Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968
- BWB-id
- BWBR0002634
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-04-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002634
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1968/uitvoeringsbeschikking-omzetbelasting-1968
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1968/uitvoeringsbeschikking-omzetbelasting-1968/2026-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002634&g=2026-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002634&z=2026-06-06&g=2026-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002634/2026-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1968/uitvoeringsbeschikking-omzetbelasting-1968
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 artikelen 1a, derde lid 2a, eerste lid, onderdelen l en m, en tweede lid 6k, vierde lid 7, derde en vierde lid 8, zevende lid 11, eerste lid, onderdelen a, onder 2°, b, onder 5°, p, en zesde lid 15, eerste lid, onderdeel c, onder 1°, derde en zesde lid 17e 21 23, eerste lid 24, tweede lid 25b, eerste lid, onderdeel a 26 28d 28i 28p 28zb, vierde lid 29, tiende lid 31, zevende lid 32f, tweede lid 32g 32h 32i 34, eerste, tweede, derde en vierde lid 34c, tweede lid 34e 35a, zesde lid 37d, van de Wet op de omzetbelasting 1968 onderdeel a, posten 31 en 35, van de bij die wet behorende tabel I onderdeel a, posten 7 en 8, van de bij die wet behorende tabel II artikel 62 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen artikelen 4, eerste lid, onderdeel c 12, vijfde lid 13 24b, achtste lid 24ba, tweede lid 24c, derde lid, onderdeel c, van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 Deze regeling geeft uitvoering aan de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, en,,,, alsmede de,,,,, en. 2 Deze regeling verstaat onder: a. wet: Wet op de omzetbelasting 1968 ; b. besluit: Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 ; c. belasting: omzetbelasting. 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 01-04-2026
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a 1 artikel 1a, derde lid, eerste volzin, van de wet De inspecteur stelt de datum met ingang waarvan ingevolge, het tweede lid van dat artikel niet van toepassing is, vast: a. op de datum van dagtekening van de beschikking bedoeld in het derde lid van dat artikel; dan wel b. indien degene die het verzoek indient zulks wenst, op een in het verzoek aangegeven latere datum. 2 artikel 1a, derde lid, tweede volzin, van de wet De wederopzegging als bedoeld in, dient schriftelijk te geschieden. 3 artikel 1a, tweede lid, van de wet De inspecteur stelt de datum met ingang waarvan na de wederopzegging, wederom van toepassing is, vast, met inachtneming van het derde lid, tweede volzin, van dat artikel, op 1 januari van het jaar volgend op dat waarin de wederopzegging is ontvangen. 1968 169 30-08-1968 1968 169 30-08-1968 01-01-1969
Artikel 1b — Artikel 1b#
Artikel 1b In geval moet worden aangetoond dat een vervoermiddel een nieuw vervoermiddel is, dienen zodanig deugdelijke gegevens te worden overgelegd dat aan de hand daarvan kan worden vastgesteld dat het vervoermiddel een nieuw vervoermiddel is. In ieder geval moeten worden overgelegd: a. artikel 2a, eerste lid, onderdeel f, van de wet de gegevens als bedoeld in; b. de gegevens omtrent het gebruik op het moment van aankoop; c. naam en adres van degene van wie het vervoermiddel is verkregen. 1968 169 30-08-1968 1968 169 30-08-1968 01-01-1969
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1969. 2 Deze regeling kan worden aangehaald als Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968. 1968 169 30-08-1968 1968 169 30-08-1968 01-01-1969
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Vervallen 1968 169 30-08-1968 1968 169 30-08-1968 01-01-1969
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a Vervallen 2021 32898 28-06-2021 21-06-2021 2021-0000108615 2021 32898 28-06-2021 21-06-2021 2021-0000108615 01-07-2021
Artikel 2b — Artikel 2b#
Artikel 2b Vervallen 2021 32898 28-06-2021 21-06-2021 2021-0000108615 2021 32898 28-06-2021 21-06-2021 2021-0000108615 01-07-2021
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Publiekrechtelijke lichamen worden als ondernemer aangemerkt met betrekking tot het geven van gelegenheid tot parkeren waarbij een fysieke barrière of een registratie bij de in- of uitrit ter verzekering van de betaling van het parkeergeld dient. 2014 36880 30-12-2014 30-12-2014 IZV2014/715M 2014 36880 30-12-2014 30-12-2014 IZV2014/715M 01-01-2015
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 artikel 7, vierde lid, van de wet Algemene wet inzake rijksbelastingen Bij vorming van een fiscale eenheid als bedoeld in, wordt de fiscale eenheid voor het berekenen van de door haar verschuldigde belasting geacht in de plaats te zijn getreden van de natuurlijke personen en lichamen in de zin van de, die de fiscale eenheid vormen. 2 artikel 7, vierde lid, van de wet Algemene wet inzake rijksbelastingen Bij beëindiging van een fiscale eenheid als bedoeld in, worden de natuurlijke personen en lichamen in de zin van de, die de fiscale eenheid vormden, voor het berekenen van de door hen verschuldigde belasting geacht in de plaats te zijn getreden van de fiscale eenheid, voor het deel dat tot hun bedrijfsvermogen behoort. 3 artikel 7, vierde lid, van de wet Bij wijziging van een fiscale eenheid als bedoeld in: a. Algemene wet inzake rijksbelastingen is bij toetreding van een natuurlijk persoon of lichaam in de zin van detot de fiscale eenheid, het eerste lid van overeenkomstige toepassing; en b. Algemene wet inzake rijksbelastingen is bij uittreding van een natuurlijk persoon of lichaam in de zin van deuit de fiscale eenheid, het tweede lid van overeenkomstige toepassing. 4 artikel 4c, derde en vierde lid De voorgaande leden gelden niet voor de toepassing van. 2007 251 28-12-2007 20-12-2007 DB2007/655M 2007 251 28-12-2007 20-12-2007 DB2007/655M 01-01-2008
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2a, eerste lid, onderdeel 1, van de wet Als edele metalen en edelstenen als bedoeld in, worden aangewezen onbewerkte edele metalen (GN-code 7106, 7108, 7110 en 7112) en onbewerkte edelstenen (GN-code 7102, 7103). 2 artikel 2a, eerste lid, onderdeel m, van de wet Als kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten als bedoeld in, worden aangewezen de in bijlage J bedoelde goederen. 1968 169 30-08-1968 1968 169 30-08-1968 01-01-1969
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a 1 artikel 28b, tweede lid, van de wet De wederverkoper is verplicht aan zijn leverancier als bedoeld in, een door laatstbedoelde te ondertekenen inkoopverklaring uit te reiken waarin op duidelijke en overzichtelijke wijze zijn vermeld: a. de dag waarop de levering wordt verricht; b. naam en adres van de wederverkoper; c. naam en adres van de leverancier; d. een duidelijke omschrijving van het geleverde goed en, voor zover het een motorrijtuig betreft, tevens het kenteken; e. de hoeveelheid van de geleverde goederen; f. het bedrag dat aan de leverancier ter zake van de levering is of moet worden voldaan; g. een verklaring van de leverancier dat hij ter zake van de levering aan hem van het goed in het geheel geen belasting in aftrek heeft gebracht. 2 De wederverkoper is verplicht een dubbel van de uitgereikte inkoopverklaring te bewaren. 3 Het eerste lid is niet van toepassing: a. ingeval het bedrag dat aan de leverancier moet worden voldaan minder dan € 500 bedraagt; b. artikel 34c van de wet ingeval de leverancier ingevolgeeen factuur uitreikt; c. ingeval de inkoop van een goed door de wederverkoper gelijktijdig plaatsvindt met de levering door hem van een ander goed aan de leverancier en de wederverkoper een factuur uitreikt die voldoet aan de in de wet gestelde voorwaarden, mits de factuur tevens voldoet aan het bepaalde in het eerste lid. 2012 26349 28-12-2012 21-12-2012 DB2012-475M 2012 26349 28-12-2012 21-12-2012 DB2012-475M 01-01-2013
Artikel 4b — Artikel 4b#
Artikel 4b 1 artikel 28c, eerste lid, van de wet Ingeval van inwilliging van het inbedoelde verzoek, is de wederverkoper de belasting die hij in aftrek heeft gebracht: artikel 28c van de wet alsnog verschuldigd in het eerste belastingtijdvak waarintoepassing vindt. a. ter zake van de levering en invoer van goederen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, van dat artikel; of b. met toepassing van het tweede lid van dit artikel; 2 artikel 28c, tweede lid, van de wet Ingeval van een wederopzegging als bedoeld in, kan de ondernemer de belasting die hij: alsnog in aftrek brengen in het eerste belastingtijdvak waarin die wederopzegging toepassing vindt. a. artikel 28e, onderdeel b, van de wet ingevolgeniet in aftrek heeft gebracht; of b. met toepassing van het eerste lid van dit artikel verschuldigd is geworden; 2004 250 27-12-2004 20-12-2004 WV2004/451M 2004 250 27-12-2004 20-12-2004 WV2004/451M 01-01-2005 2005 2 04-01-2005 20-12-2004 WV2004/451M 2005 2 04-01-2005 20-12-2004 WV2004/451M 01-01-2005 Wijziging is herplaatst.
