Regeling van de Minister van Financiën en de Minister van Justitie houdende bepalingen ter uitvoering van bij en krachtens de Wet identificatie bij dienstverlening BES, de Wet melding ongebruikelijke transacties BES en enige andere wetten gestelde regels (Regeling integriteit financiële markten BES)
- BWB-id
- BWBR0028608
- Type
- ministeriele-regeling-BES
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- 2011-07-01 t/m 2012-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0028608
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling-bes/2010/regeling-integriteit-financi-le-markten-bes
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling-bes/2010/regeling-integriteit-financi-le-markten-bes/2011-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0028608&g=2011-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0028608&z=2026-06-06&g=2011-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0028608/2011-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling-bes/2010/regeling-integriteit-financi-le-markten-bes
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder: instelling: 1°. een administrateur; 2°. een assurantiebemiddelaar; 3°. een beleggingsinstelling; 4°. een geldtransactiekantoor; 5°. een kredietinstelling; 6°. een trustkantoor; 7°. een verzekeraar; openbaar lichaam: het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba; toezichtsautoriteit: a. Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES Wet toezicht trustwezen BES Wet toezicht verzekeringsbedrijf BES de Bank voor zover deze regeling strekt tot uitvoering van bepalingen van de, deof de; b. Wet assurantiebemiddelingsbedrijf BES Wet toezicht beleggingsinstellingen en administrateurs BES de Autoriteit Financiële Markten voor zover deze regeling strekt tot uitvoering van bepalingen van deof de; c. artikel 8a, eerste lid, van de Wet identificatie bij financiële dienstverlening BES een ingevolgeaangewezen persoon voor zover deze regeling strekt tot uitvoering van die wet. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder instelling: 1°. een administrateur; 2°. een assurantiebemiddelaar; 3°. een beleggingsinstelling; 4°. een geldtransactiekantoor; 5°. een kredietinstelling; 6°. een trustkantoor. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Het beleid van een instelling wordt bepaald of medebepaald door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat. Indien binnen de instelling een orgaan is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de instelling, wordt dit toezicht gehouden door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat. 2 De betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in het eerste lid staat voor de duur van drie jaren buiten twijfel wanneer dat door de toezichtautoriteit voor de toepassing van deze regeling is vastgesteld, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een nieuwe beoordeling. 3 De toezichtautoriteit kan tot en met 31 december 2011 de opneming van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in het Nederlandse staatsbestel aanmerken als een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden in de zin van het tweede lid. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3, eerste lid De toezichtautoriteit stelt vast of de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in, buiten twijfel staat op basis van diens voornemens, handelingen en antecedenten. 2 De toezichtautoriteit neemt bij de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, in ieder geval in aanmerking: a. Bijlage A de in de onderdelen 1 en 2 vangenoemde strafrechtelijke antecedenten; b. Bijlage A de in onderdeel 3 vangenoemde financiële antecedenten; c. Bijlage A de in onderdeel 4 vangenoemde toezichtantecedenten; d. Bijlage A de in onderdeel 5 vangenoemde fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten; en e. Bijlage A de in onderdeel 6 vangenoemde overige antecedenten. 3 Bijlage A In geval de betreffende instelling haar zetel in een openbaar lichaam heeft, neemt de toezichtautoriteit bij de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, voorts in aanmerking de in onderdeel 7 vangenoemde zakelijk financiële antecedenten. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 4, eerste lid De toezichtautoriteit verkrijgt inzicht in de in, bedoelde voornemens, handelingen en antecedenten op grond van: a. door betrokkene verstrekte gegevens en inlichtingen; b. door de procureur-generaal uit inlichtingen van de justitiële documentatiedienst verstrekte gegevens; c. gegevens en inlichtingen, verkregen van de rijksbelastingdienst; d. gegevens en inlichtingen, verkregen van Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties dan wel van Nederlandse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die belast zijn met het toezicht op financiële markten of op personen die op die markten werkzaam zijn; e. ambtsberichten van het Openbaar Ministerie; f. inlichtingen, verkregen van door betrokkene opgegeven referenties; g. gegevens uit openbare bronnen; h. artikel 3 inlichtingen, verkregen van curatoren of bewindvoerders met betrekking tot faillissementen, surseances, schuldsaneringen, bewindvoeringen of noodregelingen waarbij de inbedoelde persoon betrokken is geweest; of i. inlichtingen, verkregen van organisaties van huidige of voormalige beroepsgenoten van betrokkene. 2 Indien de gegevens of inlichtingen, verkregen overeenkomstig het eerste lid, de toezichtautoriteit aanleiding geven tot nader onderzoek, kan de toezichtautoriteit ook inlichtingen inwinnen en gegevens opvragen bij andere personen of instanties dan genoemd in dat lid. De toezichtautoriteit stelt de betrokkene in dat geval vooraf schriftelijk in kennis van: a. de reden van het nadere onderzoek; b. de personen of instanties bij wie nadere gegevens of inlichtingen zullen worden ingewonnen; en c. de aard van de nadere gegevens of inlichtingen. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 3 bijlage A De betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld instaat niet buiten twijfel indien deze veroordeeld is terzake van een misdrijf, genoemd in onderdeel 1 van, tenzij er sinds het onherroepelijk worden van de uitspraak acht jaren of meer zijn verstreken. 2 artikel 7 De toezichtautoriteit kan op grond van de omstandigheden of belangen, genoemd in, afwijken van het eerste lid. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 4 De toezichtautoriteit neemt bij de vaststelling, bedoeld in, in aanmerking: a. het onderlinge verband tussen de aan een antecedent ten grondslag liggende gedraging of gedragingen en de overige omstandigheden van het geval; b. Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES Wet toezicht trustwezen BES Wet toezicht verzekeringsbedrijf BES Wet assurantiebemiddelingsbedrijf BES Wet toezicht beleggingsinstellingen en administrateurs BES de belangen die de, de, de, deen debeogen te beschermen; en c. de overige belangen van de instelling of verzekeraar en de betrokkene. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 46, eerste lid, van de Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES artikel 81, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf BES artikelen 3, tweede lid, tot en met 7 Een verklaring van geen bezwaar als bedoeld inofwordt verleend tenzij de betrouwbaarheid van de aanvrager niet buiten twijfel staat. Dezijn van overeenkomstige toepassing. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Een bestuurder van een trustkantoor, zijnde een natuurlijke persoon, beschikt naar het oordeel van de toezichtautoriteit over voldoende relevante kennis en ervaring voor de bedrijfsvoering van het trustkantoor. 2 Een beleidsbepaler, zijnde een natuurlijke persoon, niet zijnde een bestuurder, van een trustkantoor beschikt naar het oordeel van de toezichtautoriteit over voldoende relevante kennis en ervaring voor het bepalen of mede bepalen van het beleid van het trustkantoor. 3 Indien een bestuurder van een trustkantoor of een beleidsbepaler, niet zijnde een bestuurder, van een trustkantoor een rechtspersoon is, beschikt iedere natuurlijke persoon die de rechtspersoon in deze vertegenwoordigt naar het oordeel van de toezichtautoriteit over voldoende relevante kennis en ervaring voor de bedrijfsvoering van het trustkantoor onderscheidenlijk voor het bepalen of mede bepalen van het beleid van het trustkantoor. 4 Indien aanwezig, beschikt de Raad van Commissarissen van een trustkantoor bestaande uit natuurlijke personen, als geheel naar het oordeel van de toezichtautoriteit over voldoende relevante kennis en ervaring voor het toezicht op de bedrijfsvoering van het trustkantoor. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Het dagelijks beleid van een trustkantoor wordt te allen tijde bepaald door minstens één bestuurder, zijnde een natuurlijke persoon die woonachtig is in de openbare lichamen, in Curaçao of in Sint Maarten. 2 artikel 9 artikelen 4 tot en met 7 De benoeming van een persoon als bedoeld invindt niet plaats dan na voorafgaand schriftelijk verzoek aan en schriftelijke goedkeuring door de toezichtautoriteit. De toezichtautoriteit kan de goedkeuring onthouden indien de betrouwbaarheid van de desbetreffende persoon niet buiten twijfel staat. Dezijn van overeenkomstige toepassing. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 bijlagen A B artikelen 12 13 van de Wet toezicht trustwezen BES Een trustkantoor beschikt voor haar activiteiten, met inbegrip van de beheersdiensten die onder haar verantwoordelijkheid worden verleend door personen geplaatst op deenbij haar vergunning, over voldoende expertise om te kunnen voldoen aan het bepaalde ingevolge deen. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 bijlage A Een beleidsbepaler of medebeleidsbepaler, zijnde een natuurlijke persoon, van een op debij de vergunning van een trustkantoor geplaatste persoon, beschikt naar het oordeel van de toezichtautoriteit over voldoende relevante kennis en ervaring om beheersdiensten onder de verantwoordelijkheid van het trustkantoor te verlenen. 2 bijlage A Indien een beleidsbepaler of medebeleidsbepaler van een op debij de vergunning van een trustkantoor geplaatste persoon een rechtspersoon is, beschikt iedere natuurlijke persoon die de rechtspersoon in deze vertegenwoordigt naar het oordeel van de toezichtautoriteit over voldoende relevante kennis en ervaring om beheersdiensten onder de verantwoordelijkheid van het trustkantoor te verlenen. 3 bijlage B Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een opbij de vergunning van een trustkantoor geplaatste natuurlijke persoon. 4 bijlage A Indien aanwezig, beschikt de Raad van Commissarissen van een op debij de vergunning van een trustkantoor geplaatste persoon bestaande uit natuurlijke personen, als geheel naar het oordeel van de toezichtautoriteit over voldoende relevante kennis en ervaring voor het toezicht op de bedrijfsvoering van die persoon. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 bijlage A Het dagelijkse beleid van een op debij de vergunning van een trustkantoor geplaatste persoon wordt te allen tijde bepaald door minstens één natuurlijke persoon die woonachtig is in de openbare lichamen, in Curaçao of in Sint Maarten. 2 bijlage A De benoeming van een in het eerste lid bedoelde natuurlijke persoon, en van iedere natuurlijke persoon die het beleid van een op debij de vergunning van een trustkantoor geplaatste persoon bepaalt of medebepaalt, en indien aanwezig de leden van de Raad van Commissarissen van die persoon, vindt niet plaats dan na een voorafgaand schriftelijk verzoek aan en een schriftelijke goedkeuring door de toezichtautoriteit. 3 De toezichtautoriteit kan indien noodzakelijk met het oog op de activiteiten van een trustkantoor en de deskundigheid van de beleidsbepalers en medebeleidsbepalers van een trustkantoor in afwijking van het eerste lid bepalen dat het dagelijkse beleid van het trustkantoor wordt bepaald door een groter aantal personen. Het trustkantoor geeft daaraan gevolg binnen de door de toezichtautoriteit gestelde termijn. 4 bijlage A Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op een op debij de vergunning van een trustkantoor geplaatste persoon. 5 bijlage A artikel 10 Indien dagelijkse beleid van een trustkantoor onderscheidenlijk een op debij de vergunning van een trustkantoor geplaatste persoon niet meer wordt bepaald door ten minste het ingevolge het eerste lid envoorgeschreven aantal personen, dan dient dit direct schriftelijk door het trustkantoor aan de Bank te worden gemeld. Daarbij wordt aangegeven de termijn waarbinnen het trustkantoor respectievelijk de desbetreffende persoon weer zal voldoen aan het door de Bank gestelde aantal. 6 bijlage A Bij het verblijf buiten de openbare lichamen, Curaçao en Sint Maarten van alle bestuurders van een trustkantoor met zetel in de openbare lichamen of de personen belast met het dagelijkse beleid van een op debij de vergunning van een trustkantoor geplaatste persoon met zetel in de openbare lichamen, dient een in de openbare lichamen, Curaçao of Sint Maarten gevestigde natuurlijke persoon vooraf aan dat verblijf in het trustkantoor te zijn aangesteld, als de persoon die zo nodig door de toezichthouder als aanspreekpersoon aangemerkt moet worden. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder: back-to-back lening: kredietinstrument waarbij de kredietnemer geld of financiële instrumenten ter beschikking krijgt, waartegenover de kredietverstrekker een zekerheid ontvangt, direct of indirect, uit eigen liquide middelen van de kredietnemer; incident: gedraging of gebeurtenis die een ernstig gevaar vormt voor de integere uitoefening van het bedrijf van de desbetreffende instelling; integriteitgevoelige functie: a. functies van leidinggevende functionarissen die ressorteren onder de door de toezichtautoriteit op betrouwbaarheid getoetste beleidsbepalers en medebeleidsbepalers in de eerste echelon van de onder toezicht staande financiële onderneming; b. functies waaraan een bevoegdheid is verbonden die een wezenlijk risico bevat voor de integere uitoefening van het bedrijf van de financiële onderneming; integriteitsrisico: gevaar voor aantasting van de reputatie of bestaande of toekomstige bedreiging van vermogen of resultaat van een instelling als gevolg van een ontoereikende naleving van hetgeen bij of krachtens enig wettelijk voorschrift is voorgeschreven. 2011 8178 10-05-2011 03-05-2011 FM/2011/8526M 2011 8178 10-05-2011 03-05-2011 FM/2011/8526M 01-07-2011
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Een instelling draagt zorg voor een integriteitsbewuste bedrijfscultuur, geïntegreerd in de bedrijfsvoering en gebaseerd op een systematische analyse van integriteitsrisico's. Zij legt haar intenties ter zake vast in een openbare verklaring. 2 Sanctiewet 1977 Wet identificatie bij dienstverlening BES Wet melding ongebruikelijke transacties BES Een instelling legt schriftelijk haar beleid vast met betrekking tot het bepaalde in het eerste lid, eerste volzin, en informeert haar cliënten over de doelstellingen van de in deze paragraaf gestelde regels, deen de met betrekking tot het financieel verkeer op grond van die wet gestelde regels, en de bij of krachtens deen degestelde regels. 3 Wet identificatie bij dienstverlening BES Een instelling wijst ten minste één functionaris op managementniveau aan die op onafhankelijke en effectieve wijze de naleving controleert van op grond van wettelijke voorschriften op die instelling rustende verplichtingen met betrekking tot de integere uitoefening van het bedrijf en van interne regels ter zake die de instelling zelf heeft opgesteld alsmede van de regels bedoeld in het tweede lid. De functionaris kan binnen korte tijd beschikken over transactiegegevens, alsmede over gegevens die de instelling heeft vastgelegd ingevolge de hoofdstukken 3, 4 en 5 of deen andere voor zijn taak relevante gegevens. Een instelling beschikt over procedures die erin voorzien dat gesignaleerde tekortkomingen of gebreken worden gerapporteerd aan de functionaris. Een instelling beoordeelt periodiek de interne controlesystemen op hun effectiviteit en actualiteitswaarde en stelt deze zo nodig bij. 4 Een instelling waarborgt dat kennis die wordt opgedaan bij de uitvoering van het derde lid en de resultaten van maatregelen genomen naar aanleiding van de controle bedoeld in dat lid binnen haar organisatie beschikbaar blijven. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Een instelling beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot de omgang met en vastlegging van incidenten. Die procedures en maatregelen voorzien in elk geval in een degelijke administratieve vastlegging van: 1°. de kenmerken van het incident; 2°. gegevens over degene(n) die het incident heeft (hebben) bewerkstelligd; 3°. de naar aanleiding van het incident genomen maatregelen. 2 De instelling neemt naar aanleiding van een incident maatregelen die zijn gericht op het beheersen van de opgetreden risico’s en het voorkomen van herhaling. 3 De instelling informeert de toezichtautoriteit onverwijld schriftelijk omtrent incidenten. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Een instelling houdt een overzicht bij van de integriteitsgevoelige functies in haar onderneming, en van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden behorende bij elk van die functies. 2 Een instelling maakt een onderbouwde beoordeling van de betrouwbaarheid van personen die zij wil benoemen in een integriteitsgevoelige functie. 3 Een instelling draagt zorg voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van personen die, anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst, werkzaamheden in een integriteitgevoelige functie verrichten. 4 Een instelling maakt voortdurend een onderbouwde beoordeling van de betrouwbaarheid van personen die benoemd zijn of werkzaamheden verrichten in een integriteitsgevoelige functie. 5 Een instelling beschikt over procedures en maatregelen die waarborgen dat zij voldoet aan het tweede tot en met het vierde lid. De werkzaamheden die zijn verricht ten behoeve van de naleving van die leden en de uitkomsten van die werkzaamheden worden door de instelling schriftelijk vastgelegd. 6 De toezichtautoriteit kan nadere regels stellen met betrekking tot de wijze waarop een instelling de betrouwbaarheid beoordeelt van personen als bedoeld in het tweede tot en met het vierde lid en de vastlegging van gegevens ingevolge het vijfde lid. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 17, tweede tot en met vierde lid Omtrent een persoon van wie zij de betrouwbaarheid heeft beoordeeld ingevolge, verstrekt een instelling desgevraagd schriftelijk inlichtingen aan een andere instelling ten behoeve van de beoordeling door die andere instelling van die persoon ingevolge artikel 17, tweede tot en met vierde lid, zodanig dat over de betrouwbaarheid een juist en zo volledig mogelijk beeld bestaat. 2 Een instelling onthoudt zich van handelingen waarvan zij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze een onjuist beeld kunnen doen ontstaan van een persoon als bedoeld in het eerste lid. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Een instelling beschikt met het oog op een integere uitoefening van het bedrijf over procedures en maatregelen met betrekking tot de acceptatie van cliënten. 2 De toezichtautoriteit kan met het oog op een integere uitoefening van het bedrijf regels stellen met betrekking tot het door kredietinstellingen te voeren beleid met betrekking tot afgeschermde rekeningen en rekeningen waarop waarden worden aangehouden ten behoeve van derden. 