Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990
- BWB-id
- BWBR0004766
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004766
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1990/uitvoeringsregeling-invorderingswet-1990
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1990/uitvoeringsregeling-invorderingswet-1990/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004766&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004766&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004766/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1990/uitvoeringsregeling-invorderingswet-1990
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 7a 18 19 22bis 25 25a 25b 26 31 42c 44a 44b 53 70b 70ba 70ca van de Invorderingswet 1990 artikel 232e van de Provinciewet artikel 255 van de Gemeentewet artikel 144 van de Waterschapswet artikel 8a.40 van de Wet luchtvaart artikel 26 van de Invorderingswet 1990 Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen,,,,,,,,,,,,,,enalsmede aan,,enin samenhang met. 2 Invorderingswet 1990 Deze regeling verstaat onder wet: de. 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 01-01-2026
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen Op het bezwaar, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie inzake een in deze regeling als voor bezwaar vatbaar aangeduide beschikking isvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor ‘inspecteur’ wordt gelezen ‘ontvanger’. 2004 249 24-12-2004 16-12-2004 WDB2004/756M 2004 249 24-12-2004 16-12-2004 WDB2004/756M 01-01-2005
Artikel 1b — Artikel 1b#
Artikel 1b 1 Verzoeken tot uitstel van betaling, tot kwijtschelding of tot ontslag van betalingsverplichting ingevolge deze regeling worden afgewezen door de ontvanger indien de voor de beoordeling van het daartoe strekkende verzoek benodigde gegevens niet, onjuist of onvolledig dan wel niet op de door de ontvanger aangegeven wijze zijn verstrekt. 2 hoofdstukken 1B 1C 1D 1F Een ingevolge de,,ente nemen besluit tot afwijzing, verlening of herziening van uitstel van betaling of van kwijtschelding of een ingevolge die hoofdstukken of het derde lid te nemen besluit tot gehele of gedeeltelijke beëindiging van uitstel van betaling, geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking. 3 eerste lid van de artikelen 1d 1e 2 3 3a 4a 5 5a 6a 6b 6c 6d 6da 40g Indien bij vermindering van een belastingaanslag het bedrag waarvoor op de voet van het,,,,,,,,,,,,enuitstel van betaling is verleend, wijziging ondergaat, beëindigt de ontvanger, met inachtneming van het bepaalde in de genoemde artikelen, het uitstel dienovereenkomstig. 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 01-01-2023
Artikel 1c — Artikel 1c#
Artikel 1c De ontvanger maakt een ingevolge deze regeling ten aanzien van een belastingschuldige genomen beschikking aan deze bekend door uitreiking of toezending van een gedagtekende kennisgeving terzake. 1990 103 30-05-1990 1990 103 30-05-1990 01-06-1990
Artikel 1cbis — Artikel 1cbis#
Artikel 1cbis artikel 18, vijfde lid, van de wet Het bedrag, bedoeld in, wordt gesteld op € 2.000. 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2024
Artikel 1ca — Artikel 1ca#
Artikel 1ca In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. betalingsvordering: artikel 19, eerste lid, van de wet vordering van de ontvanger als bedoeld injegens een betaaldienstverlener op wie de belastingschuldige een vordering heeft of uit een reeds bestaande rechtsverhouding zal verkrijgen; b. overheidsvordering: artikel 19, vierde lid, van de wet vordering als bedoeld in; c. Onze Minister: Onze Minister van Financiën; d. betaaldienstverlener: artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht betaaldienstverlener als bedoeld in; e. betaalrekening: rekening bestemd voor het betalingsverkeer en ten aanzien waarvan opdrachten tot automatische afschrijving kunnen worden gedaan; f. deelvordering: artikel 1ce, derde lid vordering als bedoeld in; g. uitvoeringsdatum: datum, waarop de overheidsvordering wordt uitgevoerd door de betaaldienstverlener, waar de belastingschuldige een rekening houdt. Deze datum wordt bepaald door de ontvanger bij het doen van de overheidsvordering; h. bestedingsruimte: saldo op een rekening vermeerderd met het maximale debetsaldo op die rekening dat is toegestaan op grond van een overeenkomst inzake krediet die tussen de betaaldienstverlener en de belastingschuldige is gesloten. 2020 35114 30-06-2020 29-06-2020 2020-0000111146 2020 35114 30-06-2020 29-06-2020 2020-0000111146 01-07-2020
Artikel 1cbis.1 — Artikel 1cbis.1#
Artikel 1cbis.1 1 artikelen 1cbis.2 tot en met 1cbis.4 artikel 1cbis.3 De betaaldienstverlener op wie de belastingschuldige een vordering heeft uit hoofde van een tegoed op een betaal- of spaarrekening is gehouden aan een met inachtneming van degedane betalingsvordering te voldoen door betaling van de belastingaanslagen uit dat tegoed, indien op het tijdstip van de bekendmaking van de beschikking, bedoeld in: a. het tegoed direct opeisbaar is; of b. de ontvanger het tegoed door opzegging opeisbaar kan maken. 2 Artikel 477, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is van overeenkomstige toepassing. 2020 35114 30-06-2020 29-06-2020 2020-0000111146 2020 35114 30-06-2020 29-06-2020 2020-0000111146 01-07-2020
Artikel 1cbis.2 — Artikel 1cbis.2#
Artikel 1cbis.2 1 Een betalingsvordering vanwege belastingaanslagen van een belastingschuldige, zijnde een natuurlijk persoon, strekt zich niet uit tot: a. artikel 475da, eerste lid, onderdeel a, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet het bedrag, genoemd in, voor een alleenstaande als bedoeld in; b. artikel 475da, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet het bedrag, genoemd in, voor een alleenstaande ouder als bedoeld in; c. artikel 475da, eerste lid, onderdeel c, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 3 van de Participatiewet artikel 4, eerste lid, onderdeel e, van die wet het bedrag, genoemd in, voor een gehuwde als bedoeld inzonder kinderen als bedoeld in; d. artikel 475da, eerste lid, onderdeel d, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 3 van de Participatiewet artikel 4, eerste lid, onderdeel e, van die wet het bedrag, genoemd in, voor een gehuwde als bedoeld inmet een of meer kinderen als bedoeld in. 2 De betalingsvordering vanwege belastingaanslagen van een belastingschuldige, zijnde een natuurlijk persoon, die op grond van de basisregistratie personen geen adres in Nederland heeft en geen vaste woon- of verblijfplaats buiten Nederland heeft, strekt zich niet uit tot de helft van het bedrag, genoemd in het eerste lid, onderdeel c. Indien de belastingschuldige, bedoeld in de eerste zin, buiten Nederland een vaste woon- of verblijfplaats heeft, vindt het eerste lid geen toepassing. Op verzoek van de belastingschuldige, bedoeld in de eerste en tweede zin, kan de ontvanger het eerste lid overeenkomstig toepassen op basis van de door de belastingschuldige bij het verzoek over zijn leefsituatie verstrekte gegevens. 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 33377 27-12-2022 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 01-01-2023
Artikel 1cbis.3 — Artikel 1cbis.3#
Artikel 1cbis.3 1 artikel 19, vijfde lid, van de wet artikel 1cbis.2 De beschikking, bedoeld in, vermeldt welke van de bedragen, genoemd in, ten aanzien van de belastingschuldige van toepassing is en wordt verzonden aan de betaaldienstverlener waar de belastingschuldige volgens de administratie van de Belastingdienst een betaal- of spaarrekening aanhoudt. 2 Verzending van de beschikking geschiedt per post tenzij de betaaldienstverlener en de Belastingdienst zijn overeengekomen dat de beschikking uitsluitend elektronisch wordt verzonden. Bij elektronische verzending van de beschikking geldt het tijdstip van ontvangst van de gegevens die de betaaldienstverlener in staat stellen kennis te nemen van de inhoud van de beschikking als het tijdstip van bekendmaking van de beschikking. Bij verzending van de beschikking per post geldt het tijdstip van aanvang van de verwerking tot uitvoering van de beschikking door de betaaldienstverlener als het tijdstip van bekendmaking van de beschikking. 3 artikel 1cbis.2 Binnen 8 dagen na de verzending van de beschikking aan de betaaldienstverlener informeert de ontvanger de belastingschuldige schriftelijk over het feit dat een betalingsvordering is gedaan en over het ten aanzien van hem van toepassing zijnde bedrag, bedoeld in. 2020 35114 30-06-2020 29-06-2020 2020-0000111146 2020 35114 30-06-2020 29-06-2020 2020-0000111146 01-07-2020
Artikel 1cbis.4 — Artikel 1cbis.4#
Artikel 1cbis.4 1 artikel 1cbis.3, tweede lid Artikel 476a, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Zodra 14 dagen zijn verstreken na de bekendmaking van de beschikking, bedoeld in, doet de betaaldienstverlener opgave aan de ontvanger door het afleggen van een verklaring in een door de ontvanger bij de beschikking verstrekt verklaringsformulier, dan wel in een formulier van gelijke strekking van de betaaldienstverlener.is van overeenkomstige toepassing. 2 artikel 1cbis.1, eerste lid, onderdeel b artikel 1cbis.2, eerste lid Binnen 14 dagen na ontvangst van het ingevulde verklaringsformulier, bedoeld in het eerste lid, zendt de ontvanger aan de betaaldienstverlener een bericht over de hoogte van het te betalen bedrag en de in verband daarmee te gebruiken betalingsgegevens, een bericht over het opeisbaar maken, bedoeld in, of een bericht over het intrekken van de beschikking. Een betaling door de betaaldienstverlener geschiedt binnen 14 dagen na de dagtekening van het bericht over het te betalen bedrag of, ingeval dat bedrag nog door opzegging opeisbaar moet worden gemaakt, binnen 14 dagen nadat dat bedrag feitelijk beschikbaar is om door de betaaldienstverlener te worden betaald. De verzending van een bericht aan de betaaldienstverlener door de ontvanger blijft achterwege als uit het ingevulde verklaringsformulier, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat de belastingschuldige geen vordering heeft op de betaaldienstverlener uit hoofde van een tegoed op een betaal- of spaarrekening of als het bedrag van die vordering niet meer beloopt dan het ten aanzien van de belastingschuldige van toepassing zijnde bedrag, bedoeld in, tenzij de betaaldienstverlener of de ontvanger verzending van een bericht wenselijk acht. 3 artikel 1cbis.3, eerste lid De verzending van het verklaringsformulier en de verzending van de berichten die hiermee samenhangen geschieden op dezelfde wijze als de wijze waarop de beschikking, bedoeld in, is verzonden. 4 De ontvanger informeert de belastingschuldige zo spoedig mogelijk schriftelijk over een wijziging van zijn belastingschuld als gevolg van een betaling door de betaaldienstverlener of over het intrekken van de beschikking. 2020 64029 31-12-2020 31-12-2020 2020-0000246185 2020 64029 31-12-2020 31-12-2020 2020-0000246185 01-01-2021
Artikel 1cb — Artikel 1cb#
Artikel 1cb artikel 19, vierde lid, van de wet bijlage Onze Minister sluit een overeenkomst inzake de overheidsvordering met de bank waar de rekening wordt gehouden waarop de bedragen ingevorderd op grond vanworden overgemaakt. De overeenkomst bevat in ieder geval de bepalingen die zijn opgenomen in debij deze regeling. 2009 15128 08-10-2009 30-09-2009 DB2009/565 2009 407 13-10-2009 23-09-2009 01-11-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel VI, onderdeel Abis, van de Wijzigingswet Algemene wet inzake rijksbelastingen, enz. (Versterking fiscale rechtshandhaving) (Stb. 2007/376) in werking treedt.
