Regeling In- en uitvoer landbouwgoederen
- BWB-id
- BWBR0003381
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2003-01-01 t/m 2008-07-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003381
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1981/regeling-in-en-uitvoer-landbouwgoederen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1981/regeling-in-en-uitvoer-landbouwgoederen/2003-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003381&g=2003-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003381&z=2026-06-06&g=2003-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003381/2003-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1981/regeling-in-en-uitvoer-landbouwgoederen
Artikel 2#
artikel 2
Artikel 2#
artikelen 2
Artikel 4#
4
Artikel 5#
5
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Douanewet Voor de toepassing van het bij of krachtens deze regeling bepaalde wordt voor zover van toepassing overgenomen de terminologie van deen wordt voorts verstaan onder: a. productschap: bijlage I bijlage II het productschap of hoofdproductschap dat in kolom 2 vanen in kolom 2 vanten aanzien van het in kolom 1 vermelde goed of ten aanzien van de desbetreffende handeling met betrekking tot dat goed als bevoegde instantie is aangemerkt; b. lidstaten: lidstaten van de Gemeenschap; c. Algemene Inspectiedienst: Algemene Inspectiedienst van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; d. basisverordeningen: bijlage I de verordeningen opgenomen in, eerste kolom; e. uitvoeringsbepalingen: de door de Raad van de Europese Unie of de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de toepassing van de basisverordeningen vastgestelde in het Publicatieblad van de Gemeenschap bekendgemaakte verordeningen of besluiten; f. verordening 800/1999 verordening (EG) nr. 800/1999 :van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 15 april 1999 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten (PbEG L 102); g. producten, basisproducten, verwerkte producten, goederen, rechten bij invoer, lidstaat van uitvoer, vaststelling vooraf van de restitutie, gedifferentieerde restitutie, gedifferentieerd gedeelte van de restitutie, uitvoer, controle-exemplaar T5, exporteur, voorschot op de restitutie, voorfinanciering van de restitutie, in het kader van een inschrijving vastgestelde restitutie, restitutienomenclatuur, uitvoercertificaat: verordening 800/1999 hetgeen voor de toepassing vandaaronder wordt verstaan; h. Verordening 615/98/EG : verordening (EG) nr. 615/98 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 18 maart 1998 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen voor het stelsel van uitvoerrestituties met betrekking tot het welzijn van levende runderen tijdens het vervoer ervan (PbEG L 82). 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Douanewet Tenzij uit deze regeling het tegendeel blijkt is het bepaalde bij of krachtens deinzake de grondige opneming van goederen, de verificatie van aangiften en documenten, de monsterneming, de verzegeling of bewaking van goederen, de door belanghebbende te verlenen medewerking, de overige verplichtingen van de belanghebbende en de bevoegdheden van de Belastingdienst, van overeenkomstige toepassing ter verzekering en regeling van de volgens deze regeling toe te passen maatregelen. 2 De uitoefening van de in het vorige lid bedoelde bevoegdheden en het verrichten van de aldaar bedoelde handelingen geschieden door de directeur, inspecteur, ontvanger of andere ambtenaar die inzake invoerrechten en accijnzen in overeenkomstige gevallen optreedt. 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De Belastingdienst is belast met de verificatie van de in deze regeling voorgeschreven aangiften, documenten, bij die aangiften overgelegde formulieren en overige bescheiden, het nader onderzoek ter zake, de grondige opneming van de goederen en schatting van gegevens, tenzij ter zake anders is bepaald. 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikelen 82 90 Tot het verrichten van een nader onderzoek, als bedoeld in deen, is mede bevoegd de Algemene Inspectiedienst. 2 De Algemene Inspectiedienst stelt het nader onderzoek in op verzoek van de Belastingdienst. 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Douanewet Uitvoer van goederen waarvoor aanspraak wordt gemaakt op restitutie of waarvoor ontheffing van de invoerheffing is verleend of aangevraagd, wordt voor de toepassing van deaangemerkt als uitvoer van goederen met teruggaaf van belasting. 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Invoerbesluit landen 1981 Voor de toepassing van de regelen gesteld bij of krachtens het besluit onderscheidenlijk hetwordt als dag waarop de invoer plaatsvindt aangemerkt: a. voor douanegoederen welke ten invoer worden aangegeven: de dag waarop volgens de ter zake geldende voorschriften de aangifte door de Belastingdienst is aanvaard; met betrekking tot goederen, welke ten invoer zijn aangegeven op de voet van een krachtens de Douaneregeling verleende vergunning, wordt het voldoen aan de bij of krachtens die regeling gestelde voorwaarden en bepalingen, zo nodig, steeds toegerekend aan de eerst ingevoerde, daarvoor in aanmerking komende goederen; b. voor goederen, andere dan die onder a bedoeld, waarvoor te zuiveren documenten zijn afgegeven die niet of gedeeltelijk worden gezuiverd: de dag waarop zich een omstandigheid voordoet welke de niet-zuivering of de gedeeltelijke zuivering van het document tot gevolg heeft; indien deze dag niet kan worden vastgesteld wordt als de dag waarop de invoer plaatsvindt aangemerkt de laatste dag van de geldigheidsduur van het document, of, indien dit eerder is, het vroegste tijdstip waarvan wordt vastgesteld dat de bedoelde omstandigheid zich had voorgedaan; c. voor goederen, andere dan die onder b bedoeld, waarvoor vrijstelling van de heffing is verleend en ten aanzien waarvan hetzij van de vrijstelling is afgezien, hetzij deze wegens misbruik of niet nakoming van de gestelde voorwaarden is vervallen: Vrijstellingsbeschikking klein grensverkeer landbouwgoederen 1981 Regeling passief veredelingsverkeer landbouwgoederen de in de, de(Stcrt. 1991, 81), danwel de Beschikking actief veredelingsverkeer landbouwgoederen 1986 (Stcrt. 252) daartoe aangewezen dag. d. Douanewet voor goederen waarvan in een douane-entrepot waarin ingevolge het bepaalde bij of krachtens devoorraadscontrole wordt uitgeoefend, vermis wordt vastgesteld: de dag waarop het vermis is ontstaan; indien deze dag met kan worden vastgesteld wordt als de dag waarop de invoer plaatsvindt aangemerkt de dag van bevinding van het vermis, of indien dit eerder is, het vroegste tijdstip waarvan wordt vastgesteld dat het vermis reeds bestond; e. voor goederen die op onregelmatige wijze het Rijk zijn binnengebracht of uit douane-entrepot zijn uitgeslagen: de aan de hand van de bekende gegevens zonodig door schatting te bepalen dag waarop de goederen zijn binnengebracht of uit het entrepot zijn uitgeslagen. 2 De volgens het eerste lid aangemerkte dag waarop de invoer plaatsvindt, wordt op het formulier L aangegeven in vak A en voorzien van een handtekening van de ambtenaar der invoerrechten en accijnzen. 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 In geval voor de toepassing van deze regeling bewezen dient te worden dat goederen, of bestanddelen daarvan herkomstig zijn uit het vrije verkeer van de Gemeenschap dient de herkomst te worden aangetoond met inachtneming van de bij of krachtens het Communautair douanewetboek gestelde regelen. 2 In geval voor de toepassing van deze regeling bewezen dient te worden dat goederen van oorsprong of herkomst zijn uit een bepaald land of gebied dat geen deel uitmaakt van de Gemeenschap, dient deze oorsprong of herkomst te worden aangetoond met inachtneming van de regelen die daartoe door de Raad of de Commissie of in internationale overeenkomsten met of met betrekking tot die landen of gebieden zijn gesteld. 3 verordening 800/1999 De exporteur geeft op het formulier L de verklaringen, bedoeld in artikel 11, vanaan. 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Invoerbesluit landen 1981 De in deze regeling voor de toepassing van hetgestelde regelen hebben slechts betrekking op de goederen aangewezen in de bij het besluit behorende bijlage. 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 01-07-1999
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Bijlage I bijlage II enkunnen bij regeling van de Minister buiten overeenstemming met de Minister van Financiën worden gewijzigd. 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 bijlage III A Als model van de invoervergunning, als bedoeld in artikel 2 van het besluit, wordt vastgesteld het model vervat in. 2 bijlage III B Als model van de uitvoervergunning, als bedoeld in artikel 3 van het besluit, vastgesteld het model vervat in. 3 artikel 2 bijlage III C Invoerbesluit landen 1981 Als model van de invoervergunning, als bedoeld invan de Invoerbeschikking landen 1981 onderscheidenlijk het, wordt vastgesteld het model vervat in. 1981 157 19-08-1981 13-08-1981 J5643 1981 157 19-08-1981 13-08-1981 J5643 20-08-1981
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 verordening 800/1999 Artikel 20, eerste lid, van, wordt niet toegepast in het in het eerste lid, onder b, van het in dat artikel genoemde geval, indien het restitutiebedrag voor de betrokken aangifte niet hoger is dan 500 EURO. 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 01-07-1999
Artikel 15a — Artikel 15a#
Artikel 15a Vervallen 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 artikel 45 Als de procedure van de depotregeling, bedoeld in, wordt gevolgd, behoeft het voorfixatiecertificaat niet te worden overgelegd. 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 19a — Artikel 19a#
Artikel 19a Vervallen 1994 208 28-10-1994 26-10-1994 J9416947 1994 208 28-10-1994 26-10-1994 J9416947 01-11-1994
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Bij de aangifte ten uitvoer en de aangifte tot plaatsing onder het stelsel van douane-entrepots voor goederen met voorfinanciering, als bedoeld in artikel 530, eerste lid, van de Toepassingsverordening communautair douanewetboek, kan de vermelding van gehalte, samenstelling of hoedanigheid van de uit te voeren goederen achterwege blijven, indien het produktschap daartoe schriftelijk toestemming heeft verleend aan de exporteur, die de aangifte indient of doet indienen. 2 In de te verlenen toestemming wordt de soort goederen, waarvoor zij geldt, nauwkeurig omschreven en voorts worden aan de toestemming alle voorwaarden verbonden, die nodig zijn voor het verkrijgen langs andere weg van de voor de berekening van de restitutie of de bepaling van de aanspraak op vrijstelling van heffing bij veredelingsverkeer vereiste gegevens en voor het uitoefenen van controle op de juistheid daarvan. 3 artikel 39 Degene, die de goederen aangeeft als bedoeld in het eerste lid, vermeldt in de aangifte en in voorkomend geval op het formulier L, bedoeld invan de Douaneregeling datum en nummer van toestemming, op grond waarvan vermelding van gehalte, samenstelling of hoedanigheid van het goed achterwege is gelaten. 4 De toestemming wordt door het produktschap slechts verleend in overeenstemming met de rijksbelastingdienst en de Algemene Inspectiedienst en indien aan de te stellen voorwaarden, als bedoeld in het tweede lid, ten volle kan worden voldaan, hetzij door middel van een deugdelijke voorraads en verwerkingsadministratie, hetzij door andere middelen. 5 De toestemming wordt tot wederopzeggens verleend. Zij wordt ingetrokken zodra blijkt, dat een of meer van de gestelde voorwaarden niet zijn nagekomen. 6 De in het tweede lid bedoelde controle wordt uitgeoefend door de Algemene Inspectiedienst. 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Bij de toepassing van paragraaf 2 van Hoofdstuk V wordt: a. op de aangifte tot plaatsing onder het stelsel van douane-entrepots als bedoeld in artikel 530, eerste lid, van de Toepassingsverordening communautair douanewetboek, vermeld dat vooruitbetaling van restitutie wordt verzocht; b. het exemplaar nr. 0 van de aangifte als bedoeld onder a terstond na de aanvaarding van de aangifte door de Belastingdienst aan het betreffende produktschap toegezonden; c. artikel 39 in het geval entreposering heeft plaatsgevonden, op het formulier L, bedoeld invan de Douaneregeling, vermeld dat vooruitbetaling van restitutie heeft plaatsgevonden, zulks met verwijzing naar de aangifte als bedoeld onder a; d. artikel 19 artikel 32 in het geval onder douanecontrole is geplaatst, op het formulier L als bedoeld in, vermeld dat vooruitbetaling van restitutie heeft plaatsgevonden, zulks met verwijzing naar datum en nummer van het bij de ondercontrolestelling overgelegde aanmeldingsformulier als bedoeld in. 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 22a — Artikel 22a#
Artikel 22a artikel 21, onder a Uit de aangifte als bedoeld in, dan wel uit begeleidende of nagezonden stukken blijkt in geval bij de aangifte een uitvoer- of voorfixatiecertificaat wordt overgelegd, dat niet hier te lande is afgegeven, de instantie die het certificaat heeft afgegeven alsmede het nummer van het betrokken certificaat, terwijl bovendien een fotokopie daarvan moet worden meegezonden naar het betreffende produktschap. 1994 208 28-10-1994 26-10-1994 J9416947 1994 208 28-10-1994 26-10-1994 J9416947 01-11-1994
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 De rijksbelastingdienst stelt van de aangifte ten uitvoer of van de aangifte ten doorvoer onderscheidenlijk het vervullen van de formaliteiten ter zake van: a. artikel 79 het bereiken van bijzondere bestemmingen, als bedoeld in, of b. artikel 86a b. het onder douanecontrole plaatsen van basisprodukten, bedoeld in, of c. artikel 86 het entreposeren van goederen in de zin van het bepaalde in, overeenkomstig de uitvoeringsbepalingen en met inachtneming van de gebruiksaanwijzing in voorkomend geval aantekening op het overgelegde certificaat. 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 01-07-1996
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 1994 208 28-10-1994 26-10-1994 J9416947 1994 208 28-10-1994 26-10-1994 J9416947 01-11-1994
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Vervallen 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Vervallen 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 1993 165 31-08-1993 24-08-1993 J.931549 1993 165 31-08-1993 24-08-1993 J.931549 02-09-1993
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Vervallen 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Vervallen 1993 165 31-08-1993 24-08-1993 J.931549 1993 165 31-08-1993 24-08-1993 J.931549 02-09-1993
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 artikel 79 Regeling actief veredelingsverkeer landbouwgoederen 1986 Douanewet Van het hier te lande bereiken van een bijzondere bestemming, als bedoeld in, met aanspraak op restitutie en/of met toepassing van dewordt aangifte gedaan als bij of krachtens deter zake van de uitvoer is voorgeschreven. Het in de onderhavige regeling met betrekking tot de aangifte ten uitvoer in paragraaf 2, onder A, bepaalde is met betrekking tot die aangifte van overeenkomstige toepassing. 2 artikel 79 Regeling actief veredelingsverkeer landbouwgoederen 1986 Douanewet Van afleveringen voor een bijzondere bestemming als bedoeld in, in België en Luxemburg, met aanspraak op restitutie en/of met toepassing van de, wordt aangifte gedaan als bij of krachtens deter zake van de uitvoer is voorgeschreven. Het in de onderhavige regeling met betrekking tot de aangifte ten uitvoer in paragraaf 2, onder A, bepaalde is met betrekking tot die aangifte van overeenkomstige toepassing. 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 31a — Artikel 31a#
Artikel 31a Van entreposering hier te lande van goederen met het oog op het verkrijgen van vooruitbetaling van restitutie, of artikel 97 Douanewet de opslag van goederen in een zich hier te lande bevindend erkend bevoorradingsdepot als bedoeld inmet het oog op toekenning van restitutie bij wijze van voorschot wordt, ook indien het douanegoederen betreft, aangifte gedaan als bij of krachtens deter zake van de uitvoer is voorgeschreven. Het in de onderhavige regeling met betrekking tot de aangifte ten uitvoer in paragraaf 2, onder A, bepaalde is met betrekking tot die aangifte van overeenkomstige toepassing. 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 verordening 800/1999 De betalingsaangifte, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van, wordt door de exporteur gedaan bij de inspecteur van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane, in het douanedistrict waar de hoofdadministratie van die exporteur is gevestigd of bij de inspecteur van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane, in het douanedistrict waar de basisprodukten worden verwerkt. 2 verordening 800/1999 De exporteur doet de betalingsaangifte, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van, voor het onder douanecontrole plaatsen van de basisprodukten bij de in het eerste lid bedoelde inspecteur. 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 01-07-1999
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Vervallen 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 01-07-1999
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 verordening 800/1999 Het produktschap kan op grond van artikel 26, derde lid, van, indien het van mening is dat de omstandigheden dat rechtvaardigen, op verzoek van de exporteur hem toestaan om voorlopige gegevens over de uit de basisprodukten te vervaardigen goederen en/of produkten te geven. 2 artikel 32 De in het eerste lid bedoelde toestemming wordt slechts na raadpleging van de inspecteur, bedoeld in, verleend. 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 01-07-1999
Artikel 34a — Artikel 34a#
Artikel 34a bijlage VII De betalingsaangifte voor het plaatsen van basisprodukten onder douanecontrole wordt gedaan door een volledig en naar waarheid ingevuld formulier, overeenkomstig het inopgenomen model, in drievoud te overleggen. 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 01-07-1996
Artikel 34b — Artikel 34b#
Artikel 34b De betalingsaangifte voor het plaatsen van basisprodukten onder douanecontrole gaat vergezeld van de voorraadstaat van de dag voor de dag van de overlegging van de betalingsaangifte. De voorraadstaat bevat per opslaglocatie waar de basisprodukten onder douanecontrole worden geplaatst de volgende gegevens: a. de totale voorraad van basisprodukten van dezelfde GN-code, als de basisprodukten die onder douanecontrole worden geplaatst, op die locatie aanwezig en b. de voorraad van aanwezige basisprodukten van vorenbedoelde GN-code waarvoor verplichtingen uit eerdere onder douanecontrole plaatsingen gelden. 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 01-07-1996
Artikel 34c — Artikel 34c#
Artikel 34c 1 artikel 32 artikel 34a De inspecteur, bedoeld in, zendt terstond na de beëindiging van de verificatie het eerste exemplaar van de betalingsaangifte, bedoeld in, toe aan het produktschap, na daarop aantekening te hebben gesteld van zijn bevindingen omtrent: soort en hoeveelheid van de onder douanecontrole geplaatste basisprodukten; verordening 800/1999 soort en hoeveelheid van de volgens de aangifte en met in achtneming van de in artikel 26, tweede lid, vanbedoelde rendement of soortgelijke gegevens van later uit te voeren goederen en/of produkten en de dag waarop de aangifte is aanvaard. 2 artikel 32 De inspecteur, bedoeld in, geeft het tweede exemplaar van de betalingsaangifte voorzien van de in het eerste lid bedoelde aantekening terug aan belanghebbende. 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 01-07-1999
