Regeling van de Minister van Justitie van 4 oktober 2010 nr 5669054/10, tot vaststelling van de Regeling toelating en uitzetting BES
- BWB-id
- BWBR0028815
- Type
- ministeriele-regeling-BES
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0028815
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling-bes/2010/regeling-toelating-en-uitzetting-bes
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling-bes/2010/regeling-toelating-en-uitzetting-bes/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0028815&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0028815&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0028815/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling-bes/2010/regeling-toelating-en-uitzetting-bes
Artikel 1.1 — Artikel 1.1#
Artikel 1.1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. het besluit: Besluit toelating en uitzetting BES het; b. EVRM: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. 2010 15726 08-10-2010 04-10-2010 5669054/10 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet toelating en uitzetting BES in werking treedt.
Artikel 2.1 — Artikel 2.1#
Artikel 2.1 Terzake van de afdoening van een aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een terugkeervisum is de vreemdeling een bedrag van USD 36 verschuldigd. 2025 35881 22-10-2025 13-10-2025 6717421 2025 35881 22-10-2025 13-10-2025 6717421 01-01-2026
Artikel 2.2 — Artikel 2.2#
Artikel 2.2 1 bijlage 1 De beschikking, waarbij de aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf wordt ingewilligd, kan worden bekendgemaakt door uitreiking van een visumsticker als bedoeld in, waaruit het verleende blijkt. 2 bijlage 2 De beschikking, waarbij de aanvraag tot het verlenen van een terugkeervisum wordt ingewilligd, kan worden bekendgemaakt door uitreiking van een visumsticker als bedoeld in, waaruit het verleende blijkt. 2016 66233 09-12-2016 28-11-2016 2014207 2016 66233 09-12-2016 28-11-2016 2014207 01-01-2017 10-10-2010 Voorheen art. 2.1.
Artikel 3.1 — Artikel 3.1#
Artikel 3.1 artikel 3.3, zesde lid, van het besluit De passagiersgegevens, bedoeld inworden elektronisch verstrekt, op de door de ambtenaar belast met de grensbewaking voorgeschreven wijze. 2010 15726 08-10-2010 04-10-2010 5669054/10 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet toelating en uitzetting BES in werking treedt.
Artikel 3.2 — Artikel 3.2#
Artikel 3.2 artikel 3.5, derde lid, onder a, van het besluit bijlage 3 Als de landen, bedoeld in, zijn aangewezen de landen vermeld inbij deze regeling. 2010 15726 08-10-2010 04-10-2010 5669054/10 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet toelating en uitzetting BES in werking treedt.
Artikel 3.3 — Artikel 3.3#
Artikel 3.3 artikel 3.5, derde lid, onder b, van het besluit bijlage 4 Als de categorieën vreemdelingen, bedoeld inzijn aangewezen de vreemdelingen die behoren tot een van de categorieën, opgenomen inbij deze regeling, voor zover de vreemdeling: a. voldoet aan de voor hem gestelde voorwaarden, en b. zich naar Nederland begeeft voor een tijdsduur of doel als aangegeven bij die categorie. 2010 15726 08-10-2010 04-10-2010 5669054/10 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet toelating en uitzetting BES in werking treedt.
Artikel 3.4 — Artikel 3.4#
Artikel 3.4 1 artikel 3.10, eerste lid, van het besluit bijlage 5 De voorschriften en bijzondere regels, bedoeld in, zijn opgenomen inbij deze regeling. 2 artikel 3.10, tweede lid, van het besluit bijlage 6 Als de categorieën van personen, bedoeld in, zijn aangewezen de personen die behoren tot een van de categorieën, opgenomen inbij deze regeling. 2010 15726 08-10-2010 04-10-2010 5669054/10 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet toelating en uitzetting BES in werking treedt.