Artikel 1cc — Artikel 1cc#
Artikel 1cc De overheidsvordering wordt gedaan op een betaalrekening die op naam of mede op naam staat van de belastingschuldige. 2019 69810 30-12-2019 18-12-2019 2019-0000199975 2019 69810 30-12-2019 18-12-2019 2019-0000199975 01-01-2020
Artikel 1cd — Artikel 1cd#
Artikel 1cd artikel 19, vijfde lid, van de wet De beschikking, bedoeld in, wordt elektronisch bekend gemaakt aan de betaaldienstverlener, waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt. De overheidsvordering wordt uitsluitend uitgevoerd volgens de Europese systematiek van automatische afschrijving. 2014 36880 30-12-2014 30-12-2014 IZV2014/715M 2014 36880 30-12-2014 30-12-2014 IZV2014/715M 01-01-2015
Artikel 1ce — Artikel 1ce#
Artikel 1ce 1 De overheidsvordering bedraagt ten hoogste € 500 en wordt gedaan bij een belastingaanslag met een openstaand bedrag van ten hoogste € 1.500, voor ten hoogste tweemaal in een kalendermaand per belastingaanslag. 2 De overheidsvordering wordt bij dezelfde belastingaanslag gedurende een aaneengesloten periode van ten hoogste drie kalendermaanden gedaan. 3 artikel 1cb De overheidsvordering kan worden gesplitst in verschillende deelvorderingen. Deze deelvorderingen worden op hetzelfde tijdstip bekend gemaakt aan de bank, bedoeld in. 4 De overheidsvordering of, indien deze is gesplitst, de deelvordering wordt uitgevoerd indien de bestedingsruimte op de betaalrekening op de uitvoeringsdatum toereikend is. 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2024
Artikel 1cf — Artikel 1cf#
Artikel 1cf 1 De betaaldienstverlener, waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt, is bevoegd tot terugboeking van het bedrag van de overheidsvordering of, indien deze is gesplitst, de deelvordering, indien blijkt dat de bestedingsruimte op de betaalrekening van de belastingschuldige op de uitvoeringsdatum ontoereikend is. Deze bevoegdheid vervalt na vijf werkdagen volgend op de uitvoeringsdatum. 2 Werkdagen, in de zin van het eerste lid, zijn alle kalenderdagen, met uitzondering van de zaterdag en zondag, de Nieuwjaarsdag, de Goede Vrijdag, de tweede Paasdag, 1 mei en de beide Kerstdagen. 2014 36880 30-12-2014 30-12-2014 IZV2014/715M 2014 36880 30-12-2014 30-12-2014 IZV2014/715M 01-01-2015
Artikel 1cg — Artikel 1cg#
Artikel 1cg De betaaldienstverlener, waar de belastingschuldige een betaalrekening houdt, vermeldt op het papieren of elektronische afschrift van de af- of terugboeking op de betaalrekening van de belastingschuldige, de door de ontvanger bij het doen van de overheidsvordering geleverde gegevens. 2014 36880 30-12-2014 30-12-2014 IZV2014/715M 2014 36880 30-12-2014 30-12-2014 IZV2014/715M 01-01-2015
Artikel 1ch — Artikel 1ch#
Artikel 1ch artikel 1cf, eerste lid, tweede volzin De ontvanger informeert de belastingschuldige schriftelijk over de op zijn betaalrekening uitgevoerde overheidsvordering of, indien deze is gesplitst, deelvordering binnen zeven dagen nadat de termijn, genoemd in, is verstreken. 2009 15128 08-10-2009 30-09-2009 DB2009/565 2009 407 13-10-2009 23-09-2009 01-11-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel VI, onderdeel Abis, van de Wijzigingswet Algemene wet inzake rijksbelastingen, enz. (Versterking fiscale rechtshandhaving) (Stb. 2007/376) in werking treedt.
Artikel 1ci — Artikel 1ci#
Artikel 1ci artikel 22bis, tweede en derde lid, van de wet De mededeling, bedoeld in, geschiedt door het invullen van het daartoe langs elektronische weg ter beschikking gestelde modelformulier en het per post aan de ontvanger toezenden van het ingevulde modelformulier. 2017 72735 28-12-2017 28-12-2017 2017-0000235515 2017 72735 28-12-2017 28-12-2017 2017-0000235515 01-01-2018
Artikel 1cj — Artikel 1cj#
Artikel 1cj artikel 22bis, negentiende lid, van de wet De drempel, bedoeld in, bedraagt € 10 000. 2018 72059 31-12-2018 31-12-2018 IZV2018-0000208765 2018 72059 31-12-2018 31-12-2018 IZV2018-0000208765 01-01-2019 01-01-2018
Artikel 1d — Artikel 1d#
Artikel 1d 1 artikel 25, vierde lid, eerste volzin, van de wet De ontvanger verleent de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek uitstel van betaling voor belastingaanslagen betreffende de inkomstenbelasting, bedoeld in, mits wordt ingestemd met door de ontvanger nader te stellen voorwaarden. 2 Het uitstel eindigt uiterlijk op de dag waarop sedert de vervaldag van de voor de belastingaanslag geldende enige of laatste betalingstermijn 12 maanden zijn verstreken, dan wel, ingeval de uitsteltermijn is verlengd, die verlengde termijn is verstreken. 3 artikel 25, vierde lid, tweede volzin, van de wet Ingeval zich een omstandigheid voordoet als bedoeld instelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis. 2000 250 27-12-2000 19-12-2000 2000 250 27-12-2000 19-12-2000 01-01-2001
Artikel 1e — Artikel 1e#
Artikel 1e 1 artikel 25, vijfde lid, eerste volzin, van de wet De ontvanger verleent de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek uitstel van betaling voor belastingaanslagen betreffende de inkomstenbelasting, bedoeld in, mits voldoende zekerheid is gesteld en wordt ingestemd met de door de ontvanger nader te stellen voorwaarden. 2 Voor het verlenen van uitstel van betaling als bedoeld in het eerste lid is geen schriftelijk verzoek nodig en blijft zekerheidstelling achterwege voorzover de verschuldigde belasting betrekking heeft op: a. artikel 1.7 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Wet op het financieel toezicht artikel 5, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 aanspraken uit een overeenkomst van levensverzekering of een pensioenregeling als bedoeld indie zijn ondergebracht bij een in Nederland gevestigde verzekeraar die bevoegd is het directe verzekeringsbedrijf, bedoeld in de, uit te oefenen en die de lijfrente of pensioenverplichting rekent tot het binnenlandse ondernemingsvermogen, dan wel zijn ondergebracht bij een in Nederland gevestigd lichaam dat ingevolgeis vrijgesteld van de vennootschapsbelasting; b. artikel 1.7 van de Wet inkomstenbelasting 2001 aanspraken uit een overeenkomst van levensverzekering of een pensioenregeling als bedoeld indie zijn ondergebracht bij een verzekeraar die is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie, in Noorwegen, in IJsland, in Liechtenstein of in Zwitserland en die in die staat bevoegd is tot het uitoefenen van het directe verzekeringsbedrijf; c. artikel 38n van de Wet op de loonbelasting 1964 artikel 38p van de Wet op de loonbelasting 1964 artikel 19a, eerste lid, onderdeel d, onderscheidenlijk onderdeel e, van die wet aanspraken ingevolge een pensioenregeling als bedoeld inof een oudedagsverplichting als bedoeld indie zijn ondergebracht bij een lichaam als bedoeld inzoals dat artikel luidde op 31 december 2016, waarbij dit lichaam als verzekeraar optreedt en is gevestigd in Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, in Noorwegen, in IJsland, in Liechtenstein of in Zwitserland. 3 Het uitstel eindigt uiterlijk op de eerste dag van het tiende jaar na afloop van het kalenderjaar waarop de belastingaanslag betrekking heeft. 4 artikel 25, vijfde lid, vierde volzin, van de wet Ingeval zich een omstandigheid voordoet als bedoeld instelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis. 5 artikel 1.7 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 25, vijfde lid, eerste volzin, van de wet artikel 25, vijfde lid, vierde volzin, van de wet De ontvanger beëindigt het uitstel voorzover zich met betrekking tot aanspraken uit een overeenkomst van levensverzekering of een pensioenregeling als bedoeld inwaarop de verschuldigde belasting, bedoeld inbetrekking heeft, een omstandigheid voordoet als bedoeld in. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing op aanspraken bedoeld in het tweede lid, onderdeel c. 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 01-01-2025
Artikel 1f — Artikel 1f#
Artikel 1f 1 artikel 1e artikel 26, derde lid, van de wet Indien de ontvanger het op de voet vanverleende uitstel van betaling beëindigt omdat zich een inbedoelde omstandigheid voordoet, verleent hij op schriftelijk verzoek van de belastingschuldige kwijtschelding van inkomstenbelasting tot een omvang als in genoemd derde lid bedoeld. 2 artikel 1e, derde lid In de gevallen waarin op de voet van, het uitstel van betaling is geëindigd, verleent de ontvanger de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek kwijtschelding van belasting tot een bedrag gelijk aan het dan nog openstaande bedrag. 3 artikel 26, derde lid, eerste volzin, onderdeel a, van de wet artikel 25, vijfde lid, vierde volzin, van de wet In afwijking van het eerste lid is voor kwijtschelding als bedoeld ingeen schriftelijk verzoek nodig indien de belastingschuldige op het moment dat zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in, in een andere lidstaat van de Europese Unie of in Noorwegen, in IJsland, in Liechtenstein of in Zwitserland woont. 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 01-01-2025
Artikel 1g — Artikel 1g#
Artikel 1g Vervallen 2013 36216 30-12-2013 30-12-2013 DB2013/599M 2013 36216 30-12-2013 30-12-2013 DB2013/599M 01-01-2014 01-01-2013
Artikel 1h — Artikel 1h#
Artikel 1h Vervallen 2013 36216 30-12-2013 30-12-2013 DB2013/599M 2013 36216 30-12-2013 30-12-2013 DB2013/599M 01-01-2014 01-01-2013
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 25, achtste lid, eerste volzin, van de wet De ontvanger verleent de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek uitstel van betaling van de door hem verschuldigde inkomstenbelasting in gevallen als bedoeld in, mits voldoende zekerheid is gesteld. Het schriftelijk verzoek en de zekerheidstelling blijven achterwege: a. in geval van emigratie van de belastingschuldige naar een andere lidstaat van de Europese Unie; b. artikel 2.8, vierde, vijfde, zesde of zevende lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 in geval van geconserveerd inkomen als bedoeld in, waarbij de verkrijger van de aandelen of winstbewijzen een natuurlijk persoon is die woont in een andere lidstaat van de Europese Unie; c. artikel 7.5, vierde, vijfde, onderscheidenlijk zevende lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 ingeval de belastingschuldige woont in een andere lidstaat van de Europese Unie en de inkomstenbelasting is verschuldigd door de toepassing vanwaarbij de verwervende of verkrijgende vennootschap in een andere lidstaat van de Europese Unie is gevestigd, onderscheidenlijk de verplaatsing van de werkelijke leiding geschiedt naar een andere lidstaat van de Europese Unie. 2 artikel 2.8, zevende lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt voor belastingaanslagen opgelegd met toepassing vanuitstel van betaling verleend op schriftelijk verzoek van de belastingschuldige en de verkrijger gezamenlijk. 3 De ontvanger kan voorwaarden stellen aan het verlenen van uitstel van betaling of aan het voortzetten daarvan in situaties als bedoeld in het zevende tot en met tiende lid, waaronder begrepen voorwaarden die betrekking hebben op het door de belastingschuldige: a. gedurende de looptijd van het uitstel jaarlijks aan de hand van schriftelijke bescheiden aannemelijk maken dat hij recht heeft op gehele of gedeeltelijke voortzetting van het uitstel; b. jaarlijks aan de ontvanger verstrekken van informatie over zijn actuele adres en werkelijke verblijfplaats. 