Inkomsten-vergoedingsbeschikking-militairen
- BWB-id
- BWBR0002279
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Defensie
- Geldigheid
- 1994-01-01 t/m 2004-11-11
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002279
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1958/inkomsten-vergoedingsbeschikking-militairen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1958/inkomsten-vergoedingsbeschikking-militairen/1994-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002279&g=1994-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002279&z=2026-06-06&g=1994-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002279/1994-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1958/inkomsten-vergoedingsbeschikking-militairen
Artikel 1 — § 1 Verklaring uitdrukkingen#
§ 1 Verklaring uitdrukkingen 1 Inkomsten-vergoedingsbesluit-militairen Deze beschikking verstaat onder “besluit”: het. 2 Waar in deze beschikking uitdrukkingen voorkomen, als bedoeld in artikel 1 van het besluit, worden deze verstaan in de zin zoals in dat artikel is omschreven. 1958 66 03-04-1958 29-03-1958 12.275 1958 66 03-04-1958 29-03-1958 12.275 08-04-1958
Artikel 2 — § 2 Aanvraag#
§ 2 Aanvraag 1 De aanvraag om vergoeding wordt gedaan door de militair, tenzij hij daartoe niet in de gelegenheid is, in welk geval de aanvraag namens hem kan geschieden. 2 De aanvraag wordt schriftelijk gedaan met gebruikmaking van een formulier overeenkomstig model 1 en wordt ingediend bij de burgemeester van de gemeente, waar de militair in het bevolkingsregister is opgenomen. Is de militair opgenomen in het Centrale Bevolkingsregister, dan wordt de aanvraag gedaan bij de burgemeester van de Nederlandse gemeente, waar de militair laatstelijk vóór zijn opkomst verblijf hield. Woont de militair in het buitenland dan wordt de aanvraag gedaan bij de minister door tussenkomst van de consulaire ambtenaar, binnen wiens ressort de woonplaats is gelegen. 3 De aanvraag wordt bij voorkeur gedaan in de periode, gelegen tussen de 30ste en de 6de dag vóór de voor de opkomst vastgestelde dag, doch in elk geval uiterlijk binnen 30 dagen na beëindiging van de werkelijke dienst. Bij overschrijding van laatstbedoelde termijn legt de burgemeester de aanvraag, voorzien van een met redenen omkleed advies, ter beslissing aan de minister voor. 1960 26 08-02-1960 04-02-1960 18.264 1960 26 08-02-1960 04-02-1960 18.264 01-01-1960
Artikel 3 — § 3 Door wie vergoeding wordt vastgesteld#
§ 3 Door wie vergoeding wordt vastgesteld 1 De berekening en eventuele vaststelling van de vergoeding geschieden door de burgemeester van de gemeente, bij wie ingevolge § 2 de aanvraag om vergoeding is gedaan. 2 De burgemeester stelt daartoe een onderzoek in met gebruikmaking van een formulier overeenkomstig model 2 ten aanzien van de militair, die loontrekkend is, en met een formulier overeenkomstig model 3 ten aanzien van de militair, die niet tot de categorie van loontrekkenden moet worden gerekend. Indien het beoogde resultaat niet met behulp van deze formulieren kan worden verkregen, stelt de burgemeester het onderzoek in op een wijze als hem dienstig voorkomt. 3 De uitslag van het onderzoek en de berekening van de vergoeding legt de burgemeester neer in een staat van inlichtingen overeenkomstig model 4, welke in tweevoud wordt opgemaakt. Indien bij de verwerking van de aanvraag gebruik wordt gemaakt van een automatiseringsprogramma, kan de staat van inlichtingen overeenkomstig model 4A worden gebezigd, die eveneens in tweevoud wordt opgemaakt. 4 Twijfelt de burgemeester omtrent de aanspraak op vergoeding of acht hij het om een bijzonder reden wenselijk, dat in enig opzicht van de bepalingen van deze beschikking wordt afgeweken, dan legt hij het desbetreffende geval door inzending van de staat van inlichtingen in tweevoud ter beslissing aan de minister voor. 1990 36 20-02-1990 09-02-1990 PD90/080/058 1990 36 20-02-1990 09-02-1990 PD90/080/058 01-01-1990
