Besluit aanvaarding voogdijen gezinsvoogdij-instellingen
- BWB-id
- BWBR0004659
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 1994-01-01 t/m 2004-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004659
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1989/besluit-aanvaarding-voogdij-en-gezinsvoogdij-instellingen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1989/besluit-aanvaarding-voogdij-en-gezinsvoogdij-instellingen/1994-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004659&g=1994-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004659&z=2026-06-06&g=1994-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004659/1994-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1989/besluit-aanvaarding-voogdij-en-gezinsvoogdij-instellingen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 artikel 35, eerste lid, onder h, van de Wet op de jeugdhulpverlening Een verzoek van een rechtspersoon tot aanvaarding als voogdij-instelling of als gezinsvoogdij-instelling wordt bij de Minister van Justitie ingediend. Het verzoek gaat vergezeld van de statuten en van het werkplan, bedoeld in. 2 Over het verzoek worden de kinderrechter en de raad voor de kinderbescherming in het arrondissement waar de instelling haar zetel heeft, gehoord. 1993 250 28-12-1993 22-12-1993 418810/93/6 1993 250 28-12-1993 22-12-1993 418810/93/6 01-01-1994
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Indien daartoe naar het oordeel van de Minister van Justitie aanleiding bestaat, kan deze van de rechtspersoon verlangen dat hij zijn verzoek mondeling of schriftelijk nader toelicht. 1989 242 12-12-1989 08-12-1989 883JR89 1989 242 12-12-1989 08-12-1989 883JR89 13-12-1989
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 60, eerste lid, van de Wet op de jeugdhulpverlening Het besluit tot aanvaarding op grond vanvermeldt in elk geval de statutaire naam van de instelling, het gebied waarover haar werkzaamheden zich uitstrekken, alsmede de levens- of wereldbeschouwelijke grondslag. 1993 250 28-12-1993 22-12-1993 418810/93/6 1993 250 28-12-1993 22-12-1993 418810/93/6 01-01-1994
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Over een voornemen tot intrekking van de aanvaarding worden de kinderrechter en de raad voor de kinderbescherming in het arrondissement waar de instelling haar zetel heeft. 1993 250 28-12-1993 22-12-1993 418810/93/6 1993 250 28-12-1993 22-12-1993 418810/93/6 01-01-1994
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 14 van de Wet op de jeugdhulpverlening Van een besluit tot aanvaarding en de afwijzing daarvan, en van een besluit tot intrekking van de aanvaarding, wordt door de Minister van Justitie onverwijld mededeling gedaan aan het samenwerkingsverband, bedoeld inin de regio als bedoeld in artikel 4 van die wet, waarin de instelling is gevestigd, alsmede aan de kinderrechter en de raad voor de kinderbescherming in het arrondissement waar de instelling haar zetel heeft. 1993 250 28-12-1993 22-12-1993 418810/93/6 1993 250 28-12-1993 22-12-1993 418810/93/6 01-01-1994
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 1, tweede lid artikel 1, eerste lid artikel 60 van de Wet op de jeugdhulpverlening In geval de rechtspersoon op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, op grond van de Beginselenwet voor de kinderbescherming (Stb. 1961, 403) was aanvaard, blijft, buiten toepassing voor de behandeling van het eerste verzoek tot aanvaarding krachtens. In dit geval wordt het werkplan, bedoeld in, in ieder geval zo spoedig mogelijk ingediend. 1993 250 28-12-1993 22-12-1993 418810/93/6 1993 250 28-12-1993 22-12-1993 418810/93/6 01-01-1994
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Besluit aanvaarding voogdij- en gezinsvoogdij-instellingen’ en treedt in werking met ingang van de dag volgende op die waarop het in de Staatscourant is bekendgemaakt. 1993 250 28-12-1993 22-12-1993 418810/93/6 1993 250 28-12-1993 22-12-1993 418810/93/6 01-01-1994