Regeling instelling Commissie stikstofbemesting
- BWB-id
- BWBR0004787
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 1991-02-14 t/m 2004-06-10
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004787
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1990/regeling-instelling-commissie-stikstofbemesting
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1990/regeling-instelling-commissie-stikstofbemesting/1991-02-14
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004787&g=1991-02-14
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004787&z=2026-06-06&g=1991-02-14
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004787/1991-02-14
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1990/regeling-instelling-commissie-stikstofbemesting
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: Onze ministers: de ministers van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, van Volkshuisvesting. Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Verkeer en Waterstaat. 1990 118 21-06-1990 14-06-1990 J.905818 1990 118 21-06-1990 14-06-1990 J.905818 21-06-1990 15-04-1990
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Er is een commissie van deskundigen inzake stikstofbemestingsgiften en overige maatregelen omtrent stikstofemissies naar grond- en oppervlaktewater, hierna te noemen: de commissie. 2 De commissie heeft tot taak het adviseren van Onze ministers ten aanzien van: a. de kwantificering en vastlegging van stikstofbemestingsgiften en overige maatregelen omtrent stikstofemissies naar grond- en oppervlaktewater waarbij de in het Nationaal Milieubeleidsplan, de Structuurnota Landbouw, de derde Nota waterhuishouding, het Plan van aanpak beperking ammoniakemissie van de landbouw, het Rijnactieprogramma en het Noordzee-actieprogramma genoemde milieudoelstellingen aangaande stikstof kunnen worden gerealiseerd, mede in relatie met de op fosfaat gebaseerde regelgeving voor dierlijke mest en het bestaande beleid ten aanzien van ammoniak; b. de verschillende mogelijkheden om de milieudoelstellingen te bereiken en alle bijbehorende landbouwkundige gevolgen; c. de wijze waarop eventuele afwenteling van milieuproblemen van het ene naar het andere milieucompartiment kan worden voorkomen, waarbij tevens de natuuraspecten in de beschouwing worden betrokken; d. de mogelijkheid tot fasering van de voorgestelde maatregelen; e. voorstellen voor onderzoek dat noodzakelijk is voor realisatie van de in onderdeel a genoemde doelstellingen, uitgewerkt voor de jaren 1991 en 1992. 3 De commissie dient bij de formulering van de in het tweede lid genoemde aspecten rekening te houden met: a. de mate van inpasbaarheid van de voorgestelde maatregelen in de bedrijfsvoering; b. de mate van controleerbaarheid en handhaafbaarheid van de voorgestelde maatregelen. 1990 118 21-06-1990 14-06-1990 J.905818 1990 118 21-06-1990 14-06-1990 J.905818 21-06-1990 15-04-1990
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Tot voorzitter, tevens lid van de commissie wordt benoemd. dr. ir. J. H. J. Spiertz van het Centrum voor Agrobiologisch Onderzoek. 2 Tot plaatsvervangend voorzitter, tevens lid van de commissie wordt benoemd: dr. ir. J. J. Neeteson, van het Instituut voor Bodemvruchtbaarheid. 3 Tot secretaris-rapporteur, tevens lid van de commissie worden benoemd: drs. P. C. Meewissen, van het Informatie- en Kenniscentrum, afdeling Milieu, Kwaliteit en Techniek; ir. F. R. Goossensen, van het Informatie- en Kenniscentrum, afdeling Veehouderij en Milieu. 4 Tot leden van de commissie worden benoemd: ir. C. G. E. M. van Beek, van het Keuringsinstituut voor Waterleiding Artikelen; ir. P. J. M. van Boheemen, van het Informatie- en Kenniscentrum, afdeling Veehouderij en Milieu; ir. W. van Duijvenbooden, van het Rijks Instituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne; ir. D. W. de Hoop, van het Landbouw Economisch Instituut; dr. ir. B. H. Janssen, van de Landbouw Universiteit Wageningen, drs. W. J. ter Keurs, van de Rijksuniversiteit Leiden; ir. W. Luten, van het Proefstation voor de Rundveehouderij; ir. H. G. van der Meer, van het Centrum voor Agrobiologisch Onderzoek; ir. M. Miedema, van het Informatie- en Kenniscentrum, afdeling Milieu, Kwaliteit en Techniek: ir. J. H. A. M. Steenvoorden, van het Instituut voor Onderzoek van het Landelijk Gebied; ir. E. J. B. Uunk, van de Dienst Binnenwateren Rijksinstituut Zuivering Afvalwater; ir. W. P. Wadman, van het Instituut voor Bodemvruchtbaarheid. 5 Bij ontstentenis van de leden kunnen zij zich laten vervangen. 6 De secretaris-rapporteur heeft in de vergaderingen van de commissie een raadgevende stem. Hij is voor de uitoefening van zijn taak uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de commissie. 7 De voorzitter, de secretaris-rapporteur en de overige leden van de commissie kunnen te allen tijde ontslag nemen door een schriftelijke kennisgeving aan de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. 1991 32 14-02-1991 07-02-1991 J.9159 1991 32 14-02-1991 07-02-1991 J.9159 14-02-1991 01-01-1991
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De commissie legt haar bevindingen neer in een uiterlijk 1 november 1990 aan Onze ministers uit te brengen rapportage. 1990 118 21-06-1990 14-06-1990 J.905818 1990 118 21-06-1990 14-06-1990 J.905818 21-06-1990 15-04-1990
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 1 De voorbereidende stukken die betrekking hebben op de adviezen als bedoeld inworden ter beschikking gehouden van Onze ministers. 1990 118 21-06-1990 14-06-1990 J.905818 1990 118 21-06-1990 14-06-1990 J.905818 21-06-1990 15-04-1990
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt met inachtneming van de bepaling van het Besluit algemene secretarie-aangelegenheden rijksadministratie (Stb. 1980, 182) op overeenkomstige wijze als bij het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. 2 De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie opgeborgen in het archief van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. 1990 118 21-06-1990 14-06-1990 J.905818 1990 118 21-06-1990 14-06-1990 J.905818 21-06-1990 15-04-1990
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De commissie wordt ingesteld tot 1 januari 1992. 1991 32 14-02-1991 07-02-1991 J.9159 1991 32 14-02-1991 07-02-1991 J.9159 14-02-1991 01-01-1991
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag van haar bekendmaking in de Staatscourant en werkt terug tot 15 april 1990. 2 Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Regeling instelling Commissie stikstofbemesting’. 1990 118 21-06-1990 14-06-1990 J.905818 1990 118 21-06-1990 14-06-1990 J.905818 21-06-1990 15-04-1990