Regeling gemoedsbezwaarden sociale verzekeringswetten
- BWB-id
- BWBR0004678
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2005-01-01 t/m 2005-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004678
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1990/regeling-gemoedsbezwaarden-sociale-verzekeringswetten
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1990/regeling-gemoedsbezwaarden-sociale-verzekeringswetten/2005-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004678&g=2005-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004678&z=2026-06-06&g=2005-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004678/2005-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1990/regeling-gemoedsbezwaarden-sociale-verzekeringswetten
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Algemene Ouderdomswet Algemene nabestaandenwet Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Ziektewet Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Werkloosheidswet Ziekenfondswet Coördinatiewet Sociale Verzekering De persoon, die gemoedsbezwaren heeft tegen één van de verzekeringen, geregeld in de, de, de, de, de, deen de, alsmede de rechtspersoon, waarbij natuurlijke personen betrokken zijn, die zodanige gemoedsbezwaren hebben, kan op zijn verzoek door de Sociale verzekeringsbank dan wel door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen worden ontheven dan wel vrijgesteld van verplichtingen hem bij of krachtens één van deze wetten of deopgelegd. 2 artikel 56 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten artikelen 13 49 van de Ziektewet artikelen 12 80 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering artikelen 13 25 van de Werkloosheidswet In afwijking van het eerste lid kan geen vrijstelling worden verleend van de verplichtingen, bedoeld in, deen, deenen deen. 2004 202 20-10-2004 11-10-2004 SV/A&L/04/59729 2004 202 20-10-2004 11-10-2004 SV/A&L/04/59729 01-01-2005
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Algemene Ouderdomswet Algemene nabestaandenwet Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Het verzoek geschiedt door indiening van een door de verzoeker ondertekende verklaring, waarvan het model door de Sociale verzekeringsbank en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt vastgesteld. Deze verklaring houdt ten minste in, dat degene, die de verklaring indient, overwegende gemoedsbezwaren heeft tegen elke vorm van verzekering, dat hij mitsdien noch zichzelf, noch iemand anders, noch zijn eigendommen heeft verzekerd. Voor zover de, deen dein het geding zijn, moet uit de verklaring tevens blijken, of degene, die haar indient, de in deze wetten geregelde voorzieningen al dan niet als verzekeringen beschouwt. Uit een door een werkgever ingediende verklaring moet voorts blijken of deze ook gemoedsbezwaren heeft tegen de nakoming van de hem als werkgever opgelegde verplichtingen. 2002 37 21-02-2002 18-02-2002 W&I/SIU/2002/6475 2002 37 21-02-2002 18-02-2002 W&I/SIU/2002/6475 23-02-2002 01-01-2002
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Wanneer het verzoek een rechtspersoon betreft, wordt de verklaring ingediend door het op grond van de wet of de statuten van die rechtspersoon daartoe bevoegde orgaan. 2 artikel 2 Onverminderd het bepaalde inhoudt de verklaring als bedoeld in het eerste lid tevens in, dat de natuurlijke personen, die behoren tot het orgaan, dat op grond van de wet of de statuten bevoegd is te besluiten de vrijstelling aan te vragen, in meerderheid overwegende gemoedsbezwaren hebben. 3 Bij het verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt gevoegd: a. artikel 1 afschrift van de aan elk van de tot de in het tweede lid bedoelde meerderheid behorende natuurlijke personen verleende vrijstelling als bedoeld in; b. een gewaarmerkt afschrift van de statuten van de rechtspersoon, en c. een gewaarmerkt afschrift van de notulen van de vergadering, waarin het besluit tot het aanvragen van de vrijstelling is genomen. 1989 252 28-12-1989 22-12-1989 89/7158 1989 252 28-12-1989 22-12-1989 89/7158 01-01-1990