Artikel 4.1 — Artikel 4.1#
Artikel 4.1 1 artikel 6 van de Wet Ter zake van de afdoening van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in, is de vreemdeling die in het bezit is van een machtiging tot voorlopig verblijf, geldig voor het doel waar verblijf voor wordt gevraagd, geen leges verschuldigd. 2 artikel 6 van de Wet Ter zake van de afdoening van een aanvraag tot het verlenen of wijzigen onderscheidenlijk verlengen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in, is de vreemdeling die niet in het bezit is van een machtiging tot voorlopig verblijf geldig voor het doel waar verblijf voor wordt gevraagd, voor een verblijfsdoel als bedoeld in kolom I, het daarachter vermelde bedrag in kolom II onderscheidenlijk kolom III verschuldigd. I. Verblijfsdoel II. Verlening of wijziging III. Verlenging a. ‘gezinshereniging of gezinsvorming’ USD 196 USD 196 b. ‘verblijf ter adoptie of als pleegkind’ USD 65 USD 65 c. ‘het verrichten van arbeid in loondienst’ USD 326 USD 326 d. ‘het verrichten van arbeid als zelfstandige’ USD 922 USD 724 e. ‘voortgezet verblijf’ USD 196 USD 196 f. ‘verblijf als rentenier’ USD 922 USD 391 g. ‘wedertoelating’ USD 196 USD 196 h. ‘het volgen van studie’ USD 196 USD 196 i. ‘verblijf als stagiair’ USD 326 niet van toepassing j. ‘verblijf als praktikant’ USD 326 niet van toepassing k. ‘vervolging van mensenhandel’ USD 0 USD 0 l. ‘verblijf als investeerder’ USD 922 USD 391 m. ‘verblijf als vrijwilliger’ USD 326 USD 326 n. ‘verblijf als gepensioneerde’ USD 326 USD 326 2025 35881 22-10-2025 13-10-2025 6717421 2025 35881 22-10-2025 13-10-2025 6717421 01-01-2026
Artikel 4.2 — Artikel 4.2#
Artikel 4.2 1 artikel 4.1 artikel 6 van de Wet In afwijking vanis de vreemdeling voor een aanvraag om verlening of wijziging van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld ingeen leges verschuldigd indien hij: a. artikel 6 van de Wet artikel 5.2, eerste lid, onder a, van het besluit als minderjarig kind een aanvraag indient tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in, voor een verblijfsdoel als bedoeld in, bij een vreemdeling die een aanvraag heeft ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dan wel verblijf geniet als bedoeld in artikel 6 van de Wet, voor een verblijfsdoel als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, onder k, van het besluit; b. artikel 12a van de Wet artikel 6 van de Wet als gezinslid van de houder van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in, gelijktijdig met de hoofdpersoon is ingereisd dan wel binnen drie maanden nadat aan de hoofdpersoon deze verblijfsvergunning is verleend, is nagereisd, en niet dezelfde nationaliteit heeft als de hoofdpersoon, een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld inonder een beperking verband houdend met gezinshereniging indient; c. artikel 5.49, tweede lid, van het besluit een aanvraag indient in het geval, bedoeld in; d. artikel 6 van de Wet artikel 12a van de Wet een aanvraag indient tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in, om redenen verband houdend met bescherming aan de vreemdeling als bedoeld in. 2 In aanvulling op het eerste lid kan de Minister in overleg met de Minister van Buitenlandse Zaken bepalen dat de vastgestelde leges niet zijn verschuldigd in het belang van de internationale betrekkingen. 2014 33256 20-11-2014 14-11-2014 578511 2014 33256 20-11-2014 14-11-2014 578511 01-01-2015
Artikel 4.3 — Artikel 4.3#
Artikel 4.3 1 artikel 4.1 artikel 6 van de Wet In afwijking vanis de vreemdeling voor een aanvraag om verlenging van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld ingeen leges verschuldigd indien: a. deze aanvraag gelijktijdig is ontvangen met een aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning, tenzij deze aanvragen zijn ontvangen een jaar of langer voordat de geldigheidsduur van de vergunning afloopt; b. artikel 4.6 deze aanvraag gelijktijdig is ontvangen met een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in, tenzij deze aanvragen zijn ontvangen een jaar of langer voordat de geldigheidsduur van de vergunning afloopt; c. artikel 5.2, eerste lid, onder k, van het besluit artikel 6 van de Wet het minderjarige kind van de vreemdeling, die verblijf heeft op grond van, een aanvraag indient tot het verlengen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in, voor een verblijfsdoel als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, onder a, van het besluit; d. artikel 6 van de Wet artikel 12a van de Wet de vreemdeling in aanmerking komt voor verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in, om redenen verband houdend met bescherming van de vreemdeling als bedoeld in. 2014 33256 20-11-2014 14-11-2014 578511 2014 33256 20-11-2014 14-11-2014 578511 01-01-2015