Artikel 4c — Artikel 4c#
Artikel 4c 1 Artikel 28d van de wet is van toepassing: a. ter zake van leveringen door wederverkopers van de volgende goederen alsmede van de gebruikte onderdelen, toebehoren en benodigdheden terzake: 1°. vervoermiddelen, daaronder begrepen caravans, fietsen en bromfietsen; 2°. kleding; 3°. meubels; 4°. boeken en tijdschriften; 5°. foto-, film- en video-apparatuur alsmede beeld- en geluiddragers zoals grammofoonplaten, video- en muziekcassettes en compact-discs; 6°. muziekinstrumenten; 7° huishoudelijke, elektrische en elektronische apparaten; 8°. huisdieren; 9°. kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten; b. ter zake van leveringen door wederverkopers van andere goederen dan die bedoeld in onderdeel a, ingeval het onmogelijk of ongebruikelijk is om de goederen administratief van inkoop tot verkoop te volgen of om de aankoopprijs van een partij goederen te splitsen in aankoopprijzen voor elk afzonderlijk goed, mits de wederverkoper op een daartoe gedaan verzoek door de inspecteur is aangewezen. 2 Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van veilinghouders. 3 Het eerste lid, aanhef en onderdeel a, is niet van toepassing ten aanzien van wederverkopers die daarvan schriftelijk kennis geven aan de inspecteur. Deze regeling mag slechts worden toegepast met ingang van het kalenderjaar volgend op dat van de kennisgeving en geldt tot wederopzegging met ingang van een kalenderjaar na die wederopzegging, doch voor ten minste vijf kalenderjaren. Een hernieuwde schriftelijke kennisgeving kan eerst met ingang van het zesde kalenderjaar na het ingaan van die wederopzegging worden ingewilligd. 4 De inspecteur beslist op het in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. Bij inwilliging van het verzoek geldt zulks met ingang van het kalenderjaar volgend op dat van het verzoek en tot wederopzegging met ingang van een kalenderjaar na die wederopzegging, doch voor ten minste vijf kalenderjaren. Een hernieuwd verzoek kan eerst met ingang van het zesde kalenderjaar na het ingaan van die wederopzegging worden ingewilligd. 5 artikel 28d van de wet artikel 9, tweede lid, onderdeel b, van de wet artikel 28f, eerste lid, van de wet artikel 28d, tweede volzin, van de wet De wederverkoper die ingevolge de vorige leden de belasting moet berekenen op de voet van, maar die ter zake van de levering van een goed in het tijdvak van aangifte op grond vanhet tarief van nihil toepast dan wel de belasting berekent met toepassing van, is gehouden in dat tijdvak de in, laatstbedoelde som te verminderen: a. met het bedrag dat eerder bij de berekening van de winstmarge per tijdvak van aangifte ter zake van dat goed in aanmerking is genomen; of b. ingeval het in onderdeel a bedoelde bedrag niet bekend is, met het bedrag van de vergoeding voor dat goed verminderd met het positieve bedrag van de brutowinst, welke wordt gesteld op het bedrag van die vergoeding vermenigvuldigd: waarbij de onder 1° en 2° bedoelde winstmarges en vergoedingen betrekking hebben op goederen waarop eenzelfde tarief van toepassing is als op het geleverde goed en de bedoelde winstmarges de in een tijdvak van aangifte gerealiseerde winstmarges betreffen, voordat de in het zesde lid bedoelde verrekening of optelling heeft plaatsgevonden. 1°. met het saldo van de winstmarges per tijdvak van aangifte over het voorgaande kalenderjaar gedeeld door de som van de bij de berekening van die winstmarges in aanmerking genomen vergoedingen; of 2°. ingeval het onder 1° bedoelde saldo ontbreekt, met de winstmarge over het voorafgaande tijdvak van aangifte gedeeld door de som van de bij de berekening van die winstmarge in aanmerking genomen vergoedingen; 6 Ingeval in een belastingtijdvak in een kalenderjaar, het laatste belastingtijdvak in een kalenderjaar uitgezonderd, de winstmarge per belastingtijdvak met betrekking tot leveringen van goederen waarop eenzelfde tarief wordt toegepast (tijdvak-winstmarge) negatief is, wordt deze negatieve tijdvak-winstmarge verrekend met een positieve tijdvak-winstmarge, of opgeteld bij een negatieve tijdvak-winstmarge, die in het volgende belastingtijdvak wordt gerealiseerd. 7 artikel 28d, van de wet artikel 28d, tweede volzin, van de wet Na afloop van een kalenderjaar wordt voor dat kalenderjaar met betrekking tot leveringen van goederen waarop eenzelfde tarief wordt toegepast de inbedoelde winstmarge op jaarbasis vastgesteld (jaarsaldo). Ingeval dat jaarsaldo negatief is, wordt dit negatieve jaarsaldo opgeteld bij de ten behoeve van de vaststelling van het jaarsaldo van het daaropvolgende kalenderjaar inlaatstbedoelde, op jaarbasis herrekende, som. Ingeval de belasting over dat aldus berekende jaarsaldo minder bedraagt dan het bedrag aan belasting dat over dat kalenderjaar is of moet worden voldaan ter zake van dergelijke leveringen, wordt het verschil aan de wederverkoper teruggegeven. 8 Het vaststellen van een negatief jaarsaldo als bedoeld in het zevende lid, alsmede van het bedrag van de aldaar bedoelde teruggaaf, geschiedt op verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. Het verzoek wordt gedaan bij de aangifte over het eerste tijdvak van het volgende kalenderjaar. Indien de beschikking met betrekking tot de vaststelling van een negatief jaarsaldo tot een onjuist bedrag is vastgesteld, kan de inspecteur de beschikking bij voor bezwaar vatbare beschikking herzien. De bevoegdheid tot herziening ten aanzien van een negatief jaarsaldo vervalt door verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin dat saldo, zonder toepassing van de tweede volzin van het zevende lid berekend, is ontstaan. 1968 169 30-08-1968 1968 169 30-08-1968 01-01-1969
Artikel 4d — Artikel 4d#
Artikel 4d artikel 28zb van de wet De keuze, bedoeld in, geldt voor een periode van tenminste vijf opeenvolgende jaren en geldt vanaf het begin van een aangiftetijdvak. 2010 21111 30-12-2010 23-12-2010 DB2010/281M 2010 21111 30-12-2010 23-12-2010 DB2010/281M 01-04-2012
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 4, eerste lid, onderdeel c, van het besluit Als met doorlopende posten gelijk te stellen bedragen, bedoeld in, worden aangewezen: a. de bedragen welke door een reisbureau, reisvereniging of een dergelijke ondernemer op eigen naam ten behoeve van reizigers voor wie zij de reis verzorgen, aan een andere ondernemer worden voldaan ter zake van in het buitenland ten behoeve van die reizigers verrichte leveringen en diensten; b. artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Wegenverkeerswet 1994 de bedragen welke de leverancier van een motorrijtuig aan de afnemer in rekening brengt ter zake van de inschrijving en tenaamstelling van het voertuig in het kentekenregister, bedoeld in, voor zover die bedragen aan leges zijn voldaan. 2014 36880 30-12-2014 30-12-2014 IZV2014/715M 2014 36880 30-12-2014 30-12-2014 IZV2014/715M 01-01-2015 01-01-2014
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a 1 artikel 4, tweede lid, onderdeel a, van de wet Als gemaakte uitgaven voor het gebruik van een goed als bedoeld inworden, met inachtneming van het gestelde in het tweede en derde lid, aangemerkt de kosten van de ondernemer, de omzetbelasting daaronder niet begrepen, in verband met: wanneer ter zake van de desbetreffende kosten recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van belasting is ontstaan en voor zover het goed wordt gebruikt in de zin van genoemde bepaling. a. de verwerving of de vervaardiging van het goed; b. het onderhoud, het herstel, de verbetering en de verbouwing van het goed; c. het feitelijke gebruik van het goed; 2 Het bedrag van de voor een kalenderjaar in aanmerking te nemen kosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt gedeeld door 10 ingeval van een onroerende zaak, en gedeeld door 5 ingeval van een roerende zaak waarop de ondernemer afschrijft voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting of waarop hij zou kunnen afschrijven indien hij aan een zodanige belasting zou zijn onderworpen. 3 Het bedrag van de voor een kalenderjaar in aanmerking te nemen kosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt gesteld op het bedrag van die kosten in het kalenderjaar waarin de ondernemer de betreffende goederen of diensten gaat gebruiken. 4 De in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde kosten voor de verwerving of de vervaardiging van een goed worden op nihil gesteld voor een onroerende zaak na afloop van het negende jaar volgende op dat waarin de ondernemer het goed is gaan gebruiken, en voor een roerende zaak na afloop van het vierde jaar volgende op dat waarin de ondernemer het goed is gaan gebruiken, indien het gaat om een roerende zaak waarop de ondernemer voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting afschrijft, of waarop hij zou kunnen afschrijven indien hij aan een zodanige belasting zou zijn onderworpen. 5 artikel 8 van de wet Voor goederen waarvoor de kosten in verband met de verwerving of de vervaardiging van het goed bij de verwerving of de vervaardiging lager zijn dan de vergoeding voor de levering van dat goed als bedoeld in, wordt voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, de vergoeding aangemerkt als de gemaakte kosten. 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 01-01-2012 01-07-2011
Artikel 5b — Artikel 5b#
Artikel 5b artikel 4, tweede lid, onderdeel b, van de wet Als gemaakte uitgaven voor een dienst als bedoeld in, wordt aangemerkt het bedrag van de door de ondernemer voor het verrichten van de dienst gemaakte kosten. 2007 166 29-08-2007 21-08-2007 DV2007/00051M 2007 166 29-08-2007 21-08-2007 DV2007/00051M 01-01-2008
