Arbeidsvrederegeling BES
- BWB-id
- BWBR0028762
- Type
- ministeriele-regeling-BES
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0028762
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling-bes/2010/arbeidsvrederegeling-bes
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling-bes/2010/arbeidsvrederegeling-bes/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0028762&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0028762&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0028762/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling-bes/2010/arbeidsvrederegeling-bes
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: de minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 2010 14392 01-10-2010 10-09-2010 AV/AR/2010/17834 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De bemiddelaars en de bijzondere bemiddelaars leggen, alvorens hun ambt of taak te aanvaarden, in handen van de Rijksvertegenwoordiger of van een door hem aangewezen ambtenaar de eed of de belofte af, dat zij hun ambt of taak van bemiddelaar, getrouw, nauwgezet en eerlijk zullen vervullen. 2010 14392 01-10-2010 10-09-2010 AV/AR/2010/17834 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De bemiddelaar, die buiten staat is bemiddeling te verlenen, geeft daarvan zo spoedig mogelijk kennis aan de minister. 2010 14392 01-10-2010 10-09-2010 AV/AR/2010/17834 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De bemiddelaar vergadert met de bijzondere bemiddelaars zo dikwijls hij zulks in het belang van de dienst nodig acht en heeft dan de leiding bij deze besprekingen. 2010 14392 01-10-2010 10-09-2010 AV/AR/2010/17834 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Aan de bemiddelaar wordt een secretaris toegevoegd. 2013 20213 18-07-2013 10-07-2013 2013-0000091249 2013 20213 18-07-2013 10-07-2013 2013-0000091249 19-07-2013
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De bemiddelaar: a. houdt de minister regelmatig op de hoogte van zijn optreden in geschillen of dreigende geschillen; b. zendt jaarlijks vóór februari aan de minister een verslag van zijn werkzaamheden; c. dient de minister desgevraagd van advies inzake arbeidspolitieke aangelegenheden. 2010 14392 01-10-2010 10-09-2010 AV/AR/2010/17834 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 15 van de wet De schadeloosstelling, bedoeld in, bedraagt voor de bemiddelaar of de bijzondere bemiddelaar: USD 132 per uur. 2 Indien de bemiddelaar of bijzondere bemiddelaar voor zijn optreden genoodzaakt is te reizen naar een ander eiland dan het eiland waar hij woont, worden de reiskosten vergoed. Tevens wordt in verband met de aan de reis bestede uren per enkele reis een vergoeding toegekend over één uur. 3 artikel 8 van de Reisregeling Rijksambtenaren BES Tevens worden, indien noodzakelijk, de verblijfkosten die verband houden met de in het tweede lid bedoelde reizen vergoed overeenkomstig. 4 Indien uit de door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde consumentenprijsindexcijfers voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba blijkt, dat het gemiddelde prijsindexcijfer voor het derde kwartaal van het lopende jaar, vergeleken met het prijsindexcijfer voor het derde kwartaal van het voorafgaande jaar is gestegen of gedaald, stelt Onze Minister het bedrag vast, dat met ingang van 1 januari van het komende jaar in de plaats treedt van het in het eerste lid bedoelde bedrag. 2025 39413 19-11-2025 12-11-2025 2025-0000251465 2025 39413 19-11-2025 12-11-2025 2025-0000251465 01-01-2026
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De uitkering van de schadeloosstellingen geschiedt door de minister. 2 Om aanspraak te kunnen maken op de schadeloosstelling dient de bemiddelaar of de bijzondere bemiddelaar eens per kwartaal een gespecificeerde declaratie in. 2013 20213 18-07-2013 10-07-2013 2013-0000091249 2013 20213 18-07-2013 10-07-2013 2013-0000091249 19-07-2013
