Regeling in- en doorvoer vleesproducten 1985
- BWB-id
- BWBR0003776
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2005-01-22 t/m 2005-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003776
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1985/regeling-in-en-doorvoer-vleesproducten-1985
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1985/regeling-in-en-doorvoer-vleesproducten-1985/2005-01-22
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003776&g=2005-01-22
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003776&z=2026-06-06&g=2005-01-22
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003776/2005-01-22
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1985/regeling-in-en-doorvoer-vleesproducten-1985
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: Minister: Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; ambtenaar: artikel 114, tweede lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren ambtenaar als bedoeld in; officiële dierenarts: door de bevoegde centrale autoriteit van het land van verzending aangewezen dierenarts; richtlijn 80/215/EEG : richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 januari 1980 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vleesproducten (PbEG L 47);. richtlijn 89/662/EEG : richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PbEG L 395); richtlijn 97/78/EG : richtlijn nr. 97/78/EG van de Raad van de Europese Unie van 18 december 1997 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten die uit derde landen in de Gemeenschap worden binnengebracht (PbEG 1998, L 24); verordening 999/2001/EG: verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PbEG L 147); verordening 136/2004/EG: verordening (EG) nr. 136/2004 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 22 januari 2004 tot vaststelling van procedures voor de veterinaire controles in de grensinspectieposten van de Gemeenschap bij het binnenbrengen van producten uit derde landen (PbEU L 21); inspectiepost: richtlijn 97/78/EG richtlijn 97/78/EG op Nederlands grondgebied gelegen inspectiepost aan de grens die voldoet aan de bij of krachtens artikel 6 vangestelde voorschriften en uit dien hoofde overeenkomstig dat artikel is aangewezen en erkend voor de controle van bepaalde soorten producten; belanghebbende bij de lading: belanghebbende bij de lading als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel e, van; lid-staat: staat, niet zijnde Nederland, die als lid deel uitmaakt van de Europese Gemeenschappen; derde land: land, niet zijnde Nederland en niet zijnde een lid-staat; partij: hoeveelheid producten van dezelfde aard waarvoor eenzelfde certificaat of document, voor zover dit op grond van de onderhavige regeling is voorgeschreven, geldt, die met hetzelfde vervoermiddel wordt vervoerd en afkomstig is uit hetzelfde derde land of gedeelte van een derde land; handelaar: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon, zijnde de eerste ontvanger op Nederlands grondgebied van een partij producten afkomstig uit een lid-staat. richtlijn 77/99/EEG: richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van vleesproducten en bepaalde andere producten van dierlijke oorsprong (PbEG 1977, L 26 en PbEG 1992, L 57); vleesproducten: richtlijn 77/99/EEG artikel 2, onderdeel a, sub i vleesproducten als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, aanhef, van, niet zijnde vlees onderscheidenlijk producten als bedoeld inen ii, van die richtlijn; andere producten van dierlijke oorsprong: richtlijn 77/99/EEG producten als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van. producten: vleesproducten of andere producten van dierlijke oorsprong; VWA: Voedsel en Waren Autoriteit, ingesteld bij besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 8 juli 2002 (Stcrt. 127); douane-entrepot: verordening (EEG) nr. 2503/88 opslagruimte als bedoeld invan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 juli 1988 betreffende de douane-entrepots (PbEG L 225); vrij entrepot: verordening (EEG) nr. 2504/88 opslagruimte als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder b, vanvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 juli 1988 betreffende de vrije zones en de vrije entrepots (PbEG L 225); ruimte voor tijdelijke opslag: verordening (EEG) nr. 4151/88 opslagruimte als bedoeld invan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1988 tot vaststelling van de bepalingen die van toepassing zijn op goederen die het douanegebied van de Gemeenschap worden binnengebracht (PbEG L 367); beschikking 93/242/EEG: beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 30 april 1993 inzake de invoer in de Gemeenschap van bepaalde levende dieren en producten daarvan uit bepaalde Europese landen, met betrekking tot mond- en klauwzeer (PbEG L 110). richtlijn 91/495/EEG : richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 november 1991 inzake gezondheidsvoorschriften en veterinairrechtelijke voorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van konijnevlees en vlees van gekweekt wild (PbEG L 268); richtlijn 92/45/EEG : richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 16 juni 1992 betreffende de gezondheidsvoorschriften en veterinairrechtelijke voorschriften voor het doden van vrij wild en het in de handel brengen van vlees van vrij wild (PbEG L 268); richtlijn 92/118/EEG : richtlijn 