Regeling van de Minister van Economische Zaken van 12 februari 2016, nr. WJZ/15182455, houdende de aanwijzing van categorieën radio-elektrische zend- en ontvanginrichtingen waarvoor een machtiging niet is vereist en de aanwijzing van de frequenties waar de aangewezen categorieën zendinrichtingen gebruik van mogen maken (Regeling vrijstelling telecommunicatiemachtiging BES 2016)
- BWB-id
- BWBR0037628
- Type
- ministeriele-regeling-BES
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2016-02-17
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0037628
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling-bes/2016/regeling-vrijstelling-telecommunicatiemachtiging-bes-2016
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling-bes/2016/regeling-vrijstelling-telecommunicatiemachtiging-bes-2016/2016-02-17
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0037628&g=2016-02-17
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0037628&z=2026-06-06&g=2016-02-17
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0037628/2016-02-17
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling-bes/2016/regeling-vrijstelling-telecommunicatiemachtiging-bes-2016
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. actieve medische implantaten: het radiodeel van actieve implanteerbare medische apparatuur dat is ontworpen om, volledig of gedeeltelijk, op operatieve of medische wijze in het menselijk lichaam of in het lichaam van een dier te worden geïmplanteerd en, indien van toepassing, de bijbehorende buiten het lichaam bestaande apparatuur; b. apparatuur voor modelbesturing: radiozendapparatuur voor afstandsbesturing en telemetrie die gebruikt wordt om de beweging van modellen te besturen in de lucht, op het land of in het water; c. bodemradar: apparaat voor de opsporing of het verkrijgen van beelden objecten onder de grond of het bepalen van de fysische eigenschappen van de grond; d. radiozendapparaten bestemd voor inductieve systemen: radiozendapparatuur die gebruik maakt van magnetische velden met systemen met een inductieve lus voor nabije veldcommunicatie; e. muur: een fysieke structuur die massief en dik genoeg is om het grootste deel van het signaal dat door de muur indringende radar wordt uitgezonden te absorberen; f. muur indringende radar: apparaat voor het opsporen van de locatie van objecten binnen een muur of om de fysieke eigenschappen te bepalen binnen de muur; g. level probing radar (LPR): korte afstand radar, gebruikt om verscheidene substanties, te kunnen meten. h. RFID-apparaten: radiocommunicatiesystemen, bestaande uit radiozendapparatuur bevestigd aan levende wezens of levenloze objecten en zender- of ontvangereenheden die de radiozendapparatuur activeren en de gegevens weer ontvangen; i. sociale alarmsystemen: radiocommunicatiesystemen waarmee een persoon in nood door een eenvoudige beweging een verzoek om hulp kan uitzenden; j. radiozendapparaten bestemd voor wegtransport en verkeerstelematica: radiozendapparatuur die wordt gebruikt op het gebied van vervoer, verkeersbeheer, navigatie, mobiliteitsbeheer en in intelligente vervoerssystemen. 2016 8497 16-02-2016 12-02-2016 WJZ/15182455 2016 8497 16-02-2016 12-02-2016 WJZ/15182455 17-02-2016
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Geen machtiging is vereist voor het aanleggen, aanwezig hebben of gebruiken van zend- en ontvanginrichtingen, indien daarbij gebruik wordt gemaakt van de in het tweede lid aangewezen categorieën van inrichtingen. 