Regeling grondverwerving in Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën
- BWB-id
- BWBR0004015
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 1986-08-19 t/m 2007-10-20
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004015
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1986/regeling-grondverwerving-in-oost-groningen-en-de-gronings-dr
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1986/regeling-grondverwerving-in-oost-groningen-en-de-gronings-dr/1986-08-19
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004015&g=1986-08-19
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004015&z=2026-06-06&g=1986-08-19
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004015/1986-08-19
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1986/regeling-grondverwerving-in-oost-groningen-en-de-gronings-dr
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Voor de toepassing van de regeling wordt verstaan onder: a. landbouw: akkerbouw, weidebouw, veehouderij, pluimveehouderij, tuinbouw, daaronder begrepen champignonteelt, fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen en elke andere tak van bodemcultuur met uitzondering van de bosbouw; b. grond: grond in gebruik ter uitoefening van de landbouw met uitzondering van de grond waarop de gebouwen staan en van het bij die gebouwen behorende erf; c. bedrijf: landbouwbedrijf; d. bureau: artikel 28 van de Wet agrarisch grondverkeer bureau beheer landbouwgronden, bedoeld in(Stb. 1981, 248); e. directeur: directeur van de Landinrichtingsdienst; f. pachtwaarde: door of namens de directeur vastgestelde pachtwaarde per jaar van de aan het bureau in eigendom overgedragen grond; g. wet: Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën (Stb. 1977, 694); h. minister: minister van Landbouw en Visserij; i. centrale commissie: artikel 7, eerste lid, van de Landinrichtingswet Centrale Landinrichtingscommissie, bedoeld in(Stb. 1985, 299); j. herinrichtingscommissie: artikel 4, eerste lid, van de wet herinrichtingscommissie, bedoeld in; k. lijst van rechthebbenden: artikel 30, eerste lid, van de wet lijst van rechthebbenden, bedoeld in; l. pachtregistratie: artikel 62, eerste lid, van de wet registratie van de pachtovereenkomst, bedoeld in; m. blok: artikel 1 van de wet blok, bedoeld in; n. herinrichtingsplan: artikel 16, eerste lid, van de wet herinrichtingsplan, bedoeld in; o. Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën: artikel 1 van de wet het gebied Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën bedoeld in. 1986 158 19-08-1986 14-08-1986 J5010 1986 158 19-08-1986 14-08-1986 J5010 19-08-1986 15-10-1985
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 58, tweede lid, van de wet Ter zake van de overdracht in eigendom of ter zake van verpachtingen van gronden, gelegen in een blok in Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, aan het bureau, kan nadat het herinrichtingsplan is vastgesteld en voordat de lijst van rechthebbenden vast is komen te staan dan wel de pachtregistratie heeft plaatsgevonden, zolang de mogelijkheid, bedoeld in, voordien niet is gesloten, aan de gebruiker van die grond een toeslag worden verleend op de voet van de navolgende bepalingen. 2 Het eerste lid is de gedeelten van Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën waarin geen herverkaveling plaatsvindt, van overeenkomstige toepassing, tot een op voorstel van de centrale commissie door de minister te bepalen tijdstip. 3 De minister maakt het in het tweede lid bedoelde tijdstip bekend in de Staatscourant, in ten minste twee dag- of nieuwsbladen, die in het gebied worden verspreid en in de gemeenten, die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in zodanig gebied, op de aldaar gebruikelijke wijze. 1986 158 19-08-1986 14-08-1986 J5010 1986 158 19-08-1986 14-08-1986 J5010 19-08-1986 15-10-1985
