Beschikking bijdragen werknemers Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën
- BWB-id
- BWBR0003212
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 1979-01-01 t/m 2010-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003212
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1979/beschikking-bijdragen-werknemers-oost-groningen-en-de-gronin
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1979/beschikking-bijdragen-werknemers-oost-groningen-en-de-gronin/1979-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003212&g=1979-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003212&z=2026-06-06&g=1979-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003212/1979-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1979/beschikking-bijdragen-werknemers-oost-groningen-en-de-gronin
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Deze beschikking verstaat onder: a. de werknemer ‘’: degene die krachtens een arbeidsovereenkomst werkzaam is; b. garantieloon artikel 8 ‘’: de som van het loon dat de werknemer ingevolge de arbeidsovereenkomst per maand heeft verdiend, berekend overeenkomstig het bepaalde in, en 2½% van dat loon; c. de wet Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën ‘’: de(Stb. 1977, 694); d. de herinrichtingscommissie artikel 4, eerste lid, van de wet ‘’: de commissie, genoemd in; e. de directeur ‘’: de directeur Beheer Landbouwgronden. 1978 252 28-12-1978 22-12-1978 J4534 1978 694 03-01-1978 24-11-1978 11155 01-01-1979
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 58 van de wet Aan werknemers, wier arbeidsovereenkomst wordt beëindigd als rechtstreeks gevolg van de toepassing van hoofdstuk 11 ofworden op aanvrage door de herinrichtingscommissie bijdragen uit 's Rijks kas verleend op de voet van de volgende bepalingen. 1978 252 28-12-1978 22-12-1978 J4534 1978 694 03-01-1978 24-11-1978 11155 01-01-1979
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De bijdragen kunnen bestaan uit: a. een loondervingsbijdrage; b. een verhuiskostenbijdrage. 1978 252 28-12-1978 22-12-1978 J4534 1978 694 03-01-1978 24-11-1978 11155 01-01-1979
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 58 van de wet Aan een werknemer bij een bedrijf, dat als rechtstreeks gevolg van de toepassing van Hoofdstuk 11 ofgeheel wordt beëindigd, wordt een loondervingsbijdrage toegekend indien: a. de werknemer op de dag van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst woonachtig is in Nederland; b. de werknemer op de dag van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst de leeftijd van 65 jaren nog niet heeft bereikt; c. - hetzij de werknemer in het jaar 1978 gedurende ten minste negen maanden werknemer is geweest bij het bedrijfshoofd van het in de aanhef bedoelde bedrijf; hetzij de werknemer gedurende de drie jaren voorafgaande aan de dag van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst werknemer is geweest bij het bedrijfshoofd van het in de aanhef bedoelde bedrijf; d. de werknemer gedurende de twee kalenderjaren voorafgaande aan het jaar van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst ten minste 200 werkdagen dan wel 40 werkweken per kalender jaar verzekerd is geweest bij het Bedrijfspensioenfonds voor de landbouw dan wel het Bedrijfspensioenfonds voor het Bloembollenbedrijf. 2 Hoofdstuk II artikel 58 van de wet Aan een werknemer bij een bedrijf, dat als rechtstreeks gevolg van de toepassing vanofgedeeltelijk wordt beëindigd, wordt een loondervingsbijdrage toegekend indien: a. de werknemer voldoet aan het bepaalde in het eerste lid, onder a–d; b. in geval van beïndiging van de arbeidsovereenkomst door de werknemer de beëindiging rechtstreeks verband houdt met de gedeeltelijke beëindiging van het bedrijf. 