Regeling seinen
- BWB-id
- BWBR0006176
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 1993-10-20 t/m 2004-06-08
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006176
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1993/regeling-seinen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1993/regeling-seinen/1993-10-20
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006176&g=1993-10-20
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006176&z=2026-06-06&g=1993-10-20
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006176/1993-10-20
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1993/regeling-seinen
Artikel 1 — Artikel 1 Noodseinen#
Artikel 1 Noodseinen 1 Indien een luchtvaartuig zich in ernstig en onmiddellijk gevaar bevindt en dringend hulp behoeft, geeft het één of meer van de volgende noodseinen: a. het morsesein ...- - -...(SOS), te geven door middel van radiotelegrafie of enige andere vorm van signaalgeving; b. het gesproken woord ‘MAYDAY’ bij gebruik van radiotelefonie; c. rood licht voortbrengende licht- of vuurpijlen, die met korte tussenpozen één voor één worden afgevuurd; d. een rood licht voortbrengende fakkel, die verbonden is aan een valscherm. 2 Het bepaalde in het eerste lid sluit niet uit, dat een in nood verkerend luchtvaartuig op elke manier mag proberen de aandacht te trekken, zijn positie te doen kennen of hulp te verkrijgen. 1993 199 18-10-1993 11-10-1993 RLD/JBZ/L93.008746 1993 199 18-10-1993 11-10-1993 RLD/JBZ/L93.008746 20-10-1993
Artikel 2 — Artikel 2 Spoedseinen#
Artikel 2 Spoedseinen Indien een luchtvaartuig moeilijkheden te kennen wenst te geven, waardoor het gedwongen wordt te landen zonder dat onmiddellijke hulp nodig is, geeft het de volgende seinen, hetzij gezamenlijk, hetzij afzonderlijk: a. het herhaaldelijk ontsteken en doven van de landingslichten; b. het herhaaldelijk uit- en aanschakelen van de navigatielichten op zodanige wijze dat er verschil bestaat met knipperende navigatielichten. 1993 199 18-10-1993 11-10-1993 RLD/JBZ/L93.008746 1993 199 18-10-1993 11-10-1993 RLD/JBZ/L93.008746 20-10-1993
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Indien een luchtvaartuig een zeer dringend bericht heeft over te brengen betreffende de veiligheid van een luchtvaartuig, schip of ander voertuig dan wel de veiligheid van één of meer personen aan boord of in zicht, geeft het de volgende seinen hetzij gezamenlijk, hetzij afzonderlijk: a. het morsesein bestaande uit de groep XXX, te geven door middel van radiotelegrafie of enige andere vorm van signaalgeving; b. de gesproken woorden ‘PAN PAN’ bij gebruik van radiotelefonie. 1993 199 18-10-1993 11-10-1993 RLD/JBZ/L93.008746 1993 199 18-10-1993 11-10-1993 RLD/JBZ/L93.008746 20-10-1993
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Indien een luchtvaartuig wordt onderschept, worden de in het tweede en derde lid aangegeven seinen gewisseld tussen het onderscheppende en het onderschepte luchtvaartuig. 