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikelen 2 3 De in deenbedoelde verklaring wordt ingediend bij de Sociale verzekeringsbank. 2 De Sociale verzekeringsbank onderzoekt of de verklaring overeenkomstig de waarheid is. 2002 37 21-02-2002 18-02-2002 W&I/SIU/2002/6475 2002 37 21-02-2002 18-02-2002 W&I/SIU/2002/6475 23-02-2002 01-01-2002
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Wanneer bij het verlenen van de vrijstelling slechts één uitvoeringsorgaan betrokken is, verleent dat orgaan, indien de verklaring naar zijn mening overeenkomstig de waarheid is, de vrijstelling. Aan een werkgever, die heeft verklaard geen gemoedsbezwaren te hebben tegen de nakoming van de hem als werkgever opgelegde verplichtingen, kan op die grond een vrijstelling van de hem anders dan in zijn hoedanigheid van werkgever opgelegde verplichtingen niet worden geweigerd. 1989 252 28-12-1989 22-12-1989 89/7158 1989 252 28-12-1989 22-12-1989 89/7158 01-01-1990
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Wanneer bij het verlenen van de vrijstelling meer dan één uitvoeringsorgaan is betrokken, doet de Sociale verzekeringsbank van zijn bevindingen omtrent het door hem ingestelde onderzoek mededeling aan het andere betrokken uitvoeringsorgaan. 2 volzin van artikel 5 Indien de verklaring naar de mening van de betrokken uitvoeringsorganen overeenkomstig de waarheid is, verlenen zij, gemeenschappelijk, ieder voor zoveel betreft de hem ter uitvoering opgedragen tak of takken van verzekering, de vrijstelling. De laatsteis van overeenkomstige toepassing. 3 Indien de betrokken uitvoeringsorganen omtrent de beslissing tot het verlenen van vrijstelling geen overeenstemming kunnen bereiken, wordt de gevraagde vrijstelling geweigerd. 2002 37 21-02-2002 18-02-2002 W&I/SIU/2002/6475 2002 37 21-02-2002 18-02-2002 W&I/SIU/2002/6475 23-02-2002 01-01-2002
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Ziekenfondswet artikel 1q van de Ziekenfondswet Tot het verlenen van vrijstelling van verplichtingen tot uitvoering van deis het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bevoegd in de gevallen waarin deze is belast met de afdracht van de premie aan de Algemene Kas, bedoeld in. In overige gevallen is de Sociale verzekeringsbank bevoegd. 2 Het orgaan, dat krachtens het eerste lid van dit artikel bevoegd is tot het verlenen van de aldaar genoemde vrijstelling, doet van een vermeende vrijstelling mededeling aan het College voor zorgverzekeringen, dat vervolgens hiervan kennis geeft aan het daarvoor naar zijn oordeel in aanmerking komende ziekenfonds dan wel aan de daarvoor in aanmerking komende ziekenfondsen. 2002 37 21-02-2002 18-02-2002 W&I/SIU/2002/6475 2002 37 21-02-2002 18-02-2002 W&I/SIU/2002/6475 23-02-2002 01-01-2002
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Algemene Ouderdomswet Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Voor zover de, de Algemene nabestaandenweten en dein het geding zijn, wordt, indien de verzoeker heeft verklaard, dat hij de in één of meer van de genoemde wetten geregelde voorzieningen niet als verzekering beschouwt, geen vrijstelling verleend van de in die wet(ten) opgelegde verplichtingen. 1997 215 07-11-1997 06-11-1997 SV/AVF/97/4477 1997 215 07-11-1997 06-11-1997 SV/AVF/97/4477 01-01-1998
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Van de verleende vrijstelling wordt door de Sociale verzekeringsbank aan de verzoeker een bewijs uitgereikt, waarvan het model wordt vastgesteld door de Sociale verzekeringsbank en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 2002 37 21-02-2002 18-02-2002 W&I/SIU/2002/6475 2002 37 21-02-2002 18-02-2002 W&I/SIU/2002/6475 23-02-2002 01-01-2002
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 1 Zodra ten aanzien van de vrijgestelde een ander uitvoeringsorgaan bevoegd is dan het orgaan dat hem de vrijstelling verleende, is de vrijgestelde verplicht, binnen een maand aan eerstbedoeld orgaan mededeling te doen, dat hij is vrijgesteld van de inbedoelde verplichtingen. Voor zover het dezelfde tak van verzekering betreft, wordt de vrijstelling alsdan geacht te zijn verleend door dat andere uitvoeringsorgaan. 1989 252 28-12-1989 22-12-1989 89/7158 1989 252 28-12-1989 22-12-1989 89/7158 01-01-1990
