Gemoedsbezwaren tegen verzekering
- BWB-id
- BWBR0002867
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2001-01-01 t/m 2005-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002867
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1973/gemoedsbezwaren-tegen-verzekering
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1973/gemoedsbezwaren-tegen-verzekering/2001-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002867&g=2001-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002867&z=2026-06-06&g=2001-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002867/2001-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1973/gemoedsbezwaren-tegen-verzekering
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Voor de toepassing van deze beschikking wordt verstaan onder: wet: Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling de; Pensioen- & Verzekeringskamer: artikel 2, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 Pensioen- & Verzekeringskamer, bedoeld in; beroepspensioenregeling: artikel 2, eerste lid, van de wet een beroepspensioenregeling, waarin ingevolgede deelneming is verplichtgesteld; rechtspersoon: artikel 2, derde lid, van de wet de rechtspersoon, als inbedoeld, die een beroepspensioenregeling uitvoert en/of toeziet op de nakoming daarvan; vrijstelling: artikel 2, eerste lid een vrijstelling, als invan deze beschikking bedoeld. 2000 242 13-12-2000 11-12-2000 SV/VP/00/81973 2000 242 13-12-2000 11-12-2000 SV/VP/00/81973 01-01-2001
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Ieder, ten aanzien van wie het bevoegde orgaan van de rechtspersoon de overtuiging heeft verkregen, dat hij gemoedsbezwaren heeft tegen iedere vorm van verzekering en dat hij noch zichzelf, noch iemand anders, noch zijn eigendommen heeft verzekerd, wordt op zijn aanvraag door dat orgaan vrijgesteld van de verplichting tot naleving van het bij of krachtens de statuten en reglementen van die rechtspersoon te zijnen aanzien bepaalde. 2 Aan een vrijstelling kunnen voorwaarden worden verbonden, welke noodzakelijk zijn in verband met de administratie van de rechtspersoon. 1973 17 24-01-1973 16-01-1973 45.338 1973 17 24-01-1973 16-01-1973 45.338 13-02-1973
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Ieder, die vrijstelling heeft, is verplicht dezelfde bijdragen, welke hij verschuldigd zou zijn, indien hij geen vrijstelling had, aan de rechtspersoon te betalen in de vorm van spaarbijdragen. 1973 17 24-01-1973 16-01-1973 45.338 1973 17 24-01-1973 16-01-1973 45.338 13-02-1973
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3 De ingevolgebetaalde spaarbijdragen worden door of namens de rechtspersoon geboekt op een spaarrekening ten name van de betrokkene. 2 In de statuten of reglementen van de rechtspersoon wordt aangegeven, in welke gevallen en tot welke bedragen degene, die een spaarrekening heeft, gerechtigd is gelden daarvan op te nemen. 1973 17 24-01-1973 16-01-1973 45.338 1973 17 24-01-1973 16-01-1973 45.338 13-02-1973
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Het bevoegde orgaan van de rechtspersoon is verplicht een vrijstelling in te trekken, indien: a. de betrokkene dit verzoekt; b. de omstandigheid, op grond waarvan de vrijstelling is verleend, niet meer aanwezig is. 2 Het bevoegde orgaan van de rechtspersoon is bevoegd een vrijstelling in te trekken, indien de betrokkene de daarbij gestelde voorwaarden niet of niet behoorlijk naleeft. 3 In de statuten of reglementen van de rechtspersoon worden de gevolgen geregeld van de intrekking van een vrijstelling. 1973 17 24-01-1973 16-01-1973 45.338 1973 17 24-01-1973 16-01-1973 45.338 13-02-1973
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Ter zake van alle beslissingen betreffende het weigeren van een vrijstelling, het verbinden van voorwaarden aan een vrijstelling of het intrekken van een vrijstelling kunnen door de betrokkene bezwaren worden ingebracht bij de Pensioen- & Verzekeringskamer binnen 30 dagen nadat betrokkene de beslissing van het bevoegde orgaan van de rechtspersoon heeft ontvangen. 2 De Pensioen- & Verzekeringskamer brengt binnen 30 dagen de opmerkingen, waartoe de ingebrachte bezwaren haar aanleiding geven, ter kennis van het bevoegde orgaan en van de betrokkene. 3 artikel 26 van de wet Voor het geval de ingebrachte bezwaren gegrond zijn bevonden en door het bevoegde orgaan niet binnen 30 dagen aan de te dezer zake door de Pensioen- & Verzekeringskamer gemaakte opmerkingen is tegemoet gekomen, wijst deze de betrokkene, zo haar zulks gewenst voorkomt, op het bepaalde in. 2000 242 13-12-2000 11-12-2000 SV/VP/00/81973 2000 242 13-12-2000 11-12-2000 SV/VP/00/81973 01-01-2001