Artikel 4.4 — Artikel 4.4#
Artikel 4.4 artikel 4.1 In afwijking vanis de vreemdeling geen leges verschuldigd ter zake van: a. artikel 6 van de Wet artikel 5.2, eerste lid, onder a, van het besluit de afdoening van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in, voor een verblijfsdoel als bedoeld in, indien hij om vrijstelling van leges verzoekt, daarbij een gerechtvaardigd beroep doet op artikel 8 EVRM en aantoont niet te kunnen beschikken over middelen om aan de legesverplichting te kunnen voldoen. b. artikel 6 van de Wet artikel 5.2, eerste lid, onder a, van het besluit de afdoening van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld invoor een verblijfsdoel als bedoeld in, indien hij ontheven is van de legesverplichting voor de behandeling van de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf, voorafgaande aan de ingediende aanvraag. c. artikel 6, van de Wet artikel 5.2, eerste lid, onder a, van het besluit de afdoening van een aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning, in een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in, voor een verblijfsdoel als bedoeld in, indien deze vreemdeling om ontheffing van leges verzoekt, daarbij een gerechtvaardigd beroep doet op artikel 8 EVRM en daarbij aantoont niet te kunnen beschikken over middelen om aan de legesverplichting te kunnen voldoen. d. artikel 6 van de Wet de afdoening van een aanvraag tot het verlengen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in, welke is verleend is voor het verblijfsdoel ’uitoefenen van het gezinsleven conform artikel 8 EVRM’, indien deze vreemdeling om ontheffing van leges verzoekt, daarbij een gerechtvaardigd beroep doet op artikel 8 EVRM en daarbij aantoont niet te kunnen beschikken over middelen om aan de legesverplichting te kunnen voldoen. 2014 33256 20-11-2014 14-11-2014 578511 2014 33256 20-11-2014 14-11-2014 578511 01-01-2015
Artikel 4.5 — Artikel 4.5#
Artikel 4.5 1 artikel 6 van de Wet Ter zake van de afdoening van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in, is de vreemdeling een bedrag van USD 196 verschuldigd. 2 artikel 6.18, tweede lid, van het besluit artikel 6 van de Wet Ter zake van de afgifte ter uitvoering van, van een vervangend document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld inblijkt, is de vreemdeling een bedrag van USD 65 verschuldigd. 2025 35881 22-10-2025 13-10-2025 6717421 2025 35881 22-10-2025 13-10-2025 6717421 01-01-2026
Artikel 4.6 — Artikel 4.6#
Artikel 4.6 artikel 4.1, rijen a en e artikel 4.5, eerste lid In afwijking van de tarieftabel in, en, is de minderjarige vreemdeling een bedrag van USD 65 verschuldigd. 2025 35881 22-10-2025 13-10-2025 6717421 2025 35881 22-10-2025 13-10-2025 6717421 01-01-2026
Artikel 4.7 — Artikel 4.7#
Artikel 4.7 1 artikel 3, derde lid, van de Wet Ter zake van de afgifte van een verklaring als bedoeld in, is de vreemdeling dan wel Nederlander, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van de Wet een bedrag van USD 169 verschuldigd. 2 artikel 4.4, eerste lid, onder c, van het Besluit In afwijking van het eerste lid is de vreemdeling een bedrag van USD 58 verschuldigd, ingeval sprake is van een verlenging van de termijn, bedoeld in. 3 artikel 3, eerste lid, van de Wet In afwijking van het eerste lid is de persoon, bedoeld ingeen leges verschuldigd. 2025 35881 22-10-2025 13-10-2025 6717421 2025 35881 22-10-2025 13-10-2025 6717421 01-01-2026
Artikel 4.8 — Artikel 4.8#
Artikel 4.8 artikel 9, derde lid, onder a, van de Wet bijlage 3 Als de landen, bedoeld in, zijn aangewezen de landen vermeld inbij deze regeling. 2010 15726 08-10-2010 04-10-2010 5669054/10 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet toelating en uitzetting BES in werking treedt.