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 bijlage I Met betrekking tot de in kolom 1 vanaangewezen goederen is het produktschap bevoegd: a. paragraaf 4 tot het afgeven van de invoer- en uitvoercertificaten en uittreksels daarvan die in de gevallen waarin dit in een basisverordening of in de uitvoeringsbepalingen voor een zodanig goed wordt vereist, bij de invoer of de uitvoer van dat goed moeten worden overgelegd en, behoudens het bepaalde in het tweede lid alsmede de bepalingen invan dit hoofdstuk, daarbij gelden als een vergunning en b. artikel 2 van het Invoerbesluit landen 1981 artikel 48 tot het verlenen van invoer- en uitvoervergunningen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van het besluit, alsmede invoervergunningen als bedoeld invoor wat betreft landbouwgoederen, welke vergunningen – behoudens het bepaalde in– bij de invoer of uitvoer van dat goed moeten worden overgelegd in de gevallen waarin een basisverordening of de uitvoeringsbepalingen daarvan onderscheidenlijk een handelspolitieke maatregel de invoer of de uitvoer van een zodanig goed naar hoeveelheid beperken. 2 In de gevallen waarin, ingevolge een basisverordening of uitvoeringsbepaling, de invoer in de Gemeenschap onderscheidenlijk uitvoer uit de Gemeenschap van een goed aan bijzondere voorwaarden dan wel voorschriften is onderworpen, geldt het in het eerste lid, onder a, bedoelde certificaat slechts onder zodanige voorwaarden of met zodanige daaraan verbonden voorschriften als vergunning dat aan het gestelde in de communautaire regeling wordt voldaan, een en ander met inachtneming van de daarin voorgeschreven procedures. 3 aanhef Voor andere dan in het eerste lid, onder b, bedoelde gevallen worden met betrekking tot de aldaar in debedoelde goederen geen vergunningen verleend. 1982 208 28-10-1982 27-10-1982 J5891 1982 208 28-10-1982 27-10-1982 J5891 28-10-1982
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 paragraaf 4 artikelen 2 artikel 14 artikel 2 van het Invoerbesluit landen 1981 Onverminderd het bepaalde invan dit hoofdstuk is van het verbod tot invoer of uitvoer zonder vergunning als bedoeld in de, juncto, en 3 juncto de artikelen 15 en 16, van het besluit, alsmede van het verbod tot invoer zonder vergunning als bedoeld invoor wat betreft landbouwgoederen in de zin van dat besluit, vrijgesteld: a. de invoer uit het vrije verkeer van andere Lid-Staten niet zijnde België of Luxemburg alsmede de uitvoer naar zodanige Lid-Staten van goederen die vallen onder de in kolom 1 van bijlage 1 genoemde basisverordeningen; b. bijlage I de invoer met voorwaardelijke vrijstelling van heffing in actief veredelingsverkeer van goederen welke zijn aangewezen in kolom 3 van, alsmede de uitvoer van goederen ter zuivering van bovengenoemde voorwaardelijke vrijstelling voor actief veredelingsverkeer, voor zover aan de voorwaarden die door de uitvoeringsbepalingen aan de vrijstelling worden gesteld, met inachtneming van het bepaalde in de Beschikking actief veredelingsverkeer landbouwgoederen 1986, is voldaan. c. de invoer anders dan uit het vrije verkeer van de Gemeenschap onderscheidenlijk de uitvoer of doorvoer naar landen of gebieden die geen deel uitmaken van de Gemeenschap van de onder a bedoelde verordeningen vallende goederen, waarvoor bij zodanige invoer, uitvoer of doorvoer ingevolge die verordeningen geen invoercertificaat onderscheidenlijk geen uitvoercertificaat behoeft te worden overgelegd. 1995 251 28-12-1995 22-12-1995 J.9511863 1995 251 28-12-1995 22-12-1995 J.9511863 01-01-1996
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Vervallen 1981 50 13-03-1981 09-03-1981 J1578 1981 50 13-03-1981 09-03-1981 J1578 17-03-1981
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 bijlage II Met betrekking tot de in kolom 1 vanaangewezen goederen is het in kolom 2 vermelde produktschap bevoegd tot: a. artikel 2 artikel 2 het verlenen van invoer- en uitvoervergunningen als bedoeld in deen 3 van het besluit, alsmede invoervergunningen als bedoeld invan het het Invoerbesluit landen voor wat betreft landbouwgoederen; b. het verlenen van vrijstelling of ontheffing als bedoeld in artikel 13 van het besluit van het verbod tot invoer onderscheidenlijk uitvoer zonder vergunning; c. het verbinden van vergunningen, vrijstellingen of ontheffingen als bedoeld in evengenoemd artikel van voorschriften of beperkingen als bedoeld in artikel 5 van de wet; d. het bepalen van de in artikel 4 van de wet bedoelde gegevens die bij het aanvragen van zodanige vergunningen of ontheffingen dienen te worden verstrekt, en e. het intrekken van zodanige vergunningen of ontheffingen op de voet van het bepaalde van artikel 9 van de wet. 1982 208 28-10-1982 27-10-1982 J5891 1982 208 28-10-1982 27-10-1982 J5891 28-10-1982
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 artikel 36 en in artikel 38 Het bepaalde in, geldt onverminderd het bepaalde in: Vrijstellingsbeschikking klein grensverkeer landbouwgoederen 1981 de; de Vrijstellingsbeschikking militaire zendingen (landbouwgoederen) 1981. 1981 157 19-08-1981 13-08-1981 J5643 1981 157 19-08-1981 13-08-1981 J5643 20-08-1981
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 Verordening (EEG) nr. 3719/88 Aanvragen van certificaten worden bij het produktschap ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier waarvan het model is opgenomen in bijlage I van(Pb.E.G. nr. L 331), of per schriftelijk telecommunicatiebericht. 2 Het produktschap neemt een aanvraag per schriftelijk telecommunicatiebericht slechts in behandeling indien deze alle gegevens bevat die op het aanvraagformulier, als bedoeld in het eerste lid, hadden moeten voorkomen. Bovendien kan het produktschap eisen dat een overeenkomstig de desbetreffende uitvoeringsbepalingen per telegram of telex gedane aanvraag voor een certificaat door een schriftelijke aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt gevolgd. 3 Verordening (EEG) nr. 120/89 Het produktschap is bevoegd de aanvragen in te trekken alsmede de afgegeven certificaten te annuleren in de gevallen voorzien in(Pb.E.G. nr. L 16). In een dergelijk geval wordt de gestelde zekerheid vrijgegeven. 1989 161 21-08-1989 15-08-1989 J895787 1989 161 21-08-1989 15-08-1989 J895787 22-08-1989
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 artikel 35, eerste lid, onder a Het produktschap geeft de in, bedoelde certificaten en uittreksels van deze certificaten eerst af, nadat: a. aan alle in de basisverordening of uitvoeringsbepalingen voor de afgifte gestelde voorwaarden is voldaan en de daarin voorgeschreven bescheiden zijn overgelegd; b. de aanvrager zich tegenover het produktschap heeft verbonden tot: nakoming van alle verplichtingen die voor hem uit het aan hem af te geven certificaat of uittreksel voortvloeien, en betaling als boete aan het produktschap van een bedrag dat overeenstemt met het geheel of een evenredig gedeelte van de door hem gestelde of te stellen zekerheid, indien of voor zover niet op de wijze als in de uitvoeringsbepalingen is voorgeschreven het bewijs wordt geleverd, dat binnen de gestelde termijn volledig aan al deze verplichtingen is voldaan. Door de afgifte van het certificaat wordt het produktschap geacht-deze verbintenis te hebben aanvaard. 2 Indien het certificaat onder beperkingen is verleend onderscheidenlijk aan de verlening van het certificaat voorschriften zijn verbonden, wordt daarvan, indien dit voor de goede uitvoering van de basisverordening of uitvoeringsbepalingen is voorgeschreven c.q. wenselijk wordt geacht, melding gemaakt op het certificaat. 3 Alle door het produktschap afgegeven certificaten worden in het Nederlands gesteld en alle bedragen daarop worden in Nederlands courant vermeld. 4 Verordening (EEG) Nr. 653/92 In afwijking van het vorige lid, worden, ingevolge(Pb EG Nr. L 70), de bedragen van de in het kader van een inschrijving aanvaarde offertes, op het certificaat in ecu vermeld. 1992 108 09-06-1992 04-06-1992 J.925918 1992 108 09-06-1992 04-06-1992 J.925918 11-06-1992
Artikel 41A — Artikel 41A#
Artikel 41A 1 Verordening (EEG) nr. 3719/88 Het produktschap is bevoegd tot afgifte van een vervangingscertificaat, onderscheidenlijk vervangingsuittreksel, in de gevallen voorzien in, een en ander met inachtneming van het daarin bepaalde. 2 In geval van verlies van het vervangingscertificaat, onderscheidenlijk vervangingsuittreksel, wordt daarvoor geen vervangingsexemplaar verstrekt. 3 Indien de beschikbare hoeveelheid vermeld op het teruggevonden oorspronkelijke certificaat, onderscheidenlijk uittreksel, groter is dan die waarvoor het vervangingscertificaat, onderscheidenlijk vervangingsuittreksel, is afgegeven, is het produktschap bevoegd voor de hoeveelheid die overeenkomt met dit verschil een uittreksel af te geven. 4 Van elke gebruikmaking van de bevoegdheid vermeld in het eerste lid, geeft het produktschap periodiek, dat wil zeggen om de drie maanden, kennis aan de minister. 1989 161 21-08-1989 15-08-1989 J895787 1989 161 21-08-1989 15-08-1989 J895787 22-08-1989
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 Het stellen van de in de basisverordeningen of uitvoeringsbepalingen voorgeschreven zekerheid als garantie dat binnen de geldigheidsduur van het certificaat zal worden voldaan aan de daaraan verbonden verplichting tot invoer uit of uitvoer naar een land of gebied dat geen deel uitmaakt van de Gemeenschap dan wel dat een met zodanige uitvoer gelijkgestelde levering zal worden verricht, geschiedt bij het produktschap. 2 Wanneer het stellen van de zekerheid niet in contanten geschiedt, kan als garantie slechts worden aanvaard een garantieverklaring, afgegeven door een in afdeling I of II van het register der kredietinstellingen, als bedoeld in artikel 1 van de Wet toezicht kredietwezen, ingeschreven kredietinstelling, alsmede door een instelling die door de Minister van Financiën is toegelaten tot het stellen van zakelijke zekerheid voor de nakoming van verplichtingen inzake invoerrechten en accijnzen, welke zij als borg op zich neemt. 3 Verordening (EEG) nr. 3719/88 Ingeval de invoer of uitvoer ten gevolge van overmacht niet tijdens de geldigheidsduur van het certificaat kan geschieden, is het produktschap, met inachtneming van de bepalingen van, bevoegd te beslissen, hetzij dat de verplichting tot invoer of uitvoer wordt opgeheven, hetzij dat de geldigheidsduur van het certificaat wordt verlengd. Het Produktschap is eveneens bevoegd hierbij aanvragen tot afgifte van een tweede certificaat in behandeling te nemen, met inachtneming van de daarvoor geldende bepalingen van de hiervoor aangehaalde verordening. Van elk gebruik maken van deze bevoegdheid geeft het produktschap periodiek kennis aan de minister. 4 artikel 41, eerste lid, onder b, tweede gedachtenstreepje Indien aan de verplichting tot invoer of uitvoer met, niet tijdig of niet volledig is voldaan, gaat het produktschap over tot invordering van het bedrag, bedoeld in. 5 artikel 41, eerste lid, onder b, tweede gedachtenstreepje Onverminderd het bepaalde in het vorige lid kan het produktschap indien de belanghebbende in het in de uitvoeringsbepalingen voorziene geval en onder de daarin opgenomen voorwaarden tijdig zorgdraagt voor vervangende invoer, voorshands afzien van de invordering van het bedrag bedoeld in. 1989 161 21-08-1989 15-08-1989 J895787 1989 161 21-08-1989 15-08-1989 J895787 22-08-1989
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 Het produktschap geeft de zekerheid vrij in gevallen voorzien in de uitvoeringsbepalingen, alsmede bij de toepassing van Hoofdstuk V, paragraaf 2. 2 Het voor de vrijgave vereiste bewijs wordt geleverd door het terug ontvangen controle-exemplaar T 5, indien dit ingevolge de uitvoeringsbepalingen van de nodige aantekeningen is voorzien. 3 Het produktschap is bevoegd overeenkomstig de uitvoeringsbepalingen a. tot gedeeltelijke vrijgave van de zekerheid over te gaan; b. tot het zo nodig terugboeken van een verrichte afschrijving op de certificaten; c. tot het opnieuw laten stellen van de zekerheid; d. artikel 80, vierde lid tot vrijgave van de zekerheid over te gaan nadat op tijdig verzoek andere bewijsstukken dan het controle-exemplaar T 5 overeenkomstig het bepaalde in, als gelijkwaardig zijn erkend. 1995 251 28-12-1995 22-12-1995 J.9511863 1995 251 28-12-1995 22-12-1995 J.9511863 01-01-1996
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 artikel 35, eerste lid, onder a Het bepaalde in deze paragraaf alsmede in, is met betrekking tot in een basisverordening of uitvoeringsbepaling voorziene voorfixatiecertificaten met behulp waarvan een heffing of restitutie vooraf kan worden vastgesteld, van overeenkomstige toepassing. 2 artikelen 41, derde lid 42, eerste, tweede, vierde en vijfde lid 43, tweede lid 45 63 artikel 83, eerste lid Voor de toepassing van het bepaalde in de,,,,en, wordt een overeenkomstig de uitvoeringsbepalingen afgegeven uittreksel van een certificaat als certificaat beschouwd. 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 artikelen 35 41 artikel 96, vierde lid, onderdeel c artikel 39 In afwijking van het bepaalde in deenen onverminderd het bepaalde in, houdt het produktschap op verzoek van belanghebbende het voorfixatiecertificaat onder zich, onderscheidenlijk neemt het produktschap voorfixatiecertificaten in bewaring, en boekt daarop de uitvoer af aan de hand van het terugontvangen formulier L, bedoeld invan de Douaneregeling, een en ander met inachtneming van de uitvoeringsbepalingen. artikel 39 artikel 84, derde lid artikel 96, tweede lid, onderdelen c en d Er mag slechts worden afgeboekt op het certificaat waarnaar is verwezen in het formulier L, bedoeld invan de Douaneregeling, of in, dan wel in de maandstaat, als bedoeld in. 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 Bij het aanvragen van een vergunning dienen de gegevens te worden verstrekt en de bewijsstukken te worden overgelegd die naar het oordeel van het produktschap nodig zijn in verband met de voor de desbetreffende invoer of uitvoer dan wel doorvoer in de basisverordeningen of uitvoeringsbepalingen gestelde voorschriften 2 Indien de basisverordeningen of uitvoeringsbepalingen dit vorderen, dan wel een juiste toepassing van deze verordeningen en bepalingen dit met zich brengt verleent het produktschap de vergunning onder beperkingen of verbindt daaraan voorschriften. 3 Het produktschap kan, indien een juiste toepassing van de in de vorige leden genoemde communautaire voorschriften die met zich brengt, ontheffing verlenen van het in de vorige leden bepaalde dan wel de verleende ontheffing of vergunning intrekken. 1981 50 13-03-1981 09-03-1981 J1578 1981 50 13-03-1981 09-03-1981 J1578 17-03-1981
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 In de gevallen waarin, ingevolge een basisverordening of uitvoeringsbepaling, de invoer in de Gemeenschap onderscheidenlijk de uitvoer uit de Gemeenschap van een goed naar hoeveelheid is beperkt of aan bijzondere voorwaarden dan wel voorschriften is onderworpen, worden door het produktschap voor dat goed vergunningen niet of slechts voor zodanige hoeveelheden, onder zodanige voorwaarden of met zodanige daaraan verbonden voorschriften verleend, dat aan het gestelde in de communautaire regeling is voldaan, een en ander met inachtneming van de daarin voorgeschreven procedures. 2 Indien de vergunning onder beperkingen is verleend onderscheidenlijk daaraan voorschriften zijn verbonden, wordt daarvan indien dit is voorgeschreven c.q voor de goede uitvoering van de communautaire regeling wenselijk wordt geacht, melding gemaakt op de vergunning. 1981 50 13-03-1981 09-03-1981 J1578 1981 50 13-03-1981 09-03-1981 J1578 17-03-1981
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 In de gevallen, waarin ingevolge een basisverordening of uitvoeringsbepaling de invoer, onderscheidenlijk de uitvoer of doorvoer is gebonden aan een bijzondere voorwaarde, die inhoudt dat ter verzekering van de nakoming van een verplichting een waarborg dient te worden gesteld, is voor die invoer, onderscheidenlijk die uitvoer of doorvoer geen vergunning vereist, doch de overlegging van een verklaring waaruit blijkt dat de voorgeschreven waarborg is gesteld. 2 Artikel 42, tweede lid De waarborg wordt gesteld bij het produktschap., is van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 37 artikel 39 Het produktschap stelt de verklaring op het bij de aangifte ten invoer, ten uitvoer of ten doorvoer over te leggen formulier L, bedoeld invan de Douaneregeling, onderscheidenlijk invan de Douaneregeling, dan wel op het formulier zekerheidstelling. 4 Het produktschap geeft de gestelde waarborg vrij in de gevallen en op de wijze als voorzien in de in het eerste lid bedoelde communautaire voorschriften. 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Vervallen 1993 165 31-08-1993 24-08-1993 J.931549 1993 165 31-08-1993 24-08-1993 J.931549 02-09-1993
Artikel 49a — Artikel 49a Hennep#
Artikel 49a Hennep artikelen 40 45 artikel 35, eerste lid, onder a In afwijking van detot en metgeeft het productschap de in, bedoelde invoercertificaten en uittreksels daarvan slechts af voor: 1. artikel 5 Verordening (EG) nr. 1251/1999 ruwe hennep van post 53 02 10 00 van de gecombineerde nomenclatuur indien deze voldoet aan de voorwaarden vanbis van(PbEG L 160); 2. artikel 5 Verordening (EG) nr. 1251/1999 zaaizaad voor de inzaai van henneprassen van post 1207 99 20 van de gecombineerde nomenclatuur indien deze vergezeld gaat van het bewijs dat het gehalte aan tetrahydrocannabinol niet hoger is dan het inbis vanvastgestelde gehalte; 3. niet voor inzaai bestemd hennepzaad van de post 1207 99 91 van de gecombineerde nomenclatuur indien: a. de importeur door het productschap is erkend; b. artikel 17 Verordening (EG) 245/2001 de importeur zich ertoe verbindt zorg te dragen voor de verstrekking aan het productschap van de inbis van(PbEG L 35) bedoelde verklaringen binnen de aldaar gestelde termijn en onder de door het productschap gestelde voorwaarden; c. de administratie van de importeur voldoet aan de door het productschap gestelde eisen; d. Verordening 1673/2000 de importeur toelaat dat, indien zulks de Algemene Inspectiedienst of het productschap nodig voorkomt, wordt overgegaan tot controle op de naleving van hetgeen bij of krachtens(PbEG L 193) is bepaald; en e. de importeur zodanige maatregelen treft dat ook zijn afnemers aan het onder c en d gestelde voldoen. 2002 81 26-04-2002 25-04-2002 TRCJZ/2002/4901 2002 81 26-04-2002 25-04-2002 TRCJZ/2002/4901 01-05-2002
Artikel 49b — Artikel 49b Biologische producten#