4 Op schriftelijk verzoek van de belastingschuldige stemt de ontvanger in met aanpassing van de gestelde zekerheid voor zover het bedrag van de verschuldigde inkomstenbelasting waarvoor uitstel van betaling is verleend, is verminderd. Indien de belastingschuldige zijn woonplaats verplaatst van een staat buiten de Europese Unie naar een lidstaat van de Europese Unie, stemt de ontvanger in met intrekking van de gestelde zekerheid. 5 Het uitstel wordt verleend voor onbepaalde tijd. 6 De ontvanger beëindigt het uitstel: a. artikelen 4.12 4.16, eerste lid, onderdelen a tot en met g, i, j of k, tweede lid, derde lid of vierde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 ingeval aandelen of winstbewijzen die aan het uitstel ten grondslag liggen worden vervreemd in de zin van deof: voor zover het uitstel aan deze aandelen of winstbewijzen kan worden toegerekend; b. artikel 25, achtste lid, onderdeel b, van de wet ingeval de vennootschap op de aandelen of winstbewijzen die aan het uitstel ten grondslag liggen, reserves heeft uitgedeeld: voor het bedrag, bedoeld in; c. in geval van een teruggaaf van wat op aandelen of bewijzen van deelgerechtigdheid in een fonds voor gemene rekening is gestort dan wel van wat door houders van winstbewijzen is gestort of ingelegd: voor zover het uitstel aan deze teruggaaf kan worden toegerekend. 7 artikel 3.55 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.56 van die wet artikel 3.57 van die wet Op schriftelijk verzoek van de belastingschuldige kan in geval van een vervreemding in het kader van een aandelenfusie als bedoeld in, een splitsing als bedoeld inof een fusie als bedoeld in, het uitstel worden voortgezet, in welk geval de aandelen in of de winstbewijzen van de verkrijgende vennootschap voortaan worden geacht aan het verleende uitstel ten grondslag te liggen. 8 artikel 4.16, eerste lid, onderdelen e of f, van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 4.17a van de Wet inkomstenbelasting 2001 Op schriftelijk verzoek van de belanghebbende kan in geval van een vervreemding in de zin vanof wegens een verdeling van een nalatenschap of een huwelijksgemeenschap binnen twee jaren na het overlijden van de erflater onderscheidenlijk na de ontbinding van de huwelijksgemeenschap het uitstel worden voortgezet. Ingeval de belastingaanslag inkomstenbelasting betreft ter zake van geconserveerd inkomen door de toepassing van artikel 4.16, eerste lid, onderdeel h, van de Wet inkomstenbelasting 2001 kan het uitstel van betaling echter niet worden voortgezet voor zover het uitstel kan worden toegerekend aan het vervreemdingsvoordeel dat ingevolgein aanmerking zou zijn genomen wanneer zowel de belastingschuldige als de verkrijger in Nederland zouden hebben gewoond ten tijde van de overgang. 9 artikel 4.16, eerste lid, onderdeel g, van de Wet inkomstenbelasting 2001 Op schriftelijk verzoek van de belastingschuldige kan in geval van een vervreemding in de zin vanhet uitstel worden voortgezet voor het gedeelte dat betrekking heeft op de nog tot het vermogen van de belastingschuldige behorende aandelen of winstbewijzen. 10 artikel 4.16, eerste lid, onderdeel h, van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 4.17c van de Wet inkomstenbelasting 2001 Ingeval aandelen of winstbewijzen die aan het uitstel ten grondslag liggen worden geschonken kan op gezamenlijk schriftelijk verzoek van de belastingschuldige en de verkrijger van die aandelen of winstbewijzen, het uitstel van betaling worden voortgezet voor het gedeelte dat betrekking heeft op die aandelen of winstbewijzen. Ingeval de belastingaanslag inkomstenbelasting betreft ter zake van geconserveerd inkomen door de toepassing vankan het uitstel van betaling echter niet worden voortgezet voor zover het uitstel kan worden toegerekend aan het vervreemdingsvoordeel dat ingevolgein aanmerking zou zijn genomen wanneer zowel de belastingschuldige als de verkrijger in Nederland zou hebben gewoond ten tijde van de schenking. 11 artikel 25, achtste lid, onderdelen a, b of c, van de wet Ingeval zich een omstandigheid voordoet als bedoeld instelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis. 12 Indien de belastingschuldige niet voldoet aan de voorwaarden die de ontvanger aan het verlenen of voortzetten van het uitstel van betaling heeft gesteld, of aan de overige verplichtingen van dit artikel, kan de ontvanger het uitstel van betaling intrekken. 13 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een lidstaat van de Europese Unie mede verstaan: Noorwegen, IJsland en Liechtenstein. 14 Voor de toepassing van dit artikel worden onder aandelen of winstbewijzen die aan het uitstel ten grondslag liggen mede verstaan: aandelen of winstbewijzen waarop rechten zijn overgegaan die besloten lagen in de aandelen of winstbewijzen die aan het uitstel ten grondslag liggen. 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 01-01-2026
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 25, negende lid, van de wet dat artikel De ontvanger verleent de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek uitstel van betaling van de door hem verschuldigde inkomstenbelasting in gevallen als bedoeld inen tot een omvang als bijalsmede krachtens dat artikel in de navolgende leden is bepaald, mits wordt ingestemd met door de ontvanger nader te stellen voorwaarden. 2 artikel 25, negende lid, van de wet Het uitstel wordt verleend voor het bedrag aan belasting dat kan worden toegerekend aan het voordeel wegens de vervreemding, bedoeld in, mits dat bedrag € 3.350 te boven gaat. 3 Het uitstel houdt in dat de verschuldigde belasting kan worden voldaan in tien gelijke jaarlijkse termijnen, waarvan de eerste termijn zes weken na de dagtekening van het aanslagbiljet vervalt en elk van de volgende termijnen telkens een jaar later. 4 De ontvanger vermindert het bedrag waarvoor uitstel van betaling is verleend: a. ingeval in een kalenderjaar aflossingen op de schuldig gebleven tegenprestatie plaatsvinden welke gezamenlijk uitgaan boven het dubbele van de belasting die in dat jaar op de voet van het derde lid moet worden voldaan: voor de helft van hetgeen er boven uitgaat; b. artikel 25, tiende lid, van de wet ingeval aandelen of winstbewijzen welke aan het uitstel ten grondslag liggen worden vervreemd in de zin van: voor zover het uitstel aan deze aandelen of winstbewijzen kan worden toegerekend; c. Wet inkomstenbelasting 2001 ingeval in een kalenderjaar uit de aandelen of winstbewijzen welke aan het uitstel ten grondslag liggen reguliere voordelen - als bedoeld in de- worden genoten welke uitgaan boven het dubbele van de belasting die in dat jaar op de voet van het derde lid moet worden voldaan: voor de helft van hetgeen er boven uitgaat. 5 Voor zover een vervreemdingsvoordeel of een regulier voordeel binnen zes maanden wordt aangewend voor een aflossing op de schuldig gebleven tegenprestatie, wordt alleen de aflossing in aanmerking genomen voor de toepassing van het vierde lid. 6 Ingeval zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in het vierde lid stelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis. 7 artikel 25, negende lid, van de wet Voor de toepassing vanworden van de staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte aangewezen: IJsland, Noorwegen en Liechtenstein. 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2024
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 artikel 25, elfde lid, van de wet De ontvanger verleent de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek uitstel van betaling van de door hem verschuldigde inkomstenbelasting in gevallen als bedoeld inen tot een omvang als bij dat artikel alsmede krachtens dat artikel in de navolgende leden is bepaald. 2 artikel 25, elfde lid, eerste volzin Het uitstel wordt verleend voor het bedrag aan inkomstenbelasting, bedoeld in, mits dat bedrag € 3.350 te boven gaat. 3 Het uitstel houdt in dat de verschuldigde belasting kan worden voldaan in tien gelijke jaarlijkse termijnen waarvan de eerste termijn zes weken na de dagtekening van het aanslagbiljet vervalt en elk van de volgende termijnen telkens een jaar later. 4 De ontvanger vermindert het bedrag waarvoor uitstel van betaling is verleend: a. artikel 25, tiende lid, van de wet ingeval aandelen of winstbewijzen welke aan het uitstel ten grondslag liggen worden vervreemd in de zin van: voor zover het uitstel aan deze aandelen of winstbewijzen kan worden toegerekend; b. Wet inkomstenbelasting 2001 ingeval in een kalenderjaar uit de aandelen of winstbewijzen welke aan het uitstel ten grondslag liggen reguliere voordelen als bedoeld in deworden genoten welke uitgaan boven het dubbele van de belasting die in dat jaar op de voet van het derde lid moet worden voldaan: voor de helft van hetgeen er boven uitgaat. 5 Ingeval zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in het vierde lid stelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis. 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2024
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 26, tweede, vierde of vijfde lid, van de wet De ontvanger verleent de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek kwijtschelding van de door hem verschuldigde inkomstenbelasting in de gevallen als bedoeld inen tot een omvang als in die leden bedoeld, met dien verstande dat het bedrag van de kwijtschelding in totaal niet meer kan bedragen dan het bedrag van de belasting waarvoor ter zake van het aandeel of winstbewijs uitstel van betaling is verleend. 2 artikel 26, vijfde lid, eerste volzin, onderdeel c, van de wet artikel 25, achtste lid, onderdeel a, van de wet In afwijking van het eerste lid is voor kwijtschelding als bedoeld ingeen schriftelijk verzoek nodig indien de belastingschuldige op het moment dat zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in, in een andere lidstaat van de Europese Unie of in Noorwegen, IJsland of Liechtenstein woont. 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 2011 22974 30-12-2011 30-12-2011 DB2011/402M 01-01-2012
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a 1 artikel 25, veertiende lid, eerste volzin, van de wet De ontvanger verleent de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek uitstel van betaling voor belastingaanslagen voor zover daarin is begrepen inkomstenbelasting als bedoeld in, mits wordt ingestemd met door de ontvanger nader te stellen voorwaarden. 2 Het uitstel eindigt uiterlijk op de dag waarop sedert de vervaldag van de voor de belastingaanslag geldende enige of laatste betalingstermijn tien jaar zijn verstreken. 3 artikel 25, veertiende lid, eerste volzin, onderdeel b, van de wet In geval van een vervreemding waarbij de koper de overdrachtsprijs schuldig is gebleven als bedoeld inen er een aflossing plaatsvindt, vermindert de ontvanger het bedrag waarvoor uitstel van betaling is verleend met de helft van die aflossing. 4 artikel 25, veertiende lid, tweede volzin, van de wet Ingeval zich een omstandigheid voordoet als bedoeld instelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis. 2009 20549 31-12-2009 17-12-2009 DB2009-735M 2009 20549 31-12-2009 17-12-2009 DB2009-735M 01-01-2010