2 De volgende seinen worden gegeven door het onderscheppende luchtvaartuig en beantwoord door het onderschepte luchtvaartuig: 4 Wanneer radioverbinding met het onderscheppende luchtvaartuig tot stand is gebracht maar communicatie in een gemeenschappelijke taal niet mogelijk is, dienen pogingen te worden ondernomen om essentiële informatie en bevestiging van opdrachten over te brengen door gebruikmaking van de volgende seinen, met de klemtoon op de onderstreepte delen: a. Door onderschepte luchtvaartuigen Term Uitspraak Betekenis Meaning CALL SIGN WILCO KOL SA-IN VILL-KO mijn roepnaam is Begrepen Voldoe aan opdracht my callsign is Understood Will comply CANNOT KANN NOTT Kan niet voldoen aan Unable to opdracht comply REPEAT REE-PEET Herhaal uw opdracht Repeat your instruction AM LOST AM LOSST Positie onbekend Position unknown MAYDAY MAY DAY lk ben in nood I am in distress 1 Het gebruik van de term ‘HIJACK’ kan in bepaalde omstandigheden onmogelijk of ongewenst zijn. HIJACK HI-JACK lk ben gekaapt I have been hijacked LAND LAAND lk verzoek voor een landing I request to land (Plaatsnaam) (Plaatsnaam) op (plaatsnaam) at (place name) DESCEND DEE-SEND lk moet dalen I require descent b. Door onderscheppende luchtvaartuigen Term Uitspraak Betekenis Meaning CALL SIGN KOL SA-IN mijn roepnaam is my call sign is FOLLOW FOL-LO Volg mij Follow me DESCEND DEE-SEND Daal voor de landing Descend for landing YOU LAND YOU-LAAND Land op dit luchtvaartterrein Land at this aerodrome PROCEED PRO-SEED U kunt doorgaan You may proceed Serie Seinen te geven door onderscheppende luchtvaartuig Betekenis Antwoord van het onderschepte luchtvaartuig Betekenis 1. DAG of Nacht: Het schommelen rond de langsas van het luchtvaartuig en het knipperen met de navigatielichten met onregelmatige tussenpozen (en landingslichten in het geval van een hefschroefvliegtuig, in een positie vóór, iets hoger dan en gewoonlijk links van het onderschepte luchtvaartuig (of rechts van het luchtvaartuig in het geval van een hefschroefvliegtuig); na bevestiging gevolgd door een flauwe horizontale bocht, als regel naar links (of naar rechts in het geval van een hefschroefvliegtuig) naar de gewenste richting. U bent onderschept Volg mij. DAG of Nacht: Het schommelen rond de langsas van het luchtvaartuig, het knipperen met de navigatielichten met onregelmatige tussenpozen en volgen. Begrepen, voldoe aan opdracht. Opmerking 1: De weersomstandigheden of het terrein kunnen het onderscheppende luchtvaartuig dwingen de posities en de richting als aangegeven bij Serie 1, om te keren. Opmerking 2: Wanneer het onderschepte luchtvaartuig geen gelijke tred kan houden met het onderscheppende luchtvaartuig, mag van het laatste worden verwacht dat het een aantal ‘race track patterns’ zal vliegen en elke keer dat het onderschepte luchtvaartuig wordt gepasseerd het luchtvaartuig op en neer zal bewegen. Opmerking: Aanvullende handelingen uit te voeren door het onderschepte luchtvaartuig zijn voorgeschreven in punt B. op blz. RAC-8-1-1/2. 2. DAG of NACHT: Het plotseling wegdraaien, vanaf het onderschepte luchtvaartuig bestaande uit een stijgende bocht van 90 graden of meer zonder de koerslijn van het onderschepte luchtvaartuig te kruisen. U kunt doorgaan DAG of NACHT: Het schommelen rond de langsas van het luchtvaartuig. Begrepen voldoe aan opdracht. 3. DAG of NACHT: Het neerlaten van het landingsgestel (indien mogelijk), het tonen van ononderbroken landingslichten, het overvliegen van de baan in gebruik of, als het onderschepte luchtvaartuig een hefschroefvliegtuig is, het overvliegen van het hefschroefvliegtuiglandingsterrein. In het geval van hefschroefvliegtuigen maakt het onderscheppende hefschroefvliegtuig een landingsnadering en blijft zweven in de buurt van het landingsgebied Land op dit luchtvaartterrein. DAG of NACHT: Het neerlaten van het landingsgestel (indien mogelijk), het tonen van ononderbroken landingslichten, terwijl het onderscheppende luchtvaartuig wordt gevolgd en wanneer na het overvliegen van de baan in gebruik of het hefschroefvliegtuiglandingsterrein, een landing veilig wordt geacht, doorgaan om te landen. Begrepen, voldoe aan opdracht. 