Uitvoeringsregeling Belastingwet BES
- BWB-id
- BWBR0029332
- Type
- ministeriele-regeling-BES
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0029332
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling-bes/2011/uitvoeringsregeling-belastingwet-bes
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling-bes/2011/uitvoeringsregeling-belastingwet-bes/2025-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0029332&g=2025-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0029332&z=2026-06-06&g=2025-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0029332/2025-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling-bes/2011/uitvoeringsregeling-belastingwet-bes
Artikel 1.1 — Artikel 1.1#
Artikel 1.1 1 artikelen 1.3 4.4 4.8, tweede lid 5.7 6.3 6.7l 6.10 6.11, eerste en tweede lid 6.12 6.15 6.20 6.21 6.22 6.25, eerste en derde lid 6.26 8.3, eerste en vijfde lid 8.8, zevende lid 8.11, tweede lid 8.19, onderdeel a 8.21, tweede lid, onderdeel b 8.57, eerste en vierde lid 8.58, eerste en tweede lid 8.63 8.89a 8.128, derde lid 8.130, derde lid, van de Belastingwet BES artikel XVII van de Invoeringswet fiscaal stelsel BES Deze regeling geeft uitvoering aan de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, enen. 2 Belastingwet BES Deze regeling verstaat hierna onder wet:. 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2024
Artikel 1.2 — Artikel 1.2#
Artikel 1.2 Met betrekking tot de algemene bestedingsbelasting worden niet als personenauto of bestelauto aangemerkt, motorrijtuigen die: a. zijn ingericht om te worden gebruikt door de politie en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn; b. zijn ingericht om te worden gebruikt door de brandweer en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn; c. zijn ingericht om te worden gebruikt door de Koninklijke Marechaussee en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn; d. zijn ingericht om te worden gebruikt door de Belastingdienst/Douane en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn; e. zijn ingericht voor het vervoer van zieken en gewonden en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn; f. zijn ingericht voor het vervoer van stoffelijke overschotten en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn; g. zijn ingericht voor het vervoer van gevangenen en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn; h. zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt voor het vervoer van rolstoelgebruikers in groepsverband; i. zijn ingericht voor het vervoer van zieke of gewonde dieren en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn; of j. zijn ingericht voor geldtransport en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn. 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2024
Artikel 4.1 — Artikel 4.1#
Artikel 4.1 1 artikel 4.8, tweede lid, van de wet Het niet in aanmerking nemen van een waardestijging als bedoeld invindt alleen plaats met betrekking tot waardestijgingen die door de inspecteur zijn vastgesteld. De inspecteur stelt deze waardestijging alleen vast indien de belastingplichtige binnen een jaar na afloop van het kalenderjaar waarin zich de wijzigingen met betrekking tot de onroerende zaak hebben voorgedaan aan de inspecteur meldt dat zich wijzigingen hebben voorgedaan en welke waardestijging naar zijn oordeel uit deze wijzigingen voortvloeit. Het niet in aanmerking nemen van de door de inspecteur vastgestelde waardestijging werkt terug tot en met het eerste kalenderjaar na afloop van het kalenderjaar waarin deze waardestijging zich heeft voorgedaan. 2 De melding van de waardestijging, bedoeld in het eerste lid, wordt gedaan door het duidelijk, stellig en zonder voorbehoud invullen van een door de inspecteur, op verzoek van de belastingplichtige, uit te reiken formulier. 3 Op het formulier, bedoeld in het tweede lid, wordt in ieder geval vermeld: a. artikel 8.86, tiende lid, van de wet de naam, het adres en het identificatienummer, bedoeld in, van de belastingplichtige; b. de kadastrale gegevens van de onroerende zaak; c. een omschrijving van de wijziging van de onroerende zaak door bouw, verbouw, verbetering, uitbreiding of renovatie; d. de aangegane verplichtingen en gemaakte kosten ter zake van de wijziging; e. de waardestijging die volgens de belastingplichtige uit de wijziging voortvloeit. 4 De inspecteur stelt binnen twee maanden na ontvangst van de melding, bedoeld in het tweede lid, het bedrag aan waardestijging dat niet in aanmerking wordt genomen vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. De inspecteur kan deze beschikking binnen twee jaar na de dagtekening bij voor bezwaar vatbare beschikking herzien indien aannemelijk is dat de door de belastingplichtige op het formulier vermelde informatie tot vaststelling van een onjuist bedrag aan vrij te stellen waardestijging heeft geleid. 5 De belastingplichtige is gehouden alle bescheiden met betrekking tot de bouw, verbouw, verbetering, uitbreiding of renovatie van de onroerende zaak op zodanige wijze te bewaren dat te allen tijde de ter zake daarvan gedane uitgaven en kosten, alsmede andere voor de vrijstelling van belang zijnde gegevens, duidelijk blijken. 2014 36880 30-12-2014 30-12-2014 IZV2014/715M 2014 36880 30-12-2014 30-12-2014 IZV2014/715M 01-01-2015 Artikel XX van Stcrt. 2014/36880 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 4.2 — Artikel 4.2#
Artikel 4.2 artikel 4.4, onderdeel i, van de wet bijlage I Als charitatieve of culturele instellingen, doelen voor de behartiging van het algemeen nut of een sociaal belang of organisaties van werkgevers of werknemers als bedoeld inworden aangewezen de instellingen die inbij deze regeling zijn opgenomen. 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 01-01-2023
Artikel 5.1 — Artikel 5.1#
Artikel 5.1 1 Buiten het Rijk gevestigde of georganiseerde kerkelijke, levensbeschouwelijke, charitatieve, culturele of wetenschappelijke instellingen en doelen bij welke de behartiging van het algemeen nut of een sociaal belang op de voorgrond staat, worden op verzoek door de inspecteur, onder door hem te stellen voorwaarden, aangemerkt als een buiten het Rijk gevestigde of georganiseerde instelling of doel ter zake waarvan inhouding van opbrengstbelasting achterwege kan blijven. 2 Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt schriftelijk gedaan bij de inspecteur. 3 De door de inspecteur te stellen voorwaarden dienen om na te gaan of de behartiging van het algemeen nut of een sociaal belang op de voorgrond staat. In dat kader kan de inspecteur voorwaarden stellen aan de regelgeving, administratie en de feitelijke werkzaamheden van de instelling. Uit die regelgeving, administratie of feitelijke werkzaamheden moet blijken dat: a. bij de instelling het behartigen van het algemeen nut of een sociaal belang op de voorgrond staat; b. bij de instelling geen sprake is van een winstoogmerk; c. een natuurlijke persoon noch een rechtspersoon over het vermogen van de instelling kan beschikken als ware het zijn eigen vermogen; d. de instelling niet meer vermogen aanhoudt dan nodig is om het algemeen nut of een sociaal belang te dienen; e. de leden van het orgaan van de instelling dat het beleid bepaalt ter zake van de door hen voor de instelling verrichte werkzaamheden geen andere beloning ontvangen dan een vergoeding voor gemaakte onkosten en een niet bovenmatig vacatiegeld f. de instelling beschikt over een actueel beleidsplan dat inzicht geeft in de door de instelling te verrichten werkzaamheden, de wijze van werving van gelden, het beheer van het vermogen van de instelling en de besteding daarvan g. de kosten van werving van gelden en de beheerkosten van de instelling in redelijke verhouding staan tot de bestedingen ten behoeve van het doel van de instelling, en h. dat bij opheffing van de instelling een batig liquidatiesaldo moet worden besteed ten behoeve van een andere het algemeen nut of een sociaal belang behartigende instelling. 