Regeling werkwijze ijkinstelling en ijkbevoegden
- BWB-id
- BWBR0004599
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2000-12-24 t/m 2007-01-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004599
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1989/regeling-werkwijze-ijkinstelling-en-ijkbevoegden
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1989/regeling-werkwijze-ijkinstelling-en-ijkbevoegden/2000-12-24
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004599&g=2000-12-24
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004599&z=2026-06-06&g=2000-12-24
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004599/2000-12-24
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1989/regeling-werkwijze-ijkinstelling-en-ijkbevoegden
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: wet: IJkwet de(Stb. 1989, 10); meetmiddel: artikel 6 van de wet een maat, gewicht, meet- of weegwerktuig of meetinstrument, ten aanzien waarvan krachtensvoorschriften zijn gegeven; toelatingsonderzoek: artikel 11, tweede lid, van de wet artikel 2, tweede lid, onder a, van het Algemeen EEG-IJkbesluit het onderzoek, bedoeld in, en het onderzoek tot EEG-modelgoedkeuring, bedoeld in(Stb. 1989, 118); keuring: artikel 10 van de wet artikel 2, tweede lid, onder b, van het Algemeen EEG-IJkbesluit de keuring, bedoeld in, en de eerste EEG-ijk, bedoeld in; herkeuring: artikel 11, vierde lid, van de wet de herhaalde keuring, bedoeld in; ijkmerk: artikel 13, eerste lid, van de wet het uit twee delen bestaande ijkmerk, bedoeld in; afkeuringsmerk: artikelen 13, derde lid 16, tweede lid 29c, van de wet het afkeuringsmerk, bedoeld in de,, onderscheidenlijk. 2000 249 22-12-2000 11-12-2000 WJZ00069711 2000 249 22-12-2000 11-12-2000 WJZ00069711 24-12-2000 De wijzigingsopdracht voor artikel 1 is niet geheel juist.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikelen 16 17 29c van de wet Bij het toelatingsonderzoek, bij keuringen, bij herkeuringen en bij de onderzoeken, bedoeld in de,en, moet gebruik worden gemaakt van voor het doel geschikte werkstandaarden of verificatietoestellen, waarvan de meeteigenschappen herleidbaar zijn naar standaarden. 2 De standaarden, bedoeld in het eerste lid, zijn: a. Standaardenbesluit 1989 in de gevallen, waarin het betreft eenheden, ten aanzien waarvan krachtens het(Stb. 1989, 102) een nationale standaard geldt: deze nationale standaard; b. in alle andere gevallen: internationale standaarden, welke in het kader van het op 20 mei 1875 te Parijs gesloten verdrag ter verzekering van de internationale eenheid en de volmaking van het metrieke stelsel (Stb. 1928, 466 en Stb. 1929, 219) zijn verwezenlijkt. 1989 139 20-07-1989 18-07-1989 1989 139 20-07-1989 18-07-1989 21-07-1989
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Het toelatingsonderzoek omvat ten minste een beoordeling van: a. de deugdelijkheid van het beginsel waarop de werking van het model berust; b. de constructie van het model en van de doelmatigheid en de vorm daarvan; c. de geschiktheid van de grondstoffen waaruit het model is samengesteld; d. de met betrekking tot het model overgelegde tekeningen en beschrijvingen; e. de meet- of weegeigenschappen van het model; f. de duurzaamheid van het model; g. de vraag of beperkingen in het gebruik of in de wijze van meten of wegen van naar het model vervaardigde meetmiddeldelen vereist zijn; h. de wenselijkheid van bewaring van een model. 2 Bij het toelatingsonderzoek wordt rekening gehouden met de omstandigheden die zich bij normaal gebruik van naar het model vervaardigde meetmiddelen kunnen voordoen. 1989 139 20-07-1989 18-07-1989 1989 139 20-07-1989 18-07-1989 21-07-1989
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 11a van de wet artikel 3 van het Algemeen EEG-IJkbesluit Bij de keuring van een meetmiddel wordt nagegaan, of het is vervaardigd overeenkomstig een model van het meetmiddel dat is toegelaten op grond vanof ten aanzien waarvan een EEG-modelgoedkeuring is verleend op grond van. 2 Een meetmiddel wordt niet gekeurd als de desbetreffende toelating van het model of EEG-modelgoedkeuring is ingetrokken. 3 artikel 11, tweede lid, van de wet artikel 11, derde lid, van de wet artikel 21c, eerste lid, van de wet Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing, indien voor het meetmiddel het vereiste vanwegens een vrijstelling op grond vanof een ontheffing op grond vanniet geldt. 1989 139 20-07-1989 18-07-1989 1989 139 20-07-1989 18-07-1989 21-07-1989
