Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties
- BWB-id
- BWBR0006085
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2013-01-01 t/m 2013-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006085
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1993/regeling-subsidies-particuliere-terreinbeherende-natuurbesch
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/1993/regeling-subsidies-particuliere-terreinbeherende-natuurbesch/2013-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006085&g=2013-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006085&z=2026-06-06&g=2013-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006085/2013-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/1993/regeling-subsidies-particuliere-terreinbeherende-natuurbesch
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze regeling wordt verstaan onder: – beheer: al hetgeen in een terrein wordt verricht ten behoeve van instandhouding en ontwikkeling van de in dat terrein aanwezige waarden van natuurwetenschappelijke, landschappelijke of cultuurhistorische betekenis of vanwege de bosbouwkundige waarden, alsmede de daarmee verbonden administratie; – artikel 28 van de Wet agrarisch grondverkeer bureau: bureau beheer landbouwgronden als bedoeld in; – directeur: Directeur Dienst Landelijk Gebied van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; – DLG: Dienst Landelijk Gebied van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; – EHS: ecologische hoofdstructuur zoals die globaal is aangegeven op kaart 5 van de planologische kernbeslissing van de Nota Ruimte (Kamerstukken II 2004/05, 29 435, nr. 125); – hervestigingskosten: kosten verbonden aan bedrijfshervestiging als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Regeling verlening hervestigingstoeslag, voor zover ter tegemoetkoming in die kosten op grond van die regeling een toeslag is verleend; – inrichting: het geschikt maken van een terrein voor de instandhouding, het herstel of de ontwikkeling van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden of bosbouwkundige waarden en het daarmee samenhangende beheer; – artikel 3 instelling: instelling als bedoeld in, zijnde een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid of een stichting; – invloedssfeer: gedeelte van een provincie, aangegeven op een door de Minister en Gedeputeerde Staten vastgestelde kaart, waarbinnen een instelling eerstaangewezene is om terreinen te verwerven of in beheer te verkrijgen; – Minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; – Nadere Uitwerking voor het Rivierengebied: Nadere Uitwerking voor het Rivierengebied, bedoeld in de Nota Ruimte (Kamerstukken II 2004/05, 29 435, nr. 174); – artikel 1, onderdeel s, van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 natuurgebied: natuurgebied als bedoeld in, zoals die luidde tot 1 januari 2007; – natuurontwikkeling: het scheppen van de abiotische en biotische omstandigheden voor de ontwikkeling van natuurwaarden van nationale of internationale betekenis door middel van daarop toegesneden eenmalige maatregelen voor inrichting en beheer; – project: geheel van onderscheidbare éénmalige activiteiten, gericht op één of meer concrete resultaten ter instandhouding, herstel of ontwikkeling van natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden of bosbouwkundige waarden; – project Grensmaas: project Grensmaas als bedoeld in het Stimuleringsplan, tevens Natuur- en beheersgebiedsplan Grensmaas en het Provinciaal Omgevingsplan Limburg Aanvulling Grensmaas (Stcrt. 2005, 136); – project Zandmaas Pakket I: project Zandmaas Pakket I als bedoeld in het Tracébesluit Zandmaas/Maasroute, het Provinciaal Omgevingsplan Limburg Aanvulling Zandmaas (Stcrt. 2002, 52); – terreinen: gronden, daaronder begrepen natuurterreinen, wateren, landgoederen, bossen en andere houtopstanden, alsmede de op die gronden gelegen objecten, die van belang of van potentieel belang zijn om hun natuurwetenschappelijke, landschappelijke of cultuurhistorische betekenis of vanwege bosbouwkundige waarden; – verordening (EG) nr. 1275/1999: verordening (EG) nr. 1275/1999 van de Raad van de Europese Unie van 17 mei 1999 betreffende steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen (PbEG L160); – verwerving: verwerving van het recht van eigendom of het recht van erfpacht. 2 artikelen 2 4 van de Kaderwet LNV-Subsidies Deze regeling berust op deen. 2008 187 26-09-2008 16-09-2008 TRCJZ/2008/2320 2008 187 26-09-2008 16-09-2008 TRCJZ/2008/2320 28-09-2008 01-01-2008