89/662/EEG richtlijn 90/425/EEG richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 december 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke en de gezondheidsvoorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van producten waarvoor ten aanzien van deze voorschriften geen specifieke communautaire wetgeving geldt als bedoeld in bijlage A, hoofdstuk I, van, en, wat ziekteverwekkers betreft, van(PbEG 1993, L 62); beschikking 94/86/EG: invoer van vlees beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 16 februari 1994 tot vaststelling van de voorlopige lijst van derde landen waaruit de Lid-Staten devan vrij wild toestaan (PbEG L 44); beschikking 95/357/EG: beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 26 juli 1995 tot vaststelling van de lijst van inspectieposten aan de grens die zijn erkend voor de veterinaire controles van producten en dieren uit derde landen, tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen inzake de door de veterinaire deskundigen van de Commissie te verrichten controles en tot intrekking van Beschikking 94/24/EG (PbEG L 211); beschikking 96/105/EG: Richtlijn 90/675/EEG beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 29 januari 1996 inzake nieuwe overgangsmaatregelen om de overgang naar de bijvan de Raad vastgestelde regeling inzake veterinaire controles te vergemakkelijken (PbEG L 24); beschikking 97/41/EG: beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 18 december 1996 tot vaststelling van de gezondheidsvoorschriften en het gezondheidscertificaat voor de invoer uit derde landen van vleesproducten die zijn verkregen met vlees van pluimvee, vlees van gekweekt wild vlees van vrij wild en konijnenvlees (PbEG L 17); beschikking 97/222/EG: beschikking (EG) nr. 97/222 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 28 februari 1997 tot vaststelling van de lijst van derde landen waaruit de lidstaten de invoer toestaan van vleesproducten (PbEG L 89); beschikking 2004/280/EG: Beschikking (EG) nr. 2004/280 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 19 maart 2004 tot vaststelling van overgangsmaatregelen voor het in de handel brengen van bepaalde producten van dierlijke oorsprong, verkregen in Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije (PbEU L 87); vers vlees: artikel 66 van de Veewet alle voor menselijke consumptie geschikte delen van vee als bedoeld in, niet zijnde gekweekt wild, die geen behandeling hebben ondergaan ter bevordering van de houdbaarheid, tenzij het een koelbehandeling betreft; konijnen: tamme konijnen; konijnevlees: alle voor menselijke consumptie geschikte delen van konijnen; hazen: tamme hazen; hazevlees: alle voor menselijke consumptie geschikte delen van hazen; vlees van gekweekt wild: alle voor menselijke consumptie geschikte delen van gekweekt wild; gekweekt wild: richtlijn 91/495/EEG landzoogdieren als bedoeld in artikel 2, onderdeel 3, van, niet zijnde konijnen of hazen; vrij wild: richtlijn 92/45/EEG landzoogdieren en vogels als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van; vlees van vrij wild: alle voor menselijke consumptie geschikte delen van vrij wild. 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 10-12-2004
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Deze regeling is niet van toepassing op: a. verordening (EG) nr. 745/2004 vleesproducten als bedoeld in artikel 1 vanvan de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 16 april 2004 tot vaststelling van maatregelen betreffende de invoer van producten van dierlijke oorsprong voor persoonlijke consumptie (PbEU L 122), voor zover door reizigers in de Europese Gemeenschap binnengebracht of aan particulieren in de Europese Gemeenschap toegezonden, en b. richtlijn 97/78/EG richtlijn 97/78/EG artikel 1.1, eerste lid, van de Regeling keuring en handel dierlijke producten verordening 136/2004/EG richtlijn 97/78/EG producten als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van, met dien verstande dat onder commerciële monsters als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel a, vanwordt verstaan handelsmonsters als bedoeld in, en, mits met inachtneming van artikel 8 van, wordt voldaan aan artikel 16, eerste lid, van. 2 richtlijn 97/78/EG Producten als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdelen e en f, vanworden aangevoerd via een inspectiepost. 3 Tenzij met de Minister anders is overeengekomen, geeft de belanghebbende bij de lading van de aanvoer als bedoeld in het tweede lid tenminste 24 uur voor de aankomst schriftelijk kennis aan de VWA, onder opgave van het vermoedelijke tijdstip van aankomst, van de hoeveelheid, van de herkomst en van de soort producten. 2004 226 23-11-2004 19-11-2004 TRCJZ/2004/5575 2004 226 23-11-2004 19-11-2004 TRCJZ/2004/5575 25-11-2004
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De in- en doorvoer van producten is verboden. 1999 140 26-07-1999 20-07-1999 TRCJZ/1999/6912 1999 140 26-07-1999 20-07-1999 TRCJZ/1999/6912 01-08-1999