3 In afwijking in zoverre van het bepaalde in het eerste en tweede lid wordt een loondervingsbijdrage eveneens toegekend aan een werknemer, die vooruitlopend op de gehele dan wel gedeeltelijke beëindiging van het in de aanhef van het eerste onderscheidenlijk tweede lid bedoelde bedrijf de arbeidsovereenkomst zelf beëindigt, met dien verstande dat: hetzij de dag van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst moet zijn gelegen na de dag waarop het bedrijfshoofd van het in de aanhef van het eerste onderscheidenlijk tweede lid bedoelde bedrijf ter voorkoming van onteigening met de Stichting Beheer Landbouwgronden een schriftelijke overeenkomst tot verkoop van het bedrijf heeft gesloten, artikel 16, eerste lid, van de wet hoofdstuk II van de wet hetzij de dag van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst moet zijn gelegen na de dag waarop het inbedoelde herinrichtingsplan overeenkomstig het bepaalde in artikel 20 van de wet is vastgesteld en uit dat herinrichtingsplan afgeleid kan worden dat ten aanzien van het in de aanhef van het eerste onderscheidenlijk tweede lid bedoelde bedrijfzal worden toegepast, artikel 58, derde lid, van de wet hetzij de dag van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst moet zijn gelegen na de dag waarop het bedrijfshoofd van het in de aanhef van het eerste onderscheidenlijk tweede lid bedoelde bedrijf de inbedoelde afstand heeft gedaan. 4 In afwijking in zoverre van het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid geldt het bepaalde in het eerste lid, onder d, niet voor de werknemer die in verband met zijn leeftijd gedurende het in het eerste lid, onder d, bedoelde tijdvak niet of slechts voor een deel verzekerd is geweest. 1978 252 28-12-1978 22-12-1978 J4534 1978 694 03-01-1978 24-11-1978 11155 01-01-1979
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Geen loondervingsbijdrage wordt toegekend indien de werknemer een bijdrage is toegekend op grond van: a. deze beschikking; b. Bestuursbesluit nr. 62 inzake de vaststelling van een bijdrageregeling voor oudere agrarische werknemers van de Stichting Ontwikkelings- en Saneringsfonds voor de Landbouw; c. Bestuursbesluit nr. 63 inzake de vaststelling van een bijdrageregeling bij omscholing samengaand met beroepsovergang uit de landbouw van de Stichting Ontwikkelings- en Saneringsfonds voor de Landbouw; d. het Beëindigingsvergoedingsbesluit van de Stichting Ontwikkelings- en Saneringsfonds voor de Landbouw (Stcrt. 1972, 221): e. Bestuursbesluit nr. 131, houdende de toepasselijkheidsverklaring van een aantal artikelen van het Beëindigingsvergoedingsbesluit ten aanzien van agrarische werknemers waarvan de beëindiging van het dienstverband een onderdeel uitmaakt van een maatregel waarin door de Stichting een bijdrage wordt verleend, van de Stichting Ontwikkelings- en Saneringsfonds voor de Landbouw (Stcrt. 1974, 128), dan wel; f. de Tijdelijke beëindigingsregeling bepaalde intensieve veehouderijbedrijven (Stcrt. 1977, 96). 1978 252 28-12-1978 22-12-1978 J4534 1978 694 03-01-1978 24-11-1978 11155 01-01-1979
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Aan de toekenning van de loondervingsbijdrage wordt de voorwaarde verbonden dat ter zake van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst geen aanvraag voor een bijdrage of vergoeding uit hoofde van een regeling van de Stichting Ontwikkelings- en Saneringsfonds voor de Landbouw wordt ingediend. 2 artikel 7, eerste lid, onder a Aan de toekenning van de loondervingsbijdrage wordt, indien de werknemer de in, bedoelde maandelijkse uitkering wordt toegekend, het voorschrift verbonden dat: a. de werknemer telkens na afloop van een tijdvak van drie maanden een schriftelijke verklaring aan de directeur overlegt; b. de werknemer, indien hij een nieuwe dienstbetrekking aanvangt dan wel voor eigen rekening en risico een bedrijf of beroep gaat uitoefenen, hiervan binnen 14 dagen na de dag waarop de dienstbetrekking aanvangt onderscheidenlijk wordt begonnen met de uitoefening van het bedrijf of beroep schriftelijk mededeling doet aan de directeur. 3 In de in het tweede lid onder a bedoelde verklaring dient de werknemer te verklaren of hij de afgelopen drie maanden een dienstbetrekking heeft vervuld dan wel voor eigen rekening en risico een bedrijf of beroep heeft uitgeoefend, en, indien dit het geval is, welke de dienstbetrekking onderscheidenlijk welk dit bedrijf of beroep is. 4 artikel 26 van de wet De herinrichtingscommissie kan andere dan de in het eerste en tweede lid bedoelde voorwaarden en voorschriften aan de toekenning van de bijdrage verbinden, met dien verstande dat deze slechts mogen strekken ter bescherming van de belangen, diebeoogt te dienen. 5 De in het vierde lid bedoelde voorwaarden en voorschriften behoeven de goedkeuring van de directeur. 1978 252 28-12-1978 22-12-1978 J4534 1978 694 03-01-1978 24-11-1978 11155 01-01-1979
