Minimumeisen voor het houden van legkippen
- BWB-id
- BWBR0003704
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 1995-04-22 t/m 2006-09-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003704
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1984/minimumeisen-voor-het-houden-van-legkippen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1984/minimumeisen-voor-het-houden-van-legkippen/1995-04-22
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003704&g=1995-04-22
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003704&z=2026-06-06&g=1995-04-22
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003704/1995-04-22
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1984/minimumeisen-voor-het-houden-van-legkippen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Deze regeling verstaat onder: a. de minister: de minister van Landbouw en Visserij, b. directeur: directeur Landbouw, Natuur en Openluchtrecreatie van de provincie waarin het desbetreffende pluimveebedrijf is gelegen; c. de Stulm: de Stichting tot Uitvoering van Landbouwmaatregelen. 1987 95 20-05-1987 13-05-1987 J3634 1987 95 20-05-1987 13-05-1987 J3634 20-05-1987 01-04-1987
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 2 2 2 Pluimveehouders die na 1 januari 1985 legkippen in kooien willen houden op een oppervlakte van 400 cmtot 425 cmper legkip en waarbij de voederbaklengte minder dan 10 cm per legkip bedraagt dan wel op een oppervlakte van ten minste 425 cmper legkip en waarbij de voederbaklengte minder dan 9,6 cm per legkip bedraagt, dienen om aan te tonen dat de op die datum in gebruik zijnde kooien nog geen 10 jaar oud zijn een verklaring omtrent de ouderdom van de kooi af te leggen op een door de Stulm vastgesteld formulier dat verkrijgbaar is bij de districtsbureauhouder van de Stulm. 1985 77 22-04-1985 17-04-1985 72375 1985 77 22-04-1985 17-04-1985 72375 22-04-1995 01-09-1984
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2 Bij de inbedoelde verklaring dienen te worden overgelegd: bescheiden omtrent het aanschaffen van de kooi; danwel boekhoudgegevens waaruit de ouderdom blijkt; danwel andere bescheiden, die de ouderdom van de kooi aantonen of aannemelijk maken. 1984 169 30-08-1994 28-08-1984 J4002 1984 169 30-08-1994 28-08-1984 J4002 01-09-1984
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 2 De directeur beslist namens de minister omtrent de na 1 januari 1985 nog toegestane duur van het gebruik van de inbedoelde kooien. 1984 169 30-08-1994 28-08-1984 J4002 1984 169 30-08-1994 28-08-1984 J4002 01-09-1984
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 1993 229 29-11-1993 22-11-1993 J.9318069 1992 315 30-06-1992 04-06-1992 21221 01-01-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene wet bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 1984. 1984 169 30-08-1994 28-08-1984 J4002 1984 169 30-08-1994 28-08-1984 J4002 01-09-1984