4 De administratie, bedoeld in het derde lid, van de instelling dient zodanig te zijn ingericht dat daaruit duidelijk blijkt: a. wat de aard en de omvang is van de aan de afzonderlijke leden van het orgaan van de instelling dat het beleid bepaalt toekomende onkostenvergoedingen en vacatiegelden; b. welke kosten door de instelling zijn gemaakt ten behoeve van de werving en het beheer van gelden van de instelling, en c. wat de aard en omvang is van de andere uitgaven van de instelling, van de inkomsten van de instelling en van het vermogen van de instelling. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 6.1 — Artikel 6.1#
Artikel 6.1 Dit hoofdstuk verstaat onder belasting: algemene bestedingsbelasting. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 6.2 — Artikel 6.2#
Artikel 6.2 Vervallen 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2024
Artikel 6.3 — Artikel 6.3#
Artikel 6.3 1 artikel 6.3 van de wet De aftrek van de inbedoelde belasting (voorbelasting) geschiedt overeenkomstig de bestemming van de goederen op het tijdstip waarop de belasting aan de producent in rekening wordt gebracht dan wel door hem ter zake van de invoer is betaald. 2 artikel 6.15 van de wet Indien op het moment dat de goederen worden aangewend het gebruik anders is dan ten tijde van de initiële aftrek dan dient de producent in dat tijdvak de aftrek te corrigeren. Hij wordt de te veel afgetrokken voorbelasting op dat moment verschuldigd, de belasting moet op de voet vanworden voldaan. De te weinig afgetrokken belasting wordt aan hem op verzoek teruggegeven. 3 De aftrek geschiedt, ingeval de producent zowel handelingen verricht waarvoor een recht op aftrek bestaat als handelingen verricht waarvoor geen recht op aftrek bestaat, met inachtneming van het volgende: a. van goederen die uitsluitend worden gebruikt voor handelingen waarvoor een recht op aftrek bestaat, komt deze voorbelasting geheel voor aftrek in aanmerking; b. van goederen die uitsluitend worden gebruikt voor handelingen waarvoor geen recht op aftrek bestaat, komt de voorbelasting in het geheel niet voor aftrek in aanmerking; c. van goederen die zowel voor de in onderdeel a als voor de in onderdeel b bedoelde handelingen worden gebruikt, komt voor aftrek in aanmerking het gedeelte van de voorbelasting dat in dezelfde verhouding staat tot die belasting als het totaal van de vergoedingen voor die handelingen, bedoeld in onderdeel a, staat tot het totaal van de vergoedingen voor de handelingen, bedoeld in de onderdelen a en b. 4 Indien aannemelijk is dat het werkelijk gebruik van de in het derde lid, onderdeel c, bedoelde goederen, als geheel genomen, niet overeenkomt met de aldaar bedoelde verhouding, wordt het voor aftrek in aanmerking komende gedeelte van de voorbelasting van die goederen berekend op basis van het werkelijke gebruik. 5 Ingeval de producent twee of meer goederen van dezelfde soort gebruikt, worden deze alle geacht mede te worden gebruikt ten behoeve van handelingen waarvoor geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat, tenzij blijkt welke van die goederen uitsluitend worden gebruikt voor handelingen waarvoor geen recht op aftrek bestaat en welke uitsluitend voor handelingen waarvoor dat recht wél bestaat. 6 De in het derde lid voorgeschreven berekeningswijze geschiedt op basis van de gegevens van het belastingtijdvak waarin de belasting aan de producent in rekening is gebracht dan wel door hem ter zake van de invoer is betaald. 7 De herziening, bedoeld in het tweede lid, geschiedt op basis van de gegevens van het belastingtijdvak waarin de producent de goederen is gaan gebruiken. 8 artikel 6.22 van de wet artikel 6.3 van de wet De producent die op grond vanis ontheven van het voldoen van belasting, kan de inbedoelde belasting (voorbelasting) niet in aftrek brengen. Indien ten aanzien van de producent artikel 6.22, vijfde of zevende lid, van de wet, wordt toegepast: a. kan hij die niet in aftrek gebrachte voorbelasting alsnog in aftrek brengen; of b. wordt hij de ten onrechte in aftrek gebrachte voorbelasting alsnog verschuldigd en moet hij deze belasting verrekenen met de in dat zevende lid bedoelde teruggaaf, of, indien die voorbelasting meer bedraagt dan die teruggaaf, moet hij dat saldo voldoen op de eerst volgende aangifte. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 6.4 — Artikel 6.4#
Artikel 6.4 artikel 6.15, derde lid, van de wet Alvorens te beslissen op een verzoek om teruggaaf van belasting als bedoeld in, kan de inspecteur een onderzoek instellen dan wel om nadere gegevens vragen ter vaststelling van de juistheid van het verzoek. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 6.5 — Artikel 6.5#
Artikel 6.5 Vervallen 2012 26349 28-12-2012 21-12-2012 DB2012-475M 2012 26349 28-12-2012 21-12-2012 DB2012-475M 01-01-2013
Artikel 6.6 — Artikel 6.6#
Artikel 6.6 1 artikel 6.10, tweede lid, onderdeel c, van de wet De aanspraak op toepassing van het tarief van nihil voor leveringen van goederen als genoemd ingeldt slechts indien de toepasselijkheid van dat tarief uit boeken en bescheiden blijkt. 2 artikel 6.10, tweede lid, onderdeel e, van de wet bijlage II Als producten als bedoeld in, worden aangewezen producten die zijn opgenomen in. 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 01-01-2023
Artikel 6.7 — Artikel 6.7#
Artikel 6.7 1 artikel 6.11 van de wet Voor de toepassing van de invervatte vrijstellingen is de ondernemer gehouden een boekhouding te voeren waarin de voor die toepassing benodigde gegevens op duidelijke en overzichtelijke wijze zijn vermeld. 2 artikel 6.11, eerste lid, onderdeel a, van de wet artikel 3.1, tweede lid, onderdeel a, van de Douane- en Accijnswet BES De vrijstelling van belasting, bedoeld in, is slechts van toepassing voor goederen ingedeeld in de hoofdstukken 4, 7 tot en met 11, 15, 17 en 19 van het geharmoniseerde systeem, genoemd in. 3 artikel 6.11, eerste lid, onderdeel c, van de wet De vrijstelling van belasting voor de diensten door artsen en andere medische beroepsbeoefenaren, bedoeld in, is alleen van toepassing als die medische beroepsbeoefenaren voor de uitoefening van hun beroep als zodanig bevoegd en gediplomeerd zijn. 4 artikel 6.11, eerste lid, onderdeel f, van de wet Voor de toepassing van de vrijstelling, bedoeld in, wordt onder niet-commercieel onderwijs verstaan: van overheidswege bekostigd en georganiseerd onderwijs en door niet-winstbeogende ondernemers verstrekt algemeen vormend onderwijs, beroepsopleidingen, alsmede aan personen jonger dan 21 jaar verstrekt onderwijs in muziek, dans, drama en beeldende vorming. 