Kanalisatieregeling diergeneesmiddelen en -gemedicineerde voeders
- BWB-id
- BWBR0004033
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2004-10-14 t/m 2006-01-12
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004033
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1987/kanalisatieregeling-diergeneesmiddelen-en-gemedicineerde-voe
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1987/kanalisatieregeling-diergeneesmiddelen-en-gemedicineerde-voe/2004-10-14
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004033&g=2004-10-14
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004033&z=2026-06-06&g=2004-10-14
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004033/2004-10-14
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1987/kanalisatieregeling-diergeneesmiddelen-en-gemedicineerde-voe
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: wet: Diergeneesmiddelenwet (Stb. 1985, 410); antimicrobiële diergeneesmiddelen: diergeneesmiddelen, niet zijnde sera of entstoffen, die substanties bevatten die al dan niet na omzetting, in staat zijn in een dier de vermeerdering van micro-organismen of virussen te verhinderen bij een concentratie van 10 microgram/ml of lager, of die in staat zijn de groei van een cultuur van micro-organismen of virussen tegen te gaan bij een concentratie van 5 microgram/ml of lager; resistentie-inducerende diergeneesmiddelen: diergeneesmiddelen die een blijvende resistentie induceren bij voordien voor dat diergeneesmiddel gevoelige pathogene micro-organismen, virussen of inwendige parasieten; hormoonpreparaten: diergeneesmiddelen die geheel of gedeeltelijk bestaan uit een of meer substanties die in een dier een fysiologisch gelijksoortige of tegengestelde werking uitoefenen als een of meer natuurlijke hormonen of die bestemd zijn om de werking van hormonen of endocriene organen rechtstreeks te beïnvloeden; middelen voor verdoving: middelen die het dier ongevoelig maken voor pijnprikkels, zodanig dat een operatie kan worden uitgevoerd; ectoparasiticum: middel dat door uitwendige toepassing op dieren dient tot bestrijding of afwering van op dieren voorkomende insekten of mijten. 2 artikelen 29, eerste lid 30, tweede en vierde lid 31, eerste en tweede lid 35, tweede lid, van de Diergeneesmiddelenwet Deze regeling berust op de,,, en. 2004 18 28-01-2004 21-01-2004 TRCJZ/2004/210 2004 18 28-01-2004 21-01-2004 TRCJZ/2004/210 30-01-2004
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 29, eerste lid, van de wet hoofdstuk IV van de wet Als diergeneesmiddelen bedoeld in, waarop de bepalingen vanvan toepassing zijn worden aangewezen: a. antimicrobiële diergeneesmiddelen; b. resistentie-inducerende diergeneesmiddelen; c. hormoonpreparaten; d. sera en entstoffen en biologische diagnostica; e. diergeneesmiddelen die kunnen worden toegediend door middel van injectie of implantatie, tenzij uitsluitend subcutane, intramusculaire of intramammaire toediening is toegestaan; f. diergeneesmiddelen bestemd voor algehele verdoving, alsmede per injectie toe te dienen middelen voor plaatselijke verdoving; g. spierrelaxantia; h. bijlage I de diergeneesmiddelen, genoemd in, bij deze regeling; i. Vrijstellingsregeling ectoparasiticiden diergeneesmiddelen, die een werkzaam bestanddeel bevatten dat niet gedurende ten minste 5 jaar in een geregistreerd diergeneesmiddel of in een onder devallend ectoparasiticum is verwerkt. 2 bijlage II De in het eerste lid, onderdeel a tot en met g gegeven aanwijzing is niet van toepassing op de diergeneesmiddelen die zijn genoemd inbij deze regeling. 1998 134 20-07-1998 13-07-1998 J.985871 1998 134 20-07-1998 13-07-1998 J.985871 22-07-1998
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2 artikel 30, vierde lid, van de wet Van de diergeneesmiddelen bedoeld indie ingevolge, niet aan apothekers of houders van dieren mogen worden afgeleverd worden aangewezen: a. hormoonpreparaten met een gestagene, oestrogene of androgene werking; b. sera, entstoffen en biologische diagnostica; c. diergeneesmiddelen die kunnen worden toegediend door middel van injectie of implantatie, tenzij uitsluitend subcutane, intramusculaire of intramammaire toediening is toegestaan; d. diergeneesmiddelen voor algehele verdoving, alsmede per injectie toe te dienen middelen voor plaatselijke verdoving; e. spierrelaxantia; f. bijlage III diergeneesmiddelen genoemd inbij de regeling. 2 bijlage IV De in het eerste lid, onderdeel a tot en met e, gegeven aanwijzing is niet van toepassing op de diergeneesmiddelen, die zijn genoemd inbij deze regeling. 3 De aanwijzing van entstoffen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing op een entstof die is bestemd om te worden toegepast bij varkens ter voorkoming van influenza, vlekziekte, porcine reproductive and respiratory syndrome, atrofische rhinitis of een besmetting met escherichia coli, clostridium perfringens, mycoplasma hyopneumoniae, actinobacillus pleuropneumoniae, parvovirus of rotavirus, voorzover: a. de entstof aan een houder van varkens wordt afgeleverd: 1°. door een dierenarts op grond van een overeenkomst tot begeleiding bij het gebruik van entstoffen, of 2°. door een apotheker op recept van een dierenarts die een overeenkomst als bedoeld onder 1° met de houder heeft gesloten, en b. punten 2 tot en met 5 van bijlage V is voldaan aan elk van de voorwaarden, opgenomen in debij deze regeling. 2004 137 21-07-2004 07-07-2004 TRCJZ/2004/4555 2004 137 21-07-2004 07-07-2004 TRCJZ/2004/4555 14-10-2004
