Nachtvliegregeling Maastricht Airport 1990
- BWB-id
- BWBR0004945
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 1998-04-01 t/m 2009-10-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004945
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1991/nachtvliegregeling-maastricht-airport-1990
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1991/nachtvliegregeling-maastricht-airport-1990/1998-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004945&g=1998-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004945&z=2026-06-06&g=1998-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004945/1998-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1991/nachtvliegregeling-maastricht-airport-1990
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. het luchtvaartterrein: het luchtvaartterrein Maastricht; b. vliegtuigbeweging: een start of een landing van een vliegtuig; c. gebruiker: de luchtvaartmaatschappij die het vliegtuig in gebruik heeft, dan wel de maatschappij ten behoeve waarvan het wordt ingezet of, indien van een dergelijke luchtvaartmaatschappij of maatschappij geen sprake is, de gezagvoerder van het vliegtuig; d. het Verdrag: het Verdrag van Chicago (Trb. 1973, 109); e. vliegtuigen behorende tot categorie 1: vleugelvliegtuigen met schroefaandrijving, waarvan de maximaal toegelaten totaalmassa minder dan 6000 kg bedraagt, 1. waarvan naar genoegen van de minister van Verkeer en Waterstaat is aangetoond dat zij geluidgecertificeerd zijn overeenkomstig hoofdstuk 5 of 6 van Bijlage 16, titel I, bij het Verdrag, en 2. Bijlage 1 die zijn genoemd inbij deze regeling; f. vliegtuigen behorend tot categorie 2: vleugelvliegtuigen met schroefaandrijving, waarvan de maximaal toegelaten totaalmassa gelijk of groter is dan 6000 kg, en vleugelvliegtuigen met straalaandrijving, 1. waarvan naar genoegen van de minister van Verkeer en Waterstaat is aangetoond dat: zij geluidgecertificeerd zijn overeenkomstig hoofdstuk 3 of 5 van Bijlage 16, titel 1, bij het Verdrag, en tijdens de stijgvlucht de geluidsniveaus, zoals berekend overeenkomstig het besluit van de minister voornoemd van 12 januari 1984, nr. LI/L 20149, voor de vliegtuigcategorie 81 (datum 80/02/11), in gebieden met woonbebouwing niet worden overschreden, en tijdens de naderingsvlucht de geluidsniveaus, zoals berekend overeenkomstig het besluit van de minister voornoemd van 12 januari 1984, nr. LI/L 20149, voor de vliegtuigcategorie 81 (datum 80/02/11), evenwel verminderd met 5 dB(A), in gebieden met woonbebouwing niet worden overschreden, en 2. Bijlage 1 die zijn genoemd inbij deze regeling. 1990 251 27-12-1990 20-12-1990 RLD/LI-9614 1990 251 27-12-1990 20-12-1990 RLD/LI-9614 01-01-1991
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Gedurende de periode tussen 23.00 en 06.00 uur plaatselijke tijd is het voor een gebruiker verboden met een vliegtuig gebruik te maken van de banen 04/22 en 07/25 op het luchtvaartterrein. 1990 251 27-12-1990 20-12-1990 RLD/LI-9614 1990 251 27-12-1990 20-12-1990 RLD/LI-9614 01-01-1991
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2 Het ingenoemde verbod geldt niet voor: a. vliegtuigen die in nood verkeren of ten behoeve van reddingsacties of hulpverlening worden ingezet; b. vóór 24.00 uur plaatselijke tijd landende vliegtuigen die lijndiensten uitvoeren die volgens schema eerder dan 23.00 uur plaatselijke tijd hadden moeten arriveren; 2 artikel 2 De minister van Verkeer en Waterstaat kan ontheffing verlenen van het bepaalde invoor vliegtuigbewegingen die vóór 04.00 uur plaatselijke tijd plaatsvinden: a. indien sprake is van technische storingen het vliegtuig of de luchtvaarttechnische gronduitrusting betreffende of bijzondere meteorologische condities – hetzij op het luchtvaartterrein of elders – die zonder ontheffing zouden leiden tot ernstige verstoring van de dienstregelmaat van het luchtverkeer; b. in geval van vertragingen in de vluchtuitvoering als gevolg van uitzonderlijke en niet te voorziene congesties of stakingsacties het luchtverkeer betreffende; c. in andere, zeer uitzonderlijke omstandigheden. 3 De havenmeester wordt gemachtigd de in het tweede lid van dit artikel bedoelde ontheffing namens de minister van Verkeer en Waterstaat te verlenen. Van elke verleende ontheffing wordt rapport opgemaakt dat in afschrift wordt gezonden aan de Directeur-Generaal van de Rijksluchtvaartdienst. 1990 251 27-12-1990 20-12-1990 RLD/LI-9614 1990 251 27-12-1990 20-12-1990 RLD/LI-9614 01-01-1991