Artikel 4.9 — Artikel 4.9#
Artikel 4.9 artikelen 5.17 5.19, vierde lid, onder c 5.20, tweede lid, onder d 5.35, tweede lid, van het besluit Als de landen, bedoeld in de,,en, zijn aangewezen: a. de staten die partij zijn bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; b. de staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en c. Aruba, Australië, Canada, Curacao, Israël, Japan, Monaco, Nieuw Zeeland, Sint Maarten, Suriname, de Verenigde Staten van Amerika en Zwitserland. 2010 15726 08-10-2010 04-10-2010 5669054/10 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet toelating en uitzetting BES in werking treedt.
Artikel 4.10 — Artikel 4.10#
Artikel 4.10 1 Middelen van bestaan uit arbeid als zelfstandige zijn eerst duurzaam, indien zij gedurende ten minste anderhalf jaar zijn verworven en nog een jaar beschikbaar zijn op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven. 2 artikel 6 van de Wet Het eerste lid is niet van toepassing, indien de aanvraag strekt tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld inonder een beperking verband houdend met het verrichten van arbeid als zelfstandige. 2010 15726 08-10-2010 04-10-2010 5669054/10 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet toelating en uitzetting BES in werking treedt.
Artikel 5.1 — Artikel 5.1#
Artikel 5.1 artikel 6.2, eerste lid, van het besluit bijlage 6 bijlage 7 De grensdoorlaatposten, bedoeld inen vermeld in kolom A vanbij deze regeling, zijn voor het inreizen en uitreizen van personen opengesteld gedurende de tijden, vermeld in kolom B vanbij deze regeling. 2010 15726 08-10-2010 04-10-2010 5669054/10 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet toelating en uitzetting BES in werking treedt.
Artikel 5.1a — Artikel 5.1a#
Artikel 5.1a artikel 22a, eerste lid, onder c, van de Wet Als ambtenaren belast met het toezicht op de naleving en de uitvoering van de wettelijke voorschriften met betrekking tot de grensbewaking en met betrekking tot het toezicht op personen als bedoeld inzijn aangewezen de medewerkers grensbewaking van de Rijksdienst Caribisch Nederland. 2013 35685 20-12-2013 13-12-2013 462005 2013 35685 20-12-2013 13-12-2013 462005 01-01-2014
Artikel 5.2 — Artikel 5.2#
Artikel 5.2 1 artikel 6.11, tweede lid, van het besluit bijlage 8 Het model van de bemanningslijst, bedoeld in, is opgenomen inbij deze regeling. 2 artikel 6.11, tweede lid, van het besluit bijlage 9 Het model van de pasagierslijst, bedoeld in, is opgenomen inbij deze regeling. 2010 15726 08-10-2010 04-10-2010 5669054/10 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet toelating en uitzetting BES in werking treedt.
Artikel 6.1 — Artikel 6.1#
Artikel 6.1 artikel 22d, vierde lid, van de Wet Indien de korpschef of de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee de bevoegdheid, bedoeld in, mandateert, doet hij dat niet dan aan een ambtenaar, belast met het toezicht op vreemdelingen, die tevens hulpofficier van justitie is. 2010 15726 08-10-2010 04-10-2010 5669054/10 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet toelating en uitzetting BES in werking treedt.