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 25, zestiende lid, eerste volzin, van de wet De ontvanger verleent de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek uitstel van betaling voor belastingaanslagen voorzover daarin is begrepen inkomstenbelasting als bedoeld in, mits wordt ingestemd met door de ontvanger nader te stellen voorwaarden. 2 Het uitstel eindigt uiterlijk op de dag waarop sedert de vervaldag van de voor de belastingaanslag geldende enige of laatste betalingstermijn tien jaar zijn verstreken. 3 artikel 25, zestiende lid, tweede volzin, van de wet Ingeval zich een omstandigheid voordoet als bedoeld instelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis. 2009 20549 31-12-2009 17-12-2009 DB2009-735M 2009 20549 31-12-2009 17-12-2009 DB2009-735M 01-01-2010
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a 1 artikel 25, zeventiende lid, van de wet De ontvanger verleent de erfgenamen van de belastingschuldige op hun schriftelijk verzoek uitstel van betaling voor belastingaanslagen betreffende de inkomstenbelasting, bedoeld in, mits wordt ingestemd met door de ontvanger nader te stellen voorwaarden. 2 Het uitstel eindigt uiterlijk op de dag waarop sedert de vervaldag van de voor de belastingaanslag geldende enige of laatste betalingstermijn tien jaar zijn verstreken. 2006 134 13-07-2006 06-07-2006 DB2006/261M 2006 134 13-07-2006 06-07-2006 DB2006/261M 15-07-2006
Artikel 5b — Artikel 5b#
Artikel 5b 1 artikel 25, achttiende lid, van de wet De ontvanger verleent de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek uitstel van betaling voor belastingaanslagen betreffende de inkomstenbelasting in de gevallen bedoeld in, mits wordt ingestemd met door de ontvanger nader te stellen voorwaarden en een afschrift is overgelegd van de overeenkomst waarbij de onderneming of een gedeelte van de onderneming is overgedragen aan de natuurlijk persoon die de overdrachtsprijs geheel of gedeeltelijk schuldig is gebleven. Uit deze overeenkomst moet blijken welk deel van de overdrachtsprijs schuldig is gebleven, wat de duur van de overeengekomen aflossingsperiode is en in welke termijnen de overdrachtsprijs wordt voldaan. 2 artikel 25, negentiende lid, tweede volzin, onderdelen a of b, of derde volzin, van de wet Ingeval zich een omstandigheid voordoet als bedoeld instelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis. 3 Ingeval de overdrachtsprijs geheel of gedeeltelijk versneld wordt afgelost, stelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis alsmede van het nog niet ontvangen deel van de overdrachtsprijs. 2004 249 24-12-2004 16-12-2004 WDB2004/756M 2004 249 24-12-2004 16-12-2004 WDB2004/756M 01-01-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 2009 20549 31-12-2009 17-12-2009 DB2009-735M 2009 20549 31-12-2009 17-12-2009 DB2009-735M 01-01-2010
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a 1 artikel 25, twaalfde lid, eerste volzin, van de wet De ontvanger verleent de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek uitstel van betaling voor belastingaanslagen betreffende de schenk- of erfbelasting, bedoeld in, mits wordt ingestemd met door de ontvanger nader te stellen voorwaarden. 2 artikel 25, twaalfde lid, van de wet De termijn van tien jaar, genoemd in, vangt aan op de dag na het einde van het kalenderjaar waarin de verkrijging heeft plaatsgevonden. 3 artikel 25, twaalfde lid, tweede volzin, van de wet Ingeval zich een omstandigheid voordoet als bedoeld instelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis. 2009 20549 31-12-2009 17-12-2009 DB2009-735M 2009 20549 31-12-2009 17-12-2009 DB2009-735M 01-01-2010
Artikel 6b — Artikel 6b#
Artikel 6b 1 artikel 25, dertiende lid, eerste volzin, van de wet De ontvanger verleent de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek uitstel van betaling voor belastingaanslagen voorzover daarin is begrepen schenk- of erfbelasting als bedoeld in, mits wordt ingestemd met door de ontvanger nader te stellen voorwaarden. 2 artikel 25, dertiende lid, van de wet De termijn van tien jaar, genoemd in, vangt aan op de dag na het einde van het kalenderjaar waarin de verkrijging heeft plaatsgevonden. 3 artikel 25, dertiende lid, tweede volzin, van de wet Ingeval zich een omstandigheid voordoet als bedoeld instelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis. 2009 20549 31-12-2009 17-12-2009 DB2009-735M 2009 20549 31-12-2009 17-12-2009 DB2009-735M 01-01-2010
Artikel 6c — Artikel 6c#
Artikel 6c 1 artikel 25, twintigste lid, eerste volzin, van de wet De ontvanger verleent de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek uitstel van betaling voor belastingaanslagen betreffende de erfbelasting, bedoeld in, mits wordt ingestemd met door de ontvanger nader te stellen voorwaarden. 2 artikel 25, twintigste lid, derde volzin, van de wet Ingeval zich een omstandigheid voordoet als bedoeld instelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis. 2010 21111 30-12-2010 23-12-2010 DB2010/281M 2010 21111 30-12-2010 23-12-2010 DB2010/281M 01-01-2011
Artikel 6d — Artikel 6d#
Artikel 6d 1 artikel 25a, vierde lid, van de wet De ontvanger verleent de belastingschuldige die een schriftelijk verzoek doet als bedoeld inuitstel van betaling voor belastingaanslagen voor zover daarin is begrepen inkomstenbelasting als bedoeld in artikel 25a, eerste lid, van de wet. Het uitstel wordt verleend onder de voorwaarde dat bij het verzoek om uitstel van betaling aan de hand van schriftelijke bescheiden het bedrag aannemelijk wordt gemaakt van de voordelen, bedoeld in artikel 25a, eerste lid, van de wet. 2 artikel 25a, eerste lid, van de wet Gedurende de looptijd van het uitstel dient de belastingschuldige jaarlijks aan de hand van schriftelijke bescheiden aannemelijk te maken dat de voordelen, bedoeld in, in dat jaar niet in aanmerking zouden zijn genomen indien hij belastingplichtig in Nederland zou zijn gebleven. 3 artikel 25a, derde lid, van de wet Het tweede lid is niet van toepassing indien de belastingschuldige een verzoek doet als bedoeld in. 4 artikel 25a, tweede lid, van de wet Ingeval zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in, stelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis. 2018 72059 31-12-2018 31-12-2018 IZV2018-0000208765 2018 72059 31-12-2018 31-12-2018 IZV2018-0000208765 01-01-2019 Vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot
belastingschulden waarvoor op of na 1 januari 2019 uitstel van
betaling is verleend.
Artikel 6da — Artikel 6da#
Artikel 6da 1 artikel 25b, eerste lid, van de wet De ontvanger verleent de belastingschuldige die een schriftelijk verzoek doet als bedoeld ineen gespreide betalingsregeling voor belastingaanslagen voor zover daarin is begrepen vennootschapsbelasting als bedoeld in artikel 25b, eerste lid, van de wet. De betalingsregeling wordt verleend onder de voorwaarde dat bij het verzoek om de betalingsregeling aan de hand van schriftelijke bescheiden het bedrag aannemelijk wordt gemaakt van de voordelen, bedoeld in artikel 25b, eerste lid, van de wet. 2 artikel 25b, eerste lid, van de wet Gedurende de looptijd van de betalingsregeling dient de belastingschuldige jaarlijks aan de hand van schriftelijke bescheiden aannemelijk te maken dat de voordelen, bedoeld in, in dat jaar niet in aanmerking zouden zijn genomen indien hij belastingplichtig in Nederland zou zijn gebleven. 3 artikel 25b, vierde lid, van de wet Ingeval zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in, stelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis. 2018 72059 31-12-2018 31-12-2018 IZV2018-0000208765 2018 72059 31-12-2018 31-12-2018 IZV2018-0000208765 01-01-2019 Vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot
belastingschulden waarvoor op of na 1 januari 2019 uitstel van
betaling is verleend.
Artikel 6e — Artikel 6e#
Artikel 6e Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder belastingschuld verstaan het gezamenlijke bedrag van: a. belastingaanslagen inkomstenbelasting en motorrijtuigenbelasting verschuldigd door natuurlijke personen die geen bedrijf of zelfstandig beroep uitoefenen; b. Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen terugvorderingen in de zin van deverschuldigd door natuurlijke personen. 2016 71813 29-12-2016 29-12-2016 2016-0000225960 71813 29-12-2016 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel XIII, onderdeel
C, van de Fiscale vereenvoudigingswet 2017 in werking treedt.
Artikel 6f — Artikel 6f#
Artikel 6f 1 Op verzoek van de belastingschuldige stelt de ontvanger hem in de gelegenheid om zijn belastingschuld te betalen in maximaal 12 maandelijkse gelijke termijnen van minimaal € 50. 2 artikel 13 Indien de betalingscapaciteit van de belastingschuldige ontoereikend is om zijn belastingschuld binnen 12 maanden te voldoen, kan de ontvanger op verzoek van de belastingschuldige, in afwijking in zoverre van het eerste lid, een betalingsregeling toestaan van maximaal 24 maanden, gebaseerd op de betalingscapaciteit, bedoeld in. 3 De betalingsregeling, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt verleend onder de voorwaarde dat de belastingschuldige de ontvanger, binnen een door de ontvanger te stellen termijn, machtigt tot automatische incasso van de maandelijkse termijnen en vangt aan op het moment waarop de machtiging tot automatische incasso is ontvangen. 4 Indien in de betalingsregeling, bedoeld in het eerste en tweede lid, een motorrijtuigenbelastingschuld is begrepen, stelt de ontvanger tevens de voorwaarde dat de belastingschuldige een machtiging tot automatische incasso verleent voor toekomstige verplichtingen tot betaling van motorrijtuigenbelasting ter zake van alle kentekens die op zijn naam zijn gesteld ten tijde van het aangaan van de betalingsregeling. 5 artikel 12 Een betalingsregeling als bedoeld in het tweede lid wordt niet toegestaan indien de belastingschuldige of diens echtgenoot, bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet, over voldoende vermogen als bedoeld inbeschikt voor de voldoening van de schuld, voor zover dit vermogen op eenvoudige wijze liquide is te maken. 6 De ontvanger kan een verzoek om een betalingsregeling als bedoeld in het tweede lid afwijzen of een op grond van het tweede lid verleend uitstel van betaling intrekken, indien het ontstaan van de schuld, of een deel daarvan, is te wijten aan opzet of grove schuld van de belastingschuldige. 7 De ontvanger kan een verzoek om een betalingsregeling als bedoeld in het eerste en tweede lid afwijzen of een op grond van het eerste of tweede lid verleend uitstel van betaling intrekken, indien: a. de belastingschuldige in staat van surseance van betaling verkeert; b. de belastingschuldige in staat van faillissement verkeert; c. ten aanzien van de belastingschuldige de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is; d. artikel 19 van de wet er ter zake van de belastingschuld waarvoor uitstel van betaling wordt verzocht reeds een vordering als bedoeld inis gedaan of beslag is gelegd. 8 Indien de belastingschuldige gedurende de looptijd van een betalingsregeling als bedoeld in het eerste en tweede lid om een betalingsregeling verzoekt voor een belastingschuld die niet reeds in de lopende betalingsregeling is opgenomen, verleent de ontvanger voor het saldo van de op dat moment openstaande belastingschulden een nieuwe betalingsregeling onder de voorwaarden, genoemd in de vorige leden. 9 De ontvanger beëindigt het uitstel van betaling indien een maandelijkse termijnbetaling niet tijdig of niet volledig wordt voldaan. 2016 71813 29-12-2016 29-12-2016 2016-0000225960 71813 29-12-2016 Artikel XVII van Stcrt. 2016/71813 bevat overgangsrecht m.b.t.
deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel XIII, onderdeel
C, van de Fiscale vereenvoudigingswet 2017 in werking treedt.