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De loondervingsbijdrage aan een werknemer bestaat: a. Werkloosheidswet indien de werknemer als gevolg van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst aanspraak heeft verkregen op een uitkering ingevolge deof een andere sociale verzekeringswet, uit een maandelijkse uitkering gedurende een bepaalde garantietermijn dan wel een uitkering ineens op basis van deze garantietermijn; b. in andere dan de onder a bedoelde gevallen uit een uitkering ineens op basis van de onder a bedoelde garantietermijn. 2 De garantietermijn voor een werknemer vangt aan: a. Werkloosheidswet in het in het eerste lid, onder a, bedoelde geval op de eerste dag, waarover hem een uitkering ingevolge deof een andere sociale verzekeringswet wordt toegekend; b. in het in het eerste lid, onder b, bedoelde geval op de dag volgend op die waarop de arbeidsovereenkomst is beëindigd. 3 De duur van de garantietermijn wordt vastgesteld overeenkomstig de onderstaande tabel, waarbij de leeftijd van de werknemer op de dag van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst bepalend is. 4 Voor een werknemer die op de dag van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst de leeftijd van 57 jaren en zes maanden, maar nog niet die van 65 jaren heeft bereikt, is de duur van de garantietermijn gelijk aan het aantal maanden te rekenen vanaf de dag van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst tot en met de maand waarin de werknemer de leeftijd van 65 jaren bereikt. Leeftijd Garantietermijn 41 jaar en jonger 12 maanden 42 14 43 16 44 18 45 20 46 23 47 26 48 29 49 32 50 36 51 40 52 45 53 50 54 56 55 62 56 69 57 76 1978 252 28-12-1978 22-12-1978 J4534 1978 694 03-01-1978 24-11-1978 11155 01-01-1979
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 1, onder b Het in, bedoelde loon van de werknemer bestaat uit het bedrag dat de uitkomst is van de vermenigvuldiging van het getal 22 met het dagloon, dat op grond van artikel 12a van de Werkloosheidswet wordt vastgesteld dan wel overeenkomstig genoemd artikel wordt vastgesteld. 1978 252 28-12-1978 22-12-1978 J4534 1978 694 03-01-1978 24-11-1978 11155 01-01-1979
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 7, eerste lid, onder a De in, bedoelde maandelijkse uitkering bestaat: a. Werkloosheidswet gedurende de eerste zes maanden van de garantietermijn uit een aanvulling op de uitkering, die aan de werknemer ingevolge dedan wel een andere sociale vezekeringswet wordt toegekend, tot een bedrag van 100% van het garantieloon; b. Wet Werkloosheidsvoorziening gedurende de volgende 24 maanden van de garantietermijn uit een aanvulling op de uitkering, die aan de werknemer ingevolge dedan wel een andere sociale verzekeringswet wordt toegekend, tot een bedrag van 95% van het garantieloon; c. gedurende het resterende gedeelte van de garantietermijn uit een aanvulling tot een bedrag van 92½% van het garantieloon. 1978 252 28-12-1978 22-12-1978 J4534 1978 694 03-01-1978 24-11-1978 11155 01-01-1979
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Indien de werknemer, die de maandelijkse uitkering ontvangt, op enig tijdstip gedurende de garantietermijn een nieuwe dienstbetrekking aangaat dan wel voor eigen rekening en risico een bedrijf of beroep gaat uitoefenen, vervalt het recht op de maandelijkse uitkering met ingang van de dag waarop de dienstbetrekking aanvangt onderscheidenlijk wordt begonnen met de uitoefening van het bedrijf of beroep. 2 In afwijking in zoverre van het bepaalde in het eerste lid herleeft, indien de dienstbetrekking, het bedrijf of beroep, bedoeld in het eerste lid, eindigt onderscheidenlijk wordt beëindigd, het recht op de maandelijkse uitkering voor het op dat tijdstip resterende gedeelte van de garantietermijn, voor zover de werknemer niet uit anderen hoofde aanspraak heeft verkregen op een loondervingsbijdrage. 1978 252 28-12-1978 22-12-1978 J4534 1978 694 03-01-1978 24-11-1978 11155 01-01-1979
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Voor zover gedurende de garantietermijn het in de c.a.o. voor de akker- en weidebouw en de veehouderij neergelegde tijdloon voor vakarbeiders A wordt gewijzigd, wordt het garantieloon door de directeur naar evenredigheid herzien. 1978 252 28-12-1978 22-12-1978 J4534 1978 694 03-01-1978 24-11-1978 11155 01-01-1979
