Instelling begeleidingscommissie voor functie F2
- BWB-id
- BWBR0002963
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 1975-05-02 t/m 2004-08-27
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002963
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1975/instelling-begeleidingscommissie-voor-functie-f2
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1975/instelling-begeleidingscommissie-voor-functie-f2/1975-05-02
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002963&g=1975-05-02
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002963&z=2026-06-06&g=1975-05-02
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002963/1975-05-02
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1975/instelling-begeleidingscommissie-voor-functie-f2
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Ingesteld wordt een begeleidingscommissie voor de functie F2, hierna te noemen: de commissie. 1975 83 01-05-1975 23-04-1975 18098 1975 83 01-05-1975 23-04-1975 18098 02-05-1975 01-10-1974
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De commissie heeft tot taak: a. Het volgen van de ontwikkelingen van de F2-functie in samenwerking met het Nederlands Instituut voor Maatschappelijke Opbouw. b. Het vaststellen van de procedure met betrekking tot onderzoek, rapportage (vaststelling rapportageformulieren) en evaluatie (opstellen evaluatiecriteria) van de F2-functie in overleg met het N.I.M.O. 1975 83 01-05-1975 23-04-1975 18098 1975 83 01-05-1975 23-04-1975 18098 02-05-1975 01-10-1974
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De commissie bestaat uit 13 leden, te weten een voorzitter en de volgende overige leden: a. een lid op voordracht van de Nationale Raad voor Maatschappelijk Welzijn; b. een lid op voordracht van de Vereniging van Nederlandse gemeenten; c. twee leden op voordracht van het Interprovinciaal Overleg; d. vijf leden op voordracht van de landelijke samenwerkingsorganen; e. een lid aangewezen door de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk; f. twee leden-deskundigen. 2 De voorzitter en de overige leden worden door de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk benoemd. De commissie kan uit haar midden een ondervoorzitter benoemen. 1975 83 01-05-1975 23-04-1975 18098 1975 83 01-05-1975 23-04-1975 18098 02-05-1975 01-10-1974
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk voegt aan de commissie toe: a. een secretaris; b. twee adviseurs. 1975 83 01-05-1975 23-04-1975 18098 1975 83 01-05-1975 23-04-1975 18098 02-05-1975 01-10-1974
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De voorstellen, nota's en rapporten van de commissie worden vastgesteld bij meerderheid van stemmen en schriftelijk aan de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk aangeboden. Ieder lid is bevoegd een afwijkende mening daarin te doen opnemen. 1975 83 01-05-1975 23-04-1975 18098 1975 83 01-05-1975 23-04-1975 18098 02-05-1975 01-10-1974
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Aan de voorzitter en de niet-ambtelijke leden wordt uit 's Rijks kas vergoeding voor reis- en verblijfkosten verleend volgens de regelen, welke voor de vergoeding van reis- en verblijfkosten wegens reizen voor 's Rijksdienst gelden voor categorie A. 1975 83 01-05-1975 23-04-1975 18098 1975 83 01-05-1975 23-04-1975 18098 02-05-1975 01-10-1974
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt met inachtneming van de ter zake geldende bepalingen van het Besluit post- en archiefzaken rijksadministratie 1950 (Stb. K-425), op overeenkomstige wijze als ten departemente van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk. De bescheiden worden bij opheffing van de commissie in het archief van het departement van Cultuur. Recreatie en Maatschappelijk Werk opgenomen. 1975 83 01-05-1975 23-04-1975 18098 1975 83 01-05-1975 23-04-1975 18098 02-05-1975 01-10-1974