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De Minister kan met betrekking tot de te vergraven terreinen ten behoeve van de realisatie van de projecten Grensmaas en Zandmaas Pakket I en de realisatie van de Nadere Uitwerking voor het Rivierengebied op aanvraag subsidie verlenen voor: a. de kosten van verwerving, en b. de vergoeding van de kosten voor beëindiging van pachtovereenkomsten. 2011 12982 18-07-2011 07-07-2011 214263 2011 12982 18-07-2011 07-07-2011 214263 19-07-2011
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2 In aanmerking voor een subsidie als bedoeld inkomen de volgende instellingen: a. voor het project Grensmaas: – Vereniging Natuurmonumenten; b. voor het project Zandmaas Pakket I: – Stichting Het Limburgs Landschap; c. voor de Nadere Uitwerking voor het Rivierengebied: – Stichting Het Brabantse Landschap; – Stichting Het Geldersch Landschap; – Stichting Het Landschap Overijssel; – Stichting Het Utrechts Landschap; – Stichting Het Zuid-Hollands Landschap; – Vereniging Natuurmonumenten. 2008 187 26-09-2008 16-09-2008 TRCJZ/2008/2320 2008 187 26-09-2008 16-09-2008 TRCJZ/2008/2320 28-09-2008 01-01-2008
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a Vervallen 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 10-06-2006
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2 Een subsidie als bedoeld inwordt slechts verleend: a. voorzover de behoefte aan een subsidie ten genoegen van de minister wordt aangetoond; b. indien aannemelijk wordt gemaakt dat met inbegrip van de subsidie een sluitende exploitatie is verzekerd. 2 artikel 2, onderdeel a De verlening van een subsidie als bedoeld in, wordt in ieder geval geweigerd, indien een terrein is gelegen buiten de invloedssfeer van de instelling die een aanvraag tot subsidieverlening heeft ingediend, behoudens ingeval de eerstaangewezene op grond van de door de minister en gedeputeerde staten vastgestelde kaart, met de desbetreffende verwerving of het desbetreffende beheer schriftelijk heeft ingestemd. 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 10-06-2006
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a 1 artikel 2 De minister stelt jaarlijks voor alle ingenoemde categorieën subsidies gezamenlijk of voor elke categorie afzonderlijk een subsidieplafond vast. 2 artikel 2 Indien het subsidieplafond wordt overschreden, kan de minister besluiten dat vanaf een door hem vast te stellen tijdstip geen aanvragen tot subsidieverlening als bedoeld inmeer kunnen worden ingediend. Dit besluit kan één of enkele categorieën subsidies betreffen. 3 De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen. 4 artikel 2 Het subsidieplafond voor de ingenoemde categorieën subsidies gezamenlijk voor 2013 is: a. voor het project Grensmaas: € O,–; b. voor het project Zandmaas Pakket I: € O,–; c. voor de Nadere Uitwerking voor het Rivierengebied: € O,–. 2012 22303 02-11-2012 01-11-2012 DGNR-PDJNG/12345771 2012 22303 02-11-2012 01-11-2012 DGNR-PDJNG/12345771 01-01-2013
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 01-01-1998
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 2, onderdeel a Een subsidie voor de kosten van verwerving van een terrein als bedoeld in, wordt slechts verleend indien het aankoopbedrag niet meer bedraagt dan de reële marktwaarde en het terrein gelegen is: a. in een op grond van de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling, zoals die luidde tot 29 november 1999, begrensd natuurontwikkelingsproject of reservaatsgebied, of b. in een natuurgebied voor zover het een terrein betreft waarbinnen natuurontwikkeling wordt nagestreefd, of c. in een natuurgebied binnen de EHS. 2008 187 26-09-2008 16-09-2008 TRCJZ/2008/2320 2008 187 26-09-2008 16-09-2008 TRCJZ/2008/2320 28-09-2008 01-01-2008