Artikel 4 — § 4 Geldelijke waarde van maaltijden e.d.#
§ 4 Geldelijke waarde van maaltijden e.d. Bij het bepalen van de grondslag voor de berekening van het vergoedingsbedrag wordt tot het vóór de opkomst in werkelijke dienst genoten bruto-loon ook gerekend te behoren de geldelijke waarde van de maaltijden, welke door de werkgever worden verstrekt. In voorkomende gevallen worden de inkomsten in geld vermeerderd met de in onderstaande tabel aangegeven bedragen: Maaltijden e.d. Geldelijke waarde per week 1. volle kost en inwoning: f 103,75 per week; 2. volle kost: f 56 per week; 3. lunch en warme maaltijd: f 42 per week; 4. ontbijt en warme maaltijd: f 42 per week; 5. warme maaltijd: f 28 per week; 6. lunch en ontbijt: f 28 per week; 7. lunch: f 14 per week; 8. ontbijt: f 14 per week. 1994 52 15-03-1994 08-03-1994 PD94/0031 1994 52 15-03-1994 08-03-1994 PD94/0031 01-01-1994
Artikel 5 — § 5 Berekening vergoedingsbedrag#
§ 5 Berekening vergoedingsbedrag 1 Bij de berekening van het vergoedingsbedrag overeenkomstig artikel 6, eerste lid, van het besluit, wordt de grondslag per week vastgesteld met inachtneming van een maximum van f 1.468,27; van de aldus verkregen grondslag wordt 80% genomen; het alsdan verkregen bedrag wordt, voor zoveel nodig, verminderd met de in artikel 7, derde lid, van het besluit bedoelde toeslag en het in paragraaf 6 omschreven gedeelte van de militaire inkomsten; vervolgens wordt de vergoeding per dag berekend door het weekbedrag te delen door 7 en daarna naar boven af te ronden tot een veelvoud van f 0,05. 2 Bij de berekening van het vergoedingsbedrag overeenkomstig artikel 6, tweede lid, van het besluit wordt de grondslag per week vastgesteld met inachtneming van een maximum van f 1.468,27; op de aldus verkregen grondslag wordt het in § 6 omschreven gedeelte van de militaire inkomsten in mindering gebracht; het alsdan verkregen bedrag is de vergoeding per week, welke daarna per dag wordt vastgesteld op de in het vorige lid omschreven wijze. 3 Indien de berekening van het vergoedingsbedrag zowel overeenkomstig het eerste lid als het tweede lid van artikel 6 van het besluit zou moeten geschieden, wordt als volgt gehandeld: 80% van de grondslag bedoeld in de artikelen 3 en 5 van het besluit – tot een maximum van 80% van f 1.468,27 per week – wordt vermeerderd met 100% van de grondslag bedoeld in artikel 4 van het besluit, met dien verstande dat de som van deze bedragen een bedrag van f 1.468,27 per week niet mag overschrijden: het alsdan verkregen bedrag wordt, voor zoveel nodig, verminderd met de in artikel 7, derde lid, van het besluit bedoelde toeslag en het in paragraaf 6 omschreven gedeelte van de militaire inkomsten; het aldus verkregen bedrag is de vergoeding per week, welke daarna per dag wordt vastgesteld op de in het eerste lid omschreven wijze. 4 Met het oog op de in de vorige leden omschreven berekening wordt, voor zoveel nodig, door vermenigvuldiging met de grondslag per maand herleid tot de grondslag per week. 3 13 1994 52 15-03-1994 08-03-1994 PD94/0031 1994 52 15-03-1994 08-03-1994 PD94/0031 01-01-1994
Artikel 6 — § 6 Militaire inkomsten#
§ 6 Militaire inkomsten Het gedeelte van de militaire inkomsten, hetwelk per maand bij de berekening van het vergoedingsbedrag in mindering wordt gebracht, is het bedrag, dat wordt verkregen: I. 1 Voor de militair der zeemacht kan het verschil, herleid tot een weekbedrag, worden afgelezen van de staat van bedragen, die als bijlage A bij deze beschikking is gevoegd. indien het een militair der zeemacht betreft, door het verschil te bepalen tussen enerzijds de algebraïsche som van de bezoldiging volgens de schaal waarop de militair bij verblijf in Nederland aanspraak heeft en de vereveningsbijdrage, anderzijds het bedrag, vermeld in kolom 3 van de navolgende tabel achter de door de militair beklede rang of stand; II. 2 Voor de weddegenietende militair (met