Uitvoeringsregeling fiscaliteit in overgangsperiode BES
- BWB-id
- BWBR0028798
- Type
- ministeriele-regeling-BES
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2010-10-10
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0028798
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling-bes/2010/uitvoeringsregeling-fiscaliteit-in-overgangsperiode-bes
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling-bes/2010/uitvoeringsregeling-fiscaliteit-in-overgangsperiode-bes/2010-10-10
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0028798&g=2010-10-10
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0028798&z=2026-06-06&g=2010-10-10
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0028798/2010-10-10
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling-bes/2010/uitvoeringsregeling-fiscaliteit-in-overgangsperiode-bes
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Deze regeling verstaat onder: a. wet: Wet geldstelsel BES de, en b. overgangsperiode: artikel 13a, onderdeel b, van de wet de inbedoelde periode. 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 13b, eerste lid, onderdeel a, van de wet Voor de toepassing van de inbedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘Aruba, Nederland’ Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Nederland b. ‘strafrechter van de Nederlandse Antillen’ strafrechter die bevoegd is op de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba c. ‘geldsommen betaald aan het Land de Nederlandse Antillen’ geldsommen betaald aan het Rijk d. ‘Belastingregeling voor het Koninkrijk’ artikel 13f, tweede lid, van de Wet geldstelsel BES Belastingregeling voor het Koninkrijk, de Belastingregeling voor het land Nederland, bedoeld in e. ‘waarde van de woning voor de toepassing van de grondbelasting’ waarde van de woning voor de toepassing van de in de voormalige Nederlandse Antillen geldende Grondbelastingverordening 1908 f. ‘uit de lands- of eilandskas bezoldigde ambten’ uit ’s Rijks schatkist of de kas van een openbare lichaam bezoldigde ambten g. ‘naar Nederlands-Antilliaans recht’ naar het in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba geldende recht h. ‘bedraagt de belasting’ bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte van het belastbaar inkomen dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat i. ‘waarmee het Koninkrijk der Nederlanden ten behoeve van de Nederlandse Antillen een overeenkomst heeft gesloten’ waarmee het Koninkrijk der Nederlanden een overeenkomst heeft gesloten ten behoeve van het voormalige land de Nederlandse Antillen j. ‘Een ieder die op grond van een eilandsverordening of een eilandsbesluit als inhoudingsplichtige is aangewezen’ artikel 13a van de Wet geldstelsel BES Een ieder die, op het moment direct voorafgaand aan het moment waarop de overgangsperiode, bedoeld in, aanvangt op grond van een eilandsverordening of een eilandsbesluit als inhoudingsplichtige is aangewezen 2 artikel 13b, eerste lid, onderdeel a, van de wet In de overgangsperiode vinden de artikelen 36 en 41, onderdeel B, van de ingenoemde verordening geen toepassing. 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 13b, eerste lid, onderdeel b, van de wet Voor de toepassing van de inbedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘Nederlands-Antilliaans publiekrechtelijk rechtspersoon’ publiekrechtelijk rechtspersoon naar het op de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba geldende recht b. ‘pensioenverplichting welke geheel of gedeeltelijk overgaat op een in Nederland, Aruba dan wel een verdragsland gevestigde verzekeraar’ pensioenverplichting welke geheel of gedeeltelijk overgaat op een in Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten dan wel een verdragsland gevestigde verzekeraar c. ‘De aangifte wordt gelijktijdig met de afdracht gedaan bij de ontvanger van het eilandgebied waar de werknemer bij het begin van het desbetreffende jaar of bij de aanvang van zijn belastingplicht in de loop van dat jaar woont. Indien de werknemer niet binnen de Nederlandse Antillen woont, geschieden vorenbedoelde aangifte en afdracht bij de ontvanger van het eilandgebied Curaçao’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES De aangifte wordt gelijktijdig met de afdracht gedaan bij de ontvanger, bedoeld in ‘Nederlands-Antilliaanse publiekrechtelijke rechtspersoon’ publiekrechtelijke rechtspersoon naar het op de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba geldende recht 2 artikel 13b, eerste lid, onderdeel b, van de wet In de overgangsperiode vindt artikel 37 van de ingenoemde verordening geen toepassing. 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 13b, eerste lid, onderdeel c, van de wet Voor de toepassing van de inbedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de landsverordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘het recht van de Nederlandse Antillen’ het in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba geldende recht b. ‘het recht van de Nederlandse Antillen, Nederland of Aruba’ het recht van Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten of het in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, Nederland geldende recht c. ‘vennootschap, die niet binnen de Nederlandse Antillen, Aruba of Nederland is gevestigd’ vennootschap, die niet binnen de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba of Aruba, Curaçao, Sint Maarten of Nederland is gevestigd d. ‘de Nederlands-Antilliaanse winstbelasting’ de in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba geldende winstbelasting e. ‘het Nederlands-Antilliaanse winstbelastingtarief’ het winstbelastingtarief, genoemd in de in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening op de winstbelasting 1940 f. ‘Landsverordening belastingfaciliteiten industriële ondernemingen (P.B. 1985, no.l46), waaraan op haar daartoe strekkend verzoek door de Gouverneur in overleg met het Bestuurscollege van het betrokken eilandgebied vrijstelling van belasting is verleend;’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening belastingfaciliteiten industriële ondernemingen, waaraan vrijstelling van belasting is verleend; g. ‘mits aan dat lichaam op haar daartoe strekkend verzoek door de Gouverneur in overleg met het Bestuurscollege van het betrokken eilandgebied vrijstelling van de belasting is verleend’ mits aan dat lichaam vrijstelling van de belasting is verleend h. ‘artikel VI van de Landsverordening van de 29ste december 1999 tot wijziging van de Landsverordening op de Winstbelasting 1940 (P.B. 1965, no. 58)’, ‘artikel VI van de Landsverordening van de 29ste december 1999 tot wijziging van de Landsverordening op de Winstbelasting 1940 (P.B. 1965, no. 58) (P.B. 1999, no. 244)’ artikel VI van de Landsverordening van de 29ste december 1999 tot wijziging van de in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening op de winstbelasting 1940 i. ‘strafrechter van de Nederlandse Antillen’ strafrechter die bevoegd is op de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba j. ‘geldsommen betaald aan het Land de Nederlandse Antillen’ geldsommen betaald aan het Rijk k. ‘naar Nederlands-Antilliaanse maatstaven’ gelet op de in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba geldende winstbelasting l. ‘het ontgaan van Nederlands-Antilliaanse belasting’ het ontgaan van belasting in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba m. ‘1. Deze landsverordening treedt in werking met ingang van 1 mei 1940. 2. Zij kan worden aangehaald als: “Landsverordening op de Winstbelasting 1940”.’ Deze wet kan worden aangehaald als ‘in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening op de winstbelasting 1940’. 2 artikel 13b, eerste lid, onderdeel c, van de wet In de overgangsperiode vinden de artikelen 4A en 24B van de ingenoemde verordening geen toepassing. 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 13b, eerste lid, onderdeel d, van de wet Voor de toepassing van de inbedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘het grondgebied van de Nederlandse Antillen, bedoeld in artikel 1, van de Staatsregeling van de Nederlandse Antillen met uitzondering van de eilandgebieden Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten’ het grondgebied van het openbaar lichaam Bonaire b. ‘goederenvervoer tussen de eilandgebieden van de Nederlandse Antillen of naar en van het buitenland’ goederenvervoer tussen de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba of naar en van daarbuiten c. ‘voor projecten voor zover die in het kader van onderlinge hulp voor rekening van Nederland of Aruba’ voor projecten in het kader van onderlinge hulp voor rekening van Aruba, Curaçao, Sint Maarten of Nederland d. ‘Als belastingplichtige wordt mede aangemerkt, de rechtspersoon dan wel de natuurlijke persoon die op naam en voor rekening van ondernemers welke niet binnen het grondgebied van de Nederlandse Antillen wonen of zijn gevestigd en ook geen vaste inrichting hebben in het heffingsgebied, diensten verricht’ Als belastingplichtige wordt mede aangemerkt, de rechtspersoon dan wel de natuurlijke persoon die op naam en voor rekening van ondernemers welke niet binnen het openbaar lichaam Bonaire wonen of zijn gevestigd en ook geen vaste inrichting hebben in het heffingsgebied, diensten verricht 2 artikel 13b, eerste lid, onderdeel d, van de wet In de overgangsperiode vinden de artikelen 7, eerste lid, 66, 66a en 67, van de ingenoemde verordening geen toepassing. 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 13b, eerste lid, onderdeel e, van de wet Voor de toepassing van de inbedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘het grondgebied van de Nederlandse Antillen, bedoeld in artikel 1, van de Staatsregeling van de Nederlandse Antillen met uitzondering van de eilandgebieden Bonaire en Curaçao’ het grondgebied van de openbare lichamen Sint Eustatius en Saba b. ‘goederenvervoer tussen de eilandgebieden van de Nederlandse Antillen of naar en van het buitenland’ goederenvervoer tussen de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba of naar en van daarbuiten c. ‘voor projecten voor zover die in het kader van onderlinge hulp voor rekening van Nederland of Aruba’ voor projecten in het kader van onderlinge hulp voor rekening van Aruba, Curaçao, Sint Maarten of Nederland 2 artikel 13b, eerste lid, onderdeel e, van de wet In de overgangsperiode vinden de artikelen 9, tweede lid, 62 tot en met 65 en 67, van de ingenoemde verordening geen toepassing. 