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 6 De subsidie, bedoeld in, vermeerderd met subsidies of andere bijdragen die uit andere hoofde met hetzelfde oogmerk worden verstrekt en vermeerderd met eigen middelen van de instelling die met hetzelfde oogmerk worden aangewend, bedraagt ten hoogste 100 procent van de subsidiabele kosten. 2 Als subsidiabele kosten worden aangemerkt: a. het aankoopbedrag; b. het kadastraal recht en het registratierecht; c. veiling- en notariskosten; d. overdrachtsbelasting voor zover geen kwijtschelding of vermindering wordt verleend; e. schenkingsrecht voor zover geen kwijtschelding of vermindering wordt verleend; f. het afkoopbedrag van de landinrichtingsrente voor zover die rust op het verworven terrein; g. kosten verbonden aan het verlies bij verkoop of sloop van gebouwen; h. hervestigingskosten, voor zover deze kosten bij verkoop van gronden door het bureau aan de betrokken instelling in het aankoopbedrag van een terrein worden doorberekend. 3 De minister kan bij de beschikking tot subsidieverlening besluiten dat tot een door hem vast te stellen maximumbedrag als subsidiabele kosten tevens worden aangemerkt: a. kosten van het wegwerken van het ten tijde van de verwerving aanwezige achterstallig onderhoud; b. kosten verbonden aan kleine investeringen ten behoeve van de inrichting van een terrein; c. kosten verbonden aan het tenietgaan van het op een terrein gevestigd recht van opstal; d. taxatie- en bemiddelingskosten. 4 Kosten als bedoeld in de onderdelen a tot en met c van het derde lid worden niet als subsidiabele kosten aangemerkt, voor zover deze kosten verband houden met de verwerving van een terrein ten behoeve van natuurontwikkeling. 2008 187 26-09-2008 16-09-2008 TRCJZ/2008/2320 2008 187 26-09-2008 16-09-2008 TRCJZ/2008/2320 28-09-2008 01-01-2008
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De subsidieontvanger is verplicht om: a. de daadwerkelijke verwerving van het terrein ten laatste te laten plaatsvinden binnen een tijdvak van twaalf weken na de subsidieverlening; b. artikel 7, tweede lid, onderdeel f, of derde lid, onderdelen a tot en met c voorzover de subsidieverlening tevens betrekking heeft op de subsidiabele kosten als bedoeld in, die kosten te maken binnen een tijdvak van twee jaren na de subsidieverlening. 2 Op verzoek van de betrokken instelling kan de minister de termijn, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, verlengen tot en met een door hem vast te stellen of nader vast te stellen tijdstip. 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 01-01-1998
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 2008 187 26-09-2008 16-09-2008 TRCJZ/2008/2320 2008 187 26-09-2008 16-09-2008 TRCJZ/2008/2320 28-09-2008 01-01-2008
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 2, onderdeel b Een subsidie voor de kosten van vergoeding ter beëindiging van een op een terrein gevestigde pachtovereenkomst als bedoeld in, wordt slechts verleend, voorzover een instelling eigenaar of erfpachter is van een terrein waarop reeds vóór het tijdstip dat het terrein door die instelling is verworven, pachtrechten zijn gevestigd, en waarvoor naar het oordeel van de minister beëindiging van de op het terrein gevestigde pachtovereenkomst gewenst is vanuit het oogpunt van natuur- of landschapsbescherming, bescherming van cultuur-historische of bosbouwkundige waarden, of natuurontwikkeling alsmede de hoogte van de vergoeding niet meer bedraagt dan de gebruikelijk betaalde vergoedingen ter compensatie van het nadeel bij vroegtijdige beëindiging van pachtovereenkomsten. 2 De subsidie, bedoeld in het eerste lid, vermeerderd met subsidies of andere bijdragen die uit andere hoofde met hetzelfde oogmerk worden verstrekt en vermeerderd met eigen middelen van de instelling die met hetzelfde oogmerk worden aangewend, bedraagt ten hoogste 100 procent van de subsidiabele kosten. 3 De subsidieontvanger is verplicht om de beëindiging ten laatste te laten plaatsvinden binnen een tijdvak van twaalf weken na de subsidieverlening. 4 Artikel 8, tweede lid , is van overeenkomstige toepassing. 2008 187 26-09-2008 16-09-2008 TRCJZ/2008/2320 2008 187 26-09-2008 16-09-2008 TRCJZ/2008/2320 28-09-2008 01-01-2008
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a Vervallen 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 10-06-2006
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 10-06-2006
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 10-06-2006
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 10-06-2006
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 10-06-2006
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 10-06-2006
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 10-06-2006
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 1999 252 29-12-1999 20-12-1999 TRCJZ/1999/13144 1999 252 29-12-1999 20-12-1999 TRCJZ/1999/13144 01-01-2000
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 10-06-2006
