Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 15 december 2023, nr IENW/BSK-2023/363174, houdende vaststelling algemene regels voor inrichtingen en activiteiten (Regeling inrichtingen- en activiteiten BES)
- BWB-id
- BWBR0049285
- Type
- ministeriele-regeling-BES
- Ministerie
- Infrastructuur en Waterstaat
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-04-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0049285
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling-bes/2024/regeling-inrichtingen-en-activiteiten-bes
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling-bes/2024/regeling-inrichtingen-en-activiteiten-bes/2024-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0049285&g=2024-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0049285&z=2026-06-06&g=2024-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0049285/2024-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling-bes/2024/regeling-inrichtingen-en-activiteiten-bes
Artikel 1.1 — Artikel 1.1 Begripsbepalingen#
Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: aaneengesloten bodembeschermende voorziening: vloer, verharding of constructie die stoffen tijdelijk keert, waarvan eventuele onderbrekingen of naden zijn gedicht; ADR-klasse: klasse waarin een gevaarlijke stof volgens de ADR valt vanwege het overheersende gevaar en het bijkomende gevaar; agrarische bedrijfsstoffen: dierlijke meststoffen die niet verpompbaar zijn, kuilvoer, bijvoedermiddelen die niet verpompbaar zijn, gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong en restmateriaal afkomstig van de teelt van gewassen, voor zover geen sprake is van inerte goederen; appendages: bij machines of installaties behorende toestellen en onderdelen die dienen ter completering van deze machines of installaties; bedrijfsafvalwater: afvalwater dat vrijkomt bij door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid, dat geen huishoudelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater of grondwater is; besluit: Besluit inrichtingen- en activiteitenbesluit BES ; bodembedreigende stoffen: bijlage 1 bodembedreigende stoffen die de bodem kunnen verontreinigen als bedoeld in, onderdeel A, bij deze regeling; bodembeschermende voorziening: lekbak, opvangbassin, aaneengesloten bodembeschermende voorziening, of andere lekdichte voorziening; CMR-stoffen: artikel 4.11 van het Arbeidsomstandighedenbesluit stoffen opgenomen in de lijst met kankerverwekkende stoffen en processen als bedoeld in; dB(A): maat voor de geluidsterkte, gecorrigeerd naar de gevoeligheid van het menselijke oor; dierlijke meststoffen: uitwerpselen van voor gebruiks- of winstdoeleinden gehouden dieren, daaronder begrepen de geheel of gedeeltelijk verteerde maag- of darminhoud van deze dieren en mengsels van strooisel met de uitwerpselen, alsook producten daarvan; emissiegrenswaarde: massa, gerelateerd aan een parameter, concentratie of niveau van een emissie die tijdens een of meer ga IMDG: IMDG-Code International Maritime Dangerous Goods Code (MSC.406(96); intrinsiek niet-bodembedreigende stoffen: bijlage 1 stoffen als bedoeld in, onderdeel B, bij deze regeling; kwetsbare objecten: woningen, gebouwen waarin minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten de gehele dag of een gedeelte van de dag verblijven, zoals, ziekenhuizen, verzorgingstehuizen, verpleeghuizen en kinderopvanginstellingen, andere gebouwen waarin relatief grote aantallen personen een groot deel van de dag verblijven zoals kantoren en hotels, scholen, complexen met meer dan 5 winkels, supermarkten, warenhuizen en kampeer- en recreatieterreinen; lichtbronnen: lichtbronnen waaronder wordt verstaan: − openbare verlichting; − terreinverlichting; − aanstraling van gebouwen en objecten; − verlichting van sportvelden; − terrasverlichting; reclameverlichting; − verlichting van installaties; − skybeamers; − sierverlichting; − verlichting op en van bedrijventerreinen; lozen: het brengen van: − afvalwater of andere afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in een oppervlaktewaterlichaam; − afvalwater op of in de bodem; − afvalwater of andere afvalstoffen in een openbaar afvalwaterstelsel; grondstoffen: natuurlijke grondstoffen zoals (zoet) water, zand, mineralen en hout; koelinstallatie: combinatie van met koudemiddel gevulde onderdelen die met elkaar zijn verbonden en die tezamen een gesloten koudemiddelcircuit vormen waarin het koudemiddel circuleert met het doel warmte op te nemen of af te staan; natuurlijke koudemiddelen: bijlage 2 kooldioxide, ammoniak of koolwaterstoffen niet zijnde een gefluoreerd broeikasgas voor zover toegepast als koudemiddel als bedoeld inbij deze regeling; normaal kubieke meter: afgashoeveelheid bij 273,15 kelvin en 101,3 kilo pascal en betrokken op droge lucht; onderhoud en inspectie: artikel 2.13.2 artikel 2.13.3 activiteiten, uitgezonderd terugwinning zoals bedoeld inen controles op lekkages overeenkomstigvan deze regeling, die met zich brengen dat de circuits die gefluoreerde broeikasgassen bevatten of daartoe ontworpen zijn, worden geopend, met name het toevoegen aan het systeem van gefluoreerde broeikasgassen, het verwijderen