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 10 De werknemer, die de maandelijkse uitkering ontvangt en wiens recht daarop niet op grond van het bepaalde inis vervallen ontvangt op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek aan de directeur in plaats van het resterende gedeelte van de maandelijkse uitkering een uitkering ineens met ingang van een door de werknemer gekozen dag, met dien verstande dat deze dag niet is gelegen vóór de dag waarop het verzoek is verzonden. 2 In het in het eerste lid bedoelde geval vervalt het recht op de maandelijkse uitkering. 1978 252 28-12-1978 22-12-1978 J4534 1978 694 03-01-1978 24-11-1978 11155 01-01-1979
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikelen 7, eerste lid 12 De in de, enbedoelde uitkeringen ineens worden vastgesteld op basis van de gehele onderscheidenlijk het resterende gedeelte van de garantietermijn, met dien verstande dat daarbij ten hoogste 30 maanden in aanmerking worden genomen. 2 De uitkering ineens bedraagt 70% van 20% van het garantieloon, vermenigvuldigd met het in het eerste lid bedoelde aantal maanden van de garantietermijn. 1978 252 28-12-1978 22-12-1978 J4534 1978 694 03-01-1978 24-11-1978 11155 01-01-1979
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Een verhuiskostenbijdrage wordt toegekend indien de werknemer: a. artikel 3, onder a een loondervingsbijdrage, bedoeld in, is toegekend; b. binnen twee jaren na de dag van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst in verband met het aangaan van een nieuwe arbeidsovereenkomst van woonplaats heeft moeten veranderen en, onderscheidenlijk of, tezamen met zijn gezin de door hem bewoonde dienstwoning heeft moeten ontruimen. 1978 252 28-12-1978 22-12-1978 J4534 1978 694 03-01-1978 24-11-1978 11155 01-01-1979
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Aan de toekenning van de verhuiskostenbijdrage wordt de voorwaarde verbonden dat: a. de verhuizing plaatsvindt of heeft plaatsgevonden binnen twee jaren na de dag van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst; b. indien de verhuizing plaatsvindt in verband met het aangaan van een nieuwe arbeidsovereenkomst, deze arbeidsovereenkomst wordt gesloten; c. ter zake van de verhuizing geen aanvraag voor een bijdrage of vergoeding uit hoofde van een regeling van de Minister van Sociale Zaken wordt ingediend. 2 Artikel 6, vierde en vijfde lid , is van overeenkomstige toepassing. 1978 252 28-12-1978 22-12-1978 J4534 1978 694 03-01-1978 24-11-1978 11155 01-01-1979
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Geen verhuiskostenbijdrage wordt toegekend indien: a. de werknemer een bijdrage in de kosten van verhuizing is toegekend op grond van deze beschikking; b. de werknemer uit anderen hoofde een bijdrage van overheidswege in de kosten van de verhuizing is toegekend. 1978 252 28-12-1978 22-12-1978 J4534 1978 694 03-01-1978 24-11-1978 11155 01-01-1979
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 De verhuiskostenbijdrage bedraagt f 7 500. 1978 252 28-12-1978 22-12-1978 J4534 1978 694 03-01-1978 24-11-1978 11155 01-01-1979
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Een aanvraag voor een bijdrage wordt ingediend bij de herinrichtingscommissie door middel van een door de aanvrager volledig ingevuld en ondertekend formulier, waar van het model door de directeur is vastgesteld. 2 Het formulier, bedoeld in het eerste lid, wordt op verzoek door de herinrichtingscommissie verstrekt. 1978 252 28-12-1978 22-12-1978 J4534 1978 694 03-01-1978 24-11-1978 11155 01-01-1979
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikel 4, eerste onderscheidenlijk tweede lid artikel 16, eerste lid, van de wet artikel 20 van de wet artikel 58, derde lid, van de wet De aanvraag voor een loondervingsbijdrage kan slechts worden ingediend in het tijdvak dat is gelegen tussen, hetzij de dag waarop het bedrijfshoofd van het in de aanhef van, bedoelde bedrijf ter voorkoming van onteigening met de Stichting Beheer Landbouwgronden een schriftelijke overeenkomst tot verkoop van het bedrijf heeft gesloten, hetzij de dag waarop het inbedoelde herinrichtingsplan overeenkomstig het bepaalde inis vastgesteld, hetzij de dag waarop het genoemde bedrijfshoofd de inbedoelde afstand heeft gedaan, en de dag die is gelegen aan het einde van de twee maanden volgend op de dag van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. 1978 252 28-12-1978 22-12-1978 J4534 1978 694 03-01-1978 24-11-1978 11155 01-01-1979