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Aanvragen tot subsidieverlening alsmede andere in het kader van deze paragraaf over te leggen bescheiden worden gericht aan de minister en ingediend bij de directeur. 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 01-01-1998
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 a. artikel 6 Een aanvraag tot subsidieverlening voor de kosten van verwerving van een terrein als bedoeld inwordt uiterlijk ingediend op de dag vóór het passeren van de koopakte. b. artikel 10 Een aanvraag tot subsidieverlening voor de kosten van vergoeding ter beëindiging van een pachtovereenkomst als bedoeld inwordt uiterlijk ingediend op de dag vóór de beëindiging van de pachtovereenkomst. 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 01-01-1998
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 artikel 6 artikel 10 Een aanvraag tot subsidieverlening, bedoeld in, respectievelijk, gaat in ieder geval vergezeld van: a. een kadastrale omschrijving van het terrein ten behoeve waarvan de subsidie wordt aangevraagd; b. een begroting van de met de verwerving, respectievelijk de beëindiging van de pachtovereenkomst, gemoeide kosten; c. in voorkomend geval, een overzicht van de subsidies of andere bijdragen die uit anderen hoofde met hetzelfde oogmerk worden verstrekt, respectievelijk van de eigen middelen van de instelling die met hetzelfde oogmerk worden aangewend, en d. voor zover het betreft een aanvraag tot subsidieverlening voor de kosten van verwerving van een terrein en die verwerving niet kan worden aangemerkt als een uitbreidingsaankoop, een globale visie op het na te streven beheer van het terrein. 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 01-01-1998
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 De minister geeft een beschikking tot subsidieverlening. 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 01-01-1998
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 De minister kan op aanvraag een voorschot verlenen tot ten hoogste vijfennegentig procent van het bedrag vermeld in de beschikking tot subsidieverlening onderscheidenlijk van het bedrag waarop de subsidie overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening ten hoogste kan worden vastgesteld. 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 01-01-1998
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Binnen twaalf weken nadat een terrein daadwerkelijk is verworven, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling in, vergezeld van: a. een afschrift van de notariële akte van de aankoop van het betrokken terrein; b. artikel 7, tweede lid, onderdelen a tot en met e artikel 7, derde lid, onderdeel d, en c een overzicht van de kosten, bedoeld in, en — in voorkomend geval — een overzicht van de kosten, bedoeld in, in voorkomend geval, een overzicht van de subsidies of andere bijdragen die uit anderen hoofde met hetzelfde oogmerk zijn verstrekt, respectievelijk van de eigen middelen van de instelling die met hetzelfde oogmerk zijn aangewend. 2 Binnen twaalf weken nadat met betrekking tot een terrein de pachtovereenkomst is beëindigd, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling in, vergezeld van: a. artikel 377, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek een afschrift van een schriftelijke overeenkomst tot beëindiging van de pachtovereenkomst danwel een afschrift van het besluit van de Pachtkamer tot ontbinding van de pachtovereenkomst als bedoeld in; b. een overzicht van de kosten verbonden aan de beëindiging van de pachtovereenkomst, en c. in voorkomend geval, een overzicht van de subsidies of andere bijdragen die uit anderen hoofde met hetzelfde oogmerk zijn verstrekt, respectievelijk van de eigen middelen van de instelling die met hetzelfde oogmerk zijn aangewend. 2007 168 31-08-2007 24-08-2007 TRCJZ/2007/2722 2007 168 31-08-2007 24-08-2007 TRCJZ/2007/2722 01-09-2007
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 artikelen 6 10 De minister geeft een beschikking tot subsidievaststelling ten aanzien van de subsidies, bedoeld in deen. 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 01-01-1998
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Vervallen 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 10-06-2006
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 10-06-2006
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 2008 187 26-09-2008 16-09-2008 TRCJZ/2008/2320 2008 187 26-09-2008 16-09-2008 TRCJZ/2008/2320 28-09-2008 01-01-2008
