Regeling bezwarenprocedure functiewaardering BBRA 1984
- BWB-id
- BWBR0003997
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2005-10-13 t/m 2019-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003997
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1986/regeling-bezwarenprocedure-functiewaardering-bbra-1984
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1986/regeling-bezwarenprocedure-functiewaardering-bbra-1984/2005-10-13
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003997&g=2005-10-13
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003997&z=2026-06-06&g=2005-10-13
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003997/2005-10-13
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1986/regeling-bezwarenprocedure-functiewaardering-bbra-1984
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Ambtenaar in de zin van deze regeling is degene op wie het(Stb. 1983, 571) van toepassing is. 2 artikel 13 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement Deze regeling is niet van toepassing op de ambtenaar voor wie een bijzondere regeling geldt als bedoeld in(Stb. 1931, 248) of in bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling. 1986 137 21-07-1986 07-07-1986 AB86/U994 1986 137 21-07-1986 07-07-1986 AB86/U994 01-09-1986
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 In deze regeling wordt verstaan onder: a. bezoldigingsbesluit: Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 het; b. functie: bezoldigingsbesluit de functie in de zin van het; c. bevoegd gezag: tweede lid van artikel 5 van het bezoldigingsbesluit het voor de toepassing van het bepaalde in hetbevoegde gezag, met dien verstande dat in voorkomende gevallen de Kroon in dezen wordt vertegenwoordigd door de minister wie het aangaat; d. waarderingsuitkomst: artikel 5, derde lid, van het bezoldigingsbesluit de uitkomst van de bepaling van zwaarte van de functie van de ambtenaar als bedoeld in. 1994 142 28-07-1994 13-07-1994 AD94/U847 1994 142 28-07-1994 13-07-1994 AD94/U847 30-07-1994 01-07-1994
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 4 Het bevoegd gezag stelt de ambtenaar schriftelijk en met redenen omkleed in kennis van de voorgenomen waarderingsuitkomst. Daarbij wordt de ambtenaar gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van bedenkingen op de wijze als bedoeld in. 1994 65 05-03-1994 15-03-1994 AD94/U324 DGMP/PMR/ASB 1994 65 05-03-1994 15-03-1994 AD94/U324 DGMP/PMR/ASB 07-04-1994
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 3 Binnen vier weken na ontvangst van de inbedoelde kennisgeving kan de ambtenaar bij het bevoegd gezag tegen de voorgenomen waarderingsuitkomst schriftelijk en met redenen omkleed zijn bedenkingen indienen. Het bevoegd gezag stelt de waarderingsuitkomst vast, wanneer de ambtenaar binnen deze termijn geen bedenkingen heeft ingediend. 1994 65 05-03-1994 15-03-1994 AD94/U324 DGMP/PMR/ASB 1994 65 05-03-1994 15-03-1994 AD94/U324 DGMP/PMR/ASB 07-04-1994
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 4 Binnen 13 weken na ontvangst van de inbedoelde bedenkingen stelt het bevoegd gezag de waarderingsuitkomst al dan niet gewijzigd vast. 1994 65 05-03-1994 15-03-1994 AD94/U324 DGMP/PMR/ASB 1994 65 05-03-1994 15-03-1994 AD94/U324 DGMP/PMR/ASB 07-04-1994
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 7 Indien de ambtenaar bezwaar maakt tegen de vastgestelde waarderingsuitkomst vraagt het bevoegd gezag binnen twee weken na ontvangst van het bezwaar daaromtrent het advies aan de inbedoelde bezwarencommissie. 1994 65 05-03-1994 15-03-1994 AD94/U324 DGMP/PMR/ASB 1994 65 05-03-1994 15-03-1994 AD94/U324 DGMP/PMR/ASB 07-04-1994
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Er is een commissie van advies bezwaren functiewaardering, nader te noemen; de bezwarencommissie. 2 Voor de behandeling van een bezwaar bestaat de bezwarencommissie uit: de voorzitter, tevens lid, dan wel een plaatsvervangend voorzitter, tevens lid; één lid dat door de voorzitter dan wel diens plaatsvervanger wordt aangewezen uit de groep personen bedoeld in het zevende lid onder a; en één lid dat door de voorzitter dan wel diens plaatsvervanger wordt aangewezen uit de groep van personen bedoeld in het zevende lid onder b. 3 De bezwarencommissie wordt bijgestaan door een secretaris die deel uitmaakt van een secretariaat. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties draagt er zorg voor dat een secretariaat ter beschikking wordt gesteld van de bezwarencommissie. 