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 De aanvraag voor een verhuiskostenbijdrage wordt ingediend uiterlijk twee jaren na de dag van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. 2 Indien de verhuizing plaatsvindt in verband met het aangaan van een nieuwe arbeidsovereenkomst wordt bij de aanvraag voor een verhuiskostenbijdrage een verklaring overgelegd van de nieuwe werkgever, dat deze bereid is met de aanvrager een arbeidsovereenkomst aan te gaan. 1978 252 28-12-1978 22-12-1978 J4534 1978 694 03-01-1978 24-11-1978 11155 01-01-1979
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 De herinrichtingscommissie beslist over de aanvraag. 2 artikel 5, onder b-f Indien de werknemer, die een aanvraag voor een loondervingsbijdrage heeft ingediend, tevens een aanvraag heeft ingediend voor een bijdrage of vergoeding op grond van één of meer van de in, bedoelde regelingen, wordt niet over de aanvraag beslist dan nadat over de aanvraag voor die bijdrage of vergoeding is beslist. 3 Indien de werknemer, die een aanvraag voor een verhuiskostenbijdrage heeft ingediend, tevens een aanvraag heeft ingediend voor een bijdrage van overheidswege in de kosten van verhuizing, is het tweede lid van overeenkomstige toepassing. 4 Tegen een beslissing op grond van deze beschikking kan degene, tot wie de beslissing is gericht, binnen dertig dagen na de dag, waarop de beslissing is medegedeeld, uitgereikt of verzonden, bij de Minister van Landbouw en Visserij bezwaar maken door het indienen van een met redenen omkleed en ondertekend bezwaarschrift. 1978 252 28-12-1978 22-12-1978 J4534 1978 694 03-01-1978 24-11-1978 11155 01-01-1979
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 De bijdragen worden door de directeur aan de aanvrager uitbetaald, 2 De uitbetaling van een verhuiskostenbijdrage vindt plaats, nadat de werknemer ten genoegen van de directeur heeft aangetoond dat de verhuizing heeft plaatsgevonden en dat, indien de verhuizing plaatsvindt in verband met het aangaan van een nieuwe arbeidsovereenkomst, deze arbeidsovereenkomst is gesloten. 1978 252 28-12-1978 22-12-1978 J4534 1978 694 03-01-1978 24-11-1978 11155 01-01-1979
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikel 7, eerste lid, onder a Indien de werknemer tijdens het genot van de in, bedoelde maandelijkse uitkering overlijdt, wordt deze tot en met de laatste dag van de tweede maand, volgende op die, waarin het overlijden plaatsvondt, uitbetaald: a. aan de langstlevende van de echtgenoten indien de overledenen niet duurzaam van de andere echtgenoot gescheiden leefde; b. bij ontstentenis van de onder a bedoelde persoon aan de minderjarige wettige of natuurlijke kinderen; c. bij ontstentenis van de onder a en b bedoelde personen aan degenen ten aanzien van wie de overledene grotendeels in de kosten van het bestaan voorzag en met wie hij in gezinsverband leefde. 1978 252 28-12-1978 22-12-1978 J4534 1978 694 03-01-1978 24-11-1978 11155 01-01-1979
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikelen 10, eerste lid 12, tweede lid Onverminderd het bepaalde in de, en, vervalt het recht op een bijdrage, indien de werknemer aan wie de bijdrage is toegekend, handelt in strijd met de aan de toekenning verbonden voorwaarden en voorschriften. 2 Indien het recht op een bijdrage overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid is vervallen moet het genotene of teveel genotene door de werknemer op eerste vordering van de directeur worden terugbetaald. 3 artikel 10, eerste lid Indien het recht op de loondervingsbijdrage overeenkomstig het bepaalde in, is vervallen, moet het teveel genotene door de werknemer op eerste vordering van de directeur worden terugbetaald en kan het door de directeur ook op latere uitkeringen in mindering worden gebracht. 1978 252 28-12-1978 22-12-1978 J4534 1978 694 03-01-1978 24-11-1978 11155 01-01-1979
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Deze beschikking kan worden aangehaald als: Beschikking bijdragen werknemers Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën. 2 Zij wordt bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant en treedt in werking op de dag waarop de wet in werking treedt. 1978 252 28-12-1978 22-12-1978 J4534 1978 694 03-01-1978 24-11-1978 11155 01-01-1979