidsinstrument staatsdeelnemingen en financiering van het bedrijfsleven, 1940 - 1995 [samenstelling drs. G. Beks en drs. A.G. de Vries] (Den Haag 1996) PIVOT-rapport nr. 57. De taken van het ministerie van Financiën betreffende het beleidsinstrument financiering van bedrijven en staatsdeelnemingen zijn: 1. Het leveren van een bijdrage aan de doelstellingen van de Generale Thesaurie; 2. Het zorgdragen voor de voorbereiding, de bepaling en de (mede) uitvoering van het beleid m.b.t. de financiering van het bedrijfsleven, voorzover de minister van Financiën daarvoor verantwoordelijkheid draagt; 3. Het zorgdragen voor de voorbereiding, de bepaling en de (mede)uitvoering van het beleid t.a.v. de verhouding tussen de Staat en ondernemingen respectievelijk instellingen met een bedrijfsmatig karakter, waarin de Staat een belang heeft of krijgt; 4. Het leveren van een bijdrage aan het door de overheid te voeren energiebeleid en het (mede) uitvoeren daarvan; 5. Het leveren van een bijdrage aan het overheidsaanschaffingenbeleid. Daarnaast vervult de minister van Economische Zaken een belangrijke rol. Zijn taken zijn als volgt te omschrijven: 1. het ontwikkelen van beleid t.a.v. de financieringsproblematiek van het bedrijfsleven alsmede door het in samenwerking met anderen bijdragen aan het ontwerpen of wijzigen van nieuwe c.q. bestaande algemene financieringsvormen en/of daaraan verwante instrumenten; 2. het behandelen van aangelegenheden in het kader van financieringsinstrumenten voor ondernemingen welke verband houden met financieringsaanvragen en -voorstellen, en met krediet- en garantie-overeenkomsten en daaruit voortvloeiende rechten van de Staat; 3. het behandelen van aangelegenheden in het kader van de verhouding Economische Zaken en aan haar gelieerde rechtspersonen zoals het beheren van staatsdeelnemingen en het uitoefenen van aandeelhoudersrechten voorzover deze bij Economische Zaken in handen zijn; 4. het adviseren inzake de bij Economische Zaken ondergebrachte commissariaten; 5. het vervullen van bestuursfuncties bij staatsdeelnemingen en andere aan Economische Zaken gelieerde rechtspersonen; 6. het aangaan en beheren van krediet- en garantie-overeenkomsten betreffende de passieve financiering van tussen Economische Zaken en het bedrijfsleven opererende intermediaire instellingen; 7. het beheren van deelnemingen en de advisering terzake van commissariaten, welke bij Economische Zaken zijn ondergebracht.
Artikel 1.2 — 1.2 Uitgangspunten bij de selectie#
1.2 Uitgangspunten bij de selectie Het BSD is opgesteld tegen de achtergrond van de selectiedoelstelling van de RAD/PIVOT, zoals die door de Minister van WVC bij de behandeling van het ontwerp van de Archiefwet 1995 in de Tweede Kamer op 13 april 1994 is verwoord. De selectiedoelstelling luidt: het mogelijk maken van een reconstructie van de hoofdlijnen van het handelen van de overheid. Door het Convent van Rijksarchivarissen is de selectiedoelstelling vertaald in de richting van de (bewaar)doelstelling van de RAD als 'het selecteren van handelingen van de overheid om bronnen voor de kennis van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig te stellen voor blijvende bewaring'. De algemene selectiedoelstelling is geoperationaliseerd voor het terrein van het adelsbeleid, adelsrecht en het decoratiestelsel. Dat wil zeggen dat de geformuleerde handelingen van de betrokken overheidsactoren zijn gewaardeerd op de bijdrage die zij leveren aan de verwezenlijking van de selectiedoelstelling. De selectie gold derhalve de vraag ten aanzien van welke handelingen de administratieve neerslag noodzakelijk zou zijn om een reconstructie mogelijk te maken van de hoofdlijnen van het handelen op het beleidsterrein staatsdeelneming en financiering van het bedrijfsleven.