5 artikel 6.11, eerste lid, onderdeel f, van de wet Onder onderwijs als bedoeld inwordt mede begrepen bijlessen, tentamen- of examentrainingen, en het afnemen van examens in het kader van het onderwijs, bedoeld in het vijfde lid, alsmede met dat onderwijs nauw samenhangende leveringen en diensten. 6 artikel 6.11, eerste lid, onderdeel i, van de wet bijlage III Als producten als bedoeld inworden aangewezen producten die zijn opgenomen in. 7 artikel 6.11, eerste lid, onderdeel p, van de wet Hoofdstuk 9 van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 De vrijstelling, bedoeld in, wordt alleen toegepast na een schriftelijk verzoek van de in dat onderdeel genoemde personen aan de inspecteur, die aan de inwilliging van dat verzoek voorwaarden en beperkingen kan stellen die overeenkomen met de bepalingen van. 8 artikel 6.11, eerste lid, onderdeel y, van de wet De vrijstelling, bedoeld in, wordt alleen toegepast op schriftelijk verzoek aan de inspecteur door de ondernemer die de vrijstelling op een prestatie of op een deel van die prestatie wil toepassen en die bij zijn verzoek schriftelijke bescheiden overlegt waaruit blijkt dat het een prestatie of een deel daarvan betreft voor projecten die voor rekening komen van de in genoemd artikel van de wet bedoelde donoren. De inspecteur beslist op het verzoek om toepassing van de vrijstelling bij voor bezwaar vatbare beslissing. 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 01-01-2023
Artikel 6.8 — Artikel 6.8#
Artikel 6.8 artikel 7.1, onderdeel a, van de wet Als diensten die van de belasting zijn vrijgesteld worden aangewezen diensten als bedoeld in, indien ter zake van het verrichten van die diensten overdrachtsbelasting verschuldigd is. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 6.9 — Artikel 6.9#
Artikel 6.9 1 artikel 6.12, vierde lid, van de wet artikel 6.8 Als gevallen als bedoeld inworden aangewezen de gevallen waarin diensten, andere dan de inbedoelde diensten, worden verricht bestaande uit de overdracht van rechten op onroerende zaken, van zakelijke rechten die aan de rechthebbende de bevoegdheid verschaffen om een onroerende zaak te gebruiken en van deelbewijzen en aandelen waarvan het bezit rechtens of in feite recht geven op eigendom of het genot van een onroerende zaak of een deel daarvan, alsmede van andere dergelijke diensten ter zake van de overdracht van rechten op onroerende zaken. 2 artikel 8.63, tweede lid, van de wet De in het eerste lid aangewezen gevallen worden mede aangewezen als gevallen als bedoeld in, tenzij de ondernemer die de in het eerste lid aangewezen diensten verricht van het verrichten van zijn dienst en van de door hem daarvoor ontvangen vergoeding, uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand waarin de dienst is verricht, afzonderlijk opgave heeft gedaan bij de inspecteur. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 6.10 — Artikel 6.10#
Artikel 6.10 Gereserveerd 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 6.11 — Artikel 6.11#
Artikel 6.11 1 artikel 6.20, eerste lid, onderdeel a, van de wet Het verzoek, bedoeld in, wordt ingewilligd indien de producent: a. een bewijs van inschrijving heeft overgelegd van de Kamer van Koophandel en Nijverheid; b. een door hem ondertekende verklaring heeft overgelegd waarin hij aangeeft dat de met vrijstelling in te voeren goederen uitsluitend in het kader van zijn onderneming te gebruiken grond- en hulpstoffen en halffabricaten betreffen; c. een bedrijfsadministratie voert waarin de volgens de inspecteur benodigde gegevens overzichtelijk zijn opgenomen; en d. bij de invoer facturen, vracht- en ladingspapieren en dergelijke bescheiden overlegt, waaruit blijkt dat de grond- en hulpstoffen en halffabricaten voor hem zijn bestemd en onder de vrijstellingsregeling vallen. 2 De producent is verplicht op de bescheiden, bedoeld in onderdeel d van het eerste lid, de datum en het nummer te vermelden van de beschikking van de inspecteur waarbij hij voor de toepassing van de vrijstelling is aangewezen. 3 artikel 6.20, eerste lid, onderdeel a, van de wet Van de met de in, bedoelde vrijstelling ingevoerde goederen moet de producent: a. apart aantekening houden; b. de invoerbewijzen, waaruit de toepassing van de vrijstelling blijkt op overzichtelijk wijze bij de boekhouding bewaren; en c. op verzoek van de inspecteur de invoerbewijzen ter inzage geven. 4 Indien bij de invoer van grond- en hulpstoffen en halffabricaten door een voor de toepassing van de in het tweede lid bedoelde vrijstelling aangewezen producent twijfel bestaat over de aanwending van die goederen door de producent in het kader van zijn onderneming, kan de vrijstelling voor de invoer van die goederen worden geweigerd. 5 De vrijstelling is nog niet definitief verleend zolang en voor zover de goederen nog niet zijn aangewend voor belaste verkopen. De initiële vrijstelling wordt omgezet in verschuldigde belasting ter zake van invoer voor zover de goederen niet binnen vijf jaar na de invoer zijn aangewend voor belaste verkopen. Dit geldt eveneens voor zover de goederen anders worden aangewend dan voor de vrijstelling is vereist. Alsdan is de belasting verschuldigd op het moment van die andere aanwending, of, indien dat moment niet kan worden aangeduid, op het moment waarop de vrijstelling van toepassing werd. 6 artikel 6.20 van de wet artikel 6.22 van de wet De aanwijzing, bedoeld in, kan door de inspecteur worden ingetrokken indien de producent op grond vanwordt ontheven van het voldoen van belasting, de ondernemer ophoudt producent te zijn, niet aan zijn aangifte- en boekhoudverplichtingen voldoet of niet voldoet aan de ingevolge het eerste en tweede lid geldende voorwaarden. 7 artikel 6.20, eerste lid, onderdeel c, van de wet artikel 6.7, tweede lid De invoer van eerste levensbehoeften, bedoeld in, is vrijgesteld van belasting, voor zover deze goederen zijn te rangschikken onder de goederen, bedoeld in, en indien voor het overige is voldaan aan de daarvoor in de douanewetgeving ter zake van de invoer van goederen, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel s, van die wetgeving, opgenomen bepalingen. 8 artikel 6.11, eerste lid, onderdelen d en e, van de wet Vrijgesteld van de belasting ter zake van invoer zijn geneesmiddelen en medische kunst- en hulpmiddelen waarvan de levering op grond van, is vrijgesteld van belasting. 2012 26349 28-12-2012 21-12-2012 DB2012-475M 2012 26349 28-12-2012 21-12-2012 DB2012-475M 01-01-2013
Artikel 6.12 — Artikel 6.12#
Artikel 6.12 artikel 6.21, tweede lid, van de wet artikel 3.145, eerste lid, van de Douane- en Accijnswet BES Het verzoek om teruggaaf van belasting als bedoeld ingeschiedt bij een schriftelijk bij de inspecteur in te dienen verzoek als bedoeld in. De bepalingen van dat artikel 3.145 zijn daarbij van overeenkomstige toepassing. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 6.13 — Artikel 6.13#
