Uitvoeringsbeschikking dividendbelasting 1965
- BWB-id
- BWBR0002517
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002517
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1966/uitvoeringsbeschikking-dividendbelasting-1965
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1966/uitvoeringsbeschikking-dividendbelasting-1965/2024-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002517&g=2024-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002517&z=2026-06-06&g=2024-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002517/2024-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1966/uitvoeringsbeschikking-dividendbelasting-1965
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikelen 4, elfde en twaalfde lid 4a, tweede, achtste en negende lid 4c, vierde lid 4e 4f 9, eerste lid 10, derde en zesde lid 10a, tweede lid en zesde lid, onderdeel b, van de Wet op de dividendbelasting 1965 Deze regeling geeft uitvoering aan de,,,,,,, en. 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2024
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a artikel 4, elfde lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965 De inbedoelde opgaaf bevat: a. artikel 4, tweede lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965 de naam, het adres en de staat van vestiging, bedoeld in, van de opbrengstgerechtigde; b. het nominaal gestorte kapitaal en het aantal stemgerechtigde aandelen van de inhoudingsplichtige; c. het gedeelte van het kapitaal, bedoeld in onderdeel b, het aantal stemgerechtigde aandelen en het percentage van de stemrechten dat de opbrengstgerechtigde bezit in de inhoudingsplichtige; d. het bedrag van de opbrengst; e. de datum waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld, en f. artikel 4, negende of tiende lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965 ingevalis toegepast, een melding van die toepassing. 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-07-2024
Artikel 1bis — Artikel 1bis#
Artikel 1bis artikel 4, derde lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet op de dividendbelasting 1965 Voor de toepassing vanwordt, tenzij de inspecteur het tegendeel aannemelijk maakt, de opbrengstgerechtigde geacht het belang, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel b, van die wet, niet te hebben met als hoofddoel of een van de hoofddoelen om de heffing van belasting bij een ander te ontgaan en wordt geacht sprake te zijn van geldige zakelijke redenen die de economische realiteit weerspiegelen indien: a. ten minste de helft van het totale aantal statutaire en beslissingsbevoegde bestuursleden van de opbrengstgerechtigde woont of feitelijk is gevestigd in de staat waarin de opbrengstgerechtigde is gevestigd; b. de in de staat, bedoeld in onderdeel a, wonende of gevestigde bestuursleden beschikken over de benodigde professionele kennis om hun taken naar behoren uit te voeren, tot welke taken ten minste behoort de besluitvorming, op grond van de eigen verantwoordelijkheid van de opbrengstgerechtigde en binnen het kader van de normale concernbemoeienis, over door de opbrengstgerechtigde af te sluiten transacties, alsmede het zorg dragen voor een goede afhandeling van de afgesloten transacties; c. de opbrengstgerechtigde beschikt over gekwalificeerd personeel voor de adequate uitvoering en registratie van de door de opbrengstgerechtigde af te sluiten transacties; d. in de staat, bedoeld in onderdeel a, de bestuursbesluiten van de opbrengstgerechtigde worden genomen; e. in de staat, bedoeld in onderdeel a, de belangrijkste bankrekeningen van de opbrengstgerechtigde worden aangehouden; f. in de staat, bedoeld in onderdeel a, de boekhouding van de opbrengstgerechtigde wordt gevoerd; g. de opbrengstgerechtigde een bedrag aan loonkosten heeft dat een vergoeding vormt voor de werkzaamheden in het kader van de economische activiteiten van de opbrengstgerechtigde in het licht van zijn belang in de in Nederland gevestigde vennootschap en dat ten minste gelijk is aan € 100.000 vermenigvuldigd met de woonlandfactor die ingevolge de bijlage geldt voor de staat waarin de opbrengstgerechtigde is gevestigd; en h. de opbrengstgerechtigde gedurende een periode van ten minste 24 maanden een in de staat, bedoeld in onderdeel a, gelegen onroerende zaak of deel van een onroerende zaak ter beschikking heeft waarbij zich in die onroerende zaak, onderscheidenlijk dat deel, een kantoor bevindt dat is voorzien van gebruikelijke faciliteiten voor de uitoefening van de werkzaamheden, bedoeld in onderdeel g, en die werkzaamheden ook daadwerkelijk in dat kantoor worden uitgeoefend. 