Regeling typekeuring uitlaatsystemen motorvoertuigen en bromfietsen
- BWB-id
- BWBR0003976
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2008-07-01 t/m 2015-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003976
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1986/regeling-typekeuring-uitlaatsystemen-motorvoertuigen-en-brom
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1986/regeling-typekeuring-uitlaatsystemen-motorvoertuigen-en-brom/2008-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003976&g=2008-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003976&z=2026-06-06&g=2008-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003976/2008-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1986/regeling-typekeuring-uitlaatsystemen-motorvoertuigen-en-brom
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikelen 2, onder a 3, onder a, van het Besluit uitlaatsystemen motorvoertuigen en bromfietsen De Dienst Wegverkeer te Zoetermeer te 's-Gravenhage wordt aangewezen als instantie, belast met de keuringen van typen uitlaatsystemen, bedoeld in de, en(Stb. 1985, 474). 1999 4 07-01-1999 21-12-1998 MBG98124720 1999 4 07-01-1999 21-12-1998 MBG98124720 09-01-1999 18-12-1998 De regeling werkt terug tot en met 18 december 1998.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De keuringsaanvraag voor een uitlaatsysteem wordt ingediend door de fabrikant van het voertuig, de fabrikant van het uitlaatsysteem of door hun respectievelijke gevolmachtigde in Nederland. 1986 108 10-06-1986 26-05-1986 DGMH/G1546111 1986 108 10-06-1986 26-05-1986 DGMH/G1546111 11-06-1986 01-04-1986
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Voor ieder type uitlaatsysteem waarvoor de keuring wordt aangevraagd, moet de keuringsaanvraag vergezeld gaan van de hierna te noemen bescheiden en gegevens: a. een beschrijving van het voertuigtype of de voertuigtypen waarvoor het uitlaatsysteem is bestemd, met vermelding van het nummer van de goedkeuring van dat voertuigtype of die voertuigtypen; b. een beschrijving van het uitlaatsysteem met aanduiding van de plaatsen van de onderdelen ten opzichte van elkaar in het systeem, alsmede de montagevoorschriften; c. gedetailleerde tekeningen van ieder onderdeel, zodat dit gemakkelijk kan worden geïdentificeerd, met vermelding van de gebruikte materialen; op deze tekeningen moet duidelijk de plaats worden aangegeven waar het goedkeuringsnummer zal worden aangebracht. 1986 108 10-06-1986 26-05-1986 DGMH/G1546111 1986 108 10-06-1986 26-05-1986 DGMH/G1546111 11-06-1986 01-04-1986
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Van ieder type uitlaatsysteem waarvoor de keuring wordt aangevraagd, wordt het exemplaar, bestemd voor de keuring, afgeleverd op de door de keuringsinstantie aangewezen plaats in een zodanige staat dat de keuring onmiddellijk en ononderbroken kan plaatsvinden. 2 Indien de keuringsinstantie daarom verzoekt, stelt de aanvrager voorts voor de duur van de keuring het volgende materieel ter beschikking: a. een tweede exemplaar van het uitlaatsysteem waarvoor keuring wordt aangevraagd; b. een uitlaatsysteem, overeenstemmend met het uitlaatsysteem waarmee het voertuig bij de typegoedkeuring was uitgerust; c. een voertuig dat representatief is voor het uit te rusten type, voorzien van het uitlaatsysteem waarmee het voertuig bij de typegoedkeuring was uitgerust, en dat in een zodanige toestand verkeert, dat voor wat betreft het geluidsniveau tijdens het rijden, aan de grenswaarden, geldend bij de typekeuring, wordt voldaan en de waarden die bij de typegoedkeuring zijn verkregen met niet meer dan 3 dB(A) worden overschreden, en dat voor wat betreft het geluidsniveau bij stilstand, wordt voldaan aan de waarde die bij de typegoedkeuring is verkregen; d. een afzonderlijke motor, overeenkomend met die van het onder c beschreven voertuigtype. 1986 108 10-06-1986 26-05-1986 DGMH/G1546111 1986 108 10-06-1986 26-05-1986 DGMH/G1546111 11-06-1986 01-04-1986