Artikel 6.13 1 artikel 6.22 van de wet Voor de toepassing van: a. artikel 6.2, onderdeel a, van de wet blijft buiten beschouwing omzet behaald met leveringen van goederen, andere dan bedoeld in; b. artikel 6.12, tweede en vierde lid, van de wet is de ontheffing van het voldoen van belasting niet van toepassing op de belasting die ingevolgebij het afnemen van een levering of een dienst wordt geheven van degene aan wie de levering wordt verricht of de dienst wordt verleend; c. artikel 6.12, vierde lid, van de wet wordt onder omzet als bedoeld in het eerste, vijfde en zevende lid van dat artikel mede begrepen omzet behaald met het leveren van goederen en diensten ter zake waarvan ingevolgebelasting wordt geheven van degene aan wie de levering wordt verricht of de dienst wordt verleend. 2 artikel 6.22 van de wet artikel 6.15 van de wet De ondernemer die op grond vanis ontheven van het voldoen van belasting, en die zijn omzet aangeeft op een hem door de inspecteur voor een tijdvak van een kalenderjaar uitgereikte aangifte in de zin van, is voor dat tijdvak ontheven van de hem bij artikel 6.22, vierde lid, van de wet, opgelegde verplichting. Een verzuim van de ondernemer tot het bij de inspecteur indienen van die uitgereikte aangifte wordt gelijkgesteld aan het verzuim tot het doen van een opgave. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 6.14 — Artikel 6.14#
Artikel 6.14 1 artikel 6.25, eerste lid, van de wet artikel 6.22, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, van de wet Ontheffing van de verplichtingen bedoeld inwordt op schriftelijk verzoek verleend, indien aannemelijk is dat de ondernemer, een andere dan een producent, bij toepassing vangeen belasting hoeft te voldoen en dat hij ter zake van de door hem verrichte diensten per kalenderjaar een omzet exclusief belasting zal behalen van USD 10.000 of minder. 2 De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. De ontheffing gaat in bij het begin van het jaar, volgend op dat waarin het verzoek is gedaan. 3 artikel 6.12, tweede en vierde lid, van de wet De ondernemer die de in het eerste lid bedoelde ontheffing heeft verkregen, kan volstaan met het ordelijk bewaren van de in het kader van zijn dienstverlening aan hem uitgereikte facturen, en van afschriften van door hem uitgereikte facturen, en van dergelijke stukken, alsmede van zijn eigen aantekeningen en bankafschriften en dergelijke met betrekking tot de door hem ontvangen vergoedingen. Indien aan hem een levering of een dienst wordt verricht, waarvoor hij ingevolgebelasting verschuldigd is, is hij verplicht dit zodanig te administreren dat die door hem verschuldigde belasting kan worden vastgesteld. 4 De ontheffing vervalt: a. bij schriftelijke opzegging door de ondernemer; b. zodra de ondernemer weet of redelijkerwijs moet vermoeden, dat hij niet langer voldoet aan de voor de ontheffing gestelde eisen; c. bij niet-voldoening aan het derde lid. 5 Na het vervallen van de ontheffing door opzegging kan een hernieuwd verzoek eerst na vijf jaar worden ingewilligd. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 6.15 — Artikel 6.15#
Artikel 6.15 1 artikel 6.25, eerste lid, onderdeel a, van de wet De ondernemer is verplicht het inbedoelde houden van aantekening regelmatig te verrichten en, voor zover van toepassing, alle documenten ter zake van de invoer en uitvoer van goederen in zijn administratie te bewaren. 2 artikel 6.25, derde lid, van de wet artikel 6.12, tweede lid, van de wet Lichamen als bedoeld in, waarvan op grond van, belasting wordt geheven, zijn, als zij in dat tweede lid bedoelde prestaties afnemen, ter zake van die prestaties gehouden te voldoen aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 6.25, eerste lid, van de wet. 3 artikel 6.12, tweede lid of vierde lid, van de wet artikel 6.25, eerste lid, van de wet Een ondernemer aan wie een levering of dienst wordt verricht waarvoor hij ingevolge, belasting verschuldigd is, is, onverminderd de verplichtingen, bedoeld in, tevens gehouden aan de verplichting zijn boekhouding zo in te richten dat de door hem ter zake van die levering of dienst verschuldigde belasting op overeenkomstige wijze als bedoeld in artikel 6.25, eerste lid, onderdeel c, van de wet, kan worden vastgesteld. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 6.16 — Artikel 6.16#
Artikel 6.16 Vervallen 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 01-01-2012
Artikel 6.17 — Artikel 6.17#
Artikel 6.17 artikel 6.27 van de Belastingwet BES Ter zake van de overgang van de tot 1 januari 2011 op de BES eilanden geheven omzetbelasting en belasting op de bedrijfsomzetten naar de heffing van algemene bestedingsbelasting isvan overeenkomstige toepassing. 2011 6525 08-04-2011 04-04-2011 DV2011/129M 2011 6525 08-04-2011 04-04-2011 DV2011/129M 09-04-2011 01-01-2011
Artikel 7.1 — Artikel 7.1#
Artikel 7.1 artikel 7.4, eerste lid, onderdeel g, van de wet De vrijstelling van belasting, bedoeld in, is alleen van toepassing voor zover ter zake van de levering van de in dat onderdeel genoemde onroerende zaken algemene bestedingsbelasting verschuldigd is. 2012 26349 28-12-2012 21-12-2012 DB2012-475M 2012 26349 28-12-2012 21-12-2012 DB2012-475M 01-01-2013
Artikel 8.1 — Artikel 8.1#
Artikel 8.1 1 Het uitnodigen tot het doen van aangifte geschiedt door het uitreiken of toezenden van een aangiftebrief waaruit blijkt de wijze van het doen van aangifte, een omschrijving van de gevraagde gegevens of bescheiden en de termijn waarbinnen aangifte moet worden gedaan. 2 artikel 8.2, derde lid Indien de aangifte ingevolge, langs elektronische weg wordt gedaan, kan de aangiftebrief langs elektronische weg verzonden worden. 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2025
Artikel 8.2 — Artikel 8.2#
Artikel 8.2 1 artikel 8.1 Aangifte wordt gedaan door het op de in de aangiftebrief, bedoeld in, aangegeven wijze, inleveren of toezenden van de gevraagde gegevens of bescheiden. 2 artikel 8.86, eerste lid, van de wet Aangifte voor de inkomstenbelasting kan door een binnenlandse belastingplichtige, een andere dan een administratieplichtige als bedoeld in, langs elektronische weg worden gedaan. 3 artikel 8.86, eerste lid, van de wet Aangifte door een administratieplichtige als bedoeld inwordt langs elektronische weg gedaan indien het betreft: a. artikel 8.86, eerste lid, onderdeel a, van de wet de inkomstenbelasting: ingeval de administratieplichtige, bedoeld in, binnenlandse belastingplichtige is; b. hoofdstuk VI van de wet de algemene bestedingsbelasting: ingeval de administratieplichtige of diens fiscale vertegenwoordiger, bedoeld in, op de BES eilanden woont of is gevestigd; c. de loonbelasting; d. de opbrengstbelasting; e. de minimumbelasting. 3 De inspecteur kan al dan niet op verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking ontheffing verlenen van een van de verplichtingen, bedoeld in het tweede lid, indien het langs elektronische weg doen van aangifte onredelijk bezwarend is voor de administratieplichtige. De ontheffing geldt voor maximaal een jaar. De inspecteur kan de beschikking waarbij ontheffing is verleend intrekken bij voor bezwaar vatbare beschikking indien blijkt dat ten onrechte ontheffing is verleend dan wel dat de gronden voor ontheffing zich niet langer voordoen. 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2025 Abusievelijk voegt de Staatscourant een tweede lid 3 toe.