3 De toezichtautoriteit kan voorts regels stellen met het oog op het voorkomen van misbruik van technische toepassingen voor witwassen of financiering van terrorisme. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Een kredietinstelling beschikt over procedures met betrekking tot de verstrekking van back-to-back leningen. 2 Indien de kredietinstelling voornemens is een back-to-back lening te verstrekken, onderzoekt zij of het krediet voor legitieme doeleinden gebruikt zal worden. 3 Indien er een back-to-back lening wordt verstrekt, legt de kredietinstelling de overeenkomst met vermelding van de gestelde essentiële zekerheden, deugdelijk vast. 4 Dit artikel is niet van toepassing op een kredietinstelling met zetel buiten de openbare lichamen. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Een instelling beschikt over procedures en maatregelen die waarborgen dat zij, in geval van verzoek van de toezichtautoriteit, onderzoekt of in haar administratie bepaalde personen of instellingen voorkomen die in verband met vermoede terroristische activiteiten of daarmee verband houdende activiteiten, de integriteit van de financiële sector kunnen schaden. 2 De in het eerste lid bedoelde procedures en maatregelen waarborgen voorts dat de instelling de uitkomst van het in het eerste lid bedoelde onderzoek verstrekt aan de toezichtautoriteit binnen een door de toezichtautoriteit te stellen termijn. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Een instelling waarborgt dat zij procedures en maatregelen heeft getroffen ter naleving van: a. Sanctiewet 1977 deen de met betrekking tot het financieel verkeer op grond van die wet gestelde regels; b. Wet identificatie bij dienstverlening BES Wet melding ongebruikelijke transacties BES de bij of krachtens deen degestelde regels. 2 De maatregelen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, zien ten minste op een adequate controle van de administratie van de instelling op het overeenkomen van de identiteit van een relatie met een (rechts)persoon of entiteit, als bedoeld in de Sanctieregelgeving, met het oog op het bevriezen van de financiële middelen van die relatie of het voorkomen van het ter beschikking stellen van financiële middelen of diensten aan die relatie. 3 Voor de toepassing van het tweede lid wordt verstaan onder relatie: een ieder die betrokken is bij een financiële dienst of een financiële transactie. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 6 van de Wet toezicht trustwezen BES bijlage A Een trustkantoor draagt zorg voor een deugdelijke administratie, en waarborgt dat zij maatregelen heeft getroffen om de rechten, met betrekking tot gelden of geldswaarden, van ondernemingen waaraan door het trustkantoor beheersdiensten zullen worden verleend en van derden te beschermen. De maatregelen strekken in elk geval tot een volledige scheiding tussen de vermogensbestanddelen van elk van die ondernemingen, iedere derde en van het trustkantoor en de rechtspersonen die ingevolgeopvan haar vergunning zijn geplaatst. 2 Een trustkantoor houdt op haar kantoor op een overzichtelijke wijze ten minste voor de Bank beschikbaar: a. de schriftelijke overeenkomsten tussen het trustkantoor en haar cliënten en andere overeenkomsten die het trustkantoor heeft gesloten terzake van de door het trustkantoor geleverde diensten; b. bijlage B de inbedoelde bescheiden en gegevens. 3 artikelen 15 tot en met 22 Een trustkantoor informeert de Bank over voorgenomen wezenlijke wijzigingen in aspecten van haar bedrijfsvoering met betrekking tot welke in het eerste of tweede lid of in deeisen zijn gesteld, alsmede over wijzigingen in de antecedenten van de personen die het beleid van het trustkantoor bepalen of medebepalen. 2011 8178 10-05-2011 03-05-2011 FM/2011/8526M 2011 8178 10-05-2011 03-05-2011 FM/2011/8526M 01-07-2011
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder: betaler: een rekeninghouder, zijnde een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die een geldelijke overmaking vanaf de door hem gehouden rekening toestaat, of bij ontbreken van een rekening, een natuurlijke of rechtspersoon die de opdracht tot het overmaken van geld geeft; betalingsdienstaanbieder: kredietinstelling of geldtransactiekantoor; begunstigde: natuurlijke persoon of rechtspersoon die de beoogde uiteindelijke ontvanger van de overgemaakte gelden is; blokovermaking: meerdere afzonderlijke geldelijke overmakingen die zijn gebundeld met het oog op de transmissie ervan; geldelijke overmaking: transactie die door een betalingsdienstaanbieder langs elektronische weg wordt uitgevoerd voor rekening van een betaler met de bedoeling bij een betalingsdienstaanbieder gelden beschikbaar te stellen voor een begunstigde, ongeacht of de betaler en de begunstigde een en dezelfde persoon zijn; intermediaire betalingsdienstaanbieder: betalingsdienstaanbieder die noch handelt in opdracht van de betaler, noch van de begunstigde, en die betrokken is bij de uitvoering van geldelijke overmakingen; unieke identificatiecode: een combinatie van letters, cijfers of symbolen, door de betalingsdienstaanbieder bepaald, overeenkomstig de protocollen van het betalings- en afwikkelingssysteem of het berichtensysteem dat voor de geldelijke overmaking is gebruikt. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 De bepalingen van deze paragraaf zijn niet van toepassing op geldelijke overmakingen die met behulp van een krediet- of debetkaart worden verricht, mits: a. de begunstigde een overeenkomst met de betalingsdienstaanbieder heeft op grond waarvan de betaling voor de levering van goederen en de verrichting van diensten mogelijk is; en b. bij de geldelijke overmaking een unieke identificatiecode is gevoegd die het mogelijk maakt deze geldelijke overmaking terug te traceren naar de betaler. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 De bepalingen van deze paragraaf zijn niet van toepassing op geldelijke overmakingen die via een mobiele telefoon of een ander digitaal of Informatie Technologie (IT)-toestel werden verricht, indien dergelijke geldelijke overmakingen vooraf zijn betaald en het bedrag van USD 150 niet overschrijden. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 De bepalingen van deze paragraaf zijn niet van toepassing op: a. geldelijke overmakingen waarbij de betaler geld van zijn eigen rekening afhaalt; b. geldelijke overmakingen waarbij er sprake is van een incassomachtiging tussen twee partijen op grond waarvan betalingen tussen deze partijen via rekeningen kunnen worden verricht, mits bij de geldelijke overmaking een unieke identificatiecode is gevoegd die het mogelijk maakt de transactie naar de natuurlijke of de rechtspersoon te traceren; c. geldelijke overmakingen waarbij ingehouden cheques worden gebruikt; d. geldelijke overmakingen aan de overheid voor belastingen, boetes of andere heffingen binnen de openbare lichamen; e. geldelijke overmakingen waarbij zowel de betaler als de begunstigde betalingsdienstaanbieders zijn die voor eigen rekening handelen. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 De volledige informatie over de betaler bestaat uit zijn volledige naam of namen, adres en rekeningnummer. 2 Het adres mag worden vervangen door de geboorteplaats en -datum van de betaler of zijn cliëntidentificatienummer. 3 Bij gebreke van het rekeningnummer van de betaler vervangt de betalingsdienstaanbieder van de betaler dit door een unieke identificatiecode aan de hand waarvan de geldelijke overmaking terug kan worden getraceerd naar de betaler. 2011 8178 10-05-2011 03-05-2011 FM/2011/8526M 2011 8178 10-05-2011 03-05-2011 FM/2011/8526M 01-07-2011
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 Betalingsdienstaanbieders zorgen ervoor dat de volledige informatie over de betaler bij de geldovermakingen wordt gevoegd. 2 De betalingsdienstaanbieder van de betaler bewaart gedurende vijf jaar de volledige informatie over de betaler welke bij geldovermakingen wordt gevoegd. 3 In afwijking van het eerste lid wordt bij geldelijke overmakingen waarbij zowel de betalingsdienstaanbieder van de betaler als de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde in een openbaar lichaam is gevestigd, alleen het rekeningnummer van de betaler gevoegd of een unieke identificatiecode aan de hand waarvan de geldelijke overmaking terug kan worden getraceerd naar de betaler. 4 In geval het derde lid toepasselijk is, stelt de betalingsdienstaanbieder van de betaler evenwel op verzoek van de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde uiterlijk drie werkdagen na ontvangst van dit verzoek de volledige informatie over de betaler ter beschikking van de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Wanneer de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde buiten de openbare lichamen is gevestigd, wordt bij geldovermakingen de volledige informatie over de betaler gevoegd. 2 Wanneer de betalingsdienstaanbieders van de begunstigden buiten de openbare lichamen zijn gevestigd, is bij blokovermakingen die afkomstig zijn van één betaler het eerste lid niet van toepassing op de gebundelde afzonderlijke geldovermakingen, mits het batchbestand de in dat lid bedoelde informatie bevat en bij de afzonderlijke geldovermakingen het rekeningnummer van de betaler of een unieke identificatiecode is gevoegd. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Een betalingsdienstaanbieder beschikt over procedures en maatregelen die ertoe strekken dat hij, indien een andere betalingsdienstaanbieder regelmatig nalaat de vereiste informatie over de betaler te verstrekken, overweegt te besluiten alle toekomstige geldovermakingen van deze betalingsdienstaanbieder te weigeren of zijn relatie met die betalingsdienstaanbieder al dan niet te beperken of te beëindigen. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 De betalingsdienstaanbieder van de begunstigde controleert of de velden voor informatie over de betaler in het berichtensysteem of het betalings- en afwikkelingssysteem dat voor de geldovermaking gebruikt wordt, zijn ingevuld met karakters of invoer die toegelaten zijn volgens de procedures van het berichten- of het betalings- en afwikkelingssysteem. Deze betalingsdienstaanbieder beschikt over effectieve procedures om het ontbreken van de volgende informatie over de betaler op te merken: a. artikel 29, derde lid bij geldovermakingen waarbij de betalingsdienstaanbieder van de betaler in een openbaar lichaam is gevestigd, de uit hoofde van, vereiste informatie; b. artikel 28, eerste lid artikel 36 bij geldovermakingen waarbij de betalingsdienstaanbieder van de betaler buiten de openbare lichamen is gevestigd, de in, bedoelde volledige informatie over de betaler, of, in voorkomend geval, de uit hoofde vanvereiste informatie; en c. artikel 28, eerste lid bij blokovermakingen waarbij de betalingsdienstaanbieder van de betaler buiten de openbare lichamen is gevestigd, dient de in, bedoelde volledige informatie over de betaler alleen in de blokovermaking te staan, en niet bij de daarin gebundelde afzonderlijke geldovermakingen. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Ingeval de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde bij de ontvangst van geldelijke overmakingen constateert dat de krachtens de bepalingen van deze paragraaf vereiste informatie over de betaler onvolledig is, weigert hij de overmaking tot hij de bedoelde informatie heeft ontvangen. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 De betalingsdienstaanbieder van de begunstigde houdt alle over de betaler ontvangen informatie gedurende vijf jaar bij. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Intermediaire betalingsdienstaanbieders dragen ervoor zorg dat alle ontvangen informatie over de betaler welke bij een geldelijke overmaking is gevoegd, bij die overmaking blijft. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 Dit artikel is van toepassing wanneer de betalingsdienstaanbieder van de betaler buiten de openbare lichamen is gevestigd en de intermediaire betalingsdienstaanbieder in een openbaar lichaam is gevestigd. 2 Tenzij de intermediaire betalingsdienstaanbieder bij de ontvangst van een geldelijke overmaking constateert dat de krachtens de bepalingen van deze paragraaf vereiste informatie over de betaler ontbreekt of onvolledig is, kan hij een betalingssysteem met technische beperkingen gebruiken dat belet dat de informatie over de betaler bij de geldelijke overmaking blijft om de geldovermakingen naar de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde te sturen. 3 Wanneer de intermediaire betalingsdienstaanbieder bij ontvangst van een geldelijke overmaking constateert dat de krachtens deze paragraaf vereiste informatie over de betaler ontbreekt of onvolledig is, gebruikt hij enkel een betalingssysteem met technische beperkingen als het de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde hierover kan inlichten, hetzij binnen een berichten- of betalingssysteem dat voorziet in de melding van dit feit, hetzij via een andere procedure, mits deze communicatiewijze door beide betalingsdienstaanbieders is aanvaard of overeengekomen. 