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De voor een keuring te betalen vergoeding wordt vastgesteld als volgt: a. voor een uitlaatsysteem met vezelachtige stoffen bestemd voor een motorvoertuig op ten minste vier wielen: € 499,16; b. voor een niet onder a bedoeld uitlaatsysteem bestemd voor een motorvoertuig op ten minste vier wielen: € 408,40; c. voor een uitlaatsysteem bestemd voor een motorvoertuig op minder dan vier wielen of voor een bromfiets: € 272,27. 2 Indien gebruik wordt gemaakt van de apparatuur van de fabrikant wordt de vergoeding vastgesteld op de helft van het onder lid 1 genoemde bedrag. 3 Het ingevolge het eerste of het tweede lid verschuldigde bedrag dient te worden voldaan voor de aanvang van de keuring. 2001 214 05-11-2001 05-10-2001 MJZ2001108910 2001 214 05-11-2001 05-10-2001 MJZ2001108910 01-01-2002
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 8 van het Besluit uitlaatsystemen motorvoertuigen en bromfietsen Indien het type uitlaatsysteem wordt goedgekeurd, gaat het besluit, bedoeld in, vergezeld van een door de keuringsinstantie overeenkomstig Bijlage I bij deze regeling opgesteld keuringscertificaat, waarop het goedkeuringsnummer is vermeld. 1986 108 10-06-1986 26-05-1986 DGMH/G1546111 1986 108 10-06-1986 26-05-1986 DGMH/G1546111 11-06-1986 01-04-1986
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 2, onder a, van het Besluit uitlaatsystemen motorvoertuigen en bromfietsen Richtlijn 70/157/EEG De keuring, bedoeld in, van uitlaatsystemen voor motorvoertuigen, bestemd voor personenvervoer, met ten hoogste negen zitplaatsen, die van de bestuurder inbegrepen, of bestemd voor het vervoer van goederen, met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3,5 ton, wordt met ingang van 1 april 2000 verricht aan de hand van de voorschriften vanvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichting van motorvoertuigen (PbEG L 42), zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn 2007/34/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 2007 (PbEG L 155). 2 Richtlijn 70/157/EEG Richtlijn 96/20/EG In afwijking van het eerste lid wordt de keuring op verzoek van de aanvrager tot 1 oktober 2000 verricht aan de hand van de voorschriften vanvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichting van motorvoertuigen (PbEG L 42), als gewijzigd bijvan de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 27 maart 1996 (PbEG L 92). 3 richtlijn 70/157/EEG In afwijking van het eerste en tweede lid wordt de keuring van uitlaatsystemen, bestemd voor montage in voor 1 april 2000 in gebruik zijnde motorvoertuigen, verricht aan de hand van de voorschriften vanvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichting van motorvoertuigen (PbEG L 42), die van toepassing waren op het tijdstip waarop die motorvoertuigen voor de eerste maal tot het verkeer zijn toegelaten. 2008 122 27-06-2008 17-06-2008 DGR/RM2008056022 2008 122 27-06-2008 17-06-2008 DGR/RM2008056022 01-07-2008
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a artikel 7, derde lid artikel 2, onder a, van het Besluit uitlaatsystemen motorvoertuigen en bromfietsen Richtlijn 70/157/EEG Met uitzondering van de uitlaatsystemen waarop, van toepassing is, houdt ten aanzien van het vervaardigen of invoeren een goedkeuring als bedoeld in, met ingang van 1 oktober 2000 op te gelden indien daaraan niet ten grondslag hebben gelegen de voorschriften vanvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichting van motorvoertuigen (PbEG L 42), zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn 2007/34/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 2007 (PbEG L 155). 2008 122 27-06-2008 17-06-2008 DGR/RM2008056022 2008 122 27-06-2008 17-06-2008 DGR/RM2008056022 01-07-2008
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 3, onder a, van het Besluit uitlaatsystemen motorvoertuigen en bromfietsen Richtlijn 97/24 De keuring, bedoeld inwordt wat betreft uitlaatsystemen voor motorvoertuigen op minder dan vier wielen of voor bromfietsen verricht aan de hand van de voorschriften, vervat in, hoofdstuk 9. 1999 4 07-01-1999 21-12-1998 MBG98124720 1999 4 07-01-1999 21-12-1998 MBG98124720 09-01-1999 18-12-1998 De regeling werkt terug tot en met 18 december 1998.
