Regeling open rondvaartboten
- BWB-id
- BWBR0004941
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2004-11-26 t/m 2009-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004941
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1991/regeling-open-rondvaartboten
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1991/regeling-open-rondvaartboten/2004-11-26
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004941&g=2004-11-26
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004941&z=2026-06-06&g=2004-11-26
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004941/2004-11-26
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1991/regeling-open-rondvaartboten
Artikel 1 — Artikel 1 Algemene bepalingen#
Artikel 1 Algemene bepalingen 1 Binnenschepenbesluit De begripsbepalingen van hetzijn van toepassing. 2 In deze regeling wordt verstaan onder: open rondvaartboot: een passagiersschip met een lengte van Lwl van minder dan 20 meter en met de volgende kenmerken: het schip is uitsluitend ingericht en bestemd voor rondvaarten met een niet-onderbroken vaarduur van ten hoogste twee uren; het schip heeft geen gesloten opbouw, de passagiers bevinden zich in de open lucht; het schip heeft geen doorlopend dek en het schip is niet bestemd voor gebruik op de binnenwateren van zone 2. 3 Een opbouw met een tijdelijk karakter, bestaande uit zeildoek, gemakkelijk wegneembare raampanelen en dergelijke, wordt niet als gesloten opbouw in de zin van het tweede lid beschouwd. 1997 241 15-12-1997 10-12-1997 DGG/J-97010625 1997 241 15-12-1997 10-12-1997 DGG/J-97010625 17-12-1997
Artikel 2 — Artikel 2 bijlage III van het Binnenschepenbesluit Toepassing van#
Artikel 2 bijlage III van het Binnenschepenbesluit Toepassing van bijlage III van het Binnenschepenbesluit Met inachtneming van het bepaalde in deze regeling zijn onderstaande regelen vanniet van toepassing op open rondvaartboten: artikelen 6.01, 7.02, 7.04, 7.05, 8.01, 8.03, 9.06, 9.08, 9.09, 9.11, 10.3, 10.10 en 11.06. 1997 241 15-12-1997 10-12-1997 DGG/J-97010625 1997 241 15-12-1997 10-12-1997 DGG/J-97010625 17-12-1997
Artikel 3 — Artikel 3 bijlage II van het Binnenschepenbesluit Toepassing van#
Artikel 3 bijlage II van het Binnenschepenbesluit Toepassing van 1 bijlage III van het Binnenschepenbesluit bijlage II van het Binnenschepenbesluit In aanvulling op het bepaalde in artikel 1.02, derde en vierde lid, vanen met inachtneming van het bepaalde in deze regeling zijn onderstaande regelen vanniet van toepassing op open rondvaartboten: artikel 2.02, derde tot en met zevende lid, artikel 2.06, tweede tot en met zevende lid, artikel 3.02, artikel 5.01, eerste lid, artikel 5.05, eerste en zevende lid, artikel 5.06, tweede tot en met negende lid, artikel 7.01, artikel 7.02, eerste lid, artikel 7.03, eerste lid, artikel 7.05, eerste en derde lid, artikel 11.06, artikel 11.15, derde lid, artikel 11.16, tweede lid, betreffende hekwerk of verschansing. 2 bijlage III van het Binnenschepenbesluit bijlage II van het Binnenschepenbesluit In aanvulling op het bepaalde in artikel 1.02, derde en vierde lid, vanen met inachtneming van het bepaalde in deze regeling is artikel 5.04 vanniet van toepassing op open rondvaartboten met buitenboordmotoren. 1997 241 15-12-1997 10-12-1997 DGG/J-97010625 1997 241 15-12-1997 10-12-1997 DGG/J-97010625 17-12-1997
Artikel 4 — Artikel 4 Schotten#
Artikel 4 Schotten 1 Open rondvaartboten met een lengte van Lwl van meer dan 10 meter, moeten zijn voorzien van een waterdicht aanvaringsschot, gelegen op ten minste 0,10 m en ten hoogste 0,60 m achter de voorloodlijn. Het schip moet voor dit aanvaringsschot met een waterdicht dek zijn afgesloten. 2 Voor houten open rondvaartboten die worden gebruikt voor de vaart op de binnenwateren van de zone 4 kan worden afgeweken van hetgeen in het eerste lid is bepaald. 3 Op open rondvaartboten met een vast in het schip opgestelde voortstuwingsmotor moet deze motor geheel door een brandvertragende omkasting zijn omsloten. 1997 241 15-12-1997 10-12-1997 DGG/J-97010625 1997 241 15-12-1997 10-12-1997 DGG/J-97010625 17-12-1997
