Regeling administratie voorschriften ingevolge Diergeneesmiddelenwet
- BWB-id
- BWBR0004155
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2001-09-21 t/m 2006-01-12
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004155
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1987/regeling-administratie-voorschriften-ingevolge-diergeneesmid
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1987/regeling-administratie-voorschriften-ingevolge-diergeneesmid/2001-09-21
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004155&g=2001-09-21
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004155&z=2026-06-06&g=2001-09-21
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004155/2001-09-21
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1987/regeling-administratie-voorschriften-ingevolge-diergeneesmid
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Voor de toepassing van het bepaalde in deze regeling wordt verstaan onder: wet: Diergeneesmiddelenwet (Stb. 1985, 410); gekanaliseerd diergeneesmiddel: hoofdstuk IV van de wet diergeneesmiddel waaropvan toepassing is. 1987 82 29-04-1987 27-04-1987 J3473 1987 82 29-04-1987 27-04-1987 J3473 01-05-1987 Art. 1, 2, 3, 8
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikelen 21 33 van de wet artikel 30, tweede lid, onderdeel f, van de wet Houders van vergunningen als bedoeld in deof, dierenartsen, apothekers en personen, bedoeld inzijn verplicht een administratie te voeren omtrent in het voorkomende geval de ontvangst, de herkomst, degene aan wie is afgeleverd, de bestemming, de toepassing, het verlies en de vernietiging, alsmede de be- of verwerking van diergeneesmiddelen onderscheidenlijk gemedicineerde voeders, met dien verstande dat: a. de administratie van houders van een vergunning voor het afleveren van diergeneesmiddelen met betrekking tot het afleveren aan houders van dieren uitsluitend betrekking hoeft te hebben op diergeneesmiddelen waarvoor een wachttermijn geldt; b. de administratie van houders van een vergunning voor het bereiden van diergeneesmiddelen tevens betrekking moet hebben op de door hen gebruikte grondstoffen; c. artikel 2 Diergeneesmiddelenwet artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de wet de administratie van dierenartsen en apothekers onverminderd het bepaalde in de vrijstellingsregeling(Stcrt. 1986, 70), uitsluitend betrekking hoeft te hebben op gekanaliseerde diergeneesmiddelen, diergeneesmiddelen waarvoor een wachttermijn geldt en diergeneesmiddelen die overeenkomstigzijn bereid, alsmede op de bij de bereiding gebruikte grondstoffen; d. artikel 30, tweede lid, onderdeel f, van de wet de administratie van personen, bedoeld inuitsluitend betrekking hoeft te hebben op gekanaliseerde diergeneesmiddelen en diergeneesmiddelen waarvoor een wachttermijn geldt; e. artikel 33 van de wet de administratie van houders van een vergunning als bedoeld inzowel betrekking heeft op voormengsels met medicinale werking of halffabrikaten met medicinale werking als gemedicineerde voeders. 1993 129 12-07-1993 01-07-1993 J.9310019 1993 511 12-10-1993 13-10-1993 01-07-1993
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2 artikel 21 33 van de wet artikel 30, tweede lid, onderdeel f, van de wet De inbedoelde administratie van houders van vergunningen als bedoeld inof, dierenartsen, apothekers en personen, bedoeld inis zodanig ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige wijze met betrekking tot elke transactie en elke zelfstandigheid kan worden afgeleid: a. de datum van de transactie; b. de benaming en, in voorkomend geval, het registratienummer van het diergeneesmiddel; c. het partijnummer; d. de ontvangen of afgeleverde hoeveelheid; e. naam en adres van de ontvanger of de leverancier; f. in voorkomend geval bij welke dieren de toepassing van het betrokken diergeneesmiddel plaatsvond of, ingeval dit middel niet volledig wordt toegepast, de bestemming van de resterende hoeveelheid ervan; g. voor zover de houder van een vergunning voor het afleveren van diergeneesmiddelen anders dan door middel van de detailhandel aflevert, de op de betreffende zelfstandigheid vermelde uiterste gebruiksdatum van het diergeneesmidel. 