Kostenregeling Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling 1993
- BWB-id
- BWBR0006125
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2002-01-01 t/m 2005-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006125
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1993/kostenregeling-wet-betreffende-verplichte-deelneming-in-een-
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1993/kostenregeling-wet-betreffende-verplichte-deelneming-in-een-/2002-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006125&g=2002-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006125&z=2026-06-06&g=2002-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006125/2002-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1993/kostenregeling-wet-betreffende-verplichte-deelneming-in-een-
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: a. wet: Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling de; b. rechtspersoon: artikel 2, derde lid, van de wet de rechtspersoon bedoeld in; c. heffingsgrondslag: Bijlage B behorende bij artikel 3 lid 4 van het Besluit staten pensioenfondsen de som van premies en directe beleggingsopbrengsten, beide zoals om-schreven in staat 3.200, 3.201, 3.210 en 3.211 van, met dien verstande dat de directe beleggingsopbrengsten worden bepaald op het bedrag voor aftrek van de afschrijving van de geactiveerde overrente; d. kosten: de wet de kosten die verband houden met de uitvoering van de taken en bevoegdheden van de Pensioen- & Verzekeringskamer op grond van, daaronder begrepen hetgeen redelijkerwijs nodig is voor het vormen van een werkkapitaal. 2000 242 13-12-2000 11-12-2000 SV/VP/00/81973 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 de wet De Pensioen- & Verzekeringskamer stelt jaarlijks voor 31 december een begroting op waarin zijn opgenomen de in het daarop volgende jaar te verwachten kosten die voor haar aan de uitvoering vanzijn verbonden. 2 Van de begroting wordt door de Pensioen- & Verzekeringskamer voor 1 februari van het jaar waarop zij betrekking heeft, mededeling gedaan in de Staatscourant. Gelijktijdig met de mededeling zendt de Pensioen- & Verzekeringskamer de begroting ter kennisneming aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 2000 242 13-12-2000 11-12-2000 SV/VP/00/81973 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2 De Pensioen- & Verzekeringskamer stelt elk jaar de heffingsgrondslag van iedere rechtspersoon over het laatstverstreken jaar vast. Onder laatstverstreken jaar wordt verstaan het jaar voorafgaande aan dat waarin de begroting, bedoeld in, wordt opgesteld. 2 Bij het vaststellen van de heffingsgrondslag gaat de Pensioen- & Verzekeringskamer uit van de door elke rechtspersoon over het betrokken jaar ingediende staten. 3 Voor zover een rechtspersoon de rechten en verplichtingen voortvloeiende uit de toepassing van de wet heeft overgenomen van een rechtspersoon die in de loop van het laatstverstreken jaar heeft opgehouden te bestaan, wordt de heffingsgrondslag van de laatstbedoelde rechtspersoon toe-gerekend aan de overnemende rechtspersoon. 2000 242 13-12-2000 11-12-2000 SV/VP/00/81973 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 3, tweede lid In afwijking van: a. kan de Pensioen- & Verzekeringskamer voor een door haar te bepalen tijdstip van een rechtspersoon een schriftelijke opgave van de heffingsgrondslag verlangen; b. schat de Pensioen- & Verzekeringskamer ambtshalve de heffingsgrondslag, indien zij niet aan de staten of aan een opgave als bedoeld in onderdeel a, de benodigde gegevens kan ontlenen. 2000 242 13-12-2000 11-12-2000 SV/VP/00/81973 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De Pensioen- & Verzekeringskamer brengt de begrote kosten voor een jaar geheel of gedeeltelijk door middel van een aanslag in rekening bij de rechtspersonen. De aanslag bestaat uit een vast bedrag van € 681,-, vermeerderd met een bedrag dat van jaar tot jaar wordt vastgesteld als een percentage van de heffingsgrondslag. 2 Het percentage, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld door de begrote kosten, verminderd met het totaal van de vaste bedragen, te delen door het totaal van de heffingsgrondslagen van alle rechtspersonen tezamen. 3 Aan rechtspersonen waaraan in het jaar van oprichting een aanslag wordt opgelegd, wordt het in het eerste lid bedoelde vaste bedrag in rekening gebracht. 4 Het verschil tussen de in een jaar gemaakte kosten en de ontvangsten wordt verrekend met de begrote kosten voor het volgende jaar. De Pensioen- & Verzekeringskamer doet in haar jaarstukken opgave van de in de vorige zin bedoelde ontvangsten en gemaakte en begrote kosten. 2001 214 05-11-2001 05-10-2001 WBJA/W2/0162728 2001 214 05-11-2001 05-10-2001 WBJA/W2/0162728 01-01-2002
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5, tweede lid De Pensioen- & Verzekeringskamer maakt de aanslag aan de rechtspersoon bekend, onder vermelding van de in aanmerking genomen heffingsgrondslagen en het percentage, bedoeld in. 2 De Pensioen- & Verzekeringskamer bepaalt de wijze waarop en het tijdstip waarvoor de betaling moet geschieden. 3 artikel 5, eerste lid De Pensioen- & Verzekeringskamer kan het vaste bedrag, bedoeld in, verminderen, teneinde tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende aard, die voor de rechtspersoon uit de aanslag mochten voortvloeien. 4 Gedurende twee jaar na de dagtekening van de bekendmaking van de aanslag kan de Pensioen- & Verzekeringskamer deze herzien, indien haar de onjuistheid van de aanslag is gebleken. 2000 242 13-12-2000 11-12-2000 SV/VP/00/81973 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 5, eerste lid Na de inwerkingtreding van deze regeling brengt de Pensioen- & Verzekeringskamer de begrote kosten met betrekking tot het resterende deel van het jaar door middel van een aanslag in rekening bij de rechtspersonen. De bepalingen van deze regeling zijn zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het vaste bedrag, bedoeld in, naar evenredigheid wordt verminderd. 2 Met betrekking tot de kosten gemaakt vóór de inwerkingtreding van deze regeling legt de Pensioen- & Verzekeringskamer zo spoedig mogelijk na die inwerkingtreding een aanslag op, voor zover deze kosten nog niet werden verhaald. artikel 8, eerste lid artikel 4, onder a Onverminderd het bepaalde in, is de Kostenbeschikking Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling daarbij van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de aanslag wordt gebaseerd op de bijdrage, bedoeld in die beschikking, over het voorafgaande jaar en dat het gelijke bedrag, bedoeld in, van die beschikking naar evenredigheid wordt verminderd. 2000 242 13-12-2000 11-12-2000 SV/VP/00/81973 2001 21 16-01-2001 13-12-2000 27251 17-01-2001
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De Kostenbeschikking Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling wordt ingetrokken. 2 Aanslagen, opgelegd ingevolge de beschikking, bedoeld in het eerste lid, worden gelijkgesteld met aanslagen, opgelegd ingevolge deze regeling. 1993 165 31-08-1993 30-08-1993 SZ/SV/O/93/3707 1993 165 31-08-1993 30-08-1993 SZ/SV/O/93/3707 01-09-1993
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 1993. 1993 165 31-08-1993 30-08-1993 SZ/SV/O/93/3707 1993 165 31-08-1993 30-08-1993 SZ/SV/O/93/3707 01-09-1993
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Deze regeling wordt aangehaald als: Kostenregeling Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling 1993. 1993 165 31-08-1993 30-08-1993 SZ/SV/O/93/3707 1993 165 31-08-1993 30-08-1993 SZ/SV/O/93/3707 01-09-1993