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Vervallen 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 10-06-2006
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Vervallen 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 10-06-2006
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Vervallen 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 10-06-2006
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Vervallen 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 10-06-2006
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Vervallen 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 10-06-2006
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Vervallen 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 10-06-2006
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Vervallen 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 10-06-2006
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Vervallen 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 10-06-2006
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 De instelling draagt er zorg voor, dat de subsidie wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor zij wordt verstrekt en dat alle verder uit deze regeling voortvloeiende verplichtingen worden nagekomen. 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 01-01-1998
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 verordening (EEG) nr. 4045/89 Richtlijn 77/435/EEG De instelling is verplicht een deugdelijke administratie en een doelmatig financieel beheer te voeren ten aanzien van de activiteiten waar de subsidieverlening betrekking op heeft en alle documenten waaronder afschriften van de notariële akten en koopcontracten te bewaren gedurende tenminste 3 jaren na datum van de subsidievaststelling conform artikel 4 vanvan de Raad van 21 december 1989 inzake de door de Lid-Staten uit te voeren controles op de verrichtingen in het kader van de financieringsregeling van de afdeling Garantie van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw en houdende intrekking van(PbEG L388). 2 Omtrent de wijze van administreren kan de minister richtlijnen geven. 2000 219 10-11-2000 09-11-2000 TRCJZ/2000/12336 2000 219 10-11-2000 09-11-2000 TRCJZ/2000/12336 12-11-2000 01-01-2000
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 De instelling is verplicht mededeling te doen van alleen of met anderen opgerichte of nog op te richten privaatrechtelijke rechtspersonen die de financiële positie van de instelling in betekenende mate beïnvloeden of kunnen beïnvloeden. Zij is gehouden op verzoek van de minister inzage te verschaffen of te doen verschaffen in de financiële jaarstukken van zodanige rechtspersonen. 1993 137 22-07-1993 16-07-1993 J931871 1993 137 22-07-1993 16-07-1993 J931871 24-07-1993 01-01-1993
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 artikel 6 Behoudens goedkeuring van de minister wordt een met een subsidie als bedoeld inverworven terrein of een gedeelte daarvan niet vervreemd of in erfpacht uitgegeven, noch wordt het kenmerkend karakter van het terrein of delen ervan in strijd met het beheersvisie gewijzigd, dan wel aan derden toestemming daartoe verleend. Aan de goedkeuring kan de minister voorwaarden verbinden. 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 01-01-1998
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 artikel 4:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht In de gevallen, genoemd in, is de subsidieontvanger aan de minister een vergoeding voor vermogensvorming verschuldigd. 2 artikel 6 Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, wordt — uitgezonderd in geval een subsidie als bedoeld inis toegekend — uitgegaan van de waarde van de eigendommen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de financiële vergoeding verschuldigd wordt met dien verstande dat — in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van eigendommen — wordt uitgegaan van het bedrag dat de instelling als schadevergoeding ontvangt. Indien het onroerend goed betreft, geschiedt de waardebepaling door een onafhankelijke deskundige. 3 artikel 6 In geval een subsidie als bedoeld inis toegekend, wordt bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding uitgegaan van de waarde van de eigendommen en andere vermogensbestanddelen ten tijde van verwerving. 4 Toepassing van het eerste lid blijft achterwege, indien de activiteiten van de instelling nà toestemming van de minister door een andere rechtspersoon worden voortgezet en de activa tegen boekwaarde aan die andere rechtspersoon in eigendom zijn overgedragen. 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 01-01-1998