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Het is verboden andere gemedicineerde voeders dan die waarin slechts diergeneesmiddelen voorkomen in hoeveelheden die in overeenstemming zijn met de overeenkomstige bijlage I van de Verordening diervoeder 1986 van het Produktschap voor Veevoeder (Verordening van 28 mei 1986, Vb. Bo. 1986, afl. 35) voor dat voeder toegestane hoeveelheden aan houders van dieren af te leveren zonder recept van een dierenarts. 1986 187 29-09-1986 23-09-1986 J3018 1985 410 27-06-1985 27-06-1985 17764 15-11-1993 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 35 van de diergeneesmiddelenwet in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 30, tweede lid, onderdeel f, van de wet Als groepen, bedoeld inworden aangewezen dierverloskundigen en castreurs die in het bezit zijn van een vergunning als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Wet op de Uitoefening van de Diergeneeskunst (Stb. 1954, 372). 2 Als diergeneesmiddelen, die aan personen behorende tot de in het eerste lid bedoelde groep der dierverloskundigen mogen worden afgeleverd, worden aangewezen: a. diergeneesmiddelen uitsluitend bestemd voor intra-uterine toediening, welke als werkzaam bestanddeel uitsluitend oxytetracycline, chloortetracycline of tetracycline hycrochloride bevatten; b. hormoonpreparaten die geen andere werking hebben dan de beïnvloeding van de contractiliteit van de uterus; c. diergeneesmiddelen uitsluitend geschikt voor orale of nasale toediening, die als werkzaam bestanddeel uitsluitend prethcamide bevatten; d. vloeistof voor intraveneuze toediening, welke vloeistof als werkzame bestanddelen slechts calcium en magnesium bevat in een hoeveelheid van ten hoogste 500 ml; e. diergeneesmiddelen die als werkzaam bestanddeel lidocaïne bevatten bestemd voor epiduraalanesthesie bij embryotomie; f. diergeneesmiddelen die behoren tot de groep prostaglandinen. 3 Als diergeneesmiddelen, die aan personen behorende tot de in het eerste lid bedoelde groepen mogen worden afgeleverd, worden aangewezen: a. antimicrobiële- en resistentie inducerende diergeneesmiddelen, voor zover deze geschikt zijn voor en dienen ten behoeve van wondbehandeling ten gevolge van castratie of verlossing met uitzondering van die welke chlooramphenicol bevatten; b. penicilline-G, streptomycines en tetracyclines uitsluitend geschikt voor intramusculaire toediening. 4 Als diergeneesmiddelen, die aan personen behorende tot de in het eerste lid bedoelde groep castreurs mogen worden afgeleverd, worden aangewezen: a. lokale anesthetica voor injectie voor zover deze geschikt zijn voor en dienen om een castratie pijnloos te laten verlopen; b. diergeneesmiddelen die uitsluitend als werkzaam bestanddeel xylazine bevatten voor zover deze geschikt zijn voor en dienen om een castratie goed te laten verlopen. 2003 248 23-12-2003 12-12-2003 TRCJZ/2003/10677 2003 248 23-12-2003 12-12-2003 TRCJZ/2003/10677 10-01-2004
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a artikelen 30, tweede lid, onderdeel e 31, tweede lid, onderdeel e, van de wet bijlage VI Als diergeneeskundige instellingen, onderscheidenlijk instellingen van wetenschap of onderzoek als bedoeld in de, enworden aangewezen de inbij de regeling opgenomen instellingen. 2004 18 28-01-2004 21-01-2004 TRCJZ/2004/210 2004 18 28-01-2004 21-01-2004 TRCJZ/2004/210 30-01-2004
Artikel 5b — Artikel 5b#
Artikel 5b artikel 31, tweede lid, onderdeel e, van de wet artikel 2, eerste lid Als diergeneesmiddelen als bedoeld inworden aangewezen de diergeneesmiddelen, bedoeld in. 2004 18 28-01-2004 21-01-2004 TRCJZ/2004/210 2004 18 28-01-2004 21-01-2004 TRCJZ/2004/210 30-01-2004
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 29 van de wet artikel 35 van de wet artikel 4 Deze regeling treedt in werking met ingang van het tijdstip waaropin werking treedt met uitzondering van, hetwelk in werking treedt met ingang van het tijdstip waaropin werking treedt. 2 Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Kanalisatieregeling diergeneesmiddelen en -gemedicineerde voeders’. 1986 187 29-09-1986 23-09-1986 J3018 1985 410 27-06-1985 27-06-1985 17764 01-05-1987 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 29 van de diergeneesmiddelenwet in werking treedt.
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid, onderdeel h
Artikel 3#
artikel 3, eerste lid, onderdeel f
Artikel 3#
artikel 3, derde lid
Artikel 3#
artikel 3, derde lid