de rang van sergeant/wachtmeester of een hogere rang) van de land- en luchtmacht, dient het verschil, herleid tot een weekbedrag, te worden bepaald aan de hand van de vanwege de commandant te verstrekken opgave omtrent de militaire inkomsten. indien het een weddengenietende militair van de Koninklijke Landmacht of de Koninklijke Luchtmacht betreft, door het verschil te bepalen tussen enerzijds de algebraïsche som van de wedde waarop de militair bij verblijf in Nederland aanspraak heeft en de vereveningsbijdrage, en anderzijds het bedrag, vermeld in kolom 3 van de navolgende tabel achter de door de militair beklede rang of stand. 1. Zeemacht 2. Land- en luchtmacht 3. Bedrag per maand 3e klasse van de stand van matroos soldaat f 188 2e klasse van de stand van matroos soldaat der 1e klasse f 188 1e klasse van de stand van matroos korporaal f 188 korporaal korporaal der 1e klasse f 188 sergeant sergeant/wachtmeester f 197 sergeant-majoor/opperwachtmeester f 206 adjudant-onderofficier, vaandrig/kornet f 215 luitenant ter zee der 3e klasse tweede-luitenant f 234 luitenant ter zee der 2e klasse eerste-luitenant f 276 luitenant ter zee der 2e klasse oudste categorie kapitein f 287 III. indien het een wedde eerste oefening genietende militair van de Koninklijke landmacht of de Koninklijke luchtmacht betreft, door het verschil te bepalen tussen: a. de som van de wedde eerste oefening waarop de militair bij verblijf in Nederland aanspraak heeft, de fiscale waardering voor de geneeskundige verzorging, de bruto compensatie AWBZ-premie en de overhevelingstoeslag; en b. 3 Voor de wedde eerste oefening genietende militair (soldaat, soldaat der 1ste klasse en korporaal) van de land- en luchtmacht kan het van de leeftijd afhankelijke verschil, herleid tot een weekbedrag en afgerond op een volle gulden, worden afgelezen van de staat van bedragen, die als bijlage B bij deze beschikking is gevoegd. Deze staat vermeldt tevens de grondslag voor de overhevelingstoeslag ten aanzien van de militaire inkomsten. het totaal van: de over de onder a genoemde bedragen verschuldigde loonbelasting/premie volksverzekeringen, de fiscale waardering voor de geneeskundige verzorging en het bedrag, dat in de vorenvermelde tabel is vermeld achter de door de militair beklede rang of stand. 1992 186 25-09-1992 15-09-1992 PD92/080/275 1992 186 25-09-1992 15-09-1992 PD92/080/275 01-04-1992
Artikel 7 — § 7 Bericht omtrent vergoeding#
§ 7 Bericht omtrent vergoeding 1 Zodra de vergoeding is vastgesteld, bericht de burgemeester zulks aan de militair door toezending aan diens huisadres van een formulier overeenkomstig model 5. 2 Indien de burgemeester geen vergoeding toekent, geeft hij hiervan, onder vermelding van de reden, schriftelijk kennis aan de aanvrager. 3 Indien de minister op de aanvraag beslist of een beslissing van de burgemeester wijzigt, doet de burgemeester daarvan mededeling aan de persoon, die de minister aanwijst. 1958 66 03-04-1958 29-03-1958 12.275 1958 66 03-04-1958 29-03-1958 12.275 08-04-1958
Artikel 8 — § 8 Uitbetaling#
§ 8 Uitbetaling 1 De vergoeding wordt uitbetaald aan de militair, diens echtgenote of aan de persoon, die door de militair of diens echtgenote schriftelijk tot het in ontvangst nemen van de vergoeding is gemachtigd, tenzij de minister in bijzondere gevallen anders bepaalt. 2 De uitbetaling van de vergoeding geschiedt in contant geld, in welk geval voor ontvangst wordt getekend op de staat van inlichtingen/betaalstaat overeenkomstig model 4A of op de betaalstaat, overeenkomstig model 6A, indien de betaalstaat op de achterzijde van de staat van inlichtingen model 4 is afgedrukt; op een betaalstaat overeenkomstig model 6B, indien de betaalstaat afzonderlijk wordt aangelegd. De uitbetaling kan ook via giro- of bankinstelling geschieden. 3 De uitbetaling van de vergoeding heeft plaats om de 14 dagen, en wel over de lopende en volgende week, tenzij het de burgemeester wenselijk voorkomt de uitbetaling over een andere termijn te doen geschieden, in welk geval echter niet over een langere termijn wordt vooruitbetaald dan bij uitbetaling om de 14 dagen plaatsvindt. Op verzoek van de militair kan de gehele vergoeding na beëindiging van de werkelijke dienst worden uitbetaald. 1990 36 20-02-1990 09-02-1990 PD90/080/058 1990 36 20-02-1990 09-02-1990 PD90/080/058 01-01-1990