2 Vervallen 3 In de administratie worden de gegevens voor elk diergeneesmiddel en voor elke grondstof afzonderlijk vermeld. 4 artikel 22 van het Eisen- en controlebesluit vergunningen diergeneesmiddelen 1993 Houders van een vergunning als bedoeld inhouden tenminste éénmaal per kalenderjaar een nauwkeurige controle van de in het eerste lid bedoelde administratie door vergelijking van de ontvangen, afgeleverde en in voorkomend geval vernietigde diergeneesmiddelen met de aanwezige voorraden, ten bewijze waarvan een verslag wordt gemaakt dat in ieder geval de geconstateerde verschillen bevat. 5 De administratie, de bescheiden die verband houden met de aantekeningen in de administratie en het verslag, bedoeld in het vierde lid, worden gedurende vijf jaar bewaard. 2001 181 19-09-2001 20-06-2001 GMV2189147 2001 181 19-09-2001 20-06-2001 GMV2189147 21-09-2001
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 artikel 2 artikel 33 van de wet De inbedoelde administratie van houders van vergunningen als bedoeld inis voor wat betreft gemedicineerde voeders zodanig ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige wijze met betrekking tot elke transactie en elke zelfstandigheid kan worden afgeleid: a. de aard en hoeveelheid van de bereide en afgeleverde gemedicineerde voeders; b. de aard en hoeveelheid van de gemedicineerde voeders die op het bedrijf voorhanden zijn; c. de aard en hoeveelheid van de diervoeders, de voormengsels met medicinale werking en de halffabrikaten met medicinale werking die bij de bereiding van gemedicineerde voeders zijn gebruikt; d. naam en adres van de ontvanger, en e. naam en adres van de dierenarts door wie het recept voor het gemedicineerd voeder werd uitgeschreven. 2 In de administratie worden de gegevens voor elk voormengsel met medicinale werking, voor elk halffabrikaat met medicinale werking en voor elk gemedicineerd voeder afzonderlijk vermeld. 3 De administratie en de bescheiden die verband houden met de aantekeningen in de administratie worden gedurende vijf jaar bewaard. 1993 129 12-07-1993 01-07-1993 J.9310019 1993 511 12-10-1993 13-10-1993 01-07-1993
Artikel 3b — Artikel 3b#
Artikel 3b 1 artikel 2 artikel 4, eerste lid, van het Besluit gemedicineerd voeder artikel 4, tweede lid, van dat besluit Onderminderd, doet een vergunninghouder als bedoeld in, éénmaal per kalenderjaar een opgave als bedoeld in, door middel van een overzicht van de in de administratie opgenomen gegevens met betrekking tot de benaming, de samenstelling en de hoeveelheid van de bereide halffabrikaten met medicinale werking. 2 De in het eerste lid bedoelde vergunninghouder doet het in dat lid bedoelde overzicht vóór 1 februari van het kalenderjaar volgend op dat waarop de administratie betrekking heeft, toekomen aan het produktschap. 3 De in het eerste lid bedoelde vergunninghouder bewaart het in dat lid bedoelde overzicht gedurende vijf jaar. 1993 129 12-07-1993 01-07-1993 J.9310019 1993 511 12-10-1993 13-10-1993 01-07-1993
Artikel 3c — Artikel 3c#
