Inrichting rassenlijst voor landbouwgewassen
- BWB-id
- BWBR0002585
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2004-04-17 t/m 2006-01-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002585
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1967/inrichting-rassenlijst-voor-landbouwgewassen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1967/inrichting-rassenlijst-voor-landbouwgewassen/2004-04-17
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002585&g=2004-04-17
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002585&z=2026-06-06&g=2004-04-17
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002585/2004-04-17
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1967/inrichting-rassenlijst-voor-landbouwgewassen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Deze regeling verstaat onder: ‘wet’: Zaaizaad- en Plantgoedwet de; ‘commissie’: Commissie voor de samenstelling van de Rassenlijst voor Landbouwgewassen; ‘rassenlijst’: Rassenlijst voor Landbouwgewassen. 1993 251 29-12-1993 24-12-1993 9320703 1993 693 30-12-1993 93075930 01-01-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene wet bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De op de rassenlijst geplaatste rassen en andere groepen van planten worden gerubriceerd door aanduiding met één of meer van de navolgende hoofdletters, waarvan de betekenis luidt: 1 A = ras dat voor algemene of vrij algemene verbouw in aanmerking komt; B = beperkt aanbevolen ras: ras dat voor speciale omstandigheden of voor beperkte verbouw aanbevolen wordt; O = ras dat van geringe of van plaatselijke betekenis wordt geacht en dat als regel niet of onvolledig beschreven is; N = nieuw, aanbevolen ras; T = toegelaten ras met voldoende cultuur en gebruikswaarde; UB = voornamelijk voor uitvoer bestemd, doch ook in het binnenlands verkeer toegelaten ras; U = uitsluitend bestemd voor uitvoer naar een land of gebied dat geen deel uitmaakt van de Europese Gemeenschap; R = richtlijn nr. 2002/53/EG ras dat overeenkomstig de beginselen van devan de Raad van de Europese Unie van 13 juni 2002 betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst van landbouwgewassen (Pb EG L 193) is toegelaten en dat als regel niet of onvolledig beschreven is. 2 artikel 5 Aanduiding met één of meer van de in het eerste lid genoemde hoofdletters, met uitzondering van de aanduiding U, betekent dat het ras voldoende cultuur- en gebruikswaarde heeft als bedoeld invan de in het eerste lid genoemde Richtlijn. 2004 42 02-03-2004 20-02-2004 TRCJZ/2004/1208 2004 42 02-03-2004 20-02-2004 TRCJZ/2004/1208 46 08-03-2004 31-03-2004
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 76, eerste lid, van de wet De commissie beslist op een verzoek als bedoeld inbinnen 8 weken nadat het onderzoek bedoeld in het derde lid van evenvermeld artikel is voltooid. 2 De duur van het onderzoek bedraagt in de regel ten minste twee jaren. 1993 251 29-12-1993 24-12-1993 9320703 1993 693 30-12-1993 93075930 01-01-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene wet bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 richtlijn nr. 2003/90/EG Richtlijn 2002/53/EG De commissie gaat slechts tot plaatsing op de rassenlijst over wanneer uit deskundig onderzoek, waarbij ten minste is voldaan aan de eisen van bijlage III vanvan de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6 oktober 2003 houdende bepalingen ter uitvoering van artikel 7 vanvan de Raad met betrekking tot de kenmerken waartoe het onderzoek van bepaalde rassen van landbouwgewassen zich ten minste moet uitstrekken, en de minimumeisen voor dat onderzoek (Pb EU L 254), is gebleken dat het ras voldoende cultuur- en gebruikswaarde heeft. 2 De commissie draagt zorg voor de bewaring van een dossier waarop een plaatsing als bedoeld in het eerste lid berust. Het dossier bevat alle feiten en gegevens die uit het deskundig onderzoek zijn voortgekomen. 