Artikel 49b Biologische producten Verordening (EEG) nr. 2092/91 Verordening (EG) nr. 1788/2001 artikel 11, eerste lid, onder b artikel 35, eerste lid, onder a In de gevallen waarin ten aanzien van producten waarop aanduidingen voorkomen die verwijzen naar de biologische productiemethode als bedoeld in artikel 1 van(PbEG L 198), een controlecertificaat als bedoeld invan voornoemde verordening is voorgeschreven, geldt in afwijking van, het invoercertificaat dat in voorkomend geval ingevolge de basisverordening of de uitvoeringsbepalingen bij de invoer moet worden overgelegd slechts als vergunning indien bij het doen van de aangifte ten invoer, naast het certificaat tevens het bovengenoemde controlecertificaat, ingevuld en afgegeven overeenkomstig het bepaalde in(PbEG L 243), wordt overgelegd. 2002 209 30-10-2002 29-10-2002 TRCJZ/2002/11250 2002 209 30-10-2002 29-10-2002 TRCJZ/2002/11250 31-10-2002
Artikel 50 — Artikel 50 Olijfolie#
Artikel 50 Olijfolie 1 artikel 36, onder c De in, bedoelde vrijstelling geldt voor wat betreft olijfolie van post 1509 en 1510 van de gecombineerde nomenclatuur die in het vrije verkeer wordt gebracht, slechts artikel 42, tweede lid artikel 37 artikel 62, vierde lid Ter zake van het stellen van de waarborg is, van overeenkomstige toepassing. Van het stellen van deze waarborg wordt door het produktschap aantekening gesteld op beide exemplaren van het formulier L, bedoeld invan de Douaneregeling, met overeenkomstige toepassing van het ter zake in, bepaalde. Verordening (EEG) nr. 2677/85 artikel 18, eerste lid Het produktschap geeft de waarborg overeenkomstig het bepaalde in artikel 17, vierde lid, vanvrij indien en voor zover de olijfolie, of een overeenkomstige hoeveelheid olijfolie waarvoor geen steun is toegekend, overeenkomstig, van laatstgenoemde verordening is verpakt, verwerkt, overgenomen of uitgevoerd uit de Gemeenschap. Het voor de vrijgave vereiste bewijs wordt geleverd voor wat betreft: Artikel 43, derde lid artikel 37 , is van overeenkomstige toepassing. Voor de in dit artikel bedoelde goederen worden geen vergunningen afgegeven. Voor de in dit artikel bedoelde goederen kan uitsluitend een formulier L, bedoeld invan de Douaneregeling, worden overgelegd. a. Verordening (EEG) nr. 2677/85 Verordening nr. 136/66/EEG indien bij en ten genoege van het produktschap overeenkomstig artikel 17 van(PbEG nr. L 254) een waarborg is gesteld als garantie dat het goed niet in aanmerking wordt gebracht voor steun als bedoeld in artikel 11 van(Pb. E.G. nr. 172); b. Verordening (EEG) nr. 2677/85 indien op de verpakking de ingevolgevoorgeschreven aanduiding is aangebracht. Verordening (EEG) nr. 2677/85 de verpakking, de verwerking onderscheidenlijk de overname door de detailhandel: door een desbetreffende verklaring van de Algemene Inspectiedienst dan wel van de bevoegde dienst in een andere Lidstaat op het certificaat, als bedoeld in artikel 18, derde lid, van; artikel 39 de uitvoer: door een formulier L, bedoeld invan de Douaneregeling, dat is afgetekend door een ambtenaar der invoerrechten en accijnzen, dan wel, indien de uitvoer plaatsvindt via het grondgebied van een andere Lid-Staat, door het terugontvangen van een controle-exemplaar T 5 nadat dit ingevolge de Toepassingsverordening communautair douanewetboek van de nodige aantekeningen is voorzien. 2 artikel 35, eerste lid, onder a In afwijking van, gelden de certificaten die in voorkomend geval ingevolge de basisverordeningen of uitvoeringsbepalingen bij de invoer van de in het eerste lid bedoelde olijfolie dienen te worden overgelegd slechts als vergunning indien bij en ten genoege van het produktschap overeenkomstig het in het eerste lid bepaalde de aldaar bedoelde waarborg is gesteld. Het gestelde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing. 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 50a — Artikel 50a#
Artikel 50a 1 artikel 36, onder c Verordening (EEG) nr. 104/91 Verordening (EEG) nr. 136/66 De in, bedoelde vrijstelling geldt voor wat betreft olijven van de posten 0709 9031, 0709 9039, 0711 2010 en 0711 2090 van de Gecombineerde Nomenclatuur, met uitzondering van olijven in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 5 kilogram, die in het vrije verkeer worden gebracht, slechts indien bij en ten genoegen van het produktschap overeenkomstig(Pb EG nr. L 12) een zekerheid is gesteld als garantie dat de olie die uit in de Gemeenschap in het vrije verkeer gebrachte olijven is verkregen niet in aanmerking wordt gebracht voor de produktie en consumptiesteun als bedoeld in(Pb EG nr. L 172) 2 artikel 42, tweede lid Ter zake van het stellen van de zekerheid is, van overeenkomstig toepassing. 3 artikel 37 Van het stellen van de in het tweede lid bedoelde zekerheid wordt door het produktschap aantekening gesteld op beide exemplaren van hethet formulier L, bedoeld invan de Douaneregeling, houdende vermelding van de hoeveelheid en soort alsmede het bedrag waarvoor zekerheid is gesteld en zonodig de tijdsduur waarvoor zij geldt. 4 Verordening (EEG) nr. 104/91 Het produktschap geeft de zekerheid met inachtneming van het bepaalde invrij. 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 Vervallen 1987 252 30-12-1987 24-12-1987 J12198 1987 252 30-12-1987 24-12-1987 J12198 01-01-1988
Artikel 52 — Artikel 52 Fokdieren van zuiver ras#
Artikel 52 Fokdieren van zuiver ras 1 artikel 36, onderdeel c De in, bedoelde vrijstelling geldt voor wat betreft de invoer van levende runderen zijnde fokdieren van zuiver ras van GN code 0102 1000 slechts indien: a. de ouders en de grootouders zijn ingeschreven of geregistreerd in het stamboek voor hetzelfde ras en de runderen zelf in dat stamboek staan ingeschreven dan wel geregistreerd en geschikt zijn om erin te worden ingeschreven en voor zover het vrouwelijke dieren betreft niet ouder dan 6 jaar zijn; b. bij de aangifte ten invoer voor ieder rund afzonderlijk een stamboekcertificaat waarin de in onderdeel a vermelde gegevens zijn opgenomen en een voor fokdieren van zuiver ras opgesteld gezondheidscertificaat worden overgelegd alsmede een op afschrift gestelde verklaring van de importeur dat de runderen waarvoor de aangifte ten invoer wordt gedaan, behoudens in geval van overmacht, niet binnen een termijn van 12 maanden nadat de aangifte ten invoer heeft plaatsgevonden zullen worden geslacht; c. de importeur uiterlijk aan het einde van de 15e maand volgende op die waarin de runderen in het vrije verkeer zijn gebracht bij de douane een verklaring overlegt van: een in Nederland erkende stamboekvereniging dat de runderen niet binnen de in onderdeel b bedoelde termijn zijn geslacht en staan ingeschreven dan wel geregistreerd in het stamboek van deze stamboekvereniging, of de Voedsel en Waren Autoriteit, dan wel van een dierenarts dat de runderen binnen de in onderdeel b genoemde termijn om gezondheidsredenen zijn geslacht dan wel als gevolg van een ziekte of ongeval zijn gestorven. TRCJZ/2002/12082 2 Voor fokdieren van zuiver ras van oorsprong en herkomstig uit Oostenrijk, Finland, IJsland, Noorwegen, Zweden en Zwitserland gelden evenwel niet de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde leeftijdsgrens en de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde aanhoudverplichting van een termijn van 12 maanden alsmede de daaraan verbonden bewijslast. Wel dienen de in de eerste volzin bedoelde ten invoer aangeboden runderen te worden ingeschreven dan wel geregistreerd in het stamboek van een in het eerste lid, onderdeel c bedoelde stamboekvereniging. 3 In geval van wederinvoer in de Gemeenschap alsmede ingeval dat uit het in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde stamboekcertificaat blijkt dat de fokker is gevestigd binnen de Gemeenschap geldt, onverminderd het in het eerste lid, de onderdelen a, b en c bepaalde, de in het eerste lid vermelde vrijstelling slechts indien de importeur bij de aangifte ten invoer aan de hand van een verklaring van het produktschap het bewijs levert dat bij de voorafgaande uitvoer van de runderen uit de Gemeenschap geen restitutie is verleend, dan wel dat de toegekende restitutie is terugbetaald, of dat de nodige maatregelen zijn genomen om ervoor te zorgen dat de restitutie niet zal worden uitgekeerd. 4 artikel 62, tweede lid, tweede volzin, en vijfde lid artikel 64, eerste lid aanhef en onderdeel b Indien in geval van wederinvoer blijkt dat de fokker binnen de Gemeenschap is gevestigd en de importeur niet het in het derde lid genoemde bewijs levert, dan wel wanneer uit dat bewijs niet blijkt welk bedrag bij de voorafgaande uitvoer uit de Gemeenschap van de runderen aan restitutie is uitbetaald geldt, onverminderd het in het eerste lid, de onderdelen a, b en c bepaalde, de in het eerste lid vermelde vrijstelling slechts indien een verklaring van het produktschap wordt overgelegd waaruit blijkt dat aan het produktschap een bedrag is bepaald gelijk aan de hoogste heffing die op de dag van wederinvoer geldt voor runderen van Gn code 01.02.90 of dat voor de betaling daarvan bij en ten genoegen van het produktschap zekerheid is gesteld; het gestelde in, alsmede in,II, is van overeenkomstige toepassing. 5 Indien de invoer hier te lande is vooraf gegaan door een uitvoer uit een andere Lid-Staat geeft het produktschap de in het derde lid bedoelde verklaring slechts af nadat aan het produktschap een door de bevoegde autoriteit van die Lid-Staat afgegeven verklaring is overgelegd, waaruit blijkt dat de ingevolge genoemde verordening toegekende restitutie is terugbetaald, dan wel dat de nodige maatregelen zijn genomen om ervoor te zorgen dat deze niet zal worden uitgekeerd. 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 01-01-2003
Artikel 53 — Artikel 53 Wijn#
Artikel 53 Wijn Verordening (EEG) nr. 822/87 verordening (EEG) nr. 2238/93 artikel 2, eerste lid, onderdeel d In de gevallen waarin het transport binnen Nederland van de goederen bedoeld in artikel 1, tweede lid, van(Pb.E.G. nr. L 84), vergezeld moet gaan van een handelsdocument of een erkend handelsdocument, als bedoeld injuncto onderdeel e vanvan de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 26 juli 1993 betreffende de begeleidende documenten voor het vervoer van wijnbouwprodukten en de in de wijnsector bij te houden registers (PbEG L 200), is al naar het geval het gestelde onder a of b van toepassing: a. artikel 36, onder a artikel 36, onder c aanhef de in, onderscheidenlijk, bedoelde vrijstelling geldt slechts ingeval bij het doen van aangifte ten invoer het in degenoemd handelsdocument of erkend handelsdocument wordt overgelegd; b. artikel 35, eerste lid, onder a aanhef aanhef in afwijking van, geldt het certificaat dat in voorkomend geval ingevolge de basisverordening of uitvoeringsbepalingen bij de invoer van de in debedoelde goederen moet worden overgelegd slechts als vergunning, indien bij het doen van aangifte ten invoer naast het certificaat tevens het in degenoemde handelsdocument of erkend handelsdocument wordt overgelegd. 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 54 — Artikel 54 Wijn#
Artikel 54 Wijn Verordening (EEG) nr. 822/87 Verordening (EEG) nr. 3590/85 Verordening (EEG) nr. 3590/85 artikel 35, eerste lid, onder a In de gevallen waarin ten aanzien van goederen als bedoeld in artikel 70, eerste lid, eerste volzin van(Pb.E.G. nr. L 84) een document als bedoeld in artikel 2 van(Pb.E.G. nr. L 343) is voorgeschreven, geldt in afwijking van, het invoercertificaat dat in voorkomend geval ingevolge de basisverordening of de uitvoeringsbepalingen bij de invoer moet worden overgelegd slechts als vergunning indien bij het doen van de aangifte ten invoer naast het certificaat tevens het bovengenoemde document, ingevuld overeenkomstig het bepaalde in, wordt overgelegd. 1988 171 05-09-1988 31-08-1988 J8654 1988 171 05-09-1988 31-08-1988 J8654 06-09-1988
Artikel 55 — Artikel 55 Wijn#
Artikel 55 Wijn 1 artikel 35, eerste lid, onder a artikel 1, tweede lid Verordening (EEG) nr. 351/79 In afwijking van, geldt het certificaat dat in voorkomend geval ingevolge de basisverordening of uitvoeringsbepalingen bij de invoer van de in, van erordening (EEG) nr. 822/87 (Pb.E.G. nr. L 84) genoemde goederen moet worden overgelegd niet als vergunning voor de invoer van de genoemde goederen waaraan alcohol is toegevoegd, tenzij het betreft likeurwijn of distillatiewijn, dan wel, overeenkomstig het in(Pb. E.G. nr. L 54) bepaalde, een van de in artikel 1 van deze verordening genoemde goederen. Voor de in de vorige volzin eerstbedoelde goederen worden geen vergunningen afgegeven. 2 Verordening (EEG) nr. 351/79 artikel 37 Ingeval van invoer van goederen bedoeld in artikel 1 van(Pb. nr. L 54) dienen op de aangifte ten invoer en op het formulier L, bedoeld invan de Douaneregeling de volgende gegevens te worden vermeld: onder 3 en 4 van artikel 1 de soort en de hoeveelheid toegevoegde alcohol, alsmede indien het betreft goederen aangeduidvan genoemde verordening; de aldaar bedoelde produkten, ter bereiding waarvan die goederen bestemd zijn. 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 56 — Artikel 56 Hop(bellen)#
Artikel 56 Hop(bellen) artikel 36, onder a verordening (EEG) nr. 1679/71 Verordening (EEG) nr. 3076/78 De in, bedoelde vrijstellingen gelden voor wat betreft de in artikel 2 vanvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juli 1971, houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector hop (PbEG L 175). genoemde produkten slechts indien en voor zover bij het doen van de aangifte ten invoer wordt overgelegd, al naar gelang van het bij of krachtens die verordening bepaalde, hetzij een certificaat als bedoeld in artikel 3 van die verordening, hetzij een factuur als bedoeld in artikel 7 van(Pb. E.G. nr. L 367). 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 57 — Artikel 57 Hop(bellen)#
Artikel 57 Hop(bellen) artikel 36, onder c De in, bedoelde vrijstelling geldt a. Verordening (EEG) nr. 3076/78 voor wat betreft hopbellen van post ex 1210 van de gecombineerde nomenclatuur slechts indien en voor zover bij het doen van de aangifte ten invoer wordt overgelegd hetzij een gelijkwaardigheidsverklaring of een uittreksel daarvan, als bedoeld in artikel 2 van, hetzij een verklaring als bedoeld in artikel 4 van die verordening. b. Verordening (EEG) nr. 3076/78 voor wat betreft andere produkten van post ex 1210 van de gecombineerde nomenclatuur dan onder a, genoemd, alsmede voor wat betreft plantesappen en plantenextracten van hop van post 1302 1300 van de gecombineerde nomenclatuur slechts indien en voor zover bij het doen van de aangifte ten invoer wordt overgelegd een gelijkwaardigheidsverklaring of een uittreksel daarvan, als bedoeld in artikel 2 van. Verordening (EEG) nr. 1696/71 De onder a, laatstgenoemde verklaring wordt afgegeven door het produktschap. De verklaring wordt eerst afgegeven nadat uit een monsteronderzoek is gebleken, dat de onder a, genoemde produkten voldoen aan de bij en krachtens artikel 2 vanvastgestelde milieukwaliteitseisen. Het monsteronderzoek geschiedt door het Rijkskwaliteitsinstituut voor Landen Tuinbouwprodukten te Wageningen; dit instituut brengt de uitslag van het onderzoek ter kennis van het produktschap. 1987 252 30-12-1987 24-12-1987 J12198 1987 252 30-12-1987 24-12-1987 J12198 01-01-1988
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 Vervallen 1993 165 31-08-1993 24-08-1993 J.931549 1993 165 31-08-1993 24-08-1993 J.931549 02-09-1993
Artikel 59 — Artikel 59 Pootaardappelen#
Artikel 59 Pootaardappelen 1 Van het verbod tot invoer zonder vergunning van de minister, bedoeld in artikel 2 van het besluit, wordt voor pootaardappelen van post 0701 1000 vrijstelling verleend. 2 Richtlijn 66/403 Van het verbod tot uitvoer zonder vergunning van de minister, als bedoeld in artikel 3 van het besluit, wordt voor pootaardappelen van post 0701 1000 vrijstelling verleend indien bij uitvoer voldaan wordt aan de voorwaarde dat de betrokken partij is voorzien van een door de Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen (Stichting N.A.K.) afgegeven etiket of een ander door deze Stichting afgegeven bewijsstuk, dan wel van een etiket, als bedoeld in artikel 10 van devan de Raad (Pb. EG L 125) betreffende het in de handel brengen van pootaardappelen. 1991 236 04-12-1991 29-11-1991 J914467 1991 236 04-12-1991 29-11-1991 J914467 05-12-1991
Artikel 59a — Artikel 59a#
Artikel 59a Vervallen 1993 165 31-08-1993 24-08-1993 J.931549 1993 165 31-08-1993 24-08-1993 J.931549 02-09-1993
Artikel 59b — Artikel 59b#
Artikel 59b 1 artikel 36, onderdeel a artikel 39 De in, bedoelde vrijstelling bij uitvoer geldt voor de hierna te noemen granen, slechts indien bij het doen van de aangifte ten uitvoer een door of namens de exporteur volledig en naar waarheid ingevuld en ondertekend goed leesbaar formulier L, bedoeld invan de Douaneregeling, wordt overgelegd, houdende een van de vermeldingen als bedoeld in het tweede lid. Post van de gecombineerde nomenclatuur Omschrijving van de goederen 1001 Tarwe, spelt en mengkoren 1002 Rogge 1003 Gerst 1004 Haver 1005 Mais 1007 Graansorgho 1008 Boekweit, gierst (andere dan sorgho) en kanariezaad, andere granen 2 artikel 36, onderdeel c artikel 39 De in, bedoelde vrijstelling geldt voor de in het eerste lid genoemde granen slechts indien het bij de aangifte ten uitvoer te overleggen formulier L, bedoeld invan de Douaneregeling, een van de volgende vermeldingen bevat: a. Beschikking medeverantwoordelijkheidsheffing granen 1988 beschikking Medeverantwoordelijkheidsheffing granen 1988 in geval een producent van granen als bedoeld in de(Stcrt. 124) granen als bedoeld in het eerste lid uitvoert: ‘aangifte van de heffingen ingevolge de’: b. Beschikking Medeverantwoordelijkheidsheffing granen 1988 in geval een koper granen als bedoeld in het eerste lid uitvoert, waarover hij geen medeverantwoordelijkheidsheffing is verschuldigd ‘geen heffingen ingevolge deverschuldigd’. 3 artikel 36, onderdeel a artikel 37 De in, bedoelde vrijstelling geldt voor de in het eerste lid genoemde granen voorzover de aangifte ten uitvoer in de lid-staat van verzending voor 1 juli 1988 heeft plaatsgevonden, slechts indien bij de aangifte ten invoer een formulier L, bedoeld invan de Douaneregeling, wordt overgelegd, voorzien van de vermelding ‘aangifte tot verzending aanvaard vóór 1 juli 1988’. 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 59c — Artikel 59c#
Artikel 59c Vervallen 1993 165 31-08-1993 24-08-1993 J.931549 1993 165 31-08-1993 24-08-1993 J.931549 02-09-1993
Artikel 59d — Artikel 59d#
Artikel 59d artikel 36, onder c verordening (EG) nr. 2449/96 verordening (EG) nr. 2781/1999 De in, bedoelde vrijstelling geldt voor artikel 10, tweede lid, vanvan de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 18 december 1996 houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van bepaalde jaarlijkse tariefcontingenten voor produkten van de GN-codes 0714 10 91, 0714 10 99, 0714 90 11 en 0714 90 19, van oorsprong uit andere derde landen dan Thailand (PbEG L 333), en artikel 4, derde lid, vanvan de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 27 december 1999 houdende opening en vaststelling van de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent voor 2000 voor producten van de GN-codes 0714 10 10, 0714 10 91 en 0714 10 99, van oorsprong uit Thailand (PbEG L 334), onder de volgende voorwaarden: a. de in te voeren hoeveelheden maniok overtreffen de hoeveelheden die door de afgegeven invoercertificaten worden gedekt met 2% of minder; b. er is ingevolge genoemde verordeningen bij het productschap een zekerheid gesteld; c. artikel 37 bij het doen van de voor het surplus afzonderlijk benodigde aangifte ten invoer is een formulier L, dan wel een formulier zekerheidstelling, als bedoeld invan de Douaneregeling overgelegd waaruit blijkt dat de zekerheid bij het productschap is gesteld. 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 59e — Artikel 59e#