4 Wanneer de intermediaire betalingsdienstaanbieder een betalingssysteem met technische beperkingen gebruikt, stelt hij op verzoek van de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde uiterlijk drie werkdagen na ontvangst van dit verzoek alle ontvangen informatie over de betaler ter beschikking van deze betalingsdienstaanbieder, ongeacht of die informatie volledig is of niet. 5 In de in het tweede en derde lid vermelde gevallen bewaart de intermediaire betalingsdienstaanbieder alle ontvangen informatie gedurende vijf jaar. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Een instelling beschikt over procedures en maatregelen die waarborgen dat zij op verzoek van de toezichtautoriteit onverwijld de bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler en de daarop betrekking hebbende bewijsstukken verstrekt aan de toezichtautoriteit. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 artikel 2, tweede lid, van de Wet grensoverschrijdende geldtransporten BES bijlage C Het model voor het aangiftebiljet voor de aanmelding van een grensoverschrijdend geldtransport, bedoeld in, is vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling behorende. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder: lidstaat: een lidstaat van de Europese Unie; politiek prominente personen: natuurlijke personen die een prominente publieke functie bekleden of hebben bekleed en directe familieleden of naaste geassocieerden van deze personen; wet: Wet identificatie bij dienstverlening BES de; zakelijke relatie: artikel 5a van de wet een relatie als bedoeld in. 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt verstaan onder: prominente publieke functies: de functies, tenzij bekleed door middelbare of lagere ambtenaren, van: 1°. staatshoofden, regeringsleiders, ministers en staatssecretarissen; 2°. parlementsleden; 3°. leden van hooggerechtshoven, constitutionele hoven en andere hoge rechterlijke instanties die arresten wijzen waartegen doorgaans geen verder beroep mogelijk is, behalve in uitzonderlijke omstandigheden; 4°. leden van rekenkamers of van directies van centrale banken; 5°. ambassadeurs, zaakgelastigden en hoge legerofficieren; 6°. leden van bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen van overheidsbedrijven; inclusief posten op of internationaal niveau; directe familieleden: 1°. de echtgenoot of echtgenote; 2°. een partner die naar nationaal recht als gelijkwaardig met een echtgenoot of echtgenote wordt aangemerkt; 3°. de kinderen en hun echtgenoten of partners; 4°. de ouders; naaste geassocieerde: a. een natuurlijke persoon van wie bekend is, dat deze met een persoon die een prominente publieke functie bekleedt of heeft bekleed de gezamenlijke uiteindelijke begunstigde is van juridische entiteiten of juridische constructies of met die persoon andere nauwe zakelijke relaties heeft; b. een natuurlijke persoon die alleen de juridisch begunstigde is van een juridische entiteit of juridische constructie waarvan bekend is, dat deze is opgezet ten behoeve van de feitelijke begunstiging van een persoon die een prominente publieke functie bekleedt of heeft bekleed. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 artikel 1, onderdeel b, onder 5° en 6°, van de wet De bedragen, bedoeld inworden bepaald op nihil. 2 artikel 1, onderdeel b, onder 7°, van de wet Het bedrag bedoeld inwordt bepaald op USD 11.000. 3 artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van het Besluit identificatie bij dienstverlening BES Het bedrag, bedoeld in, wordt bepaald op USD 11.000. 2011 8178 10-05-2011 03-05-2011 FM/2011/8526M 2011 8178 10-05-2011 03-05-2011 FM/2011/8526M 01-07-2011
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Artikel 2, eerste lid, van de wet is eveneens van toepassing indien: a. er indicaties zijn dat de cliënt betrokken is bij witwassen of financieren van terrorisme; b. de dienstverlener twijfelt aan de betrouwbaarheid van eerder verkregen gegevens van de cliënt. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de wet Vrijstelling vanwordt verleend aan dienstverleners, voor zover deze: a. artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de wet diensten verlenen aan een cliënt ten aanzien waarvan onderzoek conformis uitgevoerd door een andere dienstverlener; en b. beschikken over afschriften van alle stukken aan de hand waarvan dat onderzoek heeft plaatsgevonden alsmede over naam, adres en overige contactgegevens van die andere dienstverlener en van de persoon die binnen de organisatie van die andere dienstverlener verantwoordelijk is voor het bedoelde onderzoek. 2 artikel 2, eerste lid, van de wet Vrijstelling vanwordt verleend aan dienstverleners, voor zover deze diensten verlenen aan: a. artikel 2, vierde lid, van de wet een onderneming of instelling als bedoeld in; b. artikel 3 artikel 14 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen en administrateurs BES een beleggingsinstelling of administrateur die over een vergunning als bedoeld inonderscheidenlijkbeschikt; c. artikel 2, tweede lid, van de Wet toezicht trustwezen BES een trustkantoor dat over een vergunning als bedoeld inbeschikt; d. artikel 4 van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf BES een assurantiebemiddelaar die is ingeschreven in het register, bedoeld in; e. een natuurlijke persoon of rechtspersoon die is aangesloten bij een effectenbeurs die lid is van de Fédération Internationale des Bourses de Valeurs, en die is gevestigd in een land van het Koninkrijk, de Verenigde Staten van Amerika of Canada; f. een onderneming of instelling waaraan door de bevoegde autoriteiten van een land van het Koninkrijk, de Verenigde Staten van Amerika of Canada vergunning is verleend voor de uitoefening van het bedrijf van kredietinstelling, beleggingsinstelling, levensverzekeraar, effectenbemiddeling of vermogensbeheerder. 3 artikel 41, onderdeel a artikel 2, eerste lid, van de wet Behoudens in de omstandigheid van, wordt vrijstelling vanverleend aan dienstverleners, voor zover deze een dienst verlenen als bedoeld in: a. artikel 1, onderdeel b, onder 5°, van de wet , en de daar bedoelde premie is kleiner of gelijk aan: 1°. USD 1.400 per jaar indien het een periodieke premie betreft; of 2°. USD 2.800 indien het een eenmalige premie betreft; b. artikel 1, onderdeel b, onder 6°, van de wet , en de daar bedoelde uitkering is kleiner of gelijk aan USD 11.000. 4 Een dienstverlener verzamelt voldoende gegevens om te kunnen vaststellen of het tweede lid op een cliënt van toepassing is. 2011 8178 10-05-2011 03-05-2011 FM/2011/8526M 2011 8178 10-05-2011 03-05-2011 FM/2011/8526M 01-07-2011