Artikel 6g — Artikel 6g#
Artikel 6g 1 artikel 25, eenentwintigste lid, van de wet De ontvanger verleent de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek uitstel van betaling voor belastingaanslagen betreffende de erfbelasting in gevallen als bedoeld in, mits voldoende zekerheid is gesteld en wordt ingestemd met de door de ontvanger nader te stellen voorwaarden. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing bij een schriftelijk verzoek van een erfgenaam ter zake van belastingaanslagen, anders dan de belastingaanslag, bedoeld in het eerste lid, die behoren tot de nalatenschap van een natuurlijk persoon. 3 artikel 25, eenentwintigste lid, van de wet De belastingschuldige of de erfgenaam verstrekt bij zijn verzoek als bedoeld in het eerste lid, onderscheidenlijk het tweede lid, de benodigde gegevens, waaruit blijkt dat sprake is van een situatie als bedoeld in. De ontvanger kan zo nodig om aanvullende gegevens vragen. 4 De ontvanger kan afzien van de in het eerste lid gestelde zekerheidseis als dit voor de belastingschuldige of de erfgenaam leidt tot onevenredige gevolgen die niet in verhouding staan tot het doel van het stellen van zekerheid. 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 01-01-2023
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 hoofdstukken IB IC afdelingen 2 tot en met 5 van dit hoofdstuk De ontvanger verleent de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek bij voor administratief beroep vatbare beschikking kwijtschelding van de door hem verschuldigde rijksbelastingen in andere gevallen dan die, bedoeld in deen, op de voet van deze afdeling en de. 2 Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden de belastingrente, de revisierente en de bestuurlijke boeten die de belastingschuldige heeft belopen in verband met de in dit hoofdstuk bedoelde belastingen, gelijkgesteld met de belastingen waarmee zij samenhangen. 2013 15953 25-06-2013 10-06-2013 DB2013-301M 2013 15953 25-06-2013 10-06-2013 DB2013-301M 01-07-2013 01-01-2013
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Geen kwijtschelding wordt verleend: a. voor zover het feit dat een belastingaanslag niet kan worden voldaan aan de belastingschuldige is toe te rekenen; b. indien de belastingschuldige heeft nagelaten de vereiste aangifte in te dienen; c. artikelen 138 252 van de Faillissementswet indien de belastingschuldige in surseance van betaling of in staat van faillissement verkeert, tenzij sprake is van een akkoord als bedoeld in de, en; d. artikel 329 van de Faillissementswet indien ten aanzien van de belastingschuldige de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, tenzij sprake is van een akkoord als bedoeld in, dan wel van een belastingaanslag voor zover die materieel verschuldigd is geworden op een tijdstip of over een tijdvak dat is gelegen na de uitspraak waarbij de schuldsaneringsregeling van toepassing is verklaard en niet kan worden aangemerkt als boedelschuld; e. artikel 21 indien de belastingschuldige een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefent en ook na totstandkoming van een akkoord, bedoeld in, geen reële vooruitzichten zouden bestaan voor de voortzetting van het bedrijf of beroep; f. voor een voorlopige aanslag die nog niet is gevolgd door de aanslag; g. indien niet aan eventueel door de ontvanger gestelde voorwaarden is voldaan; h. voor een belastingaanslag motorrijtuigenbelasting of belasting zware motorrijtuigen die is opgelegd binnen een periode van drie jaar nadat kwijtschelding van een of meer andere belastingaanslagen motorrijtuigenbelasting of zware motorrijtuigen is verleend. 2 Wet inrichting landelijk gebied Geen kwijtschelding wordt verleend voor belastingaanslagen belasting van personenauto’s en motorrijwielen, voor belastingaanslagen welke zijn opgelegd wegens verschuldigde rente ingevolge de Ruilverkavelingswet 1954, alsmede voor belastingaanslagen welke zijn opgelegd wegens verschuldigde kosten ingevolge de. 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2025
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Gedurende de behandeling van het verzoek om kwijtschelding worden voor de belastingaanslag ten aanzien waarvan kwijtschelding is verzocht geen conservatoire maatregelen genomen of voortgezet. Eveneens wordt gedurende die tijd voor die belastingaanslag de dwanginvordering niet aangevangen of voortgezet. 2 Indien de ontvanger aannemelijk maakt dat gegronde vrees bestaat dat toepassing van het eerste lid ertoe zal leiden dat goederen, waarop de belastingschuld waarvan kwijtschelding is verzocht kan worden verhaald, zullen worden verduisterd, kan hij ondanks het verzoek om kwijtschelding conservatoire en zo nodig executoriale maatregelen nemen. Voor zover deze maatregelen een onherroepelijk karakter dragen is toestemming nodig van de directeur. 1990 103 30-05-1990 1990 103 30-05-1990 01-06-1990
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Deze afdeling heeft betrekking op kwijtschelding van inkomstenbelasting verschuldigd door natuurlijke personen die geen bedrijf of niet zelfstandig een beroep uitoefenen, van loonbelasting verschuldigd door werknemers alsmede van motorrijtuigenbelasting, belasting zware motorrijtuigen, erfbelasting, schenkbelasting, recht van overgang en belastingen van rechtsverkeer verschuldigd door natuurlijke personen. 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 34571-n1 29-12-2023 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2025
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Kwijtschelding wordt verleend voor: a. het gehele op de belastingaanslag openstaande bedrag indien geen vermogen en geen betalingscapaciteit aanwezig is; b. het openstaande bedrag van de belastingaanslag dat resteert nadat: 1°. het aanwezige vermogen is aangewend ter voldoening van de belastingaanslag; 2°. ten minste 80 percent van de betalingscapaciteit is aangewend; artikel 8 artikel 18 een en ander onverminderd het bepaalde inen. 2007 251 28-12-2007 20-12-2007 DB2007/655M 2007 251 28-12-2007 20-12-2007 DB2007/655M 01-01-2008 01-01-2007
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 11 artikel 3 van de Participatiewet Onder vermogen als bedoeld inwordt verstaan de waarde in het economische verkeer van de bezittingen van de belastingschuldige en van zijn echtgenoot, bedoeld in, verminderd met de schulden van de belastingschuldige en deze persoon die hoger bevoorrecht zijn dan de rijksbelastingen. 2 Onder bezittingen wordt niet begrepen: a. de inboedel voor zover deze niet bovenmatig is; b. rechten op kapitaalsuitkeringen of prestaties uit levensverzekering, uitsluitend bestaande uit een kapitaaluitkering bij overlijden van de belastingschuldige of zijn echtgenoot, mits deze kapitaaluitkering is bestemd voor de verzorging van de uitvaart van de belastingschuldige of zijn echtgenoot, dan wel op prestaties in natura ter zake van de verzorging van een uitvaart van de belastingschuldige of zijn echtgenoot; c. een auto die op het moment van het verzoek een waarde heeft van € 3.350 of minder; een auto met een waarde van meer dan € 3.350 wordt niet als vermogen beschouwd indien jegens de ontvanger aannemelijk kan worden gemaakt dat die auto absoluut onmisbaar is voor de uitoefening van een beroep dan wel absoluut onmisbaar is in verband met invaliditeit; d. artikel 16 artikel 15, eerste lid, onderdelen b, c en g het totale bedrag aan financiële middelen, andere dan de onder f bedoelde, voor zover dat bedrag de ingevolgein aanmerking te nemen kosten van bestaan vermeerderd met een bedrag ter grootte van het per maand gemiddelde bedrag van de uitgaven bedoeld in, niet te boven gaat, met dien verstande dat geen rekening wordt gehouden met de in die onderdelen bedoelde vermindering met ontvangen huurtoeslag of woonkostentoeslag, zorgtoeslag, onderscheidenlijk kindgebonden budget; e. Wet studiefinanciering 2000 Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten het bedrag op een bankrekening dat in het kader van deof deis verkregen in de vorm van leningen; f. een bedrag van € 3.350 aan financiële middelen per persoon voor personen die op 31 december 1999 de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt; g. de ingevolge een levensloopregeling opgebouwde voorziening; h. een oudedagsvoorziening in de vorm van een levens- of spaarverzekering of lijfrente voor zover deze niet bovenmatig is. 3 Onder waarde, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, wordt verstaan de prijs die de autohandel bereid is te betalen bij inkoop zonder gelijktijdige verkoop van een andere auto. 4 artikel 15, eerste lid, onderdelen b en c Indien de uitgaven, bedoeld in, verschuldigd zijn over een termijn van langer dan een maand wordt in plaats van het per maand gemiddelde bedrag in aanmerking genomen het deel van het termijnbedrag voor zover dat, gelet op de vervaldatum van de termijnbetaling, op het moment van het verzoek om kwijtschelding redelijkerwijs kan worden aangemerkt als reservering voor die termijnbetaling. 5 artikel 3 van de Participatiewet Een bezitting van de belastingschuldige en zijn echtgenoot, bedoeld in, wordt buiten beschouwing gelaten indien het onredelijk bezwarend is deze terstond liquide te maken, mits een bedrag gelijk aan de waarde in het economische verkeer van de betreffende bezitting, verminderd met de op die bezitting betrekking hebbende schulden van de belastingschuldige en zijn echtgenoot die hoger bevoorrecht zijn dan de rijksbelastingen, is of wordt voldaan binnen een door de ontvanger gestelde termijn en volgens de door de ontvanger gestelde voorwaarden. 2025 21565 27-06-2025 15-06-2025 2025-000164443 2025 21565 27-06-2025 15-06-2025 2025-000164443 01-07-2025
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 11 Onder betalingscapaciteit, bedoeld in, wordt verstaan het positieve verschil in de periode van 12 maanden vanaf de datum waarop het verzoek om kwijtschelding is ingediend van het gemiddeld per maand te verwachten netto-besteedbare inkomen van de belastingschuldige in die periode en de gemiddeld per maand te verwachten kosten van bestaan in die periode. 2 artikel 3 van de Participatiewet Het netto-besteedbare inkomen van de belastingschuldige, bedoeld in het eerste lid, wordt vermeerderd met het gemiddeld per maand te verwachten netto-besteedbare inkomen in de periode van twaalf maanden vanaf de datum waarop het verzoek om kwijtschelding is ingediend van zijn echtgenoot, bedoeld in. 2014 34049 01-12-2014 24-11-2014 2014-0000174745 2014 34049 01-12-2014 24-11-2014 2014-0000174745 01-01-2015