Artikel 8.3 — Artikel 8.3#
Artikel 8.3 1 Met betrekking tot de overdrachtsbelasting ter zake van een verkrijging waarvan een notariële akte is opgemaakt, wordt aangifte gedaan door het aanbieden van die akte ter registratie. Het verschuldigde bedrag aan overdrachtsbelasting wordt vermeld in een aan de voet van de akte gestelde, door de verkrijger of namens deze door de notaris ondertekende verklaring. In die verklaring wordt tevens vermeld of in verband met de verkrijging van de onroerende zaak of zaken tevens een of meer roerende zaken zijn verkregen. Indien dat het geval is, wordt in de verklaring voorts vermeld welke roerende zaak of zaken het betreft, voor welk bedrag deze werd of werden verkregen en of dat bedrag is begrepen in de in de akte vermelde tegenprestatie voor de onroerende zaak of zaken. Voor zover overigens in de akte niet alle gegevens voorkomen waarvan kennisneming van belang kan zijn voor de heffing van de overdrachtsbelasting, worden deze eveneens opgenomen in de verklaring. 2 Voor zover de gegevens, bedoeld in de vierde volzin van het eerste lid, zijn opgenomen in het lichaam van de akte of in een aan de akte gehechte en door de verkrijger ondertekende bijlage, kan in de verklaring worden volstaan met een verwijzing naar die gegevens. 3 De aangifte, bedoeld in het eerste lid, kan worden gedaan door een afschrift van de aldaar bedoelde akte, vergezeld van het daartoe door de Belastingdienst beschikbaar gestelde voorblad, langs elektronische weg ter registratie aan te bieden. Dit voorblad treedt dan in de plaats van de in het eerste lid bedoelde verklaring. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 8.4 — Artikel 8.4#
Artikel 8.4 artikel 8.6 van de wet Van de verplichting de in de uitnodiging tot het doen van aangifte gevraagde gegevens en bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan in te leveren of toe te zenden, kan de inspecteur ontheffing verlenen ingeval degene die is uitgenodigd tot het doen van aangifte, op een binnen de door de inspecteur ingevolgegestelde termijn ingediend verzoek opnieuw is uitgenodigd tot het doen van aangifte. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 8.4a — Artikel 8.4a#
Artikel 8.4a 1 artikel 2 van de Wet loonbelasting BES Indien het bedrag van de aan de werknemer, bedoeld in, op te leggen aanslag inkomstenbelasting zonder toepassing van dit artikel vermoedelijk meer dan een vierde of meer dan USD 560 lager zal zijn dan de van hem over het betreffende jaar in te houden loonbelasting, kan de werknemer bij de inspecteur verzoeken om een voor bezwaar vatbare beschikking vermindering loonbelasting. 2 Binnen dertig dagen na de ontvangst van het verzoek, bedoeld in het eerste lid, beslist de inspecteur bij beschikking. De inspecteur deelt zijn beslissing schriftelijk mee aan de werknemer. 3 artikel 4 van de Wet loonbelasting BES In de beschikking wordt een bedrag per loontijdvak genoemd, waarmee de inhoudingsplichtige, bedoeld in, vanaf het moment dat hij van de werknemer de originele beschikking heeft ontvangen, rekening moet houden bij het bepalen van het per loontijdvak in te houden bedrag aan loonbelasting. 4 De beschikking, bedoeld in het tweede lid, vervalt ingeval de inhoudingsplichtige, bedoeld in het derde lid, niet langer degene is tot wie de werknemer in dienstbetrekking staat. 5 artikelen 12a 12c van de Wet loonbelasting BES artikel 24c van de Wet inkomstenbelasting BES Besluit zorgverzekering BES Indien deofentoepassing vinden, zijn de vorige leden van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het gezamenlijke bedrag van de belasting, de premies voor de algemene ouderdomsverzekering BES en de algemene weduwen- en wezenverzekering BES en de premie die verschuldigd is ingevolge het. 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 01-01-2012 01-01-2011
Artikel 8.5 — Artikel 8.5#
Artikel 8.5 1 De inspecteur legt een voorlopige aanslag op, indien het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld, na verrekening van voorheffingen en reeds opgelegde voorlopige aanslagen, zulks naar zijn mening rechtvaardigt. 2 De bepaling van het bedrag waarop een voorlopige aanslag die wordt vastgesteld in het tijdvak waarover de belasting wordt geheven, dan wel na het tijdvak waarin de belastingschuld is ontstaan, kan voor de inkomstenbelasting geschieden op grond van de gegevens die hebben gediend ter vaststelling van de meest recente belastingaanslag over het meest recente kalenderjaar. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 8.6 — Artikel 8.6#
Artikel 8.6 Indien een voorlopige aanslag inkomstenbelasting is of zal worden vastgesteld en een relevante wijziging optreedt in de omstandigheden die van belang zijn voor de opgelegde of op te leggen voorlopige aanslag, doet de belastingplichtige daarvan zo spoedig mogelijk op de door de inspecteur aangegeven wijze mededeling aan de inspecteur. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 8.7 — Artikel 8.7#
Artikel 8.7 Het tijdvak waarover de algemene bestedingsbelasting moet worden betaald, is de kalendermaand. De inspecteur kan, al dan niet op verzoek, toestaan dat het tijdvak waarover de algemene bestedingsbelasting moet worden betaald het kalenderkwartaal is. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 8.8 — Artikel 8.8#
Artikel 8.8 1 Het tijdvak waarover de loonbelasting moet worden betaald is een kalenderkwartaal. 2 In afwijking van het eerste lid, is het tijdvak waarover de loonbelasting moet worden betaald ter zake van het loon van een werknemer die als huispersoneel werkzaam is: een half kalenderjaar. Onder huispersoneel wordt verstaan: de werknemer die ten behoeve van de natuurlijke persoon tot wie hij in dienstbetrekking staat, uitsluitend of nagenoeg uitsluitend huiselijke of persoonlijke diensten in diens huishouding verricht. 3 In afwijking van het eerste lid, is het tijdvak waarover de loonbelasting moet worden betaald ter zake van het loon van een buitenlandse artiest of topsporter: een kalendermaand. 4 Ten aanzien van de inhoudingsplichtige die op enig tijdstip in een tijdvak, anders dan tijdelijk, ophoudt inhoudingsplichtige te zijn, wordt het tijdvak waarover de loonbelasting ingevolge het eerste of tweede lid moet worden betaald, vervangen door het op dat tijdstip verstreken gedeelte van dat tijdvak. 5 In afwijking van het eerste lid kan de inspecteur bepalen dat het tijdvak waarover de loonbelasting moet worden betaald een kalendermaand is ten aanzien van: a. een inhoudingsplichtige die per kwartaal meer dan USD 30 000 aan loonbelasting moet betalen; b. een inhoudingsplichtige die over enig tijdvak de loonbelasting niet tijdig heeft betaald; c. een inhoudingsplichtige die hierom verzoekt. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 8.8a — Artikel 8.8a#
Artikel 8.8a 1 artikel 7a.1, onderdeel a, van de wet Het tijdvak waarover de kansspelbelasting die wordt geheven van de belastingplichtige, bedoeld in, moet worden betaald, is de kalendermaand. 2 Ten aanzien van de belastingplichtige met een boekjaar van twaalf maanden dat niet samenvalt met het kalenderjaar, treden de boekjaarmaanden in de plaats van de kalendermaanden. 3 In bijzondere gevallen kan de inspecteur een ander tijdvak dan de kalendermaand aanwijzen als tijdvak waarover de van de belastingplichtige, bedoeld in het eerste lid, geheven kansspelbelasting moet worden betaald. 4 Ten aanzien van de belastingplichtige, bedoeld in het eerste lid, die op enig tijdstip, anders dan tijdelijk, ophoudt belastingplichtige te zijn, wordt het tijdvak waarover de kansspelbelasting ingevolge het eerste lid moet worden betaald vervangen door het op dat tijdstip verstreken gedeelte van dat tijdvak. 2013 36216 30-12-2013 30-12-2013 DB2013/599M 2013 36216 30-12-2013 30-12-2013 DB2013/599M 01-01-2014 01-01-2011
