Beschikking bemonsteringsmethode meststoffen
- BWB-id
- BWBR0003156
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 1998-02-04 t/m 2007-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003156
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1978/beschikking-bemonsteringsmethode-meststoffen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1978/beschikking-bemonsteringsmethode-meststoffen/1998-02-04
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003156&g=1998-02-04
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003156&z=2026-06-06&g=1998-02-04
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003156/1998-02-04
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1978/beschikking-bemonsteringsmethode-meststoffen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Voor de toepassing van deze beschikking wordt verstaan onder; partij: de hoeveelheid van een zelfde produkt welke een eenheid vormt en waarvan wordt aangenomen dat ze uniforme eigenschappen of hoedanigheden bezit; ondermonster: een op een bepaald punt uit een partij genomen hoeveelheid; verzamelmonster: de ondermonsters uit een zelfde partij te zamen; deelmonster: een representatief gedeelte van het verzamelmonster, dat wordt verkregen door het verkleinen van het verzamelmonster; eindmonster: artikel 10, tweede lid een representatief gedeelte van het deelmonster dan wel in de gevallen genoemd invan het verzamelmonster; EG-meststof: een meststof waarvoor bij de type-aanduiding de vermelding EG-meststof wordt gebruikt. 1998 21 02-02-1998 30-01-1998 J98373 1998 21 02-02-1998 30-01-1998 J98373 04-02-1998
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De bemonsteringsapparatuur moet zijn vervaardigd uit materiaal dat de eigenschappen of hoedanigheden van de te bemonsteren meststoffen niet beïnvloedt. Zij moet bovendien droog en schoon zijn. 1978 35 17-02-1978 14-02-1978 J425 1978 35 17-02-1978 14-02-1978 J425 18-02-1978
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De ondermonsters worden op verschillende plaatsen, voetstoots, onmiddellijk op elkaar volgend en zonder voorkeur uit de partij genomen. Het gewicht van de aldus genomen ondermonsters dient onderling nagenoeg gelijk te zijn. 2 Vloeibare meststoffen dienen vóór de monstername een zodanige behandeling te ondergaan dat een eventuele neerslag wordt opgelost of in suspensie geraakt. 3 Bij het bemonsteren van vloeibare meststoffen die van een recipiënt naar een andere recipiënt zijn overgepompt, dient de monstergrootte in verhouding te staan tot de hoeveelheid overgepompte meststof en slaat het monster slechts op de overgebrachte hoeveelheid en niet op de hoeveelheid in het oorspronkelijke reservoir. 1979 124 29-06-1979 27-06-1979 J2108 1979 124 29-06-1979 27-06-1979 J2108 30-06-1979
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 3 artikel 6 Bij onverpakte meststoffen dient van een partij overeenkomstig de invoorgeschreven wijze ten minste het aantal ondermonsters te worden genomen als afhankelijk van de grootte van de partij is vermeld in. 1978 35 17-02-1978 14-02-1978 J425 1978 35 17-02-1978 14-02-1978 J425 18-02-1978
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 3 artikelen 7 8 Bij verpakte meststoffen dient overeenkomstig de invoorgeschreven wijze ten minste het aantal ondermonsters respectievelijk het aantal verpakkingen als ondermonster te worden genomen als is aangegeven in deen. 1978 35 17-02-1978 14-02-1978 J425 1978 35 17-02-1978 14-02-1978 J425 18-02-1978
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Indien het betreft onverpakte meststoffen bedraagt het aantal te nemen ondermonsters voor zowel EG-meststoffen als andere dan EG-meststoffen: ten minste 7 bij partijen van niet meer dan 2,5 ton; ten minste de vierkantswortel uit 20 maal het aantal tonnen waaruit de partij bestaat bij partijen van meer dan 2,5 ton doch niet meer dan 80 ton; ten minste 40 bij partijen van meer dan 80 ton. 1998 21 02-02-1998 30-01-1998 J98373 1998 21 02-02-1998 30-01-1998 J98373 04-02-1998
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Indien het betreft verpakte EG-meststoffen, waarvan de verpakking een inhoud heeft van meer dan 1 kg, bedraagt het aantal te nemen ondermonsters: ten minste één per verpakking bij partijen samengesteld uit minder dan 5 verpakkingen; ten minste 4 bij partijen van minimaal 5 doch maximaal 16 verpakkingen; ten minste de vierkantswortel uit het aantal verpakkingen waaruit de partij is samengesteld bij partijen van minimaal 17 en maximaal 400 verpakkingen; ten minste 20 bij partijen van meer dan 400 verpakkingen. 2 Indien het betreft verpakte EG-meststoffen waarvan de verpakking een inhoud heeft van niet meer dan 1 kg, dienen ongeacht het aantal verpakkingen waaruit de partij bestaat, ten minste 4 verpakkingen als ondermonster te worden genomen waarbij de inhoud van één originele verpakking als één ondermonster geldt. 1998 21 02-02-1998 30-01-1998 J98373 1998 21 02-02-1998 30-01-1998 J98373 04-02-1998