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Degene, die is vrijgesteld van zijn verplichtingen als werkgever, is verplicht te zorgen, dat het hem uitgereikte bewijs van vrijstelling of een afschrift daarvan wordt en blijft opgehangen op een plaats, welke vrij toegankelijk is voor alle in zijn dienst zijnde werknemers en waar deze geregeld plegen te komen, op zodanige wijze, dat van hetgeen op het desbetreffende stuk staat vermeld, gemakkelijk kan worden kennisgenomen. 2 Ziekenfondswet Degene, die vrijgesteld is van zijn verplichtingen op grond van deals werkgever, is verplicht, zodra een werknemer in zijn dienst treedt, die voor de verplichte ziekenfondsverzekering in aanmerking komt, hiervan onverwijld mededeling te doen aan het door de werknemer gekozen ziekenfonds. Indien een werknemer, die als verplicht verzekerd bij een ziekenfonds staat ingeschreven, de dienst van een werkgever als in de eerste volzin bedoeld verlaat, dan wel wegens het overschrijden van de loongrens of anderszins niet langer op grond van zijn dienstbetrekking bij deze werkgever voor de verplichte ziekenfondsverzekering in aanmerking komt, is de werkgever verplicht hiervan onverwijld mededeling te doen aan het ziekenfonds, waarbij de werknemer laatstelijk als verplicht verzekerde stond ingeschreven. 3 Het College voor zorgverzekeringen kan voor de mededelingen als in het tweede lid bedoeld modellen vaststellen. 1999 253 30-12-1999 20-12-1999 Z/VU-2028712 1999 253 30-12-1999 20-12-1999 Z/VU-2028712 01-01-2000 01-07-1999 De wijzigingsopdrachten voor de artikelen 7, 11 en 16 zijn niet geheel juist.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Indien de vrijgestelde aan de loonbelasting is onderworpen, is hij verplicht van de hem verleende vrijstelling mededeling te doen aan degene die de inhouding verricht, door het tonen aan laatstbedoelde van het uitgereikte bewijs van vrijstelling. 2 Voor de werknemer, die niet aan de loonbelasting is onderworpen, geldt dezelfde verplichting ten opzichte van diens werkgever. 1989 252 28-12-1989 22-12-1989 89/7158 1989 252 28-12-1989 22-12-1989 89/7158 01-01-1990
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Algemene Ouderdomswet Algemene nabestaandenwet Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Indien van degene, die aan loonbelasting is onderworpen, premievervangende belasting voor de, deen deis ingehouden, dient daarvan op de loonbelastingkaart aantekening te worden gemaakt. 1997 215 07-11-1997 06-11-1997 SV/AVF/97/4477 1997 215 07-11-1997 06-11-1997 SV/AVF/97/4477 01-01-1998
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 4 van het Inschrijvingsbesluit Ziekenfondsverzekering Ziekenfondswet De werkgever verstrekt geen verklaringen als bedoeld in(Stb. 1965, 653) aan in zijn dienst zijnde werknemers, die zijn vrijgesteld van verplichtingen op grond van de. 1989 252 28-12-1989 22-12-1989 89/7158 1989 252 28-12-1989 22-12-1989 89/7158 01-01-1990
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Ziekenfondswet Degene, die is vrijgesteld van verplichtingen op grond van de: artikel 4 van de Ziekenfondswet heeft voor zichzelf en voor zijn medeverzekerden als bedoeld ingeen aanspraken op verstrekkingen op grond van die wet. a. als werknemer; of b. als zelfstandige, 1999 247 22-12-1999 20-12-1999 SV/AVF/99/80335 1999 247 22-12-1999 20-12-1999 SV/AVF/99/80335 01-01-2000
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Een vrijstelling wordt door het uitvoeringsorgaan ingetrokken: a. op verzoek van hem, aan wie de vrijstelling is verleend; b. indien naar het oordeel van het uitvoeringsorgaan de gemoedsbezwaren, op grond waarvan de vrijstelling is verleend, niet langer geacht kunnen worden te bestaan. 2 artikel 1 De vrijstelling kan worden ingetrokken, indien verplichtingen, welke nog op de vrijgestelde rusten ingevolge de ingenoemde wetten, of welke hem bij deze regeling zijn opgelegd, niet door hem worden nageleefd. 3 artikel 5 artikel 10 In het geval als bedoeld ingeschiedt de intrekking van de vrijstelling door het orgaan, dat de vrijstelling heeft verleend, of, op grond van, geacht wordt te hebben verleend. 