van één of meer onderdelen van het circuit of de apparatuur, het opnieuw monteren van twee of meer onderdelen van het circuit of de apparatuur, alsook het repareren van lekkages; opslagvoorziening: vaste ruimte bestemd voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen of CMR-stoffen uitgevoerd als een brandcompartiment met een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van 60 minuten (60 WBDBO); openbaar afvalwaterstelsel: een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, in beheer bij het bestuurscollege of een rechtspersoon die door het eilandsraad met het beheer is belast; oplosmiddelen: oplosmiddelen die worden gebruikt bij het chemisch reinigen van textiel; ondergronds: geheel of gedeeltelijk in de bodem gelegen of ingeterpt; PER: tetrachlooretheen; standaardbrandstoffen: propaan, butaan en vloeibare brandstoffen, inclusief biodiesel die voldoet aan NEN-EN 14214; synthetische koudemiddelen: bijlage 2 gefluoreerde broeikasgassen; fluorkoolwaterstoffen (HFK’S) voor zover toegepast als koudemiddel als bedoeld inbij deze regeling; terugwinning: verzamelen en opslaan van gefluoreerde broeikasgassen uit producten, waaronder houders, en apparatuur gedurende het onderhoud of de service, dan wel voorafgaand aan de verwijdering van de producten of de apparatuur; UN nummer: stofidentificatienummer tijdens vervoer; vloeistofdichte bodembeschermende voorziening: vloer, verharding of constructie waardoor stoffen niet in de bodem terecht kunnen komen; werkvoorraad: voorraad verpakte gevaarlijke stoffen of CMR-stoffen als bedoeld in voorschrift 3.1.3 van PGS 15; zee: artikel 1, onderdeel j, van de Wet maritiem beheer BES zee als bedoeld in; zuiveringstechnisch werk: voor de zuivering van afvalwater bestemd werk dat in beheer is bij het bestuurscollege of bij een rechtspersoon die door de eilandsraad met het beheer is belast; zuiveringsvoorziening: werk voor het zuiveren van afvalwater dat geen zuiveringstechnisch werk is. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 1.2 — Artikel 1.2 Normadressaat#
Artikel 1.2 Normadressaat hoofdstukken 2 tot en met 3 Aan dewordt voldaan door degene die een inrichting type I of type II opricht, in werking heeft, verandert of de werking daarvan verandert of de inrichting beëindigt. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.1.1 — Artikel 2.1.1 Omgaan met afvalstoffen#
Artikel 2.1.1 Omgaan met afvalstoffen 1 Hoofdstuk 4 van de wet Ten behoeve van een doelmatig beheer van afvalstoffen worden, onverminderd, in ieder geval geen: a. gevaarlijke afvalstoffen vermengd met andere afvalstoffen; b. afvalstoffen gemengd met stoffen die geen afvalstof zijn; c. afvalstoffen gemengd die gescheiden worden ingezameld of afgevoerd; d. afvalstoffen verbrand; e. afvalstoffen gestort; f. afvalstoffen begraven. 2 De volgende afvalstoffen worden in ieder geval gescheiden ingezameld: a. karton en papier; b. plastic; c. aluminium; d. glas. 3 Afvalstoffen worden zo vaak als nodig uit de inrichting afgevoerd naar of ingezameld door een door het bestuurscollege aangewezen inzamelaar. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.1.2 — Artikel 2.1.2 Autowrakken#
Artikel 2.1.2 Autowrakken bijlage 1, hoofdstuk 2, onderdeel 10, bij het besluit In een inrichting, niet zijnde een inrichting voor onderhoud en reparatie van motorrijtuigen als bedoeld in, is geen autowrak aanwezig. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.1.3 — Artikel 2.1.3 Verwijderd asbest#
Artikel 2.1.3 Verwijderd asbest Verwijderd asbest of een verwijderd asbesthoudend product, niet zijnde grond, bodem of sloopschepen, wordt aangeboden aan een door het bestuurscollege aangewezen inzameldienst. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.2.1 — Artikel 2.2.1 Lozingsroute#
Artikel 2.2.1 Lozingsroute 1 Ter bescherming van het aquatisch milieu wordt ongezuiverd afvalwater niet geloosd op een oppervlaktewaterlichaam of op of in de bodem. 2 In afwijking van het eerste lid wordt afvloeiend hemelwater, dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening, nuttig gebruikt of geloosd in of op de bodem of in het oppervlaktewaterlichaam, niet zijnde de zee. 3 In afwijking van het eerste lid mag afvalwater dat is geleid door een zuiveringsvoorziening, worden geloosd op of in de bodem of op een oppervlaktewaterlichaam. 4 Ter bescherming van de kwaliteit van de bodem en van het oppervlaktewaterlichaam, wordt huishoudelijk afvalwater geloosd op het openbaar afvalwaterstelsel of op een zuiveringsvoorziening. 5 Bedrijfsafvalwater is na zuivering door een zuiveringsvoorziening zodanig gezuiverd dat het: a. in samenstelling overeenkomt met huishoudelijk afvalwater en geschikt is om geloosd te worden op het openbaar afvalwaterstelsel; of b. geschikt is voor hergebruik of voor lozing op of in de bodem. 6 Bedrijfsafvalwater dat niet kan worden gezuiverd en niet kan worden verwerkt door een zuiveringstechnisch werk, wordt niet geloosd op het openbaar afvalwaterstelsel en wordt afgevoerd per as. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.2.2 — Artikel 2.2.2 Bescherming van de werking van het openbare afvalwaterstelsel en zuiveringsvoorzieningen#