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 14A, eerste lid, van de wet Binnen achtenveertig uren, de op een zaterdag, zondag of wettelijk erkende feestdag vallende uren niet meegerekend, na ontvangst van een verzoek als bedoeld indoet de bemiddelaar de betrokken werkgever en de vakvereniging van werknemers, die het verzoek heeft gedaan, schriftelijk mededeling van de ontvangst van het verzoek, alsmede van de mogelijkheid voor vakverenigingen van werknemers om binnen veertien dagen na dagtekening van de mededeling de wens tot deelname aan een onder werknemers van het betrokken bedrijf te houden referendum aan de bemiddelaar kenbaar te maken. 2 De bemiddelaar doet de inhoud van de in het eerste lid bedoelde mededeling binnen tweeënzeventig uur bekend maken in alle plaatselijke dagbladen. Hij zendt binnen die termijn een schriftelijke kennisgeving van de inhoud van de mededeling aan de werknemers van het betrokken bedrijf. 3 De werkgever is verplicht de in het eerste lid bedoelde mededeling dan wel een afschrift daarvan onverwijld zodanig te doen ophangen op een voor de werknemer gemakkelijk toegankelijke plaats, zo mogelijk in het arbeidslokaal, dat zij duidelijk leesbaar is. 2010 14392 01-10-2010 10-09-2010 AV/AR/2010/17834 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 9, eerste lid Indien één of meer vakverenigingen van werknemers uiterlijk binnen de in, genoemde periode van veertien dagen hun wens tot deelname aan een referendum kenbaar maken, hoort de bemiddelaar zo spoedig mogelijk de werkgever en die vakvereniging of vakverenigingen van werknemers teneinde te bepalen welke categorie of categorieën van werknemers voor deelname aan het referendum in aanmerking komen. 2 De werkgever is op verzoek verplicht de bemiddelaar uiterlijk binnen achtenveertig uren in drievoud een lijst over te leggen die de namen, de voornamen, de datum, het jaar en de plaats van geboorte, alsmede de functie van de desbetreffende werknemers in zijn bedrijf bevat. 3 De bemiddelaar deelt de werkgever en de in het eerste lid bedoelde vakverenigingen van werknemers zo spoedig mogelijk schriftelijk de door hem bepaalde categorie of categorieën van werknemers mee die voor deelname aan het referendum in aanmerking komen. 4 Uiterlijk binnen zeven dagen na de in het derde lid bedoelde mededeling legt een vakvereniging van werknemers als bedoeld in het eerste lid, teneinde voor deelname aan het referendum in aanmerking te komen, aan de bemiddelaar een exemplaar van haar door de Rijksvertegenwoordiger goedgekeurde en in de Staatscourant openbaar gemaakte statuten over, alsmede stukken waaruit ten genoegen van de bemiddelaar blijkt dat de meerderheid van de desbetreffende categorie of categorieën van werknemers lid van die vakvereniging is. In de statuten dient de bevoegdheid tot het aangaan van collectieve arbeidsovereenkomsten met name te zijn vermeld. 2010 14392 01-10-2010 10-09-2010 AV/AR/2010/17834 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 10, vierde lid Indien één of meer rechtspersoonlijkheid bezittende vakverenigingen van werknemers naar zijn oordeel aan, hebben voldaan, deelt de bemiddelaar binnen achtenveertig uren, de op een zaterdag, zondag of wettelijk erkende feestdag vallende uren niet meegerekend, na afloop van de in artikel 10, vierde lid, genoemde periode aan de betrokken werkgever en die vakverenigingen van werknemers schriftelijk mede: a. de dag en de plaats van het referendum, alsmede de voor de stemming bepaalde tijd; b. de vakverenigingen van werknemers, die bevoegd zijn aan het referendum deel te nemen; c. de namen en voornamen, de datum, het jaar en de plaats van geboorte, de woonplaats alsmede de functie van de werknemers, die bevoegd zijn aan de stemming deel te nemen. 2 De bemiddelaar bepaalt de dag van het referendum zodanig dat tussen de dagtekening van de in het eerste lid bedoelde mededeling en de dag van het referendum ten minste veertien dagen en ten hoogste dertig dagen gelegen zijn. 3 De bemiddelaar doet de inhoud van de in het eerste lid bedoelde mededeling binnen tweeënzeventig uur bekend maken in alle plaatselijke dagbladen. 4 De werkgever is verplicht de in het eerste lid bedoelde mededeling dan wel een afschrift daarvan onverwijld zodanig te doen ophangen op een voor de werknemer gemakkelijk toegankelijke plaats, zo mogelijk in het arbeidslokaal, dat zij duidelijk leesbaar is. 2010 14392 01-10-2010 10-09-2010 AV/AR/2010/17834 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 11, eerste lid Gelijktijdig met de in, bedoelde mededeling zendt de bemiddelaar oproepingsbrieven aan de in artikel 11, eerste lid, onder c, bedoelde werknemers. 2010 14392 01-10-2010 10-09-2010 AV/AR/2010/17834 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 De bemiddelaar draagt er zorg voor dat vóór de aanvang van de stemming stembiljetten aanwezig zijn tot een aantal van ten minste 110 procent van het aantal van de werknemers, die bevoegd zijn aan de stemming deel te nemen. 2 De bemiddelaar laat op de dag van het referendum slechts tot de stemming toe de werknemer, die bevoegd is aan de stemming deel te nemen en in het bezit is van de oproepingsbrief en een identiteitsbewijs. 