Artikel 8.8b — Artikel 8.8b#
Artikel 8.8b Het tijdvak waarover de minimumbelasting moet worden betaald, is de verslagleggingsperiode waarover de uiteindelijkemoederentiteit van een multinationale groep of binnenlandse groep haar geconsolideerde jaarrekening opstelt of, indien de uiteindelijkemoederentiteit geen geconsolideerde jaarrekening opstelt, het kalenderjaar. 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2024
Artikel 8.9 — Artikel 8.9#
Artikel 8.9 1 artikel 8.21 van de wet De geheimhoudingsplicht, bedoeld in, geldt niet voor verstrekking aan de hierna genoemde bestuursorganen voor zover het betreft de hierna genoemde gegevens ten behoeve van de hierna genoemde publiekrechtelijke taak: a. hoofdstuk VI van de Comptabiliteitswet 2001 de Minister van Financiën: gegevens die worden gebruikt door de Auditdienst Rijk ten behoeve van controles en onderzoeken als bedoeld in, of ten behoeve van door de Belastingdienst aan de Auditdienst Rijk opgedragen werkzaamheden; b. de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties: 1°. gegevens ten behoeve van de aan de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst opgedragen taken; 2°. Wachtgeldbesluit overheidsdienaren BES gegevens over het inkomen van voormalige ambtenaren over een bepaalde periode ten behoeve van de uitvoering van de ontslaguitkeringsregelingen in het kader van het; 3°. Pensioenbesluit politieke gezagdragers BES gegevens over het inkomen van gewezen en gepensioneerde politieke gezagdragers over een bepaalde periode ten behoeve van de uitvoering van de uitkeringsregelingen op basis van het; 4°. Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers gegevens over het inkomen van voormalige Rijksvertegenwoordigers over een bepaalde periode ten behoeve van de uitvoering van de wachtgeldregelingen op basis van de; 5°. hoofdstuk VIII, titel 4, van de Belastingwet BES gegevens inzake bestuurlijke boeten als bedoeld indie zijn opgelegd dan wel hadden kunnen worden opgelegd indien de termijn om deze op te leggen niet was verlopen, met betrekking tot kandidaten voor de functie van Rijksvertegenwoordiger of waarnemend Rijksvertegenwoordiger van Bonaire, Sint Eustatius en Saba of gezaghebber van Bonaire, Sint Eustatius of Saba ten behoeve van de oordeelsvorming door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ter zake van de voordracht van een kandidaat voor één van de hiervoor genoemde functies; c. de Minister van Defensie: 1°. gegevens over het inkomen van voormalige militairen over een bepaalde periode ten behoeve van de uitvoering van ontslaguitkeringsregelingen; 2°. gegevens ten behoeve van de aan de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst opgedragen taken; d. de Minister van Veiligheid en Justitie: 1°. Wet melding ongebruikelijke transacties BES gegevens over mogelijke ongebruikelijke transacties ten behoeve van de uitvoering en de handhaving van dedoor de Financial Intelligence Unit Nederland; 2°. gegevens die van belang kunnen zijn bij het uitwisselen van rechtshulpverzoeken in het kader van de aanpak van grensoverschrijdende, zware criminaliteit door het Korps landelijke politiediensten/Dienst IPOL; 3°. Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba gegevens die worden gebruikt voor de uitvoering van dedoor de rijksrecherche; 4°. Wet kosteloze rechtskundige bijstand BES gegevens die worden gebruikt door de Rijksdienst Caribisch Nederland voor de uitvoering van de; e. artikel 184, eerste lid, onderdeel c, van het Wetboek van Strafvordering BES de voorzitter van het managementteam van de FIOD: gegevens die worden gebruikt in het kader van de aan dit organisatieonderdeel op grond vantoegewezen niet-fiscale opsporingstaken; f. de openbare lichamen BES: 1°. Wet inkomstenbelasting BES Wet loonbelasting BES inkomen uit onderneming en arbeid in de zin van de, over een bepaalde periode, en identificerende gegevens van een eventuele inhoudingsplichtige in de zin van de, van ambtenaren of voormalige ambtenaren ten behoeve van de vaststelling van en controle op betalingen van werkloosheidsuitkeringen op grond van de verordeningen zoals vastgesteld door de eilandsraden; 2°. gegevens die nodig zijn voor de inning van eilandbelastingen; 3°. de naam, het adres en de woonplaats van erfgenamen, ten behoeve van het innen van openstaande eilandbelastingen van de overledene; g. de officier van justitie: 1°. gegevens die van belang kunnen zijn voor het instellen van vorderingen tot ontbinding van rechtspersonen; 2°. artikel 177a van het Wetboek van Strafvordering BES gegevens over het inkomen van degene tegen wie een strafrechtelijk financieel onderzoek is ingesteld als bedoeld in, ten behoeve van de uitvoering door de met het strafrechtelijk financieel onderzoek belaste opsporingsambtenaar; 3°. artikel 199 van het Wetboek van Strafvordering BES gegevens over strafbare feiten waarvoor eenieder op grond vanbevoegd is aangifte te doen; 4°. artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht BES gegevens over het inkomen van degene tegen wie een strafrechtelijk onderzoek is ingesteld, ten behoeve van een ontnemingsvordering als bedoeld in; 5°. artikel 605 van het Wetboek van Strafvordering BES gegevens die van belang zijn voor de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen op grond van; h. Regeling integriteit financiële markten BES de Nederlandsche Bank N.V. en de Stichting Autoriteit Financiële Markten: gegevens en inlichtingen die van belang kunnen zijn voor het verkrijgen van inzicht in de voornemens, handelingen en antecedenten, bedoeld in de, ter onderzoek of voldaan is aan de eisen of voorwaarden, bedoeld in: 1°. artikel 4, eerste lid, onderdelen e, f en l artikel 9, eerste lid, onderdeel a artikel 46, tweede lid, van de Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES ,, juncto artikel 4, eerste lid, onderdelen e en f, en; 2°. artikel 17, tweede lid artikel 55, onderdeel c artikel 81, tweede lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf BES ,, juncto artikel 17, tweede lid, en; 3°. artikel 3, tweede lid, onderdeel a artikel 5, eerste lid, onderdeel f artikel 8, tweede lid artikel 11, eerste lid, van de Wet toezicht trustwezen BES ,,, en; 4°. artikel 4, eerste lid, van het Besluit Pensioenwet BES artikel 5a, vijfde lid, Pensioenwet BES het verkrijgen van inzicht in de voornemens, handelingen en antecedenten, bedoeld in, ter vaststelling van de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in; 5°. artikel 4, eerste lid, onderdeel a artikel 11, onderdeel e artikel 15, eerste lid, onderdeel a artikel 22, eerste lid, onderdeel a ,, juncto artikel 4, eerste lid, onderdeel a,, en, juncto artikel 15, eerste lid, onderdeel a, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen en administrateurs BES; 6°. artikel 6, eerste lid, onderdeel f artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf BES , en; i. Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES de Nederlandsche Bank N.V., de landelijk directeur van de Belastingdienst/Grote ondernemingen en de Stichting Autoriteit Financiële Markten: gegevens die van belang kunnen zijn bij de uitvoering en de handhaving van de. 2 De in het eerste lid bedoelde gegevens worden verstrekt op verzoek van het desbetreffende bestuursorgaan. De eerste volzin is niet van toepassing op de verstrekking van gegevens als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, onderdeel h, onder 3°, en, voor zover het gegevens betreft die worden verstrekt aan de landelijk directeur van de Belastingdienst/Grote ondernemingen, onderdeel j. 3 artikel 24 van de Wet inkomstenbelasting BES Voor de toepassing van het eerste lid wordt verstaan onder inkomen: het belastbare inkomen, bedoeld in. 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 01-01-2023