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De keuze blijkens de notariële akte of het verzoek om te worden uitgezonderd van de vrijstelling van belasting voor de levering van onroerende zaken en van rechten waaraan deze zijn onderworpen kan voor elke onroerende zaak en voor elk recht waaraan een onroerende zaak is onderworpen worden gedaan. 2 artikel 15 van de wet In de notariële akte of het verzoek wordt vermeld een omschrijving van de onroerende zaak en het recht waaraan deze is onderworpen met plaatselijke en kadastrale aanduiding alsmede de datum van aanvang van het boekjaar. In de notariële akte of het verzoek wordt een door de afnemer ondertekende verklaring gevoegd waaruit blijkt dat hij de onroerende zaak gebruikt voor doeleinden waarvoor een volledig of nagenoeg volledig recht op aftrek van belasting op de voet vanbestaat. 3 De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. 4 artikel 11, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de wet artikel 15 van de wet Aan de inbedoelde voorwaarde dat de afnemer de onroerende zaak gebruikt voor doeleinden waarvoor een volledig of nagenoeg volledig recht op aftrek van belasting op de voet vanbestaat, is voldaan, wanneer de onroerende zaak zowel over het boekjaar van levering van de onroerende zaak als over het daarop volgende boekjaar voor de hiervoor vermelde doeleinden is gebruikt. 5 Ingeval de onroerende zaak niet vóór het einde van het boekjaar volgende op het boekjaar van levering van de onroerende zaak in gebruik is genomen door de afnemer, is niet voldaan aan de in het vierde lid bedoelde voorwaarde. 6 De afnemer stelt binnen vier weken na afloop van het boekjaar volgende op het boekjaar van levering van de onroerende zaak, de leverancier door middel van een door hem ondertekende verklaring ervan in kennis, of is voldaan aan de in het vierde lid bedoelde voorwaarde. De afnemer zendt binnen dezelfde termijn een afschrift van deze verklaring aan de inspecteur. 7 In geval van levering door de afnemer van de onroerende zaak binnen de termijn waarin het keuzerecht voor belasting wordt beoordeeld, is het zesde lid van toepassing, met dien verstande dat de verklaring wordt overgelegd binnen vier weken na het tijdstip waarop de levering is verricht. In dat geval vervalt de verklaring, bedoeld in de eerste volzin van het zesde lid. 8 Voor de toepassing van dit artikel geldt als boekjaar het boekjaar van de afnemer. 2008 253 31-12-2008 17-12-2008 DB2008/705 2008 253 31-12-2008 17-12-2008 DB2008/705 01-01-2009
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a 1 De keuze blijkens de schriftelijke huurovereenkomst of het verzoek om te worden uitgezonderd van de vrijstelling van belasting voor verhuur van onroerende zaken kan voor elke onroerende zaak afzonderlijk worden gedaan. 2 artikel 15 van de wet In de schriftelijke huurovereenkomst of het verzoek wordt vermeld een omschrijving van de onroerende zaak met plaatselijke en kadastrale aanduiding alsmede de datum van aanvang van het boekjaar van de huurder. In de schriftelijke huurovereenkomst of het verzoek wordt een door de huurder ondertekende verklaring gevoegd waaruit blijkt dat hij de onroerende zaak gebruikt voor doeleinden waarvoor een volledig of nagenoeg volledig recht op aftrek van belasting op de voet vanbestaat. 3 De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking, waarin de datum met ingang waarvan de vrijstelling buiten toepassing blijft, wordt vermeld. 4 artikel 11, eerste lid, onderdeel b, onder 5°, van de wet artikel 15 van de wet Voor elk boekjaar geldt dat aan de inbedoelde voorwaarde dat de huurder de onroerende zaak gebruikt voor doeleinden waarvoor een volledig of nagenoeg volledig recht op aftrek van belasting op de voet vanbestaat, is voldaan, wanneer de onroerende zaak over het desbetreffende boekjaar voor de hiervoor vermelde doeleinden is gebruikt. De voorwaarde wordt voor de eerste keer beoordeeld over het boekjaar waarin de huurder de onroerende zaak, met toepassing van het keuzerecht voor belasting, is gaan huren. 5 Ingeval de onroerende zaak niet vóór het einde van het boekjaar waarin de huurder de onroerende zaak, met toepassing van het keuzerecht voor belasting, is gaan huren, door de huurder in gebruik is genomen, is niet voldaan aan de in het vierde lid bedoelde voorwaarde. 6 Ingeval niet meer wordt voldaan aan de in het vierde lid bedoelde voorwaarde stelt de huurder de verhuurder binnen vier weken na afloop van het desbetreffende boekjaar daarvan in kennis door middel van een door hem ondertekende verklaring. Tevens zendt de huurder binnen dezelfde termijn een afschrift hiervan aan de inspecteur. 7 Ingeval in een boekjaar dat is aangevangen na het boekjaar waarin de huurder de onroerende zaak is gaan huren, de vrijstelling buiten toepassing is gebleven en na afloop van dat boekjaar blijkt dat de huurder niet meer voldoet aan de in het vierde lid bedoelde voorwaarde, kan de vrijstelling in dat boekjaar buiten toepassing blijven, tenzij de huurder redelijkerwijs kon voorzien dat hij niet langer zou voldoen aan deze voorwaarde. Blijkt in het daarop volgende boekjaar evenmin te worden voldaan aan voormelde voorwaarde, dan vindt de vrijstelling toepassing met ingang van laatstgemeld boekjaar, ook als de huurder redelijkerwijs niet kon voorzien dat hij in het desbetreffende boekjaar niet zou voldoen aan die voorwaarde. 8 Voor de toepassing van dit artikel geldt als boekjaar het boekjaar van de huurder. 2019 27636 15-05-2019 10-05-2019 2019-0000073662 2019 27636 15-05-2019 10-05-2019 2019-0000073662 01-01-2020
Artikel 6b — Artikel 6b#
Artikel 6b artikel 11, eerste lid, onderdeel f, van de wet bijlage B bij het besluit Tot de leveringen en diensten, bedoeld in, behoren niet, behoudens voor zover inanders is bepaald: a. het verstrekken van spijzen en dranken; b. het verrichten van onderzoek; c. het ter beschikking stellen van personeel; d. het verzorgen van loon- en salarisadministraties, financiële administraties en grootboekadministraties. 2015 47716 30-12-2015 30-12-2015 DB/2015/465M 2015 47716 30-12-2015 30-12-2015 DB/2015/465M 01-01-2016
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 11, eerste lid, onderdeel p, van de wet De vrijstelling van belasting voor voordrachten en dergelijke diensten, als zijn bedoeld in, geldt in gevallen waarin zij worden gehouden of verricht vanwege publiekrechtelijke lichamen, stichtingen en verenigingen en strekken tot bevordering van wetenschap of algemene ontwikkeling. 1968 169 30-08-1968 1968 169 30-08-1968 01-01-1969
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a artikel 11, eerste lid, onderdeel v, van de wet Tot leveringen en diensten die voortvloeien uit activiteiten ter verkrijging van financiële steun als bedoeld in, behoren niet verstrekkingen van spijzen en dranken die samenhangen met evenementen gelegen in de persoonlijke sfeer. 2013 15953 25-06-2013 10-06-2013 DB2013-301M 2013 15953 25-06-2013 10-06-2013 DB2013-301M 01-01-2014
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 37d van de wet In het geval, bedoeld in, wordt hij aan wie de overdracht is geschied, voor het berekenen van de door hem verschuldigde belasting wat de onderneming of het overgedragen gedeelte betreft, geacht in plaats te zijn getreden van degene die de onderneming of een gedeelte daarvan heeft overgedragen. 2 artikel 4c, derde en vierde lid Het eerste lid geldt niet voor de toepassing van. 2010 4089 17-03-2010 10-03-2010 DV2010/76 2010 4089 17-03-2010 10-03-2010 DV2010/76 18-03-2010
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 1968 169 30-08-1968 1968 169 30-08-1968 01-01-1969
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a artikel 11, eerste lid, onderdeel u, van de wet Tot de diensten, bedoeld in, behoren niet: a. het ontwikkelen van geautomatiseerde informatie- en communicatiesystemen; b. het voor de in onderdeel a bedoelde systemen ontwikkelen van programmatuur, alsmede het ter beschikking stellen daarvan; c. het begeleiden van dan wel het leiding geven aan de toepassing van de in onderdeel a bedoelde systemen; d. het ter beschikking stellen van computerapparatuur; e. advisering, begeleiding, onderzoek en andere diensten op het gebied van onderhoudsbeheersing van woningen en andere gebouwen; f. expertisewerkzaamheden, onderzoeken, inspecties, taxaties, arbitrage en advisering in het kader van een verzekering of een schadegeval; g. artikel 13, zevende lid artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 het verlenen van bijstand als bedoeld inen; h. werkzaamheden met betrekking tot de pensioenadministratie; i. het adviseren en ondersteunen van paritaire organisaties; j. het ter beschikking stellen van personeel. 2015 47716 30-12-2015 30-12-2015 DB/2015/465M 2015 47716 30-12-2015 30-12-2015 DB/2015/465M 01-01-2016
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 22 van de wet Door de ondernemer kan in aftrek worden gebracht de belasting die blijkens zijn boeken en bescheiden in het tijdvak van aangifte op de voet vanverschuldigd is geworden ter zake van de invoer van voor hem bestemde goederen. 1968 169 30-08-1968 1968 169 30-08-1968 01-01-1969
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a 1 artikel 15, derde lid, eerste volzin, van de wet artikel 10 van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 De inbedoelde belasting die in de aankoopprijs is begrepen, wordt gesteld op 21/121 van het bedrag van de aankoopprijs, voorzover deze betrekking heeft op een personenauto, een bestelauto of een motorrijwiel verminderd met het bij de personenauto, de bestelauto of het motorrijwiel nog behorende bedrag aan belasting bedoeld in en berekend overeenkomstig. 2 Het bedrag van de aankoopprijs dient ten genoegen van de inspecteur te worden aangetoond aan de hand van bescheiden zoals een originele factuur, een inkoopverklaring of een betalingsbewijs. 2012 17408 23-08-2012 20-08-2012 DV/2012/274M 2012 17408 23-08-2012 20-08-2012 DV/2012/274M 01-10-2012
