Regeling verkeersbrigadiers
- BWB-id
- BWBR0005219
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2013-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0005219
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1991/regeling-verkeersbrigadiers
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1991/regeling-verkeersbrigadiers/2013-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0005219&g=2013-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0005219&z=2026-06-06&g=2013-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005219/2013-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1991/regeling-verkeersbrigadiers
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 De opleiding tot verkeersbrigadier vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de korpschef. 2012 26110 19-12-2012 13-12-2012 2012 26110 19-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De opleiding bestaat uit een theoretisch en een praktisch gedeelte. 1991 202 17-10-1991 01-10-1991 RVR103387 1991 202 17-10-1991 01-10-1991 RVR103387 01-11-1991
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De aanstelling tot verkeersbrigadier geschiedt door de burgemeester van de gemeente waar de betrokkene zijn taak zal uitoefenen. 2 Voor zover het gaat om minderjarigen, die als leerling bij een school staan ingeschreven geschiedt de aanstelling na overleg met het hoofd van deze school. 1991 202 17-10-1991 01-10-1991 RVR103387 1991 202 17-10-1991 01-10-1991 RVR103387 01-11-1991
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De aanstelling geschiedt nadat het theoretische gedeelte van de opleiding is voltooid en voordat het praktische gedeelte van de opleiding een aanvang neemt. 1991 202 17-10-1991 01-10-1991 RVR103387 1991 202 17-10-1991 01-10-1991 RVR103387 01-11-1991
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De aanstelling geschiedt schriftelijk. 1991 202 17-10-1991 01-10-1991 RVR103387 1991 202 17-10-1991 01-10-1991 RVR103387 01-11-1991
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Voor aanstelling komen slechts in aanmerking personen die de leeftijd van 10 jaar hebben bereikt. 2 Indien de aanstelling minderjarigen betreft, dienen zij een schriftelijke verklaring van ouders of voogden over te leggen houdende de toestemming tot het verrichten van de werkzaamheden van verkeersbrigadier. 1991 202 17-10-1991 01-10-1991 RVR103387 1991 202 17-10-1991 01-10-1991 RVR103387 01-11-1991
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 2005 247 20-12-2005 13-12-2005 HDJZ/AWW/2005-2377 2005 247 20-12-2005 13-12-2005 HDJZ/AWW/2005-2377 01-01-2006
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De burgemeester verklaart de aanstelling vervallen: a. indien de betrokken verkeersbrigadier het praktische gedeelte van de opleiding niet met succes heeft afgerond; b. indien de korpschef van oordeel is dat de betrokken verkeersbrigadier niet meer geschikt is om de taak van verkeersbrigadier uit te oefenen; c. indien het niet langer noodzakelijk is, dat de betrokken verkeersbrigadier als zodanig werkzaam is; d. indien de meerderjarige verkeersbrigadier daartoe een verzoek indient of e. indien de ouders of voogden van een minderjarige verkeersbrigadier of het hoofd van de school daartoe een verzoek indienen. 2 De vervallenverklaring van de aanstelling door de burgemeester geschiedt schriftelijk. 2012 26110 19-12-2012 13-12-2012 2012 26110 19-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Verkeersbrigadiers mogen voor de uitoefening van hun taak slechts worden ingezet: a. op wegen waar in het algemeen niet sneller wordt gereden dan 50 kilometer per uur; meerderjarige verkeersbrigadiers mogen hun taak ook op andere wegen uitoefenen; b. indien ter plaatse bij duisternis of slecht zicht voldoende openbare straatverlichting aanwezig is en c. indien de verkeersbrigadiers voldoende bekend zijn met de specifieke omstandigheden van de plaats waar zij hun taak uitoefenen. 2000 79 20-04-2000 11-04-2000 CDJZ/WBI/2000-387 2000 79 20-04-2000 11-04-2000 CDJZ/WBI/2000-387 01-05-2000
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Verkeersbrigadiers oefenen hun taak uit gedurende de perioden waarin ter plaatse kinderen zich naar en van school begeven en overigens gedurende de perioden waarin hun hulp naar het oordeel van door de korpschef aangewezen politiefunctionarissen noodzakelijk is in het kader van het laten oversteken van voetgangers. 2012 26110 19-12-2012 13-12-2012 2012 26110 19-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Bij de uitoefening van hun taak dienen verkeersbrigadiers ten minste te zijn uitgerust met: a. een oranje fluorescerende jas of hes en b. artikel 82, derde lid, van het RVV 1990 een stopteken als bedoeld in. 2 Het stopteken komt voor in twee uitvoeringen: a. bijlage als stopteken dat met de hand wordt opgehouden en voldoet aan het in devastgestelde model; b. Hoofdstuk II, paragraaf 3, van de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens als stopteken dat onderdeel uitmaakt van een draai-arm-systeem en dat ten minste voldoet aan type II en klasse I als bedoeld in. 2001 167 30-08-2001 21-08-2001 CDJZ/WBI/2001-1084 2001 167 30-08-2001 21-08-2001 CDJZ/WBI/2001-1084 01-09-2001
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Op verkeersbrigadiers wordt geregeld toezicht gehouden onder verantwoordelijkheid van de korpschef. 2012 26110 19-12-2012 13-12-2012 2012 26110 19-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 13, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 Deze regeling berust op. 1994 243 16-12-1994 14-12-1994 RV188204 1994 243 16-12-1994 14-12-1994 RV188204 01-01-1995
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 november 1991. 1991 202 17-10-1991 01-10-1991 RVR103387 1991 202 17-10-1991 01-10-1991 RVR103387 01-11-1991
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling verkeersbrigadiers. 2000 79 20-04-2000 11-04-2000 CDJZ/WBI/2000-387 2000 79 20-04-2000 11-04-2000 CDJZ/WBI/2000-387 01-05-2000