Uitvoeringsregeling investeringsaftrek Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de BES eilanden 2010
- BWB-id
- BWBR0029298
- Type
- ministeriele-regeling-BES
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0029298
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling-bes/2010/uitvoeringsregeling-investeringsaftrek-aruba-cura-ao-sint-ma
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling-bes/2010/uitvoeringsregeling-investeringsaftrek-aruba-cura-ao-sint-ma/2025-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0029298&g=2025-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0029298&z=2026-06-06&g=2025-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0029298/2025-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling-bes/2010/uitvoeringsregeling-investeringsaftrek-aruba-cura-ao-sint-ma
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 artikelen 3.42 3.42a 3.52 10.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Deze regeling geeft uitvoering aan de,,en. 2 Wet inkomstenbelasting 2001 Deze regeling verstaat onder wet:. 2010 21101 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/304M 2010 21101 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/304M 30-12-2010 10-10-2010
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 3.41, eerste lid, van de wet Investeringen in bedrijfsmiddelen die worden toegerekend aan het vermogen van een vaste inrichting die gelegen is in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de BES eilanden komen slechts in aanmerking voor kleinschaligheidsinvesteringsaftrek als bedoeld inindien de belastingplichtige met betrekking tot die vaste inrichting in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de BES eilanden zonder keuzemogelijkheid, zonder ervan te zijn vrijgesteld en zonder toepassing van een bijzonder regime, is onderworpen aan een aldaar geheven belasting naar de winst. 2 artikel 3.41, eerste lid, van de wet Bij de inbedoelde keuze wordt aangegeven tot welke bedragen de investeringen betrekking hebben op bedrijfsmiddelen die worden toegerekend aan het vermogen van een vaste inrichting die gelegen is in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de BES eilanden. 2010 21101 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/304M 2010 21101 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/304M 30-12-2010 10-10-2010
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 3.42, tweede lid, van de wet bijlage bij de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001 Met betrekking tot investeringen in bedrijfsmiddelen die worden toegerekend aan het vermogen van een vaste inrichting die gelegen is in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de BES eilanden worden als energie-investeringen als bedoeld inaangewezen: de investeringen in bedrijfsmiddelen of in onderdelen daarvan, opgenomen in demits: a. die bijlage het bedrijfsmiddel of het onderdeel in overeenstemming is met de bestemming voor zover aangegeven in, niet eerder is gebruikt en bestaat uit de in die bijlage genoemde bestanddelen; en b. die bijlage artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 3.42, zesde lid, van de wet – voor zover sprake is van een investering in een of meerdere voorzieningen als bedoeld in artikel 1, onderdeel D, onder 2.1.A, onder 1, onder a, van– door het bevoegde gezag voor het bedrijfsmiddel of onderdeel daarvan een bouwvergunning of omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld inis afgegeven ten tijde van de aanmelding, bedoeld in; c. bijlage artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 3.42, zesde lid, van de wet – voor zover sprake is van een investering in een of meerdere voorzieningen als bedoeld in diein artikel 1, onderdeel A, onder 1.2.K, in artikel 1, onderdeel B, onder 1.2.M, in artikel 1, onderdeel D, onder 5.1.B, of in artikel 1, onderdeel D, onder 5.1.E – door het bevoegde gezag voor het bedrijfsmiddel of onderdeel daarvan een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld inis afgegeven ten tijde van de aanmelding, bedoeld in. 2 De in het eerste lid bedoelde investeringen in bedrijfsmiddelen komen slechts in aanmerking voor de energie-investeringsaftrek indien de belastingplichtige met betrekking tot de vaste inrichting waaraan deze bedrijfsmiddelen worden toegerekend, in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de BES eilanden zonder keuzemogelijkheid, zonder ervan te zijn vrijgesteld en zonder toepassing van een bijzonder regime, is onderworpen aan een aldaar geheven belasting naar de winst. 2018 71789 21-12-2018 14-12-2018 WJZ/18291582 2018 71789 21-12-2018 14-12-2018 WJZ/18291582 01-01-2019
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3.42, zesde lid, van de wet artikel 3 De aanmelding, bedoeld in, van de aangegane verplichtingen of de gemaakte voortbrengingskosten ter zake van investeringen in bedrijfsmiddelen als bedoeld invindt plaats binnen een termijn van drie maanden. Deze termijn vangt aan: a. met betrekking tot verplichtingen: bij het aangaan van de verplichtingen; b. met betrekking tot voortbrengingskosten: bij de aanvang van het kalenderkwartaal volgend op dat waarin de kosten zijn gemaakt of, indien het bedrijfsmiddel of het onderdeel ter zake waarvan de kosten zijn gemaakt in het kalenderkwartaal in gebruik is genomen, bij de ingebruikneming van het bedrijfsmiddel respectievelijk het onderdeel. 2 artikel 3.52, eerste lid, onderdeel b, van de wet Indientoepassing vindt, vangt met betrekking tot voortbrengingskosten de termijn aan bij de inwerkingtreding van de ministeriële regeling indien dat leidt tot een aanmelding op een eerder tijdstip dan op grond van het eerste lid. 2010 21101 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/304M 2010 21101 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/304M 30-12-2010 10-10-2010
