Afvloeiingsregeling rijksscholen voor agrarisch onderwijs
- BWB-id
- BWBR0003870
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 1985-10-26 t/m 2003-06-17
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003870
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1985/afvloeiingsregeling-rijksscholen-voor-agrarisch-onderwijs
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1985/afvloeiingsregeling-rijksscholen-voor-agrarisch-onderwijs/1985-10-26
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003870&g=1985-10-26
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003870&z=2026-06-06&g=1985-10-26
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003870/1985-10-26
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1985/afvloeiingsregeling-rijksscholen-voor-agrarisch-onderwijs
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Deze beschikking verstaat onder: paragraaf 1 Voor wat betreft: paragraaf 2 Voor wat betreft: ‘de wet’: Wet op het voortgezet onderwijs de(Stb. 1963, 40); ‘het bevoegd gezag’: de minister van Landbouw en Visserij; ‘school’: een rijksschool voor agrarisch onderwijs in de zin van de wet; ‘diensttijd’: de totale tijd, doorgebracht bij het onderwijs, als nader gedefinieerd in circulaire P 8126, dd. 24 augustus 1981; ‘belanghebbende’: artikel 38 van de wet de directeur, leraar of lid van het overige personeel van een school voor wie de salarissen en de toelagen worden vastgesteld in het besluit ter uitvoering van; ‘de adjunct-directeur’: de adjunct-directeur als zodanig door het bevoegd gezag aangesteld; ‘de plaatsvervangende directeur’: de adjunct-directeur die door het bevoegd gezag tevens aangesteld is tot plaatsvervangend directeur. 1985 208 25-10-1985 24-10-1985 LO-10067 1985 208 25-10-1985 24-10-1985 LO-10067 26-10-1985
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Ontslag van in vaste dienst aangestelde belanghebbenden op grond van opheffing van de school of de betrekking, dan wel wegens zodanige verandering in de inrichting van het onderwijs of de dienst van de school, dat de werkzaamheden van een of meer belanghebbenden overbodig worden, geschiedt in de volgende rangorde: a. zij, die zulks wensen; b. zij, die de minste werkelijke diensttijd hebben, waarbij jongeren in leeftijd vóór ouderen gaan. 2 Ter vermijding van kennelijke onbillijkheid of wanneer het belang van de school dit kennelijk vereist, kan bij de verlening van ontslag van de rangorde, bedoeld in het vorige lid, worden afgeweken, met dien verstande, dat, indien de omvang van de voorgenomen afvloeiing daartoe aanleiding geeft, deze geschiedt naar een bepaald vooraf vastgesteld en aan de belanghebbenden kenbaar gemaakt plan. 3 artikel 40 van de wet Het plan wordt niet vastgesteld dan nadat met verenigingen als bedoeld in, voor zover deze hun werkzaamheden uitstrekken over het aan een zodanige school verbonden personeel, overleg is gepleegd. 1985 208 25-10-1985 24-10-1985 LO-10067 1985 208 25-10-1985 24-10-1985 LO-10067 26-10-1985
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Ontslag van in vaste dienst aangestelde adjunct-directeuren op grond van opheffing van de school of de betrekking, dan wel wegens zodanige verandering in de inrichting van het onderwijs of de dienst van de school, dat de werkzaamheden van één of meer adjunct-directeuren overbodig worden, geschiedt in de volgende rangorde: a. zij, die zulks wensen; b. zij, die de minste werkelijke diensttijd hebben, waarbij jongeren in leeftijd vóór ouderen gaan. 2 Degene, die als plaatsvervangend directeur is aangesteld, vloeit als laatste der adjunct-directeuren af, ongeacht zijn diensttijd. 3 Ter vermijding van kennelijke onbillijkheid of wanneer het belang van de school dit kennelijk vereist, kan bij de verlening van ontslag van de rangorde, bedoeld in het eerste en tweede lid worden afgeweken, met dien verstande, dat, indien de omvang van de voorgenomen afvloeiing daartoe aanleiding geeft, deze geschiedt naar een bepaald vooraf vastgesteld en aan de adjunct-directeuren kenbaar gemaakt plan. 4 artikel 40 van de wet Het plan wordt niet vastgesteld dan nadat met verenigingen als bedoeld in, voor zover deze hun werkzaamheden uitstrekken over het aan een zodanige school verbonden personeel, overleg is gepleegd. 1985 208 25-10-1985 24-10-1985 LO-10067 1985 208 25-10-1985 24-10-1985 LO-10067 26-10-1985 01-04-1985
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 3, eerste lid onder b en tweede lid Voor zover toepassing van, voor de adjunct-directeuren die op 31 maart 1985 en 1 april 1985 in vaste dienst aan de school waren verbonden, leidt tot een wijziging in de onderlinge afvloeiingsvolgorde zoals deze gold op 31 maart 1985, geschiedt de afvloeiing in de op 31 maart 1985 geldende volgorde. 1985 208 25-10-1985 24-10-1985 LO-10067 1985 208 25-10-1985 24-10-1985 LO-10067 26-10-1985 01-04-1985
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 paragraaf 2 Deze beschikking kan worden aangehaald als: Afvloeiingsregeling rijksscholen voor agrarisch onderwijs. Zij treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van de Nederlandse Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt, voor wat betreftterug tot 1 april 1985. 1985 208 25-10-1985 24-10-1985 LO-10067 1985 208 25-10-1985 24-10-1985 LO-10067 26-10-1985