Bijzonder Jeugdwerk in Internaatsverband
- BWB-id
- BWBR0002674
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 1972-05-17 t/m 2004-08-27
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002674
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1969/bijzonder-jeugdwerk-in-internaatsverband
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1969/bijzonder-jeugdwerk-in-internaatsverband/1972-05-17
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002674&g=1972-05-17
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002674&z=2026-06-06&g=1972-05-17
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002674/1972-05-17
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1969/bijzonder-jeugdwerk-in-internaatsverband
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Ingesteld wordt een Commissie Bijzonder Jeugdwerk in Internaatsverband, hierna te noemen: de commissie. 1969 208 27-10-1969 20-10-1969 1969 208 27-10-1969 20-10-1969 16-11-1969
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De commissie heeft tot taak: a. zich op de hoogte te houden van al hetgeen van belang is met betrekking tot de ontwikkeling van het bijzonder jeugdwerk; b. het bevorderen van het overleg tussen de rijksoverheid en het particulier initiatief, betrokken bij het bijzonder jeugdwerk; c. de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, hierna te noemen: de minister, op diens verzoek of eigener beweging schriftelijk voorstellen te doen omtrent te nemen maatregelen met betrekking tot het bijzonder jeugdwerk in internaatsverband. 1969 208 27-10-1969 20-10-1969 1969 208 27-10-1969 20-10-1969 16-11-1969
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De commissie bestaat uit ten minste 5 en ten hoogste 9 leden. 2 Voor benoeming in de commissie komen in aanmerking personen, die wegens hun deskundigheid en belangstelling een bijdrage kunnen leveren aan de doordenking van het te voeren beleid van het Bijzonder Jeugdwerk in Internaatsverband. 1972 93 16-05-1972 05-05-1972 B.J.-U 51372 1972 93 16-05-1972 05-05-1972 B.J.-U 51372 17-05-1972
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3, sub 2 De leden van de commissie, bedoeld in, worden benoemd door de minister, voor een tijdvak van drie jaar. 2 Zij kunnen slechts eenmaal voor een periode van drie jaar worden herbenoemd. 3 Ter vervulling van vacatures doet de commissie een voordracht van ten minste twee personen aan de minister. 1969 208 27-10-1969 20-10-1969 1969 208 27-10-1969 20-10-1969 16-11-1969
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 3, sub 2 Jaarlijks treedt een/derde van het aantal commissieleden, bedoeld in, af volgens een door de commissie vast te stellen rooster. 1969 208 27-10-1969 20-10-1969 1969 208 27-10-1969 20-10-1969 16-11-1969
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De commissie kiest uit haar midden een voorzitter en een secretaris. 1969 208 27-10-1969 20-10-1969 1969 208 27-10-1969 20-10-1969 16-11-1969
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Rechtsgeldige besluiten kunnen door de commissie slechts worden genomen bij aanwezigheid van ten minste twee/derden der commissieleden en met gewone meerderheid van stemmen. 2 Bij rapportage door de commissie over door haar besproken onderwerpen dient een eventueel minderheidsstandpunt te worden vermeld. 1969 208 27-10-1969 20-10-1969 1969 208 27-10-1969 20-10-1969 16-11-1969
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De vergaderingen der commissie zullen als regel worden bijgewoond door een door de minister aan te wijzen ambtenaar van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk. Deze neemt deel aan het overleg en heeft ter vergadering een raadgevende stem. 2 De in het eerste lid genoemde ambtenaar kan zich laten vergezellen door functionarissen van de Hoofdafdeling Bijzonder Jeugdwerk in Internaatsverband. 1969 208 27-10-1969 20-10-1969 1969 208 27-10-1969 20-10-1969 16-11-1969
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De commissie komt ten minste driemaal per jaar bijeen. 2 De commissie kan werkgroepen instellen. 1969 208 27-10-1969 20-10-1969 1969 208 27-10-1969 20-10-1969 16-11-1969
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De minister zal de commissie alle informatie verschaffen over zaken betreffende het beleid en de uitvoering van het bijzonder jeugdwerk in internaatsverband, welke nodig is voor het overleg. 1969 208 27-10-1969 20-10-1969 1969 208 27-10-1969 20-10-1969 16-11-1969
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De commissie kan met inachtneming van de bepalingen van deze beschikking haar werkzaamheden en de werkwijze van de secretarie nader regelen. 1969 208 27-10-1969 20-10-1969 1969 208 27-10-1969 20-10-1969 16-11-1969
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 De kosten, voortvloeiende uit de door of namens dan wel in opdracht van de commissie verrichte werkzaamheden komen, na verkregen goedkeuring van de minister, ten laste van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk. 1969 208 27-10-1969 20-10-1969 1969 208 27-10-1969 20-10-1969 16-11-1969
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Aan de niet-ambtelijke leden van de commissie wordt een vacatiegeld toegekend, waarvan het bedrag nader zal worden vastgesteld. 1969 208 27-10-1969 20-10-1969 1969 208 27-10-1969 20-10-1969 16-11-1969
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Aan de leden van de commissie wordt uit 's rijks kas vergoeding voor reis- en verblijfkosten verleend volgens de regelen, welke voor de vergoeding van reis- en verblijfkosten wegens reizen voor 's rijks dienst gelden of zullen gelden voor categorie A. 1969 208 27-10-1969 20-10-1969 1969 208 27-10-1969 20-10-1969 16-11-1969
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Stb. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt met inachtneming van de terzake geldende bepalingen van het Besluit post- en archiefzaken rijksadministratie 1950 (K 425) op overeenkomstige wijze als ten Departemente van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk. De bescheiden worden bij opheffing van de commissie opgenomen in het archief van het departement. 1969 208 27-10-1969 20-10-1969 1969 208 27-10-1969 20-10-1969 16-11-1969