Nederlandse Uitvoeringsvoorschriften belastingovereenkomst Nederland-Zweden 1991
- BWB-id
- BWBR0005677
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- 1997-01-01 t/m 2004-09-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0005677
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1993/nederlandse-uitvoeringsvoorschriften-belastingovereenkomst-n-bwbr0005677
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1993/nederlandse-uitvoeringsvoorschriften-belastingovereenkomst-n-bwbr0005677/1997-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0005677&g=1997-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0005677&z=2026-06-06&g=1997-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005677/1997-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1993/nederlandse-uitvoeringsvoorschriften-belastingovereenkomst-n-bwbr0005677
Artikel 1 — Artikel 1 Algemeen#
Artikel 1 Algemeen 1 Deze regeling verstaat onder: Overeenkomst: de op 18 juni 1991 te Stockholm tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zweden gesloten Overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, met protocol. 2 Deze regeling neemt verder de begrippen van de Overeenkomst over. 1996 101 30-05-1996 20-05-1996 IFZ96/365.M 1996 101 30-05-1996 20-05-1996 IFZ96/365.M 01-06-1996
Artikel 2 — Artikel 2 Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot portfoliodividenden (vrijstellingsprocedure)#
Artikel 2 Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot portfoliodividenden (vrijstellingsprocedure) 1 artikel 10, tweede lid Een inwoner van Zweden, die ingevolge, van de Overeenkomst aanspraak heeft op vermindering van dividendbelasting, levert voor het geldend maken van die aanspraak bij het belastingbestuur over zijn woonplaats een ingevulde en ondertekende verklaring in tweevoud in op een formulier volgens het in de bijlage opgenomen model (formulier ‘IB 92 ZWE’). Nadat hij een exemplaar van de verklaring, voorzien van dagtekening en ondertekening van de daarop voorkomende bevestiging omtrent de woonplaats, van vorenbedoeld bestuur heeft terugontvangen, legt hij dit over bij het innen van de opbrengst van de dividenden. 2 De vennootschap die dividend verschuldigd is, degene bij wie de opbrengst betaalbaar is gesteld, het administratiekantoor dat de opbrengst doorbetaalt aan certificaathouders, en degene tot wiens beroep het kopen of innen van dividendbewijzen gewoonlijk behoort, zijn bevoegd die opbrengst uit te betalen onder aftrek van dividendbelasting naar een tarief van 15 percent, indien de gerechtigde tot de opbrengst het van een ondertekende bevestiging omtrent de woonplaats voorziene exemplaar van de in het eerste lid bedoelde verklaring heeft overgelegd. 3 Voor zover dividendbelasting, die is ingehouden en afgedragen, ingevolge het tweede lid bij de uitbetaling van de opbrengst niet in aftrek is gebracht, wordt deze aan de vennootschap teruggegeven na indiening van een verzoek bij de inspecteur binnen wiens ambtsgebied zij is gevestigd, onder overlegging van het van een ondertekende bevestiging omtrent de woonplaats voorziene exemplaar van de in het eerste lid bedoelde verklaring. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. 4 Indien de verzoeker niet kan bevestigen dat hij uit hoofde van zijn eigendomsrechten met betrekking tot de in punt 2 van het formulier ‘IB 92 ZWE’ vermelde effecten, op de in dat punt vermelde datum(s) van betaalbaarstelling gerechtigd is (was, zal zijn) tot de in dat punt vermelde inkomsten, dient hij hiervan uitdrukkelijk melding te maken in punt 8 van het formulier en daarbij zijn specifieke omstandigheden nader toe te lichten. In dat geval mag het formulier ‘IB 92 ZWE’ slechts worden gebruikt als verzoek om gedeeltelijke teruggaaf van dividendbelasting. 5 Indien de verzoeker niet kan bevestigen dat hij de in punt 2 van het formulier ‘IB 92 ZWE’ vermelde effecten niet heeft verkregen ingevolge enige overeenkomst, optie of regeling, waarbij hij is overeengekomen of kan worden verplicht de effecten weer te verkopen of over te dragen, dient hij hiervan uitdrukkelijk melding te maken in punt 8 van het formulier en daarbij zijn specifieke omstandigheden nader toe te lichten. In dat geval mag het formulier ‘IB 92 ZWE’ slechts worden gebruikt als verzoek om gedeeltelijke teruggaaf van dividendbelasting. 1996 101 30-05-1996 20-05-1996 IFZ96/365.M 1996 101 30-05-1996 20-05-1996 IFZ96/365.M 01-06-1996