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 15 van de wet De aftrek van de inbedoelde belasting (voorbelasting) geschiedt, ingeval de ondernemer zowel handelingen verricht waarvoor recht op aftrek van voorbelasting bestaat als handelingen verricht waarvoor geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat, met inachtneming van het volgende: a. van goederen en diensten, die uitsluitend worden gebruikt voor handelingen waarvoor recht op aftrek van voorbelasting bestaat, komt de voorbelasting geheel voor aftrek in aanmerking; b. van goederen en diensten, die uitsluitend worden gebruikt voor handelingen waarvoor geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat, komt de voorbelasting in het geheel niet voor aftrek in aanmerking; c. met betrekking tot goederen en diensten die zowel voor de onder a als voor de onder b bedoelde handelingen worden gebruikt, komt voor aftrek in aanmerking het gedeelte van de voorbelasting dat in dezelfde verhouding staat tot die belasting als het totaal van de vergoedingen voor de handelingen bedoeld onder a staat tot het totaal van de vergoedingen voor de handelingen bedoeld onder a en onder b. 2 Indien aannemelijk is dat het werkelijke gebruik van de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde goederen en diensten, als geheel genomen, niet overeenkomt met de aldaar bedoelde verhouding, wordt het voor aftrek in aanmerking komende gedeelte van de voorbelasting van die goederen en diensten berekend op basis van het werkelijke gebruik. 3 Ingeval de ondernemer twee of meer goederen of diensten van dezelfde soort gebruikt, worden deze alle geacht mede te worden gebruikt ten behoeve van handelingen waarvoor geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat, tenzij blijkt welke van die goederen of diensten uitsluitend worden gebruikt voor handelingen waarvoor geen recht op aftrek bestaat en welke uitsluitend voor handelingen waarvoor dat recht wél bestaat. 4 artikel 15, eerste lid, laatste alinea, van de wet De inbedoelde aftrek over uitgaven in verband met een onroerende zaak wordt berekend op basis van het werkelijke gebruik van die onroerende zaak. 2010 21111 30-12-2010 23-12-2010 DB2010/281M 2010 21111 30-12-2010 23-12-2010 DB2010/281M 01-01-2011
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 De in artikel 11 voorgeschreven berekeningswijze geschiedt op basis van de gegevens van het belastingtijdvak waarin de belasting aan de ondernemer in rekening wordt gebracht dan wel de belasting wordt verschuldigd. 2 artikel 15, vierde lid, van de wet De herziening, bedoeld in, geschiedt op basis van de gegevens van het belastingtijdvak waarin de ondernemer de goederen of diensten is gaan gebruiken. 3 Bij de aangifte over het laatste belastingtijdvak van het boekjaar vindt herziening van de aftrek plaats op basis van de voor het gehele boekjaar geldende gegevens. 2006 250 22-12-2006 20-12-2006 DV2006/00790M 2006 250 22-12-2006 20-12-2006 DV2006/00790M 01-01-2007
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 In afwijking van artikel 11 worden voor de toepassing van de aftrek afzonderlijk in aanmerking genomen: a. onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn onderworpen; b. roerende zaken waarop de ondernemer voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting afschrijft, of waarop hij zou kunnen afschrijven indien hij aan een zodanige belasting zou zijn onderworpen; c. investeringsdiensten waarvan de vergoeding ten minste € 30.000 bedraagt. 2 Met betrekking tot onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn onderworpen wordt de aftrek herzien in elk van de negen boekjaren, volgende op dat waarin de ondernemer het goed is gaan gebruiken. De herziening geschiedt telkens voor een tiende gedeelte van de voorbelasting op basis van de voor het boekjaar geldende gegevens bij de aangifte over het laatste belastingtijdvak van dat boekjaar. 3 Met betrekking tot de roerende zaken, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en de investeringsdiensten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt de aftrek herzien in elk van de vier boekjaren, volgende op dat waarin de ondernemer het goed of de investeringsdienst is gaan gebruiken. De herziening geschiedt telkens voor een vijfde gedeelte van de voorbelasting op basis van de voor het boekjaar geldende gegevens bij de aangifte over het laatste belastingtijdvak van dat boekjaar. 4 artikel 25a, eerste of tweede lid artikel 25c, eerste lid, van de wet De herziening blijft achterwege in het boekjaar waarin de belasting welke op basis van de voor dat boekjaar geldende gegevens voor aftrek in aanmerking komt, niet meer dan tien percent verschilt van de in aftrek gebrachte belasting, met dien verstande dat wanneer de herziening het gevolg is van aanvang of beëindiging van de vrijstelling, bedoeld in, of, deze in ieder geval achterwege blijft wanneer het bedrag van de herziening in dat boekjaar minder is dan € 500. 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 01-01-2026
Artikel 13a — Artikel 13a#
Artikel 13a 1 artikel 13, eerste lid, onderdelen a en b In geval van levering door de ondernemer van de goederen, bedoeld in, binnen de termijn waarin de aftrek voor het goed of de aan het goed verrichte investeringsdienst, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel c, wordt herzien, is artikel 13, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing. Daarbij wordt de ondernemer geacht tot het einde van elk van die termijnen het gebruik van het goed, onderscheidenlijk de dienst, voor bedrijfsdoeleinden voort te zetten uitsluitend ten behoeve van: a. artikel 15, tweede lid, van de wet belaste handelingen, indien ter zake van de levering van het goed belasting verschuldigd is dan wel geen belasting verschuldigd is omdat het gaat om een handeling als bedoeld in; b. artikel 15, tweede lid, van de wet handelingen waarvoor geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat, indien ter zake van de levering van het goed geen belasting verschuldigd is en het niet gaat om een handeling als bedoeld in. 2 De herziening geschiedt in één keer bij de aangifte over het belastingtijdvak waarin de levering plaatsvindt. 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 01-01-2026
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Het afstoten van goederen welke de ondernemer in zijn bedrijf heeft gebruikt, wordt niet beschouwd als een handeling die voor de berekening van de aftrek bij hem in aanmerking komt. 2006 250 22-12-2006 20-12-2006 DV2006/00790M 2006 250 22-12-2006 20-12-2006 DV2006/00790M 01-01-2007
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a Vervallen 2017 72735 28-12-2017 28-12-2017 2017-0000235515 2017 72735 28-12-2017 28-12-2017 2017-0000235515 01-01-2018
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 2011 11174 29-06-2011 20-06-2011 DV2011/324M 2011 11174 29-06-2011 20-06-2011 DV2011/324M 01-07-2011
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2002 155 15-08-2002 12-08-2002 WV 2002/298 M 2002 155 15-08-2002 12-08-2002 WV 2002/298 M 01-10-2002
Artikel 16a — Artikel 16a#
Artikel 16a 1 artikel 17e van de wet Voor de toepassing van de vrijstelling, bedoeld in, is de ondernemer gehouden een boekhouding te voeren waarin de voor die toepassing nodige gegevens op duidelijke en overzichtelijke wijze zijn vermeld. 2 In geval de ondernemer niet in Nederland woont of is gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft, dient de aanspraak op toepassing van de vrijstelling ten genoegen van de inspecteur te worden aangetoond. 2015 47716 30-12-2015 30-12-2015 DB/2015/465M 2015 47716 30-12-2015 30-12-2015 DB/2015/465M 01-01-2016
Artikel 16b — Artikel 16b#
Artikel 16b 1 artikel 21, onderdeel d, van de wet Ten aanzien van de vrijstelling als bedoeld in, is een vergunning van de inspecteur vereist. Het bepaalde in artikel 22 van het Douanewetboek van de Unie is van overeenkomstige toepassing. 2 De verlening van de vergunning, bedoeld in het eerste lid, is gebonden aan de volgende voorwaarden: a. artikel 33g van de wet degene die de goederen invoert, verstrekt aan de inspecteur zijn btw-identificatienummer dat is toegekend door Nederland of ingeval de belasting wordt voldaan door zijn fiscaal vertegenwoordiger als bedoeld inhet btw-identificatienummer dat is toegekend door Nederland aan deze fiscaal vertegenwoordiger en het btw-identificatienummer waaronder degene die de goederen intracommunautair afneemt in een andere lidstaat is geregistreerd of ingeval van overbrenging van eigen goederen het btw-identificatienummer waaronder degene die de goederen invoert zelf in de lidstaat van aankomst van het vervoer is geregistreerd; b. de inspecteur kan bepalen dat degene die de goederen invoert, onder de in het vierde lid genoemde voorwaarden, zekerheid stelt tot het beloop van een door de inspecteur vastgesteld bedrag per invoer van goederen; c. degene die de goederen invoert, verstrekt op verzoek aan de inspecteur de inlichtingen die noodzakelijk zijn om het beloop van de zekerheid vast te stellen. 3 Ten aanzien van de goederen die worden ingevoerd kan door de inspecteur bewijs worden verzocht dat de ingevoerde goederen bestemd zijn om naar een andere lidstaat te worden vervoerd of verzonden. 4 Met betrekking tot de te stellen zekerheid zijn de bepalingen van Titel III, hoofdstuk 2, van het Douanewetboek van de Unie van overeenkomstige toepassing. 5 De inspecteur kan de vergunning intrekken of wijzigen: a. op verzoek van de vergunninghouder; b. indien de vergunninghouder niet voldoet aan de aan de vergunning verbonden voorwaarden. 6 artikelen 14 34c 35a 37a van de wet artikel 12 van het besluit De vrijstelling is slechts van toepassing indien wordt aangetoond dat ter zake van de levering is voldaan aan het bepaalde in de,,enalsmede in. 2016 21764 28-04-2016 21-04-2016 AFP/2016/372M 2016 21764 28-04-2016 21-04-2016 AFP/2016/372M 01-05-2016