Artikel 9 — § 9 Vervallen van aanspraak op vergoeding#
§ 9 Vervallen van aanspraak op vergoeding De aanspraak op een vastgestelde vergoeding gaat verloren, indien de vergoeding niet in ontvangst wordt genomen binnen 60 dagen na beëindiging van de werkelijke dienst. Wordt na deze termijn om uitbetaling verzocht, dan legt de burgemeester dat verzoek aan de minister ter beslissing voor. 1958 66 03-04-1958 29-03-1958 12.275 1958 66 03-04-1958 29-03-1958 12.275 08-04-1958
Artikel 10 — § 10 Doorbetaling#
§ 10 Doorbetaling 1 De vergoeding wordt na beëindiging van de werkelijke dienst nog over één dag doorbetaald. 2 c De vergoeding wordt doorbetaald gedurende het tijdvak, dat het de militair met het oog op zijn geneeskundige behandeling of verpleging vergund is – in aansluiting op de werkelijke dienst, omschreven in artikel 1, onder, van het besluit – in militaire dienst te verblijven. 3 Indien de militair tijdens de werkelijke dienst overlijdt, wordt aan zijn verwanten gedurende maximaal 13 weken, te rekenen van de dag, volgende op die van het overlijden, een uitkering toegekend, welke gelijk is aan het bedrag, hetwelk door de militair aan vergoeding zou zijn genoten, ware hij niet overleden. Laat de militair geen verwanten na, dan kan een naar het oordeel van de minister passend bedrag worden uitgekeerd voor de betaling van eventuele nog lopende verplichtingen van de overledene. Onder verwanten worden in dit verband verstaan: a. indien de overledene een weduwe nalaat, uitsluitend zijn weduwe; b. indien de overledene geen weduwe nalaat, zijn minderjarige wettige kinderen of natuurlijke kinderen; c. indien ook zodanige kinderen ontbreken, de bloed- en aanverwanten tot en met de tweede graad, in wier levensonderhoud de militair geheel of voor een aanzienlijk gedeelte voorzag. 4 In gelijke zin als in het derde lid omschreven, wordt gehandeld ten aanzien van de militair, die vermist is geraakt bij de uitvoering van een gevorderde of bevolen dienst, dan wel ten gevolge van bijzondere omstandigheden, die zich bij de uitoefening van de dienst hebben voorgedaan. 1970 18 27-01-1970 31-12-1969 36472A 786751/23718 1970 18 27-01-1970 31-12-1969 36472A 786751/23718 28-12-1969
Artikel 11 — § 11 Geen uitbetaling van vergoeding#
§ 11 Geen uitbetaling van vergoeding 1 Vergoeding wordt niet uitbetaald over de dagen, gedurende welke de militair: a. wegens ongeoorloofde afwezigheid of desertie niet aanwezig is op de plaats of de plaatsen, waar hij zich ter vervulling van de op hem rustende dienstverplichtingen behoort te bevinden; b. ingevolge een rechterlijke uitspraak een vrijheidsstraf ondergaat; c. zich in gijzeling bevindt; d. in het genot is van verlof, behoudens de in het tweede lid vermelde uitzonderingen; e. van een hem verleend verlof, als in het tweede lid bedoeld, is achtergebleven, tenzij de reden van achterblijven geldig is verklaard door de daartoe bevoegde autoriteit. 2 d De in het eerste lid, onder, bedoelde uitzonderingen, waarin de vergoeding wel wordt uitbetaald, zijn: a. de dagen, waarop de militair algemeen (vakantie-) verlof of bewegingsvrijheid geniet; b. de dagen, waarop de militair verlof tot herstel van gezondheid geniet; c. de dagen, waarop de militair in het genot is van buitengewoon verlof, verleend voor een tijdvak van ten hoogste 4 achtereenvolgende dagen, tenzij het betreft buitengewoon verlof buiten bezwaar van 's Rijks schatkist; d. de eerste 4 dagen, waarop de militair in het genot is van buitengewoon verlof, verleend voor een tijdvak van 5 of meer dagen, tenzij het betreft buitengewoon verlof buiten bezwaar van 's Rijks schatkist. 