4 De voorzitter en zijn plaatsvervanger, zomede de in het zevende lid bedoelde personen, worden benoemd door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties die eveneens bevoegd is een benoeming in te trekken. 5 artikel 105 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement De benoeming van de voorzitter en plaatsvervangend voorzitters is onderwerp van overleg met de Centrale Commissie voor Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken bedoeld in. 6 Behoudens in geval zulks plaatsvindt op verzoek van de betrokkenen wordt omtrent een intrekking van de benoeming van de in het vijfde lid bedoelde personen niet beslist dan na overleg met de in dat lid genoemde commissie. 7 De voor aanwijzing als bedoeld in het tweede lid in aanmerking komende personen worden onderscheiden in twee groepen te weten: a. een groep van tenminste zes personen benoemd ingevolge het bepaalde in het vierde lid, op voordracht van de Interdepartementale Coördinatievergadering Personeelsbeleid Rijksdienst; b. een groep van tenminste zes personen benoemd ingevolge het bepaalde in het vierde lid, op voordracht van de tot de Centrale Commissie voor Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken toegelaten centrales van verenigingen van ambtenaren. 2005 197 11-10-2005 04-10-2005 2005-0000238510 2005 197 11-10-2005 04-10-2005 2005-0000238510 13-10-2005
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 6 Bij de samenstelling van de bezwarencommissie voor de behandeling van een haar toegezonden bezwaar als bedoeld in, wijst de voorzitter, dan wel diens plaatsvervanger, geen personen aan die behoren tot het personeel van – of ressorteren onder – hetzelfde ministerie, als dat waaronder de ambtenaar wiens bezwaar door de bezwarencommissie behandeld wordt, ressorteert. 1994 65 05-03-1994 15-03-1994 AD94/U324 DGMP/PMR/ASB 1994 65 05-03-1994 15-03-1994 AD94/U324 DGMP/PMR/ASB 07-04-1994
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De beslissing inzake het uit te brengen advies wordt door de bezwarencommissie genomen in voltallige samenstelling en bij meerderheid van stemmen. Wanneer bij de beraadslagingen inzake het uit te brengen advies meer dan twee gevoelens zijn geuit, wordt beslist in de zin die het meest overeenkomt met het gevoelen van de meerderheid. 2 Het is de leden en hun plaatsvervangers verboden met betrekking tot een te behandelen bezwaar: a. hetgeen zij als zodanig te weten zijn gekomen verder bekend te maken dan voor de uitoefening van hun functie in de bezwarencommissie gevorderd wordt; b. anders dan ter zitting, zich in te laten in enig onderhoud of gesprek met de desbetreffende ambtenaren of het bevoegd gezag; c. de gevoelens te openbaren welke in de commissie zijn geuit bij de beraadslaging omtrent het uit te brengen advies. 1994 65 05-03-1994 15-03-1994 AD94/U324 DGMP/PMR/ASB 1994 65 05-03-1994 15-03-1994 AD94/U324 DGMP/PMR/ASB 07-04-1994
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De zittingen der bezwarencommissie zijn niet openbaar. 1986 137 21-07-1986 07-07-1986 AB86/U994 1986 137 21-07-1986 07-07-1986 AB86/U994 01-09-1986
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Het advies, dat met redenen is omkleed, wordt door de voorzitter dan wel de plaatsvervangend voorzitter en de secretaris ondertekend en toegezonden aan het bevoegd gezag. 2 Een gewaarmerkt afschrift van het advies, bestemd voor de ambtenaar, wordt gelijktijdig aan het bevoegd gezag gezonden. 2005 197 11-10-2005 04-10-2005 2005-0000238510 2005 197 11-10-2005 04-10-2005 2005-0000238510 13-10-2005
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Het bevoegd gezag zendt een afschrift van zijn beslissing aan de bezwarencommissie. 1994 65 05-03-1994 15-03-1994 AD94/U324 DGMP/PMR/ASB 1994 65 05-03-1994 15-03-1994 AD94/U324 DGMP/PMR/ASB 07-04-1994
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 113 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement Deze regeling is niet van toepassing op ambtenaren voor wie, met instemming en medewerking van de Minister van Binnenlandse Zaken na ter zake ingewonnen advies van de desbetreffende bijzondere commissie als bedoeld in, een soortgelijke regeling is getroffen. 1986 137 21-07-1986 07-07-1986 AB86/U994 1986 137 21-07-1986 07-07-1986 AB86/U994 01-09-1986
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Deze regeling die kan worden aangehaald als Regeling bezwarenprocedure functiewaardering BBRA 1984, wordt in de Nederlandse Staatscourant bekendgemaakt en treedt in werking met ingang van 1 september 1986. 1986 137 21-07-1986 07-07-1986 AB86/U994 1986 137 21-07-1986 07-07-1986 AB86/U994 01-09-1986