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 13 artikel 15, eerste lid Onder het netto-besteedbare inkomen, bedoeld in, wordt verstaan het met de in, vermelde uitgaven verminderde gezamenlijke bedrag van: a. hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 de aan inhouding van loonbelasting/premie voor de volksverzekeringen onderworpen inkomsten verminderd met de wettelijke inhoudingen, zonder rekening te houden met de daarbij eventueel in mindering gebrachte jonggehandicaptenkorting, bedoeld in, en de ingehouden pensioenpremies, bijdragen ingevolge een levensloopregeling en premies ziektekostenverzekering; b. artikelen 157 158 404 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek uitkeringen voor levensonderhoud ingevolge de,of; c. overige inkomsten met uitzondering van: 1°. Algemene Kinderbijslagwet de uitkeringen ingevolge de; 2°. vervallen; 3°. hoofdstuk 1, afdeling 2, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen de kinderopvangtoeslag, bedoeld in, en de tegemoetkomingen ingevolge de; 4°. artikel 31, tweede lid, onderdeel j, van de Participatiewet de premie, bedoeld in, alsmede een daarmee naar aard, strekking en omvang overeenkomende premie; 5°. artikel 36 van de Participatiewet de individuele inkomenstoeslag, bedoeld in; 6°. Jeugdwet de vergoeding voor de verzorging en opvoeding van een pleegkind in het kader van de; 7°. Wet op het kindgebonden budget het kindgebonden budget, bedoeld in de; 8°. artikel 1, onderdeel e, van de Wet op de huurtoeslag Participatiewet artikel 1, onderdeel e, van de Wet op de zorgtoeslag de huurtoeslag, bedoeld in, de krachtens deontvangen woonkostentoeslag en de zorgtoeslag, bedoeld in; 9°. artikel 31, tweede lid, onderdelen n, r, y, z en aa, van de Participatiewet artikel 8, tweede, vijfde, zevende, negende en tiende lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers artikel 8, derde, negende, elfde, dertiende en veertiende lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen de inkomsten uit arbeid, bedoeld in, en inkomen uit arbeid dat ingevolgeenniet als inkomen uit arbeid wordt beschouwd; 10°. artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk tot ten hoogste de bedragen, genoemd in. 2 artikel 13, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen Tot de inkomsten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt ook gerekend de voorlopige teruggaaf, bedoeld in, daaronder begrepen de aanspraak op een zodanige teruggaaf. 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 01-01-2026
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 14, eerste lid Als uitgaven als bedoeld in, worden in aanmerking genomen: a. artikel 8, tweede lid artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel h, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen betalingen op belastingschulden, met uitzondering van die genoemd in, en betalingen op terugvorderingen van tegemoetkomingen als bedoeld in; b. artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag artikel 16 van die wet artikel 17, tweede lid, van die wet artikel 1 van de Wet verlaging eigen bijdrage huurtoeslag het bedrag van de voor rekening van de belastingschuldige komende nettowoonlasten tot maximaal het bedrag, genoemd in, voorzover dit meer is dan het bedrag dat gelijk is aan de basishuur, genoemd in, waarbij deze basishuur is gebaseerd op het bedrag, genoemd in, met in achtneming van een correctie op de basishuur als bedoeld in; c. artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet Wet langdurige zorg artikel 2 van de Wet op de zorgtoeslag Wet op de zorgtoeslag artikel 16 de niet door de werkgever ingehouden premies ziektekostenverzekering, de premie voor een zorgverzekering als bedoeld inen de premie voor verzekering ingevolge de, verminderd met de normpremie, bedoeld in, voor zover reeds begrepen in de bijstandsnorm zoals die voor de belastingschuldige geldt ingevolge, en met de krachtens deontvangen zorgtoeslag; d. artikelen 157 158 404 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek betaalde uitkeringen voor levensonderhoud ingevolge de,of; e. artikel 8, tweede lid aflossingen op leningen voor zover die zijn aangewend voor de betaling van belastingschulden, met uitzondering van die genoemd in; f. de met het houden van kostgangers verbonden kosten tot een totaal van € 16,20 per dag, met dien verstande dat bij de bepaling van het aantal dagen een volle maand op 30 dagen wordt gesteld; g. artikel 2 van de Wet op het kindgebonden budget wet uitgaven voor het levensonderhoud van kinderen, vastgesteld op het verschil tussen het maximale bedrag waarop de belastingschuldige, zijn toetsingsinkomen buiten beschouwing latend, op grond vanaanspraak zou kunnen maken en het bedrag van de krachtens diete ontvangen kindgebonden budget; h. andere uitgaven van de belastingschuldige dan genoemd in dit lid, die naar het oordeel van de ontvanger redelijkerwijs niet buiten beschouwing kunnen worden gelaten bij het vaststellen van het netto-besteedbare inkomen, omdat deze uitgaven door de ontvanger noodzakelijk worden geacht. 2 artikel 41 van de Zorgverzekeringswet Onder betalingen op belastingschulden wordt mede begrepen een betaling ter zake van premie voor de volksverzekeringen en ter zake van de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in. 3 artikel 5, eerste lid, van de Wet op de huurtoeslag artikel 1, onderdeel e, van die wet Onder nettowoonlasten wordt verstaan: de op de belastingschuldige drukkende huurprijs, bedoeld in, dan wel hypotheekrente en erfpachtcanon ter zake van een door hem bewoonde woning voor zover deze hem voor gebruik ter beschikking staat, verminderd met de te ontvangen huurtoeslag, bedoeld in, of met de te ontvangen woonkostentoeslag. 4 artikel 22a van de Participatiewet Indien de belastingschuldige zijn woning deelt met een of meer personen op wie de norm, bedoeld in, van toepassing is, worden de nettowoonlasten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, geacht gelijkelijk over ieder van deze personen te zijn verdeeld. 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 01-01-2026
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 13, eerste lid De kosten van bestaan, bedoeld in, bedragen voor een belastingschuldige die wordt aangemerkt als: a. artikel 3 van de Participatiewet artikel 21, onderdeel b, van die wet een echtgenoot als bedoeld in: 90 percent van de bijstandsnorm, bedoeld in; b. artikel 4, eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b, van de Participatiewet artikel 21, onderdeel a, van die wet een alleenstaande of een alleenstaande ouder als bedoeld in: 90 percent van de bijstandsnorm, bedoeld in. 2 artikel 13, eerste lid De kosten van bestaan, bedoeld in, bedragen, in afwijking van het eerste lid, voor een belastingschuldige die wordt aangemerkt als: a. artikel 3 van de Participatiewet artikel 22a van die wet een echtgenoot als bedoeld in, die, afgezien van zijn echtgenoot, niet met een of meer andere personen op wie de kostendelersnorm, bedoeld in, van toepassing is, in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft en: 1°. artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet artikel 22, onderdeel b, van de Participatiewet die tezamen met zijn echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, heeft bereikt: 90 percent van de norm, bedoeld in; 2°. artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet artikel 22, onderdeel c, van de Participatiewet die alleen of waarvan de echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, heeft bereikt: 90 percent van de norm, bedoeld in; b. artikel 3 van de Participatiewet artikel 22a van die wet een echtgenoot als bedoeld in, die zijn woning deelt met zijn echtgenoot en met een of meer andere personen op wie de norm, bedoeld in, van toepassing is: 90 percent van de som van de norm, bedoeld in artikel 22a, eerste lid, van die wet, die voor ieder van de echtgenoten afzonderlijk geldt; c. artikel 4, eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b, van de Participatiewet artikel 22a van die wet artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet artikel 22, onderdeel a, van de Participatiewet een alleenstaande of een alleenstaande ouder als bedoeld in, die niet met een of meer personen op wie de norm, bedoeld in, van toepassing is, in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft en die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, heeft bereikt: 90 percent van de norm, bedoeld in; d. artikel 4, eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b, van de Participatiewet artikel 22a van die wet een alleenstaande of een alleenstaande ouder als bedoeld in, die zijn woning deelt met een of meer personen op wie de norm, bedoeld in, van toepassing is: 90 percent van de norm, bedoeld in artikel 22a, eerste lid, van die wet. 3 artikel 13, eerste lid artikel 23 van de Participatiewet De kosten van bestaan, bedoeld in, bedragen, in afwijking van de vorige leden, voor de belastingschuldige die ter verzorging of verpleging in een daartoe bestemde inrichting is opgenomen: de prijs die is verschuldigd voor verzorging dan wel verpleging, verhoogd met twee derden van de op hem van toepassing zijnde bijstandsnorm, genoemd in. 4 artikel 13, eerste lid artikel 1 van de Regeling woonlandbeginsel in de sociale zekerheid 2012 De kosten van bestaan, bedoeld in, worden voor de belastingschuldige die buiten Nederland woont aangepast met het percentage dat inen de bijlage bij die regeling is opgenomen voor het woonland van de belastingschuldige. 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 01-01-2025
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 2006 251 27-12-2006 12-12-2006 DB2006-658M 2006 251 27-12-2006 12-12-2006 DB2006-658M 01-01-2007
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Geen kwijtschelding wordt verleend ten belope van het bedrag van de te betalen belasting waarop het verzoek betrekking heeft waarvan aannemelijk is dat dit bedrag kan worden voldaan omdat: a. binnen twee jaren na het verzoek als gevolg van sterk wisselende inkomens een hoger inkomen is te verwachten; of b. binnen een jaar na het verzoek een verbetering in de financiële omstandigheden is te verwachten; of c. artikel 14, tweede lid binnen een jaar na het verzoek een belastingteruggaaf, anders dan de voorlopige teruggaaf, bedoeld in, kan worden verwacht. 2001 82 27-04-2001 25-04-2001 2001 82 27-04-2001 25-04-2001 29-04-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikel 3 van de Participatiewet Het vermogen en de betalingscapaciteit van zijn echtgenoot, bedoeld in, wordt buiten beschouwing gelaten voor zover een door de belastingschuldige gedaan verzoek om kwijtschelding betrekking heeft op belastingschulden die zijn ontstaan voor de aanvang van de gezamenlijke huishouding. 2014 34049 01-12-2014 24-11-2014 2014-0000174745 2014 34049 01-12-2014 24-11-2014 2014-0000174745 01-01-2015
Artikel 19a — Artikel 19a#
Artikel 19a 1 artikel 329 van de Faillissementswet artikelen 8, eerste lid, onderdelen a, b, e, f, g en h, en tweede lid 10 tot en met 19 Indien ten aanzien van de belastingschuldige de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard en deze overeenkomstigeen akkoord aanbiedt, verleent de ontvanger, de, enbuiten toepassing latend, zijn medewerking aan de totstandkoming van dat akkoord, mits: 1°. het te ontvangen deel van de belastingschuld of belastingschulden ten minste het dubbele percentage bedraagt van hetgeen aan concurrente schuldeisers op hun vorderingen zal worden uitgekeerd en van ten minste dezelfde omvang is als kan worden verkregen indien de schuldsaneringsregeling zou worden voortgezet; 2°. reële vooruitzichten aanwezig zijn dat de belastingschuldige in staat is de fiscale verplichtingen die opkomen na het tijdstip waarop de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen ten aanzien van hem van toepassing is verklaard, tijdig en volledig na te komen; 3°. de ontvanger noch in uitkeringspercentage noch in tempo van betaling wordt achtergesteld bij gelijkbevoorrechte schuldeisers, een en ander onder de voorwaarde dat het vonnis van homologatie van het akkoord in kracht van gewijsde zal gaan. 2 artikel 287a van de Faillissementswet Het eerste lid is, uitgezonderd hetgeen daarin met betrekking tot homologatie is vermeld, van overeenkomstige toepassing op een buitengerechtelijk akkoord dat wordt aangeboden in gevallen waarin, naar redelijkerwijs mag worden aangenomen, de belastingschuldige, afgezien van de daarvoor te vervullen formaliteiten, in aanmerking zou komen voor de toepassing van een schuldregeling als bedoeld in. 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2025