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 23 van de wet Algemene wet inzake rijksbelastingen Voor goederen opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage A worden voor de toepassing vanaangewezen alle ondernemers en lichamen in de zin van de, andere dan ondernemers. 2 artikel 23 van de wet Bij de aangifte ten invoer worden bescheiden - een kopie-factuur, vracht- en ladingspapieren en dergelijke - overgelegd waaruit blijkt dat de regeling vanvan toepassing is. 1968 169 30-08-1968 1968 169 30-08-1968 01-01-1969
Artikel 17a — Artikel 17a#
Artikel 17a 1 artikel 23 van de wet Algemene wet inzake rijksbelastingen Voor de toepassing vanworden aangewezen alle ondernemers en lichamen in de zin van de, andere dan ondernemers, doch alleen voor wat betreft de voor hen bestemde, niet in het vrije verkeer zijnde goederen waarmee in Nederland een vervoermiddel wordt bevoorraad. 2 Lichamen moeten van het bevoorraden, bedoeld in het eerste lid, afzonderlijk aantekening houden op de voet van artikel 31. 1968 169 30-08-1968 1968 169 30-08-1968 01-01-1969
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikelen 17 17a artikel 23 van de wet Voor andere goederen dan bedoeld in deenwordt een verzoek om aanwijzing voor de toepassing vaningediend bij de inspecteur. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. Bij inwilliging van het verzoek stelt de inspecteur een datum van ingang vast en kent hij aan de belanghebbende een btw-identificatienummer toe. 2 Het verzoek wordt slechts ingewilligd, indien de belanghebbende: a. in Nederland woont of is gevestigd, dan wel aldaar een vaste inrichting of een fiscaal vertegenwoordiger heeft; b. geregeld goederen invoert, dan wel incidenteel goederen invoert en een fiscaal vertegenwoordiger in Nederland heeft; c. een bedrijfsadministratie voert welke naar het oordeel van de inspecteur zodanig is ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze zijn opgenomen de door de inspecteur nodig geoordeelde gegevens omtrent de ingevoerde goederen, en dat aan de hand daarvan op eenvoudige wijze de ter zake van de invoer van die goederen verschuldigde omzetbelasting kan worden vastgesteld. 3 De aanwijzing geldt voor alle goederen welke ten behoeve van de belanghebbende worden ingevoerd, waaronder zijn begrepen de goederen ter zake waarvan de belanghebbende aan een andere ondernemer een schriftelijke verklaring heeft afgegeven dat hij de goederen invoert of dat de invoer in zijn opdracht plaatsvindt. 4 artikel 23 van de wet Ten aanzien van goederen welke door Koninklijke PostNL B.V. worden ingevoerd, vindtslechts toepassing, indien: a. op de postzending of in de daarbij behorende bescheiden het aan de belanghebbende toegekende btw-identificatienummer is vermeld, of b. ten aanzien van de postzending de belanghebbende een schriftelijke inklaringsopdracht aan Koninklijke PostNL B.V. heeft verstrekt waarin het aan hem toegekende btw-identificatienummer is vermeld. 5 Tenzij de inspecteur anders bepaalt, moet de belanghebbende voldoen aan de volgende voorwaarden: a. artikel 31 van de invoer wordt afzonderlijk aantekening gehouden op de voet van; b. artikel 23 van de wet bij aangifte ten invoer van de goederen worden bescheiden - een kopie-factuur, vracht- en ladingspapieren en dergelijke - overgelegd waaruit blijkt dat de goederen voor belanghebbende zijn bestemd en de regeling vanvan toepassing is. Op deze bescheiden moet het btw-identificatienummer zijn vermeld. 6 Ingeval de belanghebbende handelt in strijd met de gestelde voorwaarden, alsmede in geval van misbruik, waaronder wordt begrepen misbruik door de vervoerder van de goederen, kan de inspecteur de aanwijzing intrekken en een nieuwe aanwijzing weigeren. De intrekking en de weigering geschieden bij voor bezwaar vatbare beschikking. 7 artikelen 3 4 van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 Het eerste tot en met zesde lid zijn niet van toepassing op personenauto’s, bestelauto’s en motorrijwielen in de zin van deen. 2015 8477 25-03-2015 19-03-2015 DB2015/85 2015 8477 25-03-2015 19-03-2015 DB2015/85 01-04-2015
Artikel 18a — Artikel 18a#
Artikel 18a 1 artikel 3 van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 artikel 23 van de wet Voor personenauto’s en bestelauto’s in de zin vanwordt een verzoek om aanwijzing voor de toepassing vaningediend bij de inspecteur. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. Bij inwilliging van het verzoek stelt de inspecteur een datum van ingang vast en wijst hij aan waar aangifte ten invoer dient te geschieden. 2 Het verzoek wordt slechts ingewilligd, indien: a. de belanghebbende in Nederland woont of is gevestigd, dan wel aldaar een vaste inrichting of een fiscaal vertegenwoordiger heeft; b. de belanghebbende reeds gedurende een tijdvak van ten minste zes maanden geregeld goederen als bedoeld in het eerste lid, heeft ingevoerd en op regelmatige wijze de ter zake van de invoer van die goederen verschuldigde omzetbelasting heeft voldaan; c. de belanghebbende een bedrijfsadministratie voert welke naar het oordeel van de inspecteur zodanig is ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze zijn opgenomen de door de inspecteur nodig geoordeelde gegevens omtrent de hiervoor bedoelde goederen en dat aan de hand daarvan op eenvoudige wijze de ter zake van de invoer van die goederen verschuldigde omzetbelasting kan worden vastgesteld; d. de voldoening van de ter zake van de invoer van de hiervoor bedoelde goederen verschuldigde omzetbelasting naar het oordeel van de inspecteur is verzekerd. 3 De belanghebbende moet voldoen aan de volgende voorwaarden: a. artikel 31 van de invoer van goederen als zijn bedoeld in het eerste lid, wordt afzonderlijk aantekening gehouden op de voet van; b. artikel 23 van de wet artikel 18 bij aangifte ten invoer van de hiervoor bedoelde goederen worden bescheiden - een kopie-factuur, vracht- en ladingspapieren en dergelijke - overgelegd waaruit blijkt dat de goederen voor belanghebbende zijn bestemd en de regeling vanvan toepassing is. Op deze bescheiden moeten datum en nummer van de in het eerste lid bedoelde beschikking, alsmede in voorkomende gevallen het op de voet vanaan belanghebbende toegekende btw-identificatienummer zijn vermeld. 4 De inspecteur is bevoegd in bepaalde gevallen nadere voorwaarden te stellen. 5 Ingeval de belanghebbende handelt in strijd met de gestelde voorwaarden, alsmede in geval van misbruik, waaronder wordt begrepen misbruik door de vervoerder van de in het eerste lid bedoelde goederen, kan de inspecteur de aanwijzing intrekken en een nieuwe aanwijzing weigeren. De intrekking en de weigering geschieden bij voor bezwaar vatbare beschikking. 6 artikel 4 van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 Het eerste tot en met vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op motorrijwielen in de zin van. 2005 123 29-06-2005 23-06-2005 WV2005/221M 2005 123 29-06-2005 23-06-2005 WV2005/221M 01-07-2005
Artikel 18b — Artikel 18b#
Artikel 18b Bij toepassing van de artikelen 17, 17a, 18 en 18a is degene die goederen ten invoer aangeeft verplicht op eerste vordering een kopie-factuur in te leveren. Indien in een van de gevallen bedoeld in de eerste volzin van dit lid geen factuur wordt opgemaakt, wordt in plaats van een kopie-factuur een daarmee gelijk te stellen bescheid ingeleverd. 1968 169 30-08-1968 1968 169 30-08-1968 01-01-1969
Artikel 18c — Artikel 18c#
Artikel 18c Vervallen 1968 169 30-08-1968 1968 169 30-08-1968 01-01-1969
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikel 12, tweede lid, onderdeel d, van het besluit bijlage B De schriftelijke opdracht, bedoeld in, tot uitvoer uit de Unie of tot plaatsing onder de regeling douane-entrepot op basis van artikel 237, tweede lid, van het Douanewetboek van de Unie wordt opgemaakt overeenkomstig het in de bij deze regeling behorendeopgenomen model. 2016 21764 28-04-2016 21-04-2016 AFP/2016/372M 2016 21764 28-04-2016 21-04-2016 AFP/2016/372M 01-05-2016
Artikel 19a — Artikel 19a#
Artikel 19a Vervallen 1968 169 30-08-1968 1968 169 30-08-1968 01-01-1969
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikel 24, eerste lid, van de wet Bij de aangifte ter verkrijging van teruggaaf op grond vanworden overgelegd: a. bescheiden waarmee kan worden aangetoond hoeveel belasting voor de goederen is betaald; b. voor wat betreft uitgevoerde goederen: een bewijs waaruit blijkt dat de betreffende goederen uit de Unie zijn uitgevoerd; c. voor wat betreft goederen die onder de regeling douane-entrepot op basis van artikel 237, tweede lid, van het Douanewetboek van de Unie zijn geplaatst: een bewijs waaruit blijkt dat de betreffende goederen onder de regeling douane-entrepot zijn geplaatst; d. artikel 36 van de Wegenverkeerswet 1994 artikel 17, tweede lid, van het Kentekenreglement voor wat betreft motorrijtuigen waarvoor ter zake van de inbedoelde opgaaf van een kenteken een bewijs is afgegeven, een ter zake van de uitvoer uit de Unie door de Dienst Wegverkeer afgegeven kentekenbewijs deel II, dat is uitgereikt op de voet van. 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 01-01-2023
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 artikel 24, eerste lid, van de wet In de aangifte ter verkrijging van teruggaaf op grond vanworden per partij uit de Unie uitgevoerde of in een onder de regeling douane-entrepot geplaatste goederen vermeld: a. het bedrag van de gevraagde teruggaaf; b. de soort en de hoeveelheid van de uit de Unie uitgevoerde of onder de regeling douane-entrepot geplaatste goederen; c. artikel 20 onderdeel b of c een omschrijving van het bewijs, bedoeld in, waarmee het verband tussen dat bewijs en de goederen kan worden vastgesteld; d. een omschrijving van de bescheiden waarmee kan worden aangetoond hoeveel belasting voor de goederen is betaald. 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 01-01-2023