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De aanmelding van de aangegane verplichtingen en de gemaakte voortbrengingskosten vindt uitsluitend plaats langs de daartoe door de Minister van Economische Zaken en Klimaat geopende elektronische weg. 2018 71789 21-12-2018 14-12-2018 WJZ/18291582 2018 71789 21-12-2018 14-12-2018 WJZ/18291582 01-01-2019
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 3 artikel 3.42, eerste lid, van de wet De aanmelding van investeringen in bedrijfsmiddelen als bedoeld inwordt aangemerkt als een verzoek om een verklaring van de Minister van Economische Zaken en Klimaat als bedoeld in. 2 De verklaring van de Minister van Economische Zaken en Klimaat, bedoeld in het eerste lid, vermeldt in welke aangewezen bedrijfsmiddelen of onderdelen is geïnvesteerd alsmede het bedrag van de uitgaven terzake. 3 De belastingplichtige legt ten behoeve van het verstrekken van een verklaring als bedoeld in het eerste lid, indien de Minister van Economische Zaken en Klimaat daarom verzoekt, een berekening van de energiebesparing over. 4 artikel 3, eerste lid, onderdeel b De belastingplichtige legt ten behoeve van het in behandeling nemen van een verzoek om een verklaring als bedoeld in het eerste lid, indien de Minister van Economische Zaken en Klimaat daarom verzoekt, een kopie van de afgegeven bouwvergunning of omgevingsvergunning over indien, van toepassing is. 5 artikel 3, onderdeel c De belastingplichtige legt ten behoeve van het in behandeling nemen van een verzoek om een verklaring als bedoeld in het eerste lid, indien de Minister van Economische Zaken en Klimaat daarom verzoekt, een kopie van de afgegeven milieuvergunning, omgevingsvergunning of vergelijkbare vergunning over indien, van toepassing is. 6 artikel 3, onderdelen b en c De Minister van Economische Zaken en Klimaat neemt een verzoek om een verklaring niet in behandeling indien niet is voldaan aan. 2018 71789 21-12-2018 14-12-2018 WJZ/18291582 2018 71789 21-12-2018 14-12-2018 WJZ/18291582 01-01-2019
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 6 De Minister van Economische Zaken en Klimaat kan de inbedoelde verklaring wijzigen of intrekken indien de door of namens belastingplichtige verstrekte gegevens of bescheiden zodanig onjuist of onvolledig zijn geweest dat op het verzoek een andere beslissing zou zijn genomen indien bij de beoordeling daarvan de juiste of volledige gegevens bekend zouden zijn geweest. Onjuistheid of onvolledigheid van gegevens of bescheiden die de Minister van Economische Zaken en Klimaat bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn, kan geen grond opleveren voor wijziging of intrekking van een verklaring. 2 De bevoegdheid tot het intrekken of wijzigen van een verklaring op grond van het eerste lid vervalt door verloop van vijf jaren na de dagtekening van de verklaring. 2018 71789 21-12-2018 14-12-2018 WJZ/18291582 2018 71789 21-12-2018 14-12-2018 WJZ/18291582 01-01-2019
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 3.42a, tweede lid, van de wet bijlage 1 van de Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen Met betrekking tot investeringen in bedrijfsmiddelen die worden toegerekend aan het vermogen van een vaste inrichting die gelegen is in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de BES eilanden, worden als milieu-investeringen als bedoeld inaangewezen: de investeringen in bedrijfsmiddelen of in onderdelen daarvan, opgenomen in, mits het bedrijfsmiddel of het onderdeel in overeenstemming is met de bestemming voorzover aangegeven in die bijlage, niet eerder is gebruikt en bestaat uit de in die bijlage genoemde bestanddelen. 2 artikel 3.42a, vierde lid, van de wet artikel 3a van de Meldingsregeling milieu-investeringsaftrek 2001 Met betrekking tot een advies als bedoeld in(milieu-advies) isvan toepassing. 3 De in het eerste lid bedoelde investeringen in bedrijfsmiddelen komen slechts in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek indien de belastingplichtige met betrekking tot de vaste inrichting waaraan deze bedrijfsmiddelen worden toegerekend, in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de BES eilanden zonder keuzemogelijkheid, zonder ervan te zijn vrijgesteld en zonder toepassing van een bijzonder regime, is onderworpen aan een aldaar geheven belasting naar de winst. 2010 21101 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/304M 2010 21101 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/304M 30-12-2010 10-10-2010