4. DAG of NACHT: Het intrekken van het landingsgestel (indien mogelijk) en het knipperen met de landingslichten tijdens het vliegen over de baan in gebruik of het hefschroefvliegtuiglandingsterrein op een hoogte groter dan 300 m (100 ft), doch lager dan 600 m (2000 ft) in het geval van een hefschroefvliegtuig op een hoogte groter dan 50 m (170 ft), doch lager dan 100 m (330 ft) boven het luchtvaartterreinniveau, en doorgaan met het cirkelen boven de baan in gebruik of het hefschroefvliegtuiglandingsterrein. Indien het knipperen met de landingslichten onmogelijk is, dan met enig ander beschikbaar licht knipperen. Het door U aangewezen luchtvaartterein is ongeschikt. DAG of Nacht: Indien het gewenst is dat het onderschepte luchtvaartuig het onderscheppende luchtvaartuig naar een ander luchtvaartterrein volgt, trekt het laatstgenoemde zijn landingsgestel in (indien mogelijk) en geeft de seinen voorgeschreven in serie 1 voor onderscheppende luchtvaartuigen. Besluit het onderscheppende luchtvaartuig het onderschepte luchtvaartuig vrij te laten, dan geeft het eerstgenoemde de seinen voorgeschreven in serie 2 voor onderscheppende luchtvaartuigen. Begrepen, volg mij. Begrepen, U kunt doorgaan. 5. DAG of NACHT: Het regelmatig aan- en uitschakelen van alle beschikbare lichten, maar op een zodanige wijze dat het duidelijk verschilt van knipperlichten. Kan niet voldoen aan opdracht. DAG of NACHT: Gebruik de in serie 2 voorgeschreven seinen voor onderscheppende luchtvaartuigen. Begrepen. 6. DAG of NACHT: Onregelmatig knipperen van alle beschikbare lichten. in nood. DAG of Nacht: Gebruik de in serie 2 voorgeschreven seinen voor onderscheppende luchtvaartuigen. Begrepen. 1993 199 18-10-1993 11-10-1993 RLD/JBZ/L93.008746 1993 199 18-10-1993 11-10-1993 RLD/JBZ/L93.008746 20-10-1993
Artikel 5 — Artikel 5 Waarschuwingsteken voor beperkte, verboden of gevaarlijke gebieden#
Artikel 5 Waarschuwingsteken voor beperkte, verboden of gevaarlijke gebieden Het met tussenpozen van 10 seconden vanaf de grond afvuren van een serie projectielen, die bij het springen rode en groene lichten of sterren vertonen is het waarschuwingsteken, dat het luchtvaartuig zich bevindt in een gebied, waarin de uitoefening van de luchtvaart is beperkt, verboden of als gevaarlijk is aangeduid, dan wel dat het luchtvaartuig op het punt staat een dergelijk gebied binnen te vliegen en dat het luchtvaartuig geëigende maatregelen moet nemen om het betrokken gebied te verlaten of te vermijden. 1993 199 18-10-1993 11-10-1993 RLD/JBZ/L93.008746 1993 199 18-10-1993 11-10-1993 RLD/JBZ/L93.008746 20-10-1993
Artikel 6 — Artikel 6 Lichtseinen#