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 2 In afwijking vanmag een gebruiker met een vliegtuig gebruik maken van de banen 04 en 22 gedurende de periode 23.00 tot 04.00 uur plaatselijke tijd gedurende alle nachten, doch met uitzondering van de nacht van zaterdag op zondag gedurende de periode van 23.00 tot 04.00 uur, alsmede met uitzondering van de nacht van zondag op maandag gedurende de periode van 02.00 tot 04.00 uur plaatselijke tijd, indien: a. de vliegtuigbewegingen worden uitgevoerd met een vliegtuigtype dat behoort tot categorie 1 of 2, b. het gebruik van de banen 04 en 22 geschiedt volgens de nachtelijke standaardprocedure als vastgelegd in bijlage EHBK 10, bij beschikking van de directeur-generaal van de Rijksluchtvaartdienst van 20 december 1985, nr. LVB/L 26615, zoals gewijzigd bij beschikking van 14 november 1986, nr. LVB/L 26694, en zoals beschreven in de Luchtvaartgids Nederland onder AGA 2-3-1.3, punt 26, alsmede onder RAC 4-3-5.1/2, c. hiervoor ten minste 24 uur vooraf toestemming is verkregen van de havenmeester, welke toestemming kan worden gegeven voor een enkele vliegtuigbeweging of voor een reeks van vliegtuigbewegingen uit te voeren door eenzelfde gebruiker en d. Bijlage 2 onder 11 de geluidsniveaus als vermeld inmet niet meer dan 3 dB(A) overschreden worden. 1990 251 27-12-1990 20-12-1990 RLD/LI-9614 1990 251 27-12-1990 20-12-1990 RLD/LI-9614 01-01-1991
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 3 artikel 4 onder f De havenmeester verleent, onverminderd het bepaalde in, geen toestemming als bedoeld in. indien daardoor: a. artikel 4 onder a het aantal vliegtuigbewegingen bedoeld in. op beide banen gezamenlijk het getal 43 te boven zou gaan of b. het aantal vliegtuigbewegingen met een vliegtuig behorend tot categorie 2 op beide banen gezamenlijk de 18 te boven zou gaan. 1990 251 27-12-1990 20-12-1990 RLD/LI-9614 1990 251 27-12-1990 20-12-1990 RLD/LI-9614 01-01-1991
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Bijlage 1 Bijlage 2 De procedure voor wijziging vanstaat beschreven in. 2 artikel 28 van de Luchtvaartwet De exploitant informeert de gebruikers en de leden van de Milieucommissie exomtrent de uitkomsten van het FANOMOS-systeem, zoals aan hem door de Rijksluchtvaartdienst worden verstrekt. 1990 251 27-12-1990 20-12-1990 RLD/LI-9614 1990 251 27-12-1990 20-12-1990 RLD/LI-9614 01-01-1991
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a 1 artikel 24 van de Luchtvaartwet artikel 25 van de Luchtvaartwet Artikel 4 van dit besluit blijf buiten toepassing tot het tijdstip waarop het besluit over de aanwijzing als bedoeld inbetreffende de aanleg van de oostwestbaan, waarbij tevens geluidszones als bedoeld invoor de oostwestbaan en de noordzuidbaan worden vastgesteld, van kracht wordt. 2 artikel 27 van de Luchtvaartwet artikel 25 van de Luchtvaartwet Indien een besluit genomen wordt als bedoeld inbetreffende de noordzuidbaan, waarbij voor de noordzuidbaan een geluidszone als bedoeld inwordt vastgesteld, blijft in afwijking van het eerste lid artikel 4 van dit besluit buiten toepassing tot het tijdstip waarop het besluit betreffende de noordzuidbaan van kracht wordt. 3 Onder noordzuidbaan wordt verstaan: een baan in geografische richting 033-213; Onder oostwestbaan wordt verstaan: een baan in geografische richting 079-259. 1992 119 24-06-1992 22-06-1992 JBZ/L92.006090 1992 119 24-06-1992 22-06-1992 JBZ/L92.006090 26-06-1992
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 24 van de Luchtvaartwet Deze regeling treedt in werking op 1 januari 1991 en blijft van kracht totdat de aanwijzing als bedoeld in, betreffende de aanleg van de zogenoemde oostwestbaan, onherroepelijk is geworden of totdat de beslissing wordt genomen van de aanleg van de oostwestbaan af te zien. Deze regeling wordt gepubliceerd in de Staatscourant en kan worden aangehaald als ‘Nachtvliegregeling Maastricht Airport 1990’. 1990 251 27-12-1990 20-12-1990 RLD/LI-9614 1990 251 27-12-1990 20-12-1990 RLD/LI-9614 01-01-1991
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De regeling van 4 februari 1988, nr. LV/L 20514, Rijksluchtvaartdienst (Stcrt. 29) wordt ingetrokken. 1990 251 27-12-1990 20-12-1990 RLD/LI-9614 1990 251 27-12-1990 20-12-1990 RLD/LI-9614 01-01-1991
Artikel _1 — Definities#
Definities I In deze bijlage wordt verstaan onder: minister: Minister van Verkeer en Waterstaat. Type: Een vliegtuigtype zoals vermeld in ICAO Document 8643, 'aircraft type designators'. Mogelijke variaties welke nog binnen een daarin gedefinieerd type kunnen voorkomen kunnen door de RLD nader worden vastgesteld. L95: Het geluidsniveau dat in een bepaalde aangegeven periode gedurende 95% van de tijd wordt overschreden.