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3 Het ingestelde verbod geldt niet voor uit een lidstaat afkomstige vleesproducten: a. richtlijn 77/99/EEG die voldoen aan de artikelen 3 en 4 vanen ten bewijze daarvan vergezeld gaan van: richtlijn 77/99/EEG een begeleidend handelsdocument overeenkomstig artikel 3, onderdeel A, sub 9, onder b, punt i, van, dan wel richtlijn 64/433/EEG indien het om producten gaat die zijn verkregen van vlees afkomstig uit een slachthuis dat is gelegen in een gebied of een zone waarvoor om veterinairrechtelijke redenen beperkingen gelden, of van vlees als bedoeld in artikel 6 van, dan wel om producten die voor een andere Lid-Staat zijn bestemd na doorvoer via een derde land in een met een loodje verzegeld vervoermiddel, een keuringscertificaat overeenkomstig bijlage D, behorend bij richtlijn 77/99/EEG, met dien verstande echter dat, in afwijking hiervan voor zover het betreft producten als bedoeld in het tweede subonderdeel in hermetisch gesloten recipiënten die de in de hoofdstuk VIII, punt B, van bijlage B, behorend bij richtlijn 77/99/EEG, bedoelde behandeling hebben ondergaan, als bewijsstuk wordt aangewezen het in het eerste subonderdeel bedoelde handelsdocument; b. vervallen; c. Richtlijn 77/99/EEG richtlijn 83/201/EEG die bedoeld zijn in de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 april 1983, nr. 83/201/EEG (PbEG L 112), houdende afwijking vanvan de Raad ten aanzien van sommige producten die andere levensmiddelen bevatten en die voor een gering percentage uit vlees of vleesproducten zijn samengesteld, en die voorzien zijn van een keurmerk als bedoeld in artikel 5 van; d. verordening 136/2004/EG artikelen 6b tot en met 6e mits voldaan is aanen de. 2 artikelen 6f tot en met 6j Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op Noorwegen, met dien verstande dat in onderdeel d wordt gelezen: mits is voldaan aan het bepaalde in de. 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 01-01-2005
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a artikel 4, eerste lid, aanhef en onderdeel a In afwijking van, mogen vleesproducten van vrij wild, gekweekt wild, konijnen of hazen die afkomstig zijn uit Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië of Slowakije en vóór 1 mei 2004 zijn verkregen in een inrichting die erkend was voor uitvoer naar de Europese Gemeenschap, tot en met 30 april 2005 voorzien zijn van het keurmerk, bedoeld in artikel 3, onderdeel a, van beschikking 2004/280/EG, mits het certificaat of document dat de vleesproducten vergezelt, door de bevoegde autoriteiten van het land van herkomst is voorzien van de verklaring: ‘Vóór 1 mei 2004 geproduceerd overeenkomstig Beschikking 2004/280/EG van de Commissie.’ 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 10-12-2004
Artikel 4b — Artikel 4b#
Artikel 4b Vervallen 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 10-12-2004
Artikel 4c — Artikel 4c#
Artikel 4c Vervallen 1996 69 09-04-1996 09-04-1996 J964051 1996 69 09-04-1996 09-04-1996 J964051 09-04-1996
Artikel 4d — Artikel 4d#
Artikel 4d Vervallen 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 1995 246 19-12-1995 13-12-1995 J.9515326 21-12-1995
Artikel 4e — Artikel 4e#
Artikel 4e Vervallen 1993 110 15-06-1993 04-06-1993 J.9366232 1993 110 15-06-1993 04-06-1993 J.9366232 17-06-1993
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 3 artikelen 6f tot en met 6j verordening 136/2004/EG Het ingestelde verbod geldt, mits is voldaan aanen de, niet voor de in- en doorvoer van een partij vleesproducten vervaardigd van vers vlees, vlees van vrij of gekweekt wild, dan wel vlees van konijnen of tamme hazen, die afkomstig zijn uit een derde land of gedeelte van een derde land dat voor de betrokken diersoort waarvan het vlees afkomstig is, staat vermeld op de lijst, opgenomen in de bijlagen I en II bij beschikking 97/222/EG, en die voldoet aan de in voornoemde beschikking opgenomen eisen ten aanzien van het derde land respectievelijk gedeelte van het derde land van herkomst. 2 Een partij vleesproducten als bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van een op de partij betrekking hebbend gezondheidscertificaat waarvan het model overeenstemt met het model, vastgesteld in de bijlage bij beschikking 97/221/EG, en voldoet aan de voorwaarden en eisen die in voornoemde beschikking en in vorenbedoeld certificaat zijn opgenomen. 3 Een partij vleesproducten als bedoeld in het eerste lid gaat bovendien, voor zover zij afkomstig zijn van vlees van vrij of gekweekt wild, dan wel vlees van konijnen of tamme hazen, vergezeld van een op de partij betrekking hebbend gezondheidscertificaat waarvan het model overeenstemt met het model, vastgesteld in de bijlage bij beschikking 97/41/EG, en voldoet aan de voorwaarden en eisen die in voornoemde beschikking en in vorenbedoeld certificaat zijn opgenomen. 4 verordening 999/2001/EG Het gezondheidscertificaat, bedoeld in het tweede lid, voldoet, voor zover van toepassing, aan bijlage XI, hoofdstuk D, punt 4, van. 5 richtlijn 92/118/EEG Een partij vleesproducten als bedoeld in het derde lid, is afkomstig uit een inrichting die, zodra deze is vastgesteld en in werking getreden, voorkomt op de voor de betrokken vleesproducten uit het betrokken land van herkomst geldende voorlopige lijst van inrichtingen als bedoeld in beschikking 95/408/EG van de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1995 tot vaststelling van voorschriften voor het opstellen voor een overgangsperiode van voorlopige lijsten van inrichtingen in derde landen waaruit de lid-staten bepaalde producten van dierlijke oorsprong, visserijproducten en levende tweekleppige weekdieren mogen invoeren (PbEG L 243), die alsdan ter inzage ligt in de bibliotheek van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij Den Haag, met dien verstande dat indien bij de vaststelling van voornoemde lijst is voorzien in overgangsbepalingen de vleesproducten met inachtneming van die bepalingen afkomstig mogen zijn uit een inrichting die voldoet aan de voorschriften van hoofdstuk 1 van bijlage II van. 6 Onverminderd het tweede tot en met vierde lid is, zolang de voorschriften voor het op het grondgebied van de Europese Gemeenschap brengen van vleesproducten vanuit derde landen niet of slechts gedeeltelijk ingevolge de regelgeving van de Europese Gemeenschap zijn vastgesteld, de doorvoer van vleesproducten die zijn bestemd voor een lid-staat, slechts toegestaan indien is voldaan aan de voorschriften van de lid-staat van bestemming. 