Artikel 2.2.2 Bescherming van de werking van het openbare afvalwaterstelsel en zuiveringsvoorzieningen 1 Voor een goede doorstroming en het behoud van de kwaliteit van het openbaar afvalwaterstelsel bevat het afvalwater dat hierin geloosd wordt in enig steekmonster niet meer dan 300 mg/l onopgeloste stoffen. 2 Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan als het afvalwater wordt geleid door een goed onderhouden bezinkvoorziening met een capaciteit die is afgestemd op de hoeveelheid en de mate van verontreiniging van het afvalwater. 3 Voor een goede doorstroming en het behoud van de kwaliteit van het openbaar afvalwaterstelsel en voor de goede werking van een zuiveringsvoorziening wordt vethoudend afvalwater dat wordt geloosd in het openbaar afvalwaterstelsel of op een zuiveringsvoorziening voor vermenging met ander afvalwater, geleid door een goed gedimensioneerde en goed onderhouden vetafscheider en slibvangput. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.2.3 — Artikel 2.2.3 Lozen van afvalwater van een bodembeschermende voorziening#
Artikel 2.2.3 Lozen van afvalwater van een bodembeschermende voorziening 1 Het afvalwater afkomstig van een bodembeschermende voorziening wordt geloosd op het openbaar afvalwaterstelsel of op een zuiveringsvoorziening. 2 Het afvalwater dat wordt geloosd op het openbaar afvalwaterstelsel of op een zuiveringsvoorziening wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door een goed gedimensioneerde en goed onderhouden slibvangput en olieafscheider. 3 De oliefractie wordt als gevaarlijk afval afgevoerd door een door het bestuurscollege aangewezen erkende verwerker. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.3.1 — Artikel 2.3.1 Preventieve bodembescherming algemeen#
Artikel 2.3.1 Preventieve bodembescherming algemeen 1 Ter voorkoming of beperking van bodemverontreiniging worden bodembedreigende stoffen: a. niet op of in de bodem geloosd; b. gebruikt of afgeleverd boven een bodembeschermende voorziening; c. zodanig gebruikt dat zweten, lekkage of wegspatten van die stoffen wordt voorkomen of tot het minimum wordt beperkt; d. adequaat verpakt. 2 Als zweten, lekkage of wegspatten van bodembedreigende stoffen niet is of niet kan worden voorkomen, worden deze stoffen onmiddellijk met behulp van absorptiemiddelen van de vloer verwijderd. 3 Een apparaat dat of een installatie die een vloeistofcircuit bevat wordt geplaatst boven een aaneengesloten bodembeschermende voorziening. 4 Wanneer de bodembeschermende voorziening, bedoeld in het derde lid, is uitgevoerd als een lekbak dan kan deze tenminste 110% van de inhoud van het apparaat of installatie opvangen. 5 Alle tankinstallaties, leidingsystemen en appendages zijn vloeistofdicht. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.3.2 — Artikel 2.3.2 Bodembescherming ondergrondse tanks#
Artikel 2.3.2 Bodembescherming ondergrondse tanks 1 De bovengrondse delen van installaties worden tenminste eenmaal per jaar visueel geïnspecteerd op in elk geval lekkages en indien nodig onderhouden. 2 De ondergrondse leidingsystemen worden tenminste eenmaal per vijf jaar geïnspecteerd op lekdichtheid door een hiervoor deskundig geacht bedrijf. 3 De resultaten van de inspectie worden bewaard totdat de resultaten van de eerstvolgende inspectie beschikbaar zijn, maar tenminste voor vijf jaar. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.3.3 — Artikel 2.3.3 Preventie bodemerosie#
Artikel 2.3.3 Preventie bodemerosie Handelingen aan, op of in de bodem die erosie bevorderen, worden vermeden. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.4.1 — Artikel 2.4.1 Voorkomen en beperken van lichthinder#
Artikel 2.4.1 Voorkomen en beperken van lichthinder Ter bescherming en bevordering van de duisternis en het donkere landschap wordt ter voorkoming van lichthinder het gebruik van lichtbronnen tot een aanvaardbaar niveau beperkt. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.5.1 — Artikel 2.5.1 Voorkomen en beperken geluidhinder#
Artikel 2.5.1 Voorkomen en beperken geluidhinder Ter voorkoming en beperking van geluidhinder worden luide werkzaamheden zoveel mogelijk binnen een gebouw van de inrichting uitgevoerd, waarbij de deuren en ramen zo mogelijk gesloten blijven. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.5.2 — Artikel 2.5.2 Grenswaarden geluid#
Artikel 2.5.2 Grenswaarden geluid Ter verkoming van geluidhinder worden de onderstaande grenswaarden niet overschreden: Gebiedstypen 07:00–19:00 19:00–07:00 Landelijke omgeving, stille recreatie/ agrarisch/kunuku-gebied 40 dB(A) 35 dB(A) Woongebied buiten de bebouwde kom 45 dB(A) 40 dB(A) Woongebied in bebouwde kom (gemengd gebied) 50 dB(A) 45 dB(A) Centrum (gebied met woon- en werkfuncties) 55 dB(A) 50 dB(A) Bedrijventerrein/zware bedrijven 65 dB(A) 60 dB(A) 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.6.1 — Artikel 2.6.1 Voorkomen en beperken geurhinder#
Artikel 2.6.1 Voorkomen en beperken geurhinder Geurhinder bij kwetsbare objecten wordt voorkomen en voor zover dat niet mogelijk is tot een aanvaardbaar niveau beperkt. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.7.1 — Artikel 2.7.1 Preventie trillinghinder#