3 richtlijn nr. 2003/90/EG Richtlijn 2002/53/EG Een wijziging van bijlage III vanvan de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6 oktober 2003 houdende bepalingen ter uitvoering van artikel 7 vanvan de Raad met betrekking tot de kenmerken waartoe het onderzoek van bepaalde rassen van landbouwgewassen zich ten minste moet uitstrekken, en de minimumeisen voor dat onderzoek (Pb EU L 254), gaat voor de toepassing van deze regeling gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven. 4 richtlijn nr. 2001/18/EG richtlijn 90/220/EEG Indien een ras of een groep van planten bestaat uit een genetisch gemodificeerd organisme zoals omschreven in artikel 2, tweede lid, vanvan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 maart 2001 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en tot intrekking vanvan de Raad (Pb EG L 106), uitgezonderd die organismen die zijn verkregen door middel van in bijlage 1B bij die richtlijn vermelde genetische modificatietechnieken, gaat de Commissie slechts tot plaatsing op de Rassenlijst over indien voor het in de handel brengen van dit ras toestemming is verkregen overeenkomstig die richtlijn. 5 Indien materiaal dat is afgeleid van een ras of groep van planten bestemd is voor gebruik als levensmiddel dat valt onder artikel 3 van verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (Pb EU L 268), of als diervoeder dat valt onder artikel 15 van de verordening, gaat de commissie slechts tot plaatsing hiervan op de rassenlijst over indien het levensmiddel of het diervoeder overeenkomstig die verordening in de handel mag worden gebracht. 6 De Commissie stelt slechts diegene in de gelegenheid kennis te nemen van een in het eerste lid bedoeld dossier, die heeft aangetoond daarbij een gerechtvaardigd belang te hebben en zich tegenover de Commissie verbindt het ter inzage gegevene uitsluitend voor persoonlijk gebruik te zullen aanwenden. 7 In afwijking van het in het eerste lid bepaalde kan een ras, indien het geen voldoende cultuur- of gebruikswaarde, als bedoeld in het eerste lid, heeft op de Rassenlijst worden geplaatst met de aanduiding U. 2004 72 15-04-2004 06-04-2004 TRCJZ/2004/2844 2004 72 15-04-2004 06-04-2004 TRCJZ/2004/2844 17-04-2004
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Van de door de commissie op verzoek of ambtshalve genomen beslissingen wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. 2 artikel 5 Deze mededeling bevat in ieder geval de benaming van de rassen of groepen van planten, alsmede de daarbij behorende rubricering en vermeldt tevens de wijze, waarop nadere inlichtingen over de hoedanigheid en andere gegevens van de rassen of groepen van planten kunnen worden verkregen, voordat de inbedoelde eerstvolgende uitgave van de rassenlijst verschijnt. 1993 251 29-12-1993 24-12-1993 9320703 1993 693 30-12-1993 93075930 01-01-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene wet bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De commissie draagt zorg voor een jaarlijkse uitgave van de rassenlijst. 2 Deze rassenlijst wordt tegen betaling van de geldende prijs algemeen verkrijgbaar gesteld bij de boekhandel of na schriftelijk verzoek bij het Centrum voor Plantenveredelings- en Reproduktieonderzoek (CPRO-DLO), Postbus 16, 6700 AA Wageningen. 1992 219 11-11-1992 05-11-1992 J.9216961 1992 219 11-11-1992 05-11-1992 J.9216961 12-11-1992
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Bij de op de rassenlijst, als bedoeld in het vorige artikel, te plaatsen rassen worden de naam van de kweker, aangeduid door de hoofdletter K, en de woonplaats vermeld. 2 Is met betrekking tot het ras kwekersrecht verleend, dan wordt hiervan melding gemaakt door de aanduiding: Kw.r., met vermelding van het jaar van toekenning van het recht. 3 De naam van de instandhouder, aangeduid door de hoofdletter I, wordt vermeld voor zover deze afwijkt van de naam van de kweker. 4 Naast de naam van de houder van het kwekersrecht mag de naam van zijn enige gevolmachtigde of alleen-vertegenwoordiger vermeld worden door de aanduiding: V. 5 Op de rassenlijst geplaatste genetisch gemodificeerde rassen en groepen van planten worden duidelijk als zodanig vermeld. 2000 34 17-02-2000 17-02-2000 TRCJZ/2000/1649 2000 34 17-02-2000 17-02-2000 TRCJZ/2000/1649 19-02-2000
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Nederlandse Staatscourant Zaaizaad- en Plantgoedwet Deze regeling wordt bekendgemaakt in deen treedt in werking met ingang van het tijdstip, waarop dein werking treedt. 1993 251 29-12-1993 24-12-1993 9320703 1993 693 30-12-1993 93075930 01-01-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene wet bestuursrecht in werking treedt.