Artikel 59e Vervallen 1991 236 04-12-1991 29-11-1991 J914467 1991 236 04-12-1991 29-11-1991 J914467 05-12-1991
Artikel 59f — Artikel 59f#
Artikel 59f Vervallen. 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 59g — Artikel 59g#
Artikel 59g Vervallen 1993 165 31-08-1993 24-08-1993 J.931549 1993 165 31-08-1993 24-08-1993 J.931549 02-09-1993
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 Vervallen 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 Vervallen 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 1 bijlage I Naast het stellen van een zekerheid, ter verzekering van de voldoening van een landbouwheffing bij invoer van de in kolom 3 vanaangewezen goederen, bij en ten genoegen van de inspecteur van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake de douane, kan die zekerheid bij en ten genoegen van het produktschap worden gesteld. 2 In afwijking van het eerste lid kan de zekerheid niet bij en ten genoegen van het produktschap worden gesteld in de gevallen: a. bijlage I dat voor het vrije verkeer aangegeven goederen, waarvoor de verschuldigde landbouwheffing bij invoer niet voordien is voldaan, vallen onder, kolom I, horizontale balken il, VIa, VIc, VId en VIIa; b. dat de inspecteur van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake de douane, de voorwaardelijke vrijstelling van de landbouwheffing bij invoer toekent; c. dat goederen in fictief douaneentrepot worden ingeslagen; d. dat een document wordt afgegeven, dat geen aanvaarde aangifte ten invoer of een voorwaardelijke vrijstelling van de landbouwheffing bij invoer betreft; e. dat met toepassing van de regeling bijzondere bestemmingen als kennisgeving de benodigde exemplaren van het Overdrachtsformulier bijzondere bestemmingen worden aanvaard, onderscheidenlijk het controle-exemplaar T-5 wordt aanvaard, eerder met betrekking tot dezelfde goederen bij de inspecteur van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake de douane, zekerheid is gesteld. 3 In afwijking van het eerste lid kan de zekerheid uitsluitend bij en ten genoegen van het produktschap worden gesteld in de gevallen: a. bijlage I dat voor het vrije verkeer aangegeven goederen, waarvoor de verschuldigde landbouwheffing bij invoer niet voordien is voldaan, vallen onder, kolom III, horizontale balk V, zevende gedachtenstreepje; b. dat het produktschap de voorwaardelijke vrijstelling van de landbouwheffing bij invoer toekent en c. dat met toepassing van de regeling bijzondere bestemmingen als kennisgeving de benodigde exemplaren van het Overdrachtsformulier bijzondere bestemmingen worden aanvaard, onderscheidenlijk het controle-exemplaar T-5 wordt aanvaard, eerder met betrekking tot dezelfde goederen bij het produktschap zekerheid is gesteld. 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 62a — Artikel 62a#
Artikel 62a Vervallen 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 Naast de vormen van zekerheid die zijn toegestaan in artikel 193 van het Communautair douanewetboek kunnen als vormen van zekerheid worden aanvaard: storting van geld, niet zijnde Nederlands geld, of deponering van de door de ontvanger als betaalmiddel erkende cheques of andere waardepapieren, welke niet luiden in Nederlandse valuta; hypotheek of verpanding van goederen, waardepapieren of vorderingen. 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 artikel 62 artikel 37 Van het stellen van de zekerheid, bedoeld in, bij het produktschap wordt door de aangever aan de inspecteur van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake de douane, mededeling gedaan door overlegging van een formulier zekerheidstelling, dan wel van een op beide exemplaren van het formulier L, bedoeld invan de Douaneregeling, gestelde verklaring van het produktschap, houdende vermelding van de hoeveelheid en soort goed alsmede het bedrag waarvoor de zekerheid is gesteld en zonodig de tijdsduur waarvoor zij geldt. 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 Van het stellen van de zekerheid bij het produktschap door degene, die met toepassing van de regeling bijzondere bestemmingen de goederen heeft overgenomen, wordt aan de inspecteur van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake de douane, mededeling gedaan door een, op een van de exemplaren van het Overdrachtsformulier Bijzondere bestemmingen, onderscheidenlijk op de extra kopie van het controle-exemplaar T 5, gestelde verklaring van het produktschap, houdende vermelding van de hoeveelheid en soort goed waarvoor zekerheid is gesteld en zonodig de tijdsduur waarvoor zij geldt. 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 Vervallen 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 Vervallen 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 Vervallen 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 Vervallen 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 Vervallen 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 Vervallen 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 1 De mededeling, bedoeld in artikel 221, eerste lid, van het Communautair douanewetboek, van het bedrag aan landbouwheffingen bij invoer dat voortvloeit uit een douaneschuld geschiedt door het vaststellen van een uitnodiging tot betaling door het produktschap voor ieder van de heffingen afzonderlijk, indien ter verzekering van de voldoening van een dergelijke heffing de zekerheid bij het produktschap is gesteld. 2 In afwijking van het eerste lid geschiedt de mededeling door de inspecteur van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake de douane, in alle gevallen waarin: a. de aangever tot onmiddellijke betaling van de douaneschuld wenst over te gaan; b. artikel 64 blijkens de aan de inspecteur van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake de douane, verstrekte mededelingen, bedoeld in, en met inachtneming van de aangifte voor het vrije verkeer en van hetgeen bij verificatie is bevonden, aangenomen moet worden dat bij het produktschap geen of onvoldoende zekerheid is gesteld voor de voldoening van de ter zake van het in het vrije verkeer brengen van goederen verschuldigde landbouwheffing bij invoer; c. een te zuiveren document niet is gezuiverd; d. een douaneschuld is ontstaan, bedoeld in de artikelen 201, eerste lid, onderdeel b, 202, eerste lid, 203, eerste lid, 204, eerste lid en 205, eerste lid, van het Communautair douanewetboek of e. met betrekking tot enig in dit lid bedoeld geval tot boeking achteraf wordt overgegaan. 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 De beschikking tot terugbetaling of kwijtschelding van landbouwheffingen bij invoer, bedoeld in artikel 886 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, wordt door het produktschap gegeven voor ieder van de heffingen afzonderlijk in de gevallen, waarbij het produktschap de mededeling, bedoeld in artikel 221, eerste lid, van het Communautair douanewetboek, doet. 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 Het produktschap is belast met de invordering van de landbouwheffingen bij invoer in de gevallen, waarbij het produktschap de mededeling, bedoeld in artikel 221, eerste lid, van het Communautair douanewetboek, doet. 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 Vervallen 1994 22 01-02-1994 27-01-1994 J.94435 1994 22 01-02-1994 27-01-1994 J.94435 03-02-1994
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 Vervallen 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 Vervallen 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 1 bijlage I Voor de in kolom 4 vanaangewezen goederen kan ter zake van hun uitvoer naar landen of gebieden die geen deel uitmaken van de Gemeenschap een restitutie worden verleend. 2 artikelen 23 24 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap De restitutie kan uitsluitend worden verleend voor goederen of – indien het samengestelde goederen betreft – bestanddelen van goederen, die voldoen aan de voorwaarden van deen, tenzij het goederen betreft die zich tijdelijk in het binnenlandse verkeer hebben bevonden of worden uitgevoerd in passief veredelingsverkeer. 3 bijlage I Het bedrag van de restitutie is voor elk van de in kolom 4 vanaangewezen goederen gelijk aan het bij de uitvoeringsbepalingen vastgesteld bedrag, voorzover nodig omgerekend in Nederlands courant, dat voor de toepassing van de basisverordeningen of uitvoeringsbepalingen in de gevallen, naar de onderscheidingen en volgens de regelen gesteld in de basisverordeningen dan wel in die uitvoeringsbepalingen, bij de uitvoer van dat goed volgens zijn bestemming dan restitutie moet worden verleend. 4 Voor toepassing van het vorige lid moet onder bedrag van de restitutie tevens worden verstaan elk bedrag dat op grond van de basisverordeningen of uitvoeringsbepalingen onder andere benaming, zoals aanvullend bedrag, bij de uitvoer van het goed moet worden verleend. 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt met uitvoer gelijkgesteld het bereiken van bijzondere bestemmingen binnen de Gemeenschap, die als zodanig voor de verlening van restitutie in de basisverordeningen of uitvoeringsbepalingen zijn aangewezen. 1981 50 13-03-1981 09-03-1981 J1578 1981 50 13-03-1981 09-03-1981 J1578 17-03-1981
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 1 artikel 19 Behoudens het bepaalde in paragraaf 2 van dit hoofdstuk heeft aanspraak op restitutie degene die op het formulier L, bedoeld in, als exporteur is aangeduid. 2 De restitutie kan eerst worden toegekend nadat aan alle in de basisverordening of uitvoeringsbepalingen voor de toekenning gestelde voorwaarden is voldaan en de daarin voorgeschreven bescheiden zijn overgelegd. Indien die basisverordeningen of uitvoeringsbepalingen daartoe de mogelijkheid openstellen kan, op verzoek en met inachtneming van hetgeen dienaangaande is voorgeschreven, de aanspraak op restitutie geheel of gedeeltelijk worden omgezet in een aanspraak op een invoercertificaat voor met de uitgevoerde goederen overeenkomende hoeveelheden goederen, volgens een bij vorenbedoelde basisverordeningen of uitvoeringsbepalingen ingestelde regeling inzake de invoer tegen een bijzonder tarief. 3 paragraaf 3a van de Beschikking denaturatie- en verwerkingssteun magere melkpoeder 1980 Als bewijs dat het goed in ongewijzigde staat, als bedoeld in de uitvoeringsbepalingen, via het grondgebied van een andere Lid-Staat het douanegebied van de Gemeenschap heeft verlaten dan wel in een andere Lid-Staat een bijzondere bestemming als aangegeven in(Stcrt. 1979, 247), heeft bereikt, dient krachtens de uitvoeringsbepalingen het terugontvangen controle-exemplaar T 5. 4 verordening 800/1999 verordening 800/1999 Bij de beoordeling welke bescheiden in de zin van het tweede lid dienen te worden overgelegd past het produktschap het bepaalde in artikel 20, eerste tot en met derde lid, vantoe. Met inachtneming van hetgeen dienaangaande in artikel 49, eerste tot en met zevende lid, vanis voorgeschreven erkent het produktschap als gelijkwaardig aan het controle-exemplaar T 5 te beschouwen documenten, onder periodieke opgave aan de Minister van de gevallen, waarin de restitutie op grond van deze documenten is uitbetaald. 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 80a — Artikel 80a#
Artikel 80a 1 verordening 800/1999 De minister is belast met de erkenning van op internationaal niveau in controle en toezicht gespecialiseerde ondernemingen, als bedoeld in artikel 16 vanen met de intrekking van verleende erkenningen. De minister kan, in aanvulling op de voorwaarden genoemd in de volgende leden, aan de verlening van een erkenning nadere voorwaarden stellen. De minister kan de bevoegdheden welke hem ingevolge dit lid toekomen, delegeren aan de voorzitter van het Hoofdproductschap Akkerbouw. 2 Een erkenning, als bedoeld in het eerste lid, wordt op aanvraag verleend aan in de Gemeenschap zetelende rechtspersonen met een vestiging in Nederland die: blijkens hun statuten uitsluitend of ondermeer tot doel hebben controles te verrichten en toezicht uit te oefenen op internationaal niveau; verordening 800/1999 rechtstreeks of via bijkantoren vertegenwoordigd zijn in meerdere derde landen, als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van; op het gebied van controle en toezicht een uitstekende reputatie hebben; op het gebied van controle en toezicht, douane-aangelegenheden in het algemeen en certificering van de lossing van landbouwgoederen in het bijzonder een ruime ervaring hebben. 3 De op grond van het eerste lid erkende ondernemingen: verordening 800/1999 geven in het kader van artikel 16 vanvoor een derde land slechts verklaringen inzake de lossing of verklaringen inzake de lossing en de invoer voor verbruik af, indien zij in het betrokken derde land rechtstreeks of via bijkantoren zijn vertegenwoordigd; verordening 800/1999 doen in een daartoe dagelijks bijgehouden register verslag van de uitgevoerde werkzaamheden, het aantal onderzochte monsters van de landbouwgoederen en de analyseresultaten, alsmede van het overige bewijsmateriaal op basis waarvan in het kader van artikel 16 vaneen verklaring inzake de lossing en/of invoer tot verbruik wordt afgegeven, houden dit register ter beschikking van de Algemene Inspectiedienst, het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten en de Accountantsdienst van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en zenden na afloop van elke kalendermaand een afschrift van het op die maand betrekking hebbende deel van het register toe aan de voorzitter van het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten; 4 verordening 800/1999 De op grond van het eerste lid erkende ondernemingen stellen de in het kader van artikel 16 vanafgegeven verklaringen inzake de lossing of verklaringen inzake de lossing en de invoer voor verbruik op een formulier waarvan het model door de Voorzitter van het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten namens de minister wordt vastgesteld en dat volledig en naar waarheid is ingevuld, ondertekend en gedagtekend. 5 De verklaringen inzake de lossing of verklaringen inzake de lossing en de invoer voor verbruik bevatten in ieder geval de volgende gegevens: a. verordening 800/199 de gegevens als bedoeld in artikel 5, vierde lid, van; b. de plaats en de datum van aankomst van het vervoermiddel; c. de plaats en de datum van lossing van het vervoermiddel; d. de plaats en de datum van vervulling van de formaliteiten voor de invoer van verbruik van de vervoerde produkten. Tevens bevatten de verklaringen een gedetailleerd verslag van alle gebeurtenissen en omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de naleving van de communautaire wetgeving inzake de termijnen en de controle op de uitvoerrestituties. 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 01-07-1999
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 1 Indien, afwijkend van hetgeen bij het doen van de aangifte ten uitvoer is vermeld, het goed, door welke oorzaak dan ook een andere bestemming heeft bereikt, of aan dit goed een andere bestemming wordt gegeven, doet de exporteur hiervan ten spoedigste mededeling aan het produktschap onder opgave van de redenen die tot de wijziging van de bestemming hebben geleid. 2 Onverminderd het bepaalde in het voorgaande lid is degene die voor een restitutie in aanmerking wenst te komen gehouden alle voor de toekenning van de restitutie van belang zijnde gegevens te verstrekken en bescheiden over te leggen die het produktschap van hem verlangt en alle in verband daarmee door het produktschap gestelde vragen getrouwelijk prompt en naar waarheid te beantwoorden. 1981 50 13-03-1981 09-03-1981 J1578 1981 50 13-03-1981 09-03-1981 J1578 17-03-1981
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 artikel 81, eerste lid Behoudens het bepaalde in paragraaf 2 van dit hoofdstuk wordt de restitutie berekend overeenkomstig de gedane aangifte ten uitvoer, in voorkomend geval zoals deze achteraf is gewijzigd ingevolge, en met inachtneming van hetgeen is bevonden of vastgesteld: Douanewet De genoemde verrichtingen geschieden, in voorkomend geval in afwijking van het ter zake bij of krachtens debepaalde met inachtneming van hetgeen dienaangaande in de basisverordeningen of uitvoeringsbepalingen is voorgeschreven. bij de verificatie van de aangifte of van het daarop afgegeven document en derde lid van artikel 80 in voorkomend geval – aan de hand van het terugontvangen controle-exemplaar T 5 als bedoeld in het; bij een ingesteld nader onderzoek van zodanige aangifte, zodanig document of zodanige controle-exemplaren; bij onderzoek van de door belanghebbende of ambtshalve overgelegde overige bescheiden ten bewijze van de door het goed bereikte bestemming en het voldoen aan de overige voor de toekenning gestelde voorwaarden dan wel ingevolge andere wettelijke bepalingen 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 82a — Artikel 82a#
Artikel 82a verordening 800/1999 Als wordt geconstateerd dat een exporteur een hogere restitutie heeft gevraagd dan die welke geldt voor de uitgevoerde of de ten uitvoer aangegeven goederen, worden administratieve sancties op de voet van het bepaalde in de artikelen 51 en 52 vanopgelegd. 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 01-07-1999
Artikel 82b — Artikel 82b#
Artikel 82b verordening (EG) nr. 1469/95 Voor de marktdeelnemers, als bedoeld in artikel 1, tweede lid, vanvan de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1995 betreffende de maatregelen die moeten worden genomen ten aanzien van bepaalde begunstigden van uit het EOFGL, afdeling Garantie, gefinancieerde verrichtingen, kunnen de in artikel 3, eerste lid, onder a, b en c, van die verordening bedoelde maatregelen en de ten uitvoering daarvan gestelde maatregelen worden genomen. 1997 205 24-10-1997 23-10-1997 J.9710400 1997 205 24-10-1997 23-10-1997 J.9710400 26-10-1997
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 1 artikel 8 Behoudens het bepaalde in paragraaf 2 van dit hoofdstuk wordt de restitutie toegekend naar het tarief dat geldt op de dag van uitvoer van de goederen, zoals deze uit de toepassing vanvoortvloeit. Evenwel wordt indien gebruik gemaakt wordt van een aan de exporteur op zijn verzoek toegekende aanspraak op restitutie tegen een van te voren vastgesteld tarief ten blijke daarvan een uitvoercertificaat of voorfixatiecertificaat als voorzien in de basisverordeningen of uitvoeringsbepalingen wordt overgelegd, de restitutie toegekend naar het tarief dat met inachtneming van de uitvoeringsbepalingen op dit certificaat is aangegeven of omschreven, zonodig aangepast en gecorrigeerd zoals in de basisverordeningen of uitvoeringsbepalingen is voorgeschreven. 2 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan, in de gevallen waarin en op de wijze waarop de uitvoeringsbepalingen dit voorschrijven, het bedrag van de restitutie worden bepaald door middel van een inschrijving. 1981 50 13-03-1981 09-03-1981 J1578 1981 50 13-03-1981 09-03-1981 J1578 17-03-1981