Artikel 8.10 — Artikel 8.10#
Artikel 8.10 1 Een verzoek om uitstel van betaling of om kwijtschelding wordt schriftelijk ingediend bij de ontvanger. 2 De ontvanger wijst een verzoek om uitstel van betaling of om kwijtschelding af indien de voor de beoordeling benodigde gegevens niet, onjuist of onvolledig dan wel niet op de door de ontvanger aangegeven wijze zijn verstrekt. 3 titel 2 De ontvanger beslist op een verzoek om uitstel van betaling of om kwijtschelding bij voor bezwaar vatbare beschikking. Een besluit tot herziening of een besluit tot gehele of gedeeltelijke beëindiging van het op de voet vanverleende uitstel van betaling wordt eveneens door de ontvanger genomen bij voor bezwaar vatbare beschikking. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 8.11 — Artikel 8.11#
Artikel 8.11 De ontvanger maakt een ingevolge deze afdeling ten aanzien van een belastingschuldige genomen beschikking aan deze bekend door uitreiking of toezending van een gedagtekende kennisgeving terzake. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 8.12 — Artikel 8.12#
Artikel 8.12 1 titels 2 3 Voor de toepassing van deenworden de rente en de bestuurlijke boeten die de belastingschuldige heeft belopen in verband met belastingen, gelijkgesteld met de belasting waarmee zij samenhangen. 2 titel 2 Voor de toepassing vanworden de kosten van vervolging die de belastingschuldige heeft belopen in verband met belastingen, gelijkgesteld met de belasting waarmee zij samenhangen. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 8.13 — Artikel 8.13#
Artikel 8.13 1 De ontvanger kan uitstel van betaling verlenen wegens betalingsproblemen. 2 Het uitstel wordt voor ten hoogste twaalf maanden verleend, tenzij er sprake is van een cumulatie van belastingaanslagen. De termijn, bedoeld in de eerste volzin, vangt aan met ingang van de dag na die van dagtekening van de beschikking. 3 Uitstel van betaling wordt alleen verleend indien: a. de betalingsproblemen het gevolg zijn van bijzondere omstandigheden die niet aan de belastingschuldige zijn te wijten, en b. de belastingaanslag binnen afzienbare tijd kan worden betaald. 4 Gedurende het uitstel van betaling kan zekerheid worden verlangd. 5 artikel 8.59 van de wet Gedurende het uitstel van betaling kan verrekening op de voet vanplaatsvinden. Verrekening heeft geen invloed op het door de belastingschuldige maandelijks te betalen bedrag. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 8.14 — Artikel 8.14#
Artikel 8.14 1 De ontvanger kan uitstel van betaling verlenen gedurende de periode dat er een bezwaar of beroep aanhangig is inzake de belastingaanslag, voor zover die belastingaanslag bestreden wordt. 2 Artikel 8.13, vierde lid , is van toepassing. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 8.15 — Artikel 8.15#
Artikel 8.15 De ontvanger kan uitstel van betaling verlenen in verband met een binnen afzienbare tijd te verwachten door hem uit te betalen bedrag. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 8.16 — Artikel 8.16#
Artikel 8.16 1 artikel 8.57, vierde lid, van de wet Voor belastingaanslagen als genoemd in, kan de ontvanger uitstel van betaling verlenen, mits voldoende zekerheid is gesteld. 2 Het uitstel van betaling eindigt na ten hoogste tien jaren, te rekenen vanaf de laatste dag van het kalenderjaar waarin de belastingschuldige de BES eilanden metterwoon heeft verlaten. 3 Het uitstel van betaling wordt beëindigd ingeval: a. artikel 11, vijfde lid, onderdelen a tot en met f, van de Wet inkomstenbelasting BES de aandelen, winstbewijzen of schuldvorderingen, welke aan het uitstel ten grondslag liggen, worden vervreemd in de zin van, voor zover de betaling van inkomstenbelasting aan deze aandelen, winstbewijzen of schuldvorderingen kan worden toegerekend; b. de vennootschap waarin de aandelen, winstbewijzen of schuldvorderingen, welke aan het uitstel ten grondslag liggen, worden gehouden haar onderneming geheel of nagenoeg geheel heeft gestaakt en haar reserves geheel of nagenoeg geheel heeft uitgekeerd; c. geen onderneming is gedreven en de vennootschap haar reserves geheel of nagenoeg geheel heeft uitgekeerd, mits de uitkering van substantiële omvang is; d. de ontvanger redelijkerwijs van oordeel is dat de verhaalbaarheid van de belastingschuld waarvoor uitstel van betaling is verleend in gevaar komt. 4 Ingeval zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, b of c, stelt de belastingschuldige de ontvanger hiervan onverwijld schriftelijk in kennis. 5 Artikel 8.18, onderdeel a , is niet van toepassing. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 8.17 — Artikel 8.17#
Artikel 8.17 1 Gedurende de behandeling van het verzoek om uitstel van betaling neemt de ontvanger ten aanzien van de belastingaanslag waarvoor om uitstel van betaling is verzocht geen invorderingsmaatregelen. Indien voor een belastingaanslag uitstel van betaling is verleend, neemt de ontvanger ten aanzien van deze belastingaanslag evenmin invorderingsmaatregelen. 2 Indien er aanwijzingen zijn dat de belangen van het Rijk kunnen worden geschaad, kan de ontvanger ondanks het verzoek om uitstel van betaling wel invorderingsmaatregelen nemen. 3 Gedurende het uitstel dienen lopende fiscale verplichtingen tijdig te worden nagekomen. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 8.18 — Artikel 8.18#
Artikel 8.18 Het uitstel van betaling wordt beëindigd: a. indien de belastingschuldige de BES eilanden verlaat om zich elders blijvend te vestigen; b. voor zover het gaat om zakelijke belastingschulden, ingeval de belastingschuldige zijn onderneming verkoopt; c. indien niet aan de voorwaarden wordt voldaan waaronder het uitstel is verleend; d. indien de aanleiding tot uitstel van betaling is weggevallen; e. artikel 8.52 van de wet indien zich een situatie voordoet zoals omschreven in; f. indien aan de belastingschuldige surseance van betaling wordt verleend; g. indien de belastingschuldige failliet wordt verklaard, of h. indien de belastingschuldige overlijdt. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 8.19 — Artikel 8.19#
Artikel 8.19 1 Geen kwijtschelding wordt verleend: a. voor zover het aan de belastingschuldige is toe te rekenen dat een belastingaanslag niet kan worden voldaan; b. indien de belastingschuldige heeft nagelaten de vereiste aangifte in te dienen; c. indien de belastingschuldige in surséance van betaling of in staat van faillissement verkeert, tenzij er een akkoord met alle schuldeisers is gesloten; d. voor een voorlopige aanslag die nog niet is gevolgd door de aanslag; e. indien niet aan eventueel door de ontvanger gestelde voorwaarden is voldaan. 2 Voorts wordt geen kwijtschelding verleend voor zover het verzoek betrekking heeft op een belastingschuld waarvan aannemelijk is dat die schuld in de toekomst kan worden voldaan, zoals in geval van sterk wisselende inkomens, een verwachte verbetering van de financiële omstandigheden of een te verwachten door de ontvanger uit te betalen bedrag. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 8.20 — Artikel 8.20#
Artikel 8.20 1 Gedurende de behandeling van het verzoek om kwijtschelding worden voor de belastingaanslag ten aanzien waarvan om kwijtschelding is verzocht geen conservatoire maatregelen genomen of voortgezet. Eveneens wordt gedurende die tijd voor die belastingaanslag de dwanginvordering niet aangevangen of voortgezet. 2 Indien de ontvanger aannemelijk maakt dat gegronde vrees bestaat dat toepassing van het eerste lid ertoe zal leiden dat goederen, waarop de belastingschuld waarvan kwijtschelding is verzocht kan worden verhaald, zullen worden verduisterd, kan hij ondanks het verzoek om kwijtschelding conservatoire en zo nodig executoriale maatregelen nemen. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 8.21 — Artikel 8.21#