7 richtlijn 96/22/EG Richtlijnen 81/602/EEG 88/146/EEG 88/299/EEG De vleesproducten zijn niet verkregen van of met vlees van landbouwhuisdieren als bedoeld in artikel 1 vanvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 april 1996 betreffende het gebruik, in de veehouderij, van bepaalde stoffen met thyreostatische werking, alsmede van ß-agonisten en tot intrekking van de,en(PbEG L 125), waaraan stoffen of producten zijn toegediend die ingevolge artikel 3, onderdeel a, van die richtlijn niet aan landbouwhuisdieren mogen worden toegediend, tenzij aan de voorwaarden ingevolge artikel 11 van genoemde richtlijn is voldaan. 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 01-01-2005
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a 1 artikelen 5 6 paragraaf 2 van hoofdstuk 3 van de Regeling keuring en handel dierlijke producten Een partij afkomstig uit Nieuw-Zeeland mag in afwijking van hetgeen in deen, dan wel inis bepaald ten aanzien van de voor de onderscheiden vleesproducten of andere producten van dierlijke oorsprong uit derde landen voorgeschreven gezondheidscertificaten, vergezeld gaan van een op de partij betrekking hebbend gezondheidscertificaat dat ingevolge de regelgeving van de Europese Gemeenschap ter uitvoering van de Overeenkomst van 17 december 1996 tussen de Europese Gemeenschap en Nieuw-Zeeland inzake sanitaire maatregelen voor de handel in levende dieren en dierlijke producten (PbEG 1997, L 57) is vastgesteld, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. de desbetreffende producten zijn ingevolge de vorenbedoelde overeenkomst als gelijkwaardig erkend; b. de partij producten voldoet aan de ingevolge vorenbedoelde regelgeving gestelde bijkomende voorwaarden. 2 artikelen 5 6 paragraaf 2 van hoofdstuk 3 van de Regeling keuring en handel dierlijke producten Ingeval de desbetreffende producten op grond van de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, slechts op het gebied van de volksgezondheid, dan wel slechts op het gebied van de diergezondheid als gelijkwaardig zijn erkend, is in afwijking van het eerste lid, aanvullend het dier- onderscheidenlijk volksgezondheidscertificaat bijgevoegd dat voor de betrokken producten is voorgeschreven in deen, dan wel in. 2005 14 20-01-2005 14-01-2005 TRCJZ/2005/52 2005 14 20-01-2005 14-01-2005 TRCJZ/2005/52 22-01-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 3 richtlijn 77/99/EEG Het ingestelde verbod geldt voorts niet voor andere producten van dierlijke oorsprong die afkomstig zijn uit een lid-staat of Noorwegen en die vergezeld gaan van een handelsdocument of certificaat als bedoeld in artikel 3, onderdeel A, subonderdeel 9, onder b, van, waaruit blijkt dat is voldaan aan die richtlijn, mits is voldaan aan: a. artikelen 6b tot en met 6e de, indien de producten afkomstig zijn uit een lid-staat, dan wel b. verordening 136/2004/EG artikelen 6f tot en met 6j en de, indien de producten afkomstig zijn uit Noorwegen. 2 artikel 3 artikelen 6f tot en met 6j verordening 136/2004/EG Het ingestelde verbod geldt, mits is voldaan aanen de, voorts niet voor een partij reuzel of gesmolten vet, bestemd voor menselijke consumptie, die: a. afkomstig is uit een derde land of gedeelte van een derde land, niet zijnde Noorwegen, van waaruit het brengen op het grondgebied van de Europese Gemeenschap van vers vlees van de betrokken diersoort is toegestaan op grond van beschikking nr. 79/452/EEG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1976 tot vaststelling van een lijst van derde landen waaruit de Lid-Staten de invoer van runderen, varkens, paardachtigen, schapen en geiten, vers vlees en vleesproducten toestaan (PbEG L 146), en b. richtlijn 92/118/EEG zodra ter zake door de Commissie van de Europese Gemeenschappen een beschikking op grond van artikel 10, tweede lid, vanis genomen, vergezeld gaat van een veterinairrechtelijk certificaat, overeenkomstig een in die beschikking opgenomen model, en voldoet aan de eisen, bedoeld in dat model. 3 artikel 3 artikelen 6f tot en met 6j verordening 136/2004/EG Het ingestelde verbod geldt, mits is voldaan aanen de, voorts niet voor gedroogde, gezouten of geblancheerde darmen, blazen of magen, afkomstig uit een derde land of gedeelte van een derde land, niet zijnde Noorwegen, van waaruit het brengen op het grondgebied van de Europese Gemeenschap is toegestaan op grond van beschikking (EG) nr. 2003/779 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 31 oktober 2003 (PbEU L 285) tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften en de voorschriften inzake veterinaire certificering voor de invoer van darmen van dieren uit derde landen, mits de partij vergezeld gaat van het gezondheidscertificaat, bedoeld in die beschikking. 4 artikel 3 artikelen 6f tot en met 6j verordening 136/2004/EG Het ingestelde verbod geldt, mits is voldaan aanen de, voorts niet voor een partij uit een derde land, niet zijnde Noorwegen, afkomstige, verwerkte dierlijke eiwitten, bestemd voor menselijke voeding, die: a. richtlijn 92/118/EEG vergezeld gaat van het gezondheidscertificaat, bedoeld in hoofdstuk 6, onderdeel I, subonderdeel B, onder 1, van bijlage I van, dat de aldaar bedoelde verklaringen bevat en b. overigens voldoet aan hetgeen omtrent de invoer uit derde landen is bepaald in het hoofdstuk, bedoeld in onderdeel a. 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 2004 243 16-12-2004 06-12-2004 TRCJZ/2004/6035 01-01-2005