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 01-01-2023
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikel 24, eerste lid, van de wet artikel 23 van de wet Ingeval een lichaam als bedoeld in, is aangewezen op de voet van, kunnen de artikelen 20 en 22 al dan niet op verzoek en onder nader bij de aanwijzing te stellen voorwaarden buiten toepassing worden verklaard. 1968 169 30-08-1968 1968 169 30-08-1968 01-01-1969
Artikel 23a — Artikel 23a#
Artikel 23a 1 In geval van levering van goederen aan natuurlijke personen die hun normale verblijfplaats hebben in een derde-land en die, anders dan als ondernemer, deze goederen uiterlijk het einde van de derde maand na de maand van aankoop bij het verlaten van Nederland in hun persoonlijke bagage meevoeren naar een derde-land, hetzij rechtstreeks hetzij via één of meer andere lidstaten, is de ondernemer gerechtigd, in afwijking van het wettelijk geldende tarief, het tarief van nihil toe te passen, indien de totale waarde van de op de factuur vermelde goederen, inclusief de tegen het wettelijk tarief berekende belasting, ten minste € 50 bedraagt. De normale verblijfplaats dient aan de hand van een legitimatiebewijs te worden aangetoond. 2 Het eerste lid, eerste volzin, is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot goederen die worden afgenomen door een natuurlijke persoon die zijn normale verblijfplaats heeft in de Unie en die ten genoegen van de inspecteur kan aantonen dat hij zich binnen de in het eerste lid bedoelde termijn in een derde-land zal vestigen. 3 artikel 12 van het besluit Met betrekking tot de toepassing van het tarief van nihil is het bepaalde invan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor goederen gekocht in Nederland: a. die vanuit Nederland worden uitgevoerd uit de Unie voor het aantonen van de aanspraak op toepassing daarvan in ieder geval is vereist een digitaal aangeleverd document dat is voorzien van een visum door een geautomatiseerd systeem van of vanwege de bevoegde autoriteiten; b. die vanuit een andere lidstaat worden uitgevoerd uit de Unie voor het aantonen van de aanspraak op toepassing daarvan in ieder geval is vereist een factuur, een kopie-factuur of een daarmee gelijk te stellen bescheid of digitaal aangeleverd document dat is voorzien van een visum door een geautomatiseerd systeem van of vanwege de bevoegde autoriteiten of een daartoe bevoegde ambtenaar. 2025 6959 14-03-2025 11-03-2025 2025-0000054522 2025 6959 14-03-2025 11-03-2025 2025-0000054522 01-01-2026
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 2019 51913 18-09-2019 16-09-2019 IZV2019-0000150548 2019 51913 18-09-2019 16-09-2019 IZV2019-0000150548 01-01-2020 2019 27636 15-05-2019 10-05-2019 2019-0000073662 2019 27636 15-05-2019 10-05-2019 2019-0000073662 01-01-2020
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 artikel 25b, eerste lid, onderdeel a, van de wet Het bedrag, bedoeld in, bedraagt € 2.200. 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 01-01-2025
Artikel 25a — Artikel 25a#
Artikel 25a Vervallen 2019 27636 15-05-2019 10-05-2019 2019-0000073662 2019 27636 15-05-2019 10-05-2019 2019-0000073662 01-01-2020
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikel 26 van de wet Als ondernemers als bedoeld in, worden aangewezen: a. 1°. winkeliers; 2°. marktkooplieden; 3°. schoenherstellers; 4°. kappers; 5°. glazenwassers; 6°. exploitanten van wasserijen; 7°. rijwielherstellers; 8°. exploitanten van schoonheidsverzorgingsbedrijven; 9°. behangers; 10°. stoffeerders; 11°. exploitanten van horecabedrijven; 12°. advocaten die hun praktijk alleen uitoefenen; 13°. houders van autorijscholen; b. andere dan de in onderdeel a genoemde ondernemers, indien zij hun prestaties als ondernemer uitsluitend of nagenoeg uitsluitend verrichten in of vanuit een inrichting welke bestemd is voor de verkoop van goederen of het verlenen van diensten aan anderen dan ondernemers; c. artikel 3, tweede lid, van de wet niet onder de onderdelen a of b vallende ondernemers die niet aan ondernemers goederen plegen te leveren en diensten plegen te verlenen, behoudens voorzover zij goederen leveren als bedoeld in, mits zij op daartoe gedaan verzoek door de inspecteur zijn aangewezen. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. 2 Indien de in het eerste lid in de onderdelen a en b bedoelde ondernemers van de aanwijzing geen gebruik maken, dienen zij dit uit hun administratie te laten blijken. 2018 72059 31-12-2018 31-12-2018 IZV2018-0000208765 2018 72059 31-12-2018 31-12-2018 IZV2018-0000208765 01-01-2019
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen 1968 169 30-08-1968 1968 169 30-08-1968 01-01-1969
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 2017 72735 28-12-2017 28-12-2017 2017-0000235515 2017 72735 28-12-2017 28-12-2017 2017-0000235515 01-01-2018
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Vervallen 2017 72735 28-12-2017 28-12-2017 2017-0000235515 2017 72735 28-12-2017 28-12-2017 2017-0000235515 01-01-2018
Artikel 29a — Artikel 29a#
Artikel 29a Vervallen 2010 21111 30-12-2010 23-12-2010 DB2010/281M 2010 21111 30-12-2010 23-12-2010 DB2010/281M 01-01-2011
Artikel 29b — Artikel 29b#
Artikel 29b artikel 28l van de wet De ondernemer of de tussenpersoon die het recht uitoefent om overeenkomstigvoor belastingheffing te kiezen, stelt de inspecteur schriftelijk in kennis van deze keuze. 1999 250 27-12-1999 22-12-1999 1999/WV1999/2177M 1999 250 27-12-1999 22-12-1999 1999/WV1999/2177M 01-01-2000
Artikel 29c — Artikel 29c#
Artikel 29c artikel 28k van de wet artikelen 11 tot en met 14 Handelingen die op grond vanvan de belasting zijn vrijgesteld, worden voor de toepassing van deaangemerkt als handelingen waarvoor geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat. 2006 250 22-12-2006 20-12-2006 DV2006/00790M 2006 250 22-12-2006 20-12-2006 DV2006/00790M 01-01-2007
Artikel 29d — Artikel 29d#
Artikel 29d artikel 28k van de wet Voor de toepassing van de invervatte vrijstelling, is de ondernemer gehouden een boekhouding te voeren waarin de voor die toepassing nodige gegevens op duidelijke en overzichtelijke wijze zijn vermeld. 1999 250 27-12-1999 22-12-1999 1999/WV1999/2177M 1999 250 27-12-1999 22-12-1999 1999/WV1999/2177M 01-01-2000
Artikel 29e — Artikel 29e#
Artikel 29e 1 artikel 6k, vierde lid, van de wet artikel 5a, eerste lid, onderdeel a artikel 6h, van de wet Indien de leverancier of dienstverrichter, bedoeld in, de inspecteur meldt dat hij, respectievelijkwil toepassen, vinden laatstgenoemde bepalingen toepassing vanaf de eerste dag van het daaropvolgende belastingtijdvak. 2 artikel 5a, eerste lid, onderdeel a artikel 6h, van de wet Wanneer de eerste handeling waarop de leverancier of dienstverrichter, respectievelijk, wil toepassen, plaatsvindt vóór de datum, bedoeld in het eerste lid, dan is artikel 5a, eerste lid, onderdeel a, respectievelijk artikel 6h, van de wet vanaf die handeling van toepassing, mits de leverancier of dienstverrichter de inspecteur uiterlijk op de tiende dag van de maand volgende op die eerste handeling hiervan op de hoogte brengt. 2021 32898 28-06-2021 21-06-2021 2021-0000108615 2021 32898 28-06-2021 21-06-2021 2021-0000108615 01-07-2021
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Vervallen 1968 169 30-08-1968 1968 169 30-08-1968 01-01-1969
Artikel 30a — Artikel 30a#
Artikel 30a artikel 31, tweede lid, van de wet artikel 7 van de wet Een ondernemer die buiten de Unie woont of is gevestigd en geen vaste inrichting in Nederland heeft, dient indien de inspecteur zulks vraagt, bij een verzoek om teruggaaf als bedoeld inaan te tonen dat hij ondernemer is in de zin van. 2013 15953 25-06-2013 10-06-2013 DB2013-301M 2013 15953 25-06-2013 10-06-2013 DB2013-301M 01-07-2013
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 De ondernemer is gehouden regelmatig aantekening te houden van: a. de aan hem en door hem uitgereikte facturen alsmede, indien het een wederverkoper betreft, de door hem uitgereikte inkoopverklaringen; b. de uitgaven en ontvangsten ter zake van de aan hem en door hem verrichte leveringen van goederen en verleende diensten en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen; c. het betrekken van voor hem bestemde ingevoerde goederen; d. het verzenden of afleveren van door hem voor uitvoer uit de Unie of opslag in een entrepot bestemde goederen. 2 De in het eerste lid bedoelde aantekeningen van facturen - welke doorlopend dienen te worden genummerd - omvatten: a. dagtekening en nummer; b. tabel II naam, adres en, in voorkomend geval, btw-identificatienummer van de ondernemer door wie of aan wie de levering of de dienst wordt verricht, alsmede van degene aan wie wordt geleverd met toepassing van de bij de wet behorende, onderdeel a, post 6; c. een duidelijke omschrijving van de geleverde goederen of van de dienst; d. de vergoeding; e. het bedrag van de belasting. 3 De rechtspersoon, andere dan ondernemer, is gehouden ter zake van zijn intracommunautaire verwervingen regelmatig aantekening te houden van: a. de aan hem uitgereikte facturen; b. de uitgaven ter zake van die verwervingen. 4 De in het derde lid bedoelde aantekeningen van facturen - welke doorlopend dienen te worden genummerd - omvatten: a. dagtekening en nummer; b. naam, adres en btw-identificatienummer van degene door wie de levering wordt verricht; c. een duidelijke omschrijving van de geleverde goederen; d. de vergoeding onderscheiden naar: 1°. nieuwe vervoermiddelen; 2°. accijnsgoederen; 3°. overige goederen; e. het bedrag van de belasting. 5 De aantekeningen worden op zodanige duidelijke en overzichtelijke wijze en met vermelding van zodanige bijzonderheden gehouden, dat aan de hand daarvan de door de ondernemer of door de rechtspersoon, andere dan ondernemer, over een bepaald belastingtijdvak verschuldigde belasting kan worden vastgesteld. De wederverkoper is tevens gehouden om met betrekking tot goederen die administratief van inkoop tot verkoop zijn te volgen, zijn boekhouding op zodanige wijze te voeren dat aan de hand daarvan het verband tussen inkoop en verkoop kan worden vastgesteld. 6 artikel 52, vierde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 34a van de wet De ondernemer en de rechtspersoon, andere dan ondernemer, zijn verplicht de aantekeningen te bewaren gedurende de termijn, bedoeld inen in. 7 De inspecteur kan afwijkingen toestaan van de verplichtingen welke zijn opgelegd in de vorige leden. 8 artikel 34, tweede lid, onderdelen a en b, van de wet De ondernemer is gehouden zijn boekhouding op zodanige duidelijke en overzichtelijke wijze te voeren en met vermelding van zodanige bijzonderheden, dat de inspecteur aan de hand daarvan kan vaststellen of de belastingheffing met betrekking tot de in, bedoelde goederen, op de juiste wijze plaatsvindt. 2013 15953 25-06-2013 10-06-2013 DB2013-301M 2013 15953 25-06-2013 10-06-2013 DB2013-301M 01-07-2013