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a artikel 3, onder a artikel 3, onder b, van het Besluit uitlaatsystemen motorvoertuigen en bromfietsen richtlijn 87/56 De keuring, bedoeld in, en het certificaat, bedoeld inmogen wat betreft uitlaatsystemen voor motorvoertuigen op minder dan vier wielen of voor bromfietsen tot 17 juni 1999 worden verricht en verleend aan de hand van de voorschriften vervat in. 1999 4 07-01-1999 21-12-1998 MBG98124720 1999 4 07-01-1999 21-12-1998 MBG98124720 09-01-1999 18-12-1998 De regeling werkt terug tot en met 18 december 1998.
Artikel 8b — Artikel 8b#
Artikel 8b artikel 3, onder a artikel 3, onder b, van het Besluit uitlaatsystemen motorvoertuigen en bromfietsen richtlijn 87/56 Ten aanzien van het vervaardigen, invoeren, in voorraad hebben, te koop aanbieden, afleveren of vervoeren houden een goedkeuring als bedoeld in, en een mededeling als bedoeld in, waaraan de voorschriften vanten grondslag hebben gelegen, met ingang van 18 december 2000 op te gelden. 1999 4 07-01-1999 21-12-1998 MBG98124720 1999 4 07-01-1999 21-12-1998 MBG98124720 09-01-1999 18-12-1998 De regeling werkt terug tot en met 18 december 1998.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 2, onder c 3, onder b, van het Besluit uitlaatsystemen motorvoertuigen en bromfietsen Een verzoek om goedkeuring als bedoeld in, of, wordt ingediend bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer. 2 Goedkeuring als bedoeld in het eerste lid, wordt in elk geval verleend aan typen uitlaatsystemen die gekeurd zijn bij een keuring door: a. een keuringsinstantie als bedoeld in onderdeel 12 van Reglement 59 van de Economische Commissie voor Europa, en goedgekeurd volgens de voorschriften, opgenomen in onderdeel 6 van dat Reglement; b. – de Technische Überwachungs Verein (TÜV) in Duitsland, dan wel: de Union Technique de l'Automobile du motocycle et du Cycle (UTAC), en die tevens zijn voorzien van een nummer van de Traveaux Publics Silencieux (TP SI) en zijn goedgekeurd door het Ministère des Transports in Frankrijk, indien uit genoemde keuringen blijkt dat het uitlaatsysteem ten minste dezelfde geluidreductie verschaft als het oorspronkelijk onder het voertuig aangebrachte uitlaatsysteem en dit is vastgesteld overeenkomstig de meetmethode beschreven in: Richtlijn 70/157/EEG bijlage II, onder 5, van de richtlijn van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 13 april 1981, nr. 81/334/EEG, houdende aanpassing aan de stand van de techniek vanvan de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichting van motorvoertuigen, dan wel: hoofdstuk 6 van Reglement 59 van de Economische Commissie voor Europa. 1986 108 10-06-1986 26-05-1986 DGMH/G1546111 1986 108 10-06-1986 26-05-1986 DGMH/G1546111 11-06-1986 01-04-1986
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Deze regeling wordt in de Nederlandse Staatscourant bekendgemaakt. 2 Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 april 1986. 1986 108 10-06-1986 26-05-1986 DGMH/G1546111 1986 108 10-06-1986 26-05-1986 DGMH/G1546111 11-06-1986 01-04-1986
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Regeling typekeuring uitlaatsystemen motorvoertuigen en bromfietsen Deze regeling kan worden aangehaald als. 1986 108 10-06-1986 26-05-1986 DGMH/G1546111 1986 108 10-06-1986 26-05-1986 DGMH/G1546111 11-06-1986 01-04-1986
Artikel 1.1 — 1.1 Algemene voorschriften#
1.1 Algemene voorschriften 1.1.1 Het uitlaatsysteem moet zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd, en moet zo kunnen worden bevestigd, dat: het voertuig onder normale bedrijfsomstandigheden, en met name bij eventuele blootstelling aan trillingen, kan voldoen aan de bepalingen van deze regeling; het in redelijke mate bestand is tegen de corroderende invloeden waaraan het bij het gebruik van het voertuig wordt blootgesteld.