Artikel 2.7.1 Preventie trillinghinder Ten behoeve van het beperken van trillinghinder wordt apparatuur voorzien van doeltreffende dempers. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.8.1 — Artikel 2.8.1 Energiebesparende maatregelen#
Artikel 2.8.1 Energiebesparende maatregelen 1 De drijver van een inrichting neemt alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder. 2 Het eerste lid is niet van toepassing als het elektriciteitsverbruik van de inrichting in het voorafgaande jaar lager is dan 20.000 kWh geleverd door het openbare elektriciteitsnet. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.9.1 — Artikel 2.9.1 Verpakking gevaarlijke stoffen#
Artikel 2.9.1 Verpakking gevaarlijke stoffen 1 Op de verpakking van gevaarlijke stoffen worden de onderstaande opschriften vermeld: a. het UN-nummer en de juiste vervoersnaam van de gevaarlijke stof (mengsel); b. Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen het gevaarsetiket zoals voorgeschreven in de, ADR, IMDG of GHS. 2 De verpakking bestaat uit deugdelijk materiaal dat niet: a. door de gevaarlijke stoffen kan worden aangetast; b. met die gevaarlijke stoffen een reactie kan aangaan; of c. met die gevaarlijke afvalstoffen een verbinding kan vormen. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.9.2 — Artikel 2.9.2 Opslag van gevaarlijke stoffen in verpakking#
Artikel 2.9.2 Opslag van gevaarlijke stoffen in verpakking 1 2 Verpakte gevaarlijke stoffen en CMR-stoffen, niet zijnde asbest of vuurwerk, worden opgeslagen in een daarvoor bestemde opslagvoorziening die is uitgevoerd als brandcompartiment met een oppervlakte van maximaal 1.000 men die voorzien is van een bodembeschermende voorziening. 2 In een opslagvoorziening mag, met uitzondering van de werkvoorraad, maximaal aanwezig zijn: a. 2.500 kg verpakte gevaarlijke stoffen, of b. 10 000 kg verpakte gevaarlijke stoffen van klasse 8, verpakkingsgroep II of III, zonder bijkomend gevaar. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.9.3 — Artikel 2.9.3 Verladen van gevaarlijke stoffen#
Artikel 2.9.3 Verladen van gevaarlijke stoffen 1 Bij het verladen van een tankwagen of andere vervoerseenheid met gevaarlijke stoffen binnen de inrichting wordt het ADR in acht genomen. 2 De drijver van de inrichting is verantwoordelijk voor het beschikbaar hebben van een duidelijke en adequate losprocedure: a. waarin taken en verantwoordelijkheden van de vervoerder en de drijver van de inrichting zijn vermeld; en b. die wordt gehanteerd bij het verladen van een opslagtank vanuit een tankwagen of een andere vervoerseenheid. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.9.4 — Artikel 2.9.4 Brandvrij houden van de omgeving van een opslagvoorziening#
Artikel 2.9.4 Brandvrij houden van de omgeving van een opslagvoorziening Een opslagvoorziening met gevaarlijke stoffen wordt tot op ten minste 3 meter afstand van deze voorziening zorgvuldig vrijgehouden van begroeiing en brandbare stoffen, zoals textiel, papier en hout. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.9.5 — Artikel 2.9.5 Gebruik van gasflessen#
Artikel 2.9.5 Gebruik van gasflessen 1 Gasflessen hebben de volgende opschriften die duidelijk leesbaar en duurzaam zijn, door inslagen of etiketten: a. het UN-nummer en de juiste vervoersnaam van het gas of het gasmengsel; b. Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen het gevaarsetiket zoals voorgeschreven in de, ADR, IMDG of GHS; c. de datum van het volgende periodieke onderzoek. 2 Op gasflessen met samengeperste gassen zijn tevens aangegeven de: a. beproevingsdruk in bar; b. lege massa in kilogram; c. bedrijfsdruk in bar. 3 Op gasflessen met vloeibaar gemaakte gassen zijn tevens aangegeven de: a. beproevingsdruk in bar; b. waterinhoud in liter; c. lege massa in kilogram; d. maximale vulmassa en de eigen massa van de houder met uitrustingsdelen of de bruto massa, in kilogram. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.9.6 — Artikel 2.9.6 Opslag van gasflessen#
Artikel 2.9.6 Opslag van gasflessen 1 artikel 2.9.2 Gasflessen, waarvan de gezamenlijke waterinhoud meer bedraagt dan 125 liter worden opgeslagen in een daarvoor bestemde opslagvoorziening die voldoet aan de eisen opgenomen in. 2 In een opslagvoorziening zijn geen goederen aanwezig, die voor het beheer van de gasflessen niet functioneel zijn. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.10.1 — Artikel 2.10.1 Blusmiddelen#
Artikel 2.10.1 Blusmiddelen 1 In de inrichting zijn voldoende draagbare brandblusmiddelen aanwezig om een beginnende brand te kunnen bestrijden of te onderdrukken. 2 Brandblusmiddelen zijn voor iedereen duidelijk zichtbaar en gemakkelijk bereikbaar. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.10.2 — Artikel 2.10.2 Onderhoud en inspectie#
Artikel 2.10.2 Onderhoud en inspectie 1 Ieder kalenderjaar worden brandblusmiddelen en slanghaspels op deugdelijkheid gecontroleerd en voorzien van een geldige keuring. 2 Het eerste lid geldt niet voor nieuwe brandblusmiddelen en slanghaspels in het eerste kalenderjaar. 3 Inspectie vindt plaats door een hiervoor deskundig geacht bedrijf. 4 Na de inspectie worden blusmiddelen en slanghaspels voorzien van een label of sticker met datum van de keuring. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.11.1 — Artikel 2.11.1 Stofemissies#