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 1 Op de restitutie, die wordt verleend ter zake van a. de uitvoer van goederen al dan niet via het geografisch grondgebied van een andere Lid-Staat naar een land of gebied dat geen deel uitmaakt van de Gemeenschap; b. leveranties aan een in een andere Lid-Staat gevestigde internationale organisatie, of aan strijdkrachten die zijn gestationeerd op het grondgebied van een Lid-Staat, doch niet tot die Lid-Staat behoren, na uitvoer naar de betrokken Lid-Staat, wordt op verzoek van de belanghebbende en met inachtneming van hetgeen dienaangaande in de uitvoeringsbepalingen is voorgeschreven door het produktschap een voorschot verleend. 2 Het voorschot wordt slechts verleend aan diegene die zich tegenover het produktschap verbindt tot: a. verordening 800/1999 levering binnen de gestelde termijn en op de in de uitvoeringsbepalingen voorgeschreven wijze van het bewijs van het verlaten van het douanegebied van de Gemeenschap onderscheidenlijk van het bereiken van het bij aangifte ten uitvoer aangegeven land van bestemming of van een bijzondere bestemming als bedoeld in artikel 36 van; b. indien en voor zover het onder a bedoelde bewijs niet is geleverd, terugbetaling aan het produktschap van het alsdan ten onrechte verkregen voorschot of gedeelte daarvan, alsmede in dat geval betaling als boete aan het produktschap van het bedrag dat overeenkomt met het in de uitvoeringsbepalingen voorgeschreven percentage, waarmee de gestelde zekerheid het verleende voorschot te boven gaat. artikel 42, tweede en vierde lid Door het verlenen van het voorschot wordt het produktschap geacht deze verbintenis te hebben aanvaard. Het bepaalde in, is van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 39 De verlening van een voorschot vindt plaats na ontvangst bij het produktschap van het formulier L, bedoeld invan de Douaneregeling. 4 vervallen 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 1 De toekenning van de restitutie vindt plaats door het produktschap. 2 De betaling van de restitutie kan overeenkomstig de uitvoeringsbepalingen in gedeelten geschieden. 3 In geval de restitutie wordt toegekend met plaatsing van de uit te voeren goederen onder de regeling voor communautair douanevervoer voor per spoor vervoerde goederen als bedoeld in het Communautair douanewetboek, geschiedt de betaling onder de voorwaarde dat zij als onverschuldigd zal worden aangemerkt, indien en zodra blijkt dat de goederen niet binnen de gestelde termijnen het douanegebied van de Gemeenschap hebben verlaten. 4 verordening 800/1999 Het bepaalde in artikel 49, negende lid, vanblijft buiten toepassing. 5 verordening 800/1999 Het produktschap mag afzien van terugvordering, als de Lid-Staten daartoe bevoegd zijn op grond van artikel 52, derde lid, van. 6 verordening 800/1999 De oplegging van de administratieve sancties, als bedoeld in artikel 51 van, vindt plaats door het produktschap. 7 verordening (EG) nr. 1469/95 De in artikel 3, eerste lid, onder b en c, vanvan de Raad van de, bedoelde maatregelen en de ten uitvoering daarvan gestelde maatregelen worden door het produktschap genomen. Verordening (EG) nr. 1469/95 Het produktschap is tevens bevoegd tot het nemen van verscherpte controlemaatregelen, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, van, voor zover deze maatregelen betrekking hebben op de uitoefening van zijn taken in het kader van deze regeling. 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 1 Voor de goederen, voor welke de uitvoeringsbepalingen dit toestaan, kan de restitutie met inachtneming van hetgeen in die bepalingen is voorgeschreven op verzoek van de belanghebbende worden voorgefinancierd, na entreposering van de goederen hier te lande, of in een andere lidstaat. 2 Voorfinanciering van de restitutie vindt slechts plaats indien de belanghebbende zich tegenover het produktschap heeft verbonden tot: a. artikel 91 nakoming van de verplichtingen bedoeld in; b. indien en voor zover niet aan het onder a gestelde is voldaan, terugbetaling aan het produktschap van de alsdan ten onrechte verkregen restitutie, alsmede in dat geval betaling als boete aan het produktschap van het bedrag dat overeenkomt met het in de uitvoeringsbepalingen voorgeschreven percentage, waarmee de gestelde zekerheid de verleende resitutie te boven gaat. Door de voorfinanciering van de restitutie wordt het produktschap geacht deze verbintenis te hebben aanvaard. 3 Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder entreposering verstaan: a. indien deze plaatsvindt hier te lande: voorlopige opslag zonodig gevolgd door tijdelijke opslag in een inrichting voor douane-opslag en opslag in een douane-entrepot; b. indien deze plaatsvindt in een andere lidstaat: opslag in een inrichting die volgens de ter zake geldende communautaire bepalingen als entrepot of vrije zone wordt aangemerkt. 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 01-07-1999
Artikel 86a — Artikel 86a#
Artikel 86a De regeling tot plaatsen onder douanecontrole van basisprodukten staat open voor de exporteur, die voorafgaande toestemming heeft van het produktschap. 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 01-07-1996
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 1 artikel 86a De voorafgaande toestemming, bedoeld in, kan aan de exporteur worden verleend, indien deze in ieder geval de volgende gegevens verstrekt: a. uitgedrukt in de GN-code en de restitutienomenclatuur de basisprodukten waarvan plaatsing onder douanecontrole wordt beoogd; b. de soorten goederen en/of verwerkte produkten in verband met welker uitvoer basisprodukten onder douanecontrole kunnen worden geplaatst; c. de handelsnaam of in het voorkomende geval de handelsnamen van de goederen en/of verwerkte produkten in verband met welker uitvoer basisprodukten onder douanecontrole kunnen worden geplaatst; d. de locatie of locaties die kunnen worden gebruikt voor de opslag en de verwerking van de basisprodukten; e. de rendementsverhoudingen en in voorkomend geval de coëfficiënten, die voor de berekening van de vooruit te betalen restitutie in aanmerking zullen worden genomen; f. de plaats waar in de Nederland de hoofdadministratie van de exporteur is gevestigd en g. de volledige naam en het volledig adres waar het bedrijf in Nederland is gevestigd. 2 Naast het verstrekken van de in het eerste lid genoemde gegevens is de exporteur voor het verkrijgen van de voorafgaande toestemming verplicht om continu een zodanige administratie te voeren, dat naar het oordeel van het produktschap de basisprodukten, de verwerking daarvan en de uitvoer van de verwerkte produkten of goederen kunnen worden gevolgd. 3 artikel 86a Wijziging in de omstandigheden op grond waarvan de voorafgaande toestemming, bedoeld in, is verleend meldt de exporteur per ommegaande aan het produktschap 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 01-07-1999
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 artikel 87, eerste lid en tweede lid Het produktschap kan, indien het dat nodig acht, aanvullend op de verplichtingen, bedoeld in, nadere verplichtingen opleggen aan de exporteur. 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 01-07-1996
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 1 artikel 87 Het produktschap kan na een schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de exporteur ontheffing verlenen van één of meer verplichtingen, bedoeld in. 2 Door het produktschap kan bij het verlenen van de ontheffing, bedoeld in het eerste lid, nadere verplichtingen aan de exporteur worden opgelegd. 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 01-07-1996
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 1 artikel 86a De exporteur dient het verzoek tot het verkrijgen van de voorafgaande toestemming, bedoeld in, in door middel van een volledig en naar waarheid ingevuld formulier, overeenkomstig het door het produktschap vastgestelde model, bij het produktschap. 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 01-07-1996
Artikel 90a — Artikel 90a#
Artikel 90a 1 artikel 86a artikel 89, eerste lid artikel 32 De verlening van de voorafgaande toestemming, bedoeld in, of de ontheffing, bedoeld in, geschiedt slechts na raadpleging van de inspecteur, bedoeld in. 2 artikel 87 artikel 88 artikel 89, tweede lid De belastingdienst onderzoekt of de exporteur aan de verplichtingen, bedoeld in,en, voldoet. 3 De exporteur is verplicht om medewerking te verlenen aan het onderzoek, bedoeld in het vorige lid. 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 01-07-1996
Artikel 90b — Artikel 90b#
Artikel 90b 1 artikel 86a De voorafgaande toestemming, bedoeld in, geldt maximaal voor 1 jaar. 2 De in het eerste lid bedoelde geldigheidsduur wordt telkens stilzwijgend met 1 jaar verlengd, tenzij een maand voor het einde van die geldigheidsduur de exporteur schriftelijk op de hoogte is gebracht van het feit, dat de voorafgaande toestemming komt te vervallen. 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 01-07-1996
Artikel 90c — Artikel 90c#
Artikel 90c artikel 86a De voorafgaande toestemming, bedoelde in, kan te allen tijde door het produktschap onder opgave van reden worden ingetrokken. 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 01-07-1996
Artikel 90d — Artikel 90d#
Artikel 90d artikel 89, eerste lid De ontheffing, bedoeld in, kan te allen tijde door het produktschap onder opgave van reden worden ingetrokken. 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 01-07-1996
Artikel 90e — Artikel 90e#
Artikel 90e 1 artikel 86a De voorafgaande toestemming, bedoeld in, wordt door het produktschap aan de exporteur kenbaar gemaakt door middel van toezending van een document, overeenkomstig het door het produktschap vastgestelde model. 2 artikel 32 Het produktschap stuurt een afschrift van de voorafgaande toestemming aan de inspecteur, bedoeld in. 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 01-07-1996
Artikel 90f — Artikel 90f#
Artikel 90f artikel 32 De exporteur die basisprodukten onder douanecontrole heeft geplaatst, meldt de voorgenomen verwerking van die basisprodukten bij de inbedoelde inspecteur op een zodanig tijdstip dat laatstbedoelde uiterlijk één werkdag voor de aanvang van die voorgenomen verwerking. 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 01-07-1996
Artikel 90g — Artikel 90g#
Artikel 90g 1 artikel 90f Het produktschap kan op verzoek van de exporteur ontheffing verlenen van de melding, bedoeld in. 2 Door het produktschap kunnen nadere verplichtingen aan de in het eerste lid bedoelde worden gesteld. 3 artikel 32 De verlening van de in het eerste lid bedoelde ontheffing geschiedt slechts na raadpleging van de inspecteur, bedoeld in. 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 01-07-1996
Artikel 90h — Artikel 90h#
Artikel 90h artikel 90f De melding, bedoeld in, geschiedt schriftelijk, onder vermelding van: a. artikel 32 het nummer en de datum van de betalingsaangifte, bedoeld in, waarbij de te verwerken basisprodukten onder douanecontrole zijn geplaatst; b. de verwerkingslocatie of verwerkingslocaties waar de verwerking plaats zal vinden en c. per verwerkingslocatie wordt de verwerkingsperiode aangegeven. 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 01-07-1996
Artikel 90i — Artikel 90i#
Artikel 90i artikel 90g, eerste lid artikel 90e, eerste lid De ontheffing, bedoeld in, wordt door het produktschap vermeld op het document, bedoeld in. 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 01-07-1996
Artikel 90j — Artikel 90j#
Artikel 90j 1 verordening 800/1999 Op verzoek van de exporteur kan het productschap aan die exporteur toestaan om basisproducten, als bedoeld in artikel 28, derde lid, van, te vervangen door equivalente basisproducten. 2 verordening 800/1999 Op verzoek van de exporteur kan het productschap aan die exporteur toestaan om in bulk opgeslagen tussenproducten als bedoeld in artikel 28, vierde lid, van, te vervangen door equivalente tussenproducten. 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 01-07-1999
Artikel 90k — Artikel 90k#
Artikel 90k 1 artikel 32, onder Indien de exporteur equivalentie toepast meldt hij dat vooraf schriftelijk aan de inspecteur, bedoeld invermelding van: a. de hoeveelheid basisprodukten, die door equivalente basisprodukten wordt vervangen; b. de opslaglocatie of opslaglocaties van de te vervangen basisprodukten; c. de opslaglocatie of opslaglocaties van de equivalente basisprodukten en d. artikel 32 het nummer en de datum van de betalingsaangifte, bedoeld in, waarbij de te verwerken basisprodukten onder douanecontrole zijn geplaatst. 2 De exporteur maakt een aantekening van elke toepassing van equivalentie in zijn administratie. 3 verordening 800/1999 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing bij equivalentie van tussenproducten als bedoeld in artikel 28, vierde lid, van. 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 01-07-1999
Artikel 90l — Artikel 90l#
Artikel 90l 1 artikel 90k Het produktschap kan op verzoek van de exporteur ontheffing verlenen van de melding, bedoeld in. 2 Aan de in het eerst lid bedoelde ontheffing kunnen voorwaarden door het produktschap worden gesteld. 3 artikel 32 De verlening van de in het eerste lid bedoelde ontheffing geschiedt slechts na raadpleging van de inspecteur, bedoeld in. 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 1996 122 28-06-1996 28-06-1996 J. 966671 01-07-1996
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 artikel 21, onder a De indiening van de aangifte als bedoeld in, door middel waarvan het verzoek wordt gedaan tot vooruitbetaling van de restitutie wegens entreposering, brengt voor degene die daarin als exporteur is aangeduid de verplichting mede om de voor uitvoer aangegeven goederen in ongewijzigde staat, als bedoeld in de uitvoeringsbepalingen, en binnen de daarin vastgestelde termijnen: artikel 79 het grondgebied van de Gemeenschap te doen verlaten of binnen de Gemeenschap een bijzondere bestemming als bedoeld inte doen bereiken en van een en ander op de voorgeschreven wijze te doen blijken. 1994 208 28-10-1994 26-10-1994 J9416947 1994 208 28-10-1994 26-10-1994 J9416947 01-11-1994
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 artikel 79 Ingeval entreposering van de goederen plaatsvindt in een andere lidstaat, wordt het bewijs dat de goederen na entreposering in ongewijzigde staat achtereenvolgens zijn uitgeslagen en hetzij zijn uitgegaan uit de Gemeenschap hetzij een bijzondere bestemming, als bedoeld in, hebben bereikt, geleverd door een controle-exemplaar T 5, houdende de volgende gegevens: de soort en de hoeveelheid van de uitgeslagen goederen; de datum van uitslag; artikel 79 het uitgaan van de goederen uit de Gemeenschap, dan wel het bereiken van een bijzondere bestemming, als bedoeld in. 1994 208 28-10-1994 26-10-1994 J9416947 1994 208 28-10-1994 26-10-1994 J9416947 01-11-1994
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 1 artikelen 89, tweede lid 91 artikel 42, tweede lid Het stellen van de met het oog op het verkrijgen van vooruitbetaling van de restitutie na ondercontrolestelling van de te verwerken goederen goederen dan wel na entreposering in de uitvoeringsbepalingen voorgeschreven zekerheid als garantie, dat binnen de gestelde termijnen zal worden voldaan aan de verplichtingen, weergegeven in deen, geschiedt bij het produktschap. Het bepaalde in het, is van toepassing. 2 verordening 800/1999 Verordening (EEG) nr. 3719/88 Het produktschap neemt bij de berekening van de zekerheid onderscheidenlijk de gehele of gedeeltelijke vrijgave daarvan, onderscheidenlijk de terugvordering van de vooruitbetaalde bedragen tot garantie waarvan de zekerheid is gesteld, het gestelde in de artikelen 33 en 35 vanin acht. Het produktschap past onder omstandigheden artikel 43 vantoe. 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 01-07-1999
Artikel 94 — Artikel 94 toepassingsgebied#
Artikel 94 toepassingsgebied verordening 800/1999 In aanvulling op dan wel in afwijking van de bepalingen van deze regeling en onverminderd het bepaalde in, gelden de volgende bepalingen bij levering voor proviandering, als bedoeld in titel III van genoemde verordening, waarbij aanspraak op restitutie of een voorschot daarop wordt gemaakt dan wel de Beschikking actief veredelingsverkeer 1986 wordt toegepast. 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 01-07-1999
Artikel 95 — Artikel 95 aanvulling gebruikelijke procedure#
Artikel 95 aanvulling gebruikelijke procedure verordening 800/1999 artikel 44 artikel 39 – Bij levering voor proviandering van zeeschepen en luchtvaartuigen in de Gemeenschap, als bedoeld in artikel 36, eerste lid, onder a, van, alsmede voor boor- en produktieplatforms en marine- en hulpschepen, als bedoeld invan genoemde verordening, dient de exporteur, ter verkrijging van de restitutie danwel afboeking in het veredelingsverkeer, op de aangifte ten uitvoer alsmede in vak 44 van het formulier L, bedoeld invan de Douaneregeling, te vermelden: ‘Bestemd voor boordproviand’ alsmede de naam en de vlag van het zee-, marine- of hulpschip of het registratienummer van het luchtvaartuig, boor- of produktieplatform. 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 01-07-1999
Artikel 95a — Artikel 95a#
Artikel 95a verordening (EEG) nr. 3719/88 Het aanvullend bewijs als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel a, vanvan de Commissie van 16 november 1988, houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwprodukten (PbEG L 331), wordt geleverd door een voor uitvoer afgetekend controle-exemplaar T 5. 1994 208 28-10-1994 26-10-1994 J9416947 1994 208 28-10-1994 26-10-1994 J9416947 01-11-1994
Artikel 96 — Artikel 96 maandstaatprocedure#
