Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 31 augustus 2020, 2020-0000036179, tot uitvoering van het Besluit onderstand BES (Regeling onderstand BES)
- BWB-id
- BWBR0044178
- Type
- ministeriele-regeling-BES
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2021-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0044178
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling-bes/2021/regeling-onderstand-bes
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling-bes/2021/regeling-onderstand-bes/2021-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0044178&g=2021-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0044178&z=2026-06-06&g=2021-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0044178/2021-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling-bes/2021/regeling-onderstand-bes
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: besluit: Besluit onderstand BES ; maatregel: artikel 12, tweede lid, van het besluit het verlagen van de onderstand, bedoeld in; minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 01-01-2021
Artikel 2 — Artikel 2 Het opleggen van een maatregel#
Artikel 2 Het opleggen van een maatregel 1 besluit Indien de belanghebbende naar het oordeel van de minister tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan dan wel de uit hetvoortvloeiende verplichtingen niet of niet voldoende nakomt, wordt overeenkomstig deze regeling een maatregel opgelegd. 2 Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert. 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 01-01-2021
Artikel 3 — Artikel 3 Berekeningsgrondslag#
Artikel 3 Berekeningsgrondslag 1 De maatregel wordt toegepast op de berekeningsgrondslag, die wordt bepaald door het basisbedrag van de algemene onderstand en de voor belanghebbende geldende toeslagen waarmee het basisbedrag van de algemene onderstand wordt verhoogd. 2 artikel 19 van het besluit Voor de toepassing vanwordt de onderstand in aanmerking genomen alsof de maatregel niet is toegepast. 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 01-01-2021
Artikel 4 — Artikel 4 De beschikking tot opleggen van een maatregel#
Artikel 4 De beschikking tot opleggen van een maatregel In de beschikking tot het opleggen van een maatregel worden in ieder geval vermeld: a. de reden van de maatregel; b. de duur van de maatregel; c. het percentage waarmee de onderstand wordt verlaagd; d. het bedrag waarmee de onderstand wordt verlaagd; en e. artikelen 11 12, eerste lid 13 14, eerste lid 15 16 de eventuele reden om af te wijken van de maatregel, bedoeld in de,,,,en. 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 01-01-2021
Artikel 5 — Artikel 5 Horen van de belanghebbende#
Artikel 5 Horen van de belanghebbende 1 Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt de belanghebbende in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. 2 Het horen van belanghebbende kan achterwege worden gelaten indien: a. de vereiste spoed zich daartegen verzet; b. de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan; c. de belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek van de minister om binnen een gestelde termijn inlichtingen te verstrekken; of d. de minister het horen niet nodig acht voor het vaststellen van de ernst van de gedraging of de mate van verwijtbaarheid. 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 01-01-2021
Artikel 6 — Artikel 6 Afzien van het opleggen van een maatregel#
Artikel 6 Afzien van het opleggen van een maatregel 1 De minister ziet af van het opleggen van een maatregel indien: a. elke mate van verwijtbaarheid ontbreekt; of b. de gedraging meer dan één jaar voor constatering van die gedraging door de minister heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte onderstand is verleend. 2 De minister kan afzien van het opleggen van een maatregel indien hij daarvoor dringende redenen aanwezig acht. 3 Indien de minister afziet van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan. 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 01-01-2021
Artikel 7 — Artikel 7 Ingangsdatum en duur van een maatregel#
Artikel 7 Ingangsdatum en duur van een maatregel 1 De maatregel wordt opgelegd met ingang van de eerstvolgende tweewekelijke betaalperiode volgend op de datum waarop de beschikking tot het opleggen van de maatregel aan de belanghebbende is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die betaalperiode geldende bedragen van de algemene onderstand. 2 Een maatregel wordt opgelegd voor de duur van vier weken. 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 01-01-2021
Artikel 8 — Artikel 8 Samenloop van gedragingen#
Artikel 8 Samenloop van gedragingen artikel 2, eerste lid artikel 7 Indien een belanghebbende zich tegelijkertijd schuldig maakt aan verschillende gedragingen die het niet nakomen van een verplichting als genoemd in, inhouden, worden de verlagingen voor de onderscheiden gedragingen gelijktijdig toegepast met inachtneming van. 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 01-01-2021
Artikel 9 — Artikel 9 Recidive#
Artikel 9 Recidive artikel 6, tweede lid De duur van de maatregel kan worden verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie. Met een beschikking waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld de beschikking om daarvan af te zien op grond van dringende redenen als bedoeld in. 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 01-01-2021
Artikel 10 — Artikel 10 Indeling in categorieën#