2010 14392 01-10-2010 10-09-2010 AV/AR/2010/17834 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 De bemiddelaar overhandigt aan de tot de stemming toegelaten werknemer een van zijn handtekening voorzien stembiljet. Hij doet aantekening houden van het aantal uitgereikte stembiljetten. 2 De werknemer begeeft zich na ontvangst van het stembiljet onverwijld naar een niet in gebruik zijnd stemhokje en stemt door het met potlood rood maken van één wit stipje, gesteld voor de naam van de vakvereniging van werknemers van zijn keuze. Daarna vouwt hij het stembiljet dicht op zodanige wijze dat de namen der vakverenigingen van werknemers niet zichtbaar zijn en begeeft zich daarmede onmiddellijk naar de stembus. 3 De bemiddelaar doet de werknemer het stembiljet in de stembus steken. Hij doet aantekening houden van het aantal in de bus gestoken stembiljetten. 4 Indien de werknemer zich bij de invulling van zijn stembiljet vergist, geeft hij dit aan de bemiddelaar terug. Deze verstrekt hem op zijn verzoek éénmaal een nieuw stembiljet. 5 De teruggegeven stembiljetten worden door de bemiddelaar onmiddellijk onbruikbaar gemaakt door het stempelen van het woord ‘onbruikbaar’ op de beide zijden van het stembiljet. 2010 14392 01-10-2010 10-09-2010 AV/AR/2010/17834 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikelen 13 14 De werknemer die na waarschuwing de bij deenvastgestelde voorschriften niet opvolgt, wordt niet tot de stembus toegelaten en is verplicht het stembiljet, zo hem dit reeds overhandigd is, terug te geven. 2 De tot de stembus toegelaten werknemer, die weigert het stembiljet in de bus te steken, is verplicht dit terug te geven. 3 artikel 14 Het vijfde lid vanis van toepassing. 4 Weigert een werknemer het stembiljet terug te geven, dan doet de bemiddelaar daarvan aantekening houden. 2010 14392 01-10-2010 10-09-2010 AV/AR/2010/17834 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De bemiddelaar is belast met de handhaving van de orde in het stemlokaal. 2 artikel 11, eerste lid onder a Vindt de bemiddelaar dat wanorde in het stemlokaal of zijn toegangen de behoorlijke voortgang der stemming onmogelijk maakt, dan wordt zulks door hem verklaard. De stemming wordt daarop aanstonds geschorst en tot de volgende dag voor dezelfde tijd als bedoeld in, verdaagd. 3 De sleuf van de stembus wordt ter plaatse onmiddellijk gesloten, waarna de stembus wordt verzegeld. 4 Aan de deur van het stemlokaal wordt een kennisgeving bevestigd dat de stemming is geschorst tot de volgende dag voor de in het tweede lid bedoelde tijd. 5 Vervolgens worden in afzonderlijke, te verzegelen pakken gesloten: a. de sleutels waarmede de stembus is afgesloten; b. de niet gebruikte stembiljetten; c. de teruggegeven en onbruikbaar gemaakte stembiljetten; d. de ingeleverde oproepingsbrieven. 6 Van de geschorste zitting wordt door de bemiddelaar proces-verbaal opgemaakt waarin van de in het vijfde lid bedoelde verrichtingen tevens melding wordt gemaakt. 7 De stemming wordt de volgende dag hervat en duurt gedurende de in het tweede lid bedoelde tijd. 2010 14392 01-10-2010 10-09-2010 AV/AR/2010/17834 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 13 Zodra de voor de stemming bepaalde tijd is verstreken, wordt dit door de bemiddelaar aangekondigd en worden alleen de op het ogenblik van deze aankondiging in of aan de deur van het stemlokaal aanwezige werknemers, die voldoen aan, nog tot de stemming toegelaten. Nadat de laatste van deze werknemers heeft gestemd, wordt de sleuf van de stembus gesloten. 2 Onmiddellijk nadat de stemming is geëindigd, stelt de bemiddelaar vast: a. het aantal werknemers, dat zich heeft gemeld; b. het aantal uitgereikte stembiljetten; c. het aantal in de stembus gestoken stembiljetten; d. het aantal werknemers, dat geweigerd heeft een stembiljet in ontvangst te nemen; e. het aantal teruggegeven en onbruikbaar gemaakte stembiljetten; f. het aantal niet gebruikte stembiljetten. 3 De aantallen, bedoeld in het tweede lid, worden door de bemiddelaar aan de aanwezige werknemers bekend gemaakt. 2010 14392 01-10-2010 10-09-2010 AV/AR/2010/17834 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Door de bemiddelaar worden vervolgens in afzonderlijke te verzegelen pakken gesloten: a. de lijst van de tot de stemming toegelaten werknemers; b. de niet gebruikte stembiljetten; c. de teruggegeven en onbruikbaar gemaakte stembiljetten; d. de ingeleverde oproepingsbrieven. 