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 Indien een cliënt niet fysiek aanwezig is voor identificatie neemt een dienstverlener maatregelen om het daaruit voortvloeiende hogere risico op witwassen of financieren van terrorisme te compenseren. De dienstverlener kan aan de vorige volzin voldoen indien hij: a. de identiteit van de cliënt verifieert aan de hand van aanvullende documenten, gegevens of informatie; b. de overgelegde documenten beoordeelt op echtheid; of c. waarborgt dat de eerste betaling die met de zakelijke relatie of transactie verband houdt, wordt gedaan ten gunste of ten laste van een rekening van de cliënt bij een bank met zetel in een lidstaat van de Europese Unie of in een door de Minister van Financiën aangewezen staat die beschikt over een vergunning om in die lidstaat onderscheidenlijk die staat haar bedrijf te mogen uitoefenen. 2 Een dienstverlener draagt er zorg voor dat hij over procedures beschikt om te bepalen of de cliënt zijn woonplaats of vestiging heeft in een land of gebied met een verhoogd risico voor witwassen of de financiering van terrorisme dan wel een politiek prominent persoon is. 3 Onverminderd het eerste lid draagt een dienstverlener die een zakelijke relatie aangaat met of een transactie verricht voor een cliënt die een zijn woonplaats of vestiging heeft in een land of gebied met een verhoogd risico voor witwassen of de financiering van terrorisme dan wel een politiek prominent persoon is, er tevens zorg voor dat: a. de beslissing tot het aangaan van die relatie of het verrichten van die transactie wordt genomen of wordt goedgekeurd door personen die daartoe door de dienstverlener zijn gemachtigd; b. hij adequate maatregelen treft om de bron van het vermogen vast te stellen dat bij de zakelijke relatie of transactie wordt gebruikt; en c. hij doorlopend controle uitoefent op de zakelijke relatie. 4 Het derde lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van: a. het aangaan van een zakelijke relatie met of het verrichten van een transactie gericht op private banking; b. het aangaan van een zakelijke relatie met of het verrichten van een transactie voor een cliënt die betrokken is bij de exploitatie van hazardspelen waaronder speelcasino’s, al dan niet via internet. 5 artikel 24 Onderdeel b van het derde lid is van overeenkomstige toepassing op een kredietinstelling die een geldelijke overmaking als bedoeld inverricht in opdracht van een cliënt die geen rekeninghouder is. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Een kredietinstelling die met een kredietinstelling buiten het Koninkrijk een vaste relatie aangaat voor de afwikkeling van transacties of de uitvoering van opdrachten draagt er zorg voor dat: a. zij voldoende informatie over de betrokken kredietinstelling verzamelt om een volledig beeld te krijgen van de aard van haar bedrijfsactiviteiten, en op basis van openbaar beschikbare informatie de reputatie van de bank en de kwaliteit van het toezicht dat op de kredietinstelling wordt uitgeoefend beoordeelt; b. zij de procedures en maatregelen ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme van de betrokken kredietinstelling beoordeelt; c. indien het een nieuwe correspondentbankrelatie betreft, de beslissing tot het aangaan van die relatie wordt genomen of goedgekeurd door personen die daartoe door de kredietinstelling gemachtigd zijn; d. de verantwoordelijkheden van beide kredietinstellingen schriftelijk worden vastgelegd; e. de betrokken kredietinstelling de cliënt heeft geïdentificeerd en zijn identiteit heeft geverifieerd en daarnaast doorlopend toezicht houdt op de cliënten die rechtstreeks toegang hebben tot transitrekeningen en dat deze in staat is om haar op verzoek de relevante cliëntgegevens te verstrekken. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 artikel 3, tweede lid, van de wet De gegevens die in het uittreksel dan wel de verklaring, bedoeld in, moeten zijn opgenomen, zijn: a. van de rechtspersoon: de rechtsvorm, de statutaire naam, de handelsnaam, het volledige adres, de plaats van vestiging, land van zetel, persoonsgegevens van bestuurders, statutaire bepalingen betreffende de bevoegdheid de rechtspersoon te binden, en indien de rechtspersoon bij een Kamer van Koophandel en Nijverheid, of soortgelijke instantie, is geregistreerd, het registratienummer en de staat of het openbaar lichaam of ander onderdeel van het Koninkrijk waarin een zodanige Kamer, of soortgelijke instantie, is ingesteld; b. van alle gemachtigden en vertegenwoordigers: de naam, de geboortedatum en het document aan de hand waarvan identificatie heeft plaatsgevonden. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 artikel 4, tweede en derde lid artikel 5, vijfde lid, van de wet Als staat in de zin van, enworden aangewezen: de landen van het Koninkrijk, de Verenigde Staten van Amerika en Canada. 2011 8178 10-05-2011 03-05-2011 FM/2011/8526M 2011 8178 10-05-2011 03-05-2011 FM/2011/8526M 01-07-2011
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 artikelen 2, tweede lid 3, derde lid, van de wet artikel 6, onderdelen a en b, van de wet Onverminderd het bepaalde bij of krachtens de, enwaarborgt een dienstverlener die een zakelijke relatie met een cliënt is aangegaan, dat zij de gegevens van die cliënt die zij heeft vastgelegd ingevolgevoortdurend controleert en waar nodig aanpast zodat deze blijven overeenstemmen met de werkelijkheid. 2 Een dienstverlener als bedoeld in het eerste lid beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot de analyse van gegevens van cliënten, mede in relatie tot de aan de cliënt verleende diensten, en ter zake van de detectie van afwijkende transactiepatronen. Aan de hand van voornoemde procedures en maatregelen bepaalt de dienstverlener tevens de risico’s van bepaalde cliënten of diensten. 3 De dienstverlener draagt zorg voor de documentatie en vastlegging met betrekking tot de bewaking van het handelen van cliënten, en van de gegevens omtrent het onderzoek naar de herkomst van het vermogen van een cliënt. Dergelijke gegevens worden tot vijf jaar na de dienstverlening of het beëindigen van de relatie bewaard. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 Een trustkantoor beschikt over gegevens aan de hand waarvan is bepaald wie als uiteindelijk belanghebbende kwalificeert en aan de hand waarvan de identiteit van de uiteindelijk belanghebbende is vastgesteld, alsmede over gegevens waaruit de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van de cliënt blijkt. 