Artikel 10 Indeling in categorieën artikel 5 van het besluit Gedragingen van belanghebbenden waardoor de verplichting tot inschakeling in de arbeid op grond vanniet of onvoldoende is nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: a. eerste categorie: het zich niet of niet tijdig aanmelden voor arbeidsbemiddeling bij het bestuurscollege van het openbare lichaam of het niet of niet tijdig laten verlengen van deze aanmelding; b. tweede categorie: 1°. het niet of niet tijdig voldoen aan een oproep om, in verband met de inschakeling in de arbeid, op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen; 2°. het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot inschakeling in de arbeid of aan een onderzoek naar de geschiktheid voor scholing of opleiding; c. derde categorie: 1°. het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen; 2°. gedragingen die de inschakeling in de arbeid belemmeren; 3°. het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een voor de inschakeling in de arbeid noodzakelijk geachte scholing of opleiding of aan andere aangewezen activiteiten die de zelfstandige bestaansvoorziening bevorderen; d. vierde categorie: 1°. het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid; 2°. het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid. 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 01-01-2021
Artikel 11 — Artikel 11 De hoogte van de maatregel#
Artikel 11 De hoogte van de maatregel artikel 2, tweede lid Onverminderd, wordt de maatregel als volgt vastgesteld: a. bij gedragingen van de eerste categorie: 5% van de berekeningsgrondslag; b. bij gedragingen van de tweede categorie: 10% van de berekeningsgrondslag; c. bij gedragingen van de derde categorie: 20% van de berekeningsgrondslag; d. bij gedragingen van de vierde categorie: 100% van de berekeningsgrondslag. 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 01-01-2021
Artikel 12 — Artikel 12 Niet tijdig verstrekken van gegevens#
Artikel 12 Niet tijdig verstrekken van gegevens 1 artikel 11 van het besluit artikel 2, tweede lid Indien een belanghebbende de inlichtingenplicht, bedoeld in, niet is nagekomen door informatie die van belang is voor de verlening van onderstand of de voortzetting daarvan niet binnen de door de minister daartoe gestelde termijn te verstrekken, wordt een maatregel opgelegd van 5% van de berekeningsgrondslag, onverminderd. 2 Van het opleggen van de maatregel, bedoeld in het eerste lid, kan worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven. 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 01-01-2021
Artikel 13 — Artikel 13 Verstrekken onjuiste of onvolledige inlichtingen met gevolgen voor de onderstand#
Artikel 13 Verstrekken onjuiste of onvolledige inlichtingen met gevolgen voor de onderstand 1 Indien een belanghebbende aan de minister onjuiste of onvolledige inlichtingen heeft verstrekt en dit heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van onderstand, wordt een maatregel opgelegd die is afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag. 2 artikel 2, tweede lid Onverminderd, wordt de maatregel, bedoeld in het eerste lid, op de volgende wijze vastgesteld: a. bij een benadelingsbedrag tot USD 400: 10% van de berekeningsgrondslag; b. bij een benadelingsbedrag van USD 400 tot USD 800: 20% van de berekeningsgrondslag; c. bij een benadelingsbedrag van USD 800 tot USD 1600: 40% van de berekeningsgrondslag; d. bij een benadelingsbedrag van USD 1600 of meer: 100% van de berekeningsgrondslag. 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 01-01-2021
Artikel 14 — Artikel 14 Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen zonder gevolgen voor de onderstand#
Artikel 14 Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen zonder gevolgen voor de onderstand 1 artikel 2, tweede lid Indien een belanghebbende aan de minister onjuiste of onvolledige inlichtingen heeft verstrekt en dit niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van onderstand, wordt een maatregel opgelegd van 10% van de berekeningsgrondslag, onverminderd. 2 Van het opleggen van de maatregel, bedoeld in het eerste lid, kan worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven. 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 01-01-2021
Artikel 15 — Artikel 15 Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid#
Artikel 15 Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid 1 artikel 12, tweede lid, van het besluit Indien een belanghebbende tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in, wordt een maatregel opgelegd die wordt afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag. 2 artikel 2, tweede lid Onverminderd, wordt de maatregel, bedoeld in het eerste lid, op de volgende wijze vastgesteld: a. bij een benadelingsbedrag tot USD 400: 10% van de berekeningsgrondslag; b. bij een benadelingsbedrag van USD 400 tot USD 800: 20% van de berekeningsgrondslag; c. bij een benadelingsbedrag van USD 800 tot USD 1600: 40% van de berekeningsgrondslag; d. bij een benadelingsbedrag van USD 1600 of meer: 100% van de berekeningsgrondslag. 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 01-01-2021
Artikel 16 — Artikel 16 Zeer ernstige misdragingen#
Artikel 16 Zeer ernstige misdragingen besluit artikel 2, tweede lid Indien een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover de minister of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van hetwordt een maatregel opgelegd van minimaal 20% van de berekeningsgrondslag, onverminderd. 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 01-01-2021