Artikel 2.11.1 Stofemissies 1 Ten behoeve van een beperking van emissies naar de lucht worden bij opslag, overslag, intern transport, breken of sorteren van puin, stenen, glas en bouw- en sloopafval, de fabricage van beton en betonproducten, maatregelen of voorzieningen getroffen waardoor: a. stofoverlast wordt voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk wordt beperkt; b. zoveel mogelijk wordt voorkomen dat steenachtig materiaal in een oppervlaktewaterlichaam geraakt. 2 Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan door: a. het gebruik van een werkzame sproei-installatie ter beperking van stofoverlast; b. het toepassen van natte werkmethoden. 3 De ventilatielucht uit de werkplaats wordt voldoende verspreid om stofoverlast bij nabij gelegen kwetsbare objecten te voorkomen. 4 Aan het derde lid wordt in elk geval voldaan, indien stofafzuiging plaatsvindt door middel van een mechanische afzuiging en de afgezogen lucht wordt geleid door een stofzak. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.12.1 — Artikel 2.12.1 Beperken gebruik van grondstoffen#
Artikel 2.12.1 Beperken gebruik van grondstoffen 1 Het gebruik van grondstoffen wordt zoveel mogelijk beperkt. 2 Zoet water wordt zoveel mogelijk hergebruikt. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.13.1 — Artikel 2.13.1 Toepassingsbereik#
Artikel 2.13.1 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op een koelinstallatie met een inhoud van tenminste: a. 10 kilogram kooldioxide; b. 5 kilogram koolwaterstoffen; c. 1 kilogram synthetische koudemiddelen; of d. 10 kilogram en ten hoogste 1.500 kilogram ammoniak. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.13.2 — Artikel 2.13.2 Onderhoud en inspectie koelinstallaties#
Artikel 2.13.2 Onderhoud en inspectie koelinstallaties 1 Koelinstallaties worden ten minste eenmaal per kalenderjaar geïnspecteerd op veilig functioneren en op lekkages door een hiervoor deskundig geacht bedrijf. 2 Koelinstallaties zijn goed bereikbaar voor bediening, inspectie en onderhoud. 3 Terugwinning van koudemiddelen wordt uitgevoerd door personen met passende kwalificaties. 4 Bij het onderhoud of voorafgaand aan de ontmanteling of de verwijdering van een koelinstallatie, wordt het koudemiddel of koelvloeistof teruggewonnen voor vernietiging of ten behoeve van recycling of regeneratie. 5 Van het onderhoud en de inspectie wordt een rapport opgemaakt en dat rapport wordt overgelegd op verzoek van het bevoegd gezag. 6 Het rapport, bedoeld in het vijfde lid, bevat in elk geval informatie over: a. de hoeveelheid in kilogrammen en het type koudemiddel waarmee de apparatuur is gevuld; b. de hoeveelheid in kilogrammen en het type koudemiddel dat aan de apparatuur is toegevoegd tijdens installatie, onderhoud, service of reparatie; c. de hoeveelheid in kilogrammen en het type koudemiddel dat is teruggewonnen en verwijderd. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.13.3 — Artikel 2.13.3 Lekkage en het voorkomen van emissies#
Artikel 2.13.3 Lekkage en het voorkomen van emissies 1 De drijver van de inrichting treft alle noodzakelijke voorzorgsmaatregelen om lekkages of emissies naar de lucht te voorkomen of tot een minimum te beperken. 2 Ter voorkoming van emissies naar de lucht wordt bij het vermoeden van een lekkage de koelinstallatie uitgezet. 3 Indien een lekkage wordt vastgesteld, zorgt de drijver van de inrichting ervoor dat de koelinstallatie onverwijld wordt gerepareerd. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.13.4 — Artikel 2.13.4 Toepassingsbereik#
Artikel 2.13.4 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het in werking hebben van een kleine standaard stookinstallatie met een nominaal thermisch ingangsvermogen kleiner dan 1 MWth gestookt op standaardbrandstoffen. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.13.5 — Artikel 2.13.5 Opstarten en stilleggen#
Artikel 2.13.5 Opstarten en stilleggen Ten behoeve van een beperking van emissies in de lucht wordt de periode van het opstarten of stilleggen van een stookinstallatie zo kort mogelijk gehouden. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.13.6 — Artikel 2.13.6 Emissiegrenswaarden kleine stookinstallaties#
Artikel 2.13.6 Emissiegrenswaarden kleine stookinstallaties Het rookgas van een stookinstallatie met een nominaal thermisch ingangsvermogen kleiner dan 1 MWth voldoet aan de volgende emissiegrenswaarden: Standaard Brandstof Installatie x Stikstofoxiden (NO) (mg per normaal kubieke meter) 2 Zwaveldioxide (SO) (mg per normaal kubieke meter) Totaal stof (mg per normaal kubieke meter) Brandstof in vloeibare vorm stookinstallatie groter dan 0,4 MWth 120 200 20 Verbrandings-motor 150 65 20 Gasturbine 50 75 5 Brandstof in gasvorm stookinstallatie groter dan 0,4 MWth 140 – – Verbrandings-motor 115 – – Gasturbine 50 15 – 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.13.7 — Artikel 2.13.7 Vrijstelling emissiegrenswaarden#