4 artikel 6 artikel 10 In het geval als bedoeld ingeschiedt de intrekking van de vrijstelling gemeenschappelijk door de uitvoeringsorganen, welke de vrijstelling hebben verleend, of, op grond van, geacht worden te hebben verleend. 5 Indien de betrokken uitvoeringsorganen omtrent de beslissing tot het intrekken van de vrijstelling geen overeenstemming kunnen bereiken, vindt intrekking plaats. 6 Het uitvoeringsorgaan kan bij de intrekking tevens bepalen, dat een verzoek om vrijstelling gedaan binnen twee jaren na de dagtekening van de intrekking, enkel op die grond niet-ontvankelijk kan worden verklaard. 7 Degene, wiens vrijstelling is ingetrokken, is verplicht binnen drie dagen na de dagtekening van de desbetreffende kennisgeving, het bewijs van vrijstelling terug te geven aan het orgaan, dat hem van de intrekking mededeling heeft gedaan. 8 Indien degene, wiens vrijstelling is ingetrokken, aan de loonbelasting is onderworpen, doet het uitvoeringsorgaan, dat de vrijstelling heeft ingetrokken, van de intrekking mededeling aan degene, die de inhouding verricht. 9 Ten aanzien van de werknemer, die niet aan de loonbelasting is onderworpen, wordt eenzelfde mededeling als in het vorige lid bedoeld gedaan aan diens werkgever. 10 Ziekenfondswet 10. Wanneer de toepassing van dein het geding is, doet het orgaan, dat de vrijstelling heeft ingetrokken, van de intrekking mededeling aan het College voor zorgverzekeringen, dat vervolgens hiervan kennis geeft aan het daarvoor naar zijn oordeel in aanmerkingen komende ziekenfonds dan wel aan de daarvoor in aanmerking komende ziekenfondsen. 11 Artikel 12 vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van de mededeling van de intrekking der vrijstelling. 12 Onverminderd het bepaalde in de vorige leden vervalt de vrijstelling, welke is verleend aan een rechtspersoon, na verloop van vijf jaar na de datum van ingang van de vrijstelling. Met ingang van de datum, waarop een vrijstelling is vervallen, kan een nieuwe vrijstelling worden verleend. 1999 253 30-12-1999 20-12-1999 Z/VU-2028712 1999 253 30-12-1999 20-12-1999 Z/VU-2028712 01-01-2000 01-07-1999 De wijzigingsopdrachten voor de artikelen 7, 11 en 16 zijn niet geheel juist.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 1997 41 27-02-1997 25-02-1997 SV/UB/97/0815 1997 97 27-02-1997 26-02-1997 25090 01-03-1997
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Ziekenfondswet Algemene termijnenwet In geval van intrekking van een vrijstelling van verplichtingen als werknemer, is het uitvoeringsorgaan bevoegd de uitkering van ziekengeld geheel of ten dele te weigeren ter zake van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte – zwangerschap, bevalling en gebrek daaronder begrepen –, bestaande op de dag van intrekking der vrijstelling, dan wel ontstaan binnen vier weken na bedoelde dag. Overeenkomstige bevoegdheid komt toe aan de ziekenfondsen met betrekking tot het verlenen van verstrekkingen op grond van deover de eerste vier weken na het intrekken van de vrijstelling aan medeverzekerden als bedoeld in artikel 4 van die wet. Op deze termijnen is deniet van toepassing. 1989 252 28-12-1989 22-12-1989 89/7158 1989 252 28-12-1989 22-12-1989 89/7158 01-01-1990
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Een vóór de dag, waarop deze regeling in werking treedt, verleende vrijstelling, met betrekking tot de, wordt geacht tevens betrekking te hebben op de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet. 2 artikel 16, eerste tot en met elfde lid Onverminderd het bepaalde in, vervalt een vóór de dag, waarop deze regeling in werking treedt, aan een rechtspersoon verleende vrijstelling na verloop van vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze regeling. 1989 252 28-12-1989 22-12-1989 89/7158 1989 252 28-12-1989 22-12-1989 89/7158 01-01-1990
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Deze regeling die met de daarbij behorende toelichting in de Staatscourant wordt geplaatst, treedt in werking met ingang van 1 januari 1990. 1989 252 28-12-1989 22-12-1989 89/7158 1989 252 28-12-1989 22-12-1989 89/7158 01-01-1990