Artikel 31a — Artikel 31a#
Artikel 31a artikel 24c van het besluit De ondernemer aan wie een vergunning voor een fiscaal vertegenwoordiger als bedoeld inis verleend, is gehouden: a. afzonderlijk aantekening te houden van de gegevens als bedoeld in artikel 31 die betrekking hebben op de buitenlandse ondernemer; b. de aantekeningen als bedoeld in onderdeel a zodanig te houden dat de herkomst en de bestemming van de goederen op eenvoudige wijze kunnen worden gevolgd en de verschuldigde belasting op eenvoudige wijze kan worden vastgesteld. 1968 169 30-08-1968 1968 169 30-08-1968 01-01-1969
Artikel 31b — Artikel 31b#
Artikel 31b artikel 29, tiende lid, van de wet Het verzoek om teruggaaf, bedoeld in, wordt door de ondernemer per aangiftetijdvak ingediend op de door de inspecteur aan te geven wijze. 2016 71813 29-12-2016 29-12-2016 2016-0000225960 2016 71813 29-12-2016 29-12-2016 2016-0000225960 01-01-2017
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 artikel 34e van de wet Als ondernemers als bedoeld in, worden aangewezen groothandelaren in levensmiddelen, tabaksproducten, dranken, tandheelkundige grondstoffen, tandtechnische werken en onderdelen van tandtechnische werken. 2 artikel 34c, tweede lid, van de wet artikel 11, eerste lid, onderdeel r, van de wet De in, bedoelde ontheffing van de verplichting om een factuur uit te reiken indien vrijgestelde prestaties worden verricht, geldt niet ter zake van de levering van een roerende zaak als bedoeld in. 2013 15953 25-06-2013 10-06-2013 DB2013-301M 2013 15953 25-06-2013 10-06-2013 DB2013-301M 01-07-2013
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 artikel 35a van de wet In afwijking in zoverre van de verplichtingen opgelegd bijgeldt als een op de voorgeschreven wijze opgemaakte factuur: artikel 35a, tweede lid, van de wet mits daarop de vermeldingen, bedoeld instaan. a. artikel 1 van de Wet personenvervoer 2000 het vervoersbewijs voorzover de ondernemer personen vervoert in de vorm van openbaar vervoer of taxivervoer als bedoeld in; b. de gebruikelijke afrekening voorzover de ondernemer spijzen en dranken verstrekt voor gebruik ter plaatse binnen het kader van het hotel-, café-, restaurant-, pension- en aanverwant bedrijf aan personen die daar slechts voor een korte periode verblijf houden; c. de factuur die bij inruiltransacties wordt uitgereikt en die de gehele inruiltransactie dekt, mits die factuur alle vermeldingen bevat die anders op de afzonderlijk uit te reiken facturen zouden moeten worden vermeld; d. de wekelijks of maandelijks uitgereikte verzamelfactuur met betrekking tot leveringen of diensten waarbij bonnen en dergelijke worden uitgereikt die op zich niet voldoen aan de factuurvereisten, mits deze verwijst naar de bonnen en dergelijke, en samen daarmee voldoet aan de factuurvereisten; e. het gedeelte van de overschrijvingskaart dat de afnemer behoudt of de aan de afnemer gezonden bank- of giro-afrekening, bij het gebruik van acceptgirokaarten onderscheidenlijk automatische overschrijving; 2 artikel 35a van de wet In afwijking in zoverre van de verplichtingen opgelegd bij: a. kan bij de levering van energie voor landvoertuigen de vermelding van de naam en het adres van de afnemer achterwege blijven, mits die afnemer kan worden geïdentificeerd doordat zijn gegevens door de wijze van betalen, giraal of anderszins, traceerbaar zijn; b. kan bij de levering van goederen door groothandelaren, in plaats van de vermelding van de aard van de geleverde goederen, een door de inspecteur goedgekeurde codevermelding worden gebruikt. 3 Geen afwijkingen zijn toegestaan voor: a. artikel 5a, eerste lid, onderdeel a, van de wet hoofdstuk V, afdeling 7, paragraaf 3, van de wet leveringen als bedoeld in, waarvoor de ondernemer geen gebruik maakt van de Unieregeling, bedoeld in; b. tabel II, onderdeel a, post 6 leveringen met toepassing van de bij de wet behorende. 2021 32898 28-06-2021 21-06-2021 2021-0000108615 2021 32898 28-06-2021 21-06-2021 2021-0000108615 01-07-2021
Artikel 33a — Artikel 33a#
Artikel 33a 1 artikel 32f van de wet De aanvrager van het teruggaafverzoek als bedoeld inneemt in het verzoek alle informatie op die is voorgeschreven in de artikelen 8 en 9, lid 1, van Richtlijn 2008/9/EG. 2 artikel 32h van de wet De aanvrager van het verzoek bedoeld in het eerste lid omschrijft in het verzoek mede zijn beroepsactiviteit op de wijze als genoemd in. 3 De aanvrager overlegt tezamen met het teruggaafverzoek langs elektronische weg een afschrift van de factuur of het invoerdocument, indien de maatstaf van heffing op de factuur of het invoerdocument € 1.000 of meer beloopt. Indien de factuur betrekking heeft op brandstof, is dit drempelbedrag € 250. 4 De aanvrager kan zowel voor het verstrekken van de gegevens in het in het eerste lid bedoelde verzoek als voor alle mogelijke andere op dit teruggaafverzoek betrekking hebbende te verstrekken aanvullende of verder aanvullende gegevens, gebruik maken van de Nederlandse, Engelse of Duitse taal. Het afschrift van de factuur of het invoerdocument, genoemd in het derde lid, wordt verstrekt in een van de talen, genoemd in artikel 1 van de Verordening No. 1 tot regeling van het taalgebruik in de Europese Economische Gemeenschap. 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 01-04-2026
Artikel 33b — Artikel 33b#
Artikel 33b artikel 37a, derde lid, van de wet Het bedrag, bedoeld in, is € 50.000. 2015 36273 20-10-2015 15-10-2015 IZV2015-860 2015 36273 20-10-2015 15-10-2015 IZV2015-860 01-01-2016
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Als hulpmiddelen die speciaal zijn ontworpen dan wel bestemd voor het exclusieve en persoonlijke gebruik door blinden en slechtzienden als bedoeld in de bij de wet behorende tabel I, onderdeel a, post 31, worden aangewezen: a. sprekende koortsthermometers, bloedsuikermeters en bloeddrukmeters die worden aangewend voor zelfdiagnose; b. programmatuur, alsmede de hiermee samenhangende apparatuur, die door middel van zogeheten spraakoutput er specifiek op is gericht visueel gehandicapten in staat te stellen om met computers te werken; c. programmatuur die grafische besturingssystemen omzet in voor zogeheten spraakoutput en brailleschrift begrijpelijke informatie; d. programmatuur die erop is gericht om conventionele geschriften met behulp van een scanner om te zetten in een door een computer te gebruiken tekst waardoor deze geschriften toegankelijk worden voor visueel gehandicapten; e. programmatuur die erop is gericht de weergave op het beeldscherm van een computer te vergroten en/of te laten contrasteren; f. de volgende bijzondere gezichtshulpmiddelen voor slechtzienden, mits die gewoonlijk door een arts of een optometrist worden voorgeschreven en individueel worden aangemeten: op of in een bril gemonteerde kijkerloepsystemen; telescoop- en prismaloepbrillen, de daarbij behorende opsteeklenzen daaronder begrepen; in een brilmontuur of brilglazen aan te brengen vergroot- en loepglazen; filterlenzen en -toepassingen en filterglazen bestemd voor een selectieve absorptie van meer dan 400 nm. van het licht met korte golflengte; alsmede tafelloepsystemen, al dan niet voorzien van verlichting, voor vergrotingen tot 2x en bijbehorende toebehoren, en monoculaire handtelescopen. 2017 72735 28-12-2017 28-12-2017 2017-0000235515 2017 72735 28-12-2017 28-12-2017 2017-0000235515 01-01-2018
Artikel 34a — Artikel 34a#
Artikel 34a Vervallen 2017 72735 28-12-2017 28-12-2017 2017-0000235515 2017 72735 28-12-2017 28-12-2017 2017-0000235515 01-01-2018
Artikel 34b — Artikel 34b#
Artikel 34b Vervallen 2017 72735 28-12-2017 28-12-2017 2017-0000235515 2017 72735 28-12-2017 28-12-2017 2017-0000235515 01-01-2018
Artikel 34c — Artikel 34c#
Artikel 34c Vervallen 2017 72735 28-12-2017 28-12-2017 2017-0000235515 2017 72735 28-12-2017 28-12-2017 2017-0000235515 01-01-2018
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 wet behorende tabel I, onderdeel a, post 35 Als hulpmiddel dat speciaal is ontworpen dan wel bestemd voor het exclusieve en persoonlijke gebruik door doven en slechthorenden als bedoeld in de bij de, worden aangewezen: a. wek- en waarschuwingsapparatuur die er specifiek op is gericht om ten behoeve van auditief gehandicapten geluidssignalen om te zetten in zichtbare of voelbare signalen; b. teksttelefoons die er specifiek op zijn gericht om ten behoeve van auditief gehandicapten spraak om te zetten tekst. 2006 250 22-12-2006 20-12-2006 DV2006/00790M 2006 250 22-12-2006 20-12-2006 DV2006/00790M 01-01-2007
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Vervallen 1968 169 30-08-1968 1968 169 30-08-1968 01-01-1969
Artikel 36a — Artikel 36a#