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Bij het verrichten van keuringen moet rekening worden gehouden met beïnvloeding door van buiten af komende factoren, zoals variaties in temperatuur, vochtigheid en verlichting, trillingen, elektromagnetische storingen of aanwezigheid van stof of andere verontreinigingen. 1989 139 20-07-1989 18-07-1989 1989 139 20-07-1989 18-07-1989 21-07-1989
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Bij keuringen en herkeuringen moeten, ongeacht de toegepaste meetmethode, metingen worden verricht met een nauwkeurigheid van één vijfde van de voor het betrokken meetmiddel geldende maximaal toelaatbare fouten, onverminderd het in ministeriële regelingen als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, en artikel 21a, derde lid, onder g, van de wet daaromtrent bepaalde; indien de stand der techniek dit niet mogelijk maakt, dient bedoelde nauwkeurigheid zo dicht mogelijk benaderd te worden. 1989 139 20-07-1989 18-07-1989 1989 139 20-07-1989 18-07-1989 21-07-1989
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a artikelen 3 6 EEG-IJkbesluit niet-automatische weegwerktuigen Detot en metzijn niet van toepassing op werkzaamheden van de ijkinstelling en ijkbevoegden die voortvloeien uit het. 1993 5 08-01-1993 07-01-1993 92101652WJA/W 1993 18 05-01-1993 05-01-1993 13-01-1993 Treedt in werking op het tijdstip waarop het EEG-Ijkbesluit niet-automatische weegwerktuigen in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikelen 16 17 van de wet Bij het onderzoek, bedoeld in deen, wordt in ieder geval: a. IJkwet de aanwezigheid van de vereiste ijkmerken dan wel het kenteken, bedoeld in artikel II, vierde en achtste lid, van de wet van 8 november 1988 (Stb. 672) tot wijziging van de1937 (Stb. 627) en van enige andere wetten in verband met de privatisering van de dienst van het IJkwezen gecontroleerd; b. nagegaan of het meetmiddel zijn oorspronkelijke vorm heeft behouden; c. nagegaan of het meetmiddel in een goede staat van onderhoud verkeert; d. artikel 6, vijfde lid artikel 21a, derde lid, onder g, van de wet EEG-IJkbesluit niet-automatische weegwerktuigen een onderzoek verricht naar de meet- of weegeigenschappen van het meetmiddel aan de hand van de voorschriften van de desbetreffende ministeriële regeling als bedoeld in, dan welof, indien van toepassing, aan de hand van het; e. gecontroleerd of met betrekking tot het meetmiddel aan de voorschriften betreffende het uitsluitend gebruik wordt voldaan. 1993 5 08-01-1993 07-01-1993 92101652WJA/W 1993 18 05-01-1993 05-01-1993 13-01-1993 Treedt in werking op het tijdstip waarop het EEG-Ijkbesluit niet-automatische weegwerktuigen in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Steeds wordt die vorm van het ijkmerk of het afkeuringsmerk gebruikt, die het best bij het meetmiddel past. 2 IJkmerken en afkeuringsmerken worden op een in het oog vallende plaats aangebracht, hetzij op het meetmiddel zelf, hetzij op een ten behoeve daarvan aangebrachte inrichting. 3 IJkmerken en afkeuringsmerken worden, met een voor het doel geschikt merkmiddel, zodanig aangebracht, dat zij niet zonder beschadiging kunnen worden verwijderd, dan wel na verwijdering niet opnieuw kunnen worden aangebracht. 1989 139 20-07-1989 18-07-1989 1989 139 20-07-1989 18-07-1989 21-07-1989
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Regeling werkwijze ijkinstelling en ijkbevoegden Deze regeling kan worden aangehaald als:. 1989 139 20-07-1989 18-07-1989 1989 139 20-07-1989 18-07-1989 21-07-1989
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt bekendgemaakt. 's-Gravenhage, 1989 139 20-07-1989 18-07-1989 1989 139 20-07-1989 18-07-1989 21-07-1989