Artikel 96 maandstaatprocedure 1 verordening 800/1999 artikel 44 artikel 17 artikel 37 Bij levering voor proviandering van zeeschepen en luchtvaartuigen in de Gemeenschap, als bedoeld in artikel 36, eerste lid, onder a, van, alsmede voor proviandering van boor- en productieplatforms en marine- en hulpschepen, als bedoeld invan genoemde verordening, kan in afwijking van, op voet van het bepaalde invan genoemde verordening, onder toepassing van de volgende procedure en voorwaarden, restitutie worden toegekend dan wel afboeking in het veredelingsverkeer plaatsvinden. 2 De exporteur dient voor de verkrijging van de restitutie danwel afboeking in het veredelingsverkeer aan de volgende voorwaarden te voldoen. a. verordening 800/1999 De exporteur dient een toestemming te hebben als bedoeld in artikel 37, eerste lid, van. b. De aangifte ten uitvoer moet volledig en naar waarheid worden gedaan met gebruikmaking van de exemplaren 1, 2 en 3 van het formulier Enig document, waarop in vak 44 de vermelding ED 63 is aangebracht, of met de exemplaren 2 en 3 van het formulier Enig document en een extra exemplaar, waarop in vak 44 de vermelding ED 69 is aangebracht, met, voor zover het formulier niet toereikend is voor de vereiste gegevens, aan het formulier een specificatie gehecht, waarop is aangegeven voor welke goederen aanspraak op restitutie wordt gemaakt dan wel afboeking in het veredelingsverkeer wordt verlangd. artikel 86a In het geval basisprodukten onder douanecontrole zijn geplaatst, bedoeld in, wordt op het formulier het nummer en de datum van de betreffende betalingsaangifte vermeld. c. Voor afloop van de kalendermaand volgend op die van de aangifte ten uitvoer moet bij het produktschap een staat zijn ingediend met het verzoek om toekenning van de restitutie. d. De staat dient betrekking te hebben op alle in de voorafgaande kalendermaand ter bestemming afgeleverde goederen, dan wel op alle verrichte leveranties waarvoor in de voorafgaande kalendermaand aangifte ten uitvoer is gedaan en dient te zijn gespecificeerd naar post of postonderverdeling van de gecombineerde nomenclatuur en, indien van toepassing, restitutiecode. Voor de hier te lande verrichte leveranties dient de staat per exportdatum te worden ingevuld onder vermelding van de datum van aangifte ten uitvoer en de naam en de vlag van het zee-, marine- of hulpschip dan wel het registratienummer van het luchtvaartuig, boor- of produktieplatform waar de goederen aan boord zijn gebracht. In geval van vaststelling van de restitutie vooraf worden bij de betrokken leveranties tevens de nummers van de te benutten voorfixatiecertificaten vermeld. De gegevens die betrekking hebben op de hier te lande verrichte leveranties aan boor- en produktieplatforms en marine- en hulpschepen en die welke betrekking hebben op leveranties hier te lande aan zeeschepen en luchtvaartuigen dienen te worden vermeld op afzonderlijke maandstaten. De gegevens die betrekking hebben op leveranties in andere Lid-Staten dienen te worden vermeld op de daarvoor bestemde specifieke maandstaten. Voorzover de maandstaat zelf niet toereikend is voor de vermelding van de voorgeschreven gegevens, kunnen zij worden vermeld op aan de maandstaten gehechte bijlagen. 3 artikel 101b Het exemplaar nr. 3 van het formulier Enig document waarop in vak 44 de vermelding ED 63 is aangebracht dan wel het extra exemplaar behorend bij het formulier Enig document waarop in vak 44 de vermelding ED 69 is aangebracht wordt, tezamen met eventuele specificaties, na behandeling door de belastingdienst aan de exporteur toegezonden. De exporteur houdt dit exemplaar in de inbedoelde bedrijfsadministratie ter beschikking van de Algemene Inspectiedienst. Ten behoeve van de toezending wordt door de exporteur op de achterzijde van het betrokken exemplaar zijn adres vermeld. 4 a. Het produktschap kent de restitutie toe aan de hand van: de daartoe op de staat geplaatste aanvraag; de bevindingen van het produktschap bij het onderzoek van de ingediende staat; het terugontvangen controle-exemplaar T 5, in geval van levering in of via een andere Lid-Staat, waaruit dient te blijken dat de goederen binnen de voorgeschreven termijn de bijzondere bestemming, als bedoeld in het eerste lid, hebben bereikt. b. Behoudens vaststelling vooraf, wordt de restitutie berekend en worden, in voorkomend geval, de noodzakelijke aanpassingen bepaald naar de restitutievoet geldende op de laatste dag van de kalendermaand waarop de aanvraag betrekking heeft. In geval van vaststelling vooraf dienen de voorfixatiecertificaten of uittreksels daarvan, om in aanmerking te worden genomen, nog geldig te zijn op de laatste dag van de maand waarvoor de staat wordt ingediend. c. artikel 45 In voorkomend geval schrijft het produktschap onder toepassing van de depotregeling van certificaten, als bedoeld in, op het certificaat of het uittreksel daarvan de hoeveelheden af die overeenstemmen met de voor het betreffende goed op de staat vermelde hoeveelheden 5 artikel 86a De exporteur aan wie toestemming is verleend, als bedoeld in het tweede lid, onder a, mag, zolang deze toestemming van kracht is, voor de proviandering, als bedoeld in het eerste lid, geen gebruik maken van andere procedures ter verkrijging van restitutie, behoudens de regeling tot het onder douanecontrole plaatsen van basisprodukten, bedoeld in. 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 01-07-1999
Artikel 97 — Artikel 97 voorschot bij inslag in depot hier te lande#
Artikel 97 voorschot bij inslag in depot hier te lande 1 verordening 800/1999 artikel 43, derde lid, onder a Bij levering via een zich hier te lande bevindend bevoorradingsdepot, als bedoeld in artikel 40 van, van zeeschepen en luchtvaartuigen in de Gemeenschap, voor proviandering van boor- en produktieplatforms en marine- en hulpschepen, alsmede voor rechtstreekse proviandering van zeeschepen buiten de Gemeenschap, als bedoeld in, van genoemde verordening, kan op voet van het bepaalde in eerstgenoemd artikel, onder toepassing van de volgende procedure en voorwaarden restitutie worden toegekend bij wijze van voorschot dan wel afboeking in veredelingsverkeer plaatsvinden. 2 verordening 800/1999 Het in artikel 41, eerste lid, vanbedoelde nationale document is het controle-exemplaar T 5. 3 De exporteur dient voor de verkrijging van het voorschot dan wel de afboeking in het veredelingsverkeer aan de volgende voorwaarden te voldoen. a. verordening 800/1999 De aantekening ‘Opslag in depot onder verplichting van levering voor bevoorrading van zeeschepen of luchtvaartuigen – toepassing van artikel 40 van’ wordt vermeld: op de aangifte ten uitvoer; artikel 39 in vak 44 van het bij die aangifte over te leggen formulier L, bedoeld invan de Douaneregeling en in vak 104, onder de rubriek ‘Andere’, van het controle-exemplaar T 5. b. verordening (EEG) nr. 2454/93 verordening (EEG) nr. 2913/92 verordening (EEG) nr. 2454/93 verordening (EEG) nr. 2913/92 De ten uitvoer aangegeven goederen worden binnen dertig dagen na aanvaarding van de aangifte opgeslagen in een vrij entrepot, als bedoeld in artikel 828 vanvan de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 juli 1993, houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering vanvan de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek, of een douane-entrepot type c, d of e, als bedoeld in artikel 506 vanvan de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 juli 1993, houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering vanvan de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek. c. verordening 800/1999 Dit bevoorradingsdepot dient ter beschikking te staan van een natuurlijke persoon of rechtspersoon die is erkend als depothouder in de zin van artikel 40, tweede lid, van. d. Op het formulier L dan wel, indien dit op de plaats van aangifte, niet zijnde de plaats van inslag, is achtergehouden, op het uitvoerdocument, dient door de depothouder schriftelijk te worden verklaard dat hij de goederen heeft ingeslagen. 4 4. Het controle-exemplaar T 5 wordt door de Belastingdienst behandeld. Na constatering van de inslag van betreffende goederen in het bevoorradingsdepot wordt het controle-exemplaar T 5 terstond door de Belastingdienst naar het produktschap gezonden. 5 a. Het produktschap kent het voorschot toe aan de hand van: artikel 39 de aanvrage zoals deze blijkt uit het formulier L, bedoeld invan de Douaneregeling; de bevindingen van de belastingdienst bij de verificatie van de aangifte ten uitvoer en bij inslag in het bevoorradingsdepot; b. Behoudens vaststelling vooraf, wordt de restitutie berekend en worden, in voorkomend geval, de noodzakelijke aanpassingen bepaald naar de restitutievoet geldende op de dag van aanvaarding van de aangifte ten uitvoer voorafgaande aan de inslag van de goederen in het bevoorradingsdepot. c. Het produktschap zendt terstond na de behandeling van het controle-exemplaar T 5 een fotokopie daarvan aan het kantoor van de regionale inspectie van de Algemene Inspectiedienst binnen welks ressort de opslag heeft plaatsgevonden. 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 01-07-1999
Artikel 97a — Artikel 97a#
Artikel 97a Levering in een derde land, al dan niet via een aldaar gelegen bevoorradingsdepot geschiedt volgens de navolgende procedure a. artikel 19 op de aangifte ten uitvoer, alsmede op het formulier L, als bedoeld in. dient al naar gelang het geval te worden vermeld: ‘bestemd voor boordproviand directe leverantie’, dan wel ‘bestemd voor boordproviand entrepotopslag’; b. de restitutie wordt eerst toegekend nadat verordening 800/1999 artikel 19 overeenkomstig het bepaalde in artikel 45 vanis bewezen dat de op het formulier L, als bedoeld in. vermelde goederen feitelijk aan boord zijn gebracht; volledige gegevens over de aan boord geleverde produkten zijn verstrekt aan het produktschap, alsmede gegevens omtrent de leveringsdatum, de naam en de vlag van het schip of het registratienummer van het luchtvaartuig; ten genoegen van het produktschap is aangetoond dat de als boordproviand geleverde hoeveelheden overeenstemmen met de normale behoeften van de bemanningsleden en de passagiers van het betrokken schip of luchtvaartuig; c. artikel 45, derde lid, onderdeel a en b verordening 800/1999 Indien de in, tweede gedachtestreepje, vanvoorgeschreven documenten niet kunnen worden overgelegd, kan het produktschap, in overeenstemming met de Directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken van het Ministerie van Landbouw en Visserij, op een met redenen omkleed schriftelijk verzoek van de exporteur toestaan, dat het bewijs wordt geleverd met een door de scheepskapitein of een andere scheepsofficier van dienst respectievelijk door een beambte van de luchtvaartmaatschappij ondertekend certificaat van ontvangst, dat is voorzien van een scheepsstempel respectievelijk het stempel van de luchtvaartmaatschappij. d. verordening 800/1999 artikel 97 op goederen, welke niet zijn bestemd voor directe leverantie als bedoeld in artikel 45 vanvindtgeen toepassing. 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 01-07-1999
Artikel 98 — Artikel 98 voorschot bij inslag in depot andere Lid-Staat:#
Artikel 98 voorschot bij inslag in depot andere Lid-Staat: 1 artikel 97, eerste lid verordening 800/1999 Bij levering voor proviandering, als bedoeld in, welke niet via een zich hier te lande maar via een zich in een andere Lid-Staat bevindend bevoorradingsdepot plaatsvindt, kan op voet van het bepaalde in artikel 40 van, onder toepassing van de volgende procedure en voorwaarden restitutie worden toegekend bij wijze van voorschot danwel afboeking in het veredelingsverkeer plaatsvinden. 2 De exporteur dient voor de verkrijging van het voorschot danwel afboeking in het veredelingsverkeer aan de volgende voorwaarden te voldoen. a. artikel 39 verordening 800/1999 Op de aangifte ten uitvoer alsmede in vak 44 van het bij die aangifte over te leggen formulier L, bedoeld invan de Douaneregeling, dient tevens te worden vermeld: ‘Opslag in depot onder verplichting van levering voor bevoorrading van zeeschepen of luchtvaartuigen- toepassing van artikel 40 vanalsmede de Lid-Staat waar het bevoorradingsdepot zich bevindt. b. verordening 800/1999 De ten uitvoer aangegeven goederen dienen binnen dertig dagen na aanvaarding van de aangifte te zijn opgeslagen in een door de Lid-Staat van bestemming erkend bevoorradingsdepot, als bedoeld in artikel 40, tweede lid, van. 3 artikel 39 Het formulier L, bedoeld invan de Douaneregeling, wordt door de belastingdienst na behandeling terstond verzonden naar het produktschap. Dit geldt ook voor het terugontvangen controle-exemplaar T 5 4 a. Het produktschap kent het voorschot toe aan de hand van: artikel 39 de daartoe strekkende aanvraag zoals deze blijkt uit het formulier L, bedoeld invan de Douaneregeling: de bevindingen van de belastingdienst bij de verificatie van de aangifte ten uitvoer. het terugontvangen controle-exemplaar T 5 waaruit dient te blijken dat aan de in het tweede lid, onder b, genoemde voorwaarde is voldaan b. Behoudens vaststelling vooraf, wordt de restitutie berekend en worden, in voorkomend geval, de noodzakelijke aanpassingen bepaald naar de restitutievoet geldende op de dag van aanvaarding van de aangifte ten uitvoer 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 01-07-1999
Artikel 99 — Artikel 99 voorschot andere Lid-Staat inslag hier te lande#
Artikel 99 voorschot andere Lid-Staat inslag hier te lande 1 verordening 800/1999 artikel 41, tweede lid Bij inslag in een bevoorradingsdepot hier te lande van een goed waarvoor in een andere Lid-Staat aangifte ten uitvoer is gedaan met aanspraak op restitutie bij wijze van voorschot op voet van het bepaalde in artikel 40 van, dient door de depothouder aan de met betrekking tot de inslag bevoegde ambtenaar van de belastingdienst een fotokopie van het controle-exemplaar T 5, als bedoeld in, van genoemde verordening, waarop het depot van inslag staat vermeld, ter hand te worden gesteld 2 De belastingdienst tekent de in het eerste lid bedoelde fotokopie voor inslag in het depot af, nadat de depothouder daarop schriftelijk heeft verklaard dat hij de aangeleverde goederen heeft ingeslagen, en zendt deze vervolgens toe aan het gewestelijke kantoor van de Algemene Inspectiedienst binnen welks ressort de opslag heeft plaatsgevonden. 3 Het controle-exemplaar T 5, als bedoeld in het eerste lid, wordt door de belastingdienst met afgetekend dan nadat zij heeft vastgesteld: artikel 97, tweede lid, onder b dat het in het eerste lid bedoelde bevoorradingsdepot een bevoorradingsdepot is als bedoeld in. artikel 97, tweede lid, onder c dat de in het eerste lid bedoelde depothouder een depothouder is als bedoeld in, en artikel 101b, eerste lid dat de in het bevoorradingsdepot ingeslagen goederen zijn ingeschreven in het in, bedoelde register 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 01-07-1999
Artikel 100 — Artikel 100 boor- en produkieplatforms, marine- en hulpschepen#
Artikel 100 boor- en produkieplatforms, marine- en hulpschepen 1 verordening 800/1999 Bij levering voor proviandering van boor- of produktieplatforms en marine- en hulpschepen, als bedoeld in artikel 44, eerste lid, van, gelden voor de toekenning van restitutie dan wel afboeking in het veredelingsverkeer, de volgende aanvullende bepalingen 2 De proviandering hier te lande van een platform dient te geschieden met gebruikmaking van een bevoorradingsschip of -helikopter welke wordt geëxploiteerd door een als exploitant erkende natuurlijke of rechtspersoon. 3 verordening 800/1999 Levering voor proviandering van een platform dient plaats te vinden op basis van een schriftelijke overeenkomst, waarin de exploitant van het platform of diens vertegenwoordiger zich ertoe verbindt de goederen slechts te benutten ter consumptie op het platform door het boordpersoneel. In de overeenkomst dient tevens te zijn vermeld welke voor de exploitant van het platform werkzame personen bevoegd zijn tot afgifte en ondertekening van het in artikel 44, tweede lid, vanbedoelde leverantiebewijs. 4 In de overeenkomst, als bedoeld in het derde lid, verplicht de exploitant zich tegenover de exporteur aan de Algemene Inspectiedienst op haar verzoek inzage te verschaffen in een door de exploitant bij te houden register van alle leveranties voor proviandering van het betrokken platform. Dit register dient een globale beschrijving te bevatten van de geleverde goederen en hoeveelheden, de data van levering aan boord en de namen van de betrokken exporteurs. 5 artikel 39 artikelen 95 96 verordening 800/1999 Het produktschap kent de restitutie toe aan de hand van de invan de Douaneregeling en deenvoor de toekenning van restitutie voorgeschreven documenten alsmede aan de hand van het leverantiebewijs, als bedoeld in artikel 44, tweede lid, van. 6 Voor zover het levering aan platforms betreft, vervalt het recht op restitutie indien de exporteur geen overeenkomst houdende de in het derde en vierde lid genoemde verplichtingen ter beschikking van de Algemene Inspectiedienst houdt of de in deze overeenkomst genoemde verplichtingen door de exploitant van het platform met zijn nageleefd 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 01-07-1999
Artikel 101 — Artikel 101 proviandering derde landen#
Artikel 101 proviandering derde landen 1 verordening 800/1999 Bij levering voor proviandering van zeeschepen en luchtvaartuigen in een derde land, als bedoeld in artikel 45 van, al dan met via entrepotopslag aldaar, gelden voor de toekenning van restitutie dan wel afboeking in het veredelingsverkeer de volgende aanvullende bepalingen 2 artikel 39 De exporteur dient op de aangifte ten uitvoer alsmede in vak 44 van het formulier L, bedoeld invan de Douaneregeling, te vermelden: ‘Bestemd voor boordproviand directe leverantie’, danwel ‘Bestemd voor boordproviand entrepotopslag’ 3 Het produktschap kent de restitutie slechts toe als de volgende aanvullende bewijsdocumenten door de exporteur zijn overgelegd: Indien er bij het produktschap gerede twijfel bestaat ten aanzien van de aard van de leverantie, dient de exporteur ter verkrijging van de restitutie ten genoege van het produktschap bovendien aan te tonen dat de voor proviandering geleverde hoeveelheden overeenstemmen met de normale behoeften van de bemanningsleden en de passagiers van het betrokken schip of luchtvaartuig. verordening 800/1999 artikel 39 het document danwel, naar gelang van het geval, de documenten waarmee overeenkomstig artikel 45, derde lid, onder a en b, vanis bewezen dat de op het formulier L, bedoeld invan de Douaneregeling, vermelde goederen daadwerkelijk aan boord zijn gebracht. De genoemde documenten dienen volledige gegevens te bevatten over de aan boord geleverde produkten, alsmede gegevens omtrent de leveringsdatum, de naam en de vlag van het schip of het registratienummer van het luchtvaartuig; een kopie van het vervoerdocument; het document waaruit blijkt dat de voor proviandering bestemde produkten zijn betaald. 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 01-07-1999
Artikel 101a — Artikel 101a uitslag bevoorradingsdepot#
Artikel 101a uitslag bevoorradingsdepot 1 artikel 97, eerste lid verordening 800/1999 Indien goederen bestemd voor levering voor proviandering, als bedoeld in, uit het bevoorradingsdepot worden uitgeslagen met het doel daaraan de voorgeschreven bestemming te geven dan wel deze op de voet van het bepaalde in artikel 43, eerste lid, vanover te brengen naar een ander erkend bevoorradingsdepot hier te lande dan wel in een andere Lid-Staat, dient daarvan aangifte te worden gedaan als bij uitslag uit douane-entrepot, met dien verstande dat bij het doen van die aangifte een extra-exemplaar 0/0 van het formulier Enig document met in vak 9 de vermelding ‘Exemplaar bestemd voor de A.I.D.’ dient te worden overgelegd. 2 Van elke voorgenomen uitslag van de in het eerste lid bedoelde goederen uit een erkend bevoorradingsdepot, dat onderdeel uitmaakt van een douane-entrepot, dient voorafgaand aan de feitelijke uitslag met gebruikmaking van het extra-exemplaar 0/0, als bedoeld in het eerste lid, dan wel van andere door de belastingdienst voorgeschreven bescheiden mededeling te worden gedaan aan de met de verificatie belaste ambtenaar, die tijd en plaats kan bepalen wanneer deze goederen ter verificatie moeten worden aangeboden. 3 De overbrenging van de in het eerste lid bedoelde goederen van het ene naar het andere erkende bevoorradingsdepot binnen een publiek douane-entrepot dient te geschieden met gebruikmaking van het extra-exemplaar 0/0, als bedoeld in het eerste lid, dan wel van andere door de belastingdienst voorgeschreven bescheiden. 4 Op het extra-exemplaar 0/0, als bedoeld in het eerste lid, dient te allen tijde het depot van uitslag te zijn vermeld en, indien dit extra-exemplaar 0/0 wordt gebezigd bij depotverwisseling binnen Nederland, zowel het depot van uitslag als het depot van inslag, waarvoor de goederen zijn bestemd. In de genoemde aangifte worden geen andere dan bevoorradingsdepotgoederen opgenomen. De omschrijving van de goederen wordt op alle bescheiden, waarvan gebruik wordt gemaakt, zodanig gespecificeerd als nodig is voor de berekening van de restitutie. 5 De belastingdienst zendt het extra-exemplaar 0/0, als bedoeld in het eerste lid, indien gebezigd voor levering voor proviandering of voor overbrenging naar een erkend bevoorradingsdepot in een andere Lid-Staat, na aftekening voor het bereiken van de bestemming respectievelijk de uitgang uit Nederland aan de depothouder. 6 Het extra-exemplaar 0/0 dat heeft gediend voor overbrenging van de in het eerste lid bedoelde goederen van het ene bevoorradingsdepot naar het andere bevoorradingsdepot binnen Nederland tekent de belastingdienst voor inslag in het depot af, nadat de depothouder schriftelijk op het formulier heeft verklaard dat hij de aangeleverde goederen heeft ingeslagen, en zendt het vervolgens toe aan het gewestelijk kantoor van de Algemene Inspectiedienst in welks ressort de inslag heeft plaatsgevonden. 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 01-07-1999