2 Als categorieën zend- en ontvanginrichtingen waar op grond van het eerste lid een machtiging niet is vereist, worden aangewezen: a. apparaten die bestemd zijn voor aansluiting op een mobiele telecommunicatie-infrastructuur, als voor het gebruik van de door het netwerk gebruikte frequentieruimte een concessie is verleend; b. randapparaten die bestemd zijn voor aansluiting op een openbaar satellietsysteem voor mobiele communicatie, met uitzondering van maritiem mobiele communicatie en het nood-, spoed- en veiligheidsverkeer; c. bijlage 1 draadloze telefoons die bestemd zijn voor aansluiting op een vaste telecommunicatie-infrastructuur, mits de inaangegeven frequentiebanden en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen; d. bijlage 2 radiozendapparaten voor algemene radiocommunicatie in de 27 MHz-frequentieband (Citizens Band), mits de inaangegeven frequentiebanden en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen; e. randapparaten die bestemd zijn voor aansluiting op een mobiele of vaste telecommunicatie-infrastructuur voor plaatsbepaling; f. mobiele VHF/UHF radiozendapparaten voor landmobielgebruik die daadwerkelijk en op grond van een met dat doel gesloten overeenkomst onderdeel zijn van een besloten netwerk dat deel uitmaakt van een radionetwerk met dynamische frequentietoewijzing waarvoor een machtiging is verleend voor het gebruik van frequentieruimte (trunking-installatie); g. bijlage 3 mobiele radiozendapparaten die daadwerkelijk en krachtens een met dat doel gesloten overeenkomst aangesloten worden op een digitaal radionetwerk met dynamische frequentietoewijzing van een machtiginghouder, mits de inaangegeven frequentieband en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen; h. bijlage 4 mobiele UHF radiozendapparaten die werken in de frequentieband 446 MHz, 462 MHz en 467 MHz en bedoeld zijn voor algemeen gebruik voor communicatie over korte afstand (PMR 446 en Family Radio), mits de inaangegeven frequentiebanden en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen; i. bijlage 5 radiozendapparaten die onderdeel uitmaken van, dan wel bestemd zijn voor aansluiting op een basisstation aan boord van vaartuigen, mits de inaangegeven frequentiebanden en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen; j. bijlage 6 radiozendapparaten die onderdeel uitmaken van, dan wel bestemd zijn voor aansluiting op een basisstation aan boord van luchtvaartuigen, mits de inaangegeven frequentiebanden in acht worden genomen; k. bijlage 7 de ingenoemde categorieën radiozendapparaten, mits de in die bijlage aangegeven frequentiebanden en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen; l. bijlage 8 radiozendapparaten die gebruik maken van ultrawidebandtechnologie, mits de inaangegeven frequentiebanden en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften in acht worden genomen; m. apparaten die als onderdeel van een satelliet grondstation bedoeld zijn voor de ontvangst van satelliet televisie. 3 Besluit radio-elektrische inrichtingen BES Besluit randapparatuur BES De aanwijzing, bedoeld in het tweede lid, heeft alleen betrekking op zend- en ontvanginrichtingen die voldoen aan het bij of krachtens heten hetbepaalde. 2016 8497 16-02-2016 12-02-2016 WJZ/15182455 2016 8497 16-02-2016 12-02-2016 WJZ/15182455 17-02-2016
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Regeling vrijstelling telecommunicatiemachtiging BES Dewordt ingetrokken. 2016 8497 16-02-2016 12-02-2016 WJZ/15182455 2016 8497 16-02-2016 12-02-2016 WJZ/15182455 17-02-2016
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2016 8497 16-02-2016 12-02-2016 WJZ/15182455 2016 8497 16-02-2016 12-02-2016 WJZ/15182455 17-02-2016
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vrijstelling telecommunicatiemachtiging BES 2016. 2016 8497 16-02-2016 12-02-2016 WJZ/15182455 2016 8497 16-02-2016 12-02-2016 WJZ/15182455 17-02-2016
Artikel 2#
artikel 2, tweede lid, onderdeel c
Artikel 2#
artikel 2, tweede lid, onderdeel d
Artikel 2#
artikel 2, tweede lid, onderdeel g
Artikel 2#
artikel 2, tweede lid, onderdeel h
Artikel 2#
artikel 2, tweede lid, onderdeel i
Artikel 2#
artikel 2, tweede lid, onderdeel j
Artikel 2#
artikel 2, tweede lid, onderdeel k
Artikel 2#
artikel 2, tweede lid, onderdeel l