Instelling verkenningscommissie moderne letteren
- BWB-id
- BWBR0005526
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 1992-06-18 t/m 2004-12-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0005526
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1992/instelling-verkenningscommissie-moderne-letteren
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1992/instelling-verkenningscommissie-moderne-letteren/1992-06-18
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0005526&g=1992-06-18
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0005526&z=2026-06-06&g=1992-06-18
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005526/1992-06-18
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1992/instelling-verkenningscommissie-moderne-letteren
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze beschikking te verstaan onder: de minister: de minister van onderwijs en wetenschappen de commissie: artikel 2 de inbedoelde commissie. 1992 15 17-06-1992 25-05-1992 OWB/CS-92026455 1992 15 17-06-1992 25-05-1992 OWB/CS-92026455 18-06-1992
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 In te stellen de Verkenningscommissie Moderne Letteren. 1992 15 17-06-1992 25-05-1992 OWB/CS-92026455 1992 15 17-06-1992 25-05-1992 OWB/CS-92026455 18-06-1992
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De commissie heeft tot taak: a. een beschrijving van en een oordeel te geven over de produktiviteit, de sterkte en zwakte van het eerste, tweede, en derde geldstroomonderzoek in de Romaanse talen en hun letterkunde en de Germaanse talen en hun letterkunde, met uitzondering van de Nederlandse en Friese taal- en letterkunde; b. een advies te geven over de plaats en de functie van deze disciplines binnen het Nederlandse wetenschapsbestel en binnen de internationale context, rekening houdend met het wegvallen van de Europese binnengrenzen in 1992; c. te adviseren over de vraag, welke internationale taakverdeling er dient te zijn op het terrein van de onder a. genoemde talen, voor zover het om talen van landen van de Europese Gemeenschap gaat; d. om tegen de achtergrond van haar bevindingen bij a, b en c de wenselijkheid na te gaan van concentratiepunten voor hoogwaardig onderzoek en de mogelijkheden van internationale samenwerking en taakverdeling. Tevens is hieraan gekoppeld de vraag naar de vereiste minimum-capaciteit van de Nederlandse voorzieningen en de vereiste capaciteit benodigd voor de bedoelde samenwerking met andere EG-landen; e. een advies te geven over de gevolgen van de voortschrijdende internationalisering voor het aanbieden en het inrichten van het onderwijs. Hierbij dient de vraag te worden betrokken in welke mate gebruik kan worden gemaakt van het studeren van die talen in de desbetreffende EG-landen; f. aanbevelingen te doen over de informatisering in deze disciplines. 2 Het advies dient zich te lenen voor bespreking en uitwerking tussen en door de besturen van de betrokken instellingen. Voorts dient het advies de overheid zicht te geven op wenselijk geachte veranderingsprocessen. 3 De commissie wordt verzocht een conferentie van deskundigen te beleggen over de hiervoor onder b t/m e vermelde onderwerpen. 1992 15 17-06-1992 25-05-1992 OWB/CS-92026455 1992 15 17-06-1992 25-05-1992 OWB/CS-92026455 18-06-1992
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Tot voorzitter, tevens lid, van de commissie wordt benoemd: · prof. dr. E.C. Verhofstadt 2 Tot leden van de commissie worden benoemd: prof. dr. Chr.Angelet prof. dr. G.Kurz prof. dr. J.Lenerz mevr. prof. dr. L. de Rijck-Tasmowski prof. dr. W.Viereck 3 De commissie is gerechtigd om zelf een deskundige op het gebied van de Engelse letterkunde aan te wijzen. 4 Tot secretaris, tevens lid, van de commissie wordt benoemd: · dr. C.H.M. Gussenhoven 1992 15 17-06-1992 25-05-1992 OWB/CS-92026455 1992 15 17-06-1992 25-05-1992 OWB/CS-92026455 18-06-1992
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Bij haar werkzaamheden kan de commissie deskundigen en instanties horen. De commissie kan adviseurs inschakelen, indien de commissie dit wenselijk voorkomt. De commissie kan, indien dit naar haar oordeel wenselijk is, aan deskundigen of instanties opdrachten verlenen voor het uitvoeren van deelstudies, mits de begroting daarvan tevoren is goedgekeurd door de minister. 2 De secretaris is voor de uitoefening van zijn werkzaamheden uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie. 3 De op de door de commissie uitgebrachte adviezen betrekking hebbende voorbereidende stukken worden ter beschikking van de minister gehouden. 4 Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt met inachtneming van de bepalingen van het Besluit algemene secretarie aangelegenheden rijksadministratie (Stb. 1980, 182) overeenkomstig de bij het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen geldende regels. Na opheffing van de commissie wordt het archief overgedragen aan de onderafdeling centrale archiefbewaarplaats van evengenoemd ministerie. 1992 15 17-06-1992 25-05-1992 OWB/CS-92026455 1992 15 17-06-1992 25-05-1992 OWB/CS-92026455 18-06-1992
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De commissie zal er naar streven haar werkzaamheden door middel van een eindrapport, dat ook de onderbouwing van haar oordelen en adviezen bevat, af te ronden niet later dan een jaar na de datum van instelling. 1992 15 17-06-1992 25-05-1992 OWB/CS-92026455 1992 15 17-06-1992 25-05-1992 OWB/CS-92026455 18-06-1992
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De kosten van de commissie komen voor rekening van de minister, voor zover zij door hem vooraf zijn goedgekeurd. 2 Onder deze kosten worden in ieder geval verstaan: a. kosten voor vergaderingen en materiële ondersteuning; b. een vergoeding voor de voorzitter en overige leden voor te maken reis- en verblijfkosten; c. de kosten verbonden aan het secretariaat; d. de kosten van publikatie van het eindrapport. 3 Ten aanzien van de leden, met uitzondering van de secretaris, zijn het Vacatiegeldenbesluit (Stb. 1988, 205) en het Reisbesluit 1971 (Stb. 1970, 602) van toepassing. 4 De beloning van de secretaris en de vergoeding van door hem gemaakte kosten worden afzonderlijk geregeld. 5 Het beheer van de commissie ter beschikking staande middelen zal afzonderlijk worden geregeld. 1992 15 17-06-1992 25-05-1992 OWB/CS-92026455 1992 15 17-06-1992 25-05-1992 OWB/CS-92026455 18-06-1992
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Artikel 3 van de Wet openbaarheid van bestuur (Stb. 1978, 581) is van toepassing. 1992 15 17-06-1992 25-05-1992 OWB/CS-92026455 1992 15 17-06-1992 25-05-1992 OWB/CS-92026455 18-06-1992
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van het officiële publikatieblad van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, waarin deze beschikking is bekendgemaakt en eindigt drie maanden na datum van publikatie van het eindrapport van de commissie, waarna de commissie is opgeheven. 2 Deze beschikking wordt bekendgemaakt in het officiële publikatieblad van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen. Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. 1992 15 17-06-1992 25-05-1992 OWB/CS-92026455 1992 15 17-06-1992 25-05-1992 OWB/CS-92026455 18-06-1992
Artikel 10#
Afschrift van dit besluit zal worden gezonden aan: colleges van bestuur van instellingen voor wetenschappelijk onderwijs; voorzitter en leden van de verkenningscommissie moderne letteren; de president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen; de voorzitter van de Adviesraad voor Wetenschaps- en Technologiebeleid; de voorzitter van het bestuur van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek; 1992 15 17-06-1992 25-05-1992 OWB/CS-92026455 1992 15 17-06-1992 25-05-1992 OWB/CS-92026455 18-06-1992