Instellingsbeschikking Commissie binnenlands vreemdelingentoezicht
- BWB-id
- BWBR0004722
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 1990-03-16 t/m 2005-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004722
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1990/instellingsbeschikking-commissie-binnenlands-vreemdelingento
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1990/instellingsbeschikking-commissie-binnenlands-vreemdelingento/1990-03-16
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004722&g=1990-03-16
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004722&z=2026-06-06&g=1990-03-16
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004722/1990-03-16
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1990/instellingsbeschikking-commissie-binnenlands-vreemdelingento
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Er is een commissie binnenlands vreemdelingentoezicht, verder te noemen de commissie. 1990 53 15-03-1990 23-02-1990 , 1990 53 15-03-1990 23-02-1990 , 16-03-1990
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De commissie heeft tot taak advies uit te brengen aan de staatssecretaris van Justitie betreffende; Het tegengaan van het gebruik van collectieve voorzieningen door illegaal in Nederland verblijvende vreemdelingen en het aktiveren van het binnenlands vreemdelingentoezicht. Bij de advisering houdt de commissie rekening met de positie van de legaal in Nederland verblijvende vreemdelingen en Nederlanders van allochtone herkomst. 1990 53 15-03-1990 23-02-1990 , 1990 53 15-03-1990 23-02-1990 , 16-03-1990
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De commissie brengt advies uit aan de staatssecretaris van Justitie betreffende: a. algemene visie. b. de wijze waarop illegale immigratie kan worden tegengegaan en met name in welke gevallen koppeling van de verstrekking van collectieve voorzieningen aan de verblijfsstatus van vreemdelingen gewenst danwel verantwoord is. c. de wijze waarop en de mate waarin aan de aktivering van het binnenlands vreemdelingentoezicht kan worden vorm gegeven, zodanig dat die de positie van legaal in Nederland verblijvende vreemdelingen en Nederlanders van allochtone herkomst niet negatief beïnvloedt. d. de verdere voortgang en inrichting van werkzaamheden, waarbij wordt aangegeven op welke maatschappelijke knelpunten de commissie zich bij de werkzaamheden met betrekking tot de verdere rapportage zal richten; 2 De commissie brengt advies uit binnen een jaar na inwerkingtreding van dit besluit; 3 de commissie brengt na drie maanden een tussenbericht uit; 4 een minderheid van de commissie kan haar standpunt in het advies van de commissie doen vermelden. 1990 53 15-03-1990 23-02-1990 , 1990 53 15-03-1990 23-02-1990 , 16-03-1990
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De commissie is als volgt samengesteld: a. lid tevens voorzitter: mr. H. J. Zeevalking; b. lid tevens plaatsvervangend voorzitter; mevr. G. W. van Montfrans-Hartman, burgemeester van Katwijk; c. leden; mevr. mr. W. M. Levelt-Overmans, hoogleraar Sociaal Verzekeringsrecht aan de Universiteit van Amsterdam; dr. A. B. Frielink, emeritus-hoogleraar Accountancy te Amsterdam. mr. C. A. Groenendijk, hoogleraar rechtssociologie aan de Universiteit van Nijmegen; W. van Ingen, hoofdcommissaris van gemeentepolitie te Amsterdam; mr. P. H. Kooijmans, hoogleraar Volkenrecht aan de Universiteit van Leiden. 1990 53 15-03-1990 23-02-1990 , 1990 53 15-03-1990 23-02-1990 , 16-03-1990
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Het secretariaat van de commissie wordt gevormd door mr. H. P. Heida en mr. drs. C. D. de Jong van de Directie Vreemdelingenzaken van het ministerie van Justitie. 1990 53 15-03-1990 23-02-1990 , 1990 53 15-03-1990 23-02-1990 , 16-03-1990
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De staatssecretaris van Justitie kan, na overleg met de voorzitter van de commissie, nadere voorzieningen treffen ten behoeve van het secretariaat. 1990 53 15-03-1990 23-02-1990 , 1990 53 15-03-1990 23-02-1990 , 16-03-1990
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De commissie kan ter voorbereiding van door haar uit te brengen voorstellen, subcommissies instellen, waarin ook personen van buiten de commissie zitting hebben. 2 artikel 6 In elk der subcommissies als bedoeld inheeft tenminste een lid van de commissie of van het secretariaat zitting. 1990 53 15-03-1990 23-02-1990 , 1990 53 15-03-1990 23-02-1990 , 16-03-1990
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 7 De voorzitter van de commissie en de voorzitters van de subcommissies als bedoeld inzijn bevoegd deskundigen uit te nodigen om aan de beraadslagingen in de commissie dan wel de subcommissies deel te nemen. 1990 53 15-03-1990 23-02-1990 , 1990 53 15-03-1990 23-02-1990 , 16-03-1990
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 7 De commissie en de subcommissies als bedoeld inkunnen zich wenden tot overheidsdiensten, openbare en particuliere instellingen en groeperingen voor het verkrijgen van de inlichtingen die zij behoeven. 1990 53 15-03-1990 23-02-1990 , 1990 53 15-03-1990 23-02-1990 , 16-03-1990
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De commissie is bevoegd ter voorbereiding van haar voorstellen studies door derden te doen verrichten. Voordat studie-opdrachten kunnen worden verleend, dienen deze te zijn goedgekeurd door de staatssecretaris van Justitie. 1990 53 15-03-1990 23-02-1990 , 1990 53 15-03-1990 23-02-1990 , 16-03-1990
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 8 De commissie is bevoegd nadere regelen te stellen omtrent haar werkwijze en de werkwijze van de ingenoemde subcommissies. 1990 53 15-03-1990 23-02-1990 , 1990 53 15-03-1990 23-02-1990 , 16-03-1990
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Dit besluit, dat zal worden geplaatst in de Nederlandse Staatscourant en waarvan afschrift wordt gezonden aan de Algemene Rekenkamer, treedt in werking met ingang van de dag na die van dagtekening. 1990 53 15-03-1990 23-02-1990 , 1990 53 15-03-1990 23-02-1990 , 16-03-1990