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 3.42a, zevende lid, van de wet artikel 12 De aanmelding, bedoeld in, van de aangegane verplichtingen of de gemaakte voortbrengingskosten ter zake van investeringen in bedrijfsmiddelen als bedoeld invindt plaats binnen een termijn van drie maanden. Deze termijn vangt aan: a. met betrekking tot verplichtingen: bij het aangaan van de verplichtingen; b. met betrekking tot voortbrengingskosten: bij de aanvang van het kalenderkwartaal volgend op dat waarin de kosten zijn gemaakt of, indien het bedrijfsmiddel of het onderdeel ter zake waarvan de kosten zijn gemaakt in het kalenderkwartaal in gebruik is genomen, bij de ingebruikneming van het bedrijfsmiddel respectievelijk het onderdeel. 2 artikel 3.52, eerste lid, onderdeel b, van de wet Indientoepassing vindt, vangt met betrekking tot voortbrengingskosten de termijn aan bij de inwerkingtreding van de ministeriële regeling indien dat leidt tot een aanmelding op een eerder tijdstip dan op grond van het eerste lid. 2010 21101 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/304M 2010 21101 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/304M 30-12-2010 10-10-2010
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De aanmelding van de aangegane verplichtingen en de gemaakte voortbrengingskosten vindt uitsluitend plaats langs de daartoe door de Minister van Economische Zaken geopende elektronische weg. 2013 36216 30-12-2013 30-12-2013 DB2013/599M 2013 36216 30-12-2013 30-12-2013 DB2013/599M 01-01-2014
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a 1 artikel 3.42a, eerste lid, van de wet De verklaring van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bedoeld in, vermeldt in welke aangewezen bedrijfsmiddelen of onderdelen is geïnvesteerd alsmede het bedrag van de investering. 2 artikel 8 Het verzoek om een verklaring als bedoeld in het eerste lid wordt gedaan bij de aanmelding, bedoeld in de. 3 De belastingplichtige overlegt ten behoeve van het verstrekken van een verklaring als bedoeld in het eerste lid, indien de Minister van Infrastructuur en Waterstaat daarom verzoekt, vergunningen, certificaten of andere voor de verklaring benodigde informatie. 4 De Minister van Infrastructuur en Waterstaat neemt een verzoek om een verklaring niet in behandeling indien niet is voldaan aan het derde lid. 2024 40369 18-12-2024 17-12-2024 IenW/BSK-2024/344716 2024 434 23-12-2024 18-12-2024 36602 01-01-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen E
en H, van het Belastingplan 2025 in werking treedt.
Artikel 10b — Artikel 10b#
Artikel 10b 1 artikel 10a De Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan de inbedoelde verklaring wijzigen of intrekken indien de door of namens de belastingplichtige verstrekte gegevens of bescheiden zodanig onjuist of onvolledig zijn geweest dat op het verzoek een andere beslissing zou zijn genomen indien bij de beoordeling daarvan de juiste of volledige gegevens bekend zouden zijn geweest. Onjuistheid of onvolledigheid van gegevens of bescheiden die de Minister van Infrastructuur en Waterstaat bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn, kunnen geen grond opleveren voor wijziging of intrekking van een verklaring. 2 De bevoegdheid tot het intrekken of wijzigen van een verklaring op grond van het eerste lid vervalt door verloop van vijf jaren na de dagtekening van de verklaring. 2024 40369 18-12-2024 17-12-2024 IenW/BSK-2024/344716 2024 434 23-12-2024 18-12-2024 36602 01-01-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen E
en H, van het Belastingplan 2025 in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikelen 3.40 tot en met 3.44 van de wet artikel 10.10, eerste en tweede lid, van de wet hoofdstuk VIII, afdeling 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 56 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen Dein verbinding metzijn slechts van toepassing indien de belastingplichtige uiterlijk bij het doen van de aangifte over het jaar waarin de investering is gedaan doch desgevraagd eerder, er schriftelijk mee instemt dat de verplichtingen, bedoeld inook gelden ten behoeve van de controle op de naleving van de voorschriften in deze regeling op het grondgebied van Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de BES eilanden en wel jegens de inspecteur en iedere op de voet vanaangewezen andere ambtenaar van de rijksbelastingdienst. 2010 21101 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/304M 2010 21101 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/304M 30-12-2010 10-10-2010
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Uitvoeringsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek Nederlandse Antillen en Aruba 2001 Devervalt. 2010 21101 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/304M 2010 21101 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/304M 30-12-2010 10-10-2010
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 10 oktober 2010. 2010 21101 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/304M 2010 21101 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/304M 30-12-2010 10-10-2010
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling investeringsaftrek Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de BES eilanden 2010. 2010 21101 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/304M 2010 21101 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/304M 30-12-2010 10-10-2010