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 13b, eerste lid, onderdeel f, van de wet Voor de toepassing van de inbedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘de ten tijde van de rechtshandeling geldende legger, opgemaakt krachtens de Grondbelastingverordening 1908’ de ten tijde van de rechtshandeling geldende legger, opgemaakt krachtens de in de voormalige Nederlandse Antillen geldende Grondbelastingverordening 1908 b. ‘Voor de betaling van de belasting en de verhogingen zijn tegenover het land aansprakelijk’ Voor de betaling van de belasting en de verhogingen zijn tegenover het Rijk aansprakelijk 2 artikel 13b, eerste lid, onderdeel f, van de wet In de overgangsperiode vindt artikel 37 van de ingenoemde verordening geen toepassing. 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 13b, eerste lid, onderdeel g, van de wet Voor de toepassing van de inbedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘ingezetene van de Nederlandse Antillen’ ingezetene van de openbaar lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba b. ‘de Rechter in Eerste Aanleg ter zittingsplaats’ het gerecht in eerste aanleg, dat bevoegd is in het openbare lichaam c. ‘Een door de Rechter aangewezen notaris’ Een door dat Gerecht aangewezen notaris d. ‘Voor de betaling der successiebelasting zijn tegenover het land aansprakelijk’ Voor de betaling van de successiebelasting zijn tegenover het Rijk aansprakelijk e. ‘Ingeval van schenking is tegenover het land de schenker met de bevoordeelde hoofdelijk voor de betaling der successiebelasting aansprakelijk’ Ingeval van schenking is tegenover het Rijk de schenker met de bevoordeelde hoofdelijk voor de betaling van de successiebelasting aansprakelijk f. ‘Voor de betaling van de overgangsbelasting zijn tegenover het land aansprakelijk de verkrijgers’ Voor de betaling van de overgangsbelasting zijn tegenover het Rijk aansprakelijk de verkrijgers g. artikel 14, tweede lid ‘In het geval bedoeld bijis de stichter voor de verschuldigde successie- of overgangsbelasting tegenover het land aansprakelijk’ artikel 14, tweede lid In het geval, bedoeld in, is de stichter voor de verschuldigde successie- of overgangsbelasting tegenover het Rijk aansprakelijk h. ‘In alle niet uitdrukkelijk genoemde gevallen zijn tegenover het land de schuldenaren aansprakelijk en gezamenlijke legatarissen of andere gezamenlijke verkrijgers hoofdelijk’ In alle niet uitdrukkelijk genoemde gevallen zijn tegenover het Rijk de schuldenaren aansprakelijk en gezamenlijke legatarissen of andere gezamenlijke verkrijgers hoofdelijk i. ‘Het land is bevoegd om voor de successie- en overgangsbelastingen en de verhogingen conservatoir beslag te leggen’ Het Rijk is bevoegd om voor de successie- en overgangsbelastingen en de verhogingen conservatoir beslag te leggen 2 artikel 13b, eerste lid, onderdeel g, van de wet In de overgangsperiode vindt artikel 85 van de ingenoemde verordening geen toepassing. 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 13b, eerste lid, onderdeel h, van de wet Voor de toepassing van de inbedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘waarmee het Koninkrijk der Nederlanden een overeenkomst heeft gesloten ten behoeve van de Nederlandse Antillen’ waarmee het Koninkrijk der Nederlanden een overeenkomst heeft gesloten ten behoeve van het voormalige land de Nederlandse Antillen 2 artikel 13b, eerste lid, onderdeel h, van de wet In de overgangsperiode vinden de artikelen 14 tot en met 18 en 20, van de ingenoemde verordening geen toepassing. 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 13b, eerste lid, onderdeel i, van de wet Voor de toepassing van de inbedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘het gebied van de Nederlandse Antillen’ de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba b. ‘”Inspecteur”: in het eilandgebied Bonaire: de Inspecteur der Belastingen op Bonaire; in het eilandgebied Curaçao: de Inspecteur der Belastingen op Curaçao; in de overige eilandgebieden: de Inspecteur der belastingen op Sint Maarten’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES ‘Inspecteur’: de inspecteur, bedoeld in c. ‘”Ontvanger”: de Landsontvanger’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES ‘Ontvanger’: de ontvanger, bedoeld in d. ‘de Nederlandse Antillen of haar autonome ressorten’ Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius, Sint Maarten e. ‘vanwege de regering van de Nederlandse Antillen of vanwege het bestuur van een eilandgebied’ vanwege de regering of vanwege het bestuur van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba f. ‘munt van de Nederlandse Antillen’ het in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wettige betaalmiddel g. ‘lands- of eilandsorganen en beschikkingen van lands- of eilandsambtenaren’ organen van het Rijk of de openbare lichamen h. ‘Nederlandse Antillen, de eilandgebieden van de Nederlandse Antillen’ openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba i. ‘artikel 69 van de Landsverordening op het Notarisambt’ Wet op het notarisambt BES een met artikel 69 van de Landsverordening op het Notarisambt vergelijkbare bepaling in de j. ‘artikel 6 van de Landsverordening op het Notarisambt’ Wet op het notarisambt BES een met artikel 6 van de Landsverordening op het Notarisambt vergelijkbare bepaling in de k. ‘straatpolitie in de eilandgebieden van de Nederlandse Antillen’ straatpolitie in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba l. ‘artikel 220, vijfde lid, in verband met artikel 247 of ingevolge artikel 277 van het Curaçaosch Wetboek van Koophandel’ Wetboek van Koophandel BES een met artikel 220, vijfde lid, in verband met artikel 247 of ingevolge artikel 277 van het Curaçaosch Wetboek van Koophandel vergelijkbare bepalingen in het m. ‘ambtenaren van de Belastingdienst en de ambtenaren ressorterende onder het Departement van Financiën of de Afdeling Financiën van een eilandgebied’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES artikel 13c van de Wet geldstelsel BES inspecteur, bedoeld in, de ontvanger, bedoeld in, of ambtenaren van de Afdeling Financiën van een van de openbare lichamen 2 artikel 13b, eerste lid, onderdeel i, van de wet In de overgangsperiode vinden de artikelen 88 tot en met 90 en 92 tot en met 94, van de ingenoemde verordening geen toepassing. 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 13b, eerste lid, onderdeel j, van de wet Voor de toepassing van de inbedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘Inspecteur: de Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES Inspecteur: de inspecteur, bedoeld in b. ‘het brengen in het vrije verkeer, voor zover zulks geschiedt in een der eilandgebieden Aruba, Bonaire en Curaçao’ het brengen in het vrije verkeer, voor zover zulks geschiedt in het openbaar lichaam Bonaire c. ‘op het kantoor van de Ontvanger’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES aan de ontvanger, bedoeld in d. ‘volgens de A.V.’ volgens de in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Algemene Verordening I.U. en D. 1908 e. ‘bij beschikking nadere voorschriften’ bij ministeriële regeling nadere voorschriften 2 artikel 13b, eerste lid, onderdeel j, van de wet In de overgangsperiode vinden de artikelen 88 tot en met 90 en 92 tot en met 94, van de ingenoemde verordening geen toepassing. 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 13b, eerste lid, onderdeel k, van de wet Voor de toepassing van de inbedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘binnenland: de eilandgebieden Bonaire en Curaçao’ binnenland: het openbaar lichaam Bonaire b. ‘inspecteur: de Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES Inspecteur: de inspecteur, bedoeld in c. ‘bij beschikking van de Minister van Financiën’ bij ministeriële regeling van Onze Minister van Financiën d. ‘vergunning wordt aangevraagd bij de Minister van Financiën’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES vergunning wordt aangevraagd bij de inspecteur, bedoeld in e. ‘vergunning kan door de Minister van Financiën bij een met redenen omklede beschikking worden ingetrokken’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES vergunning kan door de inspecteur, bedoeld in, bij een met redenen omklede beschikking worden ingetrokken 2 artikel 13b, eerste lid, onderdeel k, van de wet In de overgangsperiode vinden de artikelen 28, tweede en derde lid, en 29 van de ingenoemde verordening geen toepassing. 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 13b, eerste lid, onderdeel l, van de wet Voor de toepassing van de inbedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘binnenland: de eilandgebieden Bonaire en Curaçao’ binnenland: het openbaar lichaam Bonaire b. ‘inspekteur: de Inspekteur der Invoerrechten en Accijnzen’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES Inspecteur: de inspecteur, bedoeld in c. ‘in het binnenland in licentie vervaardigde sigaretten van een buitenlands merk’ in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba of de landen Curaçao of Sint Maarten in licentie vervaardigde sigaretten van een buitenlands merk d. ‘aanvraag van een vergunning geschiedt schriftelijk bij de directeur’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES aanvraag van een vergunning geschiedt schriftelijk bij de inspecteur, bedoeld in e. ‘De intrekking geschiedt bij een met redenen omkleed landsbesluit’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES De intrekking geschiedt bij een met redenen omklede beschikking van de inspecteur, bedoeld in f. ‘gouvernements- als particulier entrepôt’ Rijks- als particulier entrepots g. ‘bij beschikking nadere voorschriften’ bij ministeriële regeling nadere voorschriften 2 artikel 13b, eerste lid, onderdeel l, van de wet In de overgangsperiode vinden de artikelen 29, tweede en derde lid, en 30 van de ingenoemde verordening geen toepassing. 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 13b, eerste lid, onderdeel m, van de wet Voor de toepassing van de inbedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘Van benzine, welke, hetzij bij invoer in een van de eilandgebieden Bonaire of Curaçao al dan niet over entrepôt, hetzij na in een van deze eilandgebieden, in het vrije verkeer wordt gebracht in een van de eilandgebieden Bonaire of Curaçao’ Van benzine, welke, hetzij bij invoer in het openbaar lichaam Bonaire al dan niet over entrepôt, hetzij na in een van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, in het vrije verkeer wordt gebracht in het openbaar lichaam Bonaire b. ‘ten bedrage van NAF. 61,35 per hectoliter voor wat betreft het eilandgebied Bonaire en van NAF. 63,– per hectoliter voor wat betreft het eilandgebied Curaçao’ ten bedrage van NAF. 61,35 per hectoliter c. ‘“Inspecteur”: de Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES Inspecteur: de inspecteur, bedoeld in d. ‘de eilandgebieden Bonaire of Curaçao’ het openbaar lichaam Bonaire 2 artikel 13b, eerste lid, onderdeel m, van de wet In de overgangsperiode vindt artikel 22 van de ingenoemde verordening geen toepassing. 