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2 De grond dient te behoren tot een bedrijf, waarvan op het tijdstip van de aanvrage ten minste 50% van de oppervlakte in het blok of het gebied, bedoeld in, is gelegen. 1986 158 19-08-1986 14-08-1986 J5010 1986 158 19-08-1986 14-08-1986 J5010 19-08-1986 15-10-1985
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De gebruiker dient de grond, waarop hij zijn bedrijf uitoefent en waarvan hij eigenaar is, in zijn geheel aan het bureau in eigendom over te dragen. 2 Indien tot het bedrijf van de gebruiker grond behoort waarvan hij geen eigenaar is, dient de eigenaar deze grond aan het bureau in eigendom over te dragen of onder door het bureau te stellen voorwaarden voor een door het bureau te bepalen termijn, welke ten minste 12 jaar zal bedragen, te verpachten, dan wel deze grond voor een door de directeur goed te keuren termijn te verpachten aan of op deze grond een zakelijk recht te vestigen ten behoeve van een in overeenstemming met de directeur aan te wijzen persoon, dan wel onder door de directeur te stellen voorwaarden deze grond zelf in gebruik te nemen. 3 In bijzondere gevallen kan de directeur toestemming verlenen, dat in afwijking van het in het eerste en tweede lid bepaalde de gebruiker een gedeelte van de aldaar bedoelde grond in eigendom of gebruik behoudt. Aan deze toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden. 1986 158 19-08-1986 14-08-1986 J5010 1986 158 19-08-1986 14-08-1986 J5010 19-08-1986 15-10-1985
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Voor zover de tot het bedrijf van de gebruiker behorende gebouwen niet aan het bureau worden verkocht, dienen deze, behoudens ontheffing door de directeur, aan het gebruik voor de landbouw te worden onttrokken. 1986 158 19-08-1986 14-08-1986 J5010 1986 158 19-08-1986 14-08-1986 J5010 19-08-1986 15-10-1985
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 derde lid van artikel 4 De gebruiker dient uiterlijk aan het einde van het kalenderjaar, waarin de grond aan het bureau in eigendom overgedragen of verpacht wordt, zijn bedrijf te beëindigen, behoudens voor zover het bedrijf wordt uitgeoefend op het gedeelte van de grond, dat de gebruiker krachtens hetbehoudt. 2 a. Mits de grond, waarvan de gebruiker eigenaar is in zijn geheel aan het bureau in eigendom wordt overgedragen, kan de directeur, voor zover de Grondkamer goedkeuring verleent aan één of meer pachtovereenkomsten voor de duur van ten hoogste één jaar, onder door hem te stellen voorwaarden, toestemming verlenen, dat het bedrijf na het in het eerste lid bedoelde tijdstip wordt beëindigd. Dit vindt slechts toepassing indien de gebruiker op het tijdstip van het verzoek om een toeslag de 50-jarige leeftijd heeft bereikt. b. artikel 2, eerste lid artikel 58, tweede lid, van de wet Het bedrijf, gelegen in een blok, bedoeld in, dient beëindigd te worden uiterlijk aan het einde van de pachtovereenkomst tijdens de geldigheidsduur waarvan de lijst van rechthebbenden vast is komen te staan of de pachtregistratie heeft plaatsgevonden, dan wel de mogelijkheid, bedoeld inis gesloten. c. artikel 2, tweede lid artikel 2, tweede lid Het bedrijf, gelegen in een gebeid, bedoeld in, dient beëindigd te worden uiterlijk aan het einde van de pachtovereenkomst tijdens de geldigheidsduur waarvan het besluit omtrent het tijdstip, bedoeld in, wordt genomen. 1986 158 19-08-1986 14-08-1986 J5010 1986 158 19-08-1986 14-08-1986 J5010 19-08-1986 15-10-1985