Artikel 1.3 — 1.3 Selectiecriteria#
1.3 Selectiecriteria Door PIVOT zijn selectiecriteria opgesteld welke het mogelijk maken de in het rapport institutioneel onderzoek verwoorde handelingen te wegen en zo de doelstelling van de selectie te realiseren. Deze criteria zijn zodanig geformuleerd zodat deze voor meerdere beleidsterreinen toepasbaar zijn. De door PIVOT ontwikkelde criteria zijn in het navolgende opgenomen. Naast algemene criteria kunnen, eveneens binnen het kader van de selectiedoelstelling, in een BSD speci-fieke criteria worden geformuleerd voor handelingen die met behulp van de algemene criteria niet kunnen wor-den gewaardeerd. Daar de noodzaak hiertoe niet aanwezig werd geacht, is in dit BSD de mogelijkheid om speci-fieke selectiecriteria te formuleren niet benut. Algemene selectiecriteria Handelingen die worden gewaardeerd met B (ewaren) Selectiecriterium Toelichting Neerslag 1. Handelingen die betrekking hebben op 1. Beleidsbepaling komt tot stand via Wetgevingsprocessen, beleidsformule- beleidsvoorbereiding, -bepaling en parlementaire behandeling. ringsprocessen, processen m.b.t. het -evaluatie 2. Hieronder tevens begrepen sluiten van internationale verdragen en handelingen gericht op politieke overeenkomsten of uitvoerings- besluitvorming of waarbij een regelingen. belangenafweging plaatsvindt. 3. Hieronder worden handelingen gericht op het sluiten van internationale verdragen en uitvoeringsregelingen. 2. Handelingen gericht op externe Verslaglegging naar andere Jaarverslagen, jaarlijkse (voorgeschreven) verantwoording en/of verslaglegging actoren over het gevoerde beleid. controlerapporten. 3. Adviezen gericht op de Adviezen die gebruikt kunnen worden Adviezen en rapportages van hoofdlijnen van het beleid bij beleidsvoorbereiding, - bepaling commissies en overlegorganen. of -evaluatie. 4. Handelingen gericht op het stellen Hieronder ook begrepen pseudowet- Ministeriële regelingen niet op 1 of van regels direct gerelateerd aan geving enkele objecten of subjecten gerichte de hoofdlijnen van het beleid KB's en AMVB's of uit wetgeving voort- komende nadere regelgeving. Hieronder wordt ook begrepen pseudowetgeving middels aanschrijvingen of resoluties. 5. Handelingen gericht op de (her)inrich- Reorganisatieprocessen, instelling en op- ting van de beleidsorganisatie, belast heffing van beleidsorganen en directies. met primaire bedrijfsprocessen 6. Uitvoerende handelingen die onmis- 1. Hieronder worden begrepen hande- Het 'beleidsarchief' van uitvoerende baar zijn voor de reconstructie van het lingen die bepalend zijn voor de wijze organisatie-eenheden. overheidshandelen op hoofdlijnen waarop de uitvoering plaatsvindt en Beschikkingen die van invloed zijn op de die direct gerelateerd zijn aan de hoofd- toekomstige uitvoering van die hande- lijnen van het overheidshandelen. ling. 2. Hieronder worden ook begrepen precedenten of producten t.o.v. de omgeving die tot stand zijn gekomen in afwijking van gereglementeerde en voor- geschreven criteria of in bepaalde mate voorbeeldgevend zijn voor de uitvoering van de handeling. 7. Uitvoerende handelingen die het Hieronder begrepen de handelingen Kroonbeschikkingen en adviezen van de algemeen democratisch functioneren van Hoge Colleges van Staat, het Raad van State, Algemene Rekenkamer mogelijk maken beantwoorden van kamer vragen e.d. 8. Uitvoerende handelingen die onttrok- Hieronder worden ondermeer begrepen ken zijn aan democratische controle en handelingen waarop de W.O.B. niet van direct zijn gerelateerd aan hoofdlijnen toepassing is. van beleid 9. Uitvoerende handelingen die direct Hierbij moet worden gedacht aan hande- zijn gerelateerd aan en/of direct voort- lingen verricht in het kader van de vloeien uit voor Nederland bijzondere Tweede Wereldoorlog, de politionele tijdsomstandigheden en incidenten acties, de watersnoodramp van 1953, de gijzelingsacties e.d.