Artikel 3c 1 artikel 10 van het Besluit gemedicineerd voeder Het recept voor de aflevering van gemedicineerd voeder, bedoeld in, wordt vastgesteld overeenkomstig het bij deze regeling behorende model en bestaat uit een origineel en drie afschriften. 2 Het origineel en één afschrift van het recept zijn bestemd voor de bereider van het voorgeschreven gemedicineerde voeder. 3 De overige twee afschriften van het recept zijn bestemd voor de dierenarts en voor de houder van de dieren. 4 De bereider, bedoeld in het tweede lid, overlegt het daar bedoelde afschrift aan de houder van de dieren bij de aflevering van het voorgeschreven gemedicineerde voeder. 5 Een recept geeft slechts recht op een eenmalige behandeling met het voorgeschreven gemedicineerde voeder binnen een termijn van 3 maanden na dagtekening van het recept. 6 artikel 6 De houder van de dieren bewaart de afschriften, bedoeld in het derde en vierde lid, gedurende 5 jaar bij het inbedoelde logboek. 7 artikel 3 artikel 3a De bereider van het voorgeschreven gemedicineerde voeder en de dierenarts bewaren het recept onderscheidenlijk het afschrift en het recept gedurende 5 jaar bij de inonderscheidenlijkbedoelde administratie. 1993 218 12-11-1993 11-11-1993 J.9314279 1993 511 12-10-1993 13-10-1993 01-07-1993
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 30, tweede lid, onderdeel f, van de wet Dierenartsen en personen, bedoeld inzijn verplicht onmiddellijk na toepassing van gekanaliseerde diergeneesmiddelen of van diergeneesmiddelen waarvoor een wachttermijn geldt aan de houder van dieren op wiens dieren die diergeneesmiddelen zijn toegepast schriftelijke mededeling te doen van: a. de naam van het diergeneesmiddel; b. het tijdstip van toediening; c. de gebruikte hoeveelheid; d. de soort en het aantal dieren waarop die diergeneesmiddelen zijn toegepast en, e. in voorkomend geval de in acht te nemen wachttermijn. 2 2. De in het vorige lid bedoelde mededeling geschiedt door de afgifte van een schriftelijke verklaring aan de houder van het dier of de dieren. 3 artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de wet Het bepaalde in het eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing op het toepassen van diergeneesmiddelen door een dierenarts van diergeneesmiddelen welke ingevolgezijn bereid. 4 aanhef en onder d artikel 2, tweede lid, van de Regeling gebruik hormonen en ß-agonisten In afwijking van het bepaalde in het eerste lid,, bevat de in het eerste lid bedoelde mededeling een identificatie van het behandelde dier of de kleinst mogelijke eenheid behandelde dieren indien een diergeneesmiddel als genoemd inis toegediend. De mededeling omvat in dat geval tevens het doel van de behandeling en de wijze van toediening van het diergeneesmiddel. 1997 130 11-07-1997 10-07-1997 J.976547 1997 130 11-07-1997 10-07-1997 J.976547 14-07-1997
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de wet Bij de aflevering of het voorschrijven van gekanaliseerde diergeneesmiddelen, van diergeneesmiddelen waarvoor een wachttermijn geldt, en van diergeneesmiddelen die zijn bereid overeenkomstig, alsmede bij het voorschrijven van het vervoederen van gemedicineerde voeders, andere dan die waarin slechts diergeneesmiddelen voorkomen in hoeveelheden die in overeenstemming zijn met de overeenkomstig bijlage I van de Verordening Diervoeder 1986 van het Produktschap voor Veevoeder (Verordening van 28 mei 1986, Vb. Bo. 1986, afl. 35) voor dat voeder toegestane hoeveelheden, voor zover daarin althans gekanaliseerde diergeneesmiddelen dan wel diergeneesmiddelen waarvoor een wachttermijn geldt, voorkomen is de dierenarts verplicht degene, die bedrijfsmatig dieren houdt opgave te doen van: a. de naam en de hoeveelheid van het afgeleverde diergeneesmiddel, onderscheidenlijk het voorgeschreven gemedicineerde voeder, alsmede het tijdstip waarop het werd verstrekt onderscheidenlijk werd voorgeschreven en, b. in voorkomend geval de in acht te nemen wachttermijn. 2 artikel 2, tweede lid, van de Regeling gebruik hormonen en ß-agonisten Indien een diergeneesmiddel als genoemd inwordt afgeleverd of voorgeschreven, bevat de in het eerste lid bedoelde verklaring een identificatie van het te behandelen dier of de kleinst mogelijke eenheid te behandelen dieren. In de verklaring wordt tevens het doel van de behandeling en de wijze van toediening van het diergeneesmiddel vermeld. De verklaring wordt schriftelijk verstrekt. 1997 130 11-07-1997 10-07-1997 J.976547 1997 130 11-07-1997 10-07-1997 J.976547 14-07-1997