Artikel _2 — Referentiewaarden#
Referentiewaarden II Voor de FANOMOS-meetposten bij het luchtvaartterrein worden de referentie-geluidsniveaus als volgt bepaald: De referentiewaarden zullen na berekening volgens deze methode door de minister in de Staatscourant worden gepubliceerd. tijdens de stijgvlucht de geluidsniveaus, zoals berekend overeenkomstig het besluit van de minister van 12 januari 1984, nr. LI/L 20149, voor de vliegtuigcategorie 81 (datum 80/02/11), maar ten minste 75 dB(A); tijdens de naderingsvlucht de geluidniveaus, zoals berekend overeenkomstig het besluit van de minister van 12 januari 1984, nr. LI/L 20149, voor de vliegtuigcategorie 81 (datum 80/02/11), evenwel verminderd met 5 dB(A), maar ten minste 75 dB(A).
Artikel _3 — Criterium voor afvoering van de lijst#
Criterium voor afvoering van de lijst III Aan de hand van metingen gebruikmakend van het FANOMOS-systeem en de bijbehorende meetposten wordt gekontroleerd of de werkelijke geluidsniveaus de referentiewaarden niet met meer dan 3 dB(A) overschrijden. Van een meetuitkomst boven een met 3 dB(A) verhoogde referentiewaarde wordt de exploitant zo spoedig mogelijk op de hoogte gebracht. Als voor een bepaald vliegtuigtype in een aaneengesloten reeks van zeven vliegbewegingen driemaal op één of meer meetposten de bijbehorende referentiewaarde met meer dan 3 dB(A) wordt overschreden wordt dat vliegtuigtype van de lijst verwijderd. Een uitzondering hierop wordt gemaakt indien uit de meetresultaten blijkt dat de overschrijdingen met name worden veroorzaakt door bepaalde individuele vliegtuigen, terwijl uit de metingen blijkt dat het merendeel van de vliegtuigen van hetzelfde type aan de normen kan voldoen. De minister informeert de exploitant omtrent de wijzigingen van de lijst.
Artikel _4 — Plaatsing en herkansing#
Plaatsing en herkansing IV Een vliegtuigtype wordt aan de lijst toegevoegd wanneer een gebruiker naar genoegen van de minister kan aantonen dat het type voldoet aan de eisen onder II. Een type kan na aanpassing van de uitrusting of vliegprocedures weer op de lijst worden geplaatst nadat naar genoegen van de minister is aangetoond dat het voldoet aan de eisen onder II.
Artikel _5 — Bijzondere omstandigheden#
Bijzondere omstandigheden V Indien ter afwending van een ernstig gevaar een bijzondere manoeuvre moest worden uitgevoerd en vermoed wordt dat daardoor een overschrijding van de met 3 dB(A) verhoogde referentiewaarden kan zijn ontstaan wordt de gebruiker gevraagd daarvan binnen 24 uur een rapport te zenden aan de minister, Directie Luchtvaartinspectie Meetstation Afdeling Geluidzaken, Fax nr: (31) 020 - 484999. De minister kan dan beslissen de geluidmetingen van die vlucht te negeren. Dezelfde procedure is van kracht voor verkeersleidingsinstructies tot afwijken. Het rapport dient zo mogelijk de volgende elementen te bevatten: datum van de vlucht; de actuele starttijd of de actuele landingstijd of de tijd waarop de afwijking gebeurde; het vluchtnummer of de registratie; het gebruikte vliegtuigtype; een korte omschrijving van de reden voor de mogelijke overschrijding.
Artikel _6 — Vermijden van meetfouten en valse metingen#
Vermijden van meetfouten en valse metingen VI Er worden alleen metingen gedaan als een vliegtuig binnen een horizontale afstand van 2000 meter van een meetpost vliegt. VII Er worden geen metingen beschouwd als de L95 in de periode van 10 minuten tot 2 minuten voor een passage en van 2 tot 10 minuten na de passage hoger is dan de referentiewaarde voor de bewuste meetpost verminderd met 15 dB(A). Als het moment van passage wordt gerekend het moment dat het vliegtuig volgens FANOMOS op de kortste afstand van de meetpost vliegt. VIII Er worden geen metingen beschouwd als vrijwel tegelijkertijd (binnen 10 seconden) op andere meetposten binnen een straal van 3000 m een overschrijding van de referentiewaarde verminderd met 15 dB(A) optreedt. IX De minister draagt zorg voor een goede werking van de apparatuur. Storingen en defecten in de apparatuur worden zo snel als technisch mogelijk is verholpen. Er worden geen metingen beschouwd als naar het oordeel van de minister twijfel bestaat aan de goede werking van de apparatuur tijdens deze metingen. X Er worden geen metingen beschouwd in andere gevallen waarbij deze naar de mening van de minister niet betrouwbaar zijn.