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikel 1 van de Wet belastingen op milieugrondslag Deze afdeling heeft betrekking op kwijtschelding van inkomstenbelasting verschuldigd door natuurlijke personen die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefenen, van vennootschapsbelasting, van loonbelasting verschuldigd door werkgevers, van omzetbelasting, dividendbelasting, kansspelbelasting, motorrijtuigenbelasting, belasting zware motorrijtuigen, accijnzen, verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken, van de ingenoemde belastingen en van erfbelasting, schenkbelasting, recht van overgang en belastingen van rechtsverkeer verschuldigd door rechtspersonen. 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 01-01-2025 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 34571-n1 29-12-2023 01-01-2025 Inwerkingtreding voorheen door Stcrt. 2023/34571 gesteld op 1
januari 2024.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Kwijtschelding wordt uitsluitend verleend indien dit geschiedt in het kader van een akkoord met alle schuldeisers en er geen redelijke mogelijkheid aanwezig is om een derde aansprakelijk te stellen. 1990 103 30-05-1990 1990 103 30-05-1990 01-06-1990
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Medewerking van de ontvanger aan een akkoord geschiedt slechts indien: a. het te ontvangen deel van de belastingschuld: 1°. ten minste het dubbele percentage bedraagt van hetgeen aan concurrente schuldeisers op hun vorderingen zal worden uitgekeerd; 2°. een substantiële omvang heeft, zowel absoluut als in relatie tot de totale belastingschuld; 3°. van ten minste dezelfde omvang is als kan worden verkregen door middel van executiemaatregelen; b. de ontvanger noch in uitkeringspercentage noch in tempo van betaling wordt achtergesteld bij gelijkbevoorrechte schuldeisers; c. fiscale verplichtingen die opkomen tijdens de behandeling van het verzoek om kwijtschelding tijdig en volledig worden nagekomen; d. bij voortzetting van het bedrijf of zelfstandig beroep van de belastingschuldige na de totstandkoming van het akkoord reële vooruitzichten aanwezig zijn voor de voortzetting van de onderneming. 2002 216 08-11-2002 06-11-2002 WDB2002/666M 2002 216 08-11-2002 06-11-2002 WDB2002/666M 01-01-2003
Artikel 22a — Artikel 22a#
Artikel 22a Artikel 19a artikelen 10 tot en met 19 artikelen 20 tot en met 22 is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat in plaats van ,,de” wordt gelezen: de. 1990 103 30-05-1990 1990 103 30-05-1990 01-06-1990
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikel 20 afdeling 2 Indien een natuurlijk persoon zijn bedrijf of zelfstandige beroepsuitoefening heeft gestaakt en aannemelijk is dat die belastingschuldige in de toekomst geen bedrijf of niet zelfstandig een beroep meer zal uitoefenen, wordt kwijtschelding van de belastingen, bedoeld in, verleend overeenkomstig het bepaalde in. 1990 103 30-05-1990 1990 103 30-05-1990 01-06-1990
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 artikel 7, eerste lid Indien de belastingschuldige zich niet kan verenigen met de beschikking, bedoeld in, kan hij binnen tien dagen na dagtekening van de kennisgeving waarmee de beschikking is bekendgemaakt, een beroepschrift richten tot de directeur onder vermelding van de gronden van het beroep. Het beroepschrift wordt ingediend bij de ontvanger. 1990 103 30-05-1990 1990 103 30-05-1990 01-06-1990
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 De directeur beslist op het beroep bij uitspraak. 2 Indien de directeur geheel of gedeeltelijk aan het beroep van de belastingschuldige tegemoetkomt, stelt hij bij die uitspraak het bedrag van de kwijtschelding vast. 3 De directeur maakt de uitspraak aan de belastingschuldige bekend door uitreiking of toezending van een gedagtekende kennisgeving terzake. 1990 103 30-05-1990 1990 103 30-05-1990 01-06-1990
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 De ontvanger verleent op schriftelijk verzoek van de aansprakelijk gestelde ontslag van de verplichting tot betaling van rijksbelastingen op de voet van deze afdeling. 2 Ontslag van de verplichting tot betaling van een belastingaanslag doet niet de belastingschuld zelve teniet gaan. Het ontslag werkt uitsluitend ten aanzien van de aansprakelijk gestelde aan wie dat ontslag is verleend. 3 afdelingen 1 tot en met 5 van dit hoofdstuk afdeling 2 De bepalingen van dezijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat een verzoek om ontslag van betalingsverplichting van een natuurlijk persoon die geen bedrijf of niet zelfstandig een beroep uitoefent wordt beoordeeld met overeenkomstige toepassing vanongeacht de belasting waarop het verzoek betrekking heeft. 1990 103 30-05-1990 1990 103 30-05-1990 01-06-1990
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Deze afdeling heeft betrekking op: alsmede op de daarmee samenhangende bestuurlijke boeten. a. hoofdstuk XV, paragraaf 2, van de Provinciewet provinciale belastingen als bedoeld inalsmede belastingen waarvan de heffing krachtens andere wetten door de provincie geschiedt; b. hoofdstuk XV, paragraaf 2 3, van de Gemeentewet gemeentelijke belastingen als bedoeld inenalsmede belastingen waarvan de heffing krachtens andere wetten door de gemeente geschiedt; c. hoofdstuk XVI van de Waterschapswet waterschapsbelastingen als bedoeld inalsmede belastingen waarvan de heffing krachtens bijzondere wetten door het waterschap geschiedt; d. artikel 8a.38 van de Wet luchtvaart de geluidsheffing burgerluchtvaart ingevolge; e. artikel 7.2, eerste lid, van de Waterwet de verontreinigingsheffing ingevolge; 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2024
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 27 Met betrekking tot een verzoek om kwijtschelding van de ingenoemde belastingen en heffingen verschuldigd door: a. afdelingen 1 2 5 een natuurlijk persoon die geen bedrijf of niet zelfstandig een beroep uitoefent, zijn de,envan overeenkomstige toepassing; b. afdelingen 1 3 4 5 artikel 27, onderdeel a, onderdeel b, onderscheidenlijk onderdeel c afdelingen 1 2 5 een natuurlijk persoon die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefent, zijn de,,envan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien door de provinciale staten, de gemeenteraad of het algemeen bestuur van het waterschap daartoe is besloten, met betrekking tot een verzoek om kwijtschelding van de in, bedoelde belastingen en heffingen die geen verband houden met de uitoefening van dat bedrijf of beroep, de,envan overeenkomstige toepassing zijn; c. afdelingen 1 3 5 een rechtspersoon zijn de,envan overeenkomstige toepassing. 2 artikel 9, tweede lid afdeling 5 Waar in, en insprake is van directeur wordt voor: a. provinciale belastingen gelezen: gedeputeerde staten; b. gemeentelijke belastingen gelezen: het college van burgemeester en wethouders; c. waterschapsbelastingen gelezen: het dagelijks bestuur; d. de geluidsheffing burgerluchtvaart gelezen: de inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat. 3 artikel 27, onderdeel a, onderdeel b, onderscheidenlijk onderdeel c artikel 15, eerste lid artikel 1.7, eerste en tweede lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen hoofdstuk 1, afdeling 2, van die wet Indien door de provinciale staten, de gemeenteraad of het algemeen bestuur van het waterschap daartoe is besloten, worden met betrekking tot een verzoek om kwijtschelding van de in, bedoelde belastingen en heffingen in afwijking van het eerste lid, onderdelen a en b, als uitgaven als bedoeld in, mede in aanmerking genomen de overeenkomstigbepaalde kosten van kinderopvang verminderd met de kinderopvangtoeslag of met de tegemoetkoming van de gemeente of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de te betalen kosten van kinderopvang, bedoeld in. 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2024
Artikel 28a — Artikel 28a#
Artikel 28a artikel 27 afdeling 6 artikel 28, tweede lid Met betrekking tot een verzoek om ontslag van de verplichting tot betaling van de ingenoemde belastingen en heffingen zijnen, van overeenkomstige toepassing. 2001 250 28-12-2001 28-12-2001 2001 250 28-12-2001 28-12-2001 01-01-2002
Artikel 28abis — Artikel 28abis#
Artikel 28abis Vervallen 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 01-01-2023
Artikel 28b — Artikel 28b#
Artikel 28b Vervallen 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2024
Artikel 28c — Artikel 28c#
Artikel 28c Vervallen 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2024
Artikel 28d — Artikel 28d#
Artikel 28d Vervallen 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2024
Artikel 28e — Artikel 28e#
Artikel 28e Vervallen 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2024
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 De in rekening te brengen invorderingsrente wordt berekend over iedere betaling afzonderlijk. 1990 103 30-05-1990 1990 103 30-05-1990 01-06-1990
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Voor de berekening van de in rekening te brengen invorderingsrente over een betaald bedrag wordt gebruik gemaakt van de volgende formule: = invorderingsrente 2 Indien het bedrag van de betaling moet worden gesplitst in hoofdsom en invorderingsrente, wordt gebruik gemaakt van de volgende formules: = hoofdsom betaling - hoofdsom = invorderingsrente. 3 In de formules wordt met A het aantal dagen aangegeven waarover invorderingsrente is verschuldigd en met P de onderscheiden rentepercentages welke over de verschillende periodes zijn verschuldigd. 4 Het bedrag van de betaling wordt naar beneden afgerond op gehele euro’s. 2001 247 20-12-2001 14-12-2001 2001 247 20-12-2001 14-12-2001 01-01-2002
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Bij de bepaling van het aantal dagen waarover invorderingsrente wordt berekend, wordt: a. de maand waarin de enige of laatste betalingstermijn van de aanslag vervalt, tot het werkelijke aantal dagen in aanmerking genomen met dien verstande dat de maand februari altijd op 28 dagen wordt gesteld; b. een volle maand gesteld op 30 dagen en een jaar op 360 dagen. 1990 103 30-05-1990 1990 103 30-05-1990 01-06-1990
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 Het bedrag van de in rekening te brengen invorderingsrente wordt naar beneden afgerond op gehele euro’s. 2 Het bedrag van de te vergoeden invorderingsrente wordt naar boven afgerond op gehele euro’s. 2001 247 20-12-2001 14-12-2001 2001 247 20-12-2001 14-12-2001 01-01-2002