Artikel 17 — Artikel 17 Vrijlating uitkering Schadefonds geweldsmisdrijven#
Artikel 17 Vrijlating uitkering Schadefonds geweldsmisdrijven artikel 18a, tweede lid, onderdeel d, van het besluit Wet schadefonds geweldsmisdrijven Als uitkeringen als bedoeld inwordt aangewezen de uitkering als bedoeld in de, met uitzondering van het deel van de uitkering dat vanwege de derving van levensonderhoud wordt verstrekt aan nabestaanden. 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 01-01-2021
Artikel 18 — Artikel 18 Gegevensverstrekking aan de minister#
Artikel 18 Gegevensverstrekking aan de minister 1 besluit De hieronder vermelde instanties en personen zijn verplicht desgevraagd aan de minister kosteloos opgaven en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het: a. de colleges van burgemeester en wethouders; b. de eilandbesturen van de openbare lichamen; c. artikel 1a van de Wet op de Kamers van Koophandel en Nijverheid BES de Kamers van Koophandel en Nijverheid voor de openbare lichamen, bedoeld in; d. de Minister van Justitie en Veiligheid voor zover het betreft: 1°. Wet toelating en uitzettingen van vreemdelingen BES de toepassing van de; of 2°. een persoon die rechtens zijn vrijheid is ontnomen; e. Wet studiefinanciering 2000 Wet studiefinanciering BES Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor zover het betreft de toepassing van de, de, deen de; f. de rijksbelastingdienst; g. de Sociale verzekeringsbank; h. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen; i. het Zorgverzekeringskantoor BES; j. instanties die in het kader van de openbare nutsvoorziening energie of water leveren; k. instanties die op basis van hun statutaire doel de arbeidsinschakeling van personen bevorderen; l. Wet sociale kanstrajecten jongeren BES instanties die op basis van hun statutaire doel deuitvoeren; m. instanties en personen die woonruimte in de openbare lichamen verhuren. 2 besluit Griffiers van colleges, geheel of ten dele met rechtspraak belast, zijn verplicht desgevraagd aan de minister, kosteloos opgaven en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het. 3 De in het eerste en het tweede lid bedoelde verplichtingen strekken zich mede uit tot: a. paragraaf 6.4 van het besluit degene van wie kosten van onderstand worden of kunnen worden teruggevorderd ingevolge; b. personen die hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning, of ten aanzien van wie dat redelijkerwijs kan worden vermoed, als degene: 1°. te wiens behoeve onderstand is aangevraagd of wordt verleend; of 2°. paragraaf 6.4 van het besluit van wie kosten van onderstand worden of kunnen worden teruggevorderd ingevolge. 4 De in het eerste en tweede lid bedoelde opgaven en inlichtingen worden desgevraagd schriftelijk, of in een andere vorm die redelijkerwijs kan worden verlangd, en zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen vier weken na ontvangst van het verzoek hiertoe, verstrekt. 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 01-01-2021
Artikel 19 — Artikel 19 Gegevensverstrekking door de minister#
Artikel 19 Gegevensverstrekking door de minister 1 besluit De minister is bevoegd uit eigen beweging en verplicht desgevraagd uit de administratie ter zake van de uitvoering van hetkosteloos de gegevens te verstrekken aan: a. bestuurscolleges van de openbare lichamen ten behoeve van de arbeidsinschakeling; b. buitenlandse organen voor de vervulling van een taak van zwaarwegend algemeen belang; c. artikel 23 van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES artikel 26 van de Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES artikel 8 van de Wet ongevallenverzekering BES artikel 8 van de Wet ziekteverzekering BES artikel 7 van de Cessantiawet BES de rijksbelastingdienst voor de heffing of invordering van enige rijksbelasting en de premies voor de sociale verzekeringen, bedoeld in,,,en; d. derden die op basis van hun statutaire doel de arbeidsinschakeling van personen bevorderen; e. Participatiewet Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen het college van burgemeester en wethouders voor de uitvoering van de, deen de; f. het landsbestuur van Aruba, Curaçao en Sint Maarten voor de goede vervulling van een publiekrechtelijke taak; g. Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen artikelen 30, eerste lid 34, eerste lid, onderdeel a, van die wet het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank voor de uitvoering van deof de wettelijke regelingen, bedoeld in de, en; h. Wet sociale kanstrajecten jongeren BES instanties die op basis van hun statutaire doel deuitvoeren. 2 De gegevensverstrekking vindt niet plaats als de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen daardoor onevenredig wordt geschaad. 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 01-01-2021
Artikel 20 — Artikel 20 Intrekking regelingen#
Artikel 20 Intrekking regelingen Regeling gegevensuitwisseling onderstand BES Regeling verlaging onderstand BES Deen deworden ingetrokken. 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 01-01-2021
Artikel 21 — Artikel 21 Inwerkingtreding#
Artikel 21 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2021. 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 01-01-2021
Artikel 22 — Artikel 22 Citeertitel#
Artikel 22 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling onderstand BES. 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 2020 51386 06-10-2020 31-08-2020 2020-0000036179 01-01-2021