Artikel 101b — Artikel 101b administratieverplichting#
Artikel 101b administratieverplichting 1 artikel 96 artikel 100 artikelen 97 99 Degene die als exporteur met gebruikmaking van de procedure vanlevert voor proviandering, degene die als exporteur levert voor proviandering van boor- en produktieplatforms onder de voorwaarden van, en degene die op de voet van het bepaalde in deenals erkend depothouder goederen bestemd voor proviandering in opslag houdt, is verplicht als onderdeel van zijn bedrijfsadministratie een register bij te houden waarin hij van dag tot dag aantekening houdt van zijn leveranties en/of van de mutaties in zijn voorraden in het te zijner beschikking staande erkende bevoorradingsdepot. 2 verordening 800/1999 Het in het eerste lid bedoelde register dient in ieder geval de gegevens te bevatten die, al naar gelang het geval, zijn voorgeschreven in de artikelen 37, 40 en 44 van, benevens de gegevens ten aanzien waarvan de voorzitter van het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten heeft bepaald dat ook deze dienen te worden vermeld. 3 Het in het eerste lid bedoelde register dient door de exporteur of erkende depothouder gedurende tenminste drie jaren na afloop van het betreffende kalenderjaar in zijn administratie te worden bewaard tezamen met alle commerciële bescheiden, vervoersdocumenten, facturen, exemplaren van de gedane douane-aangiften en alle andere documenten die betrekking hebben op de door hem geleverde en/of in opslag gehouden goederen en kunnen dienen als bewijs van de juistheid van de in het register aangetekende gegevens en, indien van toepassing, van het bereiken van de voorgeschreven bestemming. 4 artikel 101c, zesde lid, onder a De directeur van de Algemene Inspectiedienst is bevoegd voorschriften te geven omtrent de inrichting van het in het eerste lid bedoelde register alsmede van de bedrijfsadministratie, als bedoeld in. 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 01-07-1999
Artikel 101c — Artikel 101c toestemming en erkenningen#
Artikel 101c toestemming en erkenningen 1 a. De minister is belast met: artikel 96, tweede lid, onder a het verlenen en intrekken van de toestemming, als bedoeld in; het verlenen en intrekken van erkenningen als depothouder, als bedoeld i artikel tweede lid, onder c; artikel 100, tweede lid het verlenen en intrekken van erkenningen als exploitant, als bedoeld in. b. De minister kan, in aanvulling op de voorwaarden genoemd in de leden 4, 5 en 6, nadere voorwaarden te stellen aan de verlening van een toestemming dan wel een erkenning, als bedoeld in onderdeel a. c. artikel 96, tweede lid, onderdelen c en d De minister kan voorschriften geven omtrent de inrichting van de in, bedoelde staten. d. De minister kan de bevoegdheden welke hem ingevolge de onderdelen a, b en c toekomen delegeren aan de voorzitter van het Hoofdproductschap Akkerbouw. 2 artikel 97, tweede lid, onder b De belastingdienst is belast met het verlenen en intrekken van erkenningen van bevoorradingsdepots, als bedoeld in. Zij is bevoegd aan de verlening van een erkenning, in aanvulling op de voorwaarden genoemd in het zevende lid, nadere voorwaarden te stellen. Terzake van de verlening of intrekking van erkenningen pleegt zij overleg met de Algemene Inspectiedienst. 3 a. a. De belastingdienst doet aan de voorzitter van het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten en aan de Algemene Inspectiedienst mededeling van de voor bevoorradingsdepots verleende erkenningen, als bedoeld in het tweede lid, en de mutaties terzake. b. De voorzitter van het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten doet aan de produktschappen, de belastingdienst en de Algemene Inspectiedienst mededeling van de verleende toestemmingen, als bedoeld in het eerste lid, onder a, eerste gedachtenstreepje en de mutaties terzake, alsmede voor de verleende erkenningen, als bedoeld in het eerste lid, onder a, tweede en derde gedachtenstreepje en de mutaties terzake. 4 a. artikel 96, tweede lid, onder a a. De toestemming, als bedoeld in, wordt slechts verleend aan een exporteur die: artikel 96, eerste lid gespecialiseerd is in proviandering, als bedoeld in, en goederen levert vallende onder de bevoegdheid van meer dan een produktschap; een bedrijfsadministratie voert die voldoet aan de eisen die daaraan met het oog op de controle op het bereiken van de bestemming van de ten uitvoer aangegeven goederen moeten worden gesteld; verordening 800/1999 als onderdeel van de in het vorige gedachtenstreepje genoemde bedrijfsadministratie een controleregister bijhoudt, als bedoeld in artikel 37 van; voldoet aan de aanvullende voorwaarden welke in voorkomend geval door de voorzitter van het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten zijn gesteld. b. Voorafgaande aan de verlening van de toestemming wordt door de Algemene Inspectiedienst een controle bij de exporteur uitgevoerd die er met name op is gericht om vast te stellen of de bedrijfsadministratie aan de onder a, tweede gedachtenstreepje, bedoelde eisen voldoet. Op basis van de terzake gedane constateringen adviseert de Algemene Inspectiedienst de voorzitter van het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten over de verlening van de toestemming. c. De toestemming wordt ingetrokken indien de exporteur daarom verzoekt, dan wel indien de exporteur niet langer aan de onder a genoemde voorwaarden voldoet. 5 a. artikel 97, tweede lid, onder c De erkenning als depothouder, als bedoeld in, is met name afhankelijk van de erkenning van het bevoorradingsdepot, als bedoeld in het tweede lid, en de bevindingen van de Algemene Inspectiedienst naar aanleiding van het onderzoek naar de inrichting van de bedrijfsadministratie van de depothouder. Deze bedrijfsadministratie dient met name te voldoen aan de eisen welke daaraan dienen te worden gesteld in verband met de controle op het bereiken van de voorgeschreven bestemming van de in opslag genomen goederen. Ook overigens moet voldoende zijn gewaarborgd dat de depothouder de op hem rustende verplichtingen nakomt. b. De erkenning wordt ingetrokken indien de depothouder daarom verzoekt, dan wel indien de depothouder niet langer aan de onder a genoemde voorwaarden of aan de in voorkomend geval door de voorzitter van het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten gestelde aanvullende voorwaarden voldoet. De voorzitter doet van de intrekking mededeling aan de belastingdienst. 6 a. artikel 100, tweede lid De erkenning als exploitant, als bedoeld in, is met name afhankelijk van de bevindingen van de Algemene Inspectiedienst naar aanleiding van het onderzoek naar de inrichting van de bedrijfsadministratie van de exploitant. Deze bedrijfsadministratie dient met name te voldoen aan de eisen welke dienen te worden gesteld in verband met de controle op het bereiken van de bestemming van levering voor proviandering van boor- en produktieplatforms en marine- en hulpschepen geleverde goederen. b. De erkenning wordt ingetrokken indien de exploitant daarom verzoekt, dan wel indien de exploitant niet langer aan de onder a genoemde voorwaarden of aan de in voorkomend geval door de voorzitter van het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten gestelde aanvullende voorwaarden voldoet. 7 a. artikel 97, tweede lid, onder b verordening 800/1999 a. De erkenning van een bevoorradingsdepot, als bedoeld in, is met name afhankelijk van het voldoen aan de eisen welke aan het depot dienen te worden gesteld in verband met de controle op het bereiken van de voorgeschreven bestemming van de in opslag genomen goederen. Deze eisen betreffen de ligging, de afscheiding van andere percelen of perceelgedeelten, de bouw en de inrichting van als depot te erkennen gebouw, of gedeelte van een gebouw, en overigens hetgeen terzake voorts inals voorwaarde wordt gesteld. b. De erkenning wordt ingetrokken indien de depothouder daarom verzoekt, dan wel indien het bevoorradingsdepot niet langer aan de in onderdeel a genoemde voorwaarden of aan de door de belastingdienst gestelde aanvullende voorwaarden voldoet. 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 01-07-1999
Artikel 101d — Artikel 101d toezicht en correctie#
Artikel 101d toezicht en correctie 1 artikel 96, vierde lid artikel 97, vierde lid artikel 100, vierde lid verordening 800/1999 verordening 800/1999 De Algemene Inspectiedienst is belast met een periodieke nacontrole op de juistheid van de ingevolge, en, voor de levering voor proviandering, al dan niet bij wijze van voorschot, uitbetaalde restitutiebedragen dan wel afboekingen in het veredelingsverkeer, met de controle op de naleving van verplichtingen welke ingevolge het bepaalde in artikel 40 vanop de erkende depothouder rusten alsmede met de in artikel 44, vierde lid, vanbedoelde controle. Deze controles geschieden door onderzoek, al naargelang het geval, bij de exporteurs, erkende depothouders en erkende exploitanten hier te lande, met name aan de hand van de bedrijfsadministratie van deze bedrijven en in voorkomend geval aan de hand van het in, bedoelde register. 2 Van de bevindingen ter zake van de in het eerste lid bedoelde onderzoeken brengt de Algemene Inspectiedienst rapport uit aan de produktschappen. 3 verordening 800/1999 Indien een in het eerste lid bedoeld onderzoek van de Algemene Inspectiedienst danwel enig ander onderzoek van een met het toezicht op de naleving van de in deze beschikking gestelde regelen belaste dienst daartoe aanleiding geeft, herzien de betrokken produktschappen hun beslissing tot uitbetaling van de restitutie, al dan niet bij wijze van voorschot, of afschrijving in het veredelingsverkeer, dan wel gaan de betrokken produktschappen over tot toepassing van het bepaalde in artikel 42 van. 4 verordening 800/1999 artikel 42 artikel 49, derde lid artikel 101e, zesde lid artikel 49, vierde lid artikel 101e, zevende lid Indien een herziening of toepassing van artikel 42 van, als bedoeld in het vorige lid, bij meer dan één produktschap moet plaats vinden ten aanzien, van eenzelfde exporteur met betrekking tot eenzelfde periode, kunnen de betrokken produktschappen overeenkomen dat één van hen namens hen gezamenlijk tot terugvordering van ten onrechte uitbetaalde restitutiebedragen of tot invordering op voet van het bepaalde in genoemdover gaat. Zulks kan ook worden overeengekomen voor de erkenning van gelijkwaardige bewijsstukken, als bedoeld in, van genoemde verordening en als bedoeld in, alsmede voor de toekenning van aanvullende termijnen, als bedoeld invan genoemde verordening en als bedoeld in. 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 01-07-1999
Artikel 101e — Artikel 101e toezicht bestemming depotgoederen#
Artikel 101e toezicht bestemming depotgoederen 1 artikel 101d, eerste lid artikel 97, eerste lid De in, bedoelde controle van erkende depothouders betreft in het bijzonder het bereiken van de voorgeschreven bestemming van levering voor proviandering, als bedoeld in, dan wel van inslag in een erkend bevoorradingsdepot hier te lande of in een andere Lid-Staat van uit het erkende bevoorradingsdepot uitgeslagen goederen. 2 verordening 800/1999 artikel 101b artikel 101, derde lid artikel 101, derde lid In geval van rechtstreekse levering voor proviandering van zeeschepen buiten de Gemeenschap, als bedoeld in artikel 45, derde lid, van, dienen zich in de administratie van de depothouder, als bedoeld in, de in, genoemde documenten te bevinden. Daarnaast kan de Algemene Inspectiedienst bewijzen terzake van de aard van de leverantie, als bedoeld in, laatste alinea, eisen. 3 artikel 100 artikel 100, derde en vierde lid verordening 800/1999 In geval van levering voor proviandering van boor- en produktieplatforms en marine- en hulpschepen isvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat, indien de depothouder geen overeenkomst houdende de in, genoemde verplichtingen ter beschikking van de Algemene Inspectiedienst houdt of de in deze overeenkomst genoemde verplichtingen door de exploitant van het platform niet zijn nageleefd, voor de betrokken goederen wordt overgegaan tot toepassing van het bepaalde in artikel 42 van. 4 artikel 43 artikel 6 verordening 800/1999 Een door de produktschappen van de belastingdienst ontvangen controle-exemplaar T 5 dat betrekking heeft op leveringen vanuit een bevoorradingsdepot hier te lande voor een bestemming in een andere Lid-Staat, te weten een controle-exemplaar als bedoeld in, derde dan wel vierde lid, van genoemde verordening, als ook een controle-exemplaar T 5 dat betrekking heeft op leveringen vanuit een bevoorradingsdepot hier te lande voor rechtstreekse proviandering van zeeschepen buiten de Gemeenschap, als bedoeld in artikel 45, derde lid, onder a, van, van genoemde verordening, via een andere Lid-Staat, te weten een controle-exemplaar als bedoeld invan genoemde verordening, zenden zij onverwijld toe aan het gewestelijk kantoor van de Algemene Inspectiedienst binnen welk ressort de opslag heeft plaatsgevonden. 5 a. Het in het vierde lid bedoelde controle-exemplaar T 5, dient om in aanmerking te worden genomen, behoudens overmacht, binnen 12 maanden na uitslag uit het bevoorradingsdepot van de goederen waarop het bewijs betrekking heeft, in het bezit te zijn van het produktschap. b. artikel 100, vijfde lid artikel 101b De in het tweede lid bedoelde bewijsdocumenten, het levenrantiebewijs, als bedoeld in, en alle andere vereiste bewijsstukken terzake van de voorgeschreven bestemming dienen zich, om in aanmerking te worden genomen, binnen 12 maanden na uitslag uit het bevoorradingsdepot van de goederen waarop het bewijs betrekking heeft in de administratie van de depothouder, als bedoeld in, te bevinden. 6 a. artikel 101, derde lid, eerste gedachtenstreepje Wanneer het in het vierde lid bedoelde controle-exemplaar T 5 als gevolg van omstandigheden welke niet aan de depothouder zijn toe te rekenen, niet binnen een termijn van drie maanden na afgifte bij het produktschap is terugontvangen, kan de depothouder bij het produktschap een met redenen omkleed en van bewijsstukken vergezeld verzoek indienen, om een verklaring van het voor de controle op de betrokken bestemming bevoegde douanekantoor, waaruit blijkt dat aan de voorwaarden voor visering van het controle-exemplaar is voldaan, als gelijkwaardig bewijsstuk te erkennen. Betreft het een controle-exemplaar T 5 dat betrekking heeft op leveringen vanuit een bevoorradingsdepot hier te lande voor rechtstreekse proviandering van zeeschepen buiten de Gemeenschap via een andere Lid-Staat, dan kan in afwijking van het voorgaande slechts het vervoerdocument met het bewijs bedoeld in, als gelijkwaardig bewijsstuk worden erkend. b. artikel 101, derde lid, eerste gedachtenstreepje artikel 45, derde lid, onderdeel c Wanneer het in hetbedoelde bewijs niet kan worden overgelegd, kan de depothouder bij het bevoegde produktschap een met redenen omkleed verzoek indienen om het in, van genoemde verordening bedoelde bewijs, als gelijkwaardig bewijsstuk te erkennen. 7 Wanneer het in het vierde lid bedoelde controle-exemplaar T 5 dan wel het in het zesde lid, onder a, bedoelde gelijkwaardige bewijsstuk niet binnen de in het vijfde lid bedoelde termijn wordt overgelegd, kunnen de exporteur, wanneer hij zich de nodige moeite heeft gegeven om de documenten binnen die termijn te verkrijgen, door het bevoegde produktschap bijkomende termijnen worden toegekend. Het verzoek daartoe moet binnen de in het vijfde lid bedoelde termijn worden ingediend. 8 Terzake van de erkenning van gelijkwaardige bewijsstukken, als bedoeld in het zesde lid en terzake van de toekenning van aanvullende termijnen, als bedoeld in het zevende lid, wordt het in het vierde lid bedoelde gewestelijke kantoor van de Algemene Inspectiedienst door het betrokken produktschap geïnformeerd. 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 01-07-1999
Artikel 102 — Artikel 102#
Artikel 102 Vervallen 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 103 — Artikel 103#
Artikel 103 1 Naast het stellen van een zekerheid ter verzekering van de voldoening van een landbouwheffing bij uitvoer bij en ten genoegen van de inspecteur van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake de douane, kan die zekerheid bij en ten genoegen van het produktschap worden gesteld. 2 In afwijking van het eerste lid kan de zekerheid niet bij en ten genoegen van het produktschap worden gesteld in de gevallen: a. verordening (EG) nr. 2201/96 dat de goederen vallen ondervan de Raad van de Europese Unie van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector verwerkte produkten op basis van groenten en fruit (PbEG L 297) en b. dat de inspecteur van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake de douane, de voorwaardelijke vrijstelling van de landbouwheffing bij uitvoer toekent; 3 In afwijking van het eerste lid kan de zekerheid uitsluitend bij en ten genoegen van het produktschap worden gesteld in de gevallen: a. artikel 20, eerste lid dat op goederen, betrekking heeft; b. dat het durumtarwe met GN-code 1001 1000, zachte tarwe en spelt met GN-code 1001 9099, meel van zachte tarwe en spelt met GN-code 1101 0015, meel van mengkoren met de GN-code 1101 0090 en gries en griesmeel van zachte tarwe en spelt met GN-code 1103 1190 betreft en c. dat het produktschap de voorwaardelijke vrijstelling van de landbouwheffing bij uitvoer toekent. 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 104 — Artikel 104#
Artikel 104 Naast de vormen van zekerheid die zijn toegestaan in artikel 193 van het Communautair douanewetboek kunnen als vormen van zekerheid worden aanvaard: storting van geld, niet zijnde Nederlands geld, of deponering van de door de ontvanger als betaalmiddel erkende cheques of andere waardepapieren, welke niet luiden in Nederlandse valuta; hypotheek en verpanding van goederen, waardepapieren of vorderingen. 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 105 — Artikel 105#
Artikel 105 artikel 103 artikel 39 Van het stellen van de zekerheid, bedoeld in, bij het produktschap wordt door de aangever aan de inspecteur van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake de douane, mededeling gedaan door overlegging van een op beide exemplaren van het formulier L, bedoeld invan de Douaneregeling dan wel op het formulier zekerheidstelling, gestelde verklaring van het produktschap houdende vermelding van de hoeveelheid en de soort van het goed waarop de zekerheid betrekking heeft en zo nodig de tijdsduur waarvoor zij geldt. 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 106 — Artikel 106#