Artikel 3 — Artikel 3 Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot portfoliodividenden (teruggaafprocedure)#
Artikel 3 Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot portfoliodividenden (teruggaafprocedure) 1 artikel 10, tweede lid artikel 2 Een inwoner van Zweden die ingevolge, van de Overeenkomst aanspraak heeft op vermindering van dividendbelasting en die zijn aanspraak niet op de voet vanheeft kunnen geldend maken, heeft recht op teruggaaf van hetgeen aan dividendbelasting meer is ingehouden dan 15 percent. 2 Tot het verkrijgen van de teruggaaf levert de belanghebbende bij het belastingbestuur over zijn woonplaats een ingevulde en ondertekende verklaring in tweevoud in op een formulier volgens het in de bijlage opgenomen model (formulier ‘IB 92 ZWE’). Nadat hij een exemplaar van de verklaring, voorzien van dagtekening en ondertekening van de daarop voorkomende bevestiging omtrent de woonplaats, van vorenbedoeld bestuur heeft terugontvangen, handelt hij overeenkomstig het derde of het vierde lid. 3 artikel 9 van de Wet op de dividendbelasting 1965 Indien de opbrengst is uitbetaald door een in Nederland wonende of gevestigde persoon die de inbedoelde dividendnota, waaruit van de betaling van de terug te geven belasting door de belanghebbende blijkt, heeft uitgereikt, levert de belanghebbende het van een ondertekende bevestiging omtrent de woonplaats voorziene exemplaar van de verklaring in bij de hierboven bedoelde persoon, onder bijvoeging van de dividendnota. Is dit laatste niet mogelijk, dan voegt de persoon die de dividendnota heeft uitgereikt bij de verklaring een door hem gewaarmerkt afschrift van de dividendnota. Degene die de dividendnota heeft uitgereikt zendt, met een begeleidende brief, waaruit blijkt dat hij voor de belanghebbende optreedt, de bij hem ingeleverde verklaring te zamen met de dividendnota of het afschrift daarvan, aan de inspecteur van de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen buitenland, die op het verzoek beslist bij voor bezwaar vatbare beschikking. Het terug te geven bedrag wordt door de ontvanger van de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen buitenland ten behoeve van de belanghebbende overgemaakt aan degene die de dividendnota heeft uitgereikt. 4 Indien de opbrengst niet is uitbetaald door een in Nederland wonende of gevestigde persoon en de belanghebbende dientengevolge niet in het bezit is van een in het derde lid bedoelde dividendnota, zendt hij het van een ondertekende bevestiging omtrent de woonplaats voorziene exemplaar van de verklaring rechtstreeks toe aan de inspecteur van de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen buitenland, onder bijvoeging van een dividendnota of ander bewijsstuk, waaruit moet blijken: a) de desbetreffende opbrengst, en b) het feit dat de terug te geven belasting door de belanghebbende is betaald. De inspecteur van de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen buitenland beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. Het terug te geven bedrag wordt door de ontvanger van de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen buitenland aan de belanghebbende overgemaakt. 1996 101 30-05-1996 20-05-1996 IFZ96/365.M 1996 101 30-05-1996 20-05-1996 IFZ96/365.M 01-06-1996
Artikel 4 — Artikel 4 Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot deelnemingsdividenden (vrijstellingsprocedure)#
Artikel 4 Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot deelnemingsdividenden (vrijstellingsprocedure) 1 artikel 10, tweede lid Een lichaam, dat aan een lichaam (niet zijnde een maatschap of een vennootschap onder firma) dat inwoner van Zweden is en dat onmiddellijk ten minste 25 percent bezit van het kapitaal van het eerstbedoelde lichaam, dividenden betaalt waarop ingevolge, van de Overeenkomst geen dividendbelasting mag worden ingehouden, kan bij de inspecteur binnen wiens ambtsgebied het is gevestigd, het verzoek indienen ontslagen te worden van de verplichting tot inhouding van die belasting. 2 In het verzoek wordt opgaaf verstrekt van: In het verzoek wordt voorts verklaard dat het kapitaal van het Zweedse lichaam waarop het verzoek betrekking heeft, geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld. a) de naam, de plaats van vestiging en het adres van het in het eerste lid bedoelde Zweedse lichaam; b) het bedrag van het geplaatste en gestorte kapitaal van het Nederlandse lichaam; c) het gedeelte van dat kapitaal dat het in het eerste lid bedoelde Zweedse lichaam onmiddellijk bezit. 