Artikel 36a 1 artikel 12, tweede lid, onderdeel b.1° en b.2°, van het besluit Als schriftelijke verklaring als bedoeld in, wordt aangewezen: een factuur, een kopiefactuur, of een daarmee gelijk te stellen bescheid dat is voorzien van de in die bepaling bedoelde verklaring van de afnemer van de goederen, die vergezeld gaat van een verklaring van de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats dat deze de goederen voor de ondernemer in zijn accijnsgoederenplaats in opslag neemt. 2 artikel 12, tweede lid, onderdeel c, van het besluit Als schriftelijke verklaring als bedoeld in, wordt aangewezen: een factuur, een kopiefactuur, of een daarmee gelijk te stellen bescheid dat is voorzien van de in die bepaling bedoelde verklaring van de afnemer van de goederen. 3 In de factuur die de ondernemer afgeeft ter zake van leveringen als bedoeld in het eerste en tweede lid vermeldt hij ,,levering met toepassing van tabel II, post a.7’’, onderscheidenlijk ,,levering met toepassing van tabel II, post a.8’’. Wanneer een levering is geschied met toepassing van de bij de wet behorende tabel II, onderdeel a, post 7, onder b, moet op de afgegeven factuur tevens het accijnsnummer van de afzender van het geleidedocument, alsmede het volgnummer van het geleidedocument worden vermeld. 1995 107 07-06-1995 01-06-1995 J957109 1995 107 07-06-1995 01-06-1995 J957109 09-06-1995
Artikel 36b — Artikel 36b#
Artikel 36b Tot de goederen of soorten van goederen bedoeld in de bij de wet behorende tabel II, onderdeel a, post 8, onder a, onderscheidenlijk onder b behoren de goederen opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage I onderscheidenlijk bijlage K, voor zover deze produkten niet geschikt zijn zonder nadere be- of verwerking in de particuliere verbruikssfeer te worden gebracht. 1999 159 20-08-1999 13-08-1999 1999 159 20-08-1999 13-08-1999 22-08-1999 1999 159 20-08-1999 13-08-1999 1999 159 20-08-1999 13-08-1999 22-08-1999
Artikel 36c — Artikel 36c#
Artikel 36c 1 Ondernemers wier bedrijfsuitoefening gericht is op het leveren van goederen als bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage I, kunnen met betrekking tot die goederen, voor zover in Nederland aanwezig, in aanmerking komen voor een vergunning voor een niet-plaatsgebonden entrepot als bedoeld in de bij de wet behorende tabel II, onderdeel a, post 8, onder a. 2 Degene die een vergunning voor een niet-plaatsgebonden entrepot wil verkrijgen, dient daartoe een verzoek in bij de inspecteur. 3 In het verzoek dient te worden vermeld: a. de naam, het adres, het btw-identificatienummer en de aard van het bedrijf van de ondernemer die het verzoek doet; b. de goederen waarop het verzoek betrekking heeft. 4 In de vergunning neemt de inspecteur nadere regels op met betrekking tot de door de ondernemer te voeren administratie ten behoeve van de controle op de juiste toepassing van de bij de wet behorende tabel II, onderdeel a, post 8, onder a. In de vergunning vermeldt de inspecteur voorts de datum met ingang waarvan de vergunning geldt. 5 De vergunning kan worden gewijzigd of ingetrokken: a. op verzoek van de vergunninghouder; b. in geval de voorwaarden voor de vergunning niet worden nageleefd. 6 Het verlenen, het wijzigen en het intrekken van een vergunning alsmede het afwijzen van een verzoek om een vergunning te verlenen geschieden bij voor bezwaar vatbare beschikking. 1997 246 22-12-1997 17-12-1997 WJB97/1638M 1997 246 22-12-1997 17-12-1997 WJB97/1638M 01-01-1998
Artikel 36ca — Artikel 36ca#
Artikel 36ca 1 Wet op de accijns Een accijnsgoederenplaats voor minerale oliën als bedoeld in dekan worden aangewezen voor toepassing van de bijzondere bepaling van de bij de wet behorende tabel II, onderdeel a, post 7. 2 Voor het verkrijgen van de in het eerste lid bedoelde aanwijzing dient de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats een verzoek in bij de inspecteur. In het verzoek dient hij zijn naam, adres en btw-identificatienummer te vermelden. Voorts dient hij de inspecteur een afschrift te verstrekken van zijn vergunning voor die accijnsgoederenplaats. 3 Wet op de accijns In de aanwijzing neemt de inspecteur nadere voorwaarden op met betrekking tot de door de vergunninghouder te voeren administratie ten behoeve van de controle op de juiste toepassing van de bijzondere bepaling van de bij de wet behorende tabel II, onderdeel a, post 7. Deze voorwaarden bepalen in ieder geval dat de administratie zodanig wordt gevoerd dat bij de uitslag van minerale oliën uit de accijnsgoederenplaats in de zin van dede identiteit wordt vastgelegd van de ondernemer van wie de belasting wordt geheven ter zake van de aan hem verrichte, aan de uitslag voorafgaande levering alsmede dat de hoeveelheid en de soort van de desbetreffende minerale oliën wordt omschreven. Daarbij moet, wanneer bedoelde ondernemer een buitenlandse ondernemer is, de naam en het btw-identificatienummer worden vastgelegd van de fiscaal vertegenwoordiger die voor die ondernemer optreedt met betrekking tot die levering. In de aanwijzing vermeldt de inspecteur voorts de datum met ingang waarvan de aanwijzing geldt. 4 De aanwijzing kan worden gewijzigd of ingetrokken: a. op verzoek van de vergunninghouder; b. in geval de voorwaarden voor de aanwijzing niet worden nageleefd. 5 artikel 42a van de Wet op de accijns Het verlenen, het wijzigen en het intrekken van een aanwijzing alsmede het afwijzen van een verzoek om een aanwijzing te verlenen, geschieden bij voor bezwaar vatbare beschikking. Een aanwijzing kan niet worden verleend aan degene die een vergunning voor een accijnsgoederenplaats voor minerale oliën heeft verkregen als bedoeld in. 1997 246 22-12-1997 17-12-1997 WJB97/1638M 1997 246 22-12-1997 19-12-1997 WDB97-589M 01-01-1998
Artikel 36cb — Artikel 36cb#
Artikel 36cb 1 Ondernemers wier bedrijfsuitoefening erop gericht is om ten behoeve van een andere ondernemer te beschikken over een opslagplaats voor goederen als bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage K, kunnen met betrekking tot die opslagplaats voor die goederen in aanmerking komen voor een vergunning voor een plaatsgebonden entrepot als bedoeld in de bij de wet behorende tabel II, onderdeel a, post 8, onder b. 2 Degene die een vergunning voor een plaatsgebonden entrepot wil verkrijgen, dient daartoe een verzoek in bij de inspecteur. 3 In het verzoek dient te worden vermeld: a. de naam, het adres, het btw-identificatienummer en de aard van het bedrijf van de ondernemer die het verzoek doet; b. de goederen waarop het verzoek betrekking heeft; c. (vervallen); d. de locatie en de inrichting van de als plaatsgebonden entrepot aan te merken plaats of plaatsen. 4 In de vergunning neemt de inspecteur ten behoeve van de controle op de juiste toepassing van de bij de wet behorende tabel II, onderdeel a, post 8, onder b, nadere voorwaarden op met betrekking tot de tot het plaatsgebonden entrepot te rekenen plaatsen en de door de ondernemer te voeren administratie. Deze voorwaarden bepalen in ieder geval dat de administratie zodanig wordt gevoerd dat bij de beëindiging van de opslag van de goederen in het entrepot de identiteit wordt vastgelegd van de ondernemer van wie de belasting wordt geheven ter zake van de aan hem verrichte, aan de beëindiging van de opslag voorafgaande levering alsmede dat de hoeveelheid en de soort van de desbetreffende goederen wordt omschreven. Daarbij moet, wanneer bedoelde ondernemer een buitenlandse ondernemer is, de naam en het btw-identificatienummer worden vastgelegd van de fiscaal vertegenwoordiger die voor die ondernemer optreedt met betrekking tot die levering. In de vergunning vermeldt de inspecteur voorts de datum met ingang waarvan deze geldt. 5 De vergunning kan worden gewijzigd of ingetrokken: a. op verzoek van de vergunninghouder; b. in geval de voorwaarden voor de vergunning niet worden nageleefd. 6 Het verlenen, het wijzigen en het intrekken van een vergunning alsmede het afwijzen van een verzoek om een vergunning te verlenen, geschieden bij voor bezwaar vatbare beschikking. Een verzoek om een vergunning kan worden geweigerd aan de ondernemer die in de vijf aan het verzoek voorafgaande jaren onherroepelijk is veroordeeld wegens het niet nakomen van een wettelijke bepaling inzake de omzetbelasting. 7 Onder beëindiging van de opslag van goederen in een plaatsgebonden entrepot wordt verstaan: a. het brengen van goederen buiten een plaatsgebonden entrepot dat voor dat soort goederen als zodanig is aangewezen door of in opdracht van de ondernemer die de macht heeft als eigenaar over die goederen te beschikken; b. het verrichten van een zodanige be- of verwerking met betrekking tot in een plaatsgebonden entrepot opgeslagen goederen door of in opdracht van de ondernemer die de macht heeft als eigenaar over die goederen te beschikken, dat die goederen daarna geen goederen meer zijn die zijn genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage K, dan wel dat die goederen weliswaar goederen zijn die zijn genoemd in die bijlage, maar geschikt zijn om zonder nadere be- of verwerking in de particuliere verbruikssfeer te worden gebracht. 1999 159 20-08-1999 13-08-1999 1999 159 20-08-1999 13-08-1999 22-08-1999 1999 159 20-08-1999 13-08-1999 1999 159 20-08-1999 13-08-1999 22-08-1999
Artikel 36d — Artikel 36d#
Artikel 36d 1 Artikel 1, aanhef en onderdeel b, van de wet is niet van toepassing wanneer het verworven goed een gebruikt vervoermiddel is in de zin van artikel 327, lid 3, van de BTW-richtlijn 2006 waarvan de levering aan de in artikel 4, onder b, van die richtlijn vermelde voorwaarden voldoet. 2 Artikel 5a van de wet is niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde leveringen. 3 De in het eerste lid bedoelde leveringen worden voor de toepassing van artikel 28b, tweede lid, van de wet gelijkgesteld met de in dat tweede lid bedoelde leveringen aan de wederverkoper. 2007 251 28-12-2007 20-12-2007 DB2007/655M 2007 251 28-12-2007 20-12-2007 DB2007/655M 01-01-2008