3 b c Indien aannemelijk is, dat de vergoeding geheel of voor een aanzienlijk gedeelte wordt aangewend ter voorziening in het levensonderhoud van personen, als bedoeld in artikel 16, tweede lid, der Dienstplichtwet, stelt de burgemeester in de gevallen, bedoeld onderenvan het eerste lid, aan de minister voor de vergoeding geheel of gedeeltelijk door te betalen. In afwachting van de beslissing van de minister is de burgemeester gemachtigd ten hoogste 2/3 gedeelte van het door hem voorgestelde vergoedingsbedrag aan bedoelde personen uit te betalen, doch voor niet langer dan gedurende 14 dagen nadat de aanspraak op vergoeding feitelijk is komen te vervallen. 1976 192 04-10-1976 14-09-1976 33.164 888150/23718 1976 192 04-10-1976 14-09-1976 33.164 888150/23718 01-11-1974
Artikel 12 — § 12 Verhuizing#
§ 12 Verhuizing 1 Indien de militair na ontvangst van de oproeping, doch vóór de datum van opkomst in werkelijke dienst verhuist naar een andere gemeente, zendt de burgemeester van de gemeente van vertrek de eventueel reeds ingediende aanvraag om vergoeding aan de burgemeester van de gemeente van vestiging. Deze burgemeester gaat na of en in hoeverre de in de aanvraag vermelde gegevens wijziging behoeven en stelt het vergoedingsbedrag vast. 2 Ingeval de militair of het gezin, waartoe hij behoort, na de datum van opkomst in werkelijke dienst verhuist naar of zich tijdelijk vestigt in een andere gemeente, blijft de uitbetaling van de vergoeding geschieden door de burgemeester van de gemeente van vertrek. 1958 66 03-04-1958 29-03-1958 12.275 1958 66 03-04-1958 29-03-1958 12.275 08-04-1958
Artikel 13 — § 13#
§ 13 Vervallen 1986 55 19-03-1986 11-03-1986 PD86/012/162 P3060/1177 1986 55 19-03-1986 11-03-1986 PD86/012/162 P3060/1177 29-12-1985
Artikel 14 — § 14 Declaratie#
§ 14 Declaratie 1 De burgemeester verantwoordt de uitbetaalde vergoedingsbedragen en de toegekende toeslag voor de overheveling van de opslagpremies per kwartaal in een declaratie die is ingericht overeenkomstig model 7 en in tweevoud wordt ingezonden. 2 De declaratie wordt door de burgemeester deugdelijk en onvergolden verklaard tot het in letters en cijfers uit te drukken totaalbedrag van de in het eerste lid bedoelde gelden. 3 De burgemeester zendt de declaratie zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 6 weken na afloop van het kwartaal aan de minister. Hij legt daarbij over een exemplaar van de staat van inlichtingen en de betaalstaat. Is op deze staat niet voor ontvangst getekend, dan worden daarbij tevens de betalingsbewijzen overgelegd. 4 Indien de burgemeester overeenkomstig § 3, vierde lid, de aanvraag aan de minister ter beslissing heeft voorgelegd, wordt bij de declaratie geen staat van inlichtingen, doch alleen een betaalstaat overeenkomstig model 6 (B) overgelegd. 1990 36 20-02-1990 09-02-1990 PD90/080/058 1990 36 20-02-1990 09-02-1990 PD90/080/058 01-01-1990
Artikel 15 — § 15 Wijziging Kostwinners-vergoedingsbeschikking-militairen 1956#
§ 15 Wijziging Kostwinners-vergoedingsbeschikking-militairen 1956 Wijzigt de Kostwinners-vergoedingsbeschikking-militairen 1956. 1958 66 03-04-1958 29-03-1958 12.275 1958 66 03-04-1958 29-03-1958 12.275 08-04-1958
Artikel 16 — § 16 Titel#
§ 16 Titel 1 Inkomsten-vergoedingsbeschikking-militairen Deze beschikking kan worden aangehaald onder de titel:. 2 Indien in herhaling wordt getreden of in andere gevallen, waarin duidelijk is, dat deze beschikking wordt bedoeld, kan worden volstaan met de afkorting: I.V. Besch. 1958 66 03-04-1958 29-03-1958 12.275 1958 66 03-04-1958 29-03-1958 12.275 08-04-1958
Artikel 17 — § 17 Inwerkingtreding#
§ 17 Inwerkingtreding Staatscourant Deze beschikking, welke in dezal worden geplaatst, treedt in werking met ingang van 8 april 1958. 1958 66 03-04-1958 29-03-1958 12.275 1958 66 03-04-1958 29-03-1958 12.275 08-04-1958