2019 69810 30-12-2019 18-12-2019 2019-0000199975 2019 69810 30-12-2019 18-12-2019 2019-0000199975 01-01-2020
Artikel 1ter — Artikel 1ter#
Artikel 1ter artikel 4a, negende lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965 Het inbedoelde overzicht bevat: a. de naam en het fiscaal nummer van de opbrengstgerechtigde; b. artikel 4a, zevende lid, van die wet het nummer van de kwalificatiebeschikking, bedoeld in; c. het aantal aandelen dat de opbrengstgerechtigde bezit in de inhoudingsplichtige; en d. de omschrijving en het bedrag van de opbrengst per aandeel ten aanzien waarvan inhouding achterwege is gebleven. 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2024
Artikel 1aa — Artikel 1aa#
Artikel 1aa 1 Indien een inhoudingsplichtige die aandelen inkoopt, in het jaar van de inkoop, of in een of meer van de zeven daaraan voorafgaande jaren onder algemene titel vermogen heeft verkregen in het kader van een juridische fusie: a. artikel 4c, eerste lid, aanhef, van de Wet op de dividendbelasting 1965 artikel 4c van die wet worden voor de toepassing vande inkopen van aandelen die door de verdwijnende rechtspersoon volgenszijn gedaan in het jaar van inkoop voor het fusietijdstip en in de vier daaraan voorafgaande kalenderjaren, geacht te zijn gedaan door de inhoudingsplichtige; b. artikel 4c, tweede lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965 wordt voor de toepassing vanhet contante dividend dat door de verdwijnende vennootschap is uitgekeerd in het jaar van inkoop voor het fusietijdstip en in de zeven daaraan voorafgaande kalenderjaren, geacht te zijn uitgekeerd door de inhoudingsplichtige. 2 Indien een inhoudingsplichtige die aandelen inkoopt, in het jaar van inkoop of in een of meer van de zeven daaraan voorafgaande kalenderjaren onder algemene titel vermogen heeft verkregen in het kader van een juridische splitsing: a. artikel 4c, eerste lid, aanhef, van de Wet op de dividendbelasting 1965 artikel 4c van die wet worden, voor de toepassing vande inkopen van aandelen die door de splitsende rechtspersoon volgenszijn gedaan in het jaar van inkoop voor het splitsingstijdstip en in de vier daaraan voorafgaande kalenderjaren, geacht voor een evenredig gedeelte te zijn gedaan door de inhoudingsplichtige en worden in geval van een splitsing waarbij de splitsende rechtspersoon blijft bestaan, deze inkopen door de splitsende rechtspersoon in dezelfde mate geacht te zijn verminderd; b. artikel 4c, tweede lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965 wordt voor de toepassing vanhet contante dividend dat door de splitsende rechtspersoon is uitgekeerd in het jaar van inkoop voor het splitsingstijdstip en in de zeven daaraan voorafgaande kalenderjaren, geacht in die jaren voor een evenredig gedeelte te zijn uitgekeerd door de inhoudingsplichtige en wordt in geval van een splitsing waarbij de splitsende rechtspersoon blijft bestaan, het contante dividend dat door de splitsende rechtspersoon is uitgekeerd, geacht in dezelfde mate te zijn verminderd. 