2010 14392 01-10-2010 10-09-2010 AV/AR/2010/17834 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 18 Onmiddellijk na de invoorgeschreven verzegeling wordt de stembus geopend en worden de stembiljetten dooreen gemengd, geteld en hun aantal vergeleken met het getal van de werknemers, die aan de stemming hebben deelgenomen. 2 De bemiddelaar opent de stembiljetten en voegt deze naargelang de verschillende vakverenigingen van werknemers waarop de stemmen werden uitgebracht, bijeen. 3 Vervolgens stelt de bemiddelaar ten aanzien van iedere vakvereniging van werknemers het aantal op haar uitgebrachte stemmen vast. 2010 14392 01-10-2010 10-09-2010 AV/AR/2010/17834 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Van onwaarde zijn andere stembiljetten dan die, welke volgens deze regeling mogen worden gebruikt. 2 Voorts zijn van onwaarde de stembiljetten: a. waarop in geen stemvak het witte stipje rood is gemaakt; b. waarop in meer dan één stemvak het witte stipje rood is gemaakt; c. waarop de werknemer zijn stem heeft uitgebracht anders dan met rood potlood; d. waarop bijvoegingen zijn geplaatst of die een aanduiding van de werknemer bevatten; e. die niet zijn voorzien van de voorgeschreven handtekening. 3 Onder bijvoegingen worden niet begrepen punten, strepen, vlakken, nagel-indrukken, vouwen, scheuren, gaten en vlekken. 4 Het ten dele rood maken van het witte stipje in het stemvak vóór de naam van een vakvereniging van werknemers wordt met het rood maken ervan gelijkgesteld, indien dit kennelijk met de bedoeling van de werknemer overeenstemt; het wordt geacht niet te zijn geschied, indien zulks kennelijk niet het geval is. 2010 14392 01-10-2010 10-09-2010 AV/AR/2010/17834 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 De bemiddelaar beslist over de waarde van het stembiljet en doet aantekening houden van elk geldig verklaard stembiljet. Hij maakt de reden van ongeldigverklaring en van twijfel over de geldigheid alsmede de beslissing daaromtrent onmiddellijk bekend. 2 Indien één van de in het lokaal aanwezige werknemers dit verlangt, moet het stembiljet worden vertoond. De werknemers kunnen bezwaren tegen de genomen beslissing inbrengen. 2010 14392 01-10-2010 10-09-2010 AV/AR/2010/17834 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Terstond nadat de stemmen zijn opgenomen, maakt de bemiddelaar zowel het aantal op iedere vakvereniging van werknemers uitgebrachte stemmen, als het gezamenlijke aantal uitgebrachte stemmen bekend. Door de in het lokaal aanwezige werknemers kunnen bezwaren worden ingebracht. 2 Vervolgens worden de van onwaarde verklaarde stembiljetten in een te verzegelen pak gesloten. Op dit pak wordt het aantal stembiljetten dat het pak inhoudt, vermeld. 3 Daarop worden de geldige stembiljetten, vakverenigingswijze gerangschikt, in een te verzegelen pak gesloten. Op dit pak wordt het aantal stembiljetten dat het pak inhoudt, vermeld. 2010 14392 01-10-2010 10-09-2010 AV/AR/2010/17834 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 De bemiddelaar deelt de werkgever en de betreffende vakverenigingen van werknemers de uitslag van het referendum zo spoedig mogelijk schriftelijk mede. Hij doet zulks eveneens gelijktijdig bekend maken in één of meer veelgelezen plaatselijke dagbladen. 2 De werkgever is verplicht de in het eerste lid bedoelde mededeling dan wel een afschrift daarvan onverwijld zodanig te doen ophangen op een voor de werknemer gemakkelijk toegankelijke plaats, zo mogelijk in het arbeidslokaal, dat zij duidelijk leesbaar is. 2010 14392 01-10-2010 10-09-2010 AV/AR/2010/17834 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 De bemiddelaar kan zich bij zijn in deze regeling vermelde werkzaamheden doen bijstaan door door hem aan te wijzen personen. 2010 14392 01-10-2010 10-09-2010 AV/AR/2010/17834 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 24a — Artikel 24a#
Artikel 24a artikel 3b van de wet Als bedrijven, bedoeld in het eerste lid van, worden aangewezen: a. de op Bonaire, Sint Eustatius en Saba gevestigde mijnbouw-, gas-, elektriciteit-, water-, energieproductie- en telecommunicatiebedrijven; b. hotelbedrijven met meer dan 20 kamers; c. medische en verpleeginstellingen met meer dan 10 bedden; d. brandstofleverende bedrijven zowel in de groot- als in de kleinhandel; e. levensmiddelenbedrijven alsmede importbedrijven van levensmiddelen met meer dan 20 werknemers. 2011 23052 20-12-2011 13-12-2011 AV/SDA/2011/22870 2011 23052 20-12-2011 13-12-2011 AV/SDA/2011/22870 01-01-2012
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Deze regeling wordt aangehaald als Arbeidsvrederegeling BES. 2010 14392 01-10-2010 10-09-2010 AV/AR/2010/17834 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.