Artikel 106 1 De mededeling, bedoeld in artikel 221, eerste lid, van het Communautair douanewetboek, van het bedrag aan landbouwheffingen bij uitvoer dat voortvloeit uit een douaneschuld geschiedt door het vaststellen van een uitnodiging tot betaling door het produktschap voor ieder van de heffingen afzonderlijk, indien ter verzekering van de voldoening van een dergelijke heffing de zekerheid bij het produktschap is gesteld. 2 In afwijking van het eerste lid geschiedt de mededeling door de inspecteur van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake de douane, in alle gevallen waarin: a. de aangever tot onmiddellijke betaling van de douaneschuld wenst over te gaan; b. artikel 105 blijkens de aan de inspecteur van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake de douane, verstrekte mededelingen, bedoeld in, en met inachtneming van de aangifte ten uitvoer en van hetgeen bij verificatie is bevonden, aangenomen moet worden dat bij het produktschap geen of onvoldoende zekerheid is gesteld voor de voldoening van de verschuldigde landbouwheffing bij uitvoer; c. een douaneschuld is ontstaan, bedoeld in de artikelen 210, eerste lid en 211, eerste lid, van het Communautair douanewetboek en d. met betrekking tot enig in dit lid bedoeld geval tot boeking achteraf wordt overgegaan. 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 107 — Artikel 107#
Artikel 107 De beschikking tot terugbetaling of kwijtschelding van landbouwheffingen bij uitvoer, bedoeld in artikel 886 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, wordt door het produktschap gegeven voor ieder van de heffingen afzonderlijk in de gevallen, waarbij het produktschap de mededeling, bedoeld in artikel 221, eerste lid, van het Communautair douanewetboek, doet. 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 108 — Artikel 108#
Artikel 108 Het produktschap is belast met de invordering van de landbouwheffingen bij uitvoer in de gevallen, waarbij het produktschap de mededeling, bedoeld in artikel 221, eerste lid, van het Communautair douanewetboek, doet. 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 109 — Artikel 109#
Artikel 109 1 artikel 104 Verordening (EEG) nr. 120/89 Verordening (EEG) nr. 120/89 Het bepaalde inis niet van toepassing op leveranties van goederen voor de bevoorrading binnen de Gemeenschap van een zeeschip of luchtvaartuig, in gebruik voor het verkeer op een internationale lijn, op situaties vermeld in(Pb. EG nr. L 16) voor zover daarbij aan de overige vereisten vanis voldaan, alsmede voor de bevoorrading van marine- en hulpschepen onderscheidenlijk boor- of produktieplatforms voor zover de aard en de hoeveelheden van deze leveranties naar het oordeel van de ambtenaar der invoerrechten en accijnzen in overeenstemming zijn met het normaal gebruik en mits daarenboven: a. artikelen 94 98 artikel 100, eerste lid is voldaan aan hetgeen ten aanzien van deze leveranties in detot en met, alsmede, is bepaald met het oog op het verkrijgen van restitutie of van afboeking in veredelingsverkeer, en b. artikel 99 artikel 100, tweede lid artikel 4 artikel 95 de belanghebbende tegenover de met de inning van de heffing belaste instantie schriftelijk heeft verklaard, dat hij bij niet-naleving van het in dit lid bepaalde, zal zorg dragen voor stipte betaling van de alsdan verschuldigde heffing. Hetgeen inen, alsmede inis bepaald met het oog op het verkrijgen van restitutie of van afboeking in veredelingsverkeer is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het niet verschuldigd zijn van de heffing ter zake van de in de aanhef van dit lid bedoelde leveranties. Leveranties via een douane entrepot aan ambassades en consulaten hier te lande en voor de bevoorrading hier te lande van tot de Rijnvaart behorende schepen volgens de regelen bedoeld in, worden voor de toepassing van dit lid gelijkgesteld met de in de aanhef van dit lid omschreven leveranties. 2 Op aanvrage wordt geheel of gedeeltelijk ontheffing verleend van de heffing in de gevallen of groepen van gevallen waarin en onder de voorwaarden en beperkingen volgens welke overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens Communautair douanewetboek terugbetaling of kwijtschelding kan worden toegestaan. 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 110 — Artikel 110#
Artikel 110 Vervallen 1987 252 30-12-1987 24-12-1987 J12198 1987 252 30-12-1987 24-12-1987 J12198 01-01-1988
Artikel 111 — Artikel 111#
Artikel 111 Vervallen 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 112 — Artikel 112#
Artikel 112 1 In het geval waarin dit door een basisverordening of uitvoeringsbepaling wordt voorgeschreven, kan voor de goederen die vallen onder de basisverordeningen, aangewezen in kolom 1 van bijlage 1, ter zake van hun invoer een subsidie worden verleend. 2 De subsidie wordt verleend aan de importeur. 3 artikel 37 Als importeur wordt aangemerkt degene die de aangifte ten invoer heeft gedaan dan wel, indien de aangifte is gedaan in opdracht van een ander, degene die op het formulier L, bedoeld invan de Douaneregeling als importeur is aangeduid. 4 tweede lid van artikel 81 De subsidie kan eerst worden toegekend nadat aan alle in de communautaire regelingen voor de toekenning gestelde voorwaarden is voldaan en de in de communautaire regeling voorgeschreven bescheiden zijn overgelegd. Hetis van overeenkomstige toepassing. 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 113 — Artikel 113#
Artikel 113 Vervallen 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 1996 102 31-05-1996 31-05-1996 J.961999 01-06-1996
Artikel 114 — Artikel 114#
Artikel 114 Van douanegoederen, welke ten invoer zijn aangegeven, wordt de subsidie berekend overeenkomstig de gedane aangifte ten invoer, en met inachtneming van hetgeen bij de verificatie van die aangifte of van het daarop afgegeven document, bij een ingesteld nader onderzoek van zodanige aangifte, van zodanig document, dan wel ingevolge andere wettelijke bepalingen is bevonden of vastgesteld. 1982 208 28-10-1982 27-10-1982 J5891 1982 208 28-10-1982 27-10-1982 J5891 28-10-1982
Artikel 115 — Artikel 115#
Artikel 115 1 De toekenning alsmede de betaling van de subsidie vindt plaats door het produktschap. 2 De betaling van de subsidie geschiedt met inachtneming van het ter zake in de communautaire regelen bepaalde. 1981 50 13-03-1981 09-03-1981 J1578 1981 50 13-03-1981 09-03-1981 J1578 17-03-1981
Artikel 116 — Artikel 116 Jonge mannelijke runderen en rundvlees#
Artikel 116 Jonge mannelijke runderen en rundvlees 1. verordening (EG) nr. 1254/1999 Indien ingevolge het bepaalde bij of krachtensvan de Raad van de Europese Unie van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees (PbEG L 160) het bedrag van de aldaar bedoelde heffing voor jonge mannelijke runderen met een levend gewicht van ten hoogste 300 kg en voor goederen, vallend onder de posten 0202 2030 of 0202 30, afhankelijk is van de vervulling of nakoming van voorwaarden of bepalingen die ten aanzien van het betreffende goed in genoemde verordening of haar uitvoeringsvoorschriften zijn voorgeschreven, is de importeur van dat goed gehouden tot het naleven van de door het produktschap met inachtneming van het bepaalde in die Verordening en haar uitvoeringsvoorschriften, ter verzekering van die heffing gestelde regelen. 2. De in het vorige lid bedoelde regelen kunnen betrekking hebben op het trekken van monsters, het voeren van een administratie en het verstrekken van gegevens, nodig voor de oplegging van de heffing. 3. Het produktschap stelt regelen volgens welke het vrijstelling verleent aan landbouwheffingen bij invoer, ten belope van het jaarlijks door de Raad toegekende en aan Nederland toevallende aandeel in het in het kader van het General Agreement on Tariffs and Trade (G.A.T.T.) geopende tariefcontingent voor de invoer uit landen of gebieden die geen deel uitmaken van de Gemeenschap van bevroren rundvlees van post 0202 van de gecombineerde nomenclatuur. 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 116a — Artikel 116a#
Artikel 116a Het productschap kan regels stellen op grond waarvan het vrijstelling verleent van de landbouwheffingen bij invoer in het kader van: a. verordening (EG) nr. 1143/98 verordening (EG) nr. 1012/98 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 juni 1998 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor een tariefcontingent voor niet voor de slacht bestemde koeien en vaarzen van bepaalde bergrassen, van oorsprong uit bepaalde derde landen, en tot wijziging van(PbEG L 159) en, b. verordening (EG) nr. 1012/98 verordening (EG) nr. 1143/98 verordening (EG) nr. 1081 1999 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 26 mei 1999 betreffende de opening en de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten voor stieren, koeien en vaarzen, niet bestemd voor de slacht, van bepaalde bergrassen, houdende intrekking vanen houdende wijziging van(PbEG L 131). 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 116b — Artikel 116b Fokdieren van zuiver ras#
Artikel 116b Fokdieren van zuiver ras 1 De hoge restitutie voor de uitvoer van vrouwelijke raszuivere fokrunderen van GN code 0102 1000 wordt, onverminderd het bepaalde in Hoofdstuk V, slechts verleend indien: a. artikel 39 de uitvoer van de runderen vergezeld gaat van een door of namens de exporteur volledig en naar waarheid ingevuld en ondertekend goed leesbaar formulier L, bedoeld invan de Douaneregeling, dat bij de uitvoer moet worden overgelegd aan de ambtenaar der invoerrechten en accijnzen; b. de ouders en grootouders zijn ingeschreven of geregistreerd in het stamboek voor hetzelfde ras van een erkende stamboekvereniging en de runderen zelf in dat stamboek staan ingeschreven dan wel geregistreerd en geschikt zijn om erin te worden ingeschreven en niet ouder dan 5 jaar zijn; c. bij de aangifte ten uitvoer voor ieder rund afzonderlijk een origineel alsmede een kopie-exemplaar aan de ambtenaar der invoerrechten en accijnzen wordt overgelegd van: een door een erkende stamboekvereniging afgegeven stamboekcertificaat waaruit blijkt dat aan het in onderdeel b bepaalde is voldaan en waarop in elk geval met betrekking tot het rund, de ouders en grootouders de resultaten van het prestatie-onderzoek alsmede, onder opgave van de oorsprong, de resultaten van de beoordeling van de genetische waarde staan vermeld; artikel 77 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren een op grond vanafgegeven gezondheidscertificaat voor fok- en gebruiksdieren. 2 In afwijking van het in het eerste lid, onderdeel c bepaalde, mogen de resultaten van de beoordeling van de genetische waarde alsmede de resultaten van het prestatie-onderzoek op een door de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde stamboekvereniging afgegeven stamboomdocument worden vermeld. 3 artikel 39 De Belastingdienst zendt de kopie-exemplaren van de in het eerste lid, onderdeel c, vermelde certificaten gewaarmerkt en gehecht aan het formulier L, bedoeld invan de Douaneregeling toe aan het produktschap. 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 01-01-2003
Artikel 116c — Artikel 116c#
Artikel 116c Vervallen 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 117 — Artikel 117#
Artikel 117 Vervallen 1995 251 28-12-1995 22-12-1995 J.9511863 1995 251 28-12-1995 22-12-1995 J.9511863 01-01-1996
Artikel 117a — Artikel 117a#
Artikel 117a 1 verordening (EG) nr. 1222/94 bijlage II Degene die aanspraak maakt op een restitutie als bedoeld invan de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 30 mei 1994 tot vaststelling van de gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen voor de regeling aangaande de toekenning van restituties bij uitvoer en de criteria voor de vaststelling van het restitutiebedrag betreffende bepaalde landbouwprodukten, uitgevoerd in de vorm van goederen die niet ondervan het Verdrag vallen (PbEG L 136), stelt in het geval waarin artikel 20 van deze regeling buiten toepassing is gelaten, de productie van de uit te voeren goederen onder toezicht, ter vaststelling van de verwerkte hoeveelheden van de basisproducten. 2 artikel 20, tweede tot en met zesde lid Het verzoek tot de onder toezichtstelling als bedoeld in het eerste lid, dient schriftelijk te worden ingediend bij het produktschap. Ter zake van de te verlenen toestemming is, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in afwijking van het vierde lid, tot wederopzeggens voorlopige toestemming kan worden verleend. artikel 39 Op het formulier L, bedoeld invan de Douaneregeling, worden de datum en nummer van de toestemming of voorlopige toestemming vermeld. 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 117b — Artikel 117b#
Artikel 117b verordening (EEG) nr. 3083/73 verordening (EEG) nr. 2358/71 De importeurs en exporteurs van zaaizaad van elke soort en van elke rassengroep waarvoor steun is vastgesteld en van elke maïshybridensoort en sorghohybridensoort geven jaarlijks in het kalenderjaar volgend op het oogstjaar, als bedoeld invan de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 14 november 1973 betreffende het verstrekken van de nodige gegevens voor de toepassing vanhoudende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector zaaizaad (PbEG L 314), voor 1 september de door hun ingevoerde hoeveelheden uit en uitgevoerde hoeveelheden naar de in voorgenoemde verordening bedoelde derde landen door aan het produktschap. 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 117c — Artikel 117c#
Artikel 117c Vervallen 1992 21 30-01-1992 27-01-1992 J92192 1992 21 30-01-1992 27-01-1992 J92192 01-02-1992
Artikel 117d — Artikel 117d#
Artikel 117d Verordening 615/98/EG Bijlage X onderdeel B Als plaatsen van uitgang als bedoeld in artikel 2, eerste lid, tweede gedachtenstreepje, vanworden aangewezen de,, genoemde plaatsen. 1998 168 04-09-1998 04-09-1998 J.98.7970 1998 168 04-09-1998 04-09-1998 J.98.7970 06-09-1998
Artikel 117e — Artikel 117e#
Artikel 117e 1 Verordening 615/98/EG De controles als bedoeld in artikel 2 vanworden uitgevoerd door vervangen door: de keuringsdierenarts van de Voedsel en Waren Autoriteit. 2 Verordening 615/98/EG Certificaten en verklaringen als bedoeld in artikel 2 vanworden afgegeven door de Minister. 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 01-01-2003
Artikel 117f — Artikel 117f#
Artikel 117f verordening 615/98/EG bijlage X Degene die voornemens is dieren voor een controle als bedoeld in artikel 2 vanaan te bieden doet daarvan een voorafgaande melding overeenkomstig het bepaalde in. 1998 168 04-09-1998 04-09-1998 J.98.7970 1998 168 04-09-1998 04-09-1998 J.98.7970 06-09-1998
Artikel 118 — Artikel 118#
Artikel 118 1 artikel 38 artikel 85 bijlage I Regeling passief veredelingsverkeer landbouwgoederen artikel 23 van de Landbouwwet De bevoegdheden, die in de vorige artikelen, met uitzondering van, aan de produktschappen zijn toegekend, alsmede de bevoegdheid tot het verlenen van vrijstelling van de heffing ter uitvoering van de(Stcrt. 1991, 81), onderscheidenlijk de Beschikking actief veredelingsverkeer landbouwgoederen 1986, zoals in die beschikking voorzien, zijn krachtens artikel 11, van de wet, en voor wat betreft de bevoegdheid inin voorkomend geval krachtens, overgedragen aan het bestuur van het in kolom 2 vanals bevoegde instantie aangemerkte produktschap. 2 artikel 85 Onder de bevoegdheid tot het verlenen van restituties ingevolge, is begrepen de bevoegdheid een restitutie op de voet van het bepaalde in artikel 9 van de wet in te trekken en deze op de voet van het bepaalde in Hoofdstuk V, paragraaf 2, te verlenen bij wijze van vooruitbetaling. 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 119 — Artikel 119#
Artikel 119 artikel 38 bijlage II De inaan de produktschappen toegekende bevoegdheden zijn krachtens artikel 11 van de wet overgedragen aan het bestuur van het in kolom 1, van, als bevoegde instantie aangemerkte produktschap. 1981 50 13-03-1981 09-03-1981 J1578 1981 50 13-03-1981 09-03-1981 J1578 17-03-1981
Artikel 120 — Artikel 120#
Artikel 120 1 Het bestuur van het productschap is gehouden bij het uitoefenen van de toegekende bevoegdheid ten aanzien van de goederen welke behoren tot het werkterrein van een ander produktschap de dienaangaande door het bestuur van dat produktschap genomen besluiten in acht te nemen. Indien het in de vorige alinea bedoelde geval zich voordoet in dier voege, dat het bestuur zijn bevoegdheid uitoefent ten aanzien van een goed dat behoort tot het werkterrein van een niet in kolom 2 van bijlage I vermeld produktschap, neemt het daarbij de besluiten van het bestuur van dat produktschap in acht. 2 De bij die uitoefening krachtens een verordening, als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de wet, of artikel 23, tweede lid, van de Landbouwwet vast te stellen nadere regelen en daarbij te nemen besluiten van algemene gelding behoeven de goedkeuring van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 121 — Artikel 121#
Artikel 121 artikelen 35 38 artikel 2 van het Invoerbesluit landen 1981 Indien door een productschap op grond van het bepaalde in deeneen invoervergunning wordt verleend als bedoeld in, wordt het model van bijlage IIIC gebruikt. 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 01-01-1998
Artikel 122 — Artikel 122#
Artikel 122 Het uitoefenen van de bevoegdheden waartoe de Belastingdienst in deze beschikking bevoegd wordt verklaard en het verrichten van de handelingen die de rijksbelastingdienst voor de toepassing van deze beschikking moet verrichten, zijn aan deze dienst opgedragen op de voet van het bepaalde in de artikelen 5, vierde lid, 6, vierde lid, 8, derde lid en 13, tweede lid, van het besluit. 1991 236 04-12-1991 29-11-1991 J914467 1991 236 04-12-1991 29-11-1991 J914467 05-12-1991
Artikel 122a — Artikel 122a#
Artikel 122a Vervallen 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 123 — Artikel 123#
Artikel 123 Met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid van het volgende artikel, worden de volgende beschikkingen ingetrokken: In- en uitvoerwet de Overdrachtsbeschikking1968; de Heffingsbeschikking invoer agrarische alcohol 1976; de Beschikking landbouw-uitvoerheffingen 1979; de Uitvoeringsbeschikking landbouwheffingen- en -restitutieregime 1968; de Beschikking Landbouwheffingen- en -restitutieregime 1968–II; de Modellenbeschikking in- en uitvoerdocumenten 1968; de Modellenbeschikking in- en uitvoerdocumenten landbouwgoederen 1963 I; de Vrijstellingsbeschikking landbouwgoederen 1963–I; de Vrijstellingsbeschikking landbouwgoederen E.E.G. 1968 I; de Vrijstellingsbeschikking landbouwgoederen BENELUX 1970; de Vrijstellingsbeschikking scheepsleveranciers-entrepot landbouwgoederen 1963–I; de Restitutiebeschikking fokvee 1975; de Vrijstellingsbeschikking landbouwgoederen 1977 (landen). 1981 50 13-03-1981 09-03-1981 J1578 1981 50 13-03-1981 09-03-1981 J1578 17-03-1981
Artikel 124 — Artikel 124#
Artikel 124 Vervallen 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 2000 12 18-01-2000 17-01-2000 TRCJZ/1999/12057 20-01-2000
Artikel 125 — Artikel 125#
Artikel 125 1 Regeling in- en uitvoer landbouwgoederen Deze regeling wordt aangehaald als:. 2 Zij treedt in werking met ingang van 17 maart 1981. 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 1999 121 29-06-1999 29-06-1999 TRCJZ1999/6016 01-07-1999