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 6, eerste lid artikel 4, derde lid artikel 6, tweede lid De gebruiker alsmede diens echtgenoot mogen na het in, bedoelde tijdstip, waarop het bedrijf dient te zijn beëindigd, de landbouw niet meer bedrijfsmatig uitoefenen anders dan op het gedeelte van de grond dat de gebruiker krachtens, en, behoudt. 2 Onder meer degene, die in de landbouw zijn hoofdbestaan vindt en tevens ten minste één hectare cultuurgrond in gebruik heeft, dan wel een tuinbouwbedrijf uitoefent, dan wel ten minste één rund, één fokvarken, drie mestvarkens of drie schapen, dan wel ten minste één en vijftig stuks hoenders of eenden houdt, oefent bedrijfsmatig de landbouw uit. 1986 158 19-08-1986 14-08-1986 J5010 1986 158 19-08-1986 14-08-1986 J5010 19-08-1986 15-10-1985
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De toeslag aan de gebruiker, die op het tijdstip van de aanvrage om een toeslag de 65-jarige leeftijd niet heeft bereikt, bedraagt: a. tienmaal de pachtwaarde, indien de gebruiker zijn gehele bedrijf beëindigt uiterlijk aan het einde van het jaar, waarin de grond aan het bureau in eigendom overgedragen of verpacht wordt; b. tweede lid van artikel 6 zevenmaal de pachtwaarde, indien de gebruiker krachtens hetzijn gehele bedrijf beëindigt na het onder a bedoelde tijdstip; c. zesmaal de pachtwaarde, indien de gebruiker niet zijn gehele bedrijf beëindigt. 2 De toeslag aan de gebruiker, die op het tijdstip van de aanvrage om een toeslag de 65-jarige leeftijd heeft bereikt, bedraagt de in eerste lid bedoelde toeslag, verminderd met 10% daarvan voor elk jaar of gedeelte van een jaar, dat is verstreken sinds het bereiken van de 65-jarige leeftijd, doch in totaal verminderd met ten hoogste 70% van die toeslag. 3 De minister kan in afwijking van het eerste en tweede lid beslissen dat in bijzondere gevallen de toeslag vijftien keer de pachtwaarde bedraagt. 1986 158 19-08-1986 14-08-1986 J5010 1986 158 19-08-1986 14-08-1986 J5010 19-08-1986 15-10-1985
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 7 Indien de gebruiker of diens echtgenoot het inbepaalde overtreedt kan de toeslag worden teruggevorderd, verhoogd met een boete van 10% van de toeslag voor elk jaar of gedeelte van een jaar, vallende tussen het tijdstip van de toekenning van de toeslag en dat van de terugvordering daarvan. 1986 158 19-08-1986 14-08-1986 J5010 1986 158 19-08-1986 14-08-1986 J5010 19-08-1986 15-10-1985
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Indien het voornemen bestaat aan de gebruiker een toeslag toe te kennen wordt tussen de Staat en de gebruiker een overeenkomst gesloten, waarin de rechten en verplichtingen van partijen worden vastgelegd. 1986 158 19-08-1986 14-08-1986 J5010 1986 158 19-08-1986 14-08-1986 J5010 19-08-1986 15-10-1985
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 10 De ingenoemde overeenkomst wordt vanwege de Staat door of namens de directeur gesloten. 2 artikel 2 Het verzoek om een toeslag wordt schriftelijk ingediend bij de inspecteur Landinrichting in de provincie, waarin het blok of het gebied, bedoeld inof het grootste gedeelte daarvan, is gelegen. 3 Het verzoek wordt om advies aan de herinrichtingscommissie voorgelegd. 4 De directeur beslist op het verzoek. Indien hij zich niet met het in het derde lid bedoelde advies kan verenigen beslist hij niet voordat hij de centrale commissie heeft gehoord. 5 Van de beslissingen worden de verzoeker en de herinrichtingscommissie in kennis gesteld. 6 Indien het verzoek wordt afgewezen wordt de beslissing met redenen omkleed. 7 Tegen de beslissing kan de verzoeker binnen 30 dagen na de dag waarop de beslissing is verzonden bij de minister bezwaar maken door het indienen van een met redenen omkleed en ondertekend bezwaarschrift. 8 Aan de centrale commissie wordt periodiek een overzicht van de toegekende toeslagen verstrekt. 1986 158 19-08-1986 14-08-1986 J5010 1986 158 19-08-1986 14-08-1986 J5010 19-08-1986 15-10-1985
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag van haar bekendmaking in de Nederlandse Staatscourant en werkt terug tot en met 15 oktober 1985. 1986 158 19-08-1986 14-08-1986 J5010 1986 158 19-08-1986 14-08-1986 J5010 19-08-1986 15-10-1985