Artikel 5 — Artikel 5 Stabiliteit#
Artikel 5 Stabiliteit 1 Er kan voor open rondvaartboten bij gebruik op de binnenwateren van zone 3 door de inspecteur-generaal voorgeschreven worden, dat zij na vollopen voldoende reservedrijfvermogen bezitten. Dit reservedrijfvermogen wordt voldoende geacht indien het schip in volgelopen toestand nog een vrijboord van ten minste 0,05 m heeft. 2 bijlage III van het Binnenschepenbesluit Voor open rondvaartboten welke met uitzondering van de gangpaden geheel zijn voorzien van vast opgestelde zitbanken, kunnen bij gebruik op bepaalde binnenwateren van de zone 4, de volgende afwijkingen van de regelen van artikel 4.01 vanworden toegestaan: a. bijlage III van het Binnenschepenbesluit de in artikel 4.01, tweede lid, vangenoemde invloed van een winddruk en van een middelpuntvliedende kracht veroorzaakt door roergeven behoeve niet in rekening te worden gebracht; b. bijlage III van het Binnenschepenbesluit voor de in artikel 4.01, vierde lid, vangenoemde dwarsscheepse verplaatsing van de helft van het toegestane aantal personen kan worden uitgegaan van het plaatsen van een vierde deel van het toegestane aantal personen aan een uiterste scheepszijde en een vierde deel van het toegestane aantal personen op het midden van het schip. Daarbij kunnen een geringer resterend vrijboord en een geringere resterende veiligheidsafstand worden toegestaan. 2004 227 24-11-2004 16-11-2004 HDJZ/SCH/2004-2721 2004 227 24-11-2004 16-11-2004 HDJZ/SCH/2004-2721 26-11-2004 01-11-2004
Artikel 6 — Artikel 6 Veiligheidsafstand#
Artikel 6 Veiligheidsafstand bijlage III van het Binnenschepenbesluit In afwijking van de regelen van artikel 5.02 vankan voor open rondvaartboten bij gebruik op bepaalde binnenwateren van de zone 4, een geringere veiligheidsafstand dan 0,40 m worden toegestaan, mits aan de voorschriften met betrekking tot de stabiliteit wordt voldaan. 1997 241 15-12-1997 10-12-1997 DGG/J-97010625 1997 241 15-12-1997 10-12-1997 DGG/J-97010625 17-12-1997
Artikel 7 — Artikel 7 Ten hoogste toegestane aantal passagiers#
Artikel 7 Ten hoogste toegestane aantal passagiers 1 Het ten hoogste toegestane aantal passagiers wordt zodanig vastgesteld dat aan de regelen met betrekking tot de stabiliteit en het vrijboord wordt voldaan. 2 Het ten hoogste toegestane aantal passagiers mag echter niet groter zijn dan het aantal voor passagiers beschikbare plaatsen. 3 Voor de zitplaatsen moet worden gerekend met een breedte van tenminste 0,40 m per persoon. 1997 241 15-12-1997 10-12-1997 DGG/J-97010625 1997 241 15-12-1997 10-12-1997 DGG/J-97010625 17-12-1997
Artikel 8 — Artikel 8 Beveiliging tegen vallen#
Artikel 8 Beveiliging tegen vallen bijlage III van het Binnenschepenbesluit In afwijking van de regelen van artikel 7.01, eerste lid, vanmoeten op open rondvaartboten bij gebruik op bepaalde binnenwateren van de zone 4 de voor passagiers bestemde, niet afgesloten gedeelten van dekken, welke geheel bezet zijn met dwarsscheeps geplaatste vast opgestelde zitbanken, zijn voorzien van vaste verschansingen of relingen met een hoogte van tenminste 0,30 m, gemeten boven de zitting van de bank. 1997 241 15-12-1997 10-12-1997 DGG/J-97010625 1997 241 15-12-1997 10-12-1997 DGG/J-97010625 17-12-1997
Artikel 9 — Artikel 9 Uitgangen#