Artikel 2.13.7 Vrijstelling emissiegrenswaarden artikel 2.13.6 De emissiegrenswaarden, bedoeld in, gelden niet voor: a. een stookinstallatie die minder dan 500 uren per jaar in bedrijf is, met uitzondering van een dieselmotor die wordt gebruikt voor het opwekken van elektriciteit als het openbare net beschikbaar is en geen geplande bedrijfsnoodzakelijke test wordt verricht; b. een stookinstallatie waar de gasvormige producten van het stookproces worden gebruikt voor het direct verwarmen, drogen of anderzijds behandelen van voorwerpen of materialen. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.13.8 — Artikel 2.13.8 Berekening emissiegrenswaarden#
Artikel 2.13.8 Berekening emissiegrenswaarden 1 x 2 Voor de berekening van de uitworp van rookgas door een stookinstallatie wordt de massaconcentratie van stikstofoxiden (NO), zwaveldioxide (SO) en totaal stof in het rookgas herleid op rookgas met een volumegehalte aan zuurstof van: a. 15 procent, indien het verbrandingsmotoren of een gasturbine betreft; b. 3 procent, in alle andere gevallen. 2 x Voor de berekening van de uitworp van rookgas door een stookinstallatie, wordt de massaconcentratie aan stikstofoxiden (NO) in het rookgas berekend als massaconcentratie van stikstofdioxide. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.13.9 — Artikel 2.13.9 Meting emissiegrenswaarden#
Artikel 2.13.9 Meting emissiegrenswaarden 1 artikel 2.13.6 De meting van emissiegrenswaarden, bedoeld in, wordt door de drijver van de inrichting op verzoek van het bevoegd gezag uitgevoerd. 2 De meting, bedoeld in het eerste lid, vindt ten hoogste eenmaal in de vier jaar plaats. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.13.10 — Artikel 2.13.10 Onderzoek risico’s legionellabesmetting#
Artikel 2.13.10 Onderzoek risico’s legionellabesmetting 1 Ten behoeve van het waarborgen van de veiligheid wordt door de drijver van de inrichting onderzoek verricht naar de risico’s van de natte koeltoren, die water in aërosolvorm in de lucht kan brengen, voor de omgeving door legionellabesmetting. 2 Bij het onderzoek worden in ieder geval betrokken: a. het risico op vermeerdering van legionellabacteriën in de koeltoren door: 1°. de aard en de kwaliteit van het water dat wordt gebruikt; 2°. de temperatuur van het water; 3°. de verblijfstijd van het water; 4°. de stilstand van het water; en 5°. de aanwezigheid van biofilm en sediment; b. de bedrijfsvoering van de natte koeltoren; c. de effectiviteit van het waterbehandelingsprogramma voor legionella-bacteriën en biofilmvorming; en d. de risico’s voor de omgeving, bepaald overeenkomstig de volgende risicocategorie-indeling: Risicocategorie Locatie natte koeltoren die water in aërosolvorm in de lucht kan brengen 1 Minder dan 200 m van een ziekenhuis, verpleeghuis of andere medisch georiënteerde zorginstelling waar mensen verblijven met een verminderd immuunsysteem 2 Minder dan 200 m van verzorgingstehuizen, hotels of andere gebouwen waarin zich veel mensen bevinden 3 Minder dan 600 m van een woonomgeving 4 Meer dan 600 m van een woonomgeving 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 2.13.11 — Artikel 2.13.11 Beperken geurhinder#
Artikel 2.13.11 Beperken geurhinder Bij het in werking hebben en bij onderhoudswerkzaamheden van een installatie voor het doorvoeren, bufferen of keren van rioolwater worden zodanige maatregelen getroffen dat geurhinder bij gevoelige gebouwen zoveel mogelijk wordt voorkomen, dan wel als dit niet mogelijk is tot een aanvaardbaar niveau wordt beperkt. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 3.1.1 — Artikel 3.1.1 Toepassingsbereik#
Artikel 3.1.1 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het onderhouden, repareren of afspuiten van vaartuigen. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 3.1.2 — Artikel 3.1.2 Afspuiten vaartuigen#
Artikel 3.1.2 Afspuiten vaartuigen 1 Het op de wal met water onder hoge druk afspuiten van de romp onder de waterlijn van een vaartuig vindt plaats boven tenminste een aaneengesloten bodembeschermende voorziening. 2 Bij het afspuiten worden windwerende voorzieningen toegepast indien dat nodig is om verwaaien van afvalwater of afvalstoffen te voorkomen. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 3.1.3 — Artikel 3.1.3 Gedragsvoorschriften#
Artikel 3.1.3 Gedragsvoorschriften 1 Binnen een inrichting waarin vaartuigen worden onderhouden, gerepareerd of afgespoten, zijn voor een ieder eenvoudig te raadplegen gedragsvoorschriften aanwezig. 2 De gedragsvoorschriften bevatten in ieder geval instructies gericht op het voorkomen van milieuverontreiniging, voor het uitvoeren van de werkzaamheden die zijn. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 3.1.4 — Artikel 3.1.4 Toepassingsbereik#
Artikel 3.1.4 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het afleveren van vloeibare brandstoffen aan vaartuigen. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 3.1.5 — Artikel 3.1.5 Bescherming oppervlaktewaterlichaam#