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Indien het betreft verpakte meststoffen, andere dan EG-meststoffen, waarvan de verpakking een inhoud heeft van meer dan 1 kg of meer dan 1 ltr., bedraagt het aantal te nemen ondermonsters: ten minste één per verpakking bij partijen van minder dan 5 verpakkingen; ten minste 4 bij partijen van minimaal 5 doch maximaal 16 verpakkingen; ten minste de vierkantswortel uit het aantal verpakkingen waaruit de partij is samengesteld bij partijen van minimaal 17 en maximaal 400 verpakkingen; ten minste 20 bij partijen van meer dan 400 verpakkingen. 2 Indien het betreft verpakte meststoffen, andere dan EG-meststoffen waarvan de verpakking een inhoud heeft van niet meer dan 1 kg of niet meer dan 1 ltr., dienen ongeacht het aantal verpakkingen waaruit de partij bestaat, ten minste 4 verpakkingen als ondermonster te worden genomen, dan wel, wanneer de inhoud van vier verpakkingen te zamen meer dan 500 g of meer dan 500 ml bedraagt, een voldoende aantal verpakkingen om ten minste 500 g of 500 ml te verkrijgen, evenwel een minimum aantal van 2 verpakkingen. 1998 21 02-02-1998 30-01-1998 J98373 1998 21 02-02-1998 30-01-1998 J98373 04-02-1998
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Van elke partij dient een verzamelmonster te worden samengesteld. De ondermonsters die bestemd zijn dit verzamelmonster te vormen moeten te zamen ten minste bedragen: a. 4 kg voor wat betreft onverpakte EG-meststoffen en 2 kg voor onverpakte meststoffen andere dan EG-meststoffen; b. 4 kg bij verpakkingen van EG-meststoffen met een inhoud van meer dan 1 kg doch het gewicht van de inhoud van 4 originele verpakkingen indien het verpakkingen betreft van niet meer dan 1 kg; c. 2 kg of 2 ltr. bij verpakkingen van andere dan EG-meststoffen met een inhoud van meer dan 1 kg of meer dan 1 ltr., doch de inhoud van vier originele verpakkingen indien het verpakkingen betreft van niet meer dan 1 kg of 1 ltr. dan wel indien de inhoud van 4 verpakkingen te zamen meer dan 500 g en meer dan 500 ml bedraagt, een voldoende aantal verpakkingen om ten minste 500 g of 500 ml te verkrijgen. 1998 21 02-02-1998 30-01-1998 J98373 1998 21 02-02-1998 30-01-1998 J98373 04-02-1998
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Elk verzamelmonster moet zor vuldig worden gemengd waarbij indien nodig, verkruimeling van grotere stukken, moet plaatsvinden. Het verzamelmonster dient zo mogelijk met behulp van hetzij een mechanische monsterverdeler hetzij door middel van de kruismethode te worden verkleind tot een deelmonster van ten minste 2 kg wanneer het EG-meststoffen betreft en een deelmonster van ten minste 1 kg of 1 ltr. wanneer het andere dan EG-meststoffen betreft. 2 Verkleining van het verzamelmonster tot een deelmonster als bedoeld in het voorgaande lid is niet vereist, indien het verzamelmonster niet groter is dan 2 kg, respectievelijk 1 kg of 1 ltr. 1998 21 02-02-1998 30-01-1998 J98373 1998 21 02-02-1998 30-01-1998 J98373 04-02-1998
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 10, tweede lid Indien het betreft EG-meststoffen dienen uit het deelmonster dan wel het verzamelmonster indien, toepassing vindt, ten minste drie eindmonsters te worden verkregen waarvan het gewicht onderling nagenoeg gelijk is en ten minste 500 g bedraagt tenzij het verpakkingen betreft met een inhoud van niet meer dan 1 kg. 2 artikel 10, tweede lid Indien het andere dan EG-meststoffen betreft dienen uit het deelmonster dan wel het verzamelmonster indien, toepassing vindt, ten minste twee eindmonsters te worden verkregen, waarvan de hoeveelheid onderling nagenoeg gelijk is en ten minste 250 g of 250 ml bedraagt tenzij het verpakkingen betreft met een inhoud van niet meer dan 1 kg, respectievelijk 1 ltr. 3 De verpakking der genomen eindmonsters behoort zodanig te geschieden dat verlies van bestanddelen alsmede verandering van eigenschappen, samenstelling, hoedanigheid of toestand wordt voorkomen. Het verpakkingsmateriaal moet volkomen droog en schoon zijn. 1998 21 02-02-1998 30-01-1998 J98373 1998 21 02-02-1998 30-01-1998 J98373 04-02-1998
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 De verpakking van de eindmonsters dient zodanig te worden verzegeld dat opening ervan zonder beschadiging van het verpakkingsmateriaal of de verzegeling onmogelijk is. De label, bevattende nadere gegevens betreffende het monster moet deel uitmaken van de verzegeling. De vermeldingen dienen onuitwisbaar te worden aangebracht. 1979 124 29-06-1979 27-06-1979 J2108 1979 124 29-06-1979 27-06-1979 J2108 30-06-1979
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 De monsternemer maakt van elke monsterneming een proces-verbaal op. vermeldende plaats, datum en uur der monsterneming, naam en adres van de belanghebbende, naam of aanduiding van de meststof en verdere bijzonderheden. 2 Nadat de monsters en een afschrift van het proces-verbaal in het laboratorium ontvangen zijn, worden de gegevens in de daarvoor bestemde registers ingeschreven, met vermelding van de naam van de monsternemer. 1978 35 17-02-1978 14-02-1978 J425 1978 35 17-02-1978 14-02-1978 J425 18-02-1978
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na die van haar bekendmaking in de Nederlandse Staatscourant. 1978 35 17-02-1978 14-02-1978 J425 1978 35 17-02-1978 14-02-1978 J425 18-02-1978