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a artikel 3 Het ingesteld verbod geldt voorts niet voor de doorvoer van producten bestemd voor een derde land, mits a. verordening 136/2004/EG artikelen 6h 6j de partij producten vergezeld gaat van een bij de partij behorend document, waaruit, indien de partij afkomstig is uit een derde land, tenminste de oorsprong van de zending kan worden afgeleid en, indien de partij via het grondgebied van een lid-staat naar Nederland is verzonden, tevens, voorzover van toepassing, wordt voldaan aanen deen; b. verordening 136/2004/EG artikelen 6f 6g 6i voorzover de partij afkomstig is uit een derde land en rechtstreeks naar Nederland is verzonden, voorzover van toepassing, tevens is voldaan aanen de,, en. 2004 189 01-10-2004 28-09-2004 TRCJZ/2004/5098 2004 189 01-10-2004 28-09-2004 TRCJZ/2004/5098 03-10-2004 01-07-2004
Artikel 6b — Artikel 6b#
Artikel 6b 1 artikelen 4 4a 6 De partij producten, afkomstig uit lid-staten, moet, tot en met de ontvangst door de handelaar, voldoen aan de voorwaarden, gesteld in de de,en, voor zover deze betrekking hebben op de invoer van producten uit lid-staten. 2 artikel 6c, tweede lid De handelaar moet zijn ingeschreven in een register dat wordt bijgehouden door de Minister, terwijl die registratie niet is getroffen door een beslissing als bedoeld in. 3 Krachtens de regelgeving van de Europese Gemeenschappen zijn geen maatregelen genomen, houdende instelling van een verbod om de betreffende partij producten uit de betrokken lid-staat in te voeren of houdende de machtiging tot instelling van een verbod om de betreffende partij producten in Nederland in te voeren, noch is de lid-staat van verzending ingevolge die regelgeving gehouden de afgifte van de certificaten of vervoersdocumenten, zulks in verband met de invoer in Nederland, op te schorten. 4 Ingevolge de regelgeving van de lid-staat van verzending is er geen verbod om de betrokken partij producten op het grondgebied van die lid-staat in de handel te brengen. 5 artikelen 4 4a 6 richtlijn 97/78/EG De in de de,enbedoelde certificaten en documenten zijn, met uitzondering van de documenten, bedoeld in artikel 7, vierde lid, van, originelen waarvan de geldigheidsduur niet is verstreken. Zij zijn in overeenstemming met de regelgeving van de Europese Gemeenschappen afgegeven en volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend in de Nederlandse, Engelse, Franse of Duitse taal. 6 richtlijn 89/662/EEG Ten aanzien van de partij producten is, in voorkomend geval, voldaan aan de ingevolge artikel 9 vanvastgestelde regelgeving van de Europese Gemeenschap of van de lid-staat van verzending zelf, in geval van een uitbraak van een epidemische dierziekte in de lid-staat van verzending. 7 artikelen 2 6a, eerste lid Indien de zending vlees in Nederland wordt gebracht via een erkende inspectiepost, worden de in deen, bedoelde certificaten of documenten, desverlangd door de handelaar overgelegd aan de ambtenaar. 8 Het zevende lid geldt niet, indien de partij rechtstreeks via een geregelde lijndienst vanuit een erkende inspectiepost wordt vervoerd naar een andere op het grondgebied van de Europese Gemeenschap gelegen plaats. 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 10-12-2004
Artikel 6c — Artikel 6c#
Artikel 6c 1 artikel 6b, tweede lid De handelaar die overeenkomstig het bepaalde in, is geregistreerd, moet: a. artikel 6b, eerste lid tenzij met de Minister anders is overeengekomen, van elke aanvoer van een partij producten, bedoeld in, tussen 08.00 uur en 17.00 uur en ten laatste op de dag, niet zijnde een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag voorafgaande aan de dag van aankomst op de plaats waar de handelaar de partij producten ontvangt, kennisgeven of doen kennisgeven aan de VWA, onder opgave van deze plaats, het vermoedelijke tijdstip van aankomst alsmede van de hoeveelheid en de soort producten; b. artikelen 4 4a 6 de instructies van de ambtenaar in verband met een veterinairrechtelijke controle opvolgen en is desgevraagd verplicht de aangevoerde partij producten aan de ambtenaar ten onderzoek aan te bieden en de in de,enbedoelde, voor invoer uit lid-staten voorgeschreven, documenten te overleggen alsmede om alle medewerking te verlenen en alle inlichtingen te verstrekken die voor deze controle noodzakelijk worden geacht; c. een administratie voeren waarin ten minste de leveringen van producten en de eventuele verdere bestemming van de producten zijn vermeld en waarin alle op de partijen producten betrekking hebbende bescheiden, en met name de in