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 Bij de enige of laatste betaling wordt een bedrag aan invorderingsrente van € 49 of minder niet in rekening gebracht. 2 artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt elke vijf jaar bij het begin van het kalenderjaar, voor het eerst per 1 januari 2026, aangepast overeenkomstig de tabelcorrectiefactor, bedoeld in. 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 01-01-2026
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 artikel 29 Bij uitstel van betaling voor een periode van drie jaren of langer kan de ontvanger bedingen dat de in rekening te brengen invorderingsrente in afwijking vanjaarlijks wordt betaald. 1990 103 30-05-1990 1990 103 30-05-1990 01-06-1990
Artikel 34a — Artikel 34a#
Artikel 34a artikelen 30 31 32 De,enzijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de kredietrente en de vertragingsrente. 2016 21764 28-04-2016 21-04-2016 AFP/2016/372M 2016 21764 28-04-2016 21-04-2016 AFP/2016/372M 01-05-2016
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Vervallen 2003 249 24-12-2003 15-12-2003 SV/F&W/03/95330 2003 249 24-12-2003 15-12-2003 SV/F&W/03/95330 01-01-2004
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Vervallen 2003 249 24-12-2003 15-12-2003 SV/F&W/03/95330 2003 249 24-12-2003 15-12-2003 SV/F&W/03/95330 01-01-2004
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Vervallen 2003 249 24-12-2003 15-12-2003 SV/F&W/03/95330 2003 249 24-12-2003 15-12-2003 SV/F&W/03/95330 01-01-2004
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Vervallen 2003 249 24-12-2003 15-12-2003 SV/F&W/03/95330 2003 249 24-12-2003 15-12-2003 SV/F&W/03/95330 01-01-2004
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Vervallen 2003 249 24-12-2003 15-12-2003 SV/F&W/03/95330 2003 249 24-12-2003 15-12-2003 SV/F&W/03/95330 01-01-2004
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Vervallen 2003 249 24-12-2003 15-12-2003 SV/F&W/03/95330 2003 249 24-12-2003 15-12-2003 SV/F&W/03/95330 01-01-2004
Artikel 40a — Artikel 40a#
Artikel 40a artikel 42c van de wet Als goederen als bedoeld inworden de volgende goederen aangewezen, de toebehoren en onderdelen van die goederen daaronder begrepen: a. telecommunicatie- en computerapparatuur en -programmatuur; b. foto-, film-, video- en geluidsapparatuur alsmede beeld- en geluiddragers zoals video- en muziekcassettes en compactdiscs en digitale videodiscs; c. landvoertuigen die zijn uitgerust met een motor van meer dan 48 cc cilinderinhoud of met een vermogen van meer dan 7,2 kW. 2001 250 28-12-2001 28-12-2001 2001 250 28-12-2001 28-12-2001 01-01-2002
Artikel 40b — Artikel 40b#
Artikel 40b 1 artikel 3.133, tweede lid, onderdeel h, van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 44a, eerste lid, van de wet Ingeval een lijfrenteverplichting in een situatie als bedoeld inovergaat of, beoordeeld aan het einde van het kalenderjaar, is overgegaan op een niet in Nederland gevestigd pensioenfonds of lichaam dat het verzekeringsbedrijf uitoefent, kan de ontvanger onder door hem te stellen voorwaarden aan de verzekeraar die op grond vanaansprakelijk is een schriftelijke verklaring doen toekomen inhoudende een onherroepelijke mededeling dat de aansprakelijkheid niet langer geldt voor de in dat artikel bedoelde inkomstenbelasting en revisierente. 2 artikel 44a, eerste lid, van de wet Indien de lijfrenteverplichting is overgegaan op een niet in een van de lidstaten van de Europese Unie, in Noorwegen, in IJsland, in Liechtenstein of in Zwitserland gevestigd pensioenfonds of lichaam geeft de ontvanger de in het eerste lid bedoelde verklaring af op schriftelijk verzoek van de verzekeraar die op grond vanaansprakelijk is, mits het pensioenfonds of lichaam zich bij overeenkomst garant stelt voor de voldoening van de in artikel 44a, eerste lid, van de wet bedoelde inkomstenbelasting en revisierente. 3 Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing indien de verzekeringnemer of de gerechtigde voldoende zekerheid heeft gesteld. 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 01-01-2025 16-11-2023
Artikel 40c — Artikel 40c#
Artikel 40c 1 artikel 19b, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 artikel 44b, eerste lid, van de wet dat artikel Ingeval een verplichting ingevolge een pensioenregeling in een situatie als bedoeld inovergaat op een niet in Nederland gevestigd pensioenfonds of lichaam dat het verzekeringsbedrijf uitoefent, kan de ontvanger onder door hem te stellen voorwaarden aan de verzekeraar die op grond vanaansprakelijk is een schriftelijke verklaring doen toekomen inhoudende een onherroepelijke mededeling dat de aansprakelijkheid niet langer geldt voor de inbedoelde loon- en inkomstenbelasting alsmede revisierente. 2 artikel 44b, eerste lid, van de wet Indien de pensioenverplichting is overgegaan op een niet in een van de lidstaten van de Europese Unie, in Noorwegen, in IJsland, in Liechtenstein of in Zwitserland gevestigd pensioenfonds of lichaam geeft de ontvanger de in het eerste lid bedoelde verklaring af op schriftelijk verzoek van de verzekeraar die op grond vanaansprakelijk is, mits het pensioenfonds of lichaam zich bij overeenkomst garant stelt voor de voldoening van de in artikel 44b, eerste lid, van de wet bedoelde loon- en inkomstenbelasting alsmede revisierente. 3 Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing indien de verzekeringnemer of de gerechtigde voldoende zekerheid heeft gesteld. 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 2024 41523 24-12-2024 19-12-2024 2024-0000566137 01-01-2025 16-11-2023
Artikel 40ca — Artikel 40ca#
Artikel 40ca 1 artikel 7a, vierde lid, van de wet Als gevallen als bedoeld inworden aangewezen uitbetalingen van inkomstenbelasting door de ontvanger op een bankrekening: a. van een lid van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet voor zover de uitbetaling plaatsvindt in het kader van de uitvoering van een schuldregelingsovereenkomst in de zin van de Gedragscode Schuldhulpverlening van die organisatie of een overeenkomst tot budgetbeheer in de zin van die gedragscode; b. van een gemeente op grond van een schuldregelingsovereenkomst als bedoeld in onderdeel a, een overeenkomst tot budgetbeheer als bedoeld in onderdeel a of een overeenkomst met dezelfde strekking; c. van een derde die: voor zover de uitbetaling plaatsvindt in het kader van de uitvoering van een schuldregelingsovereenkomst als bedoeld in onderdeel a, een overeenkomst tot budgetbeheer als bedoeld in onderdeel a of een overeenkomst met dezelfde strekking; 1°. Wet langdurige zorg een subsidiebeschikking heeft ontvangen van een gemeente dan wel een overeenkomst heeft met een Wlz-uitvoerder voor het leveren van zorg in natura ingevolge de; en 2°. voldoet aan de norm NEN-ISO 9001; d. van een derde, die meerderjarig en handelingsbekwaam is, indien een belastingschuldige niet beschikt over een bankrekening die op zijn naam staat, deze naar het oordeel van de ontvanger niet in staat is een bankrekening op zijn naam te openen door zijn lichamelijke of geestelijke toestand, en deze om uitbetaling op een bankrekening van een derde verzoekt. 2 artikel 25, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen artikel 7a, eerste lid, tweede volzin, van de wet Bij gevallen als bedoeld inisniet van toepassing. 3 artikel 7a, vierde lid, van de wet Indien op grond vande uitbetaling plaatsvindt op een andere bankrekening dan die van de belastingschuldige, vindt het gegevensverkeer met betrekking tot die uitbetaling tussen de Belastingdienst en die rekeninghouder plaats met gebruikmaking van het burgerservicenummer van de belastingschuldige. 4 Bij toepassing van het eerste lid, onderdelen a tot en met c, wijst het aldaar bedoelde lid, de aldaar bedoelde gemeente of de aldaar bedoelde derde aan op welke bankrekening wordt uitbetaald, ten behoeve van welke belastingschuldige en voor welke uitbetaling. Voorts wordt melding gemaakt van de beëindiging van de in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, bedoelde overeenkomst. 2016 71813 29-12-2016 29-12-2016 2016-0000225960 2016 71813 29-12-2016 29-12-2016 2016-0000225960 01-01-2017 23-05-2014
Artikel 40d — Artikel 40d#
Artikel 40d Vervallen 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2024
Artikel 40e — Artikel 40e#
Artikel 40e Vervallen 2015 47716 30-12-2015 30-12-2015 DB/2015/465M 2015 47716 30-12-2015 30-12-2015 DB/2015/465M 01-01-2016
Artikel 40f — Artikel 40f#
Artikel 40f Vervallen 2014 36880 30-12-2014 30-12-2014 IZV2014/715M 2014 36880 30-12-2014 30-12-2014 IZV2014/715M 01-01-2015
Artikel 40g — Artikel 40g#
Artikel 40g 1 artikel 70b, eerste lid, eerste volzin, van de wet De ontvanger verleent de belastingschuldige op diens schriftelijk verzoek uitstel van betaling voor belastingaanslagen betreffende de inkomstenbelasting, bedoeld in, mits voldoende zekerheid wordt gesteld en wordt ingestemd met de door de ontvanger nader te stellen voorwaarden. Het schriftelijke verzoek en de zekerheidstelling blijven achterwege in geval van emigratie van de belastingschuldige naar een andere lidstaat van de Europese Unie, Noorwegen, IJsland of Liechtenstein. 2 artikel 70b, eerste lid, derde volzin, van de wet De ontvanger beëindigt het uitstel indien zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in. 3 artikel 70b, eerste lid, derde volzin, van de wet Ingeval zich een omstandigheid als bedoeld invoordoet, stelt de belastingschuldige de ontvanger daarvan onverwijld schriftelijk in kennis. 2013 36216 30-12-2013 30-12-2013 DB2013/599M 2013 36216 30-12-2013 30-12-2013 DB2013/599M 01-01-2014 01-01-2013
Artikel 40h — Artikel 40h#
Artikel 40h 1 artikel 40g artikel 70b, eerste lid, derde volzin, van de wet artikel 70ba van de wet Indien de ontvanger het op de voet vanverleende uitstel van betaling beëindigt omdat zich een omstandigheid als bedoeld inbedoelde omstandigheid voordoet, verleent hij op schriftelijk verzoek van de belastingschuldige kwijtschelding van inkomstenbelasting tot een omvang als bedoeld in. 2 artikel 70b, eerste lid, derde volzin, van de wet In afwijking van het eerste lid is voor het verlenen van kwijtschelding geen schriftelijk verzoek nodig indien de belastingschuldige op het moment dat zich een omstandigheid als bedoeld invoordoet, in een andere lidstaat van de Europese Unie of in Noorwegen, IJsland of Liechtenstein woont. 2013 36216 30-12-2013 30-12-2013 DB2013/599M 2013 36216 30-12-2013 30-12-2013 DB2013/599M 01-01-2014 01-01-2013
Artikel 40i — Artikel 40i#
Artikel 40i artikel 70ca van de wet artikel 12c van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 De ontvanger kan een op grond vangegeven kwijtscheldingsbeschikking intrekken indien de gegevens die op grond vanzoals dat artikel luidde op 31 december 2019 aan de Belastingdienst zijn verstrekt, onjuist of onvolledig blijken te zijn. 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 01-01-2026
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juni 1990. 2 Deze regeling kan worden aangehaald als: Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. 2001 250 28-12-2001 28-12-2001 2001 250 28-12-2001 28-12-2001 01-01-2002
Artikel 1cb#
artikel 1cb