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Vervallen 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 01-01-1998
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 6 van de Kaderwet LNV-subsidies Indien toepassing wordt gegeven aanof, worden terug te vorderen bedragen vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het tijdstip van terugvordering tot aan het moment van algehele voldoening. 2 Terugvordering van onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten blijft achterwege, indien het terrein aan de Staat wordt overgedragen. 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 01-01-1998
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 De instelling beschikt over statuten, die aan de minister ter kennisneming worden overgelegd. De instelling stelt de minister onverwijld in kennis van wijziging van de statuten. 1993 137 22-07-1993 16-07-1993 J931871 1993 137 22-07-1993 16-07-1993 J931871 24-07-1993 01-01-1993
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Aan de toekenning van een subsidie kunnen geen rechten worden ontleend voor subsidies in daarop volgende jaren. 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 01-01-1998
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 Bij beëindiging van de instelling behoeft de bestemming van een batig liquidatiesaldo de goedkeuring van de minister. 1993 137 22-07-1993 16-07-1993 J931871 1993 137 22-07-1993 16-07-1993 J931871 24-07-1993 01-01-1993
Artikel 46a — Artikel 46a#
Artikel 46a verordening (EG) nr. 1257/99 artikel 46b artikel 46c Indien de aanvrager door ernstige nalatigheid of opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening of – vaststelling heeft ingediend of ernstig nalatig of opzettelijk anderszins onjuiste gegevens heeft verstrekt op grond van een andere regeling gebaseerd op titel II, hoofdstuk IX van de, of indien een beschikking tot subsidieverlening is gewijzigd of ingetrokken op grond vanof een beschikking tot subsidievaststelling is gewijzigd of ingetrokken op grond van, wordt voor het betreffende kalenderjaar subsidieverlening geweigerd. 2000 219 10-11-2000 09-11-2000 TRCJZ/2000/12336 2000 219 10-11-2000 09-11-2000 TRCJZ/2000/12336 12-11-2000 01-01-2000
Artikel 46b — Artikel 46b#
Artikel 46b verordening (EG) nr. 1257/99 Indien de aanvrager door ernstige nalatigheid of opzettelijk onjuiste gegevens heeft ingediend bij de aanvraag tot subsidieverlening of subsidievaststelling of ernstig nalatig of opzettelijk anderszins onjuiste gegevens heeft verstrekt op grond van een andere regeling gebaseerd op titel II, hoofdstuk IX van dewordt de beschikking tot subsidieverlening op grond van deze regeling gewijzigd of ingetrokken op een zodanige wijze dat voor het betreffende kalenderjaar geen recht op een bijdrage bestaat. 2000 219 10-11-2000 09-11-2000 TRCJZ/2000/12336 2000 219 10-11-2000 09-11-2000 TRCJZ/2000/12336 12-11-2000 01-01-2000
Artikel 46c — Artikel 46c#
Artikel 46c verordening (EG) nr. 1257/99 Indien de aanvrager door ernstige nalatigheid of opzettelijk onjuiste gegevens heeft ingediend bij de aanvraag tot subsidieverlening of subsidievaststelling of ernstig nalatig of opzettelijk anderszins onjuiste gegevens heeft verstrekt op grond van een andere regeling gebaseerd op titel II, hoofdstuk IX van dewordt de beschikking tot subsidievaststelling gewijzigd of ingetrokken op een zodanige wijze dat voor het betreffende kalenderjaar geen recht op een bijdrage bestaat. 2000 219 10-11-2000 09-11-2000 TRCJZ/2000/12336 2000 219 10-11-2000 09-11-2000 TRCJZ/2000/12336 12-11-2000 01-01-2000
Artikel 46d — Artikel 46d#
Artikel 46d verordening (EG) nr. 1257/1999 artikel 46b artikel 46c Indien de aanvrager opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening of subsidievaststelling heeft ingediend of opzettelijk anderszins foute gegevens heeft verstrekt op grond van een andere regeling gebaseerd op titel II, hoofdstuk IX van de, of indien in geval van opzet een verleende subsidie is gewijzigd of ingetrokken op grond vanof een vastgestelde subsidie is gewijzigd of ingetrokken op grond van, wordt tevens geen subsidie verleend in het daaropvolgende jaar. 2000 219 10-11-2000 09-11-2000 TRCJZ/2000/12336 2000 219 10-11-2000 09-11-2000 TRCJZ/2000/12336 12-11-2000 01-01-2000