onderdeel b bedoelde documenten, zijn opgenomen; d. de vorenbedoelde administratie gedurende ten minste drie jaren bewaren; e. artikelen 4 4a 6 voorafgaand aan de ontvangst, onderscheidenlijk de verdere verdeling of verhandeling van elke partij producten, nagaan of aan de voorwaarden, gesteld in de,en, voor zover deze betrekking hebben op de invoer van producten uit lid-staten, is voldaan; f. nalatigheden en onregelmatigheden met betrekking tot een levering van een partij producten onmiddellijk melden aan de VWA. 2 artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 7b, tweede lid Indien een handelaar zijn in het eerste lid bedoelde verplichtingen niet nakomt, of in strijd handelt met, kan de staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij beslissen dat zijn in, bedoelde registratie wordt doorgehaald dan wel niet wordt erkend. 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 10-12-2004
Artikel 6d — Artikel 6d#
Artikel 6d artikelen 4 4a 6 Bij het vervoer op Nederlands grondgebied in het kader van doorvoer van een uit de lid-staten afkomstige partij producten, naar een lid-staat moet de partij producten voldoen aan de op de doorvoer van producten afkomstig uit lid-staten betrekking hebbende voorwaarden, gesteld in de,en. 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 10-12-2004
Artikel 6e — Artikel 6e#
Artikel 6e 1 artikel 6c, eerste lid, onderdelen b en e artikel 7, eerste lid, onderdeel a richtlijn 89/662/EEG Indien bij de controle, bedoeld in, of bij de controle tijdens het vervoer van een partij producten in het kader van de invoer of de doorvoer van deze partij wordt vermoed of geconstateerd dat er verwekkers van ziekten, zoönosen of andere aandoeningen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van, aanwezig zijn of de producten afkomstig zijn uit een met een epidemische dierziekte besmet gebied, kan de Minister, indien hij de aanwezigheid van verwekkers van ziekten, zoönosen of andere aandoeningen vermoedt, gelasten dat de zending overeenkomstig zijn aanwijzingen in tijdelijke afzondering wordt geplaatst, dan wel worden de maatregelen, bedoeld in, eerste alinea, van voornoemde richtlijn uitgevoerd, al naar gelang de Minister daaromtrent heeft besloten. 2 artikel 6c, eerste lid, onderdelen b en e richtlijn 89/662 Indien bij de controle, bedoeld in, of bij de controle tijdens het vervoer van een partij producten in het kader van de invoer of de doorvoer van deze partij wordt vermoed of geconstateerd dat niet wordt voldaan aan de voorschriften van de onderhavige regeling dan wel aan de van toepassing zijnde communautaire voorschriften, kan de Minister, indien hij vermoedt dat niet wordt voldaan aan vorenbedoelde voorschriften, gelasten dat de zending overeenkomstig zijn aanwijzingen in tijdelijke afzondering wordt geplaatst, dan wel worden de maatregelen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, van.EEG uitgevoerd, al naar gelang de Minister daaromtrent overeenkomstig de keuze van de afzender of diens gemachtigde heeft besloten. 3 Een besluit als bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt ter kennis gebracht van de afzender of diens gemachtigde met vermelding van de redenen. Desgevraagd geschiedt die kennisgeving schriftelijk, met vermelding van datum en uur waarop het besluit is genomen. 4 artikel 8, tweede lid richtlijn 89/662/EEG Een besluit als bedoeld in het eerste en tweede lid laat onverlet het recht van de afzender van de producten om, overeenkomstig het bepaalde in, vierde alinea, van, binnen een maand na de kennisgeving, bedoeld in het derde lid, het advies van een veterinair deskundige in te winnen, met dien verstande evenwel, dat de Minister te allen tijde kan beslissen om de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onmiddellijk uit te voeren, indien zulks noodzakelijk is om redenen van gezondheidsbescherming. 5 De kosten, die uit de in het eerste of het tweede lid bedoelde maatregelen voortvloeien komen voor rekening van de afzender van de partij producten of diens gemachtigde, onderscheidenlijk van de ontvanger van de partij producten of diens gemachtigde. 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 01-01-2003
Artikel 6ea — Artikel 6ea#
Artikel 6ea Vervallen 1994 138 22-07-1994 13-07-1994 J.948978 1994 138 22-07-1994 13-07-1994 J.948978 24-07-1994
Artikel 6f — Artikel 6f#
Artikel 6f 1 De partij producten, afkomstig uit een derde land, die rechtstreeks uit dat derde land in Nederland wordt in- of doorgevoerd, wordt aangevoerd via een inspectiepost. 2 verordening 136/2004/EG De melding van de aanvoer van een partij vindt plaats aan de VWA overeenkomstig artikel 2 van. 3 artikel 4, eerste lid artikelen 5 tot en met 6a Bij de aankomst op de inspectiepost wordt de ambtenaar door de belanghebbende bij de lading het op grond van, alsmede de, voor de in- en doorvoer van producten afkomstig uit derde landen voorgeschreven document ter beschikking gesteld. 4 De partij producten wordt door de belanghebbende bij de lading bij aankomst op de inspectiepost ter onderzoek aangeboden aan de Minister. 5 De in het derde lid bedoeld documenten zijn originelen waarvan de geldigheidsduur niet is verstreken. Zij zijn, voorzover van toepassing, in overeenstemming met de regelgeving van de Europese Gemeenschap opgesteld en afgegeven, volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend. 6 artikelen 2.17, zesde tot en met twaalfde lid 2.17a tot en met 2.23m, van de Regeling keuring en handel dierlijke producten Op de in het eerste lid bedoelde partij producten zijn de, envan overeenkomstige toepassing. 