Artikel 9 Uitgangen 1 artikel 1, derde lid Op open rondvaartboten met een opbouw als bedoeld in, moet een vrij middenpad over de gehele lengte van het voor passagiers bestemde gedeelte aanwezig zijn. Dit middenpad moet een breedte van ten minste 0,45 m hebben. 2 artikel 1, derde lid Op open rondvaartboten met een opbouw als bedoeld in, moet zowel aan de voorzijde als aan de achterzijde van het voor passagiers bestemde gedeelte een uitgang met een vrije breedte van tenminste 0,50 m aanwezig zijn. Eén der uitgangen mag zijn vervangen door twee nooduitgangen, ieder met een vrije doorgang van tenminste 0,60 cm. breedte en ten minste 0,80 cm. hoogte. 3 Het aan en van boord gaan der passagiers moet op veilige wijze kunnen geschieden. Zo nodig moeten handgrepen en traptreden zijn aangebracht. 1997 241 15-12-1997 10-12-1997 DGG/J-97010625 1997 241 15-12-1997 10-12-1997 DGG/J-97010625 17-12-1997
Artikel 10 — Artikel 10 Motorinstallatie#
Artikel 10 Motorinstallatie 1 Op open rondvaartboten mag voor buitenboordmotoren brandstof met een vlampunt van 55 of lager worden gebruikt. 2 In het geval, bedoeld in het eerste lid, mag de brandstoftank geen grotere inhoud dan 25 liter hebben. De tank moet zich buiten het voor passagiers bestemde gedeelte bevinden. 3 Bij een electrisch gedreven voortstuwing moeten de accubatterijen aan de bovenzijde zodanig zijn afgedekt, dat zij beschermd zijn tegen aanraking, vallende voorwerpen en druipwater. 1997 241 15-12-1997 10-12-1997 DGG/J-97010625 1997 241 15-12-1997 10-12-1997 DGG/J-97010625 17-12-1997
Artikel 11 — Artikel 11 Lensinrichting#
Artikel 11 Lensinrichting 1 Op open rondvaartboten met een lengte van Lwl van 7 meter of minder moeten ten minste twee geschikte hoosvaten aanwezig zijn. 2 Open rondvaartboten met een lengte van Lwl van meer dan 7 meter moeten van een handlenspomp zijn voorzien. Bij een lengte Lwl van 12 meter of minder moet de diameter van de aansluiting tenminste 38 mm zijn en bij een lengte boven 12 meter tenminste 50 mm. 1997 241 15-12-1997 10-12-1997 DGG/J-97010625 1997 241 15-12-1997 10-12-1997 DGG/J-97010625 17-12-1997
Artikel 12 — Artikel 12 Ankergerei#
Artikel 12 Ankergerei Open rondvaartboten moeten bij gebruik op de binnenwateren van zone 3 van een anker met ankertros van voldoende lengte voor het betrokken vaarwater zijn voorzien. Het gewicht van dit anker moet ten minste 25 kg bedragen. 1997 241 15-12-1997 10-12-1997 DGG/J-97010625 1997 241 15-12-1997 10-12-1997 DGG/J-97010625 17-12-1997
Artikel 13 — Artikel 13 Reddingmiddelen#
Artikel 13 Reddingmiddelen 1 Bij een ten hoogste toegestaan aantal passagiers van 25 of minder moet ten minste één reddingboei en bij een aantal van meer dan 25 ten minste twee reddingboeien aanwezig zijn. De reddingboeien moeten van een lijn met een lengte van ten minste 20 m zijn voorzien en zodanig zijn opgeborgen, dat zij voor onmiddellijk gebruik gereed zijn. 2 Voor alle passagiers moet individuele of collectieve reddingmiddelen aan boord zijn. Drijvende zitkussens worden als reddingmiddel beschouwd indien zij: een draagvermogen in zoetwater van ten minste 7,5 kg hebben; bestand zijn tegen olie, olieproducten en temperaturen tot 50°C; van een grijplijn zijn voorzien en niet aan het schip zijn bevestigd. 3 Er kan voor open rondvaartboten bij gebruik op bepaalde binnenwateren van zone 4, een afwijking van het bepaalde in het tweede lid worden toegestaan. 1997 241 15-12-1997 10-12-1997 DGG/J-97010625 1997 241 15-12-1997 10-12-1997 DGG/J-97010625 17-12-1997
Artikel 14 — Artikel 14 Draagbare blustoestellen#
Artikel 14 Draagbare blustoestellen In de nabijheid van de motorinstallatie moet een draagbaar blustoestel met een voor vloeistofbranden geschikt blusmiddel en een vulgewicht van ten minste 4 kg aanwezig zijn. 1997 241 15-12-1997 10-12-1997 DGG/J-97010625 1997 241 15-12-1997 10-12-1997 DGG/J-97010625 17-12-1997