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 40, tweede lid, van de wet Het logboek, bedoeld in, wordt overeenkomstig het tweede tot en met het vierde lid bijgehouden. 2 artikel 30, tweede lid, onderdeel f, van de wet Bij aankoop wordt het aankoopbewijs van het diergeneesmiddel of het gemedicineerd diervoeder in de administratie van de degene die bedrijfsmatige dieren houdt opgenomen, met dien verstande dat in het geval degene die bedrijfsmatige dieren houdt het diergeneesmiddel of gemedicineerd diervoeder ontvangen heeft door tussenkomst van een dierenarts of personen, bedoeld in, de gegevens als opgenomen in de administratie van de dierenarts of de bedoelde personen worden gelijkgesteld met het logboek. Het aankoopbewijs dan wel de administratie van de dierenarts of de bedoelde personen bevat de volgende gegevens: a. de naam van het diergeneesmiddel of de soort gemedicineerd voeder; b. de naam en het adres van de leverancier; c. de datum van aflevering; d. de diersoort waarvoor het middel bestemd is; e. de hoeveelheid. 3 Bij toepassing wordt in de administratie van degene die bedrijfsmatige dieren houdt in het geval dat de dierenarts toedient een verklaring van de dierenarts en in het geval dat de veehouder zelf toedient een eigen aantekening opgenomen. De verklaring dan wel de aantekening bevat de volgende gegevens: a. de naam van het diergeneesmiddel; b. de gebruikte hoeveelheid; c. de datum van toediening; d. de identificatie van de behandelde dieren; e. het einde van de wachttermijn. 4 Bij verlies van diergeneesmiddelen of gemedicineerd voeder op andere wijze dan door toediening neemt de veehouder een aantekening in de administratie op. Bovengenoemde aantekening bevat de volgende gegevens: a. de naam van het diergeneesmiddel; b. de verloren gegane hoeveelheid; c. de datum; d. de wijze van verloren gaan. 5 artikelen 4 5 Het logboek dan wel in voorkomend geval de in deenbedoelde schriftelijke verklaring worden gedurende vijf jaar na de daarin laatst opgenomen vermeldingen bewaard. 2000 140 24-07-2000 21-07-2000 TRCJZ/2000/8564 2000 140 24-07-2000 21-07-2000 TRCJZ/2000/8564 01-09-2000
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 40, tweede lid, van de wet Als diergeneesmiddelen bedoeld inworden aangewezen: gekanaliseerde diergeneesmiddelen; diergeneesmiddelen waarvoor een wachttermijn geldt; artikel 5 gemedicineerde voeders bedoeld in; artikel 2, tweede lid, onderdeel a van de wet diergeneesmiddelen, die zijn bereid overeenkomstig. 2 artikel 6 Met betrekking tot de in het eerste lid genoemde diergeneesmiddelen dienen binnen 24 uur de invoorgeschreven gegevens in het logboek te worden vermeld. 1987 82 29-04-1987 27-04-1987 J3473 1987 82 29-04-1987 27-04-1987 J3473 01-10-1987
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikelen 4 tot en met 7 Deze regeling treedt met uitzondering van dein werking met ingang van 1 mei 1987. 2 Artikel 4, eerste en tweede lid artikel 4, eerste en tweede lid artikelen 5 tot en met 7 2.treedt, voor zover het betreft diergeneesmiddelen waarvoor een wachttermijn geldt, in werking met ingang van 1 oktober 1987, terwijlvoor wat betreft gekanaliseerde diergeneesmiddelen alsmede het derde lid en dein werking treden op een nader te bepalen tijdstip. 3 Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Regeling administratie voorschriften ingevolge Diergeneesmiddelenwet.’ 1988 15 22-01-1988 19-01-1988 J8914 1988 15 22-01-1988 19-01-1988 J8914 11-02-1998 01-10-1987