3 Indien de inspecteur gunstig op het verzoek beslist, blijft zijn beslissing van kracht met betrekking tot elk daarin genoemd lichaam zolang De bestuurder van het Nederlandse lichaam aan wie blijkt of die redelijkerwijs moet vermoeden dat zulks in enig opzicht niet meer het geval is, is gehouden daarvan aan de inspecteur schriftelijk mededeling te doen vóór de eerstvolgende vaststelling van dividend. het lichaam inwoner van Zweden is, en het lichaam onmiddellijk ten minste 25 percent van het geplaatste en gestorte kapitaal van het Nederlandse lichaam blijft bezitten, en de in de laatste volzin van het tweede lid bedoelde verklaring op het Zweedse lichaam van toepassing blijft. 1996 101 30-05-1996 20-05-1996 IFZ96/365.M 1996 101 30-05-1996 20-05-1996 IFZ96/365.M 01-06-1996
Artikel 5 — Artikel 5 Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot deelnemingsdividenden (teruggaafprocedure)#
Artikel 5 Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot deelnemingsdividenden (teruggaafprocedure) 1 artikel 10, tweede lid Indien dividendbelasting is ingehouden van dividenden, betaald door een lichaam aan een lichaam (niet zijnde een maatschap of een vennootschap onder firma) dat inwoner van Zweden is, die ingevolge, van de Overeenkomst vrijgesteld zijn van dividendbelasting, kan dat Zweedse lichaam een verzoek om teruggaaf van hetgeen meer is ingehouden richten tot de inspecteur binnen wiens ambtsgebied het Nederlandse lichaam is gevestigd. 2 artikel 4, tweede lid Het in het eerste lid bedoelde verzoek wordt ingeleverd bij het lichaam dat de dividenden heeft betaald. Dit zendt het verzoek aan de in het eerste lid bedoelde inspecteur, nadat het daaraan de in, bedoelde gegevens en de in dat lid bedoelde verklaring heeft toegevoegd. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. 3 Het terug te geven bedrag wordt door de ontvanger ten behoeve van het Zweedse lichaam aan het Nederlandse lichaam overgemaakt. 1996 101 30-05-1996 20-05-1996 IFZ96/365.M 1996 101 30-05-1996 20-05-1996 IFZ96/365.M 01-06-1996
Artikel 6 — Artikel 6 Formele bepaling#
Artikel 6 Formele bepaling De in deze regeling bedoelde verklaringen, verzoeken, gegevens en mededelingen moeten duidelijk, stellig en zonder voorbehoud worden gedaan of verstrekt. 1996 101 30-05-1996 20-05-1996 IFZ96/365.M 1996 101 30-05-1996 20-05-1996 IFZ96/365.M 01-06-1996
Artikel 7 — Artikel 7 Verjaringstermijn#
Artikel 7 Verjaringstermijn artikelen 3 5 Verzoeken om teruggaaf van belasting, als bedoeld in deen, moeten bij de bevoegde inspecteur zijn ingediend binnen een tijdvak van drie jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de belasting is geheven. 1996 101 30-05-1996 20-05-1996 IFZ96/365.M 1996 101 30-05-1996 20-05-1996 IFZ96/365.M 01-06-1996
Artikel 8 — Artikel 8 Formulieren#
Artikel 8 Formulieren artikelen 2, eerste lid 3, tweede lid De in de, en, bedoelde formulieren worden van rijkswege verstrekt. De formulieren zijn op aanvraag kosteloos verkrijgbaar, Belastingdienst/Centrum voor facilitaire dienstverlening, Afdeling Logistiek reprografisch centrum, Postbus 1314, 7301 BN Apeldoorn, en in Zweden bij de Riksskatteverket, Beskattningsavdelningen, Box 770, S-77101, Ludvika. 1996 250 30-12-1996 20-12-1996 IFZ96/1630M 1996 250 30-12-1996 20-12-1996 IFZ96/1630M 01-01-1997
Artikel 9 — Artikel 9 Intrekking#
Artikel 9 Intrekking De regeling van de Staatssecretaris van Financiën van 5 oktober 1990, nr. IFZ90/1595 (Stcrt. van 5 oktober 1990, nr. 194), wordt ingetrokken. De bepalingen van die regeling blijven evenwel van toepassing met betrekking tot dividenden, die betaald of betaalbaar zijn gesteld vóór 1 januari 1993. 1996 101 30-05-1996 20-05-1996 IFZ96/365.M 1996 101 30-05-1996 20-05-1996 IFZ96/365.M 01-06-1996
Artikel 10 — Artikel 10 Inwerkingtreding#
Artikel 10 Inwerkingtreding 1 Deze regeling kan worden aangehaald als: Nederlandse Uitvoeringsvoorschriften belastingovereenkomst Nederland-Zweden 1991. 2 Zij treedt in werking met ingang van 1 januari 1993 en vindt toepassing met betrekking tot dividenden, die op of na die datum betaald of betaalbaar zijn gesteld. 1996 101 30-05-1996 20-05-1996 IFZ96/365.M 1996 101 30-05-1996 20-05-1996 IFZ96/365.M 01-06-1996