Artikel 3.1.5 Bescherming oppervlaktewaterlichaam 1 Het afleveren van vloeibare brandstoffen aan vaartuigen vindt plaats vanuit een op de wal geplaatste vaste afleverinstallatie en door of onder direct toezicht van deskundig personeel. 2 De afleverinstallatie, bedoeld in het eerste lid, is voorzien van een automatisch afslagmechanisme dat afslaat als de brandstoftank vol is. 2 Het afleveren van vloeibare brandstoffen aan vaartuigen vindt zodanig plaats dat morsen van brandstof zoveel mogelijk wordt voorkomen. 3 Gemorste brandstof wordt direct opgenomen met daarvoor geschikte absorptiemiddelen. 4 Het vulpistool of het uiteinde van de vulleiding van een installatie voor het afleveren van vloeibare brandstoffen aan vaartuigen op een bunkerstation wordt weggehangen boven een lekbak die minimaal de inhoud van een vulleiding kan bevatten. 5 Een installatie voor het afleveren van vloeibare brandstoffen aan vaartuigen wordt niet gebruikt voor het vullen van jerrycans en andere vaten met vloeibare brandstoffen. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 3.2.1 — Artikel 3.2.1 Toepassingsbereik#
Artikel 3.2.1 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bieden van gelegenheid tot het afmeren van vaartuigen in een jachthaven met minimaal 10 ligplaatsen. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 3.2.2 — Artikel 3.2.2 In te nemen afvalstoffen vaartuigen#
Artikel 3.2.2 In te nemen afvalstoffen vaartuigen Ten behoeve van een doelmatig beheer van afvalstoffen worden van gebruikers van de jachthaven in ieder geval de volgende afvalstoffen ingenomen: a. afgewerkte olie en smeervet van onderhoud aan vaartuigen; b. oliehoudende en vethoudende afvalstoffen van onderhoud aan vaartuigen; c. afvalstoffen van reparatiewerkzaamheden en onderhoudswerkzaamheden aan vaartuigen; d. bilgewater; e. huishoudelijk afvalwater; en f. de inhoud van chemische toiletten. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 3.2.3 — Artikel 3.2.3 Lozen van afvalwater#
Artikel 3.2.3 Lozen van afvalwater 1 artikel 3.2.2, aanhef en onderdelen e en f Het ingenomen afvalwater, bedoeld in, wordt geloosd in het openbaar afvalwaterstelsel of op een zuiveringsvoorziening. 2 Het bilgewater wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door een goed gedimensioneerde en goed onderhouden slibvangput en olieafscheider. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 3.2.4 — Artikel 3.2.4 Toepassingsbereik#
Artikel 3.2.4 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het exploiteren van een badinrichting. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 3.2.5 — Artikel 3.2.5 Algemene bepalingen badinrichtingen#
Artikel 3.2.5 Algemene bepalingen badinrichtingen De gezondheid van de gebruikers van een badinrichting wordt zoveel mogelijk beschermd door in ieder geval zorg te dragen voor: a. voldoende helderheid van het bad- en zwemwater door adequate waterbehandeling inclusief filtratie; b. een goede hygiënische kwaliteit door een combinatie van circulatie van zwem- en badwater, behandeling inclusief desinfectie en toepassing van een desinfecterend residu in het water; c. een zodanige kwaliteit van het zwem- en badwater dat overdracht van infectieziekten wordt voorkomen; d. een zo gering mogelijke aanwezigheid van desinfectiebijproducten. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 3.3.1 — Artikel 3.3.1 Toepassingsbereik#
Artikel 3.3.1 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op tandheelkundige bewerkingen met amalgaam. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 3.3.2 — Artikel 3.3.2 Lozen van afvalwater#
Artikel 3.3.2 Lozen van afvalwater 1 Het afvalwater afkomstig van tandheelkundige bewerkingen met amalgaam wordt geloosd in het openbaar afvalwaterstelsel of in een daarvoor geschikte zuiveringsvoorziening. 2 Het afvalwater, bedoeld in het eerste lid, wordt alvorens het geloosd wordt in het openbaar afvalwaterstelsel of in een zuiveringsvoorziening, geleid door een amalgaamafscheider die een retentieniveau van minstens 95% van de amalgaamdeeltjes biedt. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 3.3.3 — Artikel 3.3.3 Toepassingsbereik#
Artikel 3.3.3 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het chemisch reinigen van textiel. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 3.3.4 — Artikel 3.3.4 Bodembescherming#
Artikel 3.3.4 Bodembescherming 1 Ter voorkoming van verontreiniging van de bodem met tetrachlooretheen wordt textiel chemisch gereinigd boven ten minste een vloeistofdichte bodembeschermende voorziening. 2 Met andere oplosmiddelen dan tetrachlooretheen wordt textiel chemisch gereinigd boven een aaneengesloten bodembeschermende voorziening. 2 De vloeistofdichte bodembeschermende voorziening heeft geen aansluiting op het openbaar afvalwaterstelsel of op een zuiveringsvoorziening. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 3.3.5 — Artikel 3.3.5 Lozen van afvalwater#
Artikel 3.3.5 Lozen van afvalwater 1 Het afvalwater afkomstig van het chemisch reinigen van textiel wordt geloosd in een openbaar afvalwaterstelsel of in een zuiveringsvoorziening. 2 Voor het afvalwater dat wordt geloosd in een openbaar afvalwaterstelsel geldt de emissiegrenswaarde voor tetrachlooretheen van 0,1 mg/l, gemeten in een steekmonster. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 3.3.6 — Artikel 3.3.6 Lucht#