Artikel 6 Lichtseinen 1 De volgende lichtseinen van een plaatselijke luchtverkeersleidingsdienst aan luchtvaartuigen hebben de daarachter vermelde betekenis: 2 Bevestiging van ontvangst van de volgens het eerste lid gegeven seinen wordt door een luchtvaartuig gegeven, a. in de lucht: bij daglicht – door het op en neer bewegen van de vleugels en bij duisternis – door het tweemaal aan- en uitschakelen van de landingslichten, dan wel indien niet uitgerust met landingslichten, het tweemaal uiten aanschakelen van de navigatielichten; b. op de grond: bij daglicht – door het op en neer bewegen van de rolroeren of het richtingsroer en bij duisternis – door het tweemaal aan- en uitschakelen van de landingslichten, dan wel, indien niet uitgerust met landingslichten, het tweemaal uiten aanschakelen van de lichten die het luchtvaartuig moet voeren. lichtsein gericht op een luchtvaartuig in de lucht gericht op een luchtvaartuig op de grond ononderbroken groen licht geklaard om te landen geklaard om op te stijgen stop ononderbroken rood licht wijk uit voor andere luchtvaartuigen en blijf cirkelen groen knipperlicht 1 Klaring om te landen of te taxiën wordt later gegeven (Zie figuur in bijlage van deze regeling) keer terug om te landen geklaard om te taxiën rood knipperlicht luchtvaartterrein onveilig, niet landen taxi vrij van de in gebruik zijnde landingsbaan wit knipperlicht land op dit luchtvaartterrein en begeef u naar het platform keer terug naar de plaats op het luchtvaartterrein van waar a vertrokken bent rode lichtkogels of vuurpijlen ondanks enige eerdere aanwijzing voorlopig niet landen 1993 199 18-10-1993 11-10-1993 RLD/JBZ/L93.008746 1993 199 18-10-1993 11-10-1993 RLD/JBZ/L93.008746 20-10-1993
Artikel 7 — Artikel 7 Grondtekens#
Artikel 7 Grondtekens De volgende grondtekens op een luchtvaartterrein hebben de daarachter vermelde betekenis; a. rood vierkant bord met gele diagonalen: verboden te landen voor onbepaalde tijd; b. rood vierkant bord met één gele diagonaal: opletten bij het landen, b.v. wegens slechte toestand van het landingsterrein; c. witte halter: landen, opstijgen en taxiën uitsluitend toegestaan op banen en rijbanen; d. witte halter met zwarte dwarsbalken: landen en opstijgen uitsluitend toegestaan op banen: taxiën toegestaan op en buiten rijbanen; e. kruisen in een enkelvoudige kleur, liefst geel of wit, op het landingsterrein: het gedeelte binnen de kruisen in onbruikbaar; f. witte of oranje landings-T: landen en opstijgen in een lijn evenwijdig aan het staande been van de T en in de richting van de voet naar de top van de T; g. cijfers tegen of in de nabijheid van de verkeerstoren: richting, waarin moet worden opgestegen, uitgedrukt in tientallen graden ten opzichte van het magnetisch Noorden, afgerond op het meest nabijkomende tiental graden; (de cijfers in de figuur dienen als voorbeeld); h. pijl in een sprekende kleur in het seinenvierkant of aan het einde van de in gebruik zijnde baan: vóór het landen en na het opstijgen iedere bocht naar rechts maken (rechter-hand-verkeerscircuit); i. zwarte C op gele achtergrond: luchtverkeersmeldingspost; j. dubbel wit kruis in het seinenvierkant: zweefvliegen vindt plaats op het luchtvaartterrein. 1993 199 18-10-1993 11-10-1993 RLD/JBZ/L93.008746 1993 199 18-10-1993 11-10-1993 RLD/JBZ/L93.008746 20-10-1993
Artikel 8 — Artikel 8 Parkeer- en manoeuvreertekens#
Artikel 8 Parkeer- en manoeuvreertekens 1 artikelen 9 10 De inenvermelde tekens worden gegeven met de hand, zonodig voorzien van een middel ter verduidelijking of verlichting, terwijl de seiner zich moet opstellen met zijn gezicht naar het luchtvaartuig gewend op een plaats a. bij vleugelvliegtuigen- vóór de linkervleugel in het gezichtsveld van de bestuurder en b. bij hefschroefvliegtuigen- waar hij het best kan worden gezien door de bestuurder. 2 artikel 9 Alvorens een inen 10 vermeld sein te gebruiken overtuigt de seiner zich ervan dat het gebied, waarin het luchtvaartuig wordt geleid, vrij is van voorwerpen die het luchtvaartuig zouden kunnen raken bij het opvolgen van de te geven aanwijzing. 1993 199 18-10-1993 11-10-1993 RLD/JBZ/L93.008746 1993 199 18-10-1993 11-10-1993 RLD/JBZ/L93.008746 20-10-1993