Artikel 15 — Artikel 15 Overige uitrusting#
Artikel 15 Overige uitrusting Aan boord moet ten minste de volgende uitrusting in bruikbare staat aanwezig zijn: een vaarboom/bootshaak, een verbanddoos, model B, voldoende trossen voor meren en slepen, indien tussen zonsondergang en zonsopgang wordt gevaren een geschikte draagbare elektrische lantaarn in waterdichte uitvoering. 1997 241 15-12-1997 10-12-1997 DGG/J-97010625 1997 241 15-12-1997 10-12-1997 DGG/J-97010625 17-12-1997
Artikel 16 — Artikel 16 Overgangsbepalingen#
Artikel 16 Overgangsbepalingen 1 artikel 43 van het Binnenschepenbesluit artikelen 7 10, tweede en derde lid In aanvulling opzijn bij het onderzoek van bestaande schepen deen, van deze regeling niet van toepassing gedurende vijf jaren vanaf de datum van het eerste onderzoek. 2 artikel 42 van het Binnenschepenbesluit artikelen 4 11, tweede lid, tweede zin 12 In aanvulling opzijn de,, envan deze regeling niet van toepassing bij het onderzoek van bestaande schepen, mits voorzieningen zijn getroffen, die naar het redelijk oordeel van de inspecteur-generaal voldoende waarborg bieden voor de veiligheid van het schip en de opvarenden, dan wel naar het redelijk oordeel van de inspecteur-generaal in overeenstemming met het bevoegde districtshoofd van de arbeidsinspectie voldoende waarborg bieden voor de veiligheid, de gezondheid en het welzijn in verband met de arbeid aan boord. 3 artikel 9 Indien op bestaande schepen niet aan de eisen vanwordt voldaan, kan de inspecteur-generaal een afwijking daarvan toestaan onder beperking van het ten hoogste toegestane aantal passagiers op het schip ofwel in de betrokken ruimte, mits voorzieningen zijn getroffen die naar het redelijk oordeel van de inspecteur-generaal voldoende waarborg bieden voor de veiligheid van het schip en de opvarenden. 4 artikel 13 artikel 32 van het Binnenschepenbesluit Op bestaande schepen moeten de aantallen reddingmiddelen zoals voorgeschreven inbinnen één jaar na de datum van het eerste onderzoek bedoeld inaan boord aanwezig zijn. Aan de regelen betreffende de uitvoering en eigenschappen van de reddingmiddelen behoeft op bestaande schepen alleen te worden voldaan bij eerste aanschaf of bij aanvulling of vernieuwing van de oorspronkelijk aan boord zijnde reddingmiddelen. 5 bijlage III van het Binnenschepenbesluit artikel 42, tweede lid, van het Binnenschepenbesluit artikelen 5, tweede lid 9 De artikelen opgenomen in kolom 2 van artikel 11.02 vanzijn, in aanvulling opniet van toepassing bij het onderzoek van bestaande rondvaartboten bij gebruik op bepaalde binnenwateren van de zone 4, overeenkomstig de, envan deze regeling, met dien verstande dat naar het redelijk oordeel van de inspecteur-generaal geen reden tot twijfel bestaat aan de veiligheid van de opvarenden en aan de stabiliteit van het beladen schip, en dat de omstandigheden die op grond van eerdere lokale verordeningen zijn aanvaard, overeenkomstig van toepassing zijn. 2004 227 24-11-2004 16-11-2004 HDJZ/SCH/2004-2721 2004 227 24-11-2004 16-11-2004 HDJZ/SCH/2004-2721 26-11-2004 01-11-2004
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Met de in deze regeling vastgestelde technische eisen worden gelijkgesteld daaraan gelijkwaardige technische eisen, vastgesteld door of vanwege een lid-staat van de Europese Unie danwel door of vanwege een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte. 1997 241 15-12-1997 10-12-1997 DGG/J-97010625 1997 241 15-12-1997 10-12-1997 DGG/J-97010625 17-12-1997
Artikel 18 — Artikel 18 Citeertitel#
Artikel 18 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling open rondvaartboten. 1997 241 15-12-1997 10-12-1997 DGG/J-97010625 1997 241 15-12-1997 10-12-1997 DGG/J-97010625 17-12-1997