3 artikel 14 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Indien een inhoudingsplichtige die aandelen inkoopt, in het jaar van de inkoop of in de zeven voorafgaande jaren in het kader van een bedrijfsfusie als bedoeld invermogen heeft verkregen van een rechtspersoon (overdrager): a. artikel 4c, eerste lid, aanhef, van de Wet op de dividendbelasting 1965 artikel 4c van die wet worden, voor de toepassing vande inkopen van aandelen die door de overdrager volgenszijn gedaan in het jaar van inkoop voor het overgangstijdstip en in de vier daaraan voorafgaande kalenderjaren, geacht voor een evenredig gedeelte te zijn gedaan door de inhoudingsplichtige en worden deze inkopen door de overdrager waarvan het vermogen wordt verkregen, geacht in dezelfde mate te zijn verminderd; b. artikel 4c, tweede lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965 wordt voor de toepassing vanhet contante dividend dat door de overdrager is uitgekeerd in het jaar van inkoop voor het overgangstijdstip en in de zeven daaraan voorafgaande kalenderjaren, geacht voor een evenredig gedeelte te zijn uitgekeerd door de inhoudingsplichtige en wordt het contante dividend dat door de overdrager is uitgekeerd, geacht in dezelfde mate te zijn verminderd. 4 artikel 14 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 4c, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de dividendbelasting 1965 De vorige leden zijn niet van toepassing indien, in geval van een juridische fusie, een juridische splitsing of een bedrijfsfusie in de zin vanhet nominaal gestorte kapitaal in respectievelijk de verdwijnende rechtspersoon, de splitsende rechtspersoon of de overdrager, in het jaar van inkoop of in de vier daaraan voorafgaande kalenderjaren is vergroot anders dan in situaties als genoemd in. 5 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een evenredig gedeelte verstaan: a. voor de toepassing van het tweede lid: een gedeelte dat evenredig is aan de verhouding op het splitsingstijdstip tussen de waarde in het economische verkeer van de vermogensbestanddelen van de splitsende rechtspersoon die overgaan op de inhoudingsplichtige en de waarde in het economische verkeer van het gehele vermogen van de splitsende rechtspersoon; b. voor de toepassing van het derde lid: een gedeelte dat evenredig is aan de verhouding op het overgangstijdstip tussen de waarde in het economische verkeer van de vermogensbestanddelen van de overdrager die worden verkregen door de inhoudingsplichtige en de waarde in het economische verkeer van het gehele vermogen van de overdrager. 6 artikel 4c, tweede lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965 artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 De correctie met een inflatiebijstelling, bedoeld in, vindt plaats door het bedrag van het uitgekeerde dividend in een voorafgaand kalenderjaar te vermenigvuldigen met het produkt van de tabelcorrectiefactoren, bedoeld in, van het op dat jaar volgende jaar tot en met het jaar waarin de inkoop plaatsvindt. 2017 35122 30-06-2017 30-06-2017 2017-0000117104 2017 35122 30-06-2017 30-06-2017 2017-0000117104 01-07-2017 01-01-2004
Artikel 1ab — Artikel 1ab#
Artikel 1ab artikel 4e van de Wet op de dividendbelasting 1965 artikel 4.12a van de Wet inkomstenbelasting 2001 Op grond vankan inhouding van dividendbelasting achterwege blijven, voor zover de opbrengstgerechtigde voor het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking wordt gesteld jegens de inhoudingsplichtige schriftelijk verklaart dat hij met betrekking tot dat dividend een verzoek zal doen om toepassing van. 2009 20549 31-12-2009 17-12-2009 DB2009-735M 2009 20549 31-12-2009 17-12-2009 DB2009-735M 01-01-2010
Artikel 1ac — Artikel 1ac#
Artikel 1ac artikel 4f van de Wet op de dividendbelasting 1965 artikel 25, elfde lid, van de Invorderingswet 1990 Op grond vankan inhouding van dividendbelasting achterwege blijven, voor zover de opbrengstgerechtigde voor het tijdstip waarop de opbrengst ter beschikking wordt gesteld jegens de inhoudingsplichtige schriftelijk verklaart dat met betrekking tot dat dividend sprake is van een situatie als bedoeld in. 2009 20549 31-12-2009 17-12-2009 DB2009-735M 2009 20549 31-12-2009 17-12-2009 DB2009-735M 01-01-2010
Artikel 1b — Artikel 1b#