Artikel 9 — Artikel 9 Parkeertekens#
Artikel 9 Parkeertekens De volgende aanwijzingen worden door de seiner gegeven door middel van de daarachter vermelde parkeertekens. a Ga verder onder aanwijzing van de seiner De seiner leidt het luchtvaartuig, indien zulks noodzakelijk is. b Hier parkeren De armen omhooggestrekt met de handpalmen naar elkaar toe. c Ga verder naar de volgende seiner Rechter of linker arm naar beneden, andere arm gekruist voor het lichaam en gestrekt in de richting van de volgende seiner. d Rechtuit rijden De armen worden een weinig uit elkaar, met de handpalmen achterwaarts, herhaaldelijk vanaf schouderhoogte naar boven en naar achteren bewogen. e1 Draai naar links De rechterarm wijst naar beneden; de linkerarm wordt herhaaldelijk van recht vooruit naar boven en naar achteren bewogen. Hoe sneller de arm wordt bewogen, hoe sneller moet worden gedraaid. e2 Draai naar rechts De linkerarm wijst naar beneden; de rechterarm wordt herhaaldelijk van recht vooruit naar boven en naar achteren bewogen. Hoe sneller de arm wordt bewogen, hoe sneller moet worden gedraaid. f Stop De gestrekte armen worden herhaaldelijk boven het hoofd gekruist. Hoe sneller de armen worden gekruist, hoe sneller moet worden gestopt. g1 Remmen vast De arm en geopende hand worden horizontaal gestrekt voor het lichaam, waarna een vuist wordt gemaakt. g2 Remmen los De arm en hand met gebalde vuist worden horizontaal gestrekt voor het lichaam, waarna de vuist geopend wordt. h1 Wielblokken worden vastgezet De gestrekte armen worden met de handpalm naar binnen van zijwaarts naar omlaag bewogen. h2 Wielblokken zijn weggenomen De gestrekte armen worden met de handpalm naar buiten van omlaag in zijwaartse richting bewogen. i Motor(en) starten De rechterhand beschrijft een cirkel naast het hoofd, terwijl met het aantal opgestoken vingers wordt aangegeven welke motor moet worden gestart; de motoren worden aangeduid door opeenvolgende nummering, te beginnen met de buitenste linker motor, die als nr. 1 wordt aangeduid. j Motor(en) afzetten De rechter- of linkerhand wordt, met de handpalm naar beneden, op schouderhoogte voor de keel heen en weer bewogen, terwijl de arm gebogen blijft. k Snelheid verminderen De armen worden met de handpalmen naar beneden gericht herhaaldelijk naast het lichaam op en neer bewogen. l Snelheid van de motoren verminderen aan de aangegeven zijde De armen worden – met de handpalmen naar de grond gericht – langs het lichaam gestrekt, waarna de linker of rechterhand op en neer wordt bewogen om aan te geven dat de linke, of rechter motor(en) snelheid moet(en) minderen. m Achteruit De gestrekte armen worden – met de handpalmen naar voren gericht – herhaaldelijk naar voren en naar boven langs het lichaam bewogen tot aan schouderhoogte. n1 Staart naar rechts, achteruitrijdend De linkerarm wijst zijwaarts omlaag, terwijl de gestrekte rechterarm – met de handpalm naar voren gericht – herhaaldelijk van omhoog naar voren wordt bewogen. n2 Staart naar links, achteruitrijdend De rechterarm wijst zijwaarts omlaag, terwijl de gestrekte linkerarm – met de handpalm naar voren gericht – herhaaldelijk van omhoog naar voren wordt bewogen. o Alles vrij De rechterarm wordt opgeheven vanaf de elleboog, terwijl de duim van de rechterhand omhoog wijst. 1993 199 18-10-1993 11-10-1993 RLD/JBZ/L93.008746 1993 199 18-10-1993 11-10-1993 RLD/JBZ/L93.008746 20-10-1993