7 Voor de toepassing van de in het zesde lid bedoelde artikelen wordt voor ‘keuringsdierenarts’ gelezen: Minister. 8 verordening 999/2001/EG Indien de in het eerste lid bedoelde partij bestaat uit vleesproducten vervaardigd van vlees van runderen, schapen of geiten of bestaat uit gezouten, gedroogde of verhitte darmen afkomstig van betreffende dieren, is voldaan aan bijlage XI, hoofdstuk A, punt 15, van. 9 richtlijn 77/99/EG verordening 999/2001/EG Indien de in het eerste lid bedoeld partij bestaat uit producten als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van, vervaardigd van vlees afkomstig van runderen, schapen of geiten, is voldaan aan bijlage XI, hoofdstuk A, punt 15, van. 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 2004 237 08-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/3107 10-12-2004
Artikel 6g — Artikel 6g#
Artikel 6g 1 artikel 6a Terzake van een partij producten die zich aan boord bevindt van een vliegtuig of schip dat bij vervoer tussen twee derde landen op Nederlands grondgebied landt of aanlegt, overlegt de vervoerder aan de ambtenaar desgevraagd het document, bedoeld in. 2 Indien de in het eerste lid bedoelde partij van het ene vliegtuig of schip in het andere wordt overgeladen, stelt de vervoerder de ambtenaar hiervan in kennis en overlegt hij hem desgevraagd het document, bedoeld in het eerste lid. 3 Indien de in het eerste lid bedoelde partij tijdelijk wordt uitgeladen en opgeslagen op de desbetreffende luchthaven of haven, in afwachting van verzending naar een vooraf bepaald derde land, overlegt de vervoerder aan de ambtenaar, het in het eerste lid bedoelde document en biedt hij hem de partij ten onderzoek aan. 4 In de in het eerste tot en met het derde lid bedoelde gevallen gaat de desbetreffende partij bij verzending naar het derde land vergezeld van het originele document, bedoeld in het eerste lid. 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 01-01-2003
Artikel 6h — Artikel 6h#
Artikel 6h 1 richtlijn 97/78/EG verordening 282/2004/EG De partij producten, afkomstig uit een derde land, welke via het grondgebied van een lid-staat naar Nederland is verzonden, gaat vergezeld van een gewaarmerkt afschrift als bedoeld in artikel 7, vierde lid, vanen van het Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst, bedoeld in. 2 artikelen 6b, tweede, derde en vijfde lid 6c 6 e Het bepaalde in de,enis in geval van een invoer als bedoeld in het eerste lid van overeenkomstige toepassing.. 2004 189 01-10-2004 28-09-2004 TRCJZ/2004/5098 2004 189 01-10-2004 28-09-2004 TRCJZ/2004/5098 03-10-2004 01-07-2004 De wijzigingsopdracht is niet geheel juist.
Artikel 6i — Artikel 6i#
Artikel 6i 1 Bij de in- of doorvoer van een partij producten die door een derde land zijn geweigerd en vanuit het grondgebied van de Europese Gemeenschap naar het betrokken derde land zijn verzonden, wordt voldaan aan: a. artikel 6f, eerste, tweede en vierde lid ; b. richtlijn 97/78/EG artikel 15, eerste lid, onderdeel a, van. 2 Op de in het eerste lid bedoelde partij producten zijn de artikelen 2.17, achtste en twaalfde lid, 2.18a, 2.19, eerste lid, en 2.22, eerste, tweede, vijfde en zesde lid, van de Regeling keuring en handel dierlijke producten van overeenkomstige toepassing. 3 richtlijn 97/78/EG Indien de in het eerste lid bedoelde partij producten naar het derde land is verzonden vanuit een lid-staat, heeft de Minister vooraf toestemming verleend voor het binnenbrengen van de producten en heeft de bevoegde autoriteit van de lid-staat die het in artikel 15, eerste lid, onderdeel a, vanbedoelde certificaat heeft afgegeven met de terugname van de partij ingestemd. 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 01-01-2003
Artikel 6j — Artikel 6j#
Artikel 6j 1 artikel 6a verordening 282/2004/EG richtlijn 97/78/EG Bij het vervoer op Nederlands grondgebied in het kader van doorvoer van een uit derde landen afkomstige partij producten, die via het grondgebied van een lid-staat naar Nederland is verzonden, naar een derde land, moet de partij producten vergezeld gaan van het document, bedoeld in, en van een Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst als bedoeld in, waarin is aangegeven langs welke grensinspectiepost als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel g, vande partij producten de Europese Gemeenschap verlaat. 2 "bedoeld" moet zijn "bedoelde" Het vervoer van de in het eerste lid bedoeldpartij producten geschiedt onder douanetoezicht tot op de plaats waar het Nederlands grondgebied wordt verlaten in verzegelde voertuigen of verzegelde containers en zonder splitsing of, tenzij de partij overeenkomstig het derde lid wordt opgeslagen, lossing van de partij. 3 artikelen 2.23 2.23a 2.23c 2.23e van de Regeling keuring en handel dierlijke producten artikel 2.23a Op de in het eerste lid bedoelde partij producten zijn de,,envan overeenkomstige toepassing, met dien verstande opslag in een van de ingenoemde opslagruimten is toegestaan, mits elders geen opslag heeft plaatsgevonden. 2004 189 01-10-2004 28-09-2004 TRCJZ/2004/5098 2004 189 01-10-2004 28-09-2004 TRCJZ/2004/5098 03-10-2004 01-07-2004 De wijzigingsopdracht is niet geheel juist.