Artikel 1b artikel 9, eerste lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965 De inbedoelde dividendnota houdt in: a. de naam en het adres van degene die de dividendnota uitreikt; b. de naam en het adres van de rechthebbende; c. de dag waarop de opbrengst ter beschikking is gesteld; d. de omschrijving en het bedrag van de opbrengst; e. de ingehouden belasting over de totale in de dividendnota begrepen opbrengst. 2010 21111 30-12-2010 23-12-2010 DB2010/281M 2010 21111 30-12-2010 23-12-2010 DB2010/281M 01-01-2011
Artikel 1c — Artikel 1c#
Artikel 1c artikelen 4a, tweede lid 10, derde lid 10a, tweede lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965 Voor de toepassing van de,, enwordt als in dat lid bedoelde staat aangewezen: elke staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, waarmee Nederland in lijn met de internationale standaard op het gebied van informatie-uitwisseling gegevens kan uitwisselen. 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2024
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikelen 4a, achtste lid 10, zesde lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965 Als internationale organisaties als bedoeld in de, enworden aangewezen: a. United Nations Educational Scientific and Cultural Organization (UNESCO); b. Food and Agriculture Organization of the United Nations (FAO); c. United Nations Joint Staff Pension Fund; d. United Nations University; e. North Atlantic Treaty Organization (NATO); f. Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD); g. International Monetary Fund; h. Council of Europe; i. European Organisation for the Safety of Air Navigation (Eurocontrol); j. European Bank for Reconstruction and Development; k. European Investment Fund; l. European Patent Organisation; m. European University Institute; n. European Central Bank; o. European Investment Bank; p. World Customs Organization; q. World Health Organization; r. World Trade Organization; s. International Bank for Reconstruction and Development; t. International Finance Corporation; u. International Fund for Agricultural Development; v. Inter-American Development Bank; w. Asian Development Bank; x. African Development Bank; y. CERN Pension Fund; z. Universal Postal Union; aa. United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East (UNRWA); ab. European Space Agency/European Space Research and Technology Center (ESA/ESTEC). 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2024
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Voor de toepassing van artikel 10a van de Wet op de dividendbelasting 1965: a. artikel 1 van de Wet op de dividendbelasting 1965 worden voor het bepalen van de inkomstenbelasting die verschuldigd zou zijn als voordeel uit sparen en beleggen indien de natuurlijke persoon woonachtig zou zijn in Nederland alle aandelen, winstbewijzen, kapitaalverstrekkingen en geldleningen als bedoeld inin aanmerking genomen en blijven overige bezittingen en schulden buiten beschouwing; b. artikel 5.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt bij natuurlijke personen rekening gehouden met het heffingvrije vermogen, bedoeld in, voor zover dat niet reeds bij diezelfde natuurlijke persoon bij de heffing van de inkomstenbelasting in aanmerking is genomen; c. artikel 1 van de Wet op de dividendbelasting 1965 worden voor het bepalen van de vennootschapsbelasting die verschuldigd zou zijn indien het lichaam gevestigd zou zijn in Nederland slechts kosten in aanmerking genomen die rechtstreeks verband houden met de inning van de opbrengst van aandelen, winstbewijzen, kapitaalverstrekkingen en geldleningen als bedoeld in. 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 01-01-2023
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 1995 252 29-12-1995 21-12-1995 WDB95/486M 1995 252 29-12-1995 21-12-1995 WDB95/486M 01-01-1996
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Deze beschikking treedt in werking met ingang van 1 januari 1966. 2 Deze beschikking kan worden aangehaald als: Uitvoeringsbeschikking dividendbelasting 1965. 1965 251 28-12-1965 1965 251 28-12-1965 01-01-1966
Artikel 1bis#
artikel 1bis, onderdeel g