Artikel 3.3.6 Lucht Er worden uitsluitend tetrachlooretheen of niet-gechloreerde alifatische koolwaterstoffen gebruikt. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 3.4.1 — Artikel 3.4.1 Toepassingsbereik#
Artikel 3.4.1 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het opslaan van dierlijke meststoffen met een totaal volume van meer dan 3 kubieke meter. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 3.4.2 — Artikel 3.4.2 Bodembescherming#
Artikel 3.4.2 Bodembescherming 1 Indien dierlijke meststoffen langer dan twee weken maar korter dan zes maanden op een onverhard oppervlak op een locatie binnen de inrichting worden opgeslagen, vindt het opslaan in elk geval plaats boven een voldoende dikke absorberende onderlaag en zodanig dat contact met hemelwater wordt voorkomen. 2 Indien na het opslaan, bedoeld in het eerste lid, de opgeslagen agrarische bedrijfsstoffen worden verwijderd, wordt de absorberende onderlaag eveneens verwijderd en gelijkmatig verspreid over een onverharde bodem. 3 Indien dierlijke meststoffen anders dan pluimveemest gedurende zes maanden of langer worden opgeslagen, vindt het opslaan plaats op een aaneengesloten bodembeschermende voorziening. 4 Indien pluimveemest gedurende zes maanden of langer wordt opgeslagen, wordt contact met hemelwater voorkomen. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 3.4.3 — Artikel 3.4.3 Lozen van afvalwater#
Artikel 3.4.3 Lozen van afvalwater 1 Het in een openbaar afvalwaterstelsel of in een zuiveringsvoorziening lozen van afvalwater afkomstig van het opslaan van dierlijke meststoffen die niet verpompbaar zijn, is verboden. 2 Het lozen van afvalwater op of in de bodem ten gevolge van het opslaan van agrarische bedrijfsstoffen is toegestaan, indien het afvalwater ten minste gelijkmatig wordt verspreid over de onverharde bodem. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 4.1 — Artikel 4.1#
Artikel 4.1 Dit hoofdstuk is van toepassing op degene die een inrichting type I en een inrichting type II drijft. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 4.1.1 — Artikel 4.1.1 Overgangsrecht met betrekking tot een zuiveringsvoorziening voor afvalwater#
Artikel 4.1.1 Overgangsrecht met betrekking tot een zuiveringsvoorziening voor afvalwater Artikel 2.2.1, vierde lid , is met betrekking tot het lozen van huishoudelijk afvalwater op een zuiveringsvoorziening niet van toepassing tot 1 januari 2029. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 4.1.2 — Artikel 4.1.2 Overgangsrecht met betrekking tot vetafscheiders#
Artikel 4.1.2 Overgangsrecht met betrekking tot vetafscheiders Artikel 2.2.2, derde lid , is met betrekking tot het voorafgaand aan het lozen van vethoudend afvalwater toepassen van een vetafscheider en slibvangput niet van toepassing tot 1 januari 2026, indien dat lozen plaatsvindt buiten een rioleringsgebied op Bonaire en het gehele eilandsgebied op Sint Eustatius. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 4.1.3 — Artikel 4.1.3 Overgangsrecht met betrekking tot een aaneengesloten bodembeschermende voorziening#
Artikel 4.1.3 Overgangsrecht met betrekking tot een aaneengesloten bodembeschermende voorziening 1 Artikel 2.3.1, eerste lid, onderdeel b , is met betrekking tot het gebruiken of afleveren van bodembedreigende stoffen boven een bodembeschermende voorziening niet van toepassing tot 1 januari 2027. 2 Artikel 2.3.1, derde lid , is met betrekking tot het plaatsen van een apparaat of installatie dat een vloeistofcircuit bevat boven een aaneengesloten bodembeschermende voorziening niet van toepassing tot 1 januari 2027. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 4.1.4 — Artikel 4.1.4 Overgangsrecht met betrekking tot slibvangputten en olieafscheiders#
Artikel 4.1.4 Overgangsrecht met betrekking tot slibvangputten en olieafscheiders 1 Artikel 2.2.3, tweede lid , is met betrekking tot het voorafgaand aan het lozen van oliehoudend afvalwater toepassen van een olieafscheider en slibvangput niet van toepassing tot 1 januari 2025. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op inrichtingen waarop voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze regeling het Hinderbesluit garagebedrijven Bonaire van toepassing is. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 4.1.5 — Artikel 4.1.5 Overgangsrecht met betrekking tot energiebesparende maatregelen#
Artikel 4.1.5 Overgangsrecht met betrekking tot energiebesparende maatregelen Artikel 2.8.1, eerste lid , is met betrekking tot te nemen energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder niet van toepassing tot 1 januari 2026. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 5.1 — Artikel 5.1 Citeertitel#
Artikel 5.1 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling inrichtingen en activiteiten BES. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.
Artikel 5.2 — Artikel 5.2 Inwerkingtreding#
Artikel 5.2 Inwerkingtreding Inrichtingen- en activiteitenbesluit BES Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop hetin werking treedt. 2023 35121 21-12-2023 15-12-2023 IENW/BSK-2023/363174 2023 515 28-12-2023 21-12-2023 01-04-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Inrichtingen- en
activiteitenbesluit BES in werking treedt.