Beschikking consignatie van gelden
- BWB-id
- BWBR0003370
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2002-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003370
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1981/beschikking-consignatie-van-gelden
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1981/beschikking-consignatie-van-gelden/2002-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003370&g=2002-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003370&z=2026-06-06&g=2002-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003370/2002-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1981/beschikking-consignatie-van-gelden
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Wet op de consignatie van gelden In deze beschikking wordt verstaan onder wet: de wet van 27 augustus 1980, Staatsblad 473 (). 1981 16 26-01-1981 26-01-1981 180-5334 1981 16 26-01-1981 26-01-1981 180-5334 15-02-1981
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 3, eerste lid van de wet Als rekening als bedoeld in, wordt aangewezen de rekening, nr. 552770 van het Ministerie van Financiën bij de Postbank. 1994 52 15-03-1994 11-03-1994 WJB93/1698 1994 52 15-03-1994 11-03-1994 WJB93/1698 01-01-1994
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 4 van de wet Als ambtenaar bedoeld in, wordt aangewezen de Directeur van de Centrale Directie Financieel Economische Zaken van het Ministerie van Financiën. 1994 52 15-03-1994 11-03-1994 WJB93/1698 1994 52 15-03-1994 11-03-1994 WJB93/1698 01-01-1994
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 6 van de wet bijlage 1 Het model van het bewijs van consignatie, bedoeld inwordt vastgesteld overeenkomstigvan deze beschikking. 1981 16 26-01-1981 26-01-1981 180-5334 1981 16 26-01-1981 26-01-1981 180-5334 15-02-1981
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 7, eerste lid artikel 10, derde lid, van de wet De bekendmakingen bedoeld in, envinden plaats in de loop van de maand februari. 2 artikel 11, eerste lid, van de wet De inalsmede de in het vorige lid bedoelde bekendmakingen bevatten: a. een opgaaf van de dagtekeningen van de consignaties; b. artikel 6, eerste lid, van de wet een opgaaf van de ambtenaren bij wie de inbedoelde bescheiden worden bewaard; c. een opgaaf van de personen door of namens wie de gelden ter consignatie zijn aangeboden; d. waar mogelijk een opgaaf van de rechtsgrond van de consignatie. 3 Aan de bekendmaking in de Nederlandse Staatscourant zal nadere bekendmaking worden gegeven door middel van een publikatie in de dagbladen. 1981 16 26-01-1981 26-01-1981 180-5334 1981 16 26-01-1981 26-01-1981 180-5334 15-02-1981
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 9, eerste lid, van de wet artikel 3 Het schriftelijke verzoek, bedoeld inwordt ingediend bij de inbedoelde Directeur of indien het verzoek uitkering betreft van voor 1 januari 1993 geconsigneerde gelden bij de Directeur van de Belastingdienst/Directie Particulieren te Utrecht en bevat de volgende gegevens; a. de naam van de verzoeker; b. diens woonplaats of plaats van vestiging en zijn adres; c. een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van de consignatie waarop het verzoek betrekking heeft. 2 artikel 432 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Indien de aanvrager ter staving van zijn verzoek een beroep doet op een akte of een voor (voorlopige) tenuitvoerlegging vatbare rechterlijke uitspraak waarbij tot de uitkering machtiging is verleend moet hij een authentiek afschrift van die akte of van die uitspraak overleggen. Indien de rechterlijke uitspraak nog niet in kracht van gewijsde is gegaan en niet voor voorlopige tenuitvoerlegging vatbaar is, kan de inbedoelde verklaring van de griffier worden overgelegd, mits acht dagen zijn verlopen nadat de in dat artikel bedoelde betekening heeft plaats gehad. 3 artikel 103 van de Faillissementswet Curators in faillissementen moeten de inbedoelde, door de Rechter-Commissaris voor gezien getekende, stukken overleggen. 1994 52 15-03-1994 11-03-1994 WJB93/1698 1994 52 15-03-1994 11-03-1994 WJB93/1698 01-01-1994
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 3 artikel 6 De inbedoelde Directeur onderscheidenlijk de Directeur van de Belastingdienst/Directie Particulieren, bedoeld in, gaat slechts tot uitkering over nadat hen is gebleken dat de verzoeker tot de door hem verzochte uitkering gerechtigd is. 1994 52 15-03-1994 11-03-1994 WJB93/1698 1994 52 15-03-1994 11-03-1994 WJB93/1698 01-01-1994