Artikel 6k — Artikel 6k#
Artikel 6k 1 Indien wordt vermoed of geconstateerd dat in de zending verwekkers van ziekten, zoönosen of andere aandoeningen aanwezig zijn of dat de zending afkomstig is uit een met een epidemische dierziekte besmet gebied, kan de Minister gelasten dat de zending overeenkomstig zijn aanwijzingen in tijdelijke afzondering wordt geplaatst, dan wel wordt de zending vernietigd of voor andere doeleinden gebruikt dan waarvoor ze zijn bestemd, al naar gelang de Minister daaromtrent heeft besloten en met inachtneming van diens aanwijzingen. 2 Indien aan de hand van de op grond van deze regeling uitgevoerde controles wordt vastgesteld dat een voor Nederland of een lidstaat bestemd product niet voldoet aan de op grond van deze regeling voor dat product gestelde voorschriften of dat een onregelmatigheid is begaan, besluit de Minister in overleg met de belanghebbende bij de lading: a. dat het product in ieder geval binnen 60 dagen nadat is geconstateerd dat niet aan de onderhavige regeling wordt voldaan vanuit de grensinspectiepost met hetzelfde vervoermiddel wordt teruggezonden naar een derde land indien veterinairrechtelijke of gezondheidsredenen zich daar niet tegen verzetten; b. richtlijn 97/78/EG indien terugzending als bedoeld in onderdeel a onmogelijk is of de in dat onderdeel bedoelde termijn is verstreken, dat de partij wordt vernietigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 17, tweede lid, onderdeel b, van; c. dat de partij voor andere doeleinden dan de menselijke consumptie wordt gebruikt. 3 artikel 6f Indien een partij in Nederland is gebracht zonder dat, voorzover van toepassing, die partij is onderworpen aan de inbedoelde controles, besluit de Minister dat de partij overeenkomstig het tweede lid, onderdeel b, wordt vernietigd of wordt teruggezonden naar een derde land indien veterinairrechtelijke of gezondheidsredenen zich daar niet tegen verzetten. 4 In afwachting van de terugzending of de vernietiging van een partij als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid wordt de partij onder toezicht van de ambtenaar in tijdelijke afzondering geplaatst en opgeslagen. 5 Alle kosten die in verband met de in dit artikel bedoelde maatregelen worden gemaakt, komen ten laste van de belanghebbende bij de lading. 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 01-01-2003
Artikel 6l — Artikel 6l#
Artikel 6l artikel 3 De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij kan ontheffing verlenen van het ingestelde verbod. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. 1993 110 15-06-1993 04-06-1993 J.9366232 1993 110 15-06-1993 04-06-1993 J.9366232 17-06-1993
Artikel 6m — Artikel 6m#
Artikel 6m verordening 136/2004/EG De minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 10 van. 2004 189 01-10-2004 28-09-2004 TRCJZ/2004/5098 2004 189 01-10-2004 28-09-2004 TRCJZ/2004/5098 03-10-2004 01-07-2004
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De regeling van de minister van Landbouw en Visserij van 3 januari 1979, nr. J 4374 (Stcrt. 4) wordt ingetrokken. 1985 53 15-03-1985 14-03-1985 J1754 1985 53 15-03-1985 14-03-1985 J1754 15-03-1985
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a 1 Een wijziging van een of meer onderdelen van de in deze regeling genoemde richtlijnen treedt voor de toepassing van de artikelen uit deze regeling, waarin naar die onderdelen wordt verwezen, in werking met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijnen uitvoering moet zijn gegeven. 2 De minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij doet van een wijzigingsrichtlijn als bedoeld in het eerste lid mededeling in de Staatscourant. 1993 110 15-06-1993 04-06-1993 J.9366232 1993 110 15-06-1993 04-06-1993 J.9366232 17-06-1993
Artikel 7b — Artikel 7b#
Artikel 7b artikelen 10 11 13 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren artikelen 2 4 van het Besluit inzake het in de handel brengen van dieren en producten en de toepassing van maatregelen met betrekking tot in Nederland gebrachte dieren en producten De artiken 6a tot en met 6k berusten op de,enen op deen. 1999 140 26-07-1999 20-07-1999 TRCJZ/1999/6912 1999 140 26-07-1999 20-07-1999 TRCJZ/1999/6912 01-08-1999
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Deze regeling wordt bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant en treedt in werking op 15 maart 1985. 2 Regeling in- en doorvoer vleesproducten 1985 Deze regeling kan worden aangehaald als:. 1999 140 26-07-1999 20-07-1999 TRCJZ/1999/6912 1999 140 26-07-1999 20-07-1999 TRCJZ/1999/6912 01-08-1999