2 Indien een cliënt geen uiteindelijk belanghebbende heeft, beschikt het trustkantoor over gegevens aan de hand waarvan dit is bepaald. 3 Een trustkantoor verleent geen dienst voordat aan het eerste of tweede lid is voldaan. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 1 Indien een trustkantoor optreedt als trustee van een trust, kent het trustkantoor de identiteit van de insteller van de trust en van de uiteindelijk belanghebbende bij de trust en beschikt het trustkantoor over gegevens aan de hand waarvan is bepaald wie de insteller is en welke natuurlijke persoon als uiteindelijk belanghebbende kwalificeert. Ook beschikt het trustkantoor over gegevens aan de hand waarvan de identiteit van de insteller en van de uiteindelijk belanghebbende is vastgesteld. 2 Indien er geen uiteindelijk belanghebbende is, beschikt het trustkantoor over gegevens aan de hand waarvan dit is bepaald. 3 Het trustkantoor heeft bij het verlenen van de in het eerste lid genoemde dienst kennis van de herkomst van het vermogen van de insteller van de trust en legt de gegevens omtrent het onderzoek naar de herkomst van het vermogen vast. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 artikelen 48 49 Een trustkantoor bewaart de gegevens bedoeld in deenop toegankelijke wijze gedurende ten minste vijf jaar. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 bijlage D Voor het register van het Meldpunt wordt een reglement vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling behorende. 2 Het in het eerste lid bedoelde reglement kan worden aangehaald als: Reglement register Meldpunt Ongebruikelijke Transacties. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 artikel 54 Het Meldpunt verstrekt aan De Nederlandsche Bank N.V. gegevens betreffende meldingen inzake transacties waarbij als wederpartij optreedt, dan wel op andere wijze betrokken is, een natuurlijke persoon, rechtspersoon, groep of entiteit die is vermeld op een van de lijsten, bedoeld in. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 1 artikel 2:13, tweede lid, onderdeel b of c, van het Besluit politiegegevens Een verzoek tot verstrekking van gegevens op grond vanwordt gericht aan de officier van justitie die door de Minister van Justitie is aangewezen als Landelijk officier van justitie inzake MOT-aangelegenheden. 2 De Landelijk officier van justitie inzake MOT-aangelegenheden bepaalt de wijze waarop een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt ingediend. 3 De Landelijk officier van justitie inzake MOT-aangelegenheden geleidt een verzoek als bedoeld in het eerste lid door naar het Meldpunt tenzij naar zijn oordeel a. het verzoek niet voldoet aan de op grond van het tweede lid gestelde voorschriften; of b. artikel 2:13, tweede lid, onderdeel c, van het Besluit politiegegevens in geval van een verzoek op grond vanniet is voldaan aan de eisen gesteld in dat onderdeel. 4 artikel 2:13, tweede lid, onderdeel b of c, van het Besluit politiegegevens Het Meldpunt verstrekt gegevens op grond vanniet voor zover naar het oordeel van de Landelijk officier van justitie inzake MOT-aangelegenheden belangen inzake de opsporing zich daartegen verzetten. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 Als transacties die zouden kunnen duiden op de financiering van terrorisme in de zin van bijlage A bij het Besluit indicatoren ongebruikelijke transacties creditcards en money transfers BES en bijlagen A tot en met E bij het Besluit indicatoren ongebruikelijke transacties BES worden in elk geval aangemerkt transacties waarbij als wederpartij optreedt, dan wel op andere wijze betrokken is, een natuurlijke persoon, rechtspersoon, groep of entiteit die is vermeld op: 1°. de bijlage, behorende bij de artikelen 1 en 4 van het Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB van de Raad van de Europese Unie van 27 december 2001 betreffende de toepassing van specifieke maatregelen ter bestrijding van het terrorisme (PbEG L 344); 2°. verordening (EG) nr. 2580/2001 de lijst, vastgesteld op grond van artikel 2, derde lid, vanvan de Raad van de Europese Unie van 27 december 2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme (PbEG L 344); of 3°. Verordening (EG) nr. 881/2002 Verordening (EG) nr. 467/2001 bijlage I bijvan de Raad van de Europese Unie van 27 mei 2002 tot vaststelling van bepaalde specifieke beperkingen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met Usama bin Laden, het Al-Qa'ida-netwerk en de Taliban, en tot intrekking vanvan de Raad tot instelling van een verbod op de uitvoer van bepaalde goederen en diensten naar Afghanistan, tot versterking van het verbod op vluchten en verlenging van de bevriezing van tegoeden en andere financiële middelen ten aanzien van de Taliban van Afghanistan (PbEG L 139). 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 54a — Artikel 54a#
Artikel 54a artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van het Besluit aanwijzing diensten melding ongebruikelijke transacties BES Het bedrag, bedoeld in, wordt bepaald op nihil. 2011 8178 10-05-2011 03-05-2011 FM/2011/8526M 2011 8178 10-05-2011 03-05-2011 FM/2011/8526M 01-07-2011
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 De Regeling identificatie bij dienstverlening BES en het Reglement register Meldpunt Ongebruikelijke Transacties BES worden ingetrokken. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 55a — Artikel 55a#
Artikel 55a artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van het Besluit aanwijzing diensten melding ongebruikelijke transacties BES artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van het Besluit identificatie bij dienstverlening BES Dit besluit berust mede open. 2011 8178 10-05-2011 03-05-2011 FM/2011/8526M 2011 8178 10-05-2011 03-05-2011 FM/2011/8526M 01-07-2011
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling integriteit financiële markten BES. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waaropin verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt. 2010 14617 01-10-2010 FM/2010/16910M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 4#
artikel 4, tweede lid, onderdeel a
Artikel 4#
artikel 4, tweede lid, onderdeel a
Artikel 4#
artikel 4, tweede lid, onderdeel b
Artikel 4#
artikel 4, tweede lid, onderdeel c
Artikel 4#
artikel 4, tweede lid, onderdeel d
Artikel 4#
artikel 4, tweede lid, onderdeel e