Artikel 8.21 Deze paragraaf heeft betrekking op kwijtschelding van belasting verschuldigd door natuurlijke personen die geen bedrijf en niet zelfstandig een beroep uitoefenen. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 8.22 — Artikel 8.22#
Artikel 8.22 Kwijtschelding kan worden verleend voor: a. het gehele op de belastingaanslag openstaande bedrag indien geen vermogen en geen betalingscapaciteit aanwezig is; b. het openstaande bedrag van de belastingaanslag dat resteert nadat: 1°. het aanwezige vermogen is aangewend ter voldoening van de belastingaanslag; 2°. de betalingscapaciteit is aangewend. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 8.23 — Artikel 8.23#
Artikel 8.23 artikel 11, vijfde lid, onderdelen e en f, van de Wet inkomstenbelasting BES artikel 8.16 De ontvanger kan aan de belastingschuldige kwijtschelding van inkomstenbelasting verlenen tot een bedrag gelijk aan de in het nieuwe woonland van de belastingschuldige feitelijk geheven belasting voor voordelen uit vervreemding als bedoeld in, welke aan het uitstel verleend op grond vanten grondslag liggen, met dien verstande dat het bedrag aan kwijtschelding niet meer bedraagt dan het bedrag van de inkomstenbelasting waarvoor op grond van artikel 8.16 uitstel van betaling is verleend. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 8.24 — Artikel 8.24#
Artikel 8.24 Deze paragraaf heeft betrekking op kwijtschelding van belasting verschuldigd door natuurlijke personen die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefenen. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 8.25 — Artikel 8.25#
Artikel 8.25 1 Kwijtschelding wordt uitsluitend verleend indien dit geschiedt in het kader van een akkoord met alle schuldeisers en er geen redelijke mogelijkheid aanwezig is om een derde aansprakelijk te stellen. 2 Geen kwijtschelding wordt verleend indien ook na totstandkoming van een akkoord, geen reële vooruitzichten zouden bestaan voor voortzetting van het bedrijf of beroep. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 8.26 — Artikel 8.26#
Artikel 8.26 1 afdeling 3 De ontvanger verleent op schriftelijk verzoek van de aansprakelijk gestelde ontslag van de verplichting tot betaling van BES belastingen op de voet van. 2 Ontslag van de verplichting tot betaling van een belastingaanslag doet de belastingschuld zelf niet teniet gaan. Het ontslag werkt uitsluitend ten aanzien van de aansprakelijk gestelde aan wie dat ontslag is verleend. 3 afdeling 2 Een verzoek om ontslag van de verplichting tot betaling van een natuurlijk persoon die geen bedrijf en niet zelfstandig een beroep uitoefent wordt beoordeeld met overeenkomstige toepassing van. 4 Titel 1 is van overeenkomstige toepassing. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 8.26a — Artikel 8.26a#
Artikel 8.26a 1 artikel 8.89a van de wet Voor de toepassing van de inopgenomen factuurplicht kan: a. vermelding van het door de Belastingdienst toegekende registratienummer van degene die de levering, de werkzaamheid of de dienst heeft verricht achterwege blijven indien het ter zake van die levering, werkzaamheid of dienst in rekening gebrachte bedrag lager is dan USD 5.000; b. een vereenvoudigde factuur worden uitgereikt indien de factuur: 1°. betrekking heeft op het verrichten van een werkzaamheid of dienst, mits het bedrag van deze factuur lager is dan USD 200, met dien verstande dat ingeval ter zake van een samenstel van werkzaamheden of diensten meerdere (deel)facturen worden uitgereikt dit bedrag van toepassing is op het gezamenlijke bedrag van deze (deel)facturen; of 2°. uitsluitend betrekking heeft op de levering van goederen, mits het bedrag van deze factuur lager is dan USD 5.000. 2 Indien de factuur uitsluitend betrekking heeft op het leveren van goederen en de leverancier geen inwoner is van de BES eilanden, kan de vermelding van het registratienummer, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, achterwege blijven, mits deze leverancier – in plaats daarvan – zijn registratienummer van de Belastingdienst in het land van vestiging verstrekt. 3 artikel 8.89a, eerste lid, van de wet De vereenvoudigde factuur, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, dient doorlopend genummerd en gedagtekend te zijn en dient, in afwijking in zoverre van, op duidelijke en overzichtelijke wijze te bevatten: a. de datum waarop de levering, de werkzaamheid of de dienst is verricht; b. een omschrijving van de aard en de hoeveelheid van de goederen, werkzaamheden of diensten die zijn geleverd of zijn verricht, alsmede het ter zake daarvan in rekening gebrachte bedrag; en c. de identiteit van de administratieplichtige die de levering, de werkzaamheid of de dienst heeft verricht. 2020 64029 31-12-2020 31-12-2020 2020-0000246185 2020 64029 31-12-2020 31-12-2020 2020-0000246185 01-01-2021
Artikel 8.27 — Artikel 8.27#
Artikel 8.27 1 Ingeval een bevoegde autoriteit een verzoek doet tot de notificatie van stukken, beslist de Minister van Financiën zo spoedig mogelijk omtrent het aan het verzoek te verlenen gevolg. 2 artikel 8.128 van de wet Het verzoek tot notificatie van stukken vermeldt ten aanzien van de geadresseerde zowel diens naam en adres als het bij het verzoek gevoegde document, bedoeld in. 3 De bevoegde autoriteit, bedoeld in het eerste lid, wordt onverwijld op de hoogte gesteld van de redenen die zich verzetten tegen de bewilliging in het verzoek tot notificatie van stukken. In een verzoek tot notificatie van stukken wordt in ieder geval niet bewilligd indien het verzoek niet voldoet aan de vereisten, gesteld in het tweede lid. 4 Ingeval een verzoek tot notificatie van stukken voor bewilliging vatbaar is, brengt de Minister van Financiën de bevoegde autoriteit, bedoeld in het eerste lid, daarvan onverwijld op de hoogte. Met het oog op het daaraan te verlenen gevolg draagt de Minister van Financiën zorg voor de uitvoering van het verzoek tot notificatie van stukken met toepassing van de wettelijke voorschriften betreffende de notificatie van een overeenkomstig BES document. 5 De bevoegde autoriteit, bedoeld in het eerste lid, wordt onverwijld op de hoogte gesteld van het gevolg van de uitvoering van het verzoek tot notificatie van stukken. In ieder geval wordt deze autoriteit in kennis gesteld van de datum waarop de notificatie van stukken heeft plaatsgevonden. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 8.28 — Artikel 8.28#
Artikel 8.28 1 artikel 8.130, eerste lid, van de wet Ingeval een bevoegde autoriteit een voorstel doet tot een gelijktijdig onderzoek, beslist de Minister van Financiën na het in het inbedoelde overleg zo spoedig mogelijk omtrent het aan het voorstel te verlenen gevolg. 2 De bevoegde autoriteit, bedoeld in het eerste lid, wordt onverwijld op de hoogte gesteld van de redenen die zich verzetten tegen de instemming met een voorstel tot gelijktijdig onderzoek. 3 Indien met een voorstel kan worden ingestemd, brengt de Minister van Financiën de bevoegde autoriteit, bedoeld in het eerste lid, daarvan onverwijld op de hoogte. Daarbij maakt de Minister van Financiën de functionaris bekend die op de BES eilanden belast is met de leiding en coördinatie van het gelijktijdige onderzoek. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 9.1 — Artikel 9.1#
Artikel 9.1 1 wet Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop dein werking treedt. 2 Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling Belastingwet BES. 2010 20995 29-12-2010 23-12-2010 DB2010/255 2010 848 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Belastingwet BES in werking treedt.
Artikel 4.2#
artikel 4.2
Artikel 6.6#
artikel 6.6, tweede lid
Artikel 6.7#
artikel 6.7, zesde lid