Artikel 1.2 — 1.2 Voorschriften met betrekking tot de geluidsniveaus#
1.2 Voorschriften met betrekking tot de geluidsniveaus 1.2.1 Voor het controleren van de doeltreffende akoestische werking van het uitlaatsysteem wordt gebruik gemaakt van de wettelijk voorgeschreven methoden die tijdens de typekeuring van het oorspronkelijke voertuig golden. artikel 4, onder c Wanneer het uitlaatsysteem is gemonteerd op het in, van de regeling genoemde voertuig, moeten de geluidniveauwaarden die zijn verkregen volgens de twee voorgeschreven meetmethoden (meting aan een stilstaand en aan een rijdend voertuig), voldoen aan één van de onderstaande voorwaarden: 1.2.1.1 – zij mogen de geluidswaarden niet overschrijden die bij de typegoedkeuring van het desbetreffende type voertuig zijn verkregen. 1.2.1.2 artikel 4, tweede lid, onder c – zij mogen de geluidswaarden niet overschrijden die zijn gemeten bij het in, van de regeling bedoelde voertuig, dat is uitgerust met een uitlaatsysteem van het type waarmee het voertuig tijdens de typekeuring was uitgerust.
Artikel 1.3 — 1.3 Meting van de prestaties van het motorvoertuig#
1.3 Meting van de prestaties van het motorvoertuig 1.3.1 Met het uitlaatsysteem moet het voertuig prestaties kunnen leveren die vergelijkbaar zijn met die welke zijn geleverd met het oorspronkelijke uitlaatsysteem. 1.3.2 artikel 4, onder c Het uitlaatsysteem wordt vergeleken met een oorspronkelijk uitlaatsysteem, dat eveneens nieuw is en dat gemonteerd wordt op het in, van de regeling bedoelde voertuig. 1.3.3 Beproevingsmethoden 1.3.3.1 Beproeving op een motor artikel 4, onder d De metingen worden verricht aan de in, genoemde motor die aan een dynamometerrem is gekoppeld. Bij volledig geopende gasklep moet de dynamometerrem zodanig worden afgesteld, dat het toerental van de motor (S) gelijk is aan het toerental waarbij het maximumvermogen wordt geleverd. 1.3.3.2 Beproeving op een voertuig artikel 4, onder c De metingen worden verricht aan het in, genoemde voertuig. De beproeving moet worden uitgevoerd: Bij geopende gasklep moet de motor zodanig belast worden dat het toerental (S) gelijk is aan dat bij maximumvermogen. hetzij op een weg, hetzij op een rollenbank.
Artikel 1.4 — 1.4 Aanvullende voorschriften voor uitlaatsystemen met uit vezelstof bestaande vulling#
1.4 Aanvullende voorschriften voor uitlaatsystemen met uit vezelstof bestaande vulling Vezelstof mag voor uitlaatsystemen alleen dan worden toegepast, wanneer door geschikte constructieve en fabricagetechnische maatregelen gegarandeerd is, dat het vereiste geluidreducerend effect wordt bereikt. Een dergelijk uitlaatsysteem is aanvaardbaar indien de vezelstof niet in contact komt met uitlaatgassen, of indien, na verwijdering van de vezelstof, het geluidsniveau, bij beproeving van het uitlaatsysteem op een voertuig overeenkomstig de bij de typekeuring gevolgde methoden, in overeenstemming is met de voorschriften ter zake.
Artikel 2.1 — 2.1#
2.1 Op het uitlaatsysteem, met uitzondering van bevestigingsstukken en buizen, moeten de volgende vermeldingen zijn aangebracht:
Artikel 2.1.1 — 2.1.1#
2.1.1 – het fabrieks- of handelsmerk van de fabrikant van het uitlaatsysteem;
Artikel 2.1.2 — 2.1.2#
2.1.2 – de door de fabrikant opgegeven typeaanduiding;
Artikel 2.1.3 — 2.1.3#
2.1.3 artikel 6 – het goedkeuringsnummer, bedoeld invan de regeling.
Artikel 2.2 — 2.2#
2.2 De merktekens moeten duidelijk leesbaar en onuitwisbaar zijn aangebracht.