Artikel 46e — Artikel 46e#
Artikel 46e Indien de aanvrager in een jaar opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening op grond van deze regeling heeft ingediend of opzettelijk anderszins foute gegevens heeft verstrekt wordt geen subsidie verleend voor het daaropvolgende jaar. 2000 219 10-11-2000 09-11-2000 TRCJZ/2000/12336 2000 219 10-11-2000 09-11-2000 TRCJZ/2000/12336 12-11-2000 01-01-2000
Artikel 46f — Artikel 46f#
Artikel 46f Op een verleende of vastgestelde subsidie worden in mindering gebracht de bedragen, die voor het verwerven van hetzelfde terrein uit anderen hoofde van overheidswege worden verstrekt, voorzover de subsidie en de ontvangen bedragen gezamenlijk meer bedragen dan 100% van de subsidiabele kosten op grond van deze regeling. 2000 219 10-11-2000 09-11-2000 TRCJZ/2000/12336 2000 219 10-11-2000 09-11-2000 TRCJZ/2000/12336 12-11-2000 01-01-2000
Artikel 46g — Artikel 46g#
Artikel 46g Met het toezicht op de naleving van deze regeling zijn belast alle daartoe aangewezen medewerkers van DLG. 2000 219 10-11-2000 09-11-2000 TRCJZ/2000/12336 2000 219 10-11-2000 09-11-2000 TRCJZ/2000/12336 12-11-2000 01-01-2000
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 Vervallen 2008 187 26-09-2008 16-09-2008 TRCJZ/2008/2320 2008 187 26-09-2008 16-09-2008 TRCJZ/2008/2320 28-09-2008 01-01-2008
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 Vervallen 1993 137 22-07-1993 16-07-1993 J931871 1993 693 30-12-1993 93075930 01-01-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop Hoofdstuk 6 van de Algemene wet bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Vervallen 1993 137 22-07-1993 16-07-1993 J931871 1993 693 30-12-1993 93075930 01-01-1994 Treedt in werking op het tijdstip waarop Hoofdstuk 6 van de Algemene wet bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 49a — Artikel 49a#
Artikel 49a artikel 2 van de Kaderwet LNV-subsidies Deze regeling berust op. 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 01-01-1998
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Vervallen 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 10-06-2006
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 Vervallen 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 10-06-2006
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 Vervallen 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 2006 109 08-06-2006 01-06-2006 TRCJZ/2006/1736 10-06-2006
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 Wijziging Regeling bijdragen bos en landschapsbouw 1991 Wijzigt de. 1993 137 22-07-1993 16-07-1993 J931871 1993 137 22-07-1993 16-07-1993 J931871 24-07-1993 04-03-1993
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 1 Wijzigt de Regeling bijdragen bos en landschapsbouw 1991. 2 artikel 10, vierde lid Te rekenen vanaf 1 januari 1993 vervallen voor de in het eerste lid bedoelde instellingen alle uit de Regeling bijdragen bos en landschapsbouw, respectievelijk de Regeling bijdragen bos en landschapsbouw 1991, voortvloeiende rechten, met uitzondering van de rechten die voortvloeien uit, van eerstgenoemde regeling, respectievelijk laatstgenoemde regeling. 3 artikel 11 Voor zover nà 31 december 1992 subsidies op grond van een regeling als genoemd in het tweede lid zijn uitbetaald, wordt voor het jaar 1993 het bedrag van die subsidies, met uitzondering van de toeslag, bedoeld in het tweede lid, in mindering gebracht op het bedrag voor de subsidie, bedoeld in. 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 01-01-1998
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 Wijzigt deze regeling. 1993 137 22-07-1993 16-07-1993 J931871 1993 137 22-07-1993 16-07-1993 J931871 24-07-1993 01-01-1993
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 1 Met inachtneming van het bepaalde in het tweede lid treedt deze regeling in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 1 januari 1993. 2 artikelen 1, onderdeel j 2, onderdeel d 3, zesde lid 17 18 32 36 47 Artikel 53 De,,,,,tot en meten, treden zonder terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 januari 1994.werkt terug tot en met 4 maart 1993. 3 Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties. 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 1997 245 19-12-1997 15-12-1997 J.9713955 01-01-1998