Artikel 6.2 — Artikel 6.2#
Artikel 6.2 1 artikel 15, eerste lid, van de Wet De ambtenaar van de Immigratie- en Naturalisatiedienst die daartoe bevoegd is, kan de maatregel van beperking van vrijheid van beweging, bedoeld in, opleggen, wijzigen of opheffen. 2 artikel 15, eerste lid, van de Wet De korpschef kan de maatregel van beperking van vrijheid van beweging, bedoeld inin spoedeisende gevallen opleggen. 3 Indien de korpschef van deze bevoegdheid ondermandaat verleent, doet hij dat niet dan aan een ambtenaar, belast met het toezicht op vreemdelingen, die tevens hulpofficier van justitie is. 2010 15726 08-10-2010 04-10-2010 5669054/10 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet toelating en uitzetting BES in werking treedt.
Artikel 6.3 — Artikel 6.3#
Artikel 6.3 artikel 15c van de Wet artikel 22a, eerste lid, onder a en b, van de Wet De maatregel, bedoeld in, wordt opgelegd, gewijzigd en opgeheven door de ambtenaar bedoeld in, die tevens hulpofficier van justitie is. 2010 15726 08-10-2010 04-10-2010 5669054/10 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet toelating en uitzetting BES in werking treedt.
Artikel 6.4 — Artikel 6.4#
Artikel 6.4 artikel 7.5, eerste lid, van het besluit De hulpofficier van justitie die bevoegd is tot inbewaringstelling, is bevoegd tot het nemen van het besluit, bedoeld in, en tot het doen van de kennisgeving, bedoeld in artikel 7.5, tweede lid, van het besluit. 2010 15726 08-10-2010 04-10-2010 5669054/10 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet toelating en uitzetting BES in werking treedt.
Artikel 7.1 — Artikel 7.1#
Artikel 7.1 1 artikel 24, eerste lid, van de Wet De verwerking van bijzondere persoonsgegevens als bedoeld inis noodzakelijk: a. artikel 6 van de Wet voor de beoordeling van het bij een aanvraag om een verblijfsvergunning als bedoeld inbeoogde verblijfsdoel, voor de beoordeling van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur alsmede voor de beoordeling van de algemene weigeringsgronden of intrekkingsgronden van de verblijfsvergunning en ambtshalve beoordelingen; b. artikelen 12a van de Wet voor de beoordeling van een aanvraag om een verblijfsvergunning als bedoeld in, voor de beoordeling van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur alsmede voor de beoordeling van de algemene weigeringsgronden of intrekking van de verblijfsvergunning en ambtshalve beoordelingen; c. voor het beoordelen van de gronden voor het ongewenst verklaren van een vreemdeling en de opheffing van de ongewenstverklaring; d. artikel 3.1 3.7 3.8 van het besluit voor de beoordeling van de voorwaarden voor het verlenen van de toegang als bedoeld in,en; e. artikelen 2o 15 15a 15b 15c van de Wet voor de toepassing van vrijheidsbeperkende en -ontnemende maatregelen krachtens de,,,en; f. artikel 3.2, tweede lid, van het besluit voor de handhaving van de afschriftplicht van vervoerders als bedoeld in; g. 4.1 4.2 4.3 4.4 van het besluit voor de beoordeling van de voorwaarden voor verblijf in de vrije termijn als bedoeld in de artikelen,,en; h. 8.1 van het besluit artikel 16b, derde lid, van de Wet bij de uitoefening van de bevoegdheid tot het uitzetten van een vreemdeling als bedoeld in, daaronder begrepen de verwerking van bijzondere gegevens in het kader van de beoordeling of de uitzetting achterwege dient te blijven als bedoeld in; 2 De bijzondere persoonsgegevens worden ten behoeve van de in het eerste lid bedoelde doeleinden opgenomen in documenten die in een persoonsgebonden dossier en in een geautomatiseerd bestand worden neergelegd. De gegevens in het geautomatiseerde bestand worden gebruikt voor het opstellen van beschikkingen. 2010 15726 08-10-2010 04-10-2010 5669054/10 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet toelating en uitzetting BES in werking treedt.
Artikel 7.2 — Artikel 7.2#
Artikel 7.2 1 Voorzover de bijzondere persoonsgegevens zijn opgeslagen in de vreemdelingenadministratie, wordt dit bestand beveiligd tegen ongeautoriseerd gebruik door: a. het toekennen van autorisaties aan alleen die personen, die voor het uitoefenen van hun taak toegang tot de opgeslagen informatie moeten hebben; b. het bewaren van een reservebestand op een voor niet-geautoriseerde personen ontoegankelijke plaats. 2 artikelen 22a 22b van de Wet De autorisaties als bedoeld in het eerste lid worden toegekend aan medewerkers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de ambtenaren, bedoeld in deenen de ambtenaren van de BES- unit van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 3 De Minister stelt richtlijnen op voor het verwerken van bijzondere persoonsgegevens in het geautomatiseerde systeem. 2010 15726 08-10-2010 04-10-2010 5669054/10 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet toelating en uitzetting BES in werking treedt.
Artikel 7.3 — Artikel 7.3#
Artikel 7.3 1 artikel 24, eerste lid, van de Wet Bijzondere persoongegevens als bedoeld inkunnen worden verstrekt aan de volgende derde personen en instanties: a. de Minister van Buitenlandse Zaken, voor het verrichten van onderzoek in het buitenland op verzoek van de Minister alsmede ten behoeve van de beoordeling van visumaanvragen; b. artsen, voor het beoordelen van de gezondheidstoestand van de vreemdeling op basis van de door de vreemdeling ondertekende toestemmingsverklaring, alsmede de overdracht van medische gegevens van een vreemdeling in het kader van uitzetting. 2 De verstrekking van bijzondere persoonsgegevens aan de in het eerste lid genoemde personen geschiedt op geen andere wijze dan schriftelijk. 2010 15726 08-10-2010 04-10-2010 5669054/10 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet toelating en uitzetting BES in werking treedt.
Artikel 7.4 — Artikel 7.4#
Artikel 7.4 De onverenigbare verwerking van bijzondere persoonsgegevens wordt op de volgende wijze tegengegaan: a. artikelen 7.1 7.3 de toegang tot de gegevens in het persoonsgebonden dossier en het geautomatiseerde bestand is voorbehouden aan die personen, die voor het uitoefenen van hun taak, bedoeld in deentoegang tot de informatie moeten hebben; b. Wet bescherming persoonsgegevens BES de verantwoordelijke stelt een Functionaris voor de Gegevensbescherming aan, die toeziet op de naleving van de; c. de verantwoordelijke verricht integriteits- en kwaliteitsaudits ten aanzien van de verwerking van de persoonsgegevens en rapporteert deze aan de Functionaris voor de Gegevensbescherming. 2010 15726 08-10-2010 04-10-2010 5669054/10 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet toelating en uitzetting BES in werking treedt.
Artikel 7.5 — Artikel 7.5#
Artikel 7.5 koninklijke boodschap van 13 januari 2010 ingediende voorstel van wet, houdende wijziging van de Wet toelating en uitzetting BES Indien het bij(Kamerstukken II, 2009/10, 32 282, nrs. 1–3), nadat het tot wet is verheven, in werking treedt, treedt deze regeling op hetzelfde tijdstip in werking. 2010 15726 08-10-2010 04-10-2010 5669054/10 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet toelating en uitzetting BES in werking treedt.
Artikel 7.6 — Artikel 7.6#
Artikel 7.6 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling toelating en uitzetting BES 2010 15726 08-10-2010 04-10-2010 5669054/10 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet toelating en uitzetting BES in werking treedt.
Artikel 2.1#
artikel 2.1, eerste lid
Artikel 2.1#
artikel 2.1, tweede lid
Artikel 3.2#
artikel 3.2
Artikel 3.3#
artikel 3.3
Artikel 5.1#
artikel 5.1
Artikel 5.2#
artikel 5.2, tweede lid
Artikel 5.2#
artikel 5.2, tweede lid