Artikel 10 — Artikel 10 Manoeuvreertekens voor hefschroefvliegtuigen#
Artikel 10 Manoeuvreertekens voor hefschroefvliegtuigen De volgende aanwijzingen voor hefschroefvliegtuigen worden door de seiner gegeven door middel van de daarachter vermelde manoeuvreertekens. a. Houd positie (‘hover’) Armen horizontaal zijwaarts uitgestrekt. b. Stijgen De armen worden horizontaal zijwaarts uitgestrekt en naar boven bewogen, met de handpalmen naar boven gericht. De snelheid van de beweging geeft de stijgsnelheid aan. c. Dalen De armen worden horizontaal zijwaarts uitgestrekt en naar beneden bewogen, met de handpalmen naar beneden gericht. De snelheid van de beweging geeft de daalsnelheid aan. d. Vlieg horizontaal in de aangegeven richting De ene arm wijst zijwaarts in de vliegrichting, terwijl de andere arm herhaaldelijk in dezelfde richting voor het lichaam wordt bewogen. e. Landen De armen gekruist voor het lichaam naar beneden gestrekt. 1993 199 18-10-1993 11-10-1993 RLD/JBZ/L93.008746 1993 199 18-10-1993 11-10-1993 RLD/JBZ/L93.008746 20-10-1993
Artikel 11 — Artikel 11 Tekens van bestuurders aan seiner#
Artikel 11 Tekens van bestuurders aan seiner artikel 8 De volgende tekens worden gegeven door de bestuurder van een luchtvaartuig vanuit de stuurhut, met zijn handen duidelijk zichtbaar voor de inbedoelde seiner, waarbij de handen zonodig verlicht worden: a. 1. remmen vast: een arm wordt opgeheven met geopende hand, waarna een vuist wordt gemaakt op het moment dat de remmen worden vastgezet; 2. remmen los: een arm wordt opgeheven met gebalde vuist, waarna de vuist wordt geopend op het moment dat de remmen worden losgelaten; b. 1. wielblokken vastzetten: de armen worden – met de handpalm naar buiten – gestrekt en daarna naar binnen bewogen en vóór het gelaat gekruist; 2. wielblokken wegnemen: de armen worden gekruist vóór het gelaat en daarna gestrekt met de handpalm naar buiten; c. klaar om motor(en) te starten: een hand wordt opgestoken, waarbij met het aantal gestrekte vingers wordt aangegeven welke motor klaar is om te worden gestart; de motoren worden aangeduid door opeenvolgende nummering, te beginnen met de buitenste linkermotor, die als nr. 1 wordt aangeduid. 1993 199 18-10-1993 11-10-1993 RLD/JBZ/L93.008746 1993 199 18-10-1993 11-10-1993 RLD/JBZ/L93.008746 20-10-1993
Artikel 12 — Artikel 12 Intrekking#
Artikel 12 Intrekking Het besluit van de Directeur-Generaal van de Rijksluchtvaartdienst, de Chef van de Marinestaf en de Chef van de Luchtmachtstaf van 28 juli 1981, nr. LVB/L23877/Stcrt. 1981, 164, gewijzigd op 5 november 1985, nr. LVB/L25694/Stcrt. 1985, 266, wordt ingetrokken. 1993 199 18-10-1993 11-10-1993 RLD/JBZ/L93.008746 1993 199 18-10-1993 11-10-1993 RLD/JBZ/L93.008746 20-10-1993
Artikel 13 — Artikel 13 Inwerkingtreding#
Artikel 13 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 1993 199 18-10-1993 11-10-1993 RLD/JBZ/L93.008746 1993 199 18-10-1993 11-10-1993 RLD/JBZ/L93.008746 20-10-1993
Artikel 14 — Artikel 14 Titel#
Artikel 14 Titel Deze regeling kan worden aangehaald als: ‘Regeling seinen’. 1993 199 18-10-1993 11-10-1993 RLD/JBZ/L93.008746 1993 199 18-10-1993 11-10-1993 RLD/JBZ/L93.008746 20-10-1993