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 13b, eerste lid, onderdeel n, van de wet Voor de toepassing van de inbedoelde regeling die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, dient wordt die overgangsperiode in de tekst van de regeling onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘Van benzine die in één van de eilandgebieden Saba, Sint Eustatius of Sint Maarten ingevoerd zal worden is, zodra zij daartoe binnen het tot een van die eilandgebieden behorende gebied van de Nederlandse Antillen’ Van benzine die in één van de openbare lichamen Saba of Sint Eustatius ingevoerd zal worden is, zodra de benzine daartoe binnen het tot een van die openbare lichamen behorende gebied b. ‘eilandgebieden Saba, St. Eustatius of Sint Maarten’ openbare lichamen Sint Eustatius of Saba c. ‘Onder “Inspecteur” wordt in deze landsverordening en de ter uitvoering daarvan vastgestelde bepalingen verstaan de Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES Onder ‘inspecteur’ wordt in deze wet en de ter uitvoering daarvan vastgestelde bepalingen verstaan de inspecteur, bedoeld in d. ‘eilandgebieden Saba, Sint Eustatius of Sint Maarten’ openbare lichamen Sint Eustatius of Saba e. ‘een door de Nederlandse Antillen geheven invoerrecht’ een door het Rijk geheven invoerrecht f. ‘tot de Nederlandse Antillen behorende territoriale zee’ aan de BES eilanden grenzende territoriale zee g. ‘met benzine bij aankomst in Sint Maarten, Saba of Sint Eustatius’ met benzine bij aankomst in het openbare lichaam Sint Eustatius of Saba h. ‘rechtsgebied van de Nederlandse Antillen’ gebied waar het specifiek op de BES eilanden geldende recht van toepassing is 2 artikel 13b, eerste lid, onderdeel n, van de wet In de overgangsperiode vindt artikel 32, tweede lid, van de ingenoemde regeling geen toepassing. 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 13b, eerste lid, onderdeel o, van de wet Voor de toepassing van de inbedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘Onder “bedrijf” wordt voor de toepassing van deze landsverordening verstaan’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES Onder ‘Gouverneur’ wordt voor de toepassing van deze wet verstaan de inspecteur, bedoeld in. Voorts wordt voor de toepassing van deze wet onder ‘bedrijf’ verstaan: b. ‘2°. waarvan de oprichting een investering vergt van tenminste f. 250.000,– in de eilandgebieden Curaçao en St. Maarten dan wel tenminste f. 150.000,– in een der overige eilandgebieden; en 3°. die aan tenminste vijf in de Nederlandse Antillen geboren Nederlanders blijvend werk zal verschaffen. b. een onderneming tot exploitatie van hotels of andere gelegenheden tot verblijf en ontspanning, welke gericht is op de bevordering van het vreemdelingenbezoek aan de Nederlandse Antillen, waarvan verwacht kan worden dat zij zal bijdragen tot verbreding van de economische basis van de Nederlandse Antillen, en waarvan de bouw en eerste inrichting een investering vergt van ten minste f. 1.000.000,– in de eilandgebieden Curaçao en Sint Maarten dan wel ten minste f. 500.000,– in een der overige eilandgebieden.’ 2°. waarvan de oprichting een investering vergt van ten minste f. 150.000,– in een van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba; en 3°. die aan ten minste vijf in Bonaire, Sint Eustatius, Saba, Curaçao of Sint Maarten geboren Nederlanders blijvend werk zal verschaffen. b. een onderneming tot exploitatie van hotels of andere gelegenheden tot verblijf en ontspanning, welke gericht is op de bevordering van het vreemdelingenbezoek aan de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, waarvan verwacht kan worden dat zij zal bijdragen tot verbreding van de economische basis van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en waarvan de bouw en eerste inrichting een investering vergt van ten minste f. 500.000,– in een van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba. c. ‘3. De bedragen genoemd in dit artikel dienen binnen twee jaren na dagtekening van het landsbesluit, bedoeld in artikel 5, te worden besteed.’ 3. De bedragen, genoemd in dit artikel, dienen binnen twee jaren na dagtekening van de beschikking, bedoeld in artikel 5, te worden besteed. d. ‘2. Bij landsbesluit kan na overleg met het Bestuurscollege van het betrokken eilandgebied vrijstelling worden verleend van invoerrechten’ 2. Bij beschikking kan na overleg met het bestuurscollege van het betrokken openbaar lichaam vrijstelling worden verleend van invoerrechten e. ‘2. In het in artikel 5 bedoelde landsbesluit kan, in afwijking van de bepalingen van deze landsverordening, worden bepaald dat:’ 2. In de in artikel 5 bedoelde beschikking kan, in afwijking van de bepalingen van deze wet, worden bepaald dat: f. ‘De verklaring in het voorgaande artikel geschiedt bij landsbesluit’ De verklaring in het voorgaande artikel geschiedt bij beschikking. g. ‘Het in het vorig artikel bedoelde landsbesluit kan na overleg met het bestuurscollege en de belanghebbende gehoord, worden ingetrokken indien blijkt, dat:’ De in het vorige artikel bedoelde beschikking kan na overleg met het bestuurscollege en de belanghebbende gehoord, worden ingetrokken indien blijkt, dat: h. ‘2. Intrekking op grond van het in het eerste lid onder letter a gestelde geschiedt met terugwerkende kracht tot en met de dag van de vaststelling van de ministeriële regeling. Intrekking op grond van het in het eerste lid onder de letters b en c gestelde kan met terugwerkende kracht uiterlijk tot en met de dag van de vaststelling van de ministeriële regeling geschieden.’ 2. Intrekking op grond van het eerste lid, onderdeel a, geschiedt met terugwerkende kracht tot en met de dag van de vaststelling van de beschikking. Intrekking op grond van het eerste lid, onderdelen b en c, kan met terugwerkende kracht uiterlijk tot en met de dag van de vaststelling van de beschikking geschieden. i. ‘Indien een onderneming, ten aanzien waarvan is verklaard dat zij als een bedrijf in de zin van deze landsverordening moet worden aangemerkt, door een andere hier te lande opgerichte naamloze vennootschap dan die welke in het betreffende landsbesluit wordt genoemd, wordt overgenomen en voortgezet, wordt het landsbesluit op verzoek van de meest gerede partij dienovereenkomstig gewijzigd.’ Indien een onderneming, ten aanzien waarvan is verklaard dat zij als een bedrijf in de zin van deze wet moet worden aangemerkt, door een andere in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba opgerichte naamloze vennootschap dan die welke in de betreffende beschikking wordt genoemd, wordt overgenomen en voortgezet, wordt de beschikking op verzoek van de meest gerede partij dienovereenkomstig gewijzigd. j. ‘het landsbesluit bedoeld in artikel 5’ artikel 5 de beschikking, bedoeld in k. ‘in het eilandgebied Bonaire ten genoegen van de Inspecteur der Belastingen op Bonaire, in het eilandgebied Curaçao ten genoegen van de Inspecteur der Belastingen op Curaçao en in de overige eilandgebieden ten genoegen van de Inspecteur der Belastingen op Sint Maarten’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES ten genoegen van de inspecteur, bedoeld in l. ‘2. De Gouverneur beslist op het bezwaarschrift, de Raad van Advies gehoord, binnen drie maanden na de datum van indiening. De beslissing is met redenen omkleed. 3. Bij een beslissing die afwijkt van het advies van de Raad van Advies, zullen de redenen voor de afwijking vermeld worden.’ 2. De Gouverneur beslist op het bezwaarschrift binnen drie maanden na de datum van indiening. De beslissing is met redenen omkleed. 2 artikel 13b, eerste lid, onderdeel o, van de wet In de overgangsperiode vinden de artikelen 2, eerste lid, onderdelen b en c, 10, 11 en 21 van de ingenoemde verordening geen toepassing. 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 13b, eerste lid, onderdeel p, van de wet Voor de toepassing van de inbedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘f. olie-industrie: een industrie, gericht op olieraffinage dan wel op de vervaardiging van machines, ander materieel of onderdelen daarvan bestemd voor gebruik bij exploratie, winning of transport van olie en gas hier te lande of bij olieraffinage hier te lande.’ f. olie-industrie: een industrie, gericht op olieraffinage dan wel op de vervaardiging van machines, ander materieel of onderdelen daarvan bestemd voor gebruik bij exploratie, winning of transport van olie en gas in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba of bij olieraffinage in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba; artikel 13c van de Wet geldstelsel BES g. Gouverneur: de inspecteur, bedoeld in. b. ‘a. een investering vergt van tenminste f. 250.000,– in het eilandgebied Curaçao dan wel tenminste f. 150.000,– in een der overige eilandgebieden,’ a. een investering vergt van ten minste f. 150.000,– in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, c. ‘c. aan tenminste vijf in de Nederlandse Antillen geboren Nederlanders blijvend werk zal verschaffen.’ c. aan ten minste vijf op Bonaire, Sint Eustatius, Saba, Curaçao of Sint Maarten geboren Nederlanders blijvend werk zal verschaffen. d. ‘6. De Gouverneur beslist bij landsbesluit op het verzoek om vrijstelling van belasting na overleg met het bestuurscollege van het betrokken eilandgebied.’ 6. De Gouverneur beslist bij beschikking op het verzoek om vrijstelling van belasting na overleg met het bestuurscollege van het betrokken openbaar lichaam. e. ‘2. In het landsbesluit kan onder meer worden bepaald dat: a. de vrijstelling zal zijn beperkt tot de daarin aangegeven percentages; b. de vrijstelling een of meer van de in artikel 2 genoemde belastingen zal omvatten; c. de duur van de vrijstelling, met in achtneming van het gestelde in het eerste lid van dit artikel, voor de verschillende belastingen verschillend kan zijn.’ 2. In de in artikel 3, zesde lid, bedoelde beschikking kan onder meer worden bepaald dat: a. de vrijstelling zal zijn beperkt tot de daarin aangegeven percentages; b. de vrijstelling een of meer van de in artikel 2 genoemde belastingen zal omvatten; c. de duur van de vrijstelling, met inachtneming van het gestelde in het eerste lid van dit artikel, voor de verschillende belastingen verschillend kan zijn. f. ‘doch uiterlijk tot het jaar 2015’ artikel 13a van de Wet geldstelsel BES doch uiterlijk tot het einde van de overgangsperiode, bedoeld in g. ‘waarvan in het eilandgebied Bonaire ten genoegen van de Inspecteur der Belastingen op Bonaire, in het eilandgebied Curaçao ten genoegen van de Inspecteur der Belastingen op Curaçao en in de overige eilandgebieden ten genoegen van de Inspecteur der Belastingen op Sint Maarten’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES waarvan ten genoegen van de inspecteur, bedoeld in h. ‘Een krachtens artikel 3 vastgesteld landsbesluit’ Een krachtens artikel 3 vastgestelde beschikking i. ‘a. door of namens de belanghebbende onjuiste gegevens worden verstrekt, welke van invloed waren op de totstandkoming van het landsbesluit;’ a. door of namens de belanghebbende onjuiste gegevens worden verstrekt, welke van invloed waren op de totstandkoming van de beschikking; j. ‘2. Intrekking op grond van het in het eerste lid onder de letter a gestelde geschiedt met terugwerkende kracht tot en met de dag van de vaststelling van het landsbesluit. Intrekking op grond van het aldaar onder de letters b en c gestelde kan met terugwerkende kracht uiterlijk tot en met de dag van de vaststelling van het landsbesluit geschieden.’ 2. Intrekking op grond van het eerste lid, onderdeel a, geschiedt met terugwerkende kracht tot en met de dag van de vaststelling van de beschikking. Intrekking op grond van het eerste lid, onderdelen b en c, kan met terugwerkende kracht uiterlijk tot en met de dag van de vaststelling van de beschikking geschieden. k. ‘3. Indien de industrie wordt overgenomen en voortgezet door een andere naamloze vennootschap, welke voldoet aan het bepaalde in artikel 3 of indien het een industrie betreft als bedoeld in artikel 5, in artikel 3 met uitzondering van het vierde lid, onderdeel a, en in artikel 5, wordt het landsbesluit op verzoek van de meest gerede partij dienovereenkomstig gewijzigd.’ 3. Indien de industrie wordt overgenomen en voortgezet door een andere naamloze vennootschap, welke voldoet aan het bepaalde in artikel 3 of indien het een industrie betreft als bedoeld in artikel 5, in artikel 3 met uitzondering van het vierde lid, onderdeel a, en in artikel 5, wordt de beschikking op verzoek van de meest gerede partij dienovereenkomstig gewijzigd. l. ‘2. De Gouverneur beslist op het bezwaarschrift, de Raad van Advies gehoord, binnen drie maanden na de datum van indiening. De beslissing is met redenen omkleed. 3. Bij een beslissing die afwijkt van het advies van de Raad van Advies, zullen de redenen voor de afwijking vermeld worden.’ 2. De Gouverneur beslist op het bezwaarschrift binnen drie maanden na de datum van indiening. De beslissing is met redenen omkleed. 2 artikel 13b, eerste lid, onderdeel p, van de wet In de overgangsperiode vinden de artikelen 2, eerste lid, onderdelen d en e, en 18 van de ingenoemde verordening geen toepassing. 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 artikel 13b, eerste lid, onderdeel q, van de wet Voor de toepassing van de inbedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘en welker uitbreiding, verbetering en/of vernieuwing een investering vergt van tenminste f. 300.000,– in de eilandgebieden Aruba of Curaçao dan wel van tenminste f. 50 000,– in een der overige eilandgebieden’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES en welker uitbreiding, verbetering en/of vernieuwing een investering vergt van ten minste f. 50 000,– in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba. Voorts verstaat deze wet onder ‘Gouverneur’ de inspecteur, bedoeld in b. ‘De verklaring in het voorgaande artikel geschiedt bij landsbesluit’ De verklaring in het voorgaande artikel geschiedt bij beschikking c. ‘Deze landsverordening, welke kan worden aangehaald als “Landsverordening renovatie hotels”, treedt in werking met ingang van de dag na die van haar afkondiging, werkt terug tot en met 1 januari 1983 en vervalt op een nader bij landsbesluit te bepalen tijdstip.’ Deze wet kan worden aangehaald als ‘in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening renovatie hotels’. 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 13b, eerste lid, onderdeel r, van de wet Voor de toepassing van de inbedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘Onder “bedrijf” wordt voor de toepassing van deze landsverordening verstaan’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES Onder ‘Gouverneur’ wordt voor de toepassing van deze wet verstaan de inspecteur, bedoeld in. Voorts wordt voor de toepassing van deze wet onder ‘bedrijf’ verstaan: b. ‘Bij landsbesluit kunnen op verzoek van belanghebbende en na overleg met het bestuurscollege van het eilandgebied waar de percelen grond’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES Bij beschikking van de inspecteur, bedoeld in, kunnen op verzoek van belanghebbende en na overleg met het bestuurscollege van het openbaar lichaam waar de percelen grond c. ‘indien de ontwikkeling buiten de waarde van de grond een investering vergt van tenminste f. 2.000.000,– in de eilandgebieden Curaçao en Sint Maarten en van tenminste f. 1.000.000,– voor wat de overige eilandgebieden betreft’ indien de ontwikkeling buiten de waarde van de grond een investering vergt van ten minste f. 1.000.000,– in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba d. ‘ten hoogste 5 jaren na dagtekening van het landsbesluit’ ten hoogste 5 jaren na dagtekening van de beschikking e. 4. De verklaring kan, na overleg met het bestuurscollege van het betrokken eilandgebied, bij landsbesluit worden ingetrokken, indien blijkt dat: a. door of namens het bedrijf onjuiste gegevens zijn verstrekt, welke van invloed zijn geweest op de totstandkoming van het landsbesluit; b. door of namens het bedrijf is gehandeld in strijd met de bepalingen van deze landsverordening of van het in het eerste lid bedoelde landsbesluit. 5. Het landsbesluit wijst de percelen grond aan, die tot ontwikkeling zullen worden gebracht; het bepaalt binnen welk tijdvak de in de voorgaande leden bedoelde investering moet hebben plaats gehad en voor welk tijdvak de verklaring zal gelden. Het landsbesluit kan voorts nadere voorwaarden stellen. 6. De intrekking geschiedt niet dan nadat het bedrijf in de gelegenheid is gesteld zich daarover te verklaren. Zij kan met terugwerkende kracht geschieden tot een bij het landsbesluit te bepalen datum’ 4. De beschikking kan, na overleg met het bestuurscollege van het betrokken openbaar lichaam, bij beschikking worden ingetrokken, indien blijkt dat: a. door of namens het bedrijf onjuiste gegevens zijn verstrekt, welke van invloed zijn geweest op de totstandkoming van de eerstgenoemde beschikking; b. door of namens het bedrijf is gehandeld in strijd met de bepalingen van deze wet of van de in het eerste lid bedoelde beschikking. 5. De in het eerste lid bedoelde beschikking wijst de percelen grond aan die tot ontwikkeling zullen worden gebracht; het bepaalt binnen welk tijdvak de in de voorgaande leden bedoelde investering moet hebben plaats gehad en voor welk tijdvak de verklaring zal gelden. In de beschikking kunnen voorts nadere voorwaarden worden gesteld. 6. De intrekking geschiedt niet dan nadat het bedrijf in de gelegenheid is gesteld zich daarover te verklaren. Zij kan met terugwerkende kracht geschieden tot een bij beschikking te bepalen datum f. ‘a. de invoerrechten op de materialen en goederen bestemd voor de aanleg van wegen, de bouw van onroerende zaken en de aanleg of de bouw van gelegenheden tot vermaak en ontspanning op de in het landsbesluit aangewezen percelen grond;’ a. de invoerrechten op de materialen en goederen bestemd voor de aanleg van wegen, de bouw van onroerende zaken en de aanleg of de bouw van gelegenheden tot vermaak en ontspanning op de in de in artikel 2, eerste lid, bedoelde beschikking aangewezen percelen grond; g. ‘waarvan in het eilandgebied Bonaire ten genoegen van de Inspecteur der Belastingen op Bonaire, in het eilandgebied Curaçao ten genoegen van de Inspecteur der Belastingen op Curaçao en in de overige eilandgebieden ten genoegen van de Inspecteur der Belastingen op Sint Maarten’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES waarvan ten genoegen van de inspecteur, bedoeld in h. ‘van datum en nummer van het landsbesluit bedoeld in artikel 2’ van datum en nummer van de beschikking, bedoeld in artikel 2 i. ‘Wanneer een bedrijf wordt overgenomen en voortgezet door een ander, wordt het landsbesluit op verzoek van de meest gerede partij dienovereenkomstig gewijzigd’ Wanneer een bedrijf wordt overgenomen en voortgezet door een ander, wordt de in artikel 2 bedoelde beschikking op verzoek van de meest gerede partij dienovereenkomstig gewijzigd j. ‘2. De Gouverneur beslist op het bezwaarschrift, de Raad van Advies gehoord, binnen drie maanden na de datum van indiening. De beslissing is met redenen omkleed. 3. Bij een beslissing die afwijkt van het advies van de Raad van Advies, zullen de redenen voor de afwijking vermeld worden.’ 2. De Gouverneur beslist op het bezwaarschrift binnen drie maanden na de datum van indiening. De beslissing is met redenen omkleed. k. ‘Deze landsverordening kan worden aangehaald als “Landsverordening ter bevordering van grondontwikkeling”. Zij treedt in werking met ingang van de dag na die van haar afkondiging.’ Deze wet kan worden aangehaald als ‘in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening ter bevordering van grondontwikkeling’. 2 artikel 13b, eerste lid, onderdeel r, van de wet In de overgangsperiode vinden in artikel 3, eerste lid, van de ingenoemde verordening de onderdelen b en c geen toepassing. 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 13b, eerste lid, onderdeel s, van de wet Voor de toepassing van de inbedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘notarissen, advocaten, openbare accountants, fiscale adviseurs en aanverwante dienstverlening.’ notarissen, advocaten, openbare accountants, fiscale adviseurs en aanverwante dienstverlening. artikel 13c van de Wet geldstelsel BES 3. bestuurscollege: de inspecteur, bedoeld in. b. ‘zijn, naast de in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde personen, belast de ambtenaren der invoerrechten en accijnzen alsmede de daartoe bij landsbesluit aangewezen ambtenaren van de Belastingdienst. Een zodanige aanwijzing wordt bekendgemaakt in De Curaçaosche Courant’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES is, naast de in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES bedoelde personen, de inspecteur, bedoeld in, belast c. zijn belast de ambtenaren der invoerrechten en accijnzen artikel 13c van de Wet geldstelsel BES is de inspecteur, bedoeld in, belast d. ‘Met ingang van de in het tweede lid bedoelde tijdstip worden de benamingen' “Landsverordening Vrije Zones 1975 (P.B. 1975, no. 211)” “Vrije zones”, “vrije zones” en “vrije zone” in de bestaande landsverordeningen en de daarop berustende bepalingen vervangen door respectievelijk “Landsverordening economische zones 2000”, “Economische zones”, “economische zones” en “economische zone”’ De benamingen ‘Landsverordening Vrije Zones 1975 (P.B. 1975, no. 211)’ ‘Vrije zones’, ‘vrije zones’ en ‘vrije zone’ dienen in de bestaande wetten en de daarop berustende bepalingen te worden gelezen als respectievelijk ‘in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening economische zones 2000’, ‘Economische zones’, ‘economische zones’ en ‘economische zone’ 2 artikel 13b, eerste lid, onderdeel s, van de wet In de overgangsperiode vinden de artikelen 15 tot en met 23 en 24, tweede en derde lid, van de ingenoemde verordening geen toepassing. 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 13b, eerste lid, onderdeel t, van de wet Voor de toepassing van de inbedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘Nederlands-Antilliaanse goederen’ goederen van de BES eilanden b. ‘eilandgebieden Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten’ openbare lichamen Sint Eustatius en Saba c. ‘artikel 2 van de Eenvormige landsverordening geharmoniseerd systeem’ artikel 16 van het Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen d. ‘is de toe te passen wisselkoers de op het tijdstip van invoer laatst bekende, door de Bank van de Nederlandse Antillen vastgestelde verkoopkoers’ is de toe te passen wisselkoers de op het tijdstip van invoer laatst bekende, door de De Nederlandsche Bank N.V. vastgestelde verkoopkoers e. ‘voor projecten die in het kader van onderlinge hulp voor rekening van Nederland of Aruba’, voor projecten in het kader van onderlinge hulp voor rekening van Aruba, Curaçao, Sint Maarten of Nederland f. ‘verdragen betreffende internationale organisaties waarbij de Nederlandse Antillen zijn aangesloten’ verdragen betreffende internationale organisaties waarbij het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van het voormalige land de Nederlandse Antillen, is aangesloten 2 artikel 13b, eerste lid, onderdeel t, van de wet In de overgangsperiode vinden de artikelen 158 tot en met 165 en 169 van de ingenoemde verordening geen toepassing. 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 artikel 13b, eerste lid, onderdeel u, van de wet Voor de toepassing van de inbedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘de landsgrenzen’ het grondgebied van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba b. ‘de inwendige of uitwendige veiligheid van het Land’ de inwendige of uitwendige veiligheid van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba c. ‘bij beschikking van de Minister, die het aangaat’ bij ministeriële regeling van Onze Minister wie het aangaat d. ‘Een dergelijke beschikking blijft’ Een dergelijke ministeriële regeling blijft e. ‘De beschikking wordt in het Publicatieblad opgenomen’ De ministeriële regeling wordt in de Staatscourant opgenomen f. ‘Het in artikel 4 bedoelde landsbesluit dan wel de in artikel 6 bedoelde beschikking’ De in artikel 4 bedoelde ministeriële regeling dan wel de in artikel 6 bedoelde ministeriële regeling van Onze Minister wie het aangaat g. ‘zijn belast de ambtenaren der invoerrechten en accijnzen’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES is de inspecteur, bedoeld in, belast h. ‘de ambtenaren der invoerrechten en accijnzen’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES de inspecteur, bedoeld in i. ‘Deze landsverordening, welke kan worden aangehaald als “Landsverordening In- en Uitvoer” treedt in werking met ingang van de dag na die van haar afkondiging’ Deze wet kan worden aangehaald als ‘in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening In- en Uitvoer’ 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 13b, eerste lid, onderdeel v, van de wet Voor de toepassing van de inbedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘Inspecteur: In het eilandgebied Bonaire: de Inspecteur der Belastingen op Bonaire; In het eilandgebied Curaçao: de Inspecteur der Belastingen op Curaçao; In de overige eilandgebieden: de Inspecteur der belastingen op Sint Maarten’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES Inspecteur: de inspecteur, bedoeld in b. ‘Ontvanger: de Landsontvanger’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES Ontvanger: de ontvanger, bedoeld in c. ‘artikel 10 van de Curaçaosche Mijnwet (P.B. 1909, no.41)’ artikel 1 van de Mijnwet BES d. ‘artikel 10 van de Curaçaosche Mijnwet (P.B. 1909, no.43)’ artikel 1 van de Mijnwet BES e. ‘2. De formulieren voor de aangiftebiljetten worden vastgesteld door de Gouverneur’ 2. De formulieren voor de aangiftebiljetten worden vastgesteld door Onze Minister van Financiën 2 artikel 13b, eerste lid, onderdeel v, van de wet In de overgangsperiode vinden in artikel 34 van de ingenoemde verordening het tweede en derde lid geen toepassing. 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 13b, eerste lid, onderdeel x, van de wet Voor de toepassing van de inbedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘”Inspecteur” verstaan: in het eilandgebied Bonaire: de Inspecteur der Belastingen op Bonaire; in het eilandgebied Curaçao: de Inspecteur der Belastingen op Curaçao; in de overige eilandgebieden: de Inspecteur der belastingen op Sint Maarten’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES ‘Inspecteur’ verstaan: de inspecteur, bedoeld in b. ‘eilandgebieden Bonaire en de Bovenwindse Eilanden’ openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba c. ‘ten kantore van de Inspecteur binnen wiens ambtsgebied zij hun standplaats hebben’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES ten kantore van de inspecteur, bedoeld in d. ‘de Rechter in Eerste Aanleg ter zittingsplaats’ het gerecht in eerste aanleg, dat bevoegd is in het openbare lichaam 2 artikel 13b, eerste lid, onderdeel x, van de wet In de overgangsperiode vinden de artikelen 26, 27, 28 en 30 van de ingenoemde verordening geen toepassing. 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 13b, eerste lid, onderdeel y, van de wet Voor de toepassing van de inbedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘de bevoegde autoriteit van de Nederlandse Antillen, van Nederland of van Aruba’ de bevoegde autoriteit van Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten of de bevoegde autoriteit voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba b. ‘Deze Landsverordening kan worden aangehaald als de “Landsverordening op de Scheepstonnagebelasting 1987". Zij treedt in werking met ingang van de dag na die van haar afkondiging’ Deze wet kan worden aangehaald als in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening op de scheepsregistratiebelasting 1987 (na aanpassing hernoemd tot de Landsverordening op de Scheepstonnagebelasting 1987) 2 artikel 13b, eerste lid, onderdeel y, van de wet In de overgangsperiode vinden de artikelen 24 en 25 van de ingenoemde verordening geen toepassing. 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikel 13b, tweede lid, van de wet Voor de toepassing van de ingenoemde Algemene Landsverordening Landsbelastingen die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘Inspecteur: 1°. in het eilandgebied Bonaire: de Inspecteur der Belastingen op Bonaire; 2°. in het eilandgebied Curaçao: de Inspecteur der Belastingen op Curaçao; 3°. in de overige eilandgebieden: de Inspecteur der belastingen op Sint Maarten’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES Inspecteur: de inspecteur, bedoeld in b. ‘De verplichtingen welke volgens dit hoofdstuk bestaan jegens de Inspecteur, gelden mede jegens de Directeur van de Stichting Overheids Belasting Accountants Bureau, de Ontvanger alsmede jegens de door hen aangewezen ambtenaren of personen’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES De verplichtingen welke volgens dit hoofdstuk bestaan jegens de inspecteur, bedoeld ingelden mede jegens de ontvanger, bedoeld in artikel 13c van de Wet geldstelsel BES, alsmede jegens de door hen aangewezen ambtenaren of personen c. ‘De strafwet van de Nederlandse Antillen’ De in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba geldende strafwet d. ‘2. Als voorwaarden kunnen worden gesteld: a. betaling aan de Nederlandse Antillen van een geldsom van ten minste NAF. 100,– en ten hoogste het maximum van de geldboete die voor het feit kan worden opgelegd; b. afstand van voorwerpen die in beslag genomen zijn en vatbaar voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer; c. uitlevering, of voldoening aan de Nederlandse Antillen van de geschatte waarde, van voorwerpen die vatbaar zijn voor verbeurdverklaring; d. voldoening aan de Nederlandse Antillen van een geldbedrag gelijk aan of lager dan het geschatte voordeel – met inbegrip van besparing van kosten – door de verdachte verkregen door middel van of uit het strafbare feit;’ 2. Als voorwaarden kunnen worden gesteld: a. betaling aan het Rijk van een geldsom van ten minste NAF. 100,– en ten hoogste het maximum van de geldboete die voor het feit kan worden opgelegd; b. afstand van voorwerpen die in beslag genomen zijn en vatbaar voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer; c. uitlevering, of voldoening aan het Rijk van de geschatte waarde, van voorwerpen die vatbaar zijn voor verbeurdverklaring; d. voldoening aan het Rijk van een geldbedrag gelijk aan of lager dan het geschatte voordeel – met inbegrip van besparing van kosten – door de verdachte verkregen door middel van of uit het strafbare feit; e. ‘Belastingregeling voor het Koninkrijk’ artikel 13f, tweede lid, van de Wet geldstelsel BES Belastingregeling voor het Koninkrijk, de Belastingregeling voor het land Nederland, bedoeld in 2 artikel 13b, tweede lid, van de wet In de overgangsperiode vinden de artikelen 1, eerste lid, onderdelen g en j, 29, vierde lid, en 68 tot en met 78 van de ingenoemde Algemene Landsverordening Landsbelastingen geen toepassing. 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 13b, tweede lid, van de wet Voor de toepassing van de ingenoemde Invorderingsverordening 1961 die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van die verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘De invordering van de inkomstenbelasting, de winstbelasting, de grondbelasting en de gebruiksbelasting, alsmede van de op die belastingen geheven opcenten’ De invordering van de inkomstenbelasting, de winstbelasting, de grondbelasting en de gebruiksbelasting, alsmede van de op die belastingen geheven opcenten in het openbare lichaam Bonaire b. ‘slechts worden verleend na goedkeuring door het bestuurscollege’ artikel 2, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen slechts worden verleend na goedkeuring door de directeur, bedoeld in c. ‘Deze eilandsverordening kan worden aangehaald als “Invorderingsverordening 1961” en wordt geacht in werking te zijn getreden met ingang van 1 januari 1961’ Deze wet kan worden aangehaald als ‘in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Invorderingsverordening 1961’ d. ‘Met ingang van die datum houden de bepalingen van de artikelen 1 tot en met 3 en 5 tot en met 9, 12, 13 en 15 van de "Landsverordening van de 31e december 1942 op de invordering van directe belastingen" zoals gewijzigd en aangevuld, voor wat betreft de invordering vanwege het eilandgebied Bonaire op te gelden’ De bepalingen van de artikelen 1 tot en met 3 en 5 tot en met 9, 12, 13 en 15 van de ‘in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening op de invordering van directe belastingen’, gelden niet voor wat betreft de invordering in het openbaar lichaam Bonaire 2 artikel 13b, tweede lid, van de wet In de overgangsperiode vindt artikel 13 van de ingenoemde Invorderingsverordening 1961 geen toepassing. 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 13b, tweede lid, van de wet Voor de toepassing van de ingenoemde Invorderingsverordening 1970 die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van die verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘De invordering van de inkomstenbelasting, de winstbelasting en de grondbelasting alsmede van de op die belastingen geheven opcenten’ De invordering van de inkomstenbelasting, de winstbelasting en de grondbelasting alsmede van de op die belastingen geheven opcenten in de openbare lichamen Sint Eustatius en Saba b. ‘Deze eilandsverordening kan worden aangehaald als Invorderingsverordening met bijvoeging van het jaartal van het afkondigingsblad waarin zij zal worden afgekondigd en wordt geacht in werking te zijn getreden met ingang van 1 januari 1970’ Deze wet kan worden aangehaald als ‘in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Invorderingsverordening 1970’ c. ste ‘Met ingang van die datum houden de bepalingen van de artikelen 1 tot en met 3 en 5 tot en met 9, 12, 13 en 15 van de “Landsverordening van de 31December 1942 op de invordering van directe belastingen 1943”, voor wat betreft de invordering vanwege het eilandgebied de Bovenwindse Eilanden op te gelden’ De bepalingen van de artikelen 1 tot en met 3 en 5 tot en met 9, 12, 13 en 15 van de ‘in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening op de invordering van directe belastingen’, gelden niet voor wat betreft de invordering in de openbare lichamen Sint Eustatius en Saba 2 artikel 13b, tweede lid, van de wet In de overgangsperiode vindt artikel 13 van de ingenoemde Invorderingsverordening 1970 geen toepassing. 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 artikel 13b, tweede lid, van de wet Voor de toepassing van de ingenoemde Landsverordening op de invordering van directe belastingen 1943 die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘“Inspecteur”: in het eilandgebied Bonaire: de Inspecteur der Belastingen op Bonaire; in het eilandgebied Curaçao: de Inspecteur der Belastingen op Curaçao; en in de overige eilandgebieden: de Inspecteur der belastingen op Sint Maarten’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES ‘Inspecteur’: de inspecteur, bedoeld in b. ‘“Ontvanger”: de Landsontvangers en de door de bestuurscolleges aangestelde ambtenaren van de eilandgebieden met de invordering belast’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES ‘Ontvanger’: de ontvanger, bedoeld in c. ‘op elk van de eilanden aan de Ontvanger door de Inspecteur’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES aan de ontvanger, bedoeld indoor de inspecteur, bedoeld in artikel 13c van de Wet geldstelsel BES d. ‘Onder opcenten worden verstaan de opcenten door de eilandgebieden geheven.’ artikel 13b, eerste lid, onderdeel w, van de Wet geldstelsel BES Onder opcenten worden verstaan de opcenten welke worden geheven op grond van de inbedoelde eilandsverordeningen die in de overgangsperiode als wet van toepassing zijn. 2 artikel 13b, tweede lid, van de wet In de overgangsperiode vindt artikel 16 van de ingenoemde Landsverordening op de invordering van directe belastingen 1943 geen toepassing. 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 artikel 13b, tweede lid, van de wet Voor de toepassing van de ingenoemde Landsverordening houdende regeling van de invordering van belastingen, bijdragen en vergoedingen door middel van dwangschriften alsmede van de rechtspleging inzake van belastingen, bijdragen en vergoedingen die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘De belastingen, de bijdragen en vergoedingen, welke volgens tarieven vastgesteld bij landsverordening, landsbesluit, houdende algemene maatregelen, eilandsverordening en eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, ten bate van ’s Lands kas of van de kas van een eilandgebied worden geheven, alsmede de daarop gevallen rente wegens te late betaling, worden ingevorderd door middel van dwangschriften.’ De belastingen, de bijdragen en vergoedingen, welke volgens tarieven vastgesteld bij wet of ministeriële regeling, ten bate van ’s Rijks schatkist worden geheven, worden op de openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint Eustatius ingevorderd door middel van dwangschriften volgens het bepaalde in deze wet. b. ‘vanwege de Nederlandse Antillen of een eilandgebied’ vanwege het Rijk of een openbaar lichaam c. ‘de deurwaarders van de belastingen van het land alsmede de door de bestuurscollege aangestelde deurwaarders van de belastingen van het eilandgebied’ artikel 2, eerste lid, onderdeel j, van de Invorderingswet 1990 de belastingdeurwaarder, bedoeld in d. ‘de rechter in eerste aanleg op de zittingsplaats’ het gerecht in eerste aanleg, dat bevoegd is in het openbare lichaam 2 artikel 13b, tweede lid, van de wet In de overgangsperiode vinden de artikelen 9, tweede lid, en 16 van de ingenoemde Landsverordening houdende regeling van de invordering van belastingen, bijdragen en vergoedingen door middel van dwangschriften alsmede van de rechtspleging inzake van belastingen, bijdragen en vergoedingen geen toepassing. 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 artikel 13b, tweede lid, van de wet Voor de toepassing van de ingenoemde Algemene Verordening I. U. en D. 1908 die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘ambtenaren: elke ambtenaar der Invoerrechten en Accijnzen’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES ambtenaren: elke ambtenaar die namens de inspecteur, bedoeld in, een taak uitoefent b. ‘Inspecteur: de Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES Inspecteur: de inspecteur, bedoeld in c. Ontvanger: de Landsontvanger in de eilandgebieden van de Nederlandse Antillen’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES Ontvanger: de ontvanger, bedoeld in d. ‘produkten van NederlandsAntilliaanse oorsprong’ producten van oorsprong uit de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba e. ‘waarin de ambtenaren der invoerrechten en accijnzen zijn aangewezen als toezichthoudend ambtenaar’ waarin de ambtenaren zijn aangewezen als toezichthoudend ambtenaar f. ‘domicilie op het eiland Curaçao’ domicilie in een van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba g. ‘1° te water: in het eilandgebied Bonaire: naar de rede van Kralendijk; in het eilandgebied Curaçao: in de haven van Willemstad; in het eilandgebied Saba: in The Bottom; in het eilandgebied Sint Eustatius: in Oranjestad; in het eilandgebied Sint Maarten: in Philipsburg 1° te water: in het openbaar lichaam Bonaire: naar de rede van Kralendijk; in het openbaar lichaam Saba: in The Bottom; in het openbaar lichaam Sint Eustatius: in Oranjestad h. ‘Wanneer de belanghebbende zich bezwaard acht met de uitslag der verificatie der goederen, gelijk mede een ambtenaar zal oordelen dat de rechten van het land zijn verkort’ Wanneer de belanghebbende zich bezwaard acht met de uitslag der verificatie der goederen, gelijk mede een ambtenaar zal oordelen dat de rechten van het Rijk zijn verkort i. ‘Inspecteur, is het verboden magazijnen of nederlagen van goederen te hebben: in het eilandgebied Bonaire buiten Kralendijk; in het eilandgebied Saba buiten The Bottom; in het eilandgebied Sint Eustatius buiten Oranjestad; in het eilandgebied Sint Maarten buiten Philipsburg; in het eilandgebied Curaçao buiten het stadsdistrict’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES inspecteur, bedoeld in, is het verboden magazijnen of nederlagen van goederen te hebben: in het openbaar lichaam Bonaire buiten Kralendijk; in het openbaar lichaam Saba buiten The Bottom; in het openbaar lichaam Sint Eustatius buiten Oranjestad j. ‘tot de Nederlandse Antillen behorende eilandgebieden’ openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba k. ‘de ambtenaren der invoerrechten en accijnzen’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES de inspecteur, bedoeld in l. bij gebreke waarvan de opbrengst of hetgeen is overgebleven aan het land vervalt. Voor zover de goederen na het verstrijken van die termijn niet zijn verkocht, vervallen de goederen aan het land’ bij gebreke waarvan de opbrengst of hetgeen is overgebleven aan het Rijk vervalt. Voor zover de goederen na het verstrijken van die termijn niet zijn verkocht, vervallen de goederen aan het Rijk m. ‘Directeur van het Departement van Financiën kan de Ontvanger machtigen’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES ontvanger, bedoeld inkan besluiten n. ‘Het bedrag der invoerrechten en accijnzen, verschuldigd wegens pakketten, wordt niet telkens bij iedere aangifte, maar op bepaalde tijden door de Administratie der Posterijen met de Administratie der Invoerrechten en accijnzen vereffend en aan haar betaald volgens regelen, door de Gouverneur vast te stellen’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES Het bedrag der invoerrechten en accijnzen, verschuldigd wegens pakketten, wordt niet telkens bij iedere aangifte, maar op bepaalde tijden door de Post met de inspecteur, bedoeld in, vereffend en aan haar betaald volgens regelen, door Onze Minister van Financiën vast te stellen o. ‘De Inspecteur kan vergunning verlenen dat een doorlopende zekerheid wordt gesteld ten belope van tienduizend gulden voor het eilandgebied Curacao en ten belope van een lagere som voor het eilandgebied Bonaire, om te dienen voor alle gevallen waarin met betrekking tot invoerrechten en accijnzen’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES De inspecteur, bedoeld in, kan vergunning verlenen dat een doorlopende zekerheid wordt gesteld ten belope van een lagere som dan tienduizend gulden voor het openbaar lichaam Bonaire, om te dienen voor alle gevallen waarin met betrekking tot invoerrechten en accijnzen p. ‘a. betaling aan de Nederlandse Antillen van een geldsom van ten minste honderd gulden en ten hoogste het maximum van de geldboete die voor het feit kan worden opgelegd; b. afstand van voorwerpen die in beslag genomen zijn en vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer; c. uitlevering, of voldoening aan de Nederlandse Antillen van de geschatte waarde, van voorwerpen die vatbaar zijn voor verbeurdverklaring; d. voldoening aan de Nederlandse Antillen van een geldbedrag gelijk aan of lager dan het geschatte voordeel – met inbegrip van besparing van kosten – door de verdachte verkregen door middel van of uit het strafrare feit;’ a. betaling aan het Rijk van een geldsom van ten minste honderd gulden en ten hoogste het maximum van de geldboete die voor het feit kan worden opgelegd; b. afstand van voorwerpen die in beslag genomen zijn en vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer; c. uitlevering, of voldoening aan het Rijk van de geschatte waarde, van voorwerpen die vatbaar zijn voor verbeurdverklaring; d. voldoening aan het Rijk van een geldbedrag gelijk aan of lager dan het geschatte voordeel – met inbegrip van besparing van kosten – door de verdachte verkregen door middel van of uit het strafrare feit; q. ‘Deze vordering kan worden aangehaald onder de titel van “Algemene Verordening I.U. en D. 1908”.’ Deze wet kan worden aangehaald als ‘in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Algemene Verordening I.U. en D. 1908’. 2 artikel 13b, tweede lid, van de wet In de overgangsperiode vinden de artikelen 11, eerste lid, 3°, 262 en 263 van de ingenoemde Algemene Verordening I. U. en D. 1908 geen toepassing. 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 artikelen 2 tot en met 31 artikel 13b, eerste, onderdelen a tot en met y, en tweede lid, van de wet Voor zover degeen toepassing hebben gevonden, wordt voor de toepassing van de ingenoemde verordeningen en regelingen die in de overgangsperiode als wet van toepassing zijn gedurende die overgangsperiode in de tekst van die verordeningen en regelingen onder het genoemde in kolom II en daarmee naar aard en strekking overeenkomende formuleringen ten aanzien van de in kolom II bedoelde regelingen het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘Landsverordening op de Winstbelasting 1940 (P.B. 1965, no. 58) (P.B. 1999, no. 244)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening op de winstbelasting 1940 b. ‘Landsverordening op de loonbelasting 1976 (P.B. 1975, no. 254)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening op de loonbelasting 1976 c. ‘Algemene Verordening I.U. en D. 1908 (P.B. 1949, no. 62)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Algemene Verordening I.U. en D. 1908 d. ‘Landsverordening ter bevordering van bedrijfsvestiging en hotelbouw (P.B. 1953, no. 194)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening ter bevordering van bedrijfsvestiging en hotelbouw e. ‘Landsverordening belastingfaciliteiten industriële ondernemingen (P.B. 1985, no. 146)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening belastingfaciliteiten industriële ondernemingen f. ‘Landsverordening economische zones 2000 (P.B. 2001, no. 18)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening economische zones 2000 g. ‘Landsverordening In- en Uitvoer (P.B. 1968, no. 42)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening In- en Uitvoer h. ‘Landsverordening omzetbelasting 1999 (P.B. 1999, no. 43)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening omzetbelasting 1999 i. ‘Landsverordening belasting op bedrijfsomzetten 1997 (P.B. 1996, no. 210)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening belasting op bedrijfsomzetten 1997 j. ‘Algemene landsverordening Landsbelastingen (P.B. 2001, no. 89)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Algemene Landsverordening Landsbelastingen k. ‘Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 (P.B. 2002, no. 63)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 l. ‘Landsverordening spaarvermogensheffing (P.B. 2006, no. 50)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening spaarvermogensheffing m. ‘Registratieverordening 1908 (P.B. 1908, no. 47)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Registratieverordening 1908 n. ‘Successiebelastingverordening 1908 (P.B. 1908, no. 48)’, ‘verordening op de successiebelasting’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Successiebelastingverordening 1908 o. ‘Zegelverordening 1908 (P.B. 1956, no. 108)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Zegelverordening 1908 p. ‘Landsverordening op de invordering van directe belastingen 1943 (P.B. 1942, no. 248)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening op de invordering van directe belastingen q. ‘Overdrachtsbelastingverordening 1908, (P.B. 1908, no. 49)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Overdrachtsbelastingverordening 1908 r. ‘Landsverordening op de Scheepsregistratiebelasting 1987 (P.B. 1987, no. 112)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening op de scheepsregistratiebelasting 1987 (na aanpassing hernoemd tot de Landsverordening op de Scheepstonnagebelasting 1987) s. ‘Landsverordening, houdende regeling van de invordering van belastingen, bijdragen en vergoedingen door middel van dwangschriften alsmede van de rechtspleging inzake van belastingen, bijdragen en vergoedingen (P.B. 1942, no.246)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening dwanginvordering t. ‘der Algemeene Verordening I.U. en D. 1908’, ‘A.V.’ van de in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Algemene Verordening I.U. en D. 1908 u. ‘Landsverordening tarief van invoerrechten’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening tarief van invoerrechten v. ‘Gedistilleerdverordening 1908’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Gedistilleerdverordening 1908 w. ‘Landsverordening accijns op bier 1970’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening accijns op bier 1970 x. ‘Landsverordening Accijns van Sigaretten 1970’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening Accijns van Sigaretten 1970 y. ‘Verordening van den 1ste november 1932, tot heffing van een bijzonder invoerrecht op benzine’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening tot heffing van een bijzonder invoerrecht op benzine z. ‘Regeling bijzonder invoerrechten op benzine bovenwindse Eilanden’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Regeling bijzonder invoerrechten op benzine bovenwindse Eilanden aa. ‘Landsverordening uitvoerrecht op delfstoffen’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening uitvoerrecht op delfstoffen ab. ‘Landsverordening ter bevordering van grondontwikkeling (P.B. 1964, 77)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening ter bevordering van grondontwikkeling ac. ‘Landsverordening renovatie hotels (P.B. 1985, 150)’ in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening renovatie hotels ad. ‘Wetboek van Strafvordering’ Wetboek van Strafvordering BES ae. ‘Landsverordening Vrije Zones 1975 (P.B. 1975, no. 211)’ in het voormalige land de Nederlandse Antillen geldende Landsverordening Vrije Zones 1975 af. ‘Eilandenregeling Nederlandse Antillen’ in het voormalige land de Nederlandse Antillen geldende Eilandenregeling Nederlandse Antillen ag. Landsverordening identificatie bij financiële dienstverlening (P.B. 1996, no. 23)’ Wet identificatie bij dienstverlening BES ah. ‘Wapenverordening 1931’ Wapenwet BES ai. ‘oude Burgerlijk Wetboek’ oude Burgerlijk Wetboek van het voormalige land Nederlandse Antillen aj. ‘Burgerlijk Wetboek van de Nederlandse Antillen’, ‘Burgerlijk Wetboek’ Burgerlijk Wetboek BES ak. ‘landsverordening Identiteitskaarten (P.B. 1965, no. 17)’ Wet identiteitskaarten BES al. ‘Arbeidsregeling 1952 (P.B. 1958, no. 24)’ Arbeidswet 2000 BES am. ‘Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen’, ‘Wetboek van Strafrecht’ Wetboek van Strafrecht BES an. ‘Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de Nederlandse Antillen’, ‘Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering’ Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES ao. ‘het Faillessementsbesluit voor de Nederlandse Antillen 1931’, ‘het Faillissementsbesluit 1931’, ‘het Curaçaosch Faillissementsbesluit 1931’ Faillissementswet BES de ap. ‘de Landsverordening regelde de uitoefening van de geneeskunde (P.B. 1958, no. 174)’ Besluit geneeskunde BES het aq. ‘Postlandsverordening 1998 (P.B. 1997, no.319)’ Wet post BES ar. ‘Wetboek van Koophandel’ Wetboek van Koophandel BES as. ‘Onteigeningsverordening (P.B. 1960, no. 161) Onteigeningswet BES at. ‘Landsverordening toezicht bank- en kredietwezen 1994 (P.B. 1994, no. 4)’ Wet toezicht bank- en kredietwezen BES au. ‘Landsverordening Ongevallenverzekering’ Wet Ongevallenverzekering BES av. ‘Landsverordening Ziekteverzekering’ Wet Ziekteverzekering BES aw. ‘Landsverordening Algemene Ouderdomsverzekering (P.B. 1960, no. 83)’ Wet algemene ouderdomsverzekering BES az. ‘Landsverordening Algemene Weduwen- en Wezenverzekering (P.B. 1965, no. 194)’ Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES ba. ‘Regeling tegemoetkoming ziektekosten overheidsgepensioneerden (P.B. 1975, no. 249)’ Wet tegemoetkoming ziektekosten overheidsgepensioneerden BES bb. ‘een eilandelijke monumentenverordening’ Monumentenwet BES deof een verordening van het openbare lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba bc. ‘Landsverordening toelating en uitzetting (P.B. 1966, no.17)’ Wet toelating en uitzetting BES bd. ‘Lumsumpregeling Overheidsdienaren [bedoeld zal zijn: Lumpsumregeling Overheidsdienaren] (P.B. 1988, no. 30)’ Lumpsumbesluit ambtenaren BES be. ‘Landsverordening minimumlonen (P.B. 1972, no. 110)’ Wet minimumlonen BES bf. ‘Landsverordening Deviezenverkeer’, ‘Landsverordening Deviezenverkeer (P.B. 1981, no. 67)’ Landsverordening Deviezenverkeer of vergelijkbare artikelen in een gedurende de overgangsperiode met deze landsverordening vergelijkbare in de BES eilanden geldende regeling bg. ‘Comptabiliteitslandsverordening’ Comptabiliteitslandsverordening of een gedurende de overgangsperiode met deze landsverordening vergelijkbare in de BES eilanden geldende regeling bh. ‘Landsloterijverordening 1949 (P.B. 1949, no. 116)’ Landsloterijverordening 1949 of een gedurende de overgangsperiode met deze landsverordening vergelijkbare in de BES eilanden geldende regeling bi. ‘Landsverordening ter bevordering van de werkgelegenheid voor jeugdige werkzoekenden (P.B. 1989, no. 74)’ Landsverordening ter bevordering van de werkgelegenheid voor jeugdige werkzoekenden of een vergelijkbaar artikel in een gedurende de overgangsperiode met deze landsverordening vergelijkbare in de BES eilanden geldende regeling bj. ‘Landsverordening algemene verzekering bijzondere ziektekosten (P.B. 1996, no. 211)’ Landsverordening algemene verzekering bijzondere ziektekosten of een gedurende de overgangsperiode met deze landsverordening vergelijkbare in de BES eilanden geldende regeling bk. ‘Verordening op het Testamentenregister (P.B. 1919, no. 28)’ Verordening op het Testamentenregister of een vergelijkbaar artikel in een gedurende de overgangsperiode met deze verordening vergelijkbare in de BES eilanden geldende regeling bl. ‘de verordening d.d. 8 maart 1906 (P.B. no. 10)’ Verordening d.d. 8 maart 1906 (P.B. no. 10) of een gedurende de overgangsperiode met deze verordening vergelijkbare in de BES eilanden geldende regeling 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 artikelen 2 tot en met 31 artikel 13b, eerste, onderdelen a tot en met y, en tweede lid, van de wet Voor zover degeen toepassing hebben gevonden, wordt voor de toepassing van de ingenoemde verordeningen en regelingen die in de overgangsperiode als wet van toepassing zijn gedurende die overgangsperiode in de tekst van die verordeningen en regelingen onder het genoemde in kolom II en daarmee naar aard en strekking overeenkomende formuleringen ten aanzien van de in kolom II bedoelde begrippen en zinsneden het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘accijnsverordeningen’ accijnswetgeving b. ‘accijnsverordening’ accijnswet c. ‘belastingverordeningen’ wetten d. ‘belastingverordening’ belastingwet e. ‘heffingsverordeningen’ heffingswetten f. ‘heffingsverordening’ heffingswet g. ‘ontwerplandsverordening’, ‘ontwerp-landsverordening’ wetsvoorstel h. ‘ontwerp’ wetsvoorstel i. ‘lands- en eilandsverordening’ wet of een verordening van een openbaar lichaam j. ‘eilandsverordeningen’ verordeningen van een van de openbare lichamen k. ‘eilandsverordening’ verordening van een openbaar lichaam l. ‘pensioen-verordeningen’ pensioenwetgeving m. ‘landsverordeningen’ wetten n. ‘landsverordening’ wet o. ‘wettelijke verordeningen’ wettelijke regelingen p. ‘verordeningen’ wetten q. ‘verordening’ wet r. ‘bij of krachtens landsbesluit, houdende algemene maatregelen,’ ‘bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen,’ bij ministeriële regeling s. ‘het landsbesluit, houdende algemene maatregelen’, ‘het landsbesluit’ de ministeriële regeling t. ‘ministeriële beschikking met algemene werking’, ‘ministeriële beschikking’, ministeriële regeling u. ‘de Minister van Financiën’, ‘de Directeur van het Departement van Financiën’ Onze Minister van Financiën v. ‘Directeur der Belastingen’ artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen directeur, bedoeld in w. ‘Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen’, ‘Inspecteur der Belastingen’, ‘Inspecteur’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES inspecteur, bedoeld in x. ‘landsontvangers en de door de bestuurscolleges aangestelde ambtenaren van de eilandgebieden met de dwanginvordering’, ‘Landsontvanger op het eilandgebied Sint Maarten’, ‘Landsontvanger’, ‘ontvanger van het eiland op welk de belastingen en de opcenten worden geheven’, ‘ontvanger van het eilandgebied’, ‘Ontvanger’ artikel 13c van de Wet geldstelsel BES ontvanger, bedoeld in y. ‘ter Inspectie’ bij de Belastingdienst z. ‘Directie der Belastingen’, ‘dienst der Invoerrechten en Accijnzen’, Inspectie der Invoerrechten en Accijnzen’, ‘Inspectie’ Belastingdienst aa. ‘burgerlijke landsdienaren’ ambtenaren ab. ‘de Directeur van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen’ het BES ambtenarenpensioenfonds ac. ‘Administratie der Posterijen’ Post ad. ‘Raad van Ministers’ Ministerraad ae. ‘De Minister van Onderwijs en Cultuur’ Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap af. ‘de Minister van Economische Zaken’ Onze Minister van Economische Zaken ag. ‘de Minister van Justitie’ Onze Minister van Justitie ah. ‘de Minister van Arbeid en Sociale Zaken’ Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ai. ‘Raad van Advies’ Afdeling advisering van de Raad van State aj. ‘Staten van de Nederlandse Antillen’ Staten-Generaal ak. ‘Centraal Bureau voor de Statistiek van de Nederlandse Antillen’ Centraal Bureau voor de Statistiek al. ‘Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba’, ‘Hof van Justitie’ Gemeenschappelijk Hof van Justitie voor Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Bonaire, Sint Eustatius en Saba am. ‘Raad van Beroep voor belastingzaken’ paragraaf 2b van de Wet geldstelsel BES Raad van Beroep voor belastingzaken, bedoeld in an. ‘de rechter in eerste aanleg op dat eiland’ het in dat openbaar lichaam bevoegde gerecht in eerste aanleg ao. ‘de Rechter in Eerste Aanleg van het eiland, waar het kantoor gevestigd is’ het in het openbare lichaam bevoegde gerecht in eerste aanleg ap. ‘de rechter in eerste aanleg van hun standplaats’ het in het openbaar lichaam bevoegde gerecht in eerste aanleg waar zij hun standplaats hebben aq. ‘Gouverneur van de Nederlandse Antillen’ Rijksvertegenwoordiger ar. ‘lands- of eilandsorganen’ organen van het Rijk of de openbare lichamen as. ‘De Curaçaosche Courant’ de Staatscourant at. ‘het Publicatieblad’ de Staatscourant au. ‘’s Lands kas’ ’s Rijks schatkist av. ‘Landswege’ Rijkswege aw. ‘hier te lande’ in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba ax. ‘land of een van de eilandgebieden’ Rijk of een van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba ay. ‘Land of de eilandgebieden’, ‘land of de eilandgebieden’ Rijk of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba az. de openbare rechtspersoon het Land de Nederlandse Antillen’, ‘de openbare rechtspersoon de Nederlandse Antillen’, ‘de rechtspersoon de Nederlandse Antillen’, ‘de rechtspersoon De Nederlandse Antillen’ het Rijk ba. ‘het Land’ het Rijk bb. ‘eilandgebieden van de Nederlandse Antillen’, ‘Eilandgebieden van de Nederlandse Antillen’, ‘eiland-gebieden van de Nederlandse Antillen’, ‘eilanden van de Nederlandse Antillen’ openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bc. ‘de eilandgebieden Bonaire en Curaçao’ het openbaar lichaam Bonaire bd. ‘eilandgebieden’, ‘Eilandgebieden’, ‘eilanden’ openbare lichamen be. ‘eilandgebied’, ‘eiland’ openbaar lichaam bf. ‘Nederlandse Antillen’ BES eilanden bg. ‘gouvernements- en particuliere entrepôts’ Rijks- en particuliere entrepots bh. ‘gouvernementsentrepôts’ Rijksentrepots bi. ‘gouvernementsentrepôt’ Rijksentrepot bj. ‘gouvernementsbergplaats’ Rijksbergplaats 2 Het eerste lid, onderdeel ba, vindt geen toepassing voor zover ‘het Land’ of de daarmee naar aard en strekking overeenkomende formulering in de tekst van de verordening of regeling wordt gevolgd door ‘van’. 3 Het eerste lid, onderdeel bf, vindt geen toepassing voor zover ‘Nederlandse Antillen’ wordt gebruikt in de navolgende zinsneden: a. Bank van de Nederlandse Antillen; b. verdrag inzake de vestiging van steunpunten voor Amerikaanse strijdkrachten op de Nederlandse Antillen en Aruba; c. Bureau voor de Intellectuele Eigendom van de Nederlandse Antillen. 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 artikel 13b, tweede lid, van de wet De op de ingebaseerde regelingen zijn gedurende de overgangsperiode als ministeriële regeling van toepassing. 2 artikel 13b, eerste lid, onderdeel z, van de wet artikelen 32 33 Op de in het eerste lid enbedoelde regelingen zijn deenvan overeenkomstige toepassing. 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 artikelen 13g tot en met 13j van de wet De artikelen 5, 6, eerste lid, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19 en 20 van de in het voormalige land Nederlandse Antillen geldende Landsverordening op het beroep in belastingzaken 1940 blijven in aanvulling op deen artikel 31 van de in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Algemene Landsverordening Landsbelastingen gedurende de overgangsperiode van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 2 artikelen 32 33 Op de in het eerste lid genoemde artikelen van de in het voormalige land Nederlandse Antillen geldende Landsverordening op het beroep in belastingzaken 1940 zijn deenvan overeenkomstige toepassing. 3 In aanvulling op het tweede lid wordt voor de in het eerste lid genoemde artikelen van de in het voormalige land Nederlandse Antillen geldende Landsverordening op het beroep in belastingzaken 1940 gedurende die overgangsperiode in de tekst van die artikelen onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘Raad van Beroep’, ‘Raad’ paragraaf 2b van de Wet geldstelsel BES Raad van Beroep voor belastingzaken, bedoeld in b. ‘Secretaris’ artikel 13i van de Wet geldstelsel BES secretaris, bedoeld in c. ‘Voorzitter’ artikel 13h, tweede lid, van de Wet geldstelsel BES voorzitter, bedoeld in 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 artikel 13a, onderdeel a, van de wet Deze ministeriële regeling treedt in werking op het inbedoelde tijdstip en kan worden aangehaald als: Uitvoeringsregeling